WERELD > ZUID & CENTRAAL AMERIKA > Colombië > Reisverhaal

 

 

FOTOREEKS COLOMBIE

 

 

Reisverhaal COLOMBIE Maart 2022

 


Wat voorafging …
Vrijdag 13 maart 2020:
Morgen vertrekken we. Vandaag - op mijn verjaardag - kondigt de Belgische regering strenge maatregelen aan (fase 2 van het federale rampenplan), die de facto het land op slot zetten naar analogie met Italië. Het land gaat plat op zijn buik.
Zaterdag 14 maart 2020:
Vandaag vertrekken we.
We vertrekken in volle coronacrisis op reis, gelukkig naar een land/werelddeel waar het virus nog niet echt heeft toegeslagen. Op de dag van vertrek - 14 maart 2020 - waren de Corona statistieken als volgt:

--------------Aantal --------Aantal
--------------Besmettingen -Doden
Wereldwijd:--- 143.768 ------5.394
België:-------- 559---------- 3

Maar ik lees dat meerdere landen gisterenavond hun grenzen hebben gesloten, onder meer ook in Zuid-Amerika, waaronder Peru. Pech voor de families Lieven en Tania die we drie weken later zouden ontmoeten en verder Peru intrekken. Ook Argentinië sluit de grenzen; van Colombië hebben we voorlopig geen nieuws. We raadplegen quasi voortdurend de reisadviezen van Buitenlandse Zaken.
De buurlanden van Colombië sluiten de grenzen of zetten de toeristen bij aankomst in quarantaine voor 14 dagen. Het is inmiddels late voormiddag en de eerste vragen schieten door ons hoofd: Wat doen we? Vertrekken? Zullen we kunnen terugkeren? We plegen een eerste telefoon met Riksja, ons reisbureel: Peru gaat niet door! Ondertussen bevestigt Connections, aan wie we de vliegtuigtickets gekocht hebben, dat de terugvlucht uit Lima geschrapt is. Rest nog de optie om enkel Colombië te bereizen.
Tweede telefoon met Riksja om 12u: Colombië heeft nog geen verbod afgekondigd. Jullie mogen nog reizen.
'En als we vrijwillig thuisblijven en de reis verzetten', vraag ik?
'Omdat jullie dan 'weigeren' om te reizen, wordt het aanzien als een annulatie en zullen er kosten verrekend worden. Maar als jullie de reis verplaatsen, maar niet annuleren, kan 'het misschien nog meevallen', krijg ik te horen.
We lezen op de website van Buitenlandse Zaken dat naast Peru en Argentinië, ook Ecuador zijn grenzen sluit, ook een buurland van Colombië. Panama meldt de eerste dode. We voelen nattigheid.
Maar we trekken ons nog een beetje op aan BZ die nog altijd een positief reisadvies geeft voor Colombië tenzij je uit Spanje, Italië, Frankrijk of Azië komt. Wij vallen daar dus niet onder.
Het telefonisch onderhoud gedurende dag met Riksja gaat verder. BZ lost het bericht in de media dat 'alle reizen naar het buitenland worden afgeraden'. De nattigheid die we daarnet voelden wordt steeds maar groter. Om 15u komt een telefoontje van het reisbureau: Colombië gaat niet door.
Tegelijkertijd frustratie voor de gemiste reis maar ook opluchting dat het dagje zenuwen voorbij is. Het is de eerste keer in mijn reisleven dat ik een volle valies terug mag uitpakken.
Ik sta een dag later op met een reiskater maar kijk voor alle zekerheid door het raam. Misschien zit ik toch in Zuid-Amerika. Tevergeefs.

Eén jaar later…
We hebben vorig jaar de reis met één jaar uitgesteld in de vaste overtuiging dat gans het coronagedoe zeker voorbij zou zijn. Maar wat hebben we dit virus onderschat!
Als de periode maart/april 2021 aanbreekt, moet de reis weeral uitgesteld worden. We gokken op september van dat jaar … tevergeefs want we stellen terug uit tot het voorjaar 2022. Zuid-Amerika is nog niet klaar met vaccinaties en de toeristen worden nog steeds geweigerd.

Twee jaar later …
… hebben we prijs. We kunnen vertrekken.

Intussen zijn de statistieken 'geëvolueerd' als volgt (april 2022):

-----------------Aantal -----------Aantal
-----------------Besmettingen ----Doden
Wereldwijd: -----514 miljoen-------6,24 miljoen
België: ----------4,0 miljoen-------30.815

 

NARCOS

Als 'voorbereiding' op de reis hebben we de Netflix reeks Narcos bekeken, geen natuurdocumentaire maar 30 beklijvende afleveringen over het ontstaan van Pablo Escobar's drugsimperium, de gewelddadigheden, de politiecorruptie, zijn politieke loopbaan, het Medellin drugkartel, zijn weelde in zijn meer dan 1000 panden die hij kocht en de massa geld die hij niet allemaal kon witwassen en dan maar onder de grond verstopte.
Zijn huurmoordenaars vermoordden honderden agenten want ze kregen een geldsom per flik, hij liet een vliegtuig in volle vlucht ontploffen omdat hij dacht dat de presidentskandidaat van Colombië erop zat en pleegde een (mislukte) coup waarvoor hij een communistische terreurgroep voor zijn kar had gespannen.
Spannende afleveringen voor ons maar de bittere realiteit voor de bevolking waaronder tal van doden, wezen, weduwen.

 

Prothese
'Pieeeep' maakt de metaalscanner lawaai als je bij de bagagecontrole in Zaventem door de controleboog stapt. Ik zal nu voor de rest van mijn leven geconfronteerd worden met een permanent gepiep als ik onder de scanner loop.
Ik wijs de beambte naar mijn heup: 'prothese', verklaar ik haar nader.
En blijkbaar is dit de aanleiding voor een grondige fouillering. De handen van haar inmiddels opgetrommelde mannelijke collega 'bewrijven' zowat elke vierkante cm van mijn lichaam van kop tot teen. Ondertussen vuurt hij vragen af:
'Geld in uw zakken?' Neen.
'Waar is uw riem?' In mijn koffer.
'Ik heb een prothese' en ik wijs hem nog eens naar mijn heup. Hij geeft geen kik.
'Telefoon in uw zakken?' Neen.
Dan haalt hij een soort staaf uit met een doekje op het uiteinde en toucheert mij ermee.
'Waar is uw handbagage?'. Ik wijs naar Martine want zij heeft die inmiddels al van de band gehaald.
Met datzelfde lapje gaat hij richting Martine en toucheert hij nu mijn dagrugzak. Het doekje gaat in een machine en als dat groen licht geeft, laat hij me gaan. Gans de procedure duurt vijf minuten en dat voor een stukje metaal in mijn bot.
Maar dat bederft de sfeer niet. Integendeel, de uitstraling van een luchthaven - na 2 jaar afwezigheid - slaat een brokke in mijn hoofd. Herinneringen voeren me een beetje high, als een kind die op schoolreis mag.

Papierwinkel
Nieuw is de papierwinkel die je moet meehebben op reis: kopies van vliegtuigtickets over dubbels van paspoorten tot vaccinatie certificaten plus online 'gezondheidsverklaringen' op onze smartphone (en voor alle zekerheid ook kopies op papier) die Spanje en Colombië eisen bij het binnenkomen van hun grondgebied.
Na Brussel - Madrid stappen we over op de vlucht Madrid - Bogota, waar we dezelfde dag, rekening houdend met een uurverschil van 6 uren in ons voordeel, toekomen na 10 uur vliegen.
Je weet dat alle regeltjes in een vliegtuig (rugstand zetel recht, tafeltje opgeklapt, handbagage boven in het opbergvak of onder de stoel van je voorganger opbergen, telefoon in vliegtuigstand) 'for your safety' zijn, maar na de coronapandemie hebben ze daar 'and for your health' aan toegevoegd.
Bogota is de hoofdstad van Colombië en telt 8,5 miljoen inwoners. Het ligt op een hoogvlakte tussen groene bergen op 2.640 meter en heeft daarmee eerder een koel klimaat. Het is de 3de hoogste gelegen hoofdstad van Zuid-Amerika, na La Paz (Bolivië) en Quito (Ecuador). En dat voelen we als we 's avonds om 21u de luchthaven verlaten bij een temperatuur van 12° en licht gemiezel.

 

Ciclo Ruta
We fietsen vandaag een 20-tal km met een gids op 's werelds meest uitgebreide fietspaden-netwerk. Bogota telt 350 km van gescheiden fietspaden, de Ciclo Ruta. Zou er een verband zijn tussen de investeringen in de fietsinfrastructuur en de vele uitstekende Colombiaanse renners?
We vertrekken richting afspreekpunt van de Bike Tour niet zonder water in te slaan en een lokale 'Claro' simkaart te kopen. Onderweg zien we hoe een kabelbaantje toeristen naar Bogota's meest bekende punt brengt, de Monserrate Piek met op de top een witte kerk. Die staat ook nog op ons bezoeklijstje.
Het is zondag vandaag en dus autoloze dag met veel volk op straat: wandelende families, toeristen en salsamuziek uit piepkleine cafés. De sfeer zit goed. Alle zondagen zijn trouwens verkeersvrije dagen en dan trekken de lokalen de straat op om te sporten, te fietsen of te wandelen.
We starten de fietstocht met Michael onze gids en een bont gezelschap van Amerikanen, Duitsers en Nederlanders. We rijden meteen naar de wijk La Candelaria, Bogota's oude koloniale binnenstad met 300 jaar oude gebouwen en kerken (16e - 17e eeuw) en kasseistraten. Weet dat de stad meer dan 1.000 wijken telt. We komen meteen op het belangrijkste plein van de stad aan - de Plaza de Bolivar, genoemd naar Zuid-Amerika's beroemde vrijheidsstrijder - met een schitterende kathedraal langs de ene zijde, het Parlement en het Stadhuis langs de andere zijden en het nieuwe Gerechtsgebouw aan de laatste zijde van het plein. Waarom een nieuw gerechtsgebouw? Omdat Pablo Escobar ze in 1985 opgeblazen heeft in zijn drugsoorlog tegen de machtshebbers en de politieke klasse.
Verder rijden we langs pittoreske pleintjes met witgekalkte kerkjes in die typische Spaanse stijl met de klokken zichtbaar in de toren en nog veel andere door onze gids besproken gebouwen, graffiti straatkunst, levendige pleinen en pleintjes en musea. Maar ik ga jullie niet lastig vallen met een opsomming.

Lulo en cocabladen
We fietsen naar een overdekte fruitmarkt waar de gids zowaar een proeverij organiseert van de gekste, exotische fruitsoorten. Namen waar ik nog nooit van heb gehoord. Maar allemaal lekker. We eten lulo, lepelen een soort brij uit de grote Guava vrucht met yoghurtsmaak. De avocado's en de druiven zijn driemaal groter dan wat wij in de winkel kopen. Tomate de Arbol heeft de vorm en de kleur van een tomaat maar is integendeel heerlijk fruit. Vruchten in alle kleuren, grootte, gebobbeld of met corona-achtige uitsteeksels of met een caoutchou pelle. Het tropische klimaat van het land brengt al dit lekkers voort.
Hetzelfde geldt voor de vele soorten bloemen. Colombië is een grote exporteur van bloemen. Veel bloemen en planten gebruiken ze voor medische doeleinden zoals coca bladen tegen hoogteziekte, goudsbloem (Calendula) tegen jeuk. En iedere inwoner mag tot 20 coca plantjes in zijn hof kweken.
Minder leuke taferelen zien we in het grootste stadspark. Daar huizen onder grijsplastieken vellen en in erbarmelijke omstandigheden inheemse indianen, vermoord of verjaagd uit hun streken door de drugsbaronnen en naar de hoofdstad getrokken om aandacht te vragen.

Goe besneukeld
Michael blijft verder ratelen over zijn land waar hij zo fier op is. Zijn rateltempo doet vermoeden dat de man toch een vorm van ADHD heeft. Vele uitspraken over het land, de bevolking, de politiek bevestigen zijn oneliner 'that nothing happens in Colombië as planned'.
Botero is Colombië's bekendste kunstenaar en in de stad en zijn parken prijken overal sculpturen van de man. We rijden verder en bezoeken één van de vele koffiebranderijen in de stad. We mogen een geroosterde boon proeven en kapot bijten in onze mond. We zouden er drie smaken moeten in herkennen, maar ik smaak weinig. Tot mijn verbazing vertelt de gids daar dat de koffie die je in het land drinkt van slechte kwaliteit is.
'95% van de hoge en medium kwaliteitskoffie wordt uitgevoerd', vertelt hij ons. Daardoor blijft de minderwaardige kwaliteit over en bovendien voeren ze goedkope Braziliaanse koffie in om de binnenlandse behoefte te dekken. Ik kan mijn oren niet geloven. Het land zet alles op de export.
We rijden, op vraag van Michael, gegroepeerd door de arme Santa Fe wijk waar de daklozen aan hun cocaïne pijpen lurken en we tijdens het passeren e.e.a. naar ons hoofd geslingerd krijgen. Aansluitend rijden we door de rosse buurt waar ons vooral de enorme borsten van de tippelende hoertjes opvallen: goe besneukeld van huren en puuten en om ter dikst.
Doorheen de stad zien we veel politie en zelfs gewapende veiligheidsmensen. Het leger bewaakt op deze verkiezingsdag de voornaamste gebouwen. Het zijn belangrijke verkiezingen, vertelde gisteren ons de chauffeur onderweg van de luchthaven naar het hotel. Er wordt een volledig parlement en president gekozen, de eerste regering na deze die met de FARC vrede sloot in 2016.
Eens buiten de autoloze zone van de stad is het continu opletten geblazen want we ondervinden moeilijkheden in deze chaotische stad met redelijk ongedisciplineerde fietsers en autochauffeurs. Kijk liever een keer te veel naar links en rechts bij het oversteken want ze komen van alle kanten en de fietser/voetganger staat het laagst in de hiërarchie.
Op het laatste stuk richting het historische centrum in de wijk Candelaria zien we meer volk dan mensen. En dat is het moment voor Michael om zijn oerschreeuw te laten horen aan eenieder die op de fietsstroken in de weg loopt. Al zwenselend tussen de mensen doet hij het lawaai van een brandalarm na en die mensen verschieten, maar zien er wel de grap van in. En als ze niet onmiddellijk uit de weg gaan, geeft hij hen een duwtje of steekt hij na de brul een preek af. Toch een speciaal manneken, die Michael.
De toer eindigt waar we begonnen zijn: in het geweldige historische centrum van Bogota op het grote plein voor de kathedraal.
In het fietslokaal van de toerorganisator heeft Michael nog een laatste verrassing in petto. We spelen een spel tejo tegen elkaar, een soort stekstuiveren. Met een metalen schijfje van een goeie halve kilo zwaar moeten we vanop een afstand van ongeveer 10 m, klof in 't midden - de bull's eye - raken van een ronde grote schijf van kleigrond. Martine is de beste van de ganse groep. Ze smijt tweemaal in de roos en wint glansrijk. Misschien een nieuwe hobby?

Monserrate Berg
We stappen van het fietslokaal meteen door naar de voet van hét symbool van de stad: de Cerro Monserrate, waar we de kabellift nemen. Onderweg is het wel opletten voor hondenstronten, levensgevaarlijke kleine en grote putten in de voetpaden.
Bogota ligt al op 2.640 m hoogte en boven komen we aan op 3.170 m. Het is net te bewolkt om een klaar zicht te hebben op een onmetelijke metropool, ongeordend volgebouwd tot op de berghellingen met hier en daar een wolkenkrabber. Ik kan gerust geloven dat de stad meer dan 8 miljoen zielen telt, verdeeld over 1.000 wijken. En dan te bedenken dat we eigenlijk maar 2/3 van de stad zien. Langs de andere kant kijken we op prachtige groene bergen. Op de top staat een witte kerk en even verder - net als in Rio - een megagroot wit Christusbeeld die over de stad uitkijkt/waakt.
Een taxi brengt ons terug naar de centrale marktplaats. Gedurende de rit toont de taximeter niet de prijs maar de afstand. Aan het eind wordt het tarief berekend aan de hand van het aantal gereden km's. We betalen omgerekend 2 €: praktisch en goedkoop. Op de markt dompelen we ons onder in de drukke winkel-wandelstraat, daar waar Michael zijn oerschreeuw liet gelden … maar desondanks blijven de fietspaden overspoeld door wandelaars.
En ja, slecht nieuws: de HRC Bogota is spijtig genoeg permanent gesloten wegens de coronacrisis.

 

Rotte weginfrastructuur
Stipt om 7u15 stapt de chauffeur van het reisbureau uit zijn SUV en brengt ons naar het busstation van Bogota. Het is druk in Bogota. Wat een contrast met de autovrije zondag gisteren.
Bogota heeft geen metro maar wel een bussysteem die de metro vervangt. De 3-ledige bussen rijden in aparte beddingen en hebben dus geen last van de stadsfiles. Ze zouden per dag 2,5 miljoen mensen vervoeren, lees ik. Verder loopt het Ciclo Ruta fietsnetwerk langs de grote verkeersaders. Een pak lokalen neemt de fiets naar zijn werk.
We arriveren na een half uur aan het enige, megagrote busstation in Bogota. Het reuzengebouw lijkt wel een luchthaven en vier 'terminals' verdelen de bussen volgens de windstreek. Het is een verzorgd gebouw met alle mogelijke diensten die je mag verwachten. Wij moeten de noordkant uit maar pinnen eerst wat contant geld en kopen een broodje voor op de bus. Tijdens onze verkenningstocht door de enorme hallen zien en horen we een zagend schreiende baby. Geen probleem vindt de moeder en snokke die T-shirt naar beneden en de kleinen aan de borst. Gewoon al staand met honderd man rondom haar.
Om 8u45 vertrekt de lijnbus naar het 200 km verder gelegen Villa de Leyva. Het duurt een uur vooraleer hij uit het fileleed in de stad verlost is. En wat we gisteren al ervaarden met de fiets wordt hier bevestigd: het wegenpark van de stad is in erbarmelijke staat. Je vindt er geen gladde asfaltstroken want alle banen zijn van beton en de betonstroken liggen er allemaal gebroken bij. Het wordt beter op de autostrade, éénmaal buiten de stad.
Onderweg wijzigt de hoge Andes naar tussengebergte. Ik zie 'tamme' koeien. De beesten grazen op de (zeer) wijde middenbermen van de autostrade, zonder afspanning. Het verkeer lijkt hen niet te deren. Stel u voor dat zo'n beest plots beslist om over te steken.
Ongeveer halverwege verlaten we de autosnelweg. Denk nu niet dat je dan gewoon een afrit neemt. Doe je dat, dan blijf je langs de afgeslagen kant van de autostrade want er zijn geen bruggen of tunnels die je naar de overzijde voeren. Die zijn er enkel in de steden. In deze landelijke streken kan je niet zomaar naar de overzijde van de autosnelweg. Je moet als lokale bewoner of als autobestuurder gebruik maken van het systeem van 'retornos'. Dit zijn U-bochten die over de middenberm aangelegd zijn - ik schat om de 5 à 10 km - en die u toelaten in te schuiven op de tegenovergestelde rijrichting. Zo ook voor onze buschauffeur die in de ene richting rijdt, een U-bocht neemt en dan terugrijdt langs de andere kant van de autostrade om dan de afrit naar onze bestemming te nemen.
In het binnenland vallen de honderden serres op - niet uit glas maar uit plastiek - verspreid in de valleien en op de berghellingen. Daar kweken ze 's lands exotische fruitsoorten maar vooral hun tomate de arbol of boomtomaat. Wij beschouwen de tomaat meer als een groente, de Colombianen als een fruitsoort (wat de tomaat technisch gezien ook is).

Villa de Leyva
Na 4,5 uren rijden we Villa de Leyva binnen. Dit landelijk koloniaal stadje op 2.140 m hoogte midden in een decor van groene bergen, is een van de meest fotogenieke plaatsen. We verkennen het dorp langs kasseibaantjes en witgekalkte tweeverdiep-huizen tot aan de Plaza Mayor, met zijn 120 m op 120 m het grootste plein van Colombië en meteen dé toeristische trekpleister. Het plein is betegeld met plavoasters van kasseien. Het zijn ongelijke, grote en afgeplatte rotsstenen. Het plein is omringd met 300 jaar oude, witte herenhuizen-met-houten-balkonnetjes en de obligate kerk. Er heerst een rustige ambiance maar het authentieke karakter vermindert wat door een overtal aan horecazaken en winkeltjes verscholen in en achter de witte muren.
Achter die gevels lopen de binnentuinen van de cafés in elkaar in een soort doolhof. Je zoekt een tafeltje, je wordt bediend maar het is niet zeker dat je in dezelfde café zit die je daarnet bent binnengestapt.
We avondeten in The Happy Monkey waar we de richtlijnen - 'a meal without wine is called a breakfast' - van het etablissement volgen en wijn drinken bij het eten.

Kashmir
We slenteren na het eten over het enorme plein en dat is een uitdaging. De kasseien zijn er waarschijnlijk van ver ingesmeten. Het blijft opletten om uw enkels niet te breken op de hobbelige, afgesleten rotsstenen. Dus neemt zowat iedereen het voetpad rondom het plein.
Het is rustig. Het toerisme moet nog duidelijk op gang komen. De meeste restaurantjes zien geen volk. De bedienden staan buiten aan de deur en hun blikken smeken om binnen te komen. Ge vraagt je soms af hoe die mensen hun brood verdienen.

TWEE ROCKCAFEETJES

We wandelen het plein rond en plots hoor ik Kashmir van Led Zeppelin vanuit een deur in de witte geveltjes. Binnen fracties van seconden stappen we het cafeetje binnen. Twee tv-schermen tonen live optredens van classic rock muziek. Na Zep volgen Pink Floyd, Rolling Stones, Queen, Metallica, enz. Het is een kwaliteitscafé want er staan Belgische bieren op de lijst. Martine kiest een Liefmans kriekbiertje van 'fruta roja'. We zien de ober zoeken in zijn ijskast, hij verschuift flessen bier maar komt melden dat hij de Liefmans niet vindt. Het wordt een koffie met Bailey's.
Ik luister vooral naar de muziek terwijl Martine de ober in de gaten houdt. Ze ziet hem achter de toog het teveel aan gemaakte cocktails zelf uitdrinken. En hij tsjoest de druppels weg van de dop van de zoete likeurflessen die hij gebruikt in zijn cocktails. Rare kwiebus in één van de weinige cafés met volk.
Het gebouwtje ernaast is ook een muziekcafé met hetzelfde rockthema. We zien en horen vanop de stoep dezelfde livebanden op de tv-schermen. Waarschijnlijk, in een poging van goed nabuurschap, hebben ze elkaars dvd's gekopieerd. Daar zien we ook een poster hangen van Led Zeppelin in hun jonge dagen, compleet volgens de mode van eind de jaren zestig met baarden en lang haar. Waar onze moeders ons destijds voor waarschuwden want dat was tuig die niet werkte en ketelmuziek maakte …


Colombian Highlands
De jetlag speelt ons nog altijd parten. Om 7u lopen we al rond in de straatjes van Leyva waar we ontbijten in een van de vele tentjes.
We kiezen een trekking uit de Lonely Planet maar als we naar het startpunt wandelen, 1,2 km uit het centrum, weet een kerel ons daar te vertellen dat het pad gesloten is wegens privaat eigendom. We wandelen terug naar af en kiezen voor een alternatief: startend vanaf de Plaza Mayor rechtdoor haaks op het plein, uit de stad en in de Colombian Highlands naar het Christusbeeld dat met open armen waakt over de stad. Ik vermoed dat ieder stadje zijn eigen Christusbeeld heeft op de top van een omringende heuvel naar analogie met Bogota en als uiting van hun katholiek geloof. Het Christusbeeld is altijd wit geschilderd, met de armen gespreid en uitkijkend over de stad.
We passeren een niet onderhouden atletiekpiste tot aan de start van de trek waar de bebossing begint. Het eerste half uur klauteren we door een soort exotisch sparrenbos en daarna tussen struikgewas om uiteindelijk de boomgrens te bereiken. We zien Christus' standbeeld in de verte maar omdat we vanuit ons punt een magnifiek zicht hebben op Villa de Leyva en wegens de steilte van de klauterpartij waarbij we handen en voeten moeten gebruiken, besluiten we om hier wat te rusten en terug te keren.
De afdaling is schier lastiger dan de klim omdat het pad, bezaaid met gladde rotsblokken en door water uitgewassen greppels, een soort glijbaan is. Als we de atletiekpiste naderen, weten we dat een terrasje niet meer veraf is.


San Gil - La Tierra de Aventura
Paulina is stipt op de afspraak als ze ons ophaalt aan het hotel. We rijden vandaag naar het 165 km verder gelegen San Gil en ze doet daar … 4 uren over. Niet dat ze traag rijdt, maar ze wordt op de provinciale wegen geplaagd door voortdurend op en af met veel draaien en keren en veel vrachtwagens. We rijden inderdaad in/over/door berg en dal, gekend als de Colombian Highlands, een soort tussengebergte in de Andesketen. Zoals het een tropisch land past, is groen de overheersende kleur enkel belaagd door het wit van de wolken die blijven haperen aan de bergtoppen. Soms vragen we ons af of we besneeuwde pieken zien of wolkensluiers. Het is dat laatste.
Colombië als fruitland doet zijn eer aan want de plastieken serres met hun boomtomaten 'sieren' ook hier de valleien en de berghellingen.
Rond de middag zet Paulina ons af aan het hotel in San Gil. Het stadje ligt op 1.110 m hoogte, dus zijn we al meer dan 1.500 m gezakt en dat voelen we aan de temperatuur. We verkennen de wijk en botsen op een modern winkelcentrum, gebouwd tegen de berghelling. Vanaf het terrasplatform van het winkelcentrum kijken we uit op San Gil die in twee gereten wordt door de Fonce rivier. Het moet gezegd: het is een lelijke stad die we zien langs de overkant van de rivier. Huizen en appartementsgebouwen lijken kriskras door elkaar gebouwd en enkel de kathedraal met zijn groen plein ervoor, is de moeite waard.
San Gil is dan ook geen bezoekstad maar profileert zich als dé outdoor en avontuur hoofdstad van het land. Het is een typische adrenaline streek met extreme sporten in een decor van steile bergen en dus diepe canyons, krachtige watervallen, tal van grottenstelsels en snelstromende rivieren. En dat laatste maakt dat raften een van de populairste activiteiten is in de regio naast paragliden, rapellen, speleologie, wandelen, mountainbiken en canyoning. Vandaar San Gil's motto: La Tierra de Aventura (Het Land van het Avontuur).
We kiezen voor de raft morgen, de rest van de extreme sporten laten we over aan de ietwat jongere generatie.

 

Raften op de Rio Fonce
In tegenstelling tot de vorige keren is de chauffeur van het raftkantoor, die ons om 9u moet komen ophalen, niet op tijd. Na het academisch kwartierken laat ik het hotel bellen. Zijn ze ons vergeten of komt het niet goed uit, in alle geval komt er ons zo'n geel taxietje ophalen en voert ons naar het raftbureau.
Daar ontmoeten we de crew, ééntalig Spaans.
'Inglese?', vraag ik in mijn beste Spaans.
'Pequino', antwoordt de kerel en dan weet je dat ze nougatballen Engels spreken.
We zijn de enige twee klanten en we worden in een aftandse wagen naar het startpunt gebracht door een gepensioneerde chauffeur, de gids die nog minder Engels spreekt dan zijn collega en wij. Gelukkig is het maar een halfuurtje ver. En nu volgt de veiligheidsbriefing … in het Spaans, met handen en voeten, met horten en stoten, met vallen en opstaan. Geen Google vertaalapp want onze telefoon hebben we achtergelaten in hun kantoor. Gelukkig is het niet onze eerste rafting en weten we min of meer wat mag en kan en hoe ons te gedragen.
We zetten de helm op, trekken het zwemvest aan en stappen in een smalle zodiak rubberboot op de Fonce rivier.
We duwen ons af en hebben na amper 100 m al af te rekenen met een harde stroomversnelling klasse 3 (er zijn 5 klassen; wij doen het deel van de rivier met klasse 1 tot 3, van kabbelend naar serieus).
En dan kletse, Martine en de gids vallen mee ulder klieken en klakken in het water door een hoge golf die over ons bootje slaat. Ik kan mijn evenwicht behouden en in de boot blijven en zit daar plots alleen in een (stuurloze) rubberboot en zie Martine grabbelen naar de zijkant. Ook de gids komt aangezwommen, trekt zich in de boot en trekt dan ook Martine overkant. Is me dat een adrenalinestart. De gids slaakt een soort overwinningskreet - genre Michael uit Bogota - en we peddelen verder. Een eindje verder vissen we de schoen van de redder uit het water. Hij had open crocs aan in plaats van gesloten schoenen, dus tegen alle regels in, de kilo. Ons hartritme komt terug normaal. We zijn mesnat maar in deze tropische temperaturen geeft dat niet.
'How deep is the river', vraag ik?
'Que?'
'Combien de metros' in mijn beste Vlaams-Spaans, terzelfdertijd wijzend met de vinger naar beneden.
'Tres metros', antwoordt hij.
Volgens de gids bereikt in deze periode van het jaar de rivier zijn hoogste peil (nivel mas alto). Er zit inderdaad veel scheute op het water. We glijden verder op de vrij brede rivier waar de bomen groeien tot aan de oever en de takken over het water hangen.
Alle volgende stroomversnellingen zijn minder erg dan die ganse eerste en niemand valt nog in het water. Na 11 km stroomafwaarts en anderhalf uur varen, zit de tocht erop.
In het primitieve (open) douchezaaltje achter hun kantoor, drogen we ons af en verversen we met de meegebrachte droge kleren.

Bomen met baarden
We wandelen deze namiddag naar het natuurpark El Gallineral aan de oevers van de Fonce rivier en die we deze voormiddag voorbij gevaren zijn. We lopen door een jungleachtig bos, over paden en brugjes. Bijna alle 2000 bomen in dit 4 ha klein stadspark vertonen - hoe moet ik het zeggen - triepen of slierten mos die aan de takken hangen en zilverkleurige linten vormen tussen de bladeren. Het is een indringer die het zonlicht tegenhoudt en uiteindelijk de boom versmacht. Deze parasietplant noemt men hier de Baard van de Oude Man (The Old Man's Beard). In de lente bloeit er een soort orchidee op de plant. Het park ligt geprangd tussen de Rio Fonce en een zijrivier.
Net buiten het park, op onze terugweg naar het centrum van het stadje, verschieten we ons een bult. Op het voetpad wandelt voor ons een leguaan, zeker een meter lang, groen van kleur met zo'n lelijke pokkenkop met stekels en met bovenop een soort hanenkam. De staart van het gedrocht is dubbel zo lang als zijn lijf. Maar als we wat dichterbij komen, sluipt hij weg in het struikgewas.

Betalen met Bitcoin
Van al die activiteiten vandaag, krijgt een mens dorst en wordt een stoel onder het gat ook gewaardeerd, liefst met een kussentje. Daarom trekken we naar het centrum waar we Gringo Mike's café binnenstappen, niet ver van de kathedraal, de enige plek in San Gil het bezoeken waard.
We zitten in de achtertuin van het etablissement uitgebaat door Colombianen die goed Engels spreken, een rariteit in deze streken. Martine drinkt zowaar een biertje: een Coronita of een baby-Corona van 20 cl. Ik verkies om de lokale pils te proeven. Er zijn twee nationale merken: Poker en Aguila. Het wordt een Aguila. We zien aan de kassa een plakkaat hangen dat we ook met bitcoins mogen betalen … Ik hou het toch maar op de Colombiaanse Peso (COP). Het rondje kost ons omgerekend 2,5 € (of 0,0000625 bitcoins). Het is duidelijk dat na een week in het land, spijs en drank zowat de helft kosten in vergelijking met België.
Gringo Mike zijn café ligt waarschijnlijk in het steilste straatje van San Gil. Per fiets? Mogelijks op een koffiemolen-verzetje of je bent van het kaliber van Pogacar en Van Aert. Ik herinner me de met bloemen afgeboorde zig zag Lombard Street in San Francisco en de steilste straat in Dunedin, Nieuw-Zeeland. Maar deze is minstens even steil en gaat gewoon rechtdoor de hoogte in.
Terug in ons hotel stuikt er net een tweede koppel toe en ze krijgen de kamer naast ons toegewezen. Na een kwartiertje horen we plots 'bedgeluiden' door de muur. Die kerel was waarschijnlijk getieketekt om …


STRATEN EN HUISNUMMERS

De juiste straat vinden in de Colombiaanse steden is niet moeilijk want de straten hebben een schaakbordpatroon of gridvorm. Carreras zijn de straten in noord-zuid richting en haaks daarop liggen de Calles in oost-west richting. Carreras en Calles (uitgesproken als Ka-jé) hebben over het algemeen geen naam, maar een nummer.
Maar het juiste huis vinden in de straat is een ander paar mouwen. De huisnummering is gebaseerd op afstanden tot de eerstvolgende hoek. Een huisadres als Calle 42 # 15-34 betekent dat het huis is gelegen in Ka-jé 42, 34 meter verwijderd van de hoek met Carrera 15 (in de richting van Carrera 16). Als facteur moet ge uw meter bij hebben.
Er zijn soms ook straten die schuin lopen ten opzichte van de Carrerras en de Calles: de Diagonales of Transversales. Daar ken ik de juiste huisnummer theorie niet van.


Barichara
Voor de tweede opeenvolgende morgen worden we gewekt door salsamuziek vanuit een naburig pand.
Een typische dagtrip vanuit San Gil is de bustocht naar Barichara, een must-see dorpje volgens de reisboekskes. Rond 8u wandelen we met onze dagrugzak naar de lokale busterminal (Terminalito = kleine terminal; alles met achtervoegsel -ito is een verkleinwoordje in het Spaans) waar we twee busticketjes kopen. Om het half uur vertrekt er een bus dus we moeten niet lang wachten vooraleer de buschauffeur zich uit het stadsverkeer wurmt - altijd het gevaarlijkste deel - en de klim aanvangt naar Barichara op 1.336 m hoogte. We zijn de enige passagiers in een klein publiek busje waar ongeveer 20 mensen in kunnen. We zien veel wielertoeristen en mountainbikers die ook de 22 klimmende km afleggen naar het bergstadje. We hebben prachtige zichten op de brede Chicamocha Canyon, een landschap van droge bergen met de gelijknamige rivier aan hun voeten. Na driekwartiers arriveren we op het centrale plein van Barichara waar we voor 1 euro een tuktuk nemen naar ons hotel.
We starten ons wandelbezoek en stappen naar het hoogste punt van het stadje, naar het Park Para las Artes aan de rand van het stadje waar we een overweldigend uitzicht hebben op het omliggend gebergte en daartussen een brede vallei. Er hangt spijtig genoeg een warmtemist waardoor het zicht een beetje floe is. We dalen af langs de valleirand en weten al waar we vanavond zullen eten. Een restaurant heeft een kiosk-met-uitzicht gebouwd die over de valleirand hangt.
Verder beneden bezoeken we het kerkhof. Het is een van de meest merkwaardige kerkhoven die we al gezien hebben. De teksten op en rond de graftombes zijn in steen gebeiteld. Meestal vergezelt een persoonlijk attribuut, die de dode dierbaar was, het graf: gitaar, banjo, hoed en zelfs een kruiwagen. Eén graf is versierd met een levensgroot gebeeldhouwd beeld van de overledene. De man is vorig jaar gestorven en werd 82 jr., lezen we op de tombe.
We wandelen verder langs de zeer smalle, geplaveide straten met de witgekalkte huizen en hun rode pannendaken, tot aan de kathedraal, een kerk met twee torens èn een koepel. Net als in San Gil ligt er een park voor de kerk. Ook hier hebben de Spanjaarden 300 jaar geleden een en ander gebouwd in diezelfde Spaans-Moorse bouwstijl. Ze hebben dat overigens in gans Zuid-Amerika gedaan (m.u.v. Brazilië, dat was een Portugese kolonie). En alles is zo goed onderhouden - door het statuut van Nationaal Beschermd Monument - dat het lijkt alsof ze gisteren gebouwd zijn.
We stappen richting de Casa de Papel, niet het decor van de Netflix serie, maar een papierfabriekje waar papier gemaakt wordt van de ficusvezel op ambachtelijke wijze. De mensen daar geven rondleidingen … in het Spaans. We bedanken.
En zo hebben we het stadje volledig afgetorten. Barichara geeft een ingeslapen gevoel en het is relax rondwandelen in de straatjes en pleintjes met typische kerkjes. In vergelijking met Villa de Leyva, dat andere koloniale stadje van eergisteren, is deze ne slag pittoresker en rustiger, minder toeristisch. We begrijpen dat dit één van de mooiste dorpen is van het land. Reden waarom hier veel series en films werden opgenomen.
Tijd om terug te keren naar ons startpunt van deze morgen, dus klimmen we naar het hoogste punt waar we de zon zien ondergaan in de vallei.

 

Terug naar af
We nemen deze morgen afscheid van de uiterst sympathieke uitbaters van ons hotelletje en dalen af naar het busstation aan het centraal park voor de kathedraal. Een lichte vrachtwagen rijdt onze richting uit. We zien de medepassagier met een koord aan een bel/klok trekken om de buurt te verwittigen dat ze er aankomen. Het laadvlak staat volgepropt met gasflessen. Die worden dus blijkbaar aan huis afgeleverd.
Even verderop staat een medemens nogal luidruchtig in/tegen zijn telefoon te spreken. Voor zover we het kunnen verstaan belijdt hij zijn geloof of maant hij zijn geloofsvolgers aan. Waarschijnlijk zet hij dan zijn geloofsboodschap op sociale media.
We kopen twee bustickets naar San Gil waar we terug in de Terminalito gedropt worden. Deze wijk van San Gil is hectisch druk met te veel auto's en brommers die de smalle straten niet aankunnen. Maar éénmaal over de voetgangersbrug naar de andere kant van de Fonce rivier is het veel kalmer.
We halen onze bagage op, nemen afscheid van de uitbaatster van het hotel wiens 4-jarig dochtertje naar Pippa Pig kijkt op TV, dezelfde kinderreeks als bij ons. We nemen een taxi naar de grote busterminal van de stad waar onze bus naar Bogota zal vertrekken. We keren dus terug naar af.
We zitten in een comfortabele bus met zachte relax zetels en voldoende beenruimte. Dat is nodig want de rit naar het 360 km verder gelegen Bogota duurt 8 uren. De gemiddelde snelheid ligt laag wegens de kleinere provinciale baantjes, kronkelend door het Andes tussengebergte waar geen km rechte weg te bespeuren valt. En de clou is dat er om de zoveel km tol betaald wordt en dit voor slecht onderhouden wegen. Dat zou bij ons in België leiden tot marsen op Brussel.
Kort na de middag stopt de buschauffeur aan een wegrestaurant voor een pieske en een kakske en om iets te eten. Een horde 'noteerders' wacht de busladingen mensen op, noteren wat ze wensen te eten en stormen met hun papiertje/bestelling naar de keuken om na 10 minuten uw klaargemaakte warme maaltijd te leveren aan uw tafeltje. Smakelijk.
Het donkert als we na drie langspeelfilms en een overdosis salsamuziek van lokale sterren Bogota binnenrijden waar de kronkelende provinciale banen vervangen worden door nog slechter onderhouden stadsbanen.
Marco, dezelfde gids van een week terug op de luchthaven, wacht ons op. Op de terugweg naar ons hotel vertelt hij over de verkiezingen, over de flexibiliteit die zijn job vereist inclusief het werken op weekends en het steeds paraat staan voor de toeristen. Ik vraag hem of zijn gezin daar niet onder lijdt.
'I am not married', zegt hij,
'Too many beautiful women in Colombia', voegt hij er fijntjes aan toe.
Ik denk dat deze adonis een liederlijk leven leidt en net zoals onze maat in San Gil getieketekt is om …

 

Zondagsmarkt in Bogota
Onze vlucht vandaag naar de volgende bestemming vertrekt pas laat in de namiddag, dus gebruiken we de halve dag Bogota om op 't gemakske te wandelen naar de kathedraal op de centrale Plaza de Bolivar. Het is zondag en we zijn exact één week op stap en het is - zoals alle zondagen - autovrij in het centrum van de stad.
Plots trekt Martine aan mijn mouw.
'Kijk een marktje'.
Ik voel de blijdschap en een portie onderdrukte spanning in haar stem.


MARKTJES

Waarom hebben lokale marktjes zo'n invloed op vrouwen? En ja, op sommige mannen ook natuurlijk. Willen ze alle mogelijke producten eens zien en voelen? Is het de sfeer of willen ze een uniek product/cadeau ontdekken? Misschien de slag van hun leven slaan.
Wie zal het zeggen. Feit is dat de gelukzaligheid zo van hun gezicht stroomt. En er komt geen einde aan de zondagsmarkt zover het oog reikt. Dit wordt waarschijnlijk een van de beste halve dagen van de reis.

WIE ZIJN ZE?
Maar wie baat al die kraampjes uit? Ik zie jong en oud. Ik zie alternatievelingen, mannen met reggae petten op, tattoovrije lijven, overvolle tattoolijven, met veel gepiercet ijzerwerk of net niet. Ik zie daklozen die leven uit hun winkelkar en die zakken met producten meesleuren, de zak uitschudden op de stoep en hun spullen trachten te verkopen. Ik zie hippies, inheemsen en gezinnen die rommel van hun zolder gehaald hebben.
Allemaal willen ze een cent bijverdienen.

WAT VERKOPEN ZE?
Ik mag niet zeggen dat ze alles verkopen, maar toch veel. Honderden dingetjes, prullaria, kledij, voeding, fietsonderdelen, oorringen, halskettingen, vlechtwerkjes, schilderijen. Ik zie rommel, oude iPads en iPhones met gebroken schermen - wie koopt dat in godsnaam - versleten elektrische materialen zoals haardrogers, boeken, schoenen, siliconenspuiten. Kortom, alles wat niet te groot en te zwaar is.
Veel gebruikte en versleten dingen worden aangeboden. Dat kan op een tafel, op de grond of op bakken. Martine bekijkt en betast honderden oorringetjes, armbandjes en kettingetjes. Ik stop aan de fietsmaker die tussen de standjes velo's repareert en tandwielen, binnenbanden en kettingen verkoopt. We zien ook mooie en originele werkstukken zoals de ijzerdraad vlechtwerkjes.
Je kan een ritje op de rug van een lama maken of bij een groep stoere bikers - types waar je liever tegen eet dan vecht - op één van hun customized moto's zitten tegen betaling.

De Uber Eats en Deliveroo jongens rijden rond met een soort solexfietsen, geen elektrische fietsen maar fietsen met een brandstofmoteurken.
De 'magie' van Bogota's zondagsmarkt zou ons nog doen vergeten om even binnen te wippen in de mooiste kathedraal van 't stad, op het Bolivar Plein. De deuren staan open en we stappen binnen. Het is altijd speciaal om grote en kleine kerken te bezichtigen vanwege de sfeer, de gelovige medemensen die bidden, het interieur, de glasramen en … de lokalen die met hun fiets aan de hand even binnenspringen, een kruisteken maken en dan verder rijden.

Een lastige hotelmanager
Het is tijd om naar de luchthaven te vertrekken voor onze vlucht naar Neiva. Het is druk in Terminal 1 van de Bogota luchthaven waar de binnenlandse vluchten plaats vinden. We hebben gisteren online ingecheckt en dus denken we in orde te zijn. Dat is buiten de Colombianen gerekend. We schuiven aan bij de check-in balie maar worden teruggestuurd omdat we de Self Check-in moeten doen.
'But we have checked in online', leg ik uit.
'You must print yourself the bagage tags', legt de meneer van Avianca - de luchtvaatmaatschappij waarmee we vliegen - me uit in zijn beste Engels.
Het is de bedoeling dat we aan de check-in machines onze bagage identificatiestrip uitprinten en daarmee onze bagage presenteren aan de 'bagage drop off' balie. De meneer van Avianca ziet een brokke vertwijfeling in onze ogen en stuurt ons naar een balie die voor ons de strips uitprint. Met dank aan de baliebediende spoeden we ons naar de douanecontrole waar een massa volk zijn weg tracht te vinden. Toch gaat het vrij vlot, in die mate dat de scanmachine zelfs niet piept bij mij, ondanks mijn prothese. De toestellen staan blijkbaar niet al te scherp ingesteld.
We stijgen op van een regenachtig Bogota en landen in tropisch Neiva. Het uitstappen is speciaal: het stewardesken roept om dat eerst de rechterrij mag uitstappen en dan pas de passagiers op de linkerrij. Het is de eerste keer in mijn vliegcarriere dat ik die procedure meemaak. De reden is corona, informeer ik mij achteraf. De overheid wil gekrioel en gewriemel van mensen zoveel mogelijk vermijden. Als het onze beurt is en we het vliegtuig uitstappen, overvalt ons een loden hitte.
De taxi zet ons af aan het hotel. De bediende vraagt onze paspoorten en wil ons inchecken. Hij herkent onze namen niet en zegt dat we niet in zijn systeem staan. Hij belt zijn manager die blijkt te zeggen dat we onze overnachting moeten betalen. Ik sommeer hem om onze contactpersoon van het reisbureau in Colombië te bellen. Maar ook Juliana, de lokale vertegenwoordiger van ons reisbureau, kan hem blijkbaar niet overtuigen. Hij belt terug zijn manager en die blijft bij zijn standpunt: we moeten betalen. Ik vraag de bediende, een nerd van het slome type die enkel Spaans spreekt, opnieuw Juliana te bellen en mij de telefoon door te geven. Zij verzekert me om niet te betalen want zij hebben reeds betaald aan het hotel.
Om een lang verhaal kort te maken en na verschillende telefoons over en 't were met de bediende, de manager en Juliana, krijgen we na een uur overleg een kamer toegewezen. En omdat er geen woord Engels gesproken wordt, verloopt de communicatie stroef. Maar goed, zulke dingen gebeuren soms en zijn niet erg. Alles komt uiteindelijk goed.

Zwoele nacht en ladyboy
We verwachten niet veel van het provinciaal stadje Neiva die zelfs in de Lonely Planet niet wordt vermeld. Het is dan ook maar een slaapstadje als overgang naar morgen.
We vragen de weg naar het centrum aan de hotelbediende, die nerd die volgens Martine niet van ne hoaze gepoept es, en begeven ons op weg. We wandelen in de hoofdstraat van een uitgangsbuurt met veel discotheken, bars, nachtclubs, allemaal met buitenterrassen en luide salsamuziek. Het is een zwoele zondagavond en dat is uitnodigend om een cocktail te drinken. We kiezen voor de club genaamd 'Fonda Los Arrieros' en gieten twee Mojito's in ons leize (bij afwezigheid van Caipirinha's).
Ondertussen verschijnt een security mens aan de ingang die alle binnenkomers fouilleert. Ik vraag hem wat hij denkt te ontdekken: drugs? Nee zegt hij, messen en wapens. Ik slik even maar hou me staande om niet te tonen dat ik onder de indruk ben.
We bestellen ons avondeten op het buitenterras en zien ondertussen een sliert aan sexy, kortgerokte en 'om ter blootst' vrouwen binnenkomen in de club. Het is een processie van schoon volk. Op een bepaald moment komt een dame binnen met een te kort kleedje waarvan de zijnaad volledig open is. De voorzijde van het kleedje is samengeregen met de achterkant door een dun touwtje, zodat het lijf enkele uitdagende openingen blootgeeft. Gezien de lengte van de vrouw en haar gezichtscontouren, denken we dat het een ladyboy is.
Onze maaltijd is net verorberd als er plots een koppel en een extra man naar onze tafel komen om te vragen van welk land we zijn. We geraken aan de klap, 't is te zeggen aan de Google vertaalapp want ze spreken geen jota Engels. Ze trakteren ons op een Corona pils. Ze denken waarschijnlijk ons te plezieren met een buitenlands bier, en dat is ook zo, maar ik leg hen wel uit dat België het walhalla is van de bieren.
'Heineken?', vragen ze. Ge zoet ze toch wel ne djoef geven.
Het is niet de eerste keer dat we deze onzin horen, maar we vergeven hun gebrek aan kennis van de beste bieren ter wereld.
We trakteren terug en op de duur staan ze continu rond onze tafel om e-mailadressen en telefoonnummers uit te wisselen. Ze trakteren ons opnieuw en wij hen terug met een sixpack. Je kan namelijk zes pinten bestellen, verpakt in een soort sixpack als alternatief voor een kan bier (pitcher). Zij danken ons voor zoveel gulheid, wij hen voor hetzelfde en voor hun blijken van sympathie. En zo gaat het over en weer tot op een moment dat we denken dat we nooit meer van hen zullen afgeraken. Ze trakteren ons opnieuw maar we weigeren.
'My wife kaputt', zeg ik hen, wijzend naar Martine die zogezegd zat aan het worden is - zo hebben we ondertussen rap afgesproken - en dat blijken ze te begrijpen. We trekken een laatste foto en spreken af om contact te houden. We zijn benieuwd.
We strompelen naar ons hotel, een beetje te veel gedronken maar gelukkig ook gegeten. Onderweg moeten we een put in het voetpad ontwijken, wat niet al te moeilijk is want er groeit ondertussen een boompje in.
Wat een gekke avond, daar waar je het minst verwacht.
Slaapwel.

 

Tatacao: een woestijn of een bos?
Onze gids-chauffeur haalt ons deze morgen op. Zijn naam is James, uitgesproken als Gaj-mé. Ons Spaans verbetert zienderogen, mede door het gebruik van de vertaalapp, want met Gaj-mé hebben we terug een ééntalige Spaanse gids gekregen.
Het is anderhalf uur en 38 km rijden naar de ingang van het Tatacao nationaal park. Het rare is dat je de ganse tijd door een groene streek rijdt om dan plots - bij de ingang van het park - voor een uitgedroogd gebied te staan. We stappen naar het beginpunt van onze geplande wandeling op een hoog punt met zicht op een enorme droge kloof of kuil. James legt ons uit dat we vrij een lus kunnen wandelen van maximum 2 uur. Hij blijft hierboven wachten.
We dalen af naar de vloer van de canyon en komen terecht in een soort oven qua temperatuur en in een soort maanlandschap qua natuur. We lopen in een rode, oranje surrealistische wereld, een dor landschap bezaaid met cactussen en grillige rode en groen-grijze rotsformaties. De meer dan 5.700 m hoge toppen van het gebergte rondom het 330 km2 grote park houden de meeste regenwolken tegen. Het lijkt veel op een woestijn, maar technisch gezien is het een tropisch, droog bos omdat er toch voldoende regen valt.
Er zijn maar twee hoofdtinten: de rotsformaties en het woestijnzand zijn ofwel rood (ijzer mineraal) of groengrijs (fosfaat en zwavel mineralen). We lopen in bochtige zandwegen die bestaan uit sterk geërodeerde kleigrond, doorheen de vele droge canyons, eerder geulen tot 20 meter diep.
Het pad is niet echt aangeduid en op bepaalde splitsingen gissen we naar de juiste weg. Na een tijdje valt het ons op dat we plots alleen zijn. We vrezen dat we verloren gelopen zijn en we beginnen ons een beetje ongerust te maken tot plots onze gids opduikt. We begrijpen uit zijn Spaanse uitleg dat hij vanuit zijn uitkijkpunt boven een oogje in het zeil hield en ons na een uur niet zag komen daar waar we moesten uitkomen. Hij heeft dan maar de achtervolging ingezet en keert nu met ons terug langs het juiste pad. We wisselen de zandweggetjes in voor kronkelende klimpaadjes tussen de rotsformaties, volledig blootgesteld aan de zon.
Als we na twee uur uit de kuil stappen waar de temperatuur volgens James oploopt tot 38°, zijn we redelijk suf en lichtjes oververhit. We stappen sebiet een drinkkraampje binnen en gieten colasuikers in ons keelgat.
De toer eindigt hier en nadat we wat afgekoeld zijn, rijden we terug naar de luchthaven van Neiva om vandaag nog te vliegen naar Armenia (via Bogota), de koffieregio van het land. Het is bijna 23u als we landen in Armenia. Opnieuw wordt uit het vliegtuig gestapt startend met rij rechts, dan rij links. Ons vervoer staat paraat en brengt ons naar Salento, een klein traditioneel dorpje bekend voor forelvissen, koffie en de uitvalsbasis voor de Cocora Vallei. Maar dat is voor morgen. Ondertussen wensen we maar één ding: ons bed.


Cocora Vallei bezaaid met waxpalmbomen
Manuela stelt zich deze morgen voor als onze gidse voor het bezoek aan de Cocora Vallei. Als ze hoort dat we uit België komen, spreekt ze plots een paar woorden Nederlands naast haar uitstekende Engels. Ze vertelt over haar Hollands ex-lief die ze destijds leerde kennen in Bogota en die ze vorig jaar gedurende drie maanden bezocht in Nederland. Ze kent onze Belgische bieren, onze chocolade en onze frieten. Nu ja, iedere wereldburger kent dat natuurlijk.
We stappen naar de centrale marktplaats van Salento of de Plaza Bolivar. Manuela wijst ons erop dat de katholieke kerk op het plein altijd tegenover het politiekantoor en/of het stadhuis staat.

SIMON BOLIVAR

Er zijn nog zekerheden in Colombië. Elke stad of dorp heeft zijn wit Christusbeeld dat meestal neerkijkt vanuit de omringende heuvels maar ook zijn centraal gelegen Plaza Bolivar of een Plaza Mayor (Groot Plein). Zoals wij in elke gemeente de markt, een kerkstraat of een stationsstraat hebben, vernoemen ze in elk Colombiaans stadje een plein of een straat naar Simon Bolivar. Tot in Antwerpen en Brussel toe.
De man, geboren in Caracas, Venezuela anno 1783 en gestorven in Colombië anno 1830, was een Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder. Hij stond aan de wieg van de vorming van de landen Panama, Colombië, Ecuador, Peru, Venezuela en Bolivië. Dat laatste land is naar hem genoemd.
Tegenwoordig staat hij in Latijns-Amerika nog steeds bekend als El Libertador, ofwel De Bevrijder.

Op het plein nemen we het vervoer naar de ingang van het park, een Willys Jeep. Na het einde van WOII doneerden de Amerikanen hun jeeps aan het land die gebruikt werden als openbaar vervoer. Die traditie wordt nog steeds voortgezet maar nu om toeristen te vervoeren. Het zijn natuurlijk niet meer de oorspronkelijke voertuigen maar nieuwe modellen en ze zijn geschilderd in opvallende kleuren. De onze is turquoise of is het appelblauwzeegroen?
Na de korte jeeprit starten we een wandeling van 5 km door het Cocora park. We krijgen van Manuela een soort energiereep - een Bocadillo - of een zoete, Colombiaanse fruitreep. Ze voegt eraan toe dat de wielrenner Nairo Quintana het product sterk promoot.
Bij de eerste aanblikken vanaf het wandelpad in de vallei voelen we meteen aan dat dit een speciaal landschap is. We zien groene, groene en groene glooiende heuvels vooraan - door de klimaatverandering valt er te veel regen - met daarachter nevelwouden in de hogere regionen van het omringende gebergte, tot 3.600 m hoog. In dit landschap groeit de nationale boom van Colombië: de waxpalmboom. Het is een smalle, lange en kaarsrechte palmboom met enkel in de top een paar palmbladen en ze worden gemiddeld 60 m hoog. Er zijn exemplaren die tot 75 m gaan. Het zijn de langste palmbomen ter wereld en groeien enkel in Colombië. De stam is bedekt met een laagje wax, vandaar de naam.
Manuela klimt met ons naar twee uitzichtpunten over een magisch landschap dat zijn gelijke niet kent. In dit deel van het park groeien zo'n 2.000 palmbomen, vertelt Manuela en je ziet ze inderdaad overal, willekeurig verspreid en zorgen in combinatie met het weidse decor voor een adembenemend zicht.
Het is ook de eerste keer dat we relatief veel toeristen zien, zowel lokale als buitenlanders.
Gieren cirkelen boven onze hoofden en Manuela wordt geheel opgewonden als ze een condor ziet. En inderdaad de vogel is meer dan een maat groter dan de gieren en is redelijk zeldzaam in deze streek.
In de late voormiddag zijn we uitgekeken en keren we terug naar Salento ditmaal in een knalrode Willys Jeep. Manuela sleept ons nog mee naar volgens haar het beste koffiehuis van het stadje: Jésus Martin. Als we haar trakteren met de koffie plus een wafel, straalt ze en begint ze voluit te praten: over de verkiezingen - 'we need to vote for the less worst person' - en over de link tussen Colombië en de cocaïnehandel. En hoe de inwoners van een land een stempel meekrijgen - een cocaïne-stempel - bewijst het volgende verhaal.
Ze reisde vorig jaar naar haar ex-vriendje in Nederland maar werd door de Colombiaanse overheid, die het visum moest verlenen, uitgebreid en tot vervelens toe gescreend. Ze moesten alle details weten waarom ze naar Nederland reisde, wie haar vriendje was, als ze kon bewijzen dat ze een koppel waren, onder meer door vakantiefoto's te tonen, enz. Eenmaal overtuigd dat ze geen drugskoerier was, kreeg ze het visum in haar paspoort. In Nederland moest ze enkel een X-ray scan ondergaan om eventuele cocaïnebollen in de aars uit te sluiten. Er werden geen verdere vragen gesteld door de Nederlandse grensdouane. Manuela vermoedt dat ze waren gebriefd door de Colombiaanse collega's.


BLUNDERENDE CANADEZEN

Door een combinatie van onvoorzichtigheid en steun aan de lokale economie hebben Canadese investeerders vorige eeuw in Colombië twee blunders begaan.
Ze voerden forel in en lieten de vis kweken in de lokale rivieren en kweekvijvers. Het gevolg was dat die beesten de inheemse vissen opaten. Er bleven enkel forellen over in de rivieren. Bijgevolg moesten de lokalen van de nood een deugd maken en bieden alle restaurants in de streek forel aan in alle mogelijke smaken en klaargemaakt op alle mogelijke manieren.
Ten tweede plantten de Canadezen in de streek de bossen vol met een sparrensoort die diende als grondstof voor hun lokale papierfabriek. Die sparren bleken in dit klimaat dubbel zo snel te groeien als in het thuisland en breidden zich te rap uit. Ze hadden ook te veel water nodig wat bij de lokale bevolking voor bevoorradingsproblemen zorgde in het droogseizoen. Verder werd de streek gegijzeld door de zware camions die aan- en uitvoerden. Kortom er was veel te veel overlast en de fabriek moest inleveren. Om echter verder in hun levensbehoefte te kunnen voorzien, baten de lokale boeren nu vooral avocado plantages uit, een groente die gelukkig voor hen stijgende populariteit kent in de VS en Europa.

We nemen afscheid van sympathieke Manuela en hebben de namiddag vrij om Salento te verkennen. Salento is een koloniaal bergdorpje met 3.500 inwoners, gelegen op 1.900 m hoogte. We wandelen 1 km van de Plaza Bolivar via de hoofdstraat naar de rand van het stadje om dan 250 treden te nemen naar het uitzichtpunt Alto de la Cruz, met een overweldigend uitzicht op een ander deel van de Cocora Vallei. We zien een breed dal van 50 tinten groen met de omringende bergen en raken maar niet uitgekeken.
Als dank aan de natuurpracht volg ik daarna gedwee de processie langs alle ambachtelijke winkeltjes in de hoofdstraat op de terugweg naar de Plaza. Terug kenmerkend zijn de witgekalkte huisjes met de hoge houten ramen en deuren in pastelkleuren geschilderd. Maar ook van slenteren krijg je dorst. Dus stappen we een café binnen. Martine probeert opnieuw de Liefmans Fruta Roja maar opnieuw vindt de ober het bier niet in zijn frigo. Dus wordt het terug Corona.
We wandelen terug naar de Plaza en eten daar vanavond in het door mijn zoon Tom aangeraden restaurant La Cassona. Tom bezocht het land in November 2019, net voor de coronacrisis uitbrak. Het wordt een mixta vispannetje met uiteraard forel.


Met de bus naar Medellin
We nemen vandaag de bus naar Medellin. In bijna alle Zuid-Amerikaanse landen is het busnetwerk zeer uitgebreid en comfortabel. Het is gewoon moeilijker om in bergachtige omgevingen fatsoenlijke treininfrastructuur aan te leggen. Dus wordt er meer vervoerd per vliegtuig en per bus.
Trouwens de bus nemen in plaats van bevoorbeeld een vlucht maakt dat er meer te zien en te beleven valt. Daarom stappen we om 9u op een luxe dubbeldekker bus. We hebben veel beenruimte, de kussens zijn zacht, de rugleuning is verstelbaar en we zitten bovenaan op 't ierste verdiep.
We rijden al vlug langs de Cauca rivier. Het is een brede en wilde rivier met bruin water. Langs beide kanten van het dal waarin de rivier stroomt, rijzen de bergen van de Andes uit het water. Het is een jungle-achtig berglandschap. Soms rijden we naast de rivier soms honderden meters hoger. Het is een prachtig decor om in te rijden.
Maar er zijn ook grote wegenwerken aan de gang. En dat gedurende bijna de volledige lengte van het traject naast de rivier, tientallen kilometers lang. De weg wordt verbreed, huizen worden afgesmeten, de afwatering wordt heraangelegd en nieuwe bruggen worden gebouwd. Ik denk dat dit al jaren aan de gang moet zijn en nog jaren zal duren. Het veroorzaakt achterstand op het uurschema want we geraken noch vooruit, noch achteruit.
In één of ander provinciestadje verlaten we eindelijk de rivier en dus ook de wegenwerken. We moeten nu de Andes dwarsen. We ruilen het dal-met-rivier in voor een klimpartij over een bergpas. Het is een smalle tweevaksbaan en in moeilijke bochten moeten soms maneuvers gebeuren met tegenliggend verkeer, vooral met de camions. Op de top van de bergpas ligt een stadje genaamd Santa Barbara. De naam brengt bij mij zeer aangename herinneringen terug (zie mijn boek 'De Wereld Rond', blz. 446).
We beginnen aan de afzink langs de andere kant van de berg. We zien ontelbare keren het verkeersbord 'Curva Peligrosa' (Gevaarlijke Bocht) en 'Reduzsca Velocidad' (Snelheid Minderen). We zien ook twee zwartrijders achteraan een grote vrachtwagen hangen aan een ijzeren ladder. Ik betwijfel of de vrachtwagenchauffeur dit door heeft.
Na 268 km en 9 uur rijden inclusief een middagstop van een half uur, komen we toe in Medellin. De bussen halen ongeveer gemiddeld 30 km per uur. De oorzaken zijn het gebrek aan autosnelwegen, de techniciteit van het traject en de wegenwerken. Wat opvalt is dat de kwaliteit van het wegennetwerk beter is dan in de regio Bogota.

De Broine
We worden opgehaald door een chauffeur in één van de twee mega busstations van Medellin. Onderweg naar ons hotel stelt hij plots de vraag:
'Do you like sport?'
Dan weet ge meteen dat hij over voetbal zal beginnen. Omdat hij ondertussen weet dat we van België zijn, vraagt hij me of ik Balanta ken van Brujas. Ik hoor het efkes donderen in Keulen omdat een kerel uit Colombië me een detailvraag stelt over een speler van Club Brugge in onze Belgische competitie. Blijkbaar is Balanta een Colombiaan - ik wist dat niet - en de man kent alle Colombiaanse spelers die in Europa voetballen inclusief Joske Izquierdo. Hij kent ook zeer goed de Belgische nationale ploeg met De Broine, Lukaku en Hazard. Die laatste staat volgens hem een beetje te dik. Hij kijkt naar alle matchen van de Premier League plus uiteraard de matchen in zijn eigen competitie. De man is gek van voetbal en in Europa is Atlético Madrid zijn favoriete ploeg.
Het is spitsuur in Medellin. Als we voor het rood licht staan zien we ofwel jongleurs, mensen die de vooruit willen wassen, kwiebussen, bedelaars, verkopers maar ook meiden die een spandoek met reclame voor een restaurant ontrollen. Als de lichten op groen springen moeten ze maken dat ze weg zijn of ze worden gewoonweg omver gereden. De fietser en voetganger staan hier nog heel laag op de hiërarchie ladder.
De voetbalgekke chauffeur zet ons af aan het hotel temidden de wijk Poblado. Na de check-in verkennen we de wijk waar we kunnen kiezen tussen tientallen restaurantjes en cafés om honger en dorst te stillen. Dit is dan ook dè uitgangsbuurt van Medellin, gehuisvest in verkeersvrije straten, rond een park. Als we de mensen gadeslaan vanop een terrasje valt ons op dat veel mannen hun haar kleuren in blauw, roze, groen.
We drinken nog een afzakkertje in een café met craftbieren. We lezen: 'it's not beer unless it's craft'.
Maar dat weten we in België al heel lang.


De theepot, kabelliften en het Botero Plein
Franciscus is de naam van de gids en hij is stipt want om 9u wandelen we het hotel uit recht de taxi binnen. Hij legt uit dat we de stad gaan verkennen met de taxi, de metro, de kabellift en te voet.
We rijden met de taxi tot het dichtstbijzijnde metrostation. Medellin is de enige stad van het land met een metro. Er zijn twee assen, de noord-zuid as en de oost-west as. We stappen in de metro richting het noorden van de stad. Galante Colombianen bieden Martine direct een zitplaats aan. Het bevestigt nogmaals onze ervaring dat de doorsnee Colombiaan een aangename en vriendelijke persoon is. Maar het zegt ook veel over ons … over onze leeftijd.
De metro blijft bovengronds en na een dik kwartier stappen we uit om aansluitend meteen in de kabellift te stappen. De kabelbanen in Medellin maken gewoon deel uit van het openbaar vervoer, als enige stad ter wereld, en verbinden de barrios of de sloppenwijken met de twee metrolijnen en dus met het stadscentrum. Het heeft ervoor gezorgd dat de sociale en economische situatie van de bewoners sterk verbeterde en de criminaliteit daalde. Het is tevens een toeristische attractie want je doet het ook voor de zichten op de stad.
De gids vergelijkt Medellin met een theepot. Je hebt de bodem en dat is de vloer van het dal waar het centrale deel van de stad ligt. En de wanden van de theepot zijn alle buitenwijken die hoog op de bergrug gebouwd zijn. Het is een uniek zicht hoe een stad zich vanuit het dal - een nauwe kloof - steeds maar verder en verder uitstrekt tot halverwege de omringende bergruggen.
In de jaren 80 was Medellin bekend als dé moordhoofdstad van de wereld, met 4000 moorden per jaar of 11 moorden per dag. Pablo Escobar heeft hier jaren geleden zijn littekens achtergelaten, maar ondertussen is Medellín getransformeerd tot een veilige en leuke stad. De stad is beter bekend geworden dankzij de serie Narcos en heeft misschien wel de grootste ommekeer van alle Colombiaanse steden doorgemaakt.
Aan het eindstation van de kabellift maken we rechtsomkeer en glijden we terug naar beneden, nemen de metro richting zuiden en stappen af in het centrum van Medellin: El Centro metrostation. Nu gaan we te voet verder. We passeren tientallen fruit- en prullaria verkopers achter hun kleine karretjes op wielen.
De temperatuur in de stad is jaarrond constant - om en bij de 22°C - en wordt daarom de Stad van de Eeuwige Lente genoemd of Ciudad de la Eterna Primavera. Het wordt nooit te heet omdat de stad op 1.450 m hoogte ligt. Het is er dus zeer aangenaam vertoeven.
Ondertussen heeft Franciscus ons de statige politieke en administratieve gebouwen getoond en we stappen nu het commercieel centrum en de winkelwandelstraten in.
In de drukte van dit stadsdeel wandelen we plots langs een enorm gebouw met paleis allures. Franciscus weet ons te vertellen dat toen Medellin destijds quasi failliet was, het gemeentebestuur dit paleis verkocht heeft en het nu een mega winkelcentrum geworden is, een soort moderne soek. We gaan binnen en we zien een atypische inrichting voor een winkelcentrum.
We wandelen verder naar de Botero Square waar de bekende Colombiaanse beeldhouwer een aantal sculpturen heeft neergeplant, bekend om hun overdreven volume. Zijn typische stijl zijn dikke mensen en dikke dieren. Franciscus herkent ook onmiddellijk de lokalen en de toeristen. De toeristen dragen shorts en korte rokken terwijl de lokalen jeans dragen en rechtdoor lopen.
Het Botero Plein is tevens de plaats waar alle hoertjes tippelen en klanten ronselen.
'Totally legal', vertelt Franciscus.
We merken dat de meerderheid van de 'vrouwen' eigenlijk omgebouwde mannen zijn of shemales. Hun lengte, hun (mannelijk) gezicht, hun overmatige schmink en hun blonde haarextensions verraden hen keer op keer.

La Comuna 13
Het is ondertussen middag en het gidsgedeelte met Franciscus zit erop. We vragen hem of hij nog tijd heeft om met ons naar Comuna 13 te gaan. Hij stemt toe en we nemen de metro in die richting.
Comuna 13 was de meest beruchte stadswijk en volledig in handen van de moordenaars van Pablo Escobar. Het was een no go zone terwijl het nu de veiligste plek van de stad is. Maar om dit te bereiken heeft de overheid vanaf het begin van de jaren 2000 verschillende gevechten moeten leveren - Operatie Orion genaamd - tegen enerzijds de drugsmaffia maar ook tegen een aantal paramilitaire milities en guerrillabewegingen die controle namen over de buitenwijken. Al deze groepen waren op een of andere manier verweven met de drugskartels. Maar het heeft opgeleverd want nu is de stad volledig herschapen, zijn de armere buitenwijken ontsloten en zijn de kogels & drugs vervangen door kabelbanen & roltrappen. Er is ook een vredesakkoord ondertekend met de guerrilla's van de FARC. Pas op de drugskartels zijn niet weg maar ze opereren vanuit andere plaatsen in het land. Colombië blijft nog altijd de nr. 1 cocaïne uitvoerder.
We stappen uit het Javier metrostation aan de voet van Comuna 13 waar we een publiek busje nemen die zich in de smalste en steilste straatjes naar boven wringt, een heel eind de bergrug op. Ik vraag me af hoe die buschauffeurs zulke technische routes tot een goed einde brengen. Er wordt tot op de cm gereden.
We stappen uit de bus en starten hoog in de wijk op de Comuna 13 Promenade, een min of meer horizontaal betonnen pad gebruikt door voetgangers, fietsers en brommers. Het is aangelegd om de lokalen gemakkelijker te laten verplaatsen. De 'promenade' kronkelt zich horizontaal als een slang door de wijk want het volgt de contouren van het gebergte. De ene kant huisvest horecazaken en winkeltjes. De blinde muren ertussen zijn beschilderd met prachtige graffiti. Werkelijk echte kunstwerken maar gericht tegen de overheid die tijdens Operatie Orion in 2002 de wijk omsingelde en zo de drugsbenden aanvielen en uithongerden maar daardoor ook de nog 100.000 inwoners van destijds mee gijzelden. Ze uitten hun ongenoegen door witte vlaggen uit hun ramen te steken en graffiti op de muren te spuiten.
Langs de andere kant van het pad hebben we een adembenemend uitzicht op de daken van de wijk en bij uitbreiding over een groot deel van Medellin in het dal. Het uitzicht is verbluffend. Ik neem tientallen foto's maar ik heb nooit het gevoel dat ik de juiste beet heb. De gemetste huisjes van de wijk staan kriskras op elkaar, naast elkaar, schuin zonder enige vorm van bouwvoorschriften. Vanaf hier zie je ook heel goed hoe de stad uitdijt op de bergruggen. Hier en daar zien we nog een groene plek, onbebouwd. Je ziet in het dal het centrum van Medellin en langs de 'overkant' van de vallei terug hetzelfde op de tegenovergestelde grillige bergpieken. Ik raak er niet op uitgekeken Het is een bijzonder zicht. Het doet me denken aan de favelas in Brazilië maar hier is het veiliger en kan je gerust als toerist zonder gids verkennen.
Franciscus leidt ons voor een late lunch naar een restaurant uitgebaat door weduwen wiens mannen omgekomen zijn in de strijd tegen de guerrilla's en de criminelen. We eten er het typische streekgerecht: Bandeja Paisa, een schotel met bonen, banaan, rundsvlees en een sausje. Wij drinken een lokaal biertje terwijl Franciscus zijn favoriete niet alcoholische cocktail drinkt: de Guandolo Caché of suikerriet sap met appelsiensap en passiefruit.
'Your lunch counts 1200 calories', zegt Franciscus, met een knipoog naar de dieet ingestelde Europeanen.
'Here we don't care about diet', voegt hij eraan toe. Hij heeft wel goe klappen want hij is zelf vel over been.
Via een stelsel van lange roltrappen komen we terug op de 'begane grond'. Het is te zeggen aan de grens van de wijk met de stad. Ik heb enkel in Hong Kong dergelijk roltrappen systeem gebruikt, ook zo'n stad die tegen een bergwand geplakt is.
We nemen afscheid van Franciscus. Dit bezoek zal nog eventjes blijven nazinderen.
We vlaggen een taxi af en rijden naar de top van een heuvel in het dal, de Cerro Nutibara. Telkens de taxichauffeur een kerk passeert maakt hij een kruisteken en kust zijn vingers alsof hij een amulet vast heeft. Boven op de heuvel heb je een 180° zicht op de stad maar het verzinkt een beetje in het niets vergeleken met daarnet.


MANNEN, VROUWEN en X

Een kadertje op vraag van Martine, die ondertussen de Colombiaanse mannen, vrouwen en alles daartussen 'bestudeerd' heeft.

Vrouwen
Alle vrouwen hebben lang zwart donker haar en getatoeëerde wenkbrauwen en velen hebben valse wimpers en gelnagels in alle kleuren van de regenboog. De nagels zijn wel echte kunstwerkjes.
De blote buik is hier uitgevonden en velen lopen met gescheurde jeans rond, niet omdat de broek versleten is maar omdat het mode is. Er is geen enkele gêne want de blote buik gaat meestal gepaard met bijhorende vetrolletjes/vetrollen.
Ook de diepe decolleté lijkt hier uitgevonden, met zichtbare lichaamsgolvingen, tot net boven de tepel, een spaarpot met bijzonder veel inkijk.
De achterkant van de medaille zijn de kinderen met kinderen. En dat is geen uitzondering; je ziet ze bedelen op straat.

Mannen
Velen hebben gekleurd haar maar dan redelijk extreme kleuren zoals rood, groen, blauw.
Net als bij de vrouwen dragen ook de mannen gescheurde jeans, hebben ze piercings gestoken en tattoos geprikt.
We zien zo goed als geen kletse mannen, noch grijze haren. Ze moeten sterke pigmenten hebben.

X
Maar het meest opvallend in het straatbeeld zijn de … ik vraag me af hoe je politiek correct deze mensen omschrijft. Noem je ze transseksuelen, shemales, ladyboys, manwijven?
Er lopen er in alle geval veel rond in Colombië en ze hebben allemaal blonde haarextensions tot op hun gat. Ze zijn extreem sexy gekleed. Dit wil zeggen een stukje stof vooraan, een stukje stof achteraan, bij elkaar gehouden met een veter, zodat je langs beide zijden een blote strook lijf ziet - van nek tot enkel - vervolledigd met valse wimpers en overmatige flashy lippenstift.


We lopen vanavond opnieuw richting de uitgangsbuurt Poblado omdat net zoals in Bogota ook in Medellin het hardrock café gesloten is vanwege de coronacrisis. Ons hotel ligt net ver genoeg om geen overlast te hebben van de uitgangsbuurt en toch dicht genoeg om niet te ver te moeten wandelen.
Cafés, bars, restaurants, terrassen of alles wat een tv-scherm heeft, zit tjokvol. De voetbalwedstrijd Colombië tegen Bolivië is gaande, een match in het kader van het WK in Qatar waarvoor Colombië zich nog moet plaatsen. Bij iedere goal van Colombië is er een explosie van vreugde. De eindstand is 3-0 en dus breekt er 3-maal een volksfeest los. Nu begrijpen we ook waarom we deze namiddag drie mannen een reuze tv-scherm in zo een van die kleine gele taxietjes zagen duwen.
Maar naast vreugde is er ook veel verdriet. Kinderen met kinderen aan de borst langs de straatkant bedelen met hun smekende ogen. En dat terwijl de meer gegoede lokale landgenoot en de toerist pinten drinken op de terrassen en plezier maken. Ik heb al mijn enkelgeld uitgedeeld.


Daguitstap naar Guatapé
We nemen de metro naar de halte Caribe en stappen daar over naar het aanpalende busstation waar we de lijnbus nemen van Medellin naar Guatapé.
De busrit duurt 2 uur en schuin voor ons zit een vrouw continu in een rond spiegeltje te kijken en zich te schminken en crèmekes te smeren. Het boetseerwerk duurt meer dan een uur want haar gezicht wordt laag per laag zeer zorgvuldig bedekt. Haar man zit ernaast en die moet waarschijnlijk denken: woarmee benne k'ik getrèwd. Alhoewel, als ze zich ontschminkt, komt er een tweede vrouw tevoorschijn en ofwel vindt ge dat fantastisch ofwel verschiet g'ui een breuke.
Drie kilometer voor Guatapé rijden we langs de bekende rots La Piedra del Peñol, een granieten monoliet van 200 m hoog en te beklimmen via 660 trappen ingeslepen in een spleet van de rots. Er stappen mensen van de bus maar wij passen.
Even verder komen we aan te Guatapé op 1.900 m hoogte. Het stadje ligt aan een kunstmatig meer en is een toevluchtsoord voor vele inwoners van Medellin om ginds aan de drukte te ontsnappen. We wandelen eerst op de dijk maar worden om de haverklap lastig gevallen door verkopers van boottochten op het meer. Dus slaan we af in de kleine straatjes richting het centrum. Twee dingen vallen op, de pastelkleurige huisjes en het bas-reliëf op de muren van de woningen, tot 1 m hoog. We maken de namiddag rond en keren in de vooravond terug naar Medellin. Het is geen must-see stadje, gewoon leuk.
Het is vrijdagavond en dubbel zo druk in de uitgangscoté van onze wijk. We ontdekken nog een ander straatje vol cafés, restaurants en luide muziek. We hebben keuzestress bij het uitzoeken van een terrasje of een restaurant. Venezolaanse bedelaars, het Maduro regime in hun land ontvlucht, spreken ons aan. Ik heb terug al mijn kleingeld weggegeven.

 

Er is ook een keerzijde
Pas deze namiddag vliegen we naar Cartagena dus hebben we nog een ½ dag om onze wijk Poblado verder te verkennen. We trachten door een paar andere straatjes te lopen in de uitgangswijk, die nu zo goed als uitgestorven is. Enkel de ontbijtzaken zijn open. En ook de animatie kerels zijn al op pad want voor de belangrijkste verkeerslichten voeren ze hun trucjes op. Muziek en breakdancen op het zebrapad zijn de populairste attracties. We zien ook spiderman maar de meest spannende act is een gast die aan de verkeerslichten in een boom klimt en zijn touw vastmaakt in de top. Dan klimt hij vanaf de grond zo'n 10 m naar boven in een soort wikkelbeweging om zich dan in verschillende valbewegingen en salto's naar beneden te laten 'stuiken'. Tot net boven de grond. Ik vind het origineel en spectaculair. En dat gaat zo de ganse dag door van 's morgens tot 's avonds maar ik zie echt weinig chauffeurs die geld geven.
Maar er is ook een keerzijde aan al dit schoons en leuks. We zien daklozen vuilbakken doorzoeken maar het meest schrijnende zijn de tientallen jonge moeders met hun baby's die op de stoep bedelen voor geld en eten. Ook zij krijgen weinig aandacht en geld.
We stappen verder in de smalle straten en stoppen aan een kraam mee kranzekes. Zoals aan bijna elk kraampje staat er een draagbare muziekinstallatie sjette te geven. Maar deze keer geen salsa maar rockmuziek. Terwijl Martine kiest hoor ik Bon Jovi, Guns&Roses tot plots Whole Lotta Love uit zijn boxje dreunt. Ik vraag de verkoper wie die band is. De man is fracties van seconden uit zijn luud geslegen maar zegt dan Led Zeppelin met zo'n heerlijke Spaanse tongval. Uiteraard kopen we een kranzeke, we bieden zelfs niet af.

Cartagena: vochtig heet en zwoel
Als we uit de vlieger stappen valt een vochtige hitte op ons lijf: we komen aan te Cartagena aan de Caraïbische kust.
Tijdens de rit naar het hotel zien we al dat er twee stadsdelen zijn: één binnen de omwalling en één er buiten.
Na de check-in zetten we nog een stapje in de wereld in het oude stadsgedeelte. Het is zaterdagavond, vochtig heet en de smalle straten lopen vol met lokale uitgaanders, Colombiaanse en internationale toeristen. Het is de eerste plek op onze rondreis waar het redelijk druk is door de toeristen.
Het zal met de zwoele sfeer te maken hebben, maar de vrouwen lopen er meer dan sexy bij. Alles in deze stad straalt sensualiteit uit. De strafste dames hebben boven hun ondergoed een doorzichtig voileken hangen. Wij in Europa hameren op transparante en open communicatie, zij op transparante en open kledij. Een klein nuanceverschil. Beste lezeressen, trek uw meest sexy outfit aan en ge valt niet eens op.
We dineren in het Hard Rock Café, de enige die wel open is in Colombië, dat vlak naast het populairste salsa café van de stad ligt: rock verbroedert met salsa. Vanop het balkon van het HRC waar we een tête à tête hebben, klettert er plots vuurwerk. Zo maar uit het niets, vanaf de stranden enkele km verder. Na het avondeten, lopen we nog tot een eind in de late uurtjes door al die gezellige pleinen met salsa en rumba muziek uit elke café, mensen die op de stoep en in de straatjes de 'koelte' van de avond opzoeken. Het is alsof de volledige binnenstad veranderd is in een uitgangsbuurt.

 

Francis Drake
We vertrekken om 9u met een gids voor een stadswandeling intra muros, door het historisch gedeelte van Cartagena, Unesco Werelderfgoed. We lopen door de smalle straten komen uit op kleine pleintjes en verkennen een stuk van de 13 km lange omwalling met kanonnen gericht op de haven. Het historisch centrum is een verzameling van eeuwenoude koloniale panden, kerken, kloosters, herenhuizen met pastelkleurige gevels, de onvermijdelijke balkonnetjes, binnentuinen en de nauwe straatjes. Dit is waarschijnlijk de mooiste stad van het land. Als je de uitleg van de gids hoort dan waardeer je deze stad en zijn geschiedenis nog beter.
Ik hoor vertellen over Simon Bolivar, alias de Napoleon van Zuid-Amerika, Francis Drake, een brutale piraat. En over de inquisitie van de Spanjaarden. In onze contreien was het Alva die moordde en brandde, bij hen was het een andere, bijzonder moordlustige kerel. Alles was toegelaten, in de naam van het (katholieke) geloof. Waar horen we dat nog?
Cartagena stond ook bekend voor zijn slavenmarkt. Slaven werden ingevoerd vanuit Afrika, aanzien als wezens zonder ziel en verkocht.
Zoals in alle andere bezochte koloniale steden van het land zien we ook hier opnieuw de pastelkleurige huizen met hun balkonnetjes. De Spanjaarden hebben wat afgebouwd in hun kolonies. De kathedraal van de stad is één van de belangrijkste gebouwen. Naast de toren met een kruis is er, onder invloed van de Moren, ook een minaret gebouwd als deel van de kathedraal.
Misschien nog twee anekdotes.
In 1741 kwam opperpiraat Francis Drake (die naam alleen al) met een vloot van meer dan 100 boten en 25.000 manschappen vanuit de Oceaan om Cartagena te veroveren en het goud te stelen. Slechts 3.000 mannen stonden klaar om hun stad te verdedigen. Maar ze overwonnen. De boten van de Engelsen hadden last van ondiep water in de lagunes bij het binnenvaren terwijl de manschappen omkwamen van de hitte en de malaria.
In 1811 werd de onafhankelijkheid van Colombië uitgeroepen maar vier jaar later heroverden de Spanjaarden het land opnieuw. Tot ze in 1818 definitief werden verdreven en het land, na een oorlog tegen hun kolonisator, onafhankelijk werd.
Na vier uur wandelen zijn we pompaf, niet zozeer door de afstand maar wel door de vochtige hitte.

Café del Mar
1,5 uur voor zonsondergang trekken we naar de meest bekende café van de stad: Café del Mar, gevestigd op de omwalling en uitkijkend op de Caraïbische Zee. Maar het is nog wat te vroeg, dus wandelen we eerst een stuk op een brede strook van de omwalling. De wind brengt verkoeling. Het aantal leurders die hun waren aanprijzen is niet te tellen. Ze verkopen bier, kranzekes, armbandjes, sigaren, fruit naast de ijsventers met hun ijskar-met-bel. Ook spiderman is weer van de partij.
Ondertussen heeft er zich een rodde van zeker 50 m gevormd aan de ingang van Café del Mar. Het wordt dus aanschuiven. We moeten ook, dit voor de eerste keer deze vakantie, ons vaccinatiebewijs tonen. Het terras van het café staat op het meest westelijke puntje van de omwalling en is ideaal geplaatst om de zonsondergang mee te maken bij voorkeur met twee caipirinha's in de hand.
Er is zeker plaats voor 200 man want het caféterras heeft een ferm stuk van de omwalling ingepalmd. We worden naar een plaats geleid met stoelen en kussens. De decoltés zijn weer in reclame en worden regelmatig opgeschud. En in plaats van te genieten van de omgeving en de zonsondergang zijn onze meeste buren bezig met hun telefoontje, selfies aan het nemen, hun haar goed leggen, de split van het kleedje strategisch leggen en herleggen en herleggen, nog een laatste keer kijken in het schminkspiegeltje, kortom alleen maar interesse in zichzelf, zo zelfingenomen.
De zonsondergang is minder spectaculair dan gedacht. De verkleuring van de hemel is te zwak. Bij elke zonsondergang denken we altijd automatisch terug aan die avond in 2004 in Adelaide, Australië waar het ganse hemelruim oranje, rood en bruin kleurde (zie mijn boek 'De Wereld Rond', blz. 267).
We zakken af naar de officiële ingangspoort van de historische stad aan de Klokkentoren en slenteren verder naar de centrale Plaza om op dezelfde plek als gisteren nog een slaapmutsje te drinken. Martine wordt een Corona bier liefhebber.
Er komt een dag dat ze mij onder tafel drinkt.

 

Fort van San Felipe de Barajas en zijn Commandanté
De Spanjaarden hadden destijds een soort bouwwoede. En om Cartagena te verdedigen tegen de piraten hadden ze niet alleen een omwalling gebouwd - eigenlijk is de binnenstad een fort op zichzelf - maar ook verschillende vestingen op strategische punten in en buiten de stad. Maar de meest indrukwekkende van allemaal en tevens een oninneembare burcht is het Fort van San Felipe de Barajas. Het is het grootste fort dat de Spanjaarden ooit gebouwd hebben in hun kolonies.
Met onze GPS-app wandelen vanuit de binnenstad 1,5 km naar het fort en zien één groot, massief stenen bouwwerk opduiken boven op de top van een heuvel.
De toegang is betalend maar volledig papierloos. Aan de ene toegang met de draaimolens moeten we gewoon onze naam zeggen. Ondertussen heeft de madam aan de kassa onze namen doorgeseind naar haar collega aan de echte ingang en we mogen door.
We beklimmen de mastodont met zijn schietgaten, zijn kanonnen, zijn binnenpleinen en gaan all the way tot op de hoogste uitkijktoren. Daar hebben we een prachtig vergezicht op de zee, op de oude en de nieuwe stad.
Het fort is dikwijls bestormd geweest maar nooit ingenomen. Het is 'begangd' met een doolhof van onderaardse gangen, door de Spaanse ingenieurs zo geconcipieerd, dat elk geluid(je) weerkaatst werd. Men kon gemakkelijker communiceren maar vooral hoorde men de vijand komen. Enkel een klein deel van het gangenstelsel is toegankelijk voor de toeristen.
Tijdens de verkenning horen we een trompettist op één van de binnenpleinen. We hebben al rap door dat hij telkens een liedje speelt van het land waar je vandaan komt. Hij speelt Yellow Submarine voor de Engelsen, Don't cry for me Argentina voor de Argentijnen. Als wij passeren begroet hij ons als commandanté, ondertussen loensend naar Martine.
'Si si', beaam ik zu rap of tell'n met een knipoog. Onvermijdelijk vraagt hij waar we vandaan komen.
'Belgica', antwoorden we.
En plots is het beeld zonder klank want blijkbaar kent de man geen deuntje uit België en druipt af.

Gemiste afspraak
We hadden in België via het reisbureau een avondmaal geboekt bij een lokale familie om hen te steunen. De afspraak blijkt in een van de buitenwijken van Cartagena te liggen waarvoor de hotelbediende ons waarschuwt dat het ginder redelijk gevaarlijk is. 'Oesje', denken we alle twee maar we gaan het toch doen want we vertrouwen erop dat het reisbureel ons niet naar een drugs geïnfecteerde sloppenwijk zou sturen.
Na een half uur rijden zet de taxichauffeur ons af aan het punt van afspraak: de ingang van een supermarkt, rechtover een politiebureel. Toch vraagt de taxichauffeur nogmaals of we wel een afspraak hebben en we door iemand zullen opgepikt worden. Hij lijkt oprecht bezorgd, dus moet het wel een min of meer gevaarlijke coté zijn. We stappen uit en wachten op de contactpersoon van onze eetfamilie.
Omdat je door verschillende mensen gewaarschuwd bent, lijkt het alsof iedereen naar u kijkt, tracht je zo weinig mogelijk op te vallen en wacht je geduldig af. Maar we zien hier wat we overal zien namelijk de normale gang van het leven. Er is druk verkeer op de hoofdweg, we zien madammekes met volle winkelkarren, geopende achterkleppen van auto's die de madammekes ophalen en de aankopen in de koffer steken. Vrouwen die minder winkelwaren kopen, laten zich voeren door taxibrommertjes.
Na 20 minuten wachten komt er niemand opdagen. Bij zoverre dat we de taxi terugnemen naar ons hotel. Ik whatsapp de contactpersoon van het reisbureau in Colombië over de gemiste afspraak, die de familie contacteert. En blijkbaar hebben we elkaar net gemist. Wij waren een kwartiertje te laat op de afspraak en zij waren net vertrokken naar huis.
Spijtig maar helaas.

 

Tayrona, een junglepark tot aan de Caraïbische kustlijn
Om 10u stappen we in Cartagena op de lijnbus naar onze volgende bestemming: het Tayrona Nationaal Park. We rijden langs een droog, heet en vlak parcours en meestal langs een ruige en wilde Caraïbische Zee. Omdat de wegen in dit deel van het land vrij goed liggen, rijden we over de 300 km amper 5 uren, een snelheidsrecord.
We komen aan in het busstation(netje) van Santa Marta waar we bij het uitstappen al onze naam horen.
'Your driver is waiting for you', roept de kerel en we stappen in de auto die ons 15 km verder brengt, naar de Zaino Gate, de meest gebruikte ingang van het park.
Tayrona NP is genoemd naar de inheemse Tayrona Indianen en staat bekend om zijn 35 km lange kustlijn van witte zandstranden omringd door palmbomen, onmiddellijk gevolgd door dichte jungle. Achter de jungle rijst het kustgebergte Sierra Nevada omhoog, 's werelds hoogste met pieken boven de 5.000 m en een van de uitlopers van het Andes gebergte, dat zo plots in zee uitmondt. Diep in het gebergte liggen op 1.300 m hoogte de ruïnes van de Ciudad Perdida (Verloren Stad), enkel te bereiken via een drie- of vierdaagse lastige trek door het regenwoud. Gene spek voor onze bek.
Nadat we aan het park toegangsgeld hebben betaald en we zo'n soort festivalbandje rond onze arm krijgen als betalingsbewijs, moeten we 1 km te voet dieper in het park naar ons eco-hotel omdat het park volledig autovrij is. Maar dat is zonder onze chauffeur gerekend, zo'n type die direct met iedereen babbelt en allemans vriend is. Hij overtuigt de parkwachters aan de bariele om ons te laten voeren tot aan het hotel.

 

Tayrona NP, een te-voet-park
We hebben gisterenavond via het hotel een Spaanstalige gids gereserveerd omdat een Engelstalige gids dubbel zo duur kost. En meedamme nu toch al drie weken ons plan trekken in het Vlaams-Spaans, zal dit ook wel lukken zeker. Johan is zijn naam en hij trekt deze morgen met ons een volledige dag door de jungle en de stranden.
We rijden met een overvol shuttlebusje 5 km diep in het park tot aan het einde van de verharde weg. Vanaf dit punt wordt het een te-voet-park. Het enige alternatief is een paard huren.
We starten de wandeling door het regenwoud. Een idee door veel anderen gevolgd want het is zowat het enige pad naar de stranden. Maar al rap zijn we allemaal verspreid. Het gaat op en neer, langs kanjers van bomen en rond enorme granieten rotsblokken. We zien kapucijnapen, eten 'uva playera' of stranddruiven en maken kennis met de 'toeristenboom' wiens fijne schors dienst doet als aftersun voor de verbrande huid van de toerist.
Plots zien we wandelende groene blaadjes. Blijkt dat het werkmieren zijn die bladeren uit de bomen verknippen en ze naar het nest dragen via een mierenautosnelweg. Inderdaad honderden, waarschijnlijk duizenden mieren lopen mooi achter elkaar en vormen een lange sliert van tientallen meters tussen de boomtoppen en hun nest. Je zet daar best uw tentje niet neer.
Enkele km verder langs het pad stoten we op een groep inboorlingen, afstammelingen van de Tayrona Indianen. Ze zijn in het wit gekleed, hebben lang zwart haar, een donkerbruine huid en lopen blootvoets. We kopen twee kokosnoten, drinken de kokosmelk en steken het vruchtvlees in onze dagrugzak voor later. Ze leven onder andere van de pluk van kokosnoten. Daarmee worden grote balen gevuld, vervoerd door het woud door muilezels tot aan de verharde weg waar vrachtwagens ze laden en leveren aan de supermarkten.
Op onze tocht passeren we verschillende inhammen met verborgen bounty-strandjes maar de rode vlag verbiedt het zwemmen en zonnen wegens de te sterke onderstroom.
Na 7 km trekken over een geaccidenteerd parcours komen we aan het opperstrand van Cabo de San Juan. Twee sikkelvormige parelwitte zandstranden vormen het eindpunt van de jungletrek. Je kan er enkel overnachten door een tweepersoonstent of een hangmat te huren. De hangmatten staan opgesteld in een houten structuur, gebouwd op een enorme rotsblok die de twee stranddelen verbindt.
Het lijkt toch een beetje paradijs op aarde. Het water van de Caraïbische Zee is lauw en blauw-groen. De jungle komt dicht tot bij de waterlijn. De zandstranden zijn afgeboord met palmbomen en door enorme grote ronde rotsblokken. We rusten hier twee uren uit en keren dan terug langs hetzelfde pad nadat we in het strandrestaurant een bord spaghetti binnenbiebelen. Avonturiers trekken verder het vrij ondoordringbare park in, want verderop langs de kust liggen nog een paar nederzettingen en inhammen met stranden. Je moet wel zelfvoorzienend zijn.
Op de terugweg zien we nog een paar zeldzame 'Crested Guan' door de kruinen vliegen. Het zijn een soort (jungle)kalkoenen. Johan vertelt dat het park ook krokodillen herbergt maar kan het woord moeilijk correct uitspreken. Hij spreekt altijd van kokodrills.
Na 14 km stappen in doef weer es ons pijpe uit, waardoor we al uitkijken naar het jacuzzi bezoek in ons hotel. Het shuttlebusje zet ons af, we verkleden ons, stappen naar het bubbelbad, steken hem aan, willen instappen … maar het water is koud. We wachten wat in de hoop dat het water opwarmt, moar wa zoet'et. Het water in ons pulle aan de rugzak is warmer dan in dit bad. We halen verhaal bij de receptie maar die antwoorden dat we in een eco hotel verblijven waardoor er geen heet water beschikbaar is. De ontgoocheling van het missen van een warme douche na een vermoeiende trekdag is groot.
We hebben't aan onze schreper, zelfs aan onzen rekker, te koekeloeren met onze mond vol tanden, te gaupen lijk nen uil op nen kluit.

 

Corona administratie
Vandaag wordt een luie vakantiedag. We keren terug naar Piscininito, een strandje dat we gisteren ontdekt hebben en redelijk dicht bij het hotel. Het ligt volledig ingesloten in een inham met sterke golven, een plezier om in te duiken. Maar het is zo heet, zelfs in de schaduw, dat we tegen de middag terugkeren naar het hotel om verder te dutten in de hangmatten en wat te internetten.
Het wordt ook tijd om onze corona administratie in orde te brengen. We mogen geen enkele stap overslaan.
Eerst checken we online in voor twee vluchten: Santa Marta - Bogota en Bogota - Lima (Peru).
Dan moeten we onze Colombië exit registreren op de Check-Mig website van de Colombiaanse overheid en het resulterend pdf'je bewaren op de laptop en de telefoon.
Dan moeten we de Peru entry registreren op de Peruaanse corona website met allerlei vragen over corona en het bewijs tonen dat we volledig gevaccineerd zijn inclusief de boosterprik. Als we volledig door de lijst zijn, krijgen we een QR-code opgestuurd op onze telefoon die we in de luchthaven van Lima in Peru zullen moeten beschikbaar houden. En omdat we volledig gevaccineerd zijn, hoeven we geen PCR test te nemen.
Voilà, dat is het, mede dankzij de duidelijke uitleg op de website 'Reisadviezen' van ons Buitenlandse Zaken Ministerie.

 

Afspraak in Lima
Op het onmogelijke uur van 3u30 moeten we ons bed uit om met het vervoer naar de luchthaven van Santa Marta te rijden. De chauffeur is te laat en we beginnen ons zenuwachtig te maken. Gelukkig is iemand van het hotel mee opgestaan en ze belt naar de parkwachters aan de ingang. Ondanks het feit dat deze mensen vooraf op de hoogte waren van het vervoer, doen ze lastig want in principe mogen er geen auto's in het park. Uiteindelijk komt een zenuwachtige chauffeur 20 minuten te laat aangereden. En als we het park willen uitrijden, dan nog checkt de man aan de bariele wie in de wagen zit, alsof we gezocht worden. De bariele gaat omhoog en we rijden de onverlichte hoofdbaan op.
We laten het niet aan ons hart komen want we breien nog een vervolg aan onze Colombië reis. Vanuit de dichtste luchthaven Santa Marta vliegen we via Bogota naar Lima in Peru. Daar gaan we ons vervoegen met de familie Bollaert: met Tanja en de kinderen Nele en Niels.
We landen in Lima en halen onze bagage op. Daar zien we op de schermen dat de vlucht van Tania vanuit Amsterdam twee uur vertraging heeft. Wij zullen dus eerder in het hotel zijn om hen op te wachten.
En om 21u is het zover. Vanuit de hotellobby zien we drie zachtgekookte eitjes uit de taxi stappen. De rest van de avond is een wederzijdse spraakwaterval over Colombië, sneeuw in België, vertraagde vluchten, rennen in Schiphol naar de gate. Maar ze hebben alle obstakels overwonnen en uiteindelijk toch beland in Lima.
Voor het vervolg van het reisverhaal verwijs ik naar 'Peru April 2022'.

Vaarwel Colombië
Was het de corona affaire, het te lang in allerlei soorten lockdowns zitten, een te grote drang naar buiten, allemaal gebeurtenissen die mijn verstand aantastten? Wie zal het zeggen maar ik vond dit een overweldigende en fascinerende natuurreis.
Een Colombiaanse dichter schreef ooit:
-----'God maakte ons land zo mooi
-----Dat het onrechtvaardig is voor de rest van de wereld'
Colombië is een tropisch land, doorkruist door de evenaar, met veel natuurdiversiteit en gelegen in het noordwesten van Zuid-Amerika. Wegens politieke en drugstoestanden is dit land lang onder de toeristenradar gebleven. Het werd vereenzelvigd met cocaïne, drugskartels, moorden, burgeroorlogen en corruptie. En alhoewel het Medellin drugskartel uitgeroeid is of toch zo goed als, bestaan er nog veel criminele drugsbendes die vooral in de grensgebieden met Panama, Ecuador, Peru en Venezuela actief zijn. En het moet gezegd: het land is nog steeds cocaïne uitvoerder nr 1.
De vrede met de FARC, de belangrijkste guerrillabeweging, heeft een ommezwaai teweeggebracht. Veiligheid is teruggekeerd evenals hoop en vertrouwen en steden hebben een metamorfose ondergaan. Allemaal ingrediënten die toeristen lokken. Het land biedt tevens koloniale historiek (Spanjaarden), heeft als enig Zuid-Amerikaans land stranden aan zowel de Grote als de Atlantische Oceaan (Caraïbische Zee), het Andesgebergte met sneeuwpieken, woestijnen, het Amazone regenwoud, nationale parken en adrenaline sporten. Maar ook veel inheemse volkeren, topmusea, archeologische sites en koffie.
En ja, de Colombianen zijn een van de vriendelijkste volkeren ter wereld. Ik zet ze met de Iraniërs en de Japanners in mijn top drie.
Voilà, de loftrompet mag hier stoppen.
Het land vecht ook tegen de coronacrisis. Omdat de landen in Zuid-Amerika de coronagolven een paar maanden later voelen dan Europa, is de omikronvariant hier nog volop aan de gang. Hun coronaregels zijn dan ook een pak strenger dan vandaag bij ons. Ze hebben tot doel om dingen zo weinig mogelijk met de vingers aan te raken. Wc-deuren open je en doe je toe met de elleboog. Je drukt met de voet op een pedaal die op zijn beurt op de stop van de fles met ontsmettingsgel drukt en de gel op je handen spuwt. De overheid heeft ook bepaald hoe je uit het vliegtuig stapt: rij per rij, eerst rechts dan links zodat het geen wriemeling wordt.
Bij ons is de afstandsregel 1,5 m bij hen 2 m.


De Colombianen …

  • doen overal gesmolten kaas op. Zelfs op fruit en op chocola. De kaas zelf is smaakloos en voegt niks toe aan de kwaliteit van het eten. Het verdiefelt gewoon het eten.
  • zijn wereldwijd de tweede exporteur van bloemen na Nederland met zijn tulpen.
  • zijn waarschijnlijk de eerste exporteur van cocaïne, spijtig genoeg.
  • hebben abominabele wegeninfrastructuur. Ge stapt, doorheen geschud, uit een auto of een bus.
  • hebben de steilste straten.
  • zijn dansende salsa en rumba mensen: een overdosis aan salsa. Weliswaar beter dan een overdosis cocaïne, begin ik toch te verlangen naar RW.
  • zijn galant en vriendelijk en komen buiten in alle maten, gewichten en kleuren.
  • hebben op één na, alle Hard Rock Cafés gesloten omwille van de coronacrisis
  • in hotels, dat is een aparte bediening bij het ontbijt in plaats van een ontbijtbuffet, dus alle dagen eieren met toast en confituur.