WERELD > ZUID & CENTRAAL AMERIKA > Costa Rica & Panama > Reisverhaal

Reisverhaal Costa Rica & Panama - Januari 2017

 

Costa Rica en Panama zijn twee landen uit Centraal-Amerika en worden ten onrechte soms wel versleten als bananenrepublieken in navolging van hun buurlanden in die regio.
Ten onrechte. Het zijn democratieën en ze behoren tot de groep landen met de laagste moordcijfers van Noord/Centraal en Zuid-Amerika. Dit in tegenstelling tot vier buurlanden in de regio met Honduras als absolute nr. 1: 90,4 moorden per 100.000 inwoners. Dat zijn er gemiddeld 20 per dag. Drugskartels en bendegeweld verscheuren het land. Onlangs verscheen er een krantenbericht dat Honduras recentelijk één dag zonder moord had mogen meemaken, sinds mensenheugenis niet meer gebeurd. Ter vergelijking: België heeft een ratio van 2,6 moorden per 100.000 inwoners.
Costa Rica heeft trouwens geen leger en kent een lange periode van vrede. Ze hebben naast de reguliere politie wel een uitgebreide militaire politie.
Het leven is er duur. Eten op restaurant, drinken in een bar of boodschappen doen in een supermercado is minstens even duur als bij ons en zelfs iets duurder in de toeristische toppers.
Kort door de bocht zijn de troeven van beide landen de exotische badplaatsen en de jungle.
En omdat exotisch strandvermaak gekenmerkt wordt door hagelwitte stranden, palmbomen, lauw zeewater, leeghangeren en teveel cocktails drinken, maar ook door dode koraalriffen waardoor snorkelen plots een tegenvaller wordt, zal het reisverslag hieronder voornamelijk concentreren op andere toeristische locaties.
Toch even aanstippen dat ik geen keuze kan maken tussen de beste stranden aan de kant van de Stille Oceaan (Samara) of aan de kant van de Atlantische Oceaan met de Caraïbische Zee als deel daarvan (Puerto Viejo en Bocas del Toro). Ze zijn allemaal van topkwaliteit.
De andere hoogtepunten bevinden zich in het binnenland met het Panama kanaal als uitzondering. Hier volgt het verhaal.

 

COSTA RICA

 

Dag 1 -----Zondag 8 januari -----Brussel-Madrid-San Jose
Het is 3u45 in de morgen als Arnotaxi ons stipt op tijd in zijn luchthavenvervoer-wagen doet stappen en een kwartier later Hugo en Vera ophalen in Hansbeke. Daarna is het onmiddellijk de autostrade op richting Zaventem. De nacht voordien kreeg Vlaanderen zijn eerste winterprik met ijzelende wegen maar de prik was van zeer korte duur. Deze morgen wijst de temperatuur al +4° aan en liggen de wegen er zeer berijdbaar bij.
De vlucht via Madrid naar San José, Costa Rica's hoofdstad, verloopt voorspoedig. Na een reis van 11 uur landen we in een groene vallei tussen de met regenwoud begroeide heuvels in San José op 1.150 m boven de zeespiegel.
Het is echter alsof de weergoden ons niet zien zitten. Er is zware bewolking, een regenboog maakt zijn intrede, de wind wakkert aan en het begint te regenen. En bij aankomst in ons hotel weet de bediende ons te vertellen dat de lucht vol zit met vulkaanas, recentelijk uitgespuwd door een nabijgelegen vulkaan. Maar wij merken of ruiken daar niet zoveel van. De vulkaanasse zorgt eerder voor een extra stoflaag op het meubilair. Ondanks deze omstandigheden is het nog 28° warm.
De rit van de luchthaven naar ons hotel brengt ons eerst door groene buitenwijken en dan door het stadscentrum gekenmerkt door koloniale gebouwen, kleine verspreide parken, winkelcentra en druk verkeer. De jetlag doet ons vroeg in bed belanden.

Dag 2----- Maandag 9 januari -----San Jose

Na een stormachtige nacht staan we 's morgens op met een blauwe hemel die al rap verandert in hetzelfde weerpatroon als gisteren.
We worden uitgenodigd op het lokale reisbureau die voor ons de reis ineengestoken heeft. Een Nederlandse (!) stagiaire geeft ons informatie over onze autotocht voor de komende twee weken evenals een paar tips and tricks.
Na die infovergadering wandelen we richting centrum van San Jose en laten ons leiden door een uitgestippelde wandeltocht op ons stadskaartje, langs alle bezienswaardigheden. Maar er is zo weinig te zien en te doen in San Jose dat we na een halve dag traag stappen zowat alles gezien hebben. Het is er druk en lawaaierig.
Het treinstation van San José ligt temidden de stad. De arriverende en vertrekkende treinen toeteren dat het een lieve lust is. De reden wordt ons duidelijk: de overwegen hebben geen slagbomen noch verkeerslichten en dus moet de trein zijn komst melden al toeterend.
San Jose is het soort stad die je zo snel mogelijk wilt uitrijden, een noodzakelijke start/stopplaats omdat alle internationale vluchten daar nu eenmaal landen.
Gelukkig is er een Hard Rock Café. De caipirinha en de famous fajitas maken vanavond een en ander goed.

Dag 3 -----Dinsdag 10 januari -----San Jose - Samara -----300 km

Stipt om 9u wordt onze huurauto afgeleverd, een Toyota Fortuner hoogpoter, zeker ruim genoeg voor ons gevieren en ruimte genoeg voor al onze bagage. Het is het soort wagen waar je thuis niet mee durft buiten komen om niet uitgescholden te worden voor villatank-chauffeur.
Nadat we ons de werking van de GPS laten uitleggen, vertrekken we uit San José naar het 300 km verder gelegen kustplaatsje Samara, aan de Grote Oceaan.
San José uitrijden is geen kattenpis. Zoals in vele hoofdsteden is het er veel te druk en doet de zoveelste gebarreerde straat - er zijn werken aan de gang - het GPS-vrouwenstemmetje overwerken.
Maar uiteindelijk bereiken we de autopista en daarna de Panamericana, de legendarische autostrade vanuit het noorden van het continent tot in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Het blijft druk en op een 'autosnelweg' van niet meer dan één rijvak heen en één rijvak terug kan je niet echt affeseren. Om de 10 km een tolstop helpt ook niet echt vooruit.
De roadtrip gaat door een mooie, heuvelachtige streek maar ook niet meer dan dat.
Na pakweg vijf uren komen we aan te Samara, een dorpje van drie straten, met een door palmbomen afgelijnd wit zandstrand, breed en lang, aan de Stille Oceaan.
De temperatuur is ondertussen opgelopen tot 34° volgens de autothermometer. We zoeken meteen een strandbar op en bestellen een cocktail. We voelen ons voor het eerst relaxed, weg uit het lawaaierige San José en de trage autostrades hier naar toe.

Dag 4----- Woensdag 11 januari -----Samara
Vandaag is het kalmaan en bezoeken we twee stranden: het iets noordelijker gelegen Playa Carrillo en het strand van Samara zelf. Het zijn beide hagelwitte zandstranden in de vorm van een sikkel of halve cirkel en zo'n 4 km lang.
Naarmate de dag vordert kleurt ons vel roder en zijn we 'verplicht' om een cocktailbar op te zoeken terwijl de vrouwen kiezen om te winkelen.
Het is volle maan vanavond en dat wordt gevierd op het strand, een soort full moon party met vuurwerk, kampvuur en voor ons eindigend in een Mexicaanse cantina met Fun Margarita's.

Dag 5 -----Donderdag 12 januari -----Samara - Rincon de la Vieja Park----- 130 km
We vertrekken na het ontbijt naar onze volgende bestemming: het geothermisch vulkanengebied van Rincon de la Vieja. Het is slechts 130 km verderop, een dik uur rijden in onze contreien, drie uur in Costa Rica.
We moeten door een middelgrote stad, Liberia, en zijn verwonderd door de aanwezigheid van een luchthaven met annex alle grote autoverhuurbedrijven en terreinen vol huurwagens. Wie moeten die allemaal huren?
Maar vooraleer we Liberia doorrijden, zo'n twintigtal km voor het stadje, lezen we goed nieuws langs de weg: een bord en verkeerspijl richting Hard Rock Café Guanacaste. Ik wist van het bestaan van deze Café in een populair en toeristisch deel van de kust van Costa Rica, kant Grote Oceaan, maar wist niet dat het maar 14 km uit de weg was. Een kort teamoverleg doet ons besluiten om de afslag te nemen en ginds te gaan lunchen.
Rond 15u komen we toe op onze eindbestemming van vandaag: een haciënda dicht bij de ingang van het Rincon de la Vieja Nationaal Park, bestaande uit een vijftal toeristenkamers.
De vriendelijke uitbater legt ons de planning uit voor morgen en introduceert ons bij de mascotte van de haciënda: Coci, de papegaai.
We hebben nog wat tijd over om in de late namiddag de warmwaterbronnen te bezoeken van de Rio Negro en we laten ons in het 39° warme water glijden. We wrijven ons zelfs in met speciale modder tegen de rimpels en voor een gladde huid. Een soort verjongingskuur als het ware. Ik weet niet of het echt gewerkt heeft.
Coci laat niet toe dat we hem aaien, enkel dat we hem voederen met koekjes en bananen. Hij beweegt vrij in en uit zijn kooi maar lijkt een soort norse, gepensioneerde papegaai die vooral veel rust. We krijgen vanavond voor de eerste keer last van muggen.

Dag 6 -----Vrijdag 13 januari -----Rincon de la Vieja Park
We vertrekken deze morgen vroeg naar het Rincon Nationaal Park. Na 7 km en na 20 minuten rijden arriveren we aan het Visitor Centre waar we 15 $ per persoon moeten betalen voor een bezoek aan het park. Costa Rica is fan van de Amerikaanse Dollar want de toegangen van alle parken zijn betaalbaar in dollars en pas in tweede instantie - na een omrekening in lokale munt aan de dagkoers - in Costa Ricaanse Colones.
We lezen dat het pad naar de vulkaankrater gesloten is vanwege te gevaarlijk. De laatste weken is de vulkaan terug actief geworden en bezoekers/wandelaars zijn niet meer toegelaten. Maar de andere wandelpaden zijn wel nog open, benadrukken de rangers in hun beste Engels. Wij kiezen voor een lus van 3 km langs de geothermische bezienswaardigheden terwijl Hugo en Vera twee tochten gaan stappen: dezelfde 3 km van ons plus de 10 km wandeltocht naar een waterval en terug.
Aan de voet van de vulkaan is het volop zon, maar éénmaal de flanken op, is er een constante motregen, alsof er een (onzichtbare) nevel/mist uit de lucht valt en alles en iedereen besproeit.
Het drie kilometer pad is mooi aangelegd en slingert zich door het regenwoud en naar open plekken waar we broebelende modderbaden, mini-geisers, een stinkend zwavelmeertje en een waterval tegenkomen. Niets wereldschokkends, enkel een bewijs van de vele vulkanische activiteiten die de Rincon vulkaan op zijn flank te bieden heeft. Eigenlijk is het regenwoud met kolossen van bomen, parasietbomen en lianen interessanter evenals de lichtbruine apen (spider monkey) in de boomkruinen.
De haciënda - Casa Aroma de Campo - waar we overnachten is eigendom van een Vlaams koppel dat zich hier 25 jaar geleden kwam vestigen: Karl & Maureen Vanhoutte uit Waregem. Ondertussen woont de familie Vanhoutte in San José en komen ze af en toe nog eens naar hun stulpje. De sympathieke uitbater van de haciënda noemt Eric, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Karl hem die Vlaamse bijnaam gegeven heeft.
Een krantenartikel aan de muur over hoe de Costa Ricanen Kerstmis vieren en een Vlaams gedichtje zijn nog indicaties van hun roots:
----- 't Is elke morgen 't zelfde lied.
-----Als ik uit wil slapen, mag het niet.
Het is nu niet meteen het meest ontroerende en dramatische gedicht.
De avondmenu die Eric ons voorstelt heeft een Vlaamse draai. Er zal onder andere 'Coliflor à la Flamenca' (Bloemkool op zijn Vlaams) geserveerd worden.
Coci houdt zich koest want hij wordt voortdurend gevoederd door de aanwezige toeristen. De muggen slaan opnieuw toe.

Dag 7 -----Zaterdag 14 januari----- Rincon de la Vieja Park - Santa Elena----- 125 km
Het is 5u in de morgen als we schrikken van het geschreeuw van de lokale diensters die de ontbijttafel dekken. Het is alsof ze naar iets of iemand roepen en om ter luidst. Het getier houdt aan, zodanig dat ik de kamer uit kom om hen tot stilte aan te manen. Nogal slecht gemutst vraag ik de medewerkers om wat stiller te zijn … maar ze wijzen naar Coci die als een stresskieken op zijn kooi rondjes loopt en een soort oorverdovend menselijk gekrijs laat horen. Iets of wat moet hem serieus van streek gebracht hebben.
We geraken niet echt meer in slaap en nemen dus een vroeg ontbijt waarna we afscheid nemen van sympathieke Eric - lees: we betalen hem voor ons verteer ter plaatse - en rijden naar ons volgend doel.
De rit vandaag telt 125 km volgens onze GPS en we keren deels terug via de Panamericana autostrade naar Liberia. Hier telt de Panamericana tweemaal twee rijvakken, een tot nu toe ongekende rijluxe. De radio staat op 'Steel Radio 99.5', een soort lokale 'Radio Nostalgie' met enkel muziek uit de jaren '60, '70 en '80 gaande van soul en disco tot pop en rock.
De luxe van vlot verkeer duurt tot we 40 km voor ons einddoel de Panamericana moeten verlaten richting Santa Elena in het Monteverde Nationaal Park. Van dan af gaat het omhoog en blijft het stijgen tot in Santa Elena op 1.300 m hoogte.
Het traject begint bij een redelijk ogend tarmacbaantje maar de laatste twintig kilometer zijn steil en onverhard. Het is een verraderlijke smalle weg vol met keien, putten - eigenlijk eerder kraters - haarspeldbochten en onmogelijk steile stukken. Onze 4x4 hoogpoter heeft het lastig en ik moet zijn automatische versnelling in D1+ leggen, een bergviteise.
Op bepaalde punten onderweg krijg je een vrij en schitterend zicht op de Grote Oceaan en daar, ergens langs de kustlijn, moet Samara liggen.
Een schokkend uur later rijden we Santa Elena binnen. Het is inmiddels 11u en het voelt er koeler aan dan in het binnenland waar het kwik niet onder de 30° daalt.
Santa Elena is een stoffig, klein stadje, de uitvalsbasis voor het dichte nevelwoud van Monteverde. We boeken meteen de hangbruggentour, een bekende tocht in de jungle, van 4 km lang over zeven hangbruggen van gemiddeld 100 meter lang en 30 meter hoog boven de begane grond, door het regenwoud en langs en over de toppen van de reuzenbomen. Het is een vrij indrukwekkende tocht langs en door de kruinen van mammoetbomen en lianen.

Dag 8 -----Zondag 15 januari -----Monteverde nevelwoud
Deze ochtend maken we een natuurwandeling met gids door het Nevelwoud van Monteverde.
We staan op 1.500 m hoogte en terwijl het hier in het woud 100% vochtig is, is het vijf kilometer verder in Santa Elena (op 1.300 m) gewoon zonnig. Microklimaten noemen ze dit hier, hetzelfde fenomeen als de vorige dagen op de flanken van de Rincon vulkaan.
En dan begint de gids met de wetenswaardigheden. Cloudforest of nevelwoud start pas vanaf 700 m hoogte en wordt gekenmerkt door een bijna constante lage bewolking waaruit een motregen valt, alsof de mist of de nevel uitvalt. Onder de 700 m spreekt men van regenwoud.
Costa Rica is zowat het enige land uit Centraal Amerika dat een echt regenwoud beschermingsbeleid volgt. 26% van 's lands oppervlakte is beschermd nationaal park en als je er de private parken bijtelt, kom je aan 34%.
Het Monteverde Nevelwoud bevindt zich in het midden van het land en krijgt neerslag van zowel uit de Caraïben als vanuit de Grote Oceaan. Het heeft daardoor een zeer vochtig klimaat het jaar rond en de neerslag is in feite een nevel of motregen. Je treft er zowel zeer oud (primair) als jong woud aan. Sommige kolossen van bomen - vooral cederbomen - zijn tussen de 200 en 250 jaar oud. De 100% vochtigheid en de vele motregen zorgen er voor dat alle takken van de bomen bedekt zijn met mossen, varens, lianen en ander organisch materiaal. Hier en daar groeit en bloeit een orchidee. Diezelfde super vochtigheid zorgt er ook voor dat vele bomen groeien vanuit de kruin van een bestaande boom. Hun takken groeien naar beneden, raken de grond, schieten wortel en groeien dan opnieuw naar boven, rond de bestaande boom, om hem uiteindelijk te versmachten. Een soort moordenaarsboom dus.
Het Monteverde Nevelwoud is vooral bekend bij de vogelspieders omwille van de honderden species die erin rondvliegen evenals apen, kwartels, tarantula spinnen en slangen. Maar dè vogel die iedereen wil zien is de quetzal. Het is een grote, kleurrijke vogel die gemakkelijk een halve meter lang wordt, staart inbegrepen, en beschouwd wordt als de schoonste vogel van de jungle.
Het is een vogel die enkel te vinden is in de regen- en nevelwouden van Centraal Amerika. Hij is trouwens het symbool van Guatemala waar hij onder meer op de bankbiljetten staat afgebeeld. Hij leeft vooral van wilde avocado's die hij volledig inslikt. Dan heeft hij een paar uur nodig om die avocado's te laten verteren en het zijn op die momenten dat we hem kunnen begluren want hij heeft geen zin om rond te vliegen met een zware maag. Hij blijft dan een hele tijd zitten op een tak zitten, als het ware verlamd door zijn spijsvertering. En vandaag hebben we geluk. We zien een wondermooi exemplaar door de verrekijker van de gids, ergens hoog in de kruin van een boom.
Na 2,5 uur rondtoeren in het nevelwoud brengt de gids ons naar het kolibriehuis. Daar zien we tientallen soorten kolibries rond onze hoofden vliegen aangetrokken door suikerwater in pottekes die de parkwachters in de bomen hangen als lokmiddel.
Als de tour na drie uur eindigt, worden we met hetzelfde busje opgehaald waarmee we deze morgen aan ons hotel vertrokken zijn. De toeristen worden inderdaad aan hun hotel opgehaald, gebracht en teruggebracht.
In het terugrijden naar ons hotel en nadat alle toeristen inmiddels aan hun motel afgezet zijn, zien en beseffen we dat het stadje uitdeint buiten het kleine centrum waar het volgebouwd staat met motels, hotels en soda's (lokale restaurantjes). Toeristen maken een veelvoud uit van de lokale bevolking.
Na een leerrijke voormiddag start een adrenalinerijke namiddag. We boeken de Canopy tour: met een roller over een staalkabel zoeven naar platformen, over de boomtoppen of er dwars doorheen. We worden opnieuw opgehaald evenals tien andere toeristen aan de hotels en gebracht naar de start van de 'ziptours'. We bevinden ons in gezelschap van voornamelijk twintigers en een aantal verloren gelopen dertigers en dan … euh wij, laat ons zeggen net de midlife leeftijd voorbij. We hebben nogal wat bekijks van die jongelingen, soms gepaard met een soort meelijwekkend glimlachje.
De veiligheidsbriefing volgt: 18 platformen worden aangedaan en we worden gegespt aan een roller die over de kabels zoeven, in een zithouding.
De eerste kabelbanen zijn relatief kort, om in de mood te komen. We vliegen nog tussen en langs de kruinen van de bomen. Maar dan begint het serieuze werk met een zoeftocht over een vallei, hoog, zeer hoog boven de valleivloer en de bomen, aan een duizelingwekkende snelheid over een staalkabel van 1 km lang. Viermaal kruisen we de vallei steeds opnieuw, telkens over een nieuw traject. Ik kan u verzekeren dat de adrenaline zijn werk doet.
En alsof het nog niet allemaal spectaculair genoeg is, komen er nog een paar speciallekes. Eerst een rappel van 30 meter diep, gevolgd door de 'Tarzanswing'. Je wordt van een platform geduwd en je slingert aan een lange koord in een wijde boog. Het is het enige onderdeel die we overslaan vanwege niet durven.
Maar de laatste twee trajecten, genaamd de 'Superman', rijden we wel. In plaats van de zithouding moet je op je buik liggen en wordt je gegespt aan de kabel via je rug. Als superman/vrouw vlieg je dan naar het volgende platform langs terug een kilometer lange kabel. De apotheose is de superman door een tunnel waar je 600m door het pikdonker zoeft vooraleer het licht te zien aan het einde van de tunnel, letterlijk dan.
Wij, supermama en superpapa zoals we ondertussen door de begeleiders worden genoemd, hebben genoeg adrenaline in ons lichaam voor vandaag. Het retourbusje zet ons netjes af aan het hotel.
De adrenaline zorgt voor honger. We bezoeken Santa Elena's bekendste bar en restaurant: Tree House. Het is een bar gebouwd rond een reuzenboom in het centrum van het stadje. Twee verdiepingen zijn er nodig om de boom te omgorden en op de tweede verdieping is het alsof je in de kruin zit.

 

Filmpje Canopy Tour 1

Filmpje Canopy Tour 2

 

Dag 9----- Maandag 16 januari -----Santa Elena - La Fortuna -----135 km

Na ons ochtendritueel - ontbijten om 7u30 en daarna vertrekken naar ons volgende doel - rijden we door een bergachtig landschap. Het is de eerste keer dat we door een streek rijden met mooie natuur. De weg slingert zich naar boven en beneden maar is net als eergisteren onverhard en een opeenstapeling van putten en keien. Meer dan 30 km/u gemiddeld halen we niet. Maar de mooie zichten van groene bergvalleien maken veel goed evenals de fantastische zichten op de Stille Oceaan die zo'n 200 km verderop ligt te blinken.
We bereiken terug de Panamericana autosnelweg die we na 25 km alweer verlaten richting binnenland. Na deze afslag duurt het niet lang vooraleer we het kunstmatig Arenal meer zien. Een groot stuwdammeer die we volledig rondrijden, op en neer tot in La Fortuna, een stadje aan de voet van de perfect kegelvormige vulkaan Arenal. Verraderlijke putten in de verharde weg verplichten ons te focussen op de baan en op het rijden want het laatste wat je hier wil is een ongeluk of een gebroken onderdeel.
La Fortuna is het grootste stadje tot nu toe met twee parallelle winkel-wandelstraten en terug oneindig veel restaurantjes en winkeltjes. In de Supermercado slaan we een verse voorraad water in.
Het is inmiddels late namiddag als we na ons dagelijks terrasje aanzetten richting de warmwaterbronnen of thermen net buiten het stadje. Relaxen en achteraf een cocktail uit de annex-bar is ons deel.
Ik reserveer een mountainbike voor morgen.

Dag 10----- Dinsdag 17 januari -----La Fortuna - Arenal Vulkaan
Deze morgen splitsen onze wegen. Ik huur een fiets en de rest van de groep rijdt naar het Arenal Nationaal Park. Het verslag achteraf schetst een licht ontgoochelend bezoek. De wandelpaden gaan niet verder dan de voet van de vulkaan. Dus de flanken met het regen- en nevelwoud bewandelen kan niet. En massa's dieren zijn er ook al niet te vinden. Hier hebben de parkautoriteiten nog werk voor de boeg om een en ander aantrekkelijker te maken voor wandelaars en trekkers.
Ikzelf maak het me lastig vandaag. Het gebrek aan conditie tezamen met een zeer heuvelachtig parcours peigeren me af. De fietsen verhuurzaak stelt me een parcours voor van een 40 km. De eerste vijf km vallen mee want ik rij op een verharde weg. Maar dan begint de miserie.
Mountainbiken over Costa Rica's onverharde wegen is geen cadeau wegens teveel putten en keien. Je moet voortdurend opletten en rijden op een ondergrond van keien werkt enorm remmend. Daarbij komen nog de nijdige en veel te steile hellingen voor een kerel als ik, alsof ik twintig keer de Koppenberg op moet waar de kasseien vervangen zijn door keien.
Af en toe passeert een lokale met zijn quad of met een brommertje. Quads zijn trouwens zeer populair in deze streken en uitermate geschikt voor dit soort terrein.
Vele malen moet ik van de fiets om de laatste meters te voet af te leggen. De hitte maakt het nog lastiger. En alhoewel de natuur geweldig is en de conische Arenal vulkaan in mijn gezichtsveld verschijnt, is de lastigheid van de rit sterker dan de appreciatie voor de natuur.
Ik ben pompaf als ik kort na de middag aankom in La Fortuna, neerzijg op een terras en een cola bestel. Ik moet eerst een halfuurtje bekomen om pas daarna de fiets binnen te rijden.
De rest van de dag is één grote rustoefening.

ARENAL VULKAAN

Na vier eeuwen slaaptoestand en daardoor als uitgedoofd aanzien, werd hij echter terug actief in 1968 en verwoestte landbouwgrond, jungle en vier dorpen in een straal van 10 km rond de berg. Dan kreeg hij ook zijn mooie conische vorm.
De Arenal vulkaan was sindsdien dagelijks actief en vooral 's nachts kon je de lava zien stromen langs de bergflanken. Het waren kleine oprispingen, net niet gevaarlijk genoeg om rampenplannen af te kondigen en daarmee kreeg Costa Rica er een geweldige toeristische attractie bij.
Mijn dochter Kim kon er in 2001 ook van genieten gedurende haar Centraal en Zuid-Amerika reis in haar post-Up With People periode.
Spijtig genoeg is de vulkaan vanaf 2010 gestopt met de nachtelijke spuwbeurten zodat wij hier in 2017, een perfect kegelvormige maar makke berg voorgeschoteld kregen.

Dag 11 -----Woensdag 18 januari-----La Fortuna - Sarapiqui -----115 km
In plaats van een lange dagrit van 310 km naar de Caraïbische kant van het land, lassen we een tussenstop in en rijden we naar Sarapiqui, een langgerekt dorp tussen eindeloze ananasvelden. We verblijven in een bungalow met kleine veranda; de bar en het restaurant bevinden zich in een tropische tuin. We checken in in de late voormiddag en we voelen ons meteen thuis.
Het is de heetste en vochtigste plek in het land en dus lijkt een raft deze namiddag een ideale manier om afkoeling te krijgen. Hugo en Vera opteren voor een boottour.
Stipt om 14u worden we afgehaald door de raftorganisator en een uurtje later passeren we al de eerste klasse 2 stroomversnelling.
Maar uiteraard krijgen we vooraf de veiligheidsvoorschriften uitgelegd van twee jongelingen, de captain en zijn security manager. Dan springen de captain en wij in de Zodiac raftboot, terwijl de security manager voor en achter ons vaart in een kano en aanwijzingen geeft als we weer eens een stroomversnelling naderen.
De sterkte van de stroomversnellingen wordt aangegeven door klassen, gaande van klasse 1 (floating - drijven) tot klasse 6 (unrunnable - niet bevaarbaar). Klassen 2 en 3 zijn voor toeristen, terwijl klassen 4 en 5 eerder voor ervaren rafters zijn.
Klasse 2 is doenbaar maar voor klasse 3 stroomversnellingen is het toch uitkijken en strikt de orders volgen van de captain die vooral bestaan uit 'peddelen' en 'stoppen met peddelen'. We botsen tegen de rotsen en tollen in het kolkende water. Tweemaal word ik uit de boot gekieperd maar de veiligheidsinstructies indachtig, kan ik me vrij snel weer in de boot laten trekken. De security manager in de volgkano is telkens op de afspraak.
De twee jongelingen zijn een leuke crew maar plagerig. Ik ben er zeker van dat hun manoeuvreerkunde me tweemaal uit de boot heeft doen vallen. En dan hoor ik ze Martine aanspreken als 'my widow' en dergelijke plagerijen meer, gevolgd door een bulderlach. Het hoort allemaal bij de beleving.
Na een dik uur is het tijd voor een break van ananas en meloen.
Op de rustigere stroken, tussenin twee stroomversnellingen, genieten we van de zon, van de zwemmende kinderen die de rivier induiken vanaf hun achtertuin en van de vele watervogels, waaronder de tijgerreiger. We zien ook een aartslelijke leguaan - zo'n beest met stekels in zijn nek en op zijn rug - in een boom zitten.
Na twee uren raftplezier doorheen talloze klasse 2 en 3 stroomversnellingen, meren we aan bij het eindpunt waar het busje ons netjes opwacht en terugbrengt naar de bungalow.

 

Dag 12 -----Donderdag 19 januari----- Sarapiqui - Puerto Viejo----- 195 km
Sarapiqui (met de klemtoon op de 'qui') bevindt zich in het midden van Costa Rica, buiten de heuvel- en vulkaanzone en is de heetste en vochtigste plek van het land. Het krijgt de stempel 'tropisch klimaat' mee. Gisteren was de raft een ideale activiteit om wat af te koelen maar vandaag doen we iets helemaal anders: we bezoeken de Finca Sura van de Don Rodolfo familie. 'Finca' betekent 'erf' (foto rechts).
De Costa Ricaanse overheid heeft een herverdelingsplan ingericht waarbij honderden hectaren aan jungle en landbouwgrond werden herverdeeld onder boerenfamilies, elk gemiddeld 10 hectare. Een deel van de oppervlakte moet jungle blijven en de rest wordt bewerkt door de boer en zijn familie. Na vijf jaar gratis gebruik moet de boer omgerekend 9000 euro betalen en wordt hij eigenaar. Een mooi staaltje van herverdeling van rijkdom.
De Don Rodolfo familie heeft zes meisjes en twee jongens op de wereld gebracht en één van zijn dochters (Margarita) maakt met ons een toer door het erf. Zo kunnen ze via de reisorganisaties nog wat geld bijverdienen en wij steunen de lokale economie.
Het tropisch klimaat verandert deze regio in een stukje tropisch paradijs. Alle exotische vruchten - om daar mee te beginnen - groeien hier en kunnen we zien, voelen en proeven: koffie, ananas, limoen, appelsien, mandarijn, papaja, cacao, kaneel, maniok, avocado, peper, vanille en kurkuma.
Dan gaan we een stukje jungle in. Margarita zoekt en vindt een giftig kikvorsje. Het beestje is ten eerste klein en ten tweede fel gekleurd met een rood lijfje en blauwe poten, alsof zij/hij een jeansbroek draagt. Ze waarschuwt ons verder voor een struik met giftige bladeren: raak de struik licht aan en je hebt drie dagen jeuk over gans uw lichaam. Of die andere boom waarvan de regering de kap verboden heeft. Niet voor het hout maar als je de boom velt, springen zijn zaden tot 12 meter ver weg. Die zaden zijn giftig en als ze in het water terecht komen, sterven alle vissen. Dus afblijven van die boom.
Zo heeft iedere boom, iedere struik zijn verhaal. Het is nog maar eens bewezen dat de jungle een bron is van medicatie en van voedsel voor de mensen en vooral voor de dieren. Ge moet wel weten wat en hoe: giftig versus niet giftig; geschikt voor mensen of dieren; geschikt als medicatie of als voedsel.
De kers op de taart is het bezoek aan de ananasplantage waarmee de familie Rodolfo zijn kost verdient. Margarita's vader heeft gekozen voor de teelt van bio-ananassen. Maar dit wil ook zeggen dat zulke ananassen ongeschikt zijn voor de export omdat de vrucht niet altijd mooi egaal is en de kroon te lang is. Maar liever dit, zegt Margarita, dan tonnen chemicaliën te moeten strooien en teveel voorwaarden te moeten vervullen voor de Europese en de Amerikaanse bedrijven. Dus verkopen ze hun oogst enkel lokaal.
Het gevolg is dat wij in Europa - om het wat negatief uit te drukken - chemische brol te verorberen krijgen 'omdat de consument een mooie ovale vrucht wil met een kleine kroon'.
Wat een verschil in smaak en sap als Margarita met haar machete twee rijpe vruchten schilt en we de stukjes mogen opeten. Zo zoete en sappige vruchten hebben we nog nooit gegeten. Het sap druipt van onze kin.
We lunchen ter plaatse bij de familie en eten van hun zelf gekweekte tilapia vis. Na de lunch is meteen ook de tour ten einde en rijden we terug naar onze bungalow om in te pakken en te vertrekken naar ons volgend doel.

In de namiddag verlaten we Sarapiqui en rijden 195 km verder naar Puerto Viejo, een surfersdorpje aan de Caraïbische kant van het land, aan de Caraïbische Zee, deel van de Atlantische Oceaan.
Plots staan we ergens halverwege in de file. Er zijn wegenwerken aan de gang en dat veroorzaakt tientallen km file en uren tijdverlies bij zoverre dat ik het reisbureau opbel in San José om hen van de toestand op de hoogte te brengen en te vragen om een late aankomst door te bellen naar ons hotel in Puerto Viejo. Onderweg rijden we door oneindige bananenplantages waar reeds blauwe plastic zakken over de bananentrossen geschoven zijn.
We naderen Limon, een stadje met een zeehaven. Vooraleer we Limon binnenrijden, moeten we opletten voor het drukke vrachtvervoer die op en af enorme terreinen rijdt. Langs de baan zien we hectaren vol containers van onder andere Chiquita. Ik vermoed dat er overslag plaatsvind van containers gevuld met exotisch fruit naar de zeeschepen en dan per boot verder naar Europa en de VS.
De files van deze namiddag maken dat we pas 's avonds Puerto Viejo binnen rijden. Niet zonder gevaar: onverlichte fietsers, wandelaars langs de weg, zelfs een mama met buggy die we rakelings voorbij rijden. Niemand lijkt zich van de drukte en de uitlaatgassen iets aan te trekken en er is blijkbaar het volste vertrouwen dat je hen als chauffeur niet omver rijdt.
We zijn net niet moe genoeg om naar ons bed te gaan en dus verkennen we het stadje. We horen overal reggae muziek, de bars en restaurants zijn allemaal openlucht, de sfeer is zwoel en alles is hier een slag trager.
Welkom aan de Caraïbische kust van Costa Rica.

Dag 13 -----Vrijdag 20 januari -----Puerto Viejo
Vandaag is een vrije dag aan de Caraïbische kust. De dag is gemakkelijk samen te vatten: leeghangeren.
We huren een hotelfiets en rijden naar het 11 km verder gelegen Manzanilla. We liggen er op het strand, zwemmen in de zee, hangen in de hangmatten, eten ter plaatse in restaurant Maxi, drinken cocktails en bezoeken winkeltjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eten & Drinken in Costa Rica:
Soda's zijn eenvoudige lunchkamers, vaak zonder een vergunning om alcohol te verkopen, die je aantreft op het ganse grondgebied van Costa Rica. Het zijn de beste plekken om goedkoop een smakelijke maaltijd te krijgen en de lokale pot te proeven.
Vijf gerechten zijn typisch voor Costa Rica:

Arroz con Pollo / con Camaron is rijst met stukjes kip / garnaal / palmhart of andere combinaties. Erg lekker met de onvolprezen Salsa Lizano.

Olla de Carne is een stevige maaltijdsoep van runderbouillon waarbij apart groenten en wortels geserveerd worden.

Casado is een typisch lunchgerecht van rijst, bonen, bakbanaan, koolsalade en vaak wat pasta gecombineerd met kip, vlees of vis.

Tamal is een gerecht dat traditioneel bij Kerst wordt gegeten, maar in soda's het hele jaar door verkrijgbaar is. Het is maïsmassa gevuld met groenten en een stukje kip en /of varkensvlees, gewikkeld in bananenbladeren en gekookt op een houtvuurtje.

Gallo Pinto is hèt onvermijdelijke ontbijtgerecht dat altijd en in ieder hotel als ontbijtoptie aangeboden wordt. Rijst met bonen, goed gekruid en gegeten in combinatie met roerei, zure room en/of tomaat.

 

FOTOREEKS COSTA RICA

 

FOTOREEKS FAUNA in COSTA RICA

Voor de vogelaars en andere dierenliefhebbers onder jullie: ziehier de beste foto's van het dierenrijk in Costa Rica, allé van diegene die we gezien hebben.
Er zijn schone beesten maar ook aartslelijke exemplaren in omloop.

Met dank aan Vera.

 

 

 

PANAMA

 

Dag 14 -----Zaterdag 21 januari----- Puerto Viejo (Costa Rica) - Bocas del Toro (Panama)

We verlaten alweer het laid back Puerto Viejo voor de volgende bestemming. Vandaag steken we de grens over met Panama.
Vanuit Puerto Viejo rijden we een uurtje tot aan het grensplaatsje Sixaola waar de administratieve grensformaliteiten starten. In zulke landen is dat telkens een tijdrovende bezigheid en tevens een kostelijke. We zien een lange rij hoofdzakelijk rugzaktoeristen en stappen mee in. Onze bagage verliezen we ondertussen niet uit het oog. Er heeft zich trouwens ook een 'bewaker' gemeld die tegen een fooi onze spullen in de gaten houdt.
De eerste rij dient om de 'exit fee' te betalen bij het verlaten van Costa Rica: 8 $, cash. Met andere woorden een soort staatskas sponsoring op de kap van de toeristen. Daarna moeten we een eindje verder naar het immigratiekantoor voor en exit stempel in ons paspoort.
Dan mogen we de grens over.
Daarvoor moeten we over een honderd meter lange brug wandelen (foto links) met onze bagage, tot in het grensplaatsje Guabito in Panama, over de Sixaola rivier die de grens vormt tussen beide landen.
Eens in Panama moeten we de ganse procedure herdoen. Terug aanschuiven in de rij om de 'entry fee' te betalen van 4 $, cash. Terug een staaltje van staatskas sponsoring. Daarna aanschuiven voor een entry stempel in ons paspoort.
In totaal heeft de grensoversteek anderhalf uur geduurd.
De Panamese chauffeur wacht ons al op en verzorgt de transfert naar het havenstadje Almirantes waar een speedboottaxi ons opwacht voor het laatste halfuur op water naar de paradijselijke Bocas del Toro eilandengroep.
We logeren op Isla Colon, het centrale eiland. Het is anders dan Puerto Viejo. We zien meer beton naast de vele houten ho(s)telletjes. Maar dat is enkel aan de kustlijn. De rest van het eiland evenals de andere eilandjes zijn zeer dicht begroeid met regenwoud waar aan de waterlijn tientallen kleine strandjes opduiken, stilaan zichtbaar als je nadert maar onzichtbaar vanop een afstand.
We checken in in ons hotelletje net opgekocht door Bob, een gepensioneerde Amerikaan uit Cincinnati.
'Waar het nu vriest', voegt hij er fijntjes aan toe.
Het hotelletje staat op palen met zicht op de Oceaan.
We blazen uit, verkennen het stadje en eten Caraïbisch in een restaurant met zicht op zee. Op de terugweg naar huis verzeilen we in een pub waar 's avonds een Argentijns rockgroepje voor ambiance zorgt.
Het wordt zowaar zondagmorgen.

Dag 15 -----Zondag 22 januari----- Bocas del Toro
Vandaag wordt ons ontbijt zo laat geserveerd dat we de geplande snorkeltocht moeten verzetten naar morgen. Bob steekt het op de kokkin. Eerst moeten nog inkopen gebeuren om de ontbijtvoorraad op peil te brengen en dan pas kan onze keuze deze morgen worden klaargemaakt.
Het is al kortbij 10 u als we vertrekken. We beslissen om vandaag als alternatief een taxiboot te nemen naar het eiland Carenero waar enkele mooie strandjes liggen.
Alle vervoer tussen de eilandjes gebeurt met speedboot watertaxi's, voor 1 à 2 dollar per persoon naargelang de afstand. Tientallen van zulke langwerpige bootjes met Yamaha buitenboordmotor dwarsen in alle richtingen de Oceaan op weg naar alle uithoeken van deze eilandengroep, met zowel lokalen als toeristen.
Op Carenero wordt het een strandligdag. Wat me het meeste bevalt, is uiteraard de exotische looks maar ook het lauwe water van de Oceaan. Gewenning is nergens voor nodig; je stapt in het water en pletst in de zee en je lichaam is onmiddellijk aangepast aan de temperatuur van het water. Dat geeft een zalig gevoel.
De dag wordt onderbroken door de lunch en een vieruurtje in een hemelbed op een kleine pier aan de rand van het water.
Nadat we in de late namiddag terug op Isla Colon worden afgezet, zien we 's avonds op het centrale marktplein dezelfde Argentijnse band spelen als gisteren in de pub. Ze starten Comfortably Numb van Pink Floyd.

Dag 16 -----Maandag 23 januari -----Bocas del Toro
Lichte paniek in de keet: er is geen ontbijt vandaag …
'Bob, what happened?'
En Bob vertelt dat hij zijn kokkin heeft ontslagen nadat ze vandaag - na het incident van gisteren - niet is komen opdagen.
'She has an attitude', verontschuldigt hij zich.
'But tomorrow we will hire the best cook in town', zegt Bob veelbelovend.
Dus mogen we vandaag op zijn kosten ergens in 't stadje ontbijten en ook de vier Oostenrijkse meiden die gisterenavond toegekomen zijn.
Wat we ook doen om meteen daarna de Snorkel & Dolfijn Tour te boeken die we gisteren moesten afzeggen vanwege het te late ontbijt.
We hebben lang moeten wachten - tot vandaag, reeds 16 dagen ver in onze vakantie - op echt snorkelweer maar nu is het onze kans. We stappen met drie Duitse toeristen in zo'n speedboot taxi en de gids vaart met ons langs de mooiste baaien van de eilandengroep. We zien duidelijk de met jungle overgroeide eilanden. De regenwouden deinen uit in het water en vormen daar mangroven. Hier en daar verschijnt een wit zandstrandje.
Als we door Dolphin Bay varen, zien we echter … geen dolfijnen.
'Bad luck' zegt de gids.
We varen verder richting de koraalriffen, naar Coral Bay. Temidden het water, ver van de eilanden, laten we ons in het lauwe water glijden en zoeken de koralen op. Maar wat een ontgoocheling. De riffen zijn dood en dus bruingrijs van kleur. En dat kunnen een paar tientallen kleurige vissen niet compenseren.
'Weeral bad luck?' vraag ik aan de gids.
En die erkent ootmoedig dat door het overaanbod aan toeristen en bevaring in de afgelopen jaren, dit koraal volledig afgestorven is.
Dus moeten we onze dag redden met de doortocht op een klein idyllisch palmboomeilandje met zonnebaden en zwemmen/snorkelen in het lauwe water van de Caraïbische Zee. We zijgen neer onder een scheef gewaaide palmboom op dit Bounty eilandje, waar Bocas del Toro een patent op heeft. Het eilandje is twee uur lang alleen van ons.
We landen terug op ons vertrekpunt in Isla Colon in de late namiddag. De vaarten deze ochtend tussen de eilanden van de Bocas archipel, door en tussenin de mangrovebossen was best aangenaam en gans de regio heeft een hoge exotische aaibaarheid. Maar een dolfijn & snorkel tour boeken maar noch dolfijnen en koralen zien, laat een wrang gevoel achter.
Nadat we de uitbater van het reisbureau onze ontgoocheling over de trip verkondigen en hem beteuterd achterlaten, verdrinken we de min of meer mislukte trip in de mooiste en hipste bar van het eiland, uiteraard aan de zeezijde, in zachte kussens met een paar caipirinha's.



WIE IS BOB?

Bob is de nieuwe eigenaar van ons motelletje. Hij is afkomstig uit Cincinnati en woont samen met een Panamese. Hij is pas gepensioneerd en heeft zijn business partner uitgekocht en is daardoor alleen eigenaar geworden van een kleine hostel met vier kamers. En dat sinds 1 jan 2017.
Zijn eerste drie weken verlopen echter niet vlekkeloos. Zo verliest hij zijn kokkin die de ontbijten klaarmaakt, de dag dat wij toekomen. Hij moet ons noodgedwongen op zijn kosten naar een ander restaurantje sturen om te ontbijten. En zijn pier is door een recente storm kapot geslagen.
Als ex-consultant die bedrijven efficiënter deed werken door de invoering van nieuwe procedures en nieuwe manieren van werken en volgens zijn zeggen met 200 mensen onder hem, hadden we toch wat meer verwacht van zijn capaciteiten om vier hostelkamers te managen.
Bob is ook een songwriter en speelt gitaar terwijl zijn vrouw piano speelt. Ze vatten het idee op om in de tuin een podium te bouwen en dagelijks concertjes te spelen. Hopelijk iets beter georganiseerd dan zijn hostel.
De laatste storm over de regio heeft zijn pier weggeblazen zodat we kijken op een paar betonnen pijlers vanuit ons nochtans mooi terras-over-de-zee, zoals ook de naam van zijn hostel: Cocomo, on the sea.
Hij zal de overgebleven troep in het ondiepe water zelf opkuisen en tegelijkertijd misschien wel authentieke flessen recupereren. Want, zo zegt Bob, sommige flessen in het water zijn antiek. Als hij dan verder orakelt dat hij op de paar gevallen betonnen palen in het water koraalriffen wil kweken, vrees ik dat Bob zijn dromen voor werkelijkheid neemt.
Bob: crisismanager of mooiprater?
Eens checken of zijn hostel volgend jaar nog bestaat.

Dag 17----- Dinsdag 24 januari -----Bocas del Toro - Boquete
We zijn allemaal benieuwd naar het ontbijt vandaag. Welke oplossing heeft Bob uit zijn hoed getoverd?
We kunnen al stellen dat het ontbijt tijdig wordt opgediend … eigenhandig door Bob en zijn Panamese eega. We zien ze uit hun keuken de eieren en het brood aanrukken voor - gelukkig - slechts zeven gasten. Je ziet dat ze het niet gewoon zijn en het hapert hier en daar.
'Where is the cook, Bob?'
Hij antwoordt ons ontwijkend. Iets van een sollicitatiegesprek deze namiddag.
Maar we zullen het nooit te weten komen want om 9u45 worden we opgepikt voor onze volgende bestemming. We varen terug van Isla Colon, langs de vele Bocas eilanden naar het vasteland. Net hetzelfde traject als tijdens de heenreis. Hier eindigt ook het meest exotische deel van onze reis, een eilandengroep met het hoogste Bounty-gehalte.
Daarna gaat het drie uren op en neer in een van, door het middengebergte van Panama met af en toe schitterende vergezichten over groene en dicht begroeide valleien in het Panamese binnenland.
De reis eindigt in het stadje Boquete, op 1.200 m hoogte omgeven door gebergten waar de flanken begroeid zijn met jungle en waar Panama's enige en meteen hoogste vulkaan ligt: Volcano Baru (4.475 m).
Panama is zo smal dat je op de top van de vulkaan, die perfect te beklimmen valt in een dag of twee, zowel de Stille Ocean als de Atlantische Oceaan ziet op een wolkenloze dag.
In Boquete zelf is er niet zo veel te beleven. Het is terug een éénstraat-stadje waar alle verkeer door rijdt en waarlangs alle winkeltjes liggen. Rond het marktplein zijn een paar galerijen gebouwd met een binnenkoer.
De vele inwoners in traditionele klederdracht vallen ons op. De setting van het stadje is indrukwekkend maar je wandelt best een eindje de flanken van de omringende bergen op om het verkeerslawaai en de uitlaatgassen achterwege te laten.
's Avonds laten we ons gaan in een Peruviaans restaurant 'Case del Cusco'. Ge moet daarvoor naar Panama komen … Maar de kwaliteit van het eten is top evenals de ober Nicola, een uitgeweken Peruviaan met Italiaanse roots, met wie we de meeste leute hebben.

Dag 18 -----Woensdag 25 januari----- Boquete

We worden door een getatoeëerde dame van het reisbureau om 9u opgehaald in een busje om ons naar Finca Dos Jefes te voeren. De Finca is eigendom van ene Richard Lipner. Richard is een gepensioneerde Amerikaan die de verlaten koffieplantage goedkoop kon kopen na de koffiecrisis van 1997 met de intentie om er zijn oude dag rustig en in een exotische setting, door te brengen. Hij verveelde zich echter tijdens zijn pensioen (!?) en startte de plantage opnieuw op.
Het erf is 7 hectaren groot en ligt 1.400 m hoog op de flanken van het omringende gebergte. Hun koffiemerk is Cafés de la Luna.
En dan volgt door de getatoeëerde dame een beklijvend verhaal over het complexe product dat koffie heet, gevolgd door een wandeling doorheen de koffieplantage. We eindigen met het branden en het proeven van onze eigen koffie. We krijgen ons zakje gebrande koffie mee naar huis.

WAT IS KOFFIE?

Koffie is een commodity product, dit wil zeggen dat het een massaproduct is waarvan de prijs bepaald wordt door vraag en aanbod op de wereldmarkt. Die prijs schommelt elke dag.
In 1997 was de prijs zo laag dat vele koffieboeren er de brui aan gaven en de streek verlieten of serres bouwden om er andere groenten en/of fruit te oogsten aan betere prijzen. Dat jaar verloor Centraal Amerika 40% van zijn koffie capaciteit. De schuldige was Vietnam, koffiebouwer nr. 1, waarvan de VS het handelsembargo ophief en zo plots het aanbod van koffie te sterk verhoogde en de Amerikaanse en Europese markten overspoelde.
Koffie groeit als een kers aan een boom en de rijpe kers wordt donkerrood. Er zijn twee species van bomen: Arabica en Robusta. Van deze twee species bestaan meer dan 3000 variëteiten. Alle variëteiten hebben hun eigen smaak. Koffiebomen groeien enkel op zeer vruchtbare grond in een band van 20° boven en onder de evenaar. De grond is bij voorkeur vulkanisch omdat dit de meest vruchtbare is, maar toch moet je veel bijmesten, op natuurlijke wijze. Pesticiden en chemicaliën zijn uit den boze. Het klimaat moet constant zijn met veel zon en veel regen. Daarom de band van 20° boven en onder de evenaar.
Arabica groeit enkel boven de 800 m hoogte en combineert koude met regen en geeft de beste koffie. Robusta groeit lager in veel warmere streken en bevat veel cafeïne. 70% van de koffie is Arabica, 30% Robusta maar bijna elke koffie is een mengeling van deze twee species.
De maanden januari tot maart zijn de oogstmaanden en dan plukken honderden seizoenarbeiders de 'koffiekersen' van de bomen. Het zijn de zaden in de kers die de koffie zullen produceren. De zaden of bonen smaken zoet.
Er zijn twee belangrijke productieprocessen:

1. De droogmethode:

De koffiezaden of -bonen worden gedroogd in de zon en moeten van een vochtgehalte van 55% dalen naar 10%. Daardoor komen de overtollige lagen rond de zaden los. Dit neemt veel tijd in beslag, zeker in streken waar er een vochtig tropisch klimaat heerst. Daar kan het drogingsproces 30 tot 60 dagen in beslag nemen. Deze tijdrovende methode wordt niet zoveel meer toegepast omdat het te duur is alhoewel het de beste methode is voor de aroma van de koffie. Deze methode wordt meest in Afrika toegepast omdat daar het klimaat veel droger is en de bonen op 10 à 14 dagen droog zijn.
Op deze Finca passen ze ook de droogmethode toe ondanks het vochtige klimaat van de streek.

 

 



2. De wasmethode:
Onder hoge druk en met gebruik van veel water worden de lagen van de zaden verwijderd. Het is een snelle methode maar het vereist enorm veel zuiver water in de aanvoer en levert veel afvalwater in de afvoer zodat het rivieren verontreinigt, algen doet kweken en de vissen doet sterven wegens gebrek aan zuurstof. Dus deze methode is milieu onvriendelijk. Costa Rica is het enige land ter wereld die maatregelen genomen heeft om de milieu verontreiniging tegen te gaan.

Koffie is ook onderhevig aan ziekten veroorzaakt door insecten die gaatjes boren in de kers en er hun larven in leggen. Om bij het oogsten de geïnfecteerde kersen van de zuivere te onderscheiden, worden de pas geplukte koffiekersen in een ton met water gegoten. De kersen-met-gaatjes komen boven drijven. Ze worden verwijderd en verbrand om zeker de larven niet de kans te geven zich voort te planten.
Door de vrij intensieve en dure productiemethodes verkiezen de meeste boeren om hun koffiekersen te verkopen aan grote koffiefabrieken die ze op hun beurt verwerken volgens de wasmethode. Omdat 90% van de koffie wordt geteeld in ontwikkelingslanden, die spijtig genoeg niet genoeg geven om het milieu, wordt de goedkopere wasmethode veruit het meeste toegepast.
Eens de bonen ontdaan zijn van hun verschillende lagen volgens de droog- of de wasmethode, volgt het roosteren. Maar eerst nog dit: de lagen of pelletjes die vrijkomen via de droogmethode zijn bijproducten van de koffie en worden verkocht om … thee van te maken, thee met veel cafeïne.
Koffie en thee, hand in hand, dat wist ik niet.
De theepelletjes worden populairder met de dag zodat ze soms driemaal meer opbrengen dan koffie, het hoofdproduct. Dus schakelt men meer en meer over op de droogmethode, wat weer goed is voor het milieu.
Koffie rooster je licht (210°C), medium (222°C) of donker (235°). In alle drie de variaties gebruik je hoge temperaturen waardoor een deel van de goede eigenschappen (antioxidanten) en aroma's verloren gaan. Tijdens het roosteren voltrekken zich 7000 chemische reacties, de suikers karamelliseren en de aminozuren komen vrij.
De grote koffieketens die wereldwijd opereren moeten voor hun klanten overal dezelfde koffie (aroma) aanbieden. Ze kopen hun koffie wereldwijd op de koffiemarkt en dus van veel verschillende koffieplantages. Daardoor moeten ze de koffiebonen donker roosteren, langer en aan hogere temperaturen om de specifieke aroma's en eigenschappen van de verschillende koffiebonen uit te schakelen en dus een soort eenheidsworst te creëren. Maar dit is niet noodzakelijk slecht omdat deze koffie milder is qua smaak terwijl de zacht geroosterde bonen weliswaar meer aroma's ten toon spreiden maar daardoor een meer uitgesproken smaak hebben die niet door iedereen geapprecieerd wordt. Dus welke roostermethode je ook toepast, de persoonlijke smaak van de klant geeft de doorslag.
Algemeen kan je stellen dat de commerciële koffies van de grote ketens en de supermarkten donker geroosterd worden terwijl de speciaalzaken bij dezelfde plantages kopen maar eerder licht of medium roosteren. Want koffie bevat veel aroma's en eigenschappen en wordt beoordeeld op zoetheid, zuurheid, smaak in de mond, aroma, nasmaak en balans. Er bestaan in die sector kwaliteits- en smaak labels, uitgegeven door verenigingen van professionele proevers.
Nu een paar woorden over de economische wetmatigheden.
De boeren verkopen de koffiekersen aan de fabrieken voor gemiddeld 0,90 $ per pond; na verwerking zijn ze 3 à 4 $ per pond waard en de koffieshops kopen de koffie aan 20 $ per pond. Uit één pond koffie haal je 20 tassen die de koffieshops verkopen aan gemiddeld 3 $/EUR per kopje. Reken maar uit.
Er zijn drie verkoopkanalen:
1. Verkoop aan marktprijs (schommelt elke dag)
2. Fair Trade koffie
3. Direct Trade koffie
De Starbucks en McDonalds ketens evenals de supermarkten kopen het gros van hun koffie aan de marktprijs (goedkoopst) en een klein deel via de Fair Trade organisaties. Toch zie je hen adverteren met 'fair trade' en geven ze de indruk aan het publiek dat hun koffie eerlijk is. Maar dat is een beetje 'fake', misleidende informatie.
Gelukkig voor de boeren beïnvloedt de publieke opinie de koffiemarkt. Meer en meer 'fair trade' (eerlijke handel) en 'direct trade' (rechtstreekse handel) vinden ingang. Bij de rechtstreekse handel benaderen de koffieshops de boeren zonder tussenpersonen en kopen er hun koffie aan zeer correcte prijzen. Zo verkoopt de Finca van Richard zijn koffie aan onder meer een paar Duitse koffieshop ketens.

Tot hier een paar wetenswaardigheden over koffie.

 

Dag 19 -----Donderdag 26 januari -----Boquete - Panama City
Vandaag voert een minibusje ons naar een nabijgelegen stad David, waar we een binnenlandse vlucht nemen van één uur naar Panama City.
Terwijl Boquete, op 1.200 m hoogte gelegen, ons nog enige koelte bood, stappen we anderhalf uur later uit in het bloedhete David, gelegen in de vlakte op zeeniveau. De lokale luchthaven van David is redelijk klein maar recent en dus modern.
Panama Air brengt ons naar de hoofdstad van het land. Bij het dalen naar de tweede luchthaven van Panama City zien we duidelijk de ingang van het Panamakanaal en het sluizensyteem.
Het is opnieuw heet en ene Carlos van het reisbureau brengt ons naar het hostel met een Boliviaanse eigenaar maar met Engelse uitbaters.
Die raden ons een 'Uber taxi' aan om vanavond naar de Hard Rock Café te gaan, temidden het centrum van de hoofdstad, gekenmerkt door wolkenkrabbers, casino's en grote winkelgalerijen. In één van die galerijen bevindt zich het HRC, waarvan de originele witte T-shirts met de gele zon in de M, L en XL-maat, uitgeput zijn. Het is de tweede keer in mijn reisleven dat ik een andere T-shirt (moet) kiezen. De vorige maal was in 2002 in Queenstown, Nieuw-Zeeland, voor dezelfde reden.

Dag 20 -----Vrijdag 27 januari----- Panama City
We worden door Carlos, dezelfde zwarte medemens van gisteren, opgehaald en rijden naar het Panama kanaal, naar het uitzichtpunt aan de Miraflores sluizen.
Ik heb uitgekeken naar dit bezoek. Alles aan het Panamakanaal is legendarisch. Het is één van de beste redenen om een reis naar Centraal-Amerika te boeken. De hele wereld is afhankelijk van het project, omdat een groot deel van het intercontinentale transport er doorheen gaat.
Dagelijks varen tientallen schepen van de Caraïbische Zee via het kanaal naar de Stille Oceaan en omgekeerd. Om van de ene naar de andere kant te komen moeten ze langs verschillende smalle sluizen. In Panama zijn drie punten waar je dat kunt zien. Gatun, in het noorden aan de Caraïbische Zee, en twee in de hoofdstad Panama City, Pedro Miguel en Miraflores, aan de kant van de Stille Oceaan. We bezoeken Miraflores.
Van zodra ik het 'Welcome to the Panama Canal' bord zie, begint mijn hart sneller te slaan. Ik ben namelijk een fan van grote industriële werken en het intrigeert me tot wat mensen en technologie in staat zijn.
Carlos had ons gisteren speciaal gevraagd een kwartier eerder te vertrekken dan de afgesproken 9u deze morgen omdat er een groot containerschip ging versast worden. Na betaling van de toegang en het beklimmen van teveel trappen, komen we op niveau 1 van het immense Visitor Centre. We zien door de grote vensters een kanjer van een boot passeren en plots kunnen we niet rap genoeg op niveau 4 zijn, waar we een onbelemmerd zicht hebben op de werking van de sluizen.
Op zo'n 50 m afstand van ons uitkijkplatform zien we een mega containerschip manoeuvreren in de sluis van 305 m lang en 33,5 m breed. Het schip heeft overschot in de lengte maar in de breedte heeft het amper een halve meter speling tussen schip en beide sluismuren.
De Amerikaanse en Panamese loodsen behoren tot de best betaalden in het land maar ze zijn dan ook verantwoordelijk voor het exact passen van de boten in de sluizen. Ze nemen daarvoor het commando van het schip over van zijn kapitein, de enige plek in de wereld waar de kapitein van een schip verplicht wordt om het bevel aan een andere persoon over te laten.
We vergapen ons aan dit containerschip hetwelk we duidelijk 13 m zien stijgen in de sluis en dan zijn weg voortzet naar het volgende sluissysteem. Ook een cruiseschip en een ander, kleiner schip maken de doortocht.
Een uur is zo voorbij en Carlos maant ons aan om in het cinemagedeelte van het Visitor Centre, een kortfilm te bekijken over de geschiedenis van het kanaal: van de bouw en het verhaal erachter.
De Fransen begonnen eraan in 1880 maar slaagden niet in hun opzet door grondverschuivingen, weerbarstige natuurfenomenen, slechte financiën maar vooral door malariadoden onder de arbeiders. Eén derde van de arbeidskrachten werd op die manier geëlimineerd. Toen de Fransen de pijp aan Maarten gaven, namen de Amerikanen over in 1903. Het eerste wat ze deden waren de oorzaken van de malaria bestrijden en het design van het kanaal wijzigen met de bouw van sluissystemen in plaats van het graven van een doorgang van Oceaan tot Oceaan op zeeniveau. In 1914 werd het Panama kanaal officieel geopend.
Het kanaal is 82 km lang. De sluizen meten 305 m lang en 33,5 m breed. De tot dan toe breedste schepen meten 32,3 m en dus veel marge voor de loodsen is er niet. Ze worden geholpen door locomotieven die langs de kade met stalen kabels, de schepen mee in de sluizen helpen trekken. Er liggen twee sets sluizen naast elkaar. Sinds 1914 zijn meer dan één miljoen schepen door het kanaal gevaren, het miljoenste op 4 sept 2010.
In 2016 werd een derde set sluizen ingewijd na tien jaar infrastructuurwerken. De huidige megaschepen konden niet meer door de te nauwe sluizen van 1914, waardoor de nieuwe nu 427 m lang zijn, 55 m breed en 18,3 m diep. De capaciteit van het Panama kanaal is daardoor verdubbeld. De sluizen werken als liften die de schepen van zeeniveau 26 m hoger brengen naar het Gatun Lake en aan de andere kant 26 m lager brengen terug naar zeeniveau.
De kost om door het Panama kanaal te varen is niet min. Met uw plezierjacht zal je er vanaf zijn met 1.000 $ maar mega containerschepen betalen gemakkelijk 450.000 $ voor een passage. De kost wordt berekend per container aan boord. Ondanks deze hoge kost, varen er dagelijks zo'n 14.000 schepen door het kanaal: kleine, grote, supergrote en megagrote. In plaats van 3 weken onderweg via Kaap Hoorn, kunnen ze nu de overkant bereiken na één dag.

Hieronder het traject van zo'n mega containerschip bij de versassing in de eerste sluis aan het begin van het Panama kanaal, kant Grote Oceaan:

 

Na deze duizelingwekkende ochtend, rijden we deze namiddag naar een voormalige achterstandswijk van de hoofdstad: Casco Viejo. Maar eerst doen we een ommetje langs de Mirador dijkweg, die twee kilometer lang is en vier kleine eilandjes met elkaar verbindt. De voet- en joggingpaden zijn breder dan de autobaan zelf. Het is dus niet verwonderlijk dat we hier tientallen sportieve Panamezen hun conditie zien verbeteren. De zichten naar zowel de wachtende schepen die het Panamakanaal willen invaren als de zichten op de Baai van Panama City met zijn hoogbouw zijn spectaculair.
We keren op onze stappen terug en nemen de ringweg - op pijlers boven de Stille Oceaan - naar Casco Viejo, dat nu een trendy wijk geworden is. Tien jaar geleden ging het er hier heel anders aan toe. Gangsters zorgden voor dood en verderf en er was geen toerist die dit stadsdeel durfde te bezoeken. De gevaarlijke jongens werden uit de wijk geveegd en de oude koloniale gebouwen opgeknapt. Opmerkelijk hierbij is dat de Panamese regering de lokale inwoners subsidieerde en nog steeds subsidieert met een dubbel doel: de renovatiekost mee helpen betalen en daardoor de lokalen aanmoedigen om in de wijk te blijven wonen. De wijk heeft de status van Werelderfgoed.
We mengen ons onder de Panamezen en eten vis in één van de vele restaurantjes gelinkt aan de vismijn in deze wijk. Letterlijk, want één van de lange muren van de vismijn doet dienst als doorgeefluik van de vis aan de keukens van de eetstandjes. Maar hoe leuk het ook is om eens de lokale pot te proeven, het lawaai van de babbelende klanten en van het verkeer in combinatie met leurders, maken het niet direct een aangename plek om te vertoeven.
Na de late lunch laten we ons verloren lopen in de smalle straatjes van deze koloniale wijk met prachtig gerestaureerde gebouwen en kerkjes maar ook met nog veel gevels in de steigers. Ik vermoed dat binnen vijf à tien jaar, als de wijk volledig gerestaureerd zal zijn, dit een toeristische voltreffer wordt. Ook van hieruit zijn de zichten op de skyline van Panama City uitstekend. Het is eigenlijk zo dat je vanaf tientallen plekken in en rond de stad waanzinnige foto's kunt maken van de skyline.

Dag 21 -----Zaterdag 28 januari -----Panama City
Vandaag keren we huiswaarts. Onze vlucht is pas deze avond dus spenderen we deze ochtend in de stad. We laten ons afzetten aan de andere kant van Panama Baai en keren te voet terug langs de dijk met zicht op de Stille Oceaan. Echter geen zandstranden, maar een jachthaven met boten in het water … en afgedankte boten op een verdroogd gedeelte van de haven. Het wandelpad op de dijk is breed en geschikt voor joggers en fietsers maar spijtig genoeg vlak naast een drukke avenue.
We laten ons overhalen door de vrouwen om naar de grootste mall van de stad te gaan: Albrook Mall. We dwarsen de stad in een taxi en zien - éénmaal weg van de glamour van de wolkenkrabbers en de jachthavens - achtergestelde wijken met enge straten, armzalige woningen in vuile appartementsblokken, was die te drogen hangt op de balkons, vuiligheid langs de weg.
Maar plots verschijnt Albrook Mall en de omgeving lijkt opgeklaard.
Het is 15u als we worden opgehaald en naar de internationale luchthaven gebracht, anderhalf uur rijden.

Filmpje Panama City skyline

 

Dag 22 -----Zondag 29 januari -----Landen te Brussel
Vanwege het uurverschil landen we een dag later in Brussel alwaar Arnotaxi van zijn woord is en ons opwacht aan de Java koffiekiosk in Zaventem. Het is vandaag ook wereldkampioenschap veldrijden en tijdens de rit naar huis zien we op de iPad en de smartphone hoe Wout Van Aert naar de titel fietst, na ongelofelijk veel platte banden van zijn collega's, Mathieu Van der Poel incluis.

 

 

FOTOREEKS PANAMA