WERELD > ZUID-AMERIKA > ARGENTINIE (Noordwesten) - 2008 > REISVERHAAL

NOORD-WEST ARGENTINIË: November 2008

Deze keer trek ik op tournee met vrouw Martine, La Martina genoemd in deze Spaanstalige contreien. Ergens onderweg dump ik mijn ERP-stress in een bodemloze put.
Het is de derde keer dat we dit land bezoeken. Twee jaar geleden bezochten we het zuidelijk deel: Patagonië en Vuurland. Zie reisverslag Argentinië 2006. Het jaar daarvoor was het enkel een korte trip vanover de grens met Chili, een bezoek aan de Moreno gletsjer, die toen spektakel gaf van de bovenste plank. Zie filmpje uit het reisverslag van toen, dag 8 (Reisverslag Chili).
Deze keer bezoeken we het noordwestelijke deel van het land, langs en door het Andesgebergte, grenzend aan Chili. Het is de meest traditionele regio met lokale bevolkingsgroepen en overvloedige natuurpracht. We rijden vrijwel elke dag langs de RN40, Argentinië's Route 66. Het is een legendarische baan die Argentinië dwarst van het Noorden naar het Zuiden, parallel met het Andesgebergte. In het Zuiden buigt de route af naar de Oceaan aan de westkust. Ze is meestal onverhard en brengt je naar de meest exclusieve natuurzichten en -parken. Ze is een slordige 4700 km lang.
Het is november en lente in Argentinië.

Pre-start Buenos Aires
Buenos Aires heb ik al besproken in het vorig reisverslag Argentinië 2006 (Dag 18 e.v.). Ik zal er nu 4 maanden verblijven voor mijn werk. De stad lijkt nog drukker te zijn als 2 jaar terug en nu ik me alle dagen doorheen het verkeer laat rijden naar de Rousselot fabriek 30 km buiten het centrum, merk je pas echt de roekeloosheid waarmee de gemiddelde Argentijnse chauffeur zijn wagen bestuurt. Hier een auto huren en zelf rijden is een beetje het lot tarten. Fietsers en voetgangers staan laag op de hierarchie-ladder.

Hierna volgen een aantal leuke weetjes over de stad:

  • Zo druk en roekeloos het verkeer in de stad, zo gedisciplineerd zijn de wachtende passagiers voor de volgende bus. De mensen, zonder getrek en geduw en zonder voorsteken, staan netjes in de rij uit te kijken naar hun bus.
  • De vuilniszakken worden samengebracht op bepaalde plaatsen langs de straten. En dan schieten de vuilnisjongens/meisjes in actie. Elke plastic vuilniszak wordt opengescheurd en het afval gesorteerd: papier, plastic en PMD vliegen in nieuwe, daartoe bestemde zakken. Als de ene plek afgewerkt is, lopen ze naar de andere verzamelplaats. En dit gebeurt allemaal overdag. 'S nachts haalt de vuilniskar het gesorteerde vuil op.
  • River Plate en Boca Juniors zijn twee gerenommeerde voetbalclubs in Buenos Aires. In de beginjaren had Boca Juniors dezelfde clubkleuren als een andere club in de buurt. Dus gingen ze een wedstrijd spelen en wie won mocht zijn kleuren behouden. Boca Juniors verloor. Het moest op zoek naar andere clubkleuren en had het geweldige idee om de kleuren te nemen van de eerste boot die de haven binnenvoer. Dat was een Zweedse boot en zo werden hun kleuren blauw-geel.
  • De rivaliteit met River Plate laat zich niet enkel op het veld gevoelen maar ook in de reclameborden. Coca Cola sponsort Boca Juniors maar wordt verplicht zijn reclameslogans in zwart/wit te afficheren en niet in zwart/rood - Coca Cola's merkkleuren - omdat rood deel uitmaakt van de clubkleuren van River Plate …
  • 1/3 van s'lands bevolking leeft in groot BA: 12 miljoen inwoners
  • Je krijgt de indruk dat de helft van de wagens in de straten van BA, de zeer herkenbare zwart-gele taxi's zijn. Daarbovenop rijden er ontelbare remises rond of ingehuurde chauffeurs die met hun eigen wagen mensen vervoeren. Ze worden veiliger geacht dan hun taxi-collega's. Een taxirit is zeer goedkoop. Een metrorit nog goedkoper: 0,8 pesos of 0,2 euro voor een ticketje.
  • Elk dorp, elke stad heeft een straat of een plaats naar hem genoemd. We spreken hier over mijn naamgenoot, Generaal San Martin, de bevrijder van Argentinië, Chili en Peru uit de handen van de Spanjaarden. Zie kadertje onderaan.
  • De Fransen hebben BA mee helpen designen. En dat zie je aan de gebouwen en het stratenpatroon: enorme ronde punten en diagonale avenues.
  • De breedste laan ter wereld ligt niet in Amerika maar in BA: Avenido de 9 Julio, de 9e juli Avenue genoemd naar de onafhankelijksdatum van het land (zie foto rechts en kadertje onderaan). Er zijn tweemaal 10 rijstroken en de laan is 140m breed. Het is moeilijk als voetganger om hem in één keer over te steken.
  • BA ligt aan de monding van de Rio de la Plata. De stroom is er 50 km breed en aan de overzijde ligt Uruguay. Het water is bruin, niet van de pollutie, maar van sedimenten afzetting. Aan de monding met de Atlantische Oceaan is de rivier 190 km breed!
  • BA is de nummer 1 homostad van Zuid-Amerika en duwt daarmee sinds kort Rio de Janeiro naar de tweede plaats.

Dag 1 -----Buenos Aires - Mendoza -----Zondag 9 november-----360 km

Mijn GSM wekt ons om 5u s'morgens, tegen ons goesting maar wel op de tonen van Stairway to Heaven. Robotgewijs checken we uit het hotel en stappen in de gereserveerde taxi. We worden uit onze 'slaaptoestand' gewekt als plots de motor van onze taxi uitslaat; zomaar terwijl hij aan het rijden is. Bij mij beginnen doembeelden van gemiste vluchten op te komen maar alras is dit niet meer nodig want het euvel is na 5 min opgelost.
Aeroparque, de lokale luchthaven van Buenos Aires is ditmaal stakingsvrij, in tegenstelling tot 2 jaar geleden (zie reisverslag Argentinië 2006, dag 2) wat ons toelaat om 1u50' later te landen in Mendoza, het centrum van de wijnstreek in Argentinië. Malbec is het bekendste wijnmerk. We halen onze huurauto af maar pas een uur later rijden we. Hedentendage is het huren van een auto een administratief getokkel op computer van de Hertz-meiskes alsof ze ter plaatse uw levenswandel willen neerschrijven.
Via de Ruta 40 rijden we Mendoza binnen. Mendoza is een overschaduwde stad; het valt ons direct op dat alle straten en lanen afgeboord zijn met bomen die een bladerdak vormen en zo de hitte buitenhouden. Er is dus overal schaduw over dit ex-woestijngebied.
Het stadje op 750m boven de zeespiegel, ligt aan de voeten van de Andes met zijn zichtbaar besneeuwde pieken. Jaarrond noteren de temperaturen boven de 20° en nu is het er al vrij heet. Het is dè uitvalsbasis voor avontuurlijke Andestochten.
Er zijn 4 plazas gelegen rond de centrale Plaza Independencia (foto rechts), met veel bomen en veel fonteinen. Ideaal voor een lange rustpauze want de eerste hitte is in onze benen geslagen. Het wordt een luie dag: ijscrèmeken hier, Quilmesken daar (Quilmes is Argentijnse pils). We eindigen de dag in een bar-restaurant in de uitgangsbuurt met rockmuziek als dessert. We kruipen redelijk vroeg in ons bed. Morgen is de echte start van de vakantie.

Sprokkels:
- We betrappen de Lonely Planet op verschillende fouten: eerst zoeken we een hotel uit hun lijst en op het adres zien we de resten van een afgebroken gebouw; dan checken we een paar hotelprijzen en die komen in de verste verten niet meer overeen met hun prijzen; ten derde willen we met de 'bus touristic' rijden, maar die blijkt inmiddels afgeschaft…


Dag 2 -----Mendoza - Parc Aconcagua - Las Cuevas/Punta del Inca (Chileense grens)

We vertrekken op een normaal uur richting Andesgebergte en richting Chileense grens. Eens buiten Mendoza (750 m hoogte) doorkruisen we kweetnie hoeveel hectaren aan wijngaarden vooraleer we het voorgebergte inrijden, de precordillera (pre-kor-diel-jeira) genaamd. Vanaf nu hebben we er twee metgezellen bij: de Rio Mendoza en een sinds lang in onbruik geraakte spoorlijn die de Andes oversteekt tot in Chili! Net als de Rio de la Plata in BA, is de Rio Mendoza bruin van kleur door de afzetting van sedimenten. Zijn wilde stroomversnellingen maken van hem een gegeerde raftingrivier. In het voorgebergte is hij bijna onzichtbaar in de weide keivalleien. Dat doet me denken aan de Kali Gandaki in Nepal.
Na een goede 100 km komen we aan te Uspallata op 1.751m hoogte. Het is het enige stadje, die naam waardig, tussen Mendoza en Chili, 80 km verderop. We rijden verder door een prachtige vallei waarvan de wanden pastel gekleurd zijn. Hier zien we bergwanden in rood-bruine tinten naast bergwanden in groene tinten, afhankelijk van het erts die in de steen zit. Af en toe zie je zelfs okergeel opduiken en zelfs purper. Op zulke natuur geraak je niet uitgekeken.
Inmiddels is de echte klim naar de Andespieken begonnen. We stoppen in Puente del Inca, een kleine nederzetting op 2720 m hoogte waar de brug over de Rio Mendoza geel-oranje uitslaat (foto rechts) van de afzettingen van het warme, sulferwater.
We klimmen verder tot aan de ingang van het doel van deze dagtrip: Parque Aconcagua, waar de gelijknamige 'highest mountain outside the Himalaya' huist (6.962m). We parkeren de auto en maken een wandeling in het park naar 2.850m waar het viewpoint Los Horcones ligt. Van daaruit kan je de hoogste berg van Z-Amerika bewonderen ... mocht zijn piek niet gehuld zijn in wolken: overal blauwe lucht, maar daar natuurlijk niet. Gelukkig tonen ook hier de Andespieken hun pastelkleurige wanden en lijken de drie- en vierduizenders rondom ons heel dichtbij, bijna aanraakbaar. Wat een decor om in te wandelen.
We nemen terug de auto en klimmen verder naar Las Cuevas op 4.000m hoogte. Het is steil onderweg en dat voel ik niet alleen aan onze wagen maar zien we vooral aan de camions die over de snelweg kruipen. De 30-tonners geraken net aan 10 km/u. Las Cuevas is een grensstadje aan de Argentijns-Chileense grens. Veel volk zien we hier niet. De wind waait er hard en de eeuwige sneeuw is alom aanwezig. We zien in de verte de Argentijnse grenspost. De uitzichten zijn adembenemend. Hier zie ik een eigenaardig maar logisch bouwwerk: de spoorlijn is overbouwd met golfplaten en het is alsof de spoorlijn in een kilometers lange schuur ligt. Dit diende destijds als bescherming tegen de sneeuw en steenslag.

Aconcagua (6.962 m) ... met de top in de wolken

Maar de tand des tijds slaat onverbiddelijk toe: kapotte wanden, weggeërodeerde spoorwegbeddingen, verroeste bruggen over de Rio Mendoza, geblokkeerde tunnels door neergevallen rotsblokken, kromme rails, enz.. Deze spoorlijn is één lang, historisch openluchtmuseum.
Het is hoog tijd om de daling in te zetten naar Mendoza waar we een tweede en laatste keer overnachten.

Sprokkels:
- Stella bier is een echte hype in Argentinië. Niet alleen zag ik dit in BA, maar nu ook op de jongerenterrassen in Mendoza. Ze kopen 1-liter flessen en het Belgisch vocht verdwijnt in hun keelgaten.
- We zien veel politieposten onderweg. Aan één ervan moeten we stoppen. Begint die strengkijkende militair daar een Spaanse speech af te steken. Hij ziet mijn onthutste blik, aanhoort mijn vijf woorden Spaans waaronder 'Aconcagua' en stuurt ons door met een onderdrukte lach op zijn Spaans wezen.


Dag 3 -----Mendoza - Uspallata - Barreal -----200 km

Vandaag reizen we noordwaarts, het echte doel van de reis, na onze uitschuiver naar het westen van gisteren. Ditmaal geen wijngaarden te bespeuren bij het buiten rijden van Mendoza, enkel een steenwoestijn. Een kaarsrechte betonbaan brengt ons richting Villavicencio waar s'lands belangrijkste waterbronnen ontspringen en gebotteld worden. Eigenlijk de Spa van bij ons. Op deze betonbaan zien we verschillende wielertoeristen die vechten tegen de zon, de wind en zichzelf.
Ondertussen zijn we tot vooraan in de Precordillera gereden, het voorgeborgte van de Andes en verzameling van 2 en 3-duizenders. We beseffen nog niet dat we de volgende twee uren een spektakelstuk gaan meemaken. De 'baan' wordt onverhard en smal en begint te stijgen. We moeten dwars door dit stuk gebergte. Dienen boerenslag - meer kan je dit niet noemen - is een verzameling van helse haarspeldbochten en blinde bochten, niet meer meegemaakt sinds de Swartenbergpas in Zuid-Afrika. We worden volledig opgeslorpt door het landschap, totaal onbewoond gebied, maar o zo prachtig. We klimmen aan een slakkengangetje tot net over de 3.000m hoog waar we tot ver onze weg kunnen terugtracen. Onze slag vormt namelijk een bleke streep langs de bergwanden (foto links). Onze hartslag begint te stijgen als we na een uur rijden niemand tegenkomen en er geen einde lijkt te komen aan dit baantje. Tot we plots een richtingaanwijzer zien staan naar het volgende stadje. Er is nochtans geen zijweg of andere baan te bespeuren. Het is alsof men ons een riem onder het hart wil steken. Even verderop komen we dan toch een wagen tegen. We stoppen beide, draaien onze vensters open en slaan een 'babbel' met een koppel verschrikte Argentijnse toeristen die ons de slechte kwaliteit van de baan uitleggen (maar dat weten we al) en ons de afstand naar Mendoza vragen.
Na 30 km labeur en 2 uur rijden, komen we aan op een hoogvlakte waar ons de verrassing van de dag wacht: een uitkijkpunt met onbelemmerd zicht op de Aconcagua en zijn buren. Alsof het nog niet genoeg is, zien we kudden lama's grazen die schichtig wegspringen als we passeren. We dalen verder door de gekleurde Precordillera naar Uspallata, die we 100 km verder en 4 uur na onze start in Mendoza, binnenrijden vanuit een gans andere richting dan gisteren.
Deze voormiddag is een staaltje intens natuur verkennen. Als u zich herkent in een 'avontuurlijk-ingesteld-mens-met-huurauto', dan is dit ritje een must-do als ge in de buurt zijt.
Na de middag vertrekken we uit Uspallata naar
----------------------------------------------------Zicht op Aconcagua
Barreal, ons eindpunt van de dag. Exact 99 km scheiden deze twee plaatsen zich en daartussen is het de grote leegte: onbewoond gebied. We rijden parallel met de Andes en hebben constant besneeuwde pieken in het zicht aan onze linkerzijde. Stilaan glijdt de Aconcagua achter ons weg en begint een ander deel van de Andes. Dit traject is een kopie van de Ruta 40 ergens temidden Patagonië: desolaat, keienweg, woestijnachtig, zo goed als geen verkeer. Gewoon het tegenovergestelde als deze voormiddag. We passeren het Parque El Leoncito, waar observatoria staan die ons heelal afspeuren want het is hier jaarrond bijna altijd blauwe lucht en wolkenloos. Na 2 ½ uur rijden, zien we in de verte een groene oase. Daar is water, dus begroeiing, dus volk. Dit moet ons eindpunt zijn: Barreal (1.650m).
Dit stadje ligt in de schaduw van de Andes. Een tiental sneeuwpieken, netjes naast elkaar en allemaal tussen de 5.100 en 5.900m, vormen de 'skyline'. We slapen in La Querencia, een aanrader in de LP en een hotel in haciëndastijl, gelegen op een heuvel met een onbelemmerd zicht op de Andestoppen. We kopen ons avondeten in de lokale supermercado en serveren ons een simpel avondmaal vanop ons terras met zicht op. 'Quality time' noemen ze dat.

Sprokkels:
- Tijdens de middagpauze in een wegrestaurant in Uspallata zeggen ze in de Argentijnse versie van de Rode Loper op TV dat Nicole Kidman een transseksueel is. Onzin en kijkcijfers gaan overal ter wereld goed samen.
- Bij de ingang van Barreal worden we tegengehouden door een jongeman en -vrouw. De jongeman start terug een Spaanse woordenwaterval waaruit we verstaan dat we geen fruit mogen vervoeren (tegen de fruitvlieg). Ik gebruik mijn zelfde tactiek als gisteren: schrikken en 5 Spaanse woorden uitkramen. Deze keer lacht die kerel ronduit en laat me door.


Dag 4 -----Barreal - Calingasta Vallei - San Juan -----195 km


We hebben deze nacht op een echte matras geslapen. De eigenares van het hotelletje is als een moederken en offreert ons een door haar samengesteld ontbijt met alles erop en eraan. Mag wel voor de prijs die we betaald hebben.
We rijden verder noordwaarts op een verharde weg van goede kwaliteit. Vandaag geen Patagonië kopie maar een totaal ander landschap. We rijden door de Calingasta Vallei, langsheen de Rio Los Patos die een weg baant tussen de Precordillera, geruggesteund door de hoge Andes die links over de Precordillera loert. Deze maal hebben de gerimpelde bergwanden geen pastelkleuren, maar vooral donkere tinten van bruin, groen en zwart! Soms lijken het steenkoolbergen, van zwartigheid. Uiteraard is de Rio Los Platos bruin van kleur zoals al zijn soortgenoten in dit land. Er worden nogal wat bruine sedimenten en zand 'vervoerd' door rivierwaters.
We rijden de ene vallei uit en rijden de volgende al binnen: Burro Vallei. Maar met een uitgedroogde rivierbedding en flets gekleurde bergwanden, kan deze Quebrada (= 'Vallei' in het Spaans) niet tippen aan Calingasta, in gien 100 joar.
We nemen de Ruta 40 richting San Juan. Ondertussen is het landschap terug veranderd in een steenwoestijn. Na een uur rijden zien we in de verte een grote groene vlek in deze barre streek. Even later rijden we de hoofdstad binnen van de gelijknamige provincie: San Juan. Het stadje heeft niet veel te bieden en het is er heet. De thermometer van onze auto staat al een tijdje op 36° en we besluiten 18 km verderop te rijden naar Dique Ullum, een stuwmeerken van 3.200 ha (foto links) en onder een boom met een boek en een pint bier de late namiddag te vullen. Het water is net te koud om te zwemmen.


Sprokkels:
- Gisterenavond kopen we in de lokale Supermercado een fles wijn van het merk Fernet. Allé dat denken we toch. Op ons hotelterrasje proeven we de wijn. Ik heb nog nooit zo rap iets uitgespuwd … Het goedje had een soort medicamentensmaak en was totaal ondrinkbaar.
- Aan het stuwmeer bestellen ze enkel 1-liter flessen Quilmes en La Martina is ten uitzonderlijke titel bereid om mee te 'helpen' drinken. Ja amaai, haar glas was altijd als eerste leeg en ik heb nooit moeten aandringen om te hervullen. En ik die dacht dat ze geen bier mocht …


Dag 5 -----San Juan - San Augustin de Valle Fertil -----245 km

Vandaag rijden we naar San Augustin. Morgen bezoeken we in de buurt een merkwaardig Nationaal Park. Het traject is verhard en van redelijke kwaliteit. We rijden in oostelijke richting (weg van de Andes). Eerst rijden we een ganse tijd door uitgestrekte wijngaarden, concurrentie voor de naburige Mendoza provincie.
60 km buiten San Juan rijden we Vallecito binnen. Het was bij de voorbereiding van deze trip en nu nog steeds niet doorgedrongen dat dit een bedevaartsoord is waar jaarrond pelgrims de Heilige Difunta Correa komen vereren: zo'n 200.000 per jaar met pieken in Pasen en Kerstmis. Dit stadje is speciaal gebouwd rond de heuvel waarop haar herdenkingsplaats staat. Naast de heuvel zien we vooral souvernierswinkeltjes, grote Banos (WC's) en grote campings (om de pelgrims te huisvesten). Het is een soort mini-Lourdes temidden de woestijn.

Difunta Correa

Wablief? Tja, ik had er ook nog nooit van gehoord totdat we ons vragen begonnen te stellen bij al die schrijnen langs de weg. Rode vlaggen, een beeld van een heilige vrouw met zogende baby en tientallen flessen water maken het geheel uit.
We dachten eerst aan sluikstorters (soms liggen er honderden gevulde petflessen) maar navraag levert een gans ander verhaal op. Difunta Correa is een vrouw die van ontbering en dorst omkwam in de woestijn van San Juan in 1840. Passerende reizigers vonden haar dode lichaam maar haar zogende baby was nog levend en dit wordt als een mirakel aanzien. Als eerbetoon en verering staan er van in het Noorden tot in het uiterste Zuiden van Argentinië, schrijnen op de wegberm waar vooral truckers flessen water deponeren om Difunta's dorst te lessen. In Vallecito zien we de meest toegewijde pelgrims de trap naar de heuveltop bestijgen op handen en voeten, zoals Difunta destijds, toen ze in de woestijn van ontbering voortkroop en uiteindelijk bezweek.

Na deze verrassende stop, rijden we verder richting San Augustin. Het landschap is plat, monotoon en desolaat: we rijden door de Pampa. De paar nederzettingen die we tegenkomen lijken spookstadjes want er is geen kat te zien; er is bijna geen verkeer en we rijden door ontelbare uitgedroogde rivierbeddingen. De temperatuur stijgt tot 35° en dit is vooral niet de plaats om een platte band of motorpech te hebben. Ik herinner me de Pampas uit de Aardrijkskunde les. Maar er is hier weinig romantiek. Wie hier moet overleven, heeft een keihard leven.
90 km voor Augustin draaien we linksaf en rijden de Valle Fertil (Vruchtbare Vallei) binnen. Hier zit veel water in de grond want de korte grassen uit de Pampa veranderen in struiken en bomen. De weg is het best te omschrijven als een 'baan vol dippen', naar boven naar beneden en terug, zodat de rit - als we een beetje snelheid maken - een roetsjbaan lijkt. Onze rit eindigt in San Augustin de Valle Fertil. Het is een heus stadje met een centrale Plaza en veel slaapmogelijkheden. Hier vinden we Cabanas (vakantiehuisjes met keuken) aan een zwemkom en we "installeren" ons. We zijn de enige klanten van de 6 Cabanas. De late namiddag wordt een luie bedoening. We koelen onze drank, laden onze GSM's en laptop en testen ons leeg gat.


Dag 6 -----PN Ischigualasto - Sierra de Sanogasta - Chilecito -----290 km

Als een archeoloog dit verslag leest en de naam PN Ischigualasto (Valle de la Luna - Maanvallei) hoort, dan wordt hij waarschijnlijk high. Op deze plek werden/worden de meeste fossielen gevonden van Dinosaurussen ter wereld en het is dus een uitverkoren speelterrein voor wetenschappers. In Zuid-Amerika worden nog wel plekken 'Valle de la Luna' genoemd. Ze hebben allemaal drie dingen gemeen:
- Surreëel landschap
- Merkwaardige rotsformaties
- Heet
We rijden door het park over een lokaal circuit van 45 km. Om 11u vertrekt een eerste colonne van een tiental privé-wagens die de gids volgen. Het is namelijk verboden alleen in het park te rijden. De trip duurt 3 uur en er zijn 5 stops voorzien aan de meest merkwaardige natuurgrillen. De meest in het oog springende rotsformaties krijgen namen mee als: de onderzeeër, de worm, enzomeer. Van verre lijkt alles hetzelfde in zo'n maanlandschap, maar als je er tussen rijdt dan valt de verscheidenheid op. We eindigen de tocht met een bezoek aan het kleine museum van het park waar drie Dinosaurussen gereconstrueerd zijn.
We zetten onze tocht verder door het ene park uit te rijden, de provincie Juan te ruilen voor de provincie La Rioja waar we meteen het Parque Talampaya binnenrijden. We hebben echter geen tijd om het te bezoeken: het is gelijkaardig aan Parque Valle de la Luna.


We rijden verder, het tweede hoogtepunt van de dag tegemoet: Sierra de Sanogasta. Sierra is de naam voor middengebergte (2-duizenders). We rijden terug op de Ruta 40, onverhard, dwars door voormelde bergketen. Er zijn maar twee kleuren: roestbruine berg(wanden) en wegen + groen van de begroeiing op de bergwanden en langs de baan. De totale doorsteek is ongeveer 30km en het eerste gedeelte lijkt op een cactustuin. We zijn echter een tweetal weken te vroeg: de botten op de cacti zijn nog gesloten. We zien een paar vroegbloeiers en die doen vermoeden dat je hier binnenkort een fameus schouwspel van bloeiende cactussen zal zien.
Dan begint de Ruta 40 te klimmen en wordt op bepaalde punten nogal smalletjes. Er zijn oneindig veel bochten te nemen (800 volgens de folderkes). De rit doet ons denken aan dag 3 naar Uspallata, maar ik wil hier de Ruta 40 geen veredelde boereslag noemen uit respect. We worden terug één met de natuur, als het ware opgeslorpt. De bergwanden zijn ruw en doen me denken aan Corsica's bergketens in het binnenland. Als je hier in de ravijn rijdt, vinden ze ons nooit meer terug, denk ik zo in een negatieve gedachtengang. We bereiken de top op 2.020m en zien ver beneden in het dal de Rio Miranda die - je gelooft me niet - helder van kleur is en een glinsterende koord lijkt.
Eenmaal voorbij dit spektakelrijk parcours is het nog een uurtje rijden naar Chilecito, het enige stadje waar we in de streek kunnen overnachten. Het is inmiddels al 19u geworden en we worden getrakteerd op een vloage-met-hagelstenen! Een apart gevoel als de temperatuurmeter van de wagen daarnet nog 35° aangaf. Op de centrale Plaza staat een herdenkingsbeeld van Che Guevara.


Sprokkels:
- Als je een dorp binnenrijdt dan staat er een GSM mast, zelfs in de meest afgelegen plaatsen. Als er nieuwe wijken gebouwd worden staat een 1000 liter watertank op het dak. Eigenlijk valt eerst de tank op en dan zie je dat er daaronder een huisje aan hangt. Maar het is wel milieuvriendelijk want de zon heet het water op.
- Vandaag terug twee controles:
-----o Eén op fruit
-----o Een tweede door een echte flik waar mijn gespeelde onschuld niet helpt. Integendeel, de man controleert en noteert ijverig de Hertz boordpapieren van de wagen. Daarna vraagt hij mijn passaporta en begint terug ijverig te noteren op zijn lijst. Alles is OK want ik mag 5 minuten later verder rijden.


Dag 7 -----Chilecito - Belèn - Cafayate -----490 km

Het heeft gans de nacht geregend en ook nog deze morgen als we vertrekken. We zijn al een beetje vergeten hoe regen aanvoelt… We rijden vandaag een lange overgangsrit van om en bij de 500 km om een soort tweede deel van de vakantie aan te vatten. Ik vind het altijd geweldig (Martine minder) om door onbekende landschappen te mogen rijden, wetende dat dit de eerste en wellicht de laatste keer is dat je hier rijdt. Doet er eigenlijk niet toe als de zichten niet allemaal even mooi zijn; uniek zijn ze wel. De RoadMovie brengt ons:

  • door 3 provincies noordwaarts; bij ons zouden we - gezien de afstand - door 3 landen rijden.
  • We rijden het volledig traject over de Ruta 40, verhard met uitzondering van een strook van 100 km voorbij Belèn waar de Ruta 40 zijn echt gezicht toont: ruig, bochtig, venijnig en ribbelig. Dit stuk gaat trouwens dwars door de Quebrada de Belèn.
  • We worden over bijna gans de rit geflankeerd door Sierras (middengebergten) en rijden door woestijnachtige gebieden met lage begroeiing
  • Sommige stroken van de weg zijn tientallen km kaarsrecht. De afstanden tussen de dorpen zijn enorm. De regio lijkt verlaten. We passeren het plaatsje Londres waar de straten geen naam hebben want alle straatnaamborden tonen een … vraagteken (foto rechts) . Sommige dorpen hebben zelfs één stel verkeerslichten. Pas dan vooral op, want rood of groen maakt weinig uit; iedereen rijdt door.
  • We zien versnipperde veestapels. Ttz, koeien, paarden en geiten per groep van 5 à 10, drinkend van de plassen water op de baan. Af en toe zien we de Gauchos (Argentijnse cowboys). Eénmaal ben ik hard in de remmen gemoeten om een botsing te vermijden met een groep koeien die plots uit het struikgewas de baan over rent, achtervolgd door een hond.
  • De huidskleur van de inwoners wordt donkerder, het haar zwarter en het uiterlijk Indiaanser. Hoe noordelijker, hoe inheemser. De Argentijn hier lijkt een totaal ander persoon dan de Argentijn uit BA.

Het verkeer en het aantal wegen zijn beperkt in deze streken. Toch slagen we erin om telkens verkeerd te rijden ..?? Dat komt omdat er nergens wegwijzers staan. Je rijdt via de Ruta 40 een dorp of stadje binnen. In plaats van één grote doorgangsweg vertakt de baan zich in vele lokale straatjes zonder wegwijzers. De uitdaging is telkens om aan de andere kant van het dorp te geraken op de juiste weg naar uw volgende bestemming. Daar loopt het altijd mis omdat de voor ons meest logische weg telkens weer de meest onjuiste is. Gelukkig helpen de Argentijnen ons altijd in de goede richting. In Santa Maria hebben we 8 maal de hulp van de Argentijn-op-de-straat moeten inroepen om ons in de juiste richting te helpen.
We rijden op het einde van de dag langs kilometers wijngaard en door een groene oase. We bereiken ons einddoel: Cafayate (1.700m). Tesamen met Belèn onderweg is dit het tweede stadje die naam waardig op ons totaal traject. Het ligt temidden de wijnstreek en is nogal toeristisch omdat we naar Argtentijnse normen, te veel terraskes zien staan rond de centrale Plaza … en ja ook veel winkelkes met handgemaakte prullaria, een opkikker voor Martine.

Sprokkels:
- Vanavond in het restaurant een koppel tegengekomen: een Argentijnse met een Fransman, die wonen in Genève, Zwitserland. De Argentijnse kon niet zwijgen over de politieke en economische situatie van haar land, die ze zo belabberd vond.

Dag 8 -----Cafayate - Valles Calchaquiès - Cachi----- 172 km

We rijden verder op de onverharde Ruta 40 richting Cachi via de spectaculaire Valles Calchaquiès. Hoe verder we de vallei inrijden, hoe meer 'spectaculair' een understatement wordt. We ervaren de Ruta 40 op zijn primitiefst: soms zanderig, soms kiezelstenen, soms door groen en hoge begroeiing, soms door het niets; altijd bochtig, altijd op en neer. Er is terug zo goed als geen verkeer en de natuurpracht in deze vallei-met-de-onuitspreekbare-naam is grandioos. Deze keer zijn het niet zozeer de kleuren die de toon zetten, maar veeleer de vormen van de rotsen, van de valleiwanden en van de enorme vergezichten in en over de vallei. Erosie heeft hier uitstekend werk geleverd. Het meest spectaculaire zijn de 'schuine rotsen in schellen'. Kijk naar de foto's want ik kan het moeilijk omschrijven.
Het is nu de derde keer deze week dat we het gevoel hebben alleen op de wereld te rijden, opgeslorpt te worden door de natuur. Off-the-beaten-track rijden, zeggen ze in t'engels. We hebben in totaal, inclusief een middagpauze, 7 uur over dit parcours gereden of beter gezegd geschud. Geen minuut teveel. Na elke bocht is het uitkijken naar de volgende natuurkronkel. Enkel Martine heeft de middagpauze echt nodig om haar rug te laten bekomen. En we zijn er ons goed van bewust dat één platte band of motorpech dit natuurgevoel aan gruizlementen zou slaan, maar daar blijven we tot nu toe van gespaard.
Op gans het traject rijden we door drie dorpen. Het eerste is Angastaco, waar we onze lifter afzetten. We hebben inderdaad een uur terug een liftende jongeling, een echte Indiaans type, opgepikt. Het tweede stadje is Molinos (2.000m). Het is ondertussen middag en ontdekken rechtover de kerk een gerenoveerde haciënda-restaurant, Spaans koloniale stijl. Op de binnenkoer staat een eeuwenoude kanjer van een boom die gans de koer in de schaduw steekt (foto links) . Daaronder staan de eettafeltjes. We bestellen twee typische lokale schotels + fles wijn. Ja, wijn van de streek want die route door de vallei noemt ook de Ruta del Vino (Wijnroute). Het derde stadje is Cachi (2.280m), onze eindbestemming. Terug valt die Spaans koloniale stijl op, zo herkenbaar, met de typische kerkjes met klokken in een open toren, met de typische ronde pannen op de gebouwen. Verder is er een centrale Plaza met restaurantjes. Het is omringd door bergen, met als hoogste piek de 6.380m hoge San Martin. Dit bergstadje valt meteen in mijn smaak en doet me denken aan San Pedro de Atacama (Zie Chilireis, dag 13): stoffig en alles op t'gemaksken. In vergelijking met gisteren zijn we heel wat meters gestegen en is de temperatuur heel wat graden gedaald: amper 25°.
------------------------------------------------------------ --- het kerkje van Cachi met de drie klokken


We zijn moe als we ons om 16u op ons bed laten neerploffen.


Dag 9 -----Cachi - Salta - Jujuy -----245 km

We vertrekken onder een strakblauwe hemel op een verharde (!) Ruta 40 met spijt, want Cachi is catchy.
Buiten Cachi draaien we rechtsaf het NP Los Cardones in.

1. Het NP Los Cardones is een soort maanvlakte waar de begroeiing enkel uit cactussen bestaat naast wat kleine grassen. Drie dagen geleden dachten we veel cacti gezien te hebben, maar hier hebben ze een tandje bijgestoken. Spijtig genoeg staan ook deze nog met de botten dicht.

2. We verlaten de cactusvlakte en ook het verhard gedeelte van de weg om een klim in te zetten op onverhard terrein van goede kwaliteit. De top ligt op 3.340 m van waaruit we een schouwspel hebben op de andere kant van de bergketen Cuesta del Obispo, gekleurd in een onnatuurlijk geel-groen. We zetten de daling in naar de valleivloer zo'n 2.000m lager. De rit is onvergetelijk, langs onverharde weg, draaien en keren en rakelings langs de ravijn. Eénmaal slechts krijgen we de kans en de ruimte voor een uitzicht over de kronkelende baan beneden en boven ons en van de prachtige vergezichten op de valleivloer en de bergtoppen. Redelijk beklijvend ritje.

3. Eénmaal beneden herhaalt het waaw-gevoel zich. De vallei vernauwt en we kronkelen mee met de rivier. De valleiwanden kleuren rood en donkergroen. De vegetatie is totaal anders dan aan de andere kant van de bergketen: veel groen en loofbomen en snelstromende rivieren doen ons een Alpine gevoel krijgen.

4. Uiteindelijk verbreedt de canyon terug en komen we in vlak land met veel groen en veel gewassen (koren, spinazievelden). De woestijn van 50 km terug is ver achter ons. We komen op korte tijd in een totaal andere wereld terecht. Zelfs de mensen lijken een lichtere huidskleur te hebben.

 

 

 

 

 

 

 

We rijden richting Salta, hoofdstad van de gelijknamige provincie en komen in een verstedelijkt gebied terecht. In Salta begint het zoeken naar de juiste weg, terug op mijn heupen te werken. We rijden via de R68 Salta binnen en moeten uit de stad via de R9 naar Jujuy onze eindbestemming. Kan in een normaal land geen probleem zijn; niet hier. Een eind lang zien we verkeersborden richting Jujuy, maar plots niets meer en we zitten temidden de stad. Omdat toeteren een nationale sport is voor de Argentijnen, passen ze hun passie toe telkens ik een beetje te traag rijd om de straatnaamborden te lezen. Op een druk kruispunt word ik door een flik de andere richting uitgestuurd. Ik heb die man uitgekafferd voor t'vuil van de staat (hij kon het niet horen). Vooraleer gans tureluurs te worden, zet ik me aan de kant en brengt Lonely Planet uitkomst. Daarin staat een stadsplannetje en aan de hand daarvan + éénmaal gevraagd aan een voorbijganger, vinden we de goede weg.
De goede weg is de R9 die ons 90 km verder - twissen deure'n Vogezen-like landschap - naar San Salvador de Jujuy (1.240m) brengt, kortweg het onuitspreekbare Jujuy (Hoe-hoej) genaamd. Jujuy is de hoofdstad van de gelijknamige en Argentinië's kleinste provincie. Zoals in alle steden en dorpen is er de Plaza, het centrum van de stad, vierkantig en in de schaduw gestoken door inheemse bomen en palmbomen en bezaaid met bankjes. Pas om 21u gaan de meeste restaurants open en met zicht op de Plaza eten we een lokaal gerecht: een soort waterzooi met lama vlees.


Sprokkels:
- Deze morgen in Cachi bij het ontbijt, spreken we vier Bruggelingen, meer bepaald van Varsenoare (Varsenare).
En von woar ziede gie? Van Gènt! Oe-je-joei, k'verstoan joen nie.
- In Jujuy steket nie nauwe: in een drukke verkeersvrije winkelstraat wandelt een jonge moeder met haar baby zogend aan haar borst alsof het de normaalste zaak van de wereld is.


Dag 10 ------Jujuy - Humahuaca - La Quiaca (Boliviaanse grens) - Humahuaca -----420 km

Tussen Jujuy en Humahuaca ligt de spectaculaire Quebrada (Canyon) de Humahuaca. Dit is een natuur hoogtepunt in deze provincie en terecht. Samengevat is het een lange (150 km), brede kloof gevormd door de Rio Grande, waarvan bepaalde stroken van de valleiwanden alle kleuren van de regenboog vertonen, te berijden via een biljart-gladde tarmacbaan. Voor mij is het nu zeker : de Andes is kleurspektakel. Ik mis hier wel een beetje het onverharde, het ruige maar voor Martine is dit de best deal.
We stoppen een eerste keer te Purmamarca, waar we de 7-kleuren-berg kunnen bewonderen (foto links). Ik zou niet weten welke ertsen al die pastelkleuren veroorzaken. Het is onnatuurlijk schoon. In Maimara kleeft een kerkhof op een heuvelrug langs de baan en in Tilcara zijn we ontgoocheld in het pre-Columbian fort aldaar. Maar verder is er na iedere bocht op deze Ruta 9 tot in Humahuaca (130 km van Jujuy) wel een of andere 'nog betere foto' te trekken. We stoppen in Humahuaca (3.000m) en zoeken een hotelletje.



Dit stadje is meestal het eindpunt voor de toeristen, maar ik weet beter. Tussen hier en de Boliviaanse grens, zo'n 165 km verder, liggen de uitlopers van de Boliviaanse altiplano, of de hoogvlakte tussen de Andestoppen. Meer nog : halverwege tussen Huma en de grens start de legendarische Ruta 40 (die 4700 km verder eindigt in het zuiden nabij Rio Gallegos, Atlantische Oceaan). Ik wil dit allemaal ter plekke verkennen.
Net buiten Humahuaca start het spektakel. We klimmen uit het stadje en we zien rotspartijen in adembenemende vormen en kleuren. We stijgen verder tot ongeveer 4.000m en komen op de altiplano, gekenmerkt door dorre, schrale landschappen waar enkel lamas en alpacas overleven op de korte grassen. De Andes bergtoppen lijken niet veel hoger dan de baan waarop we rijden. De mensen uit de dorpen waar we doorrijden hebben een zeer donkere huidskleur en de wind kan hier ongestoord zijn gang gaan. Net als in dag 2 naar Chili, ligt ook hier een in onbruik geraakte spoorweglijn tot in Bolivië. Dit is natuurspektakel van de bovenste plank.



Op weg naar Bolivië passeren we drie bemande politiecontroles. Bij één ervan moeten we stoppen maar ze doen niet moeilijk. We komen aan in La Quiaca, het Argentijns grensstadje. Er is niet veel te beleven. Langs de overzijde van de Rio La Quiaca ligt Villazon, Bolivië. Een brug verbindt beide landen. Alhoewel La Quiaca dichter de evenaar ligt dan Iguazu met zijn regenwouden en subtropisch klimaat, is het hier koud (17°). Dit heeft alles te maken met de razende wind en de hoogte: 3.750m.

We rijden terug naar Humahuaca wetende dat we in 2 reizen zowel het uiterste noorden (La Quiaca) als het uiterste zuiden (Ushuaia) - 5121 km van elkaar - hebben bezocht: een genoegdoening. Ik word tot de realiteit teruggebracht als we plots getroffen worden door een zandstorm op de altiplano. Het is net als in een filmovergang: de blauwe lucht schuift weg en donkergrijze komt in de plaats. Ik moet mijn stuur stevig vasthouden en de wagen corrigeren want de wind beukt hard. Het zand onttrekt het zicht en we minderen snelheid. Het begint te regenen. Het enige wat ik hoop is om niet in panne te vallen … en gelukkig gebeurt dit niet. We geraken veilig en wel in Humauaca, een gezellig plaatsje met zijn kasseiwegen en zijn prachtig onderhouden Spaans koloniaal kerkje
.


Dag 11 -----Humahuaca - Jujuy - Salta -----220 km

We vertrekken in de regen, de naweeën van de storm van gisteren, en de temperatuur is amper 10°. We keren op onze stappen terug naar Jujuy nogmaals door de Humahuaca Canyon, maar dat geeft niet. We rijden over de Steenbokskeerkring. We rijden Jujuy voorbij naar Salta (1.214 m). Ondertussen zijn we zo'n 2.000m gedaald en is de temperatuur geklommen naar 31°. Naar dagelijkse gewoonte krijgen we politiecontrole langs de weg; ditmaal niet om de fruitvlieg of paspoortcontrole, maar om ons te verwittigen dat de weg naar Salta geblokkeerd is door een demonstratie. We beslissen om te stoppen in een wegrestaurant en te middagmalen en de demonstratie te laten overwaaien.
Tegen 15u arriveren we in Salta, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Eergisteren was ik woedend op de stad omdat we ons terug maar eens vastreden, maar vandaag ben ik gekalmeerd want we rijden vlotjes naar ons hotel. Meer, de objectiviteit gebiedt me om een beetje te stoefen over de stad. Zijn centrale Plaza is één van de mooiste die we tegen gekomen zijn, evenals zijn roze-wit gekleurde kathedraal. Binnenin is het pracht en praal. In de winkel-wandel straat concludeert La Martina dat ze hier toch een beetje ten achter zijn: ouderwetse modepoppen in de etalages, beeldbuisTV's ipv flatscreens.
We laten ons terug gaan en genieten op de Plaza van een maaltijd met een fles lokale wijn.

Sprokkels:
- De hotelbediende is gene snuggere. Bij het invullen van onze gegevens neemt hij eerst Martine's paspoort. In plaats van het fotoblad met alle info neemt hij het blad verder met het visum op van Saoedie-Arabië. Hij worstelt zich door al die Arabische tekens met af en toe een Engelse vertaling erbij en wij laten hem doen natuurlijk. Het duurt 10 min vooraleer zijn hotelinfo ingevuld is. Zijne frank valt maar niet en hij houdt de schijn hoog. In het vakje 'land' schrijft hij S-Arabië. Hij vraagt niet meer naar mijn paspoort … laat staan van mijn harem (ha ha).


Dag 12 -----Salta - Cafayate -Tafi del Valle -----330 km

Het komt niet meer goed met Salta. Ondanks de uitleg van de hoteleigenaar geraken we de stad niet uit. Ofwel geen pijlen ofwel dubbelzinnige pijlen. We zitten nondekuutjes aan de luchthaven. Drie maal hebben ze ons op de juiste weg moeten zetten, waaronder 2x de politie.
Op een 100-tal km van Cafayate, rijden we door de Quebrada de Cafayate. We beleven er de verrassing van de reis. Ik heb de afgelopen dagen al zoveel superlatieven gebruikt voor het natuurschoon dat we passeren, dat ik ze misschien beter had gespaard voor dit traject.

Alhoewel geen status van Nationaal Park, loopt deze verharde weg op de canyonvloer parallel met de Rio de las Conchas kriskras door de nauwe vallei en zien we (uiteraard) gekleurde bergen. Maar vooral de oneigenlijke vormen van de rotsformaties doen alle vorige trajecten verbleken. Tientallen keren stoppen we om de perfecte foto te maken. We stoppen ook aan rotsformaties-met-een-naam: Garganta del Diablo (Het Duivelsstrot), een canyon in de vorm van een koker; El Amfiteatro (Het Amfitheater) foto links; Los Castillos (De Kastelen) zijn de voornaamste.
De omgeving doet me denken aan Zion NP in de VS; meer nog, bepaalde zones lijken de Grand Canyon wel, gezien van beneden naar boven. De weg kronkelt zich letterlijk rondom allerlei vreemde rotsformaties, alsof je door een rotstuin van formaat rijdt. Daarbovenop vergapen we ons aan de ruwe en zwaar geërodeerde valleiwanden, net als de canyons uit de nationale parken van de VS.
Soms stijgt de weg en zien we de vallei vanuit de hoogte en is het alsof de rivier gemarmerd is met wit. Martine denkt aan kervelsoep met room. Uiteraard picknicken we in deze Hof van Eden.
De zo bestoefte Quebrada de Humahuaca van eergisteren kan niet tippen aan dit natuur-magisch moment. En wetende dat het eerste tot Wereldergoed werd uitgeroepen, en deze Quebrada nog geen Parkstatus heeft …

We komen aan te Cafayate en zoals gebruikelijk vertakt de hoofdbaan zich tot lokale straatjes. Alhoewel we in het stadje pas enkele dagen geleden geslapen hebben, moet ik tot 3x toe vragen naar de weg van onze eindbestemming: nergens een verkeerspijl te bespeuren. Maar bon, we worden dit nu al gewoon.
We passeren terug kilometers wijngaard vooraleer we rechtsaf draaien richting Tafi Del Valle (2.100m). Ondertussen hebben we 2 liftende Peruanen opgepakt die ook die richting uitgaan. Ze zijn van Cusco. De volgende 70km tot daar zijn terug van een ander niveau. We draaien een woestijnlandschap in met enkel korte grassen en cactussen. Dan begint een spectaculaire stijging doorheen het lokale gebergte op zijn Ruta 40-igs: onverhard en veel dode bochten. Het landschap blijft dor en woestijnachtig met veel zandsteenformaties. We rijden over het hoogste punt als één van de Peruanen een condor ziet. En inderdaad een majestueuze vogel met gekartelde vleugeleinden, zweeft door de lucht. Een tijdje later zien we een groene vallei en een meer: we dalen naar Tafi del Valle die in een soort valleiput ligt, omringd door bergen, waarvan sommige besneeuwde pieken hebben.
We trakteren de Peruanen op een terrasje in Tafi met 1 liter fles Stella Artois en nemen afscheid.

Sprokkels:
- Natuurlijk mag ook vandaag de politiecontrole niet ontbreken. De man salueert en klakt met zijn hielen! Hij vraagt de autopapieren en passaporta en noteert terug alles ijverig op een lijst. Het is alsof ze een verplicht aantal controles moeten doen. Bueno, zegt de man, en we rijden verder.
- S'avonds eten we een lokaal gerecht in een restaurant in Tafi. Halverwege de maaltijd komt er een levende kever uit mijn gerecht gekropen … Direct mijn maag toe en de honger was over (ook van Martine). En dan tracht het restaurant ons nog de volle pot aan te rekenen. Dat was er over, en ze hebben het geweten.



Dag 13 -----Tafi del Valle - Tucuman -----105 km

Vandaag doen we het kalmaan voor onze laatste dag. Na slechts éénmaal vragen, rijden we in de goede richting. We klimmen eerst uit de valleikom waar Tafi ligt en beginnen dan aan een lange afdaling naar Tucuman die op amper 420m hoogte ligt.
Het is merkwaardig hoe het landschap terug veranderd is met gisteren. Het onverharde, ruige, en weidse woestijnlandschap van 'voor de berg' maakt plaats voor een dicht bebost, varenrijk gebied in een nauwe canyon op verharde baan 'na de berg'. We spreken hier dus over een afstand van 200 km in totaal waar de vegatatie totaal verschillend is.
We naderen San Miguel de Tucuman, kortweg Tucuman, hoofdstad van de gelijknamige provincie. Vooraleer de stad in te duiken neem ik een prozaksken tegen de stress. Maar we vinden het hotel relatief vlot. Bagage reorganiseren, terrasken doen en een beetje bekomen van de reis is ons deel van de namiddag en de avond.

MARTIN
Mijn voornaam en Argentinië getuigen van een innige band, van een diepe liefde voor elkaar. In elke stad, dorp, nederzetting wordt er een plein en/of straat en/of kerk en/of gebouw en/of park naar mij genoemd. Meestal word ik aangesproken als San Martin (Heilige Martin) maar meer nog als generaal en bevrijder. Meestal luidt mijn volledige naam: General Libertador San Martin. Ik ben natuurlijk niet van de minste. Ik heb Argentinië verlost van die ambetante Spanjaarden die zowat gans Zuid-Amerika gekoloniseerd hebben, met uitzondering van Brazilië, want daar waren de Portugezen hen voor. Meer nog, ik heb mijn legers aangeboden aan mijn buren Chili en Peru en samen hebben we ook daar de Spanjaarden verdreven. Trouwens in Chili en in Peru wordt in elke stad, dorp, nederzetting, …
Mijn liefdesband is dus eigenlijk niet beperkt tot één land maar veeleer tot een continent.

LA MARTINA
Mijn geboortedatum en Argentinië getuigen van een innige band, van een diepe liefde voor elkaar. In elke stad, dorp, nederzetting wordt er een plein en/of straat en/of gebouw en/of park naar mijn geboortedatum, 9 Julio (9 Juli) genoemd. Mijn geboortedatum is natuurlijk niet van de minste. Op die dag in 1816 werd Argentinië onafhankelijk en werd het verlost van die ambetante Spanjaarden die zowat gans Zuid-Amerika gekoloniseerd hebben, met uitzondering van Brazilië, want daar waren de Portugezen hen voor.


Sprokkels:
- Vandaag geen politiecontrole
- Rubriek Verkeersbordenhumor:


BUSSEN
Argentinië heeft een onderontwikkeld treinnetwerk en een beperkt metrosysteem in BA. Het gevolg daarvan is dat in elke grote stad, honderden bussen rijden. Nog meer bussen rijden tussen steden in een sterk ontwikkeld nationaal en internationaal busnetwerk. Kortom, de onderneming die hier bussen mag leveren, wrijft zich in de handen.
De keerzijde hiervan is de milieu- en lawaai overlast in de steden. De vuiligheid die uit de uitlaatpijpen komt is enorm alsof die motoren nooit afgesteld worden. Roetfilters zijn hen onbekend. Verder hebben/nemen die bussen overal voorrang met toeterende auto's als gevolg en dus lawaai overlast. Stressniveaus gaan de hoogte in als zo een bus voorbij scheurt aan veel te hoge snelheden. Ze versterken de verkeerschaos in de steden. De prijs voor de mobiliteit.


Dag 14----- Tucuman- Buenos Aires Zaterdag -----22 november

De vroege binnenlandse vlucht brengt ons in een ruk van 1 ½ uur naar Aeroparque, BA. De vakantie zit erop. Op onzen buik: gien sanse.

 

UITSMIJTER

Gezien in Frankfurt Airport: Lufthansa heeft er een nieuwe bestemming bij: LONDON-DEATHROW
(Ik denk niet dat ik ooit die vlucht ga nemen)

 

 

 

 

 

 

 

Ontmoet tijdens de vakantie:

 

 

FOTOREEKS


 

________________________________________