WERELD > NOORD-AMERIKA > NOORD-AMERIKA > Reisverhaal

REISVERSLAG MOTOTRIP WESTKUST AMERIKA
1994 + 1995

1991 was een eerste en voorzichtige aanzet met het bezoek aan mijn broer en zijn vriendin - op wereldreis voor een jaar - in Indonesië. Maar vanaf 1994 is er geen houden meer aan. Dit is een speciaal jaartal voor ons omdat het de start betekent van jaarlijkse min of meer avontuurlijke reizen naar alle uithoeken van deze aardkloot. Dus het jaar dat onze frank valt: er is meer te zien in het leven dan Landegem. Het waarom lees je in het kadertje 'Santa Barbara' bij dag 23.
Het begint allemaal in de Verenigde Staten van Amerika op een Honda Shadow moto. Twee jaar tereke doorkruisen we de westkuststaten: Californie, Arizona, New Mexico, Colorado, Utah, Nevada. Het is telkens april / mei en sneeuw en koude worden afgewisseld met zon en hitte:

 

van bevroren vingertoppen tot verbrande oorranden

En niet te vergeten de prachtige natuur. Er bestaat geen enkel werelddeel waar het beste van de natuur zo goed beschermd wordt (nationale parken), zo relatief dicht bij elkaar ligt en zo mooi is. Waar het iedere dag opnieuw feest is voor de natuurliefhebber, rondrijdend in een ander decor.

De bikers van dienst: Johan (John of Lou), Pol (Fluimken) en Martin. Martine volgt ons met de auto, waarin ook onze bagage verdwijnt. Martine stuurt, geniet van de landschappen en filmt! Vergeet niet dat 1 mijl = 1,6 km.
Martine, Pol, Johan

Twee jaar gebiked: ziehier het verslag.

Vertrekdag ----- --6000 mijl -----Motel 8
Brussel-Los Angeles
,

weliswaar niet per moto maar met American Airlines. We vertrekken in Zaventem om 13h35 en 9 uren tijdsverschil maken dat we nog dezelfde dag en 6.000 mijl verder aankomen te Ontario (nabij Los Angeles) ondanks een tussenlanding in Chicago.
We volgen trouw Nora, afgevaardigde van Mattemburgh Easyrider, het kantoor waar we onze moto's gehuurd hebben, tot in Asusa, waar de motoren afgeleverd worden. Inmiddels hebben we onze huurauto reeds getest, een rode Mercury. Dit gaat echter niet zonder slag of stoot. Ons internationaal rijbewijs alleen is onvoldoende en niemand heeft zijn nationaal rijbewijs bij. Een lichte vorm van paniek wordt echter rap tenietgedaan door onze gedegen ervaring in Amerikareizen. Gebeld naar huis om onze nationale rijbewijzen te faxen en het werkt. Met een copij van ons nationaal rijbewijs + ons internationaal rijbewijs krijgen we de huurwagen.
Nora, één van de vele uitgeweken 'hollanders', wenst ons de eerste goede nacht toe. We krijgen geen kruiske en geen nachtzoen - waarschijnlijk niet in de prijs inbegrepen - maar wel een leuk motelletje in de plaats: Motel 8.

Dag 2 ----- --------5 mijl -----Motel 8
Hollywood - Beverly Hills - Santa Monica

We akklimatizeren. S'morgens wachten Nora, haar man en nog twee andere motorhuurders - ook Hollanders - ons op bij het motel. In dit deel van Los Angeles wanen we ons in een vroegere Nederlandse kolonie met veel spaanssprekenden (hispanics) en enkele lokalen die Engels spreken en zich Amerikanen noemen.
Vandaar gaat het naar Bert's (uitgesproken als 'Buirds') motorzaak: we ontvangen, fier als een gieter, onze prachtige motoren, Honda Shadow VT 1100cc - 3 stuks. Na de vervanging van John's startknooppuntelektriciteitsdoosje, start zijn moto weer voortreffelijk. We rijden onze eerste 5 mijlen: iedereen weird'em.
Tegen de middag nemen we de huurwagen en bezoeken Hollywood. Allé dat willen we maar onze start is vals, veroorzaakt door een defekt kofferslot van de huurwagen. Stel u voor een kofferslot die enkel electrisch vanuit de wagen te bedienen is zonder manueel alternatief! De nervositeit vanwege deze gemiste start stijgt. Ik bel vanuit een garage naar de verhuurder op de luchthaven die me antwoordt dat we de wagen terug moeten inleveren. Terug naar Ontario waar we een nieuwe huurwagen krijgen. Maar bij nazicht, gelukkig ter plaatse, blijkt dat die geen reservewiel heeft. Uit pure schaamte en medelijden geven ze ons een splinternieuwe Volvo 940 uit hun topgamma: for the same price and very sorry again. You're welcome.
Op de Walk of Fame zoeken we in het troittoir naar dè ster met onze naam, maar vinden niets. Dan maar onze ontgoocheling wegspoelen in het Hard Rock Café waar we natuurlijk een T-shirtje kopen. We rijden verder door de aangrenzende gemeente Beverly Hills waar ze niet kijken op een villa min of meer. Trouwens de meeste villa's zijn ommuurd en vanaf de straat is er niet zoveel te zien, laat staan een Julia Roberts of een Harrison Ford. We rijden nu terug richting oceaan, naar Santa Monica (3rd avenue, weeral winkeltjes). In het naar 'huis' rijden passeren we Venice Beach.

Dag 3 -------------455 mijl----- Motel 8
Los Angeles - Prescott


De jetlag is verantwoordelijk dat we om 4h s'ochtends zo fris als een hoentje zijn en om 7h reeds de baan op zijn. Het wordt een lange rit met 5 tankbeurten. Nadat we uit de mengelmoes van highways geraken in Los Angeles, gaat het richting Mojave woestijn. Het is heet en we rijden via Palm Springs naar 29palms, recht de woestijn in. Aangekomen in 29palms rijden we door het Joshua Tree park. Een vlak woestijngebied bezaaid met bleke rotsformaties, coyotes en de prachtige Joshua bomen, een soort cactusbomen. Het is ons eerste bezoek aan een Nationaal Park en we zijn meteen onder de indruk. We voelen nu al dat onze vakantie niet meer stuk kan.

De typische Joshua Tree die enkel hier groeit, staat ook afgebeeld op de gelijknamige doorbraak LP van U2. En het onooglijke en sympathieke Twentynine Palms midden in de woestijn aan de rand van het Joshua Tree NP, wordt bezongen door Robert Plant op zijn prachtige Fate of Nations CD.

Na 29 Palms (foto links) dwarsen we een woestijngebied van 100 mijl (Zuid Mojave desert) waar we in totaal 3 auto's gekruist hebben; waar we van de ene zachte heuvelrug naar de andere rijden en ons telkens afvragen wat er na de volgende heuvel zal komen. Of heel platte wegen, die kaarsrecht lopen tot zover ons oog kan zien. Stil, rustig, eindeloos. Het is daar ergens dat we Martine vragen vooruit te rijden en ons dan te filmen terwijl we komen aangereden … als echte macho's (foto rechts). We krijgen toch min of meer de slappe lach als we merken dat Martine op het dak van haar Volvo huurwagen is gekropen en ons vandaar staat te filmen.
S'middags stoppen we in Hope, een andere naam voor t'hol van Pluto. We horen tot onze stomme verbazing door de caféradio 'The way to your heart' van Soulsister. We rijden in Parker over de Colorado rivier. We rijden terug in de min of meer bewoonbare wereld. We hebben inmiddels ook Californië geruild voor Colorado zo herkenbaar aan zijn:
- cactusbomen: een centrale stam en twee zijarmen
- de langste stukken rechte weg (van kim tot einder en omgekeerd)
- autostrades waarvan de ene rijrichting soms honderden meter van de andere ligt
- altijd boven de 30°

Dan volgen onze eerste wijde haarspeldbochten en na 455 mijl komen we aan te Prescott.

Dag 4 --------------510 mijl -----Best Western
Prescott - Moab

We vertrekken om 7h met de zon, maar t'is koud. We rijden via Jerome en Sedona. Deze streek wordt de Red Rock Area genoemd: rode bergketens, veel leisteen, terug lange kaarsrechte wegen, typische decors voor westerns.
We zijn al een tijdje aan het klimmen en we komen in de sneeuw terecht met vrieskou. We stoppen en veranderen van kledij, maar het kwaad is reeds geschied: we zullen ons niet meer echt kunnen verwarmen. Het wordt nog kouder, we ver-ijsen. We hebben quasi bevroren vingertopjes.
De straffe koude heeft duidelijke sporen op ons nagelaten, behalve op Martine die knusjes met de auto rijdt. We stoppen nog voor de middag in Winslow want mijn vingers zijn verstijfd. Pol kan niet piessen want hij vindt zijn dingske niet; het is verschrompeld bij al die kou. En als hij het eindelijk vindt, kan hij hem niet vastpakken want zijn vingers zijn stijf. We bekomen een beetje en laten ons nog fotograferen aan een origineel Route 66 verkeersbord.
We rijden verder door Painted Desert, een desolaat woestijngebied op 2000m hoogte met op de achtergrond gekleurde rotsbergen (foto links). Prachtig decor maar het blijft koud. De grote hoogte speelt ons vandaag - en de komende dagen - parten: zonnig maar koud. Onze vingertopjes en knieën krijgen het hard te verduren. We dachten gisteren op lange stukken rechte weg gereden te hebben, maar de weg door Painted Desert is één recht golvend lint van 78 mijl! Altijd maar rechtdoor en rechtdoor en rechtdoor: de einder blijft einder (foto rechts).

Aan alles komt een einde dus ook aan rechte banen. We rijden door naar het 4-cornerspoint. Dit is de enige plek in Amerika waar 4 staten samenkomen in 1 punt: Colorado, Arizona, Utah en New Mexico. Zoals iedereen doen wij ook de apestand: een hand in één staat, een andere hand in een andere staat, een voet .... De eerste kraampjes komen eraan en een autochtone Navajo indiaan schenkt ons een eigenhandig geschetste tekening, zomaar.
We rijden door tot Moab waar we ovenachten.

Dag 5 -------------54 mijl -----Best Western
Moab

In Moab trekken we een volledige dag uit voor het Arches National Park. Dit park bevat 1500 natuurlijke bogen gevormd door de erosie van de zachtste rotslagen door wind en extreme temperaturen, en gaande van 1m tot 102m overspanning. De mooiste collectie bogen kan je zien vanop een speciaal aangelegde route door het park. We maken vele stops onderweg en wandelen dikwijls van de baan weg, tussen de rotsformaties. We maken kennis met de Twin Arches, Balanced Rock en zoveel meer. We maken die dag tevens 3 wandelingen, waaronder de tocht naar Delicate Arch, de mooiste onder de bogen. Deze wandeling is een echte must. Je trekt er over de fameuze 'slick
Delicate Arch (Courtesy)

rocks', gladde, geërodeerde rotsformaties, langs smalle richels, onder 'dwellings' (overhangende rotsen) om uiteindelijk de prachtige delicate boog te bewonderen.
Een andere prachtwandeling is de Devils Garden Trail gekenmerkt door stilte, onmetelijke vergezichten en ... verloren gelopen. Op een bepaald moment kunnen we noch vooruit, noch achteruit en hebben we toch een serieus risico genomen door ons vanop een rotspunt naar beneden te laten glijden, vallen, springen. Gelukkig komen we een ander (Duits) koppel tegen die ook de weg kwijt is. Vereende krachten redden ons.
Balanced Rock

Sprokkels:
* Moab is een typisch western-stijl stadje waar je na 21h geen eten meer kan krijgen. Op dat moment wisten we niet dat Moab in een andere tijdzone lag (1 uur later dan California). Geen steakhouse meer gevonden. Overal een bordje: 'Sorry, we're closed'. Uiteindelijk vinden we toch een Italiaan en eten pasta.
* Met de stoelgang is alles OK; de stank is op zijn amerikaans: groots en indringend. En we moeten voor elkaar niet onderdoen.

Dag 6-------------- 120 mijl -----Sunset Inn
Moab

Nabij Moab ligt ook het grootste en ruigste park van Amerika: Canyonlands. Het is het enige park dat nog 'wild' is, ttz ongerepte natuur, zeer moeilijk te ontdekken, onverharde wegen, veel wild. Het is de som van honderden canyons in alle mogelijke breedtes en lengtes, gevormd door de Colorado rivier en de Green rivier. Het geeft de spectaculairste vergezichten met de nadruk op ver. We verplaatsen ons in 1 dag naar drie zulke uitzichtpunten, bereikbaar op verharde wegen:


- Dead Horse point: vanuit de hoogte zie je enorme en diepe meanders van de Colorado rivier. Het is nog altijd één van de mooiste uitzichtpunten in Amerika. Absoluut niet te missen als je in de buurt bent.

- Grand View punt: onmetelijk vergezicht van 180° op Canyonlands

- Upheaval Dome: kraterachtige toestand, waar tot op heden door geleerden nog geen sluitende verklaring voor gevonden is.
De wegen waarop we met de moto rijden, zijn nogal glibberig omdat ze pas gerepareerd worden, namelijk door hete teer in de spleten te laten vloeien.
In de late namiddag bezoeken we de winkeltjes in Moab waar we een tweede keer blijven overnachten. Maar wel in een ander motel: we ruilen de Best Western in voor het goedkopere de Sunset Inn. De eerste kado's worden gekocht.

Sprokkels:
* Pol zijn spiksplinternieuwe Visa-kaart mankeert en ze kan voor de rest van de reis niet meer gebruikt worden om te betalen. Vreemd genoeg wel om cash mee uit de muur te halen.
* We verbroederen met enkele autochtonen in Woody's tavern, een rockcafeetje.
* In Utah, langs de weg, staat vele malen te lezen: Buckle up, it's the LAW! (Autogordels aandoen, het is de wet). Dit wordt onze lijfspreuk voor het vervolg van de vakantie. Bij het instappen in de auto wordt - in koor - de wet herhaald, geprezen en toegepast.
* S'avonds gaan we eten in een sjiek restaurant op een heuveltop met een geweldig zicht op het stadje Moab. Als we aan de ober vragen om de rest van een fles wijn mee te nemen, wordt ons dit verboden: Open alcool containers are against the LAW! Een prachtig en 'vrij' land, maar wel veel wetten. Trouwens LAW wordt uitgesproken als LOO.

Dag 7 --------------310 mijl -----Best Western
Moab - Torrey

Zoals elke vakantie in Amerika staat er elke dag een uitgebreid ontbijt op het menu, slaan we het middagmaal over en eten we s'avonds t'bieste de rug uit.
Vandaag bezoeken we het laatste vergezicht op Canyonlands, op weg naar onze volgende bestemming:
--------The Needles: de muren van de canyons zijn geërodeerd in de vorm van pilaren (naalden)
Wat verderop (in Amerika toch direkt 100 mijl) ligt Natural Bridges Park. Het verschil met Arches NP is dat hier de bogen ontstaan zijn door watererosie. Bij onze wandeling door dit park hebben we serieus de afstand en moeilijkheidsgraad onderschat waarbij we dan nogmaals verloren lopen, maar toch het goede pad vlug terugvinden. Het is tot dan toe de zwaarste wandeling. Op onze tocht zien we 'holes in the rock' en ook een geweldige 'flamoes in the rock'. Beneden in de canyon zien we een mooie partij bloeiende cactussen, één der mooiste exemplaren zou later blijken. Op de canyonvloer staat ook een paal met een bak erop waarin een bezoekersboek ligt. We vullen ook onze naam in en waar we vandaan komen. Leuk om al die namen eens te overlopen en daartussen Belgen te zoeken (die we niet vinden). We klimmen terug uit de canyon maar komen veel te laat toe op onze afspraak boven bij Martine, die wacht aan de wagen en redelijk paniekerig doet. We hebben inderdaad de tijd serieus onderschat.
Daarna vervolgen we onze weg via de fameuze Route 95, de mooiste panoramische weg in Utah. Het is een baan die zich slingert tussen roestbruine rotsformaties, bergen en canyons. Ge kijkt er niet naar zoals bij een vergezicht, nee je rijdt temidden van deze natuurmastodonten en je voelt je één worden met de natuur.
We rijden de Colorado rivier over en even verder moeten we stoppen voor een auto met aanhangboot in brand. De weg is afgezet en we moeten een uur wachten tot de pompiers aankomen om het wrak te blussen. Voor ons een interessant intermezzo, minder voor de eigenaar van de wagen en de boot. We vervolgen onze reis en voor het eerst, niet voor het laatst, zien we veekuddes grazen in de weiden en langs de kanten van de weg. Een beetje onwennig laveren we tussen die kuddes, schrik dat er misschien een kalf plots de weg zal oversteken.

Sprokkels:
* Eigenlijk willen we overnachten te Hanksville, maar alles is volzet omdat er s'anderendaags een soort autorace is. In den donkeren zijn we dan maar verder gereden tot Torrey, net voorbij de ingang van Capital Reef NP.
* We hebben gelachen met de staat van het materiaal van de pompiers die het brandend voertuig met boot blussen: een oude, krakende pompierwagen met nieuwe flikkerlichten, waar ze stenen achter de vier wielen steken om hem op zijn plaats te houden. Als ze beginnen te spuiten (na de 10e poging zeker), blijken hun slangen vol gaten te zitten en zien we meer fonteinen dan water uit de spuitmond komen. Aldoch een zekere verbetenheid kenmerkt deze goede mensen en ze slagen er uiteindelijk in het wrak te blussen, alhoewel het zo goed als uitgebrand is.
* Pol, als echte dier- en vleeskenner, omschrijft de loslopende veestapels als uitermate gevaarlijk. Hij herkent naast de kalveren ook enkele muddens (naar t'schijnt nogal domme en onvoorspelbare beesten). En die zijn, volgens Pol, nog een graad straffer. Er schijnt niets mee aan te vangen te zijn: dommer dan dom, doen alles konteverkierd en zijn dus uitermate ontoerekenbaar als ze moto's zien voorbij rijden. We zijn gewaarschuwd.

Dag 8 --------------160 mijl -----Bryce Canyon Lodge
Torrey - Bryce Canyon

S'morgens bezoeken we Capital Reefs National Park. Aan de ingang van het park is het gebouw van het Visitor Centre vervangen door een bus-op-een-paal, waarin gevraagd wordt een bijdrage te leggen. Dagelijks wordt de bus 'geledigd' door parkrangers. Capital Reefs is een eigenaardig natuurverschijnsel: een langgerekte massieve, omhooggestoken aardkorst van meer dan 100 mijl lang en van hoofdzakelijk gele en groene kleur. De bereidbare weg in het park is amper een 25 mijl lang, de rest is te voet te exploreren. We maken een wandeling in de Grand Wash, een enge canyon waarvan de muren tientallen meter hoog zijn en de hemel een blauwe streep.
S'namiddags zetten we onze tocht verder richting Bryce Canyon via Route 12, een ander pareltje. De baan loopt door canyons en gaat over een bergpas van 3.000 m tussen metershoge muren eeuwige sneeuw en met duizelingwekkende vergezichten over o.a. Capital Reefs. Terug koud met - je weet wel - vingertopjes maar ondanks dit is het rijden in deze natuur per moto een voorrecht en zoveel intenser als met de auto.
We komen aan te Bryce Canyon en slapen in het midden van het park gelegen sjieke Bryce Canyon Lodge.

Dag 9-------------- 0 mijl -----Bryce Canyon Lodge
Bryce Canyon

Bryce Canyon valt ons enorm in de smaak en is stevige concurrentie voor de Grand Canyon. Het is niet alleen prachtig maar ook compacter en overzichtelijker. Het ligt op 2000 m hoogte en is nog gedeeltelijk bedekt met flarden sneeuw die pas tegen eind mei volledig zal gesmolten zijn. Het is een verzameling van Hoodoos, door erosie gevormde rotspilaren, in alle tinten van rode kleuren en in alle mogelijke lengtes en vormen. Het is sprookjesachtig: je ziet in al deze rotsformaties kastelen, koningen, amfitheaters.
S'morgens rijden we op de weg door het park, van het ene gezichtspunt naar het andere. S'namiddags maken we een prachtige wandeling (Navaja Loop Trail) en dalen af tot diep in de canyon waar we langsheen en doorheen de sprookjestuin wandelen. Indrukwekkend.

Sprokkels:
* In de vooravond worden we onverwacht begeleid door een kudde herten die aan 60 km/h meelopen met de wagen. Dat is tegelijkertijd schrikken en toch verrassend, want zulke dingen maak je niet alle dagen mee, zelfs niet in Amerika. Ze lopen zo'n 200 m langs de weg naast onze auto en steken dan plots en masse de baan over. Op de rem, pieeeeep, en raken net het laatste hert niet. Ons hart klopt in overdrive. We verstaan plots de zin en het nut van het verkeersbord: opgelet voor herten.
* S'avonds worden we aangetrokken door een restaurant met een groot paneel: Fine Food and Fun. Wij daar naar toe. Nooit een triestigere tent meegemaakt: we zitten gans alleen, ze hebben nog geen 'permit' om alcohol te schenken, noch om langer dan 22h open te blijven. Rap een hamburger gegeten met cola en weg.
Van pure ellende drinkt Pol s'avonds zijn hoestsiroopke: cola+whysky.

Dag 10------------ 65 mijl -----Mount Carmel Inn
Bryce Canyon - Zion National Park

Het wordt een snelle en korte rit richting Zion National Park. Een prachtige rode bergketen waar ook de wegen in rode asfalt gegoten zijn, om één geheel uit te maken met de omgeving. Het wordt een geweldige rit langs een spectaculair klif - en canyonlandschap; smalle, bochtige en soms zeer steile wegen; tunnels; gekerfde monolieten alsof ze het gerimpeld vel hebben van een tachtigjarige (checkerboard mesa); bloeiende cactussen en bergrivieren. We worden even melancholisch.
We hebben dan s'namiddags twee trektochten gemaakt (Watchman Trail en Canyon Overlook Trail). De laatste had de verrassing van de dag in petto: na een hele tijd klimmen komt ge op een soort plateau en op het einde van het plateau sta je aan de rand van een ravijn met een spectaculair zicht op de Zion Canyon.
We onthouden vooral 3 kenmerken van Zion: Rood-Roze / Massief / Gekerfd.
We slapen in De Mount Carmel Inn, het goedkoopste motelletje uit de reeks: 26 $ voor 3 personen, voor 1 overnachting.

Dag 11------------ 267 mijl----- Red Feather Lodge
Zion National Park - Grand Canyon

Vandaag is een overgangsrit naar de Grand Canyon: één van de vele hoogtepunten uit onze reis. In Cameron, een handelspost net voor de ingang van het Grand Canyon National Park, stoppen we voor een rustpauze en winkelen in een soort indianen-warenhuis. Dan rijden we door de bossen van het Nationaal Park en rijden eerst naar Tusajan, een dorp aan de zuidkant van de canyon. We zoeken slaping en bezoeken dan de IMAX movie: op een reuzescherm wordt het ontstaan van de Grand Canyon geschetst met spectaculaire beelden: zeer de moeite waard.
We bereiden ons al mentaal voor op de twee-daagse trektocht in de Canyon, gepland voor morgen. Tevens moeten we ons van een overnachting verzekeren op de bodem van de canyon in Phantom ranch. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als je weet dat je 11 maanden op voorhand moet reserveren voor een plaats daar beneden. Wijle naar de information desk van het Visitor Centre in de Grand Canyon Village. Parkrangers zeggen ons dat er nog een waterkans zou kunnen zijn op voorwaarde dat we ons s'anderendaags lijfelijk om 6h s'morgens komen aanbieden om eventuele annulaties op te vullen. Die rangers zijn wel vriendelijk maar kunnen verdorie goed uw verwachtingspijl voeden.
In de namiddag volgt dan de confrontatie met de Canyon zelf. We rijden langs de route van de South Rim en bezoeken de talloze uitzichtpunten: onze monden vallen letterlijk open voor zoveel natuurschoon. Er wordt niet veel gebabbeld: dit is volmaakte en immense pracht zover het oog reiken kan. En heel diep in de canyon stroomt de Colorado rivier. We geraken er niet op uitgekeken en pas als het donker wordt keren we terug en vergrijpen ons s'avonds aan een T-bone steakje van om en bij de 600 gram in het Bright Angel restaurant, aan de rand van de Canyon.

Sprokkels:
* Onderweg laveren we terug tussen de veekuddes die langs de weg grazen. En terug komen de mudden ter sprake met hun ongekende capaciteiten. Tijdens deze hoogstaande gesprekken over het dierenleven, refereer ik naar een ander, niet onbeminnelijk dier: den tsick. Een in onze streek toch gewaardeerd hondenras. We vragen ons af of de kruising tusssen nen mudden en nen tsick, nen tsuck gedoopt, geen prachtexemplaren zou opleveren.
* Met Prof. Drs. P. van Brussel hebben we het ook over een ander diersoort: de muilezel, een beest die gebruikt wordt om voorraden en personen te transporteren in en uit de Grand Canyon. De muilezel blijkt een kruising te zijn tussen een mannelijke ezel en een merrie. Het muildier, alzo de Professor, is de kruising tussen een vrouwelijke ezel en een hengst. Men is nooit te oud om te leren.
* Ter afsluiting van de dierenwereld: regelmatig liggen kadavers van paarden, herten langs de weg. Blijkbaar komt niemand die weghalen en dienen ze als voedsel voor de raven en de gieren.

Dag 12-13 ---------17 mijl (te voet)----- Phantom Ranch
Tweedaagse trektocht in de Grand Canyon

Dus wij (Martin en Pol) vroeg uit de veren en reeds om half zes zijn we bij de reservatiebalie. Maar er is concurrentie: er staan er al twee voor ons. Die mannen hebben daar waarschijnlijk overnacht. En tussen half zes en zes uur komen er welgeteld 12 mensen bij. Zestien angstige gezichten kijken toe als een bloedserieus kijkende vrouwelijke ranger het gordijn openschuift en lakoniek vraagt of we allemaal komen voor een reservatie in de Phantom ranch. Ik had nog nooit gezien dat 16 mensen tegelijkertijd 'ja' knikken. We moeten in de rij gaan staan in volgorde van binnenkomen. De twee eerste roepen iets van joepie: er is plaats voor hen. Dan is het onze beurt. Ik bekijk haar, zij mij en aan dat ene spiertje dat verroert in haar wezenloos gezicht, weet ik dat het noppes is. En inderdaad ze zegt dat er geen plaats meer is en dat ze ons op een 'waiting list' gaat plaatsen. Ze herhaalt dit aan alle andere 12 wachters en voegt eraan toe dat we om 7h30 moeten terugkeren, onze allerlaatste kans. Diezelfde twaalf en wij zijn daar terug om stipt 7h 25. En wat er toen gebeurde, hebben we nog altijd niet goed begrepen. Haar wezenloos gezicht is veranderd in een deugnietachtige tronie; ze vraagt ons allemaal te luisteren (overbodige vraag natuurlijk) en in een soort 'is everybody happy' - sfeer roept ze dat iedereen naar beneden kan. Algemeen geroep en ambiance. De ranger wil duidelijk meedelen in de vreugde en begint ze daar toch niet te vragen: Do you like this? Yeeeeeeehhh. Do you really like this? Yeeeeeeeeeh. Vlug onze reservaties gepakt en inmiddels gesnopen dat ze ons allemaal in stapelbedden in één kamer gaan stoppen (Women and men together, is that a problem? Noooooooooooo). Allen daarginds.
Rond tien uur starten we met de afdaling via de kortste en steilste route: South Kaibab Trail, 7 mijl of 11 km. Het is een pad die niet in canyons loopt maar letterlijk langs klippen en op in de rots uitgehouwen paadjes. Er is geen water en geen schaduw. De trail beklimmen (uit de Canyon trekken) wordt sterk afgeraden. Daarom keren we langs de (langere) Bright Angel Trail terug. Kaibab trail biedt echter - by far - de mooiste zichten en doet diverse malen ons hart sneller kloppen: van de inspanning en van de pracht. Ons rugzakje bevat vooral water, eten en zonnecrème. Het is heet en onze oorrandjes (earrims) verbranden. Het laatste ijs aan onze vingertoppen smelt weg. Hoe dieper we de canyon intrekken, hoe beter we de prachtige, diepgroene Colorado rivier zien met zijn stroomversnellingen tussen bruine rotsmuren. Gans beneden moeten we een hangbrug van 132m lang en 1m breed over om dan Phantom ranch aan de andere oever binnen te wandelen. Beneden is het +/- 35°, en we steken onze voeten in de ijskoude Colorado en genieten verder van de natuur, van ons verblijf en van de typische ambiance in Phantom ranch met de andere backpackers. S'avonds eten we stoemp in de eetruimte.

S'anderendaags zijn we stijf, maar iedereen zegt natuurlijk dat hij fit is. Maar hoe we heelhuids 16 km naar boven zouden doorkomen is nog een open vraag. We vertrekken om half zeven s'morgens - t'moet rond de 25° geweest zijn - over de hangbrug naar de Bright Angel Trail. De eerste mijlen zijn a piece of cake. Maar daarna begint het klimwerk ons parten te spelen. Halverwege de klim uit de canyon passeren we Indians Garden Campground, een kampeerplaats voor trekkers met een tent. Vanaf de kampeerplaats is het nog 5 mijlen steil klimmen naar de rand. Ik ga het kort houden: we hebben niet veel van de natuur meer gezien noch genoten. Pol zoekt constant achter zijn tweede adem en maar vindt hem niet, Martine houdt haar kranig maar komt bijna niet meer vooruit, ik ijl iets van de ontdekking van de eeuw, een pollieluhumar uitzichtpunt of zoiets. Enfin, na 7 uren klimmen onder een loodzware zon slepen we ons boven waar de aanwezige toeristen drie prevelende zombies - blik op oneindig - zien verdwijnen. We speuren redelijk.




Beneden in de Grand Canyon aan de oever van de Colorado rivier, s'morgens om 7h

Sprokkels:
* We hebben reeds heel de reis onze tent meegesleurd om ze te gebruiken in de Grand Canyon, maar met zo'n ding op onze rug zien we het niet zitten. Daarom zijn we verplicht een slaappplaats te krijgen in de Phantom Ranch beneden, wat ons ook nog gelukt is. Trouwens Pol en Martine vinden steeds redenen uit om toch niet in de tent te moeten slapen: te warm, te koud, geen goesting.
* Als eten voor de tocht kopen we tunasandwiches (tuna = tonijn). Tijdens de afdaling hebben we niet gegeten, wel veel gedronken. Toen we s'namiddags onze sandwichen willen opeten, is de tuna weer tot leven gekomen...
* 1 mei is ook de 15e huwelijksverjaardag van Martine en mij. Nogal een plaats om dat te vieren: beneden in de Grand Canyon aan de Coloradorivier. Hiep, hiep hoera. Als kado mogen we elk apart slapen in ons stapelbedje en krijgen we s'avonds hutsepot. Vier jaar geleden, op 1 mei 1991, vierden we onze 11e huwelijksverjaardag met Bart en Ann op Bali.
* S'avonds in Phantom ranch ontmoeten we 3 Nederlanders, dwz 6 nederlandssprekenden op 1 mei 1995 beneden aan de Coloradorivier. Moe keunen. Iedereen weird'em.

Dag 14 ------------164 mijl -----Holiday Inn
Grand Canyon - Monument Valley

We bellen naar het thuisfront. Ge weet wel, aan zo'n typisch Amerikaanse openlucht telefooncel waar ze in de films een quarter (25 cent) laten invallen en je dan een halve dag kan bellen. Maar naar België bellen is toch iets duurder.
We verlaten de Grand Canyon via Cameron en onder een bewolkte hemel rijden we het Navajo Indianenland binnen richting Monument Valley. S'middags komen we toe in Kayente aan de rand van Monument Valley, decor voor zoveel cowboyfilms met John Wayne. We rijden via den 163, het park binnen. Vanop het dek van het Visitor Centre, gelegen op een heuvel, hebben we een prachtzicht op dit wonderlijke park. We zien vele herkenbare rotsformaties als de Totempaal en The Three Sisters. We zien de tafelbergen; we zien nu in het echt de beelden die we kennen vanuit de westerns op TV. We besluiten om met de moto door de onverharde en zanderige 16-mijls zandpiste van het park te rijden. We laveren door het mulle rode zand, over steile ruggen, langsheen talloze bruinrode rotsformaties. Het mulle zand speelt ons parten want we slippen geregeld weg en we hebben elk een keer gevallen. Maar deze ongemakken verdwijnen in het niet in dit buitenaards decor. We wanen ons eventjes cowboys weliswaar zonder holster en lasso maar wel op een (ijzeren) ros. Tegen de vooravond rijden we terug naar Kayente waar we overnachten. Onze moto en onze kleren zitten onder venijnig rood stof.

Dag 15------------ 475 mijl -----Motel 6
Monument Valley - Page - Las Vegas

We voeren terug onze dagelijkse gewoonte door: zeer vroeg uit de veren, een uitgebreid ontbijt en vertrekken tussen 7 en 8h.
We rijden de grens over en belanden in de staat Utah. We rijden naar Page waar we een bezoek brengen aan de stuwdam, het stuwmeer (= een zeer brede Colorado rivier) en de jachthaven Wahweap. Het is daar dat we die gekke Amerikanen zien met een grote mobilhome met aan de trekhaak een zware jeep en aan diens trekhaak een speedboot. Het gevaarte is wel 20 m lang en zo rijden die gasten door t'land.
We rijden weg uit Page en via Kanab gaat het naar het mondaine woestijnstadje, St George, waar we eten en een siesta nemen onder een boom. Het is heet en het is het begin van D-Day weekend en niemand geeft ons een kans om een kamer in Las Vegas te vinden. We rijden verder via Interstate 15 richting Vegas (foto rechts). We voelen op onze motoren een strakke en hete woestijnwind. We moeten vandaag echt op onze tanden bijten. Bij de eerstvolgende stop ervaren we water als een godendrank.

We krijgen uiteindelijk Las Vegas in zicht en verzoenen ons reeds met de gedachte in de wagen te moeten slapen, tot we het eerste motel binnenstappen: Vacant rooms? Sure, no problem. How Many? Two. OK. Wat een opluchting en dan de zwemkom in. We zwemmen de vermoeidheid uit onze botten en vertrekken naar 'The Strip', hèt centrum van de gokactiviteit in Vegas. We krijgen hoofdpijn van al het neongeweld. We slenteren van het ene casino naar het andere, met als absolute uitschieter qua zottigheid: Ceasar's Palace, een in Romeinse stijl opgetrokken goktempel, zo groot als Landegem, met winkels in winkelstraten (alles overdekt), fonteinen, bars, Planet Hollywood café, en uiteraard het casino zelf met duizenden éénarmige bandieten (slots), roulettes, teerlingen, enz... De gratis drinks worden besteld door dames in romeinse togakledij, uiteraard superkort gerokt. I just like it. We voelen ons meteen in grootse vorm. En dat wordt bewezen door welgeteld 102,5 $ uit de gokmachines te halen voor een inzet van 60$. Karakterboys en-girl als we zijn, verspelen we niet onze winst maar innen we ze. We eten s'avonds voor 4,99$ in een ander casino, Circus Circus, van een onmetelijk buffet. We lezen dat hier elke dag 10.000 (tienduizend) mensen passeren om te eten, met als voornaamste doel ze te lokken naar het casino, op de volgende verdieping.
Vandaag rijden we naar Death Valley.

Dag 16------------ 154 mijl -----Furnace Creek Ranch
Las Vegas - Death Valley

Na onze nachtelijke uitspattingen in Vegas, vertrekken we toch s'morgens vroeg, jawel, voor een snelle rit naar het hartje van Death Valley: naar Furnace Creek. Onderweg hebben we terug af te rekenen met een sterke zijwind en hebben we in een korte maar krachtige zandstorm gezeten. De Dode Vallei roept in ons iets mysterieus op: er is niets in dit desolaat dal en toch is er zoveel schoons te zien:

  • Dantes View: vanop 2000 m hoogte een onbelemmerd zicht op de Dode vallei. Het is alsof je een skigebied bekijkt: de vallei-vloer is wit door de zoutkristalafzetting. Een merkwaardig zicht op dit extreme stuk natuur die zijn gelijke niet kent.
  • met het laagste punt in Amerika op 87 meter onder de zeespiegel: Badwater.
  • Devil's Golf Course: te midden van Death Valley tussen de zoutkristalafzettingen in een soort maanlandschap, zonder enige beschutting
  • Zabriskie point toont ons gele rotsruggen
  • Artist's Palet drive is een grillig wegje langs gekleurde rotsformaties gaande van grijs tot groen, blauw, purper en rood
  • Natural Bridge spreekt voor zichzelf, maar hoe er te geraken? Ask Fluimken en Lou.

 

 

 

 

 

Zabrisky point overdag-------------- -----Zabrisky point bij zonsondergang-----------Temidden Death Valley: Devil's Garden

Het blijft bloedheet, we drinken liters water en zweten ze meteen weer uit. En het is pas lente. We hebben die hete ovenlucht toch zwaar onderschat. Martine wordt onwel als we op de moto naar Badwater rijden. Ze moet bekomen in de schaduw van een rots. Het domein van Furnace Creek heeft een groot zwembad waar het water zo warm is dat het eigenlijk geen afkoeling biedt.
S'avonds genieten we van de zonsondergang bij Zabriskie Point. Het is dan nog altijd om en bij de 35°. Daarna moeten we al die hitte wegspoelen in de 'Bar met Lokale Schoonheid' op het domein van Furnace Creek. De Lokale Schoonheid meet ongeveer 1,85 m, is kortgerokt en heeft 'never ending legs'. Ze heeft ook haar op haar tanden, genoeg om bepaalde cowboy-klanten het mondje te snoeren. Na één pitcher is Martine gaan slapen en wij na drie pitchers (1 pictcher is 1,8 liter bier). De overnachting in ons motel met airco - gelukkig maar drie blokken verder - is een ware verademing om terug op krachten te komen.

Dag 17 ------------232 mijl----- El Mono motel
Death Valley - Yosemite

Zonder ontbijt rijden we weg uit Death Valley via Stovepipe Wells, de tweede stad in Death Valley, die zeker 10 huizen telt en 1 motelletje. We ontbijten rond 9h 30 ergens in perdoezen, net buiten de vallei. Daarna rijden we richting Yosemite en hebben steeds de besneeuwde bergtoppen van de Rocky Mountains als onze bondgenoot. De tegenstelling tussen de hitte op de begane grond en de besneeuwde bergtoppen doet vreemd aan. Zoals overal in deze contreien en buiten de steden, is het verkeer bijna onbestaande, de wegen kaarsrecht en het decor oogstrelend.
S'middags houden we siesta te Bishop, town of the mules (muilezelstad). We eten een snack in een of ander saloon waar een langbenige blonde vanachter den toog de dienst uitmaakt. We drinken een paar iceteas meer dan nodig.
Via Tom's place rijden we naar Lee Vining, een stadje aan de ingang van Yosemite en aan de rand van het Mono lake, een zoutmeer. Het gebied is net een maanlandschap en we laten ons vereeuwigen door een collega-toerist. Het is een mooie foto geworden, bijna kunstig. We maken er een prachtige zonsondergang mee.

Dag 18 ------------125 mijl -----White Chief Mountain Lodge
Yosemite Nationaal Park

Vandaag bezoeken we een andere parel van de natuur: het Yosemite park. Na Lee Vining rijden we onmiddellijk het park binnen en het gaat steil de hoogte in over de Tioga Pass, net 3 dagen open voor het verkeer. We bevinden ons op meer dan 2000 m hoogte en passeren de eeuwige sneeuw (uiteraard een sneeuwballetje gesmeten), bevroren meren, verpletterende vergezichten, watervallen, snelle rivieren en alpijnse pijnwouden (ai).
S'middags arriveren we in Yosemite Village, het middelpunt van het park en uitvalsbasis voor allerhande trips en trektochten. We proberen de kortste wandeling uit van om en bij de 2h naar de Vernall watervallen. We trekken ons steil omhoog in het zweet en eens nabij de falls, krijgen we een gratis douche. Terug in Yosemite Village bewonderen we de Half Dome, een monoliet van jewelste, en de Yosemite falls, de grootste watervallen van het park.
We rijden door naar Mariposa Grove waar de Giant Sequoia's groeien: amai, van een boomke gesproken. De oudste zou 2,700 jaar oud zijn.
In de vroege avond rijden we tot net buiten het park en logeren in Fish Camp. S'nachts regent het.

Dag 19 ------------215 mijl -----Rideway Inn
Yosemite - San Francisco

Vanuit Fisch Camp via Merced en Modesta rijden we naar San Francisco. Gelukkig is de zon weer van de partij. We krijgen onder de wielen geschoven: grillige haarspeldbochten tot Merced gevolgd door een bruin, dor landschap tot aan Auckland. We rijden onder andere langs het grootste windmolenpark ter wereld. Dan via de Bay Bridge rijden we San Francisco binnen, en we zien een overweldigende baai en skyline.
De stad valt direkt in onze smaak. We rijden de steilste straat van Amerika naar beneden: Lombard Street, in zig zag. We winkelen en eten seafood op Fisherman's Wharf. De homo's schamen zich niet in deze stad en hun geflirt op straat doet ons (van ver) lachen.
Steile straten in San Francisco vanop de Cable Tram (Alcatraz achteraan)

Dit is een voorproefje van een grootse stad, gebouwd op heuvels en waar de straten als evenwijdige lijnen de stad in strepen verdelen.

Dag 20 ------------0 mijl -----Rideway Inn
San Francisco

S'morgens: vast scenario van eieren met aardappelen en toast. Er bestaan geen andere ontbijten, denk ik.
En dan begint de zoektocht doorheen t'stad. Eerst nemen we de Cable Tram voor een rit tussen Fisherman's wharf en Downtown (centrum): steil op en neer. We krijgen prachtige zichten op Alcatraz, het ondertussen gesloten gevangeniseiland. We bezoeken Union Square met zijn winkelpanden. Het is daar dat Lou een paar schoenen koopt en zijn bankkaart uit zijn portefeuille haalt als de verkoper naar zijn schoenmaat vraagt. We gaan dan te voet verder doorheen Chinatown en verder en verder, op en neer.
S'namiddags rijden we naar Sausalito alover de Golden Gate Bridge, een rood geverfd ijzeren bruggetje van een paar km's lang. Sausalito ligt aan de overkant van de baai en biedt een geweldig zicht op de skyline van San Francisco. In het terugkeren naar downtown, betalen we geen tol voor de Golden Gate bridge, want we tellen meer dan 3 personen in de auto. We bezoeken ook even Telegraph Hill, een spitse heuvel met geweldig uitzicht op 't stad.
Skyline van San Francisco door Golden Gate brug


S'avonds eten we in het Hard Rock Café en kopen uiteraard een T-shirtje. Daarna laten we ons inspireren door Lonely Planet en rijden we naar The Saloon, een bruin rockcafé waar we verblijven tot in de late uurtjes. Lou rock and rollt met Martine de pannen van het dak. De pitchers gieten we gewoon in onze kelen.
S'nachts, bij het terugrijden naar ons motel, is onze voorruit versierd met een parkeerboete van de SFPD (San Francisco Police Department). Ze is nooit betaald geraakt.
Frisco, een onvergetelijke stad.

Dag 21------------- 128 mijl -----Sand $ Inn
San Francisco -
Monterey

Na de route 66, is de Route 1 de bekendste highway in Amerika. Vanuit het hoge noorden (Vancouver) aan de Canadese grens, slingert hij zich langs de prachtige westkust naar het diepe zuiden (San Diego) aan de Mexicaanse grens. In 2 dagen tijd nemen we het prachtigste stuk voor onze rekening: tussen San Francisco en Santa Barbara. Vandaag rijden we tot in Monterey, bekend om zijn 17 miles drive langsheen de kust (foto rechts). Een tolroute bezaaid met een golfterrein van 18 holes, kasten van villa's, een mooie kustlijn, kleurige bodembedekkers en speciale bomen: maar toch een beetje overroepen.

Dag 22 ------------254 mijl -----Jack's house
Monterey - Santa Barbara

De Route 1, ook Pacific Highway genoemd, leidt ons langs s'werelds meest grillige kuststrook en onvergetelijke panorama's. De 1 slingert zich omhoog en verrast ons dan op diepe, loodrechte rotsen in zee, of volgt de kustlijn op zeeniveau en toont ons kilometerslange zandstranden. Niet te evenaren.
We passeren Big Sur. Herinner je nog dat hier de hippiebeweging ontstond in jaren 60? We filmen zeeleeuwen (of zeeolifanten?) op de klippen net voor de kust, we bestuderen de zeegolven, we zien een ruwe kuststreek.
In de late namiddag komen we aan te Santa Barbara, een parel aan de Californische westkust. Ik leid het gezelschap rond langs de stranden met de beachvolley-terreinen en naar de pier. We blazen uit.
S'avonds bezoeken we 'Something Fishy', een Japans restaurant en zitten rond een hete plaat. We krijgen spektakel aan de kookplaat van hoog niveau. En als ge die kok filmt, doen ze er altijd een (figuurlijk) schepje bovenop. Hij goochelt met suschi, steak and garnalen. We genieten evenveel van de bereidingsshow van de Japanse meesterkok als van het eten zelf. Na een slaapmutsje in een lokale bar vol leuke meiden, vinden we onze weg terug naar Jack's huis.

Dag 23------------- 68 mijl -----Jack's house
Santa Barbara

Santa Barbara

Het is allemaal hier een beetje begonnen. In 1989 wordt ik aangeworven door Wavefront Technologies, een Amerikaans technologiebedrijf, om te werken in haar Belgisch filiaal. Beroepshalve moet ik elk kwartaal naar de hoofdzetel in … Santa Barbara. Ik geraak onder de indruk van dit stukje hemel op aarde en besluit dat er meer moet te beleven zijn op deze aardkloot dan in Landegem alleen. Kort daarna bezoeken we mijn broer in Indonesië, toen op wereldreis. En in 1994 start onze eigen wereldreis, weliswaar in stukjes van 3 weken per jaar. En het duurt nog altijd voort, elk jaar terug.
Jack is een collega bij Wavefront en we mogen bij hem inslapen. Vandaar: 'Jack's house'.

We brunchen op het strand. We bezoeken Wavefront en shoppen in State street. In de Big Dog winkel maken Lou en Pol volop gebruik van het fenomeen 'plastic' geld. S'middags eten we clam showder met krab op de pier en begapen ons aan de gazons en de palmbomen langs de kustlijn, de joggers (jogsters), de skateboarders, de rolschaatsers, de geweldige zandstranden (10 x Blankenberge met 10 x minder volk op), het klimaat, de bergen, the Ocean. Moet er nog zand zijn?
S'namiddags rukken we uit met de motoren voor een trip in de bergen, de Camino Cielo route. Op de top hebben we een verbluffend zicht op tegelijkertijd de Grote Oceaan met Santa Barbara die nog een handpalm groot is, en op het binnenland met de Black Mountains en het Cachuma Lake, de belangrijskte watervoorziener van de streek. Drinkwater is een zeer belangrijk overlevingsgoedje in deze streken waar het niet zoveel regent. We rijden verder tot in Santa Ynez, woonplaats van grote kindervriend Michael Jackson, die we spijtig genoeg niet ontmoeten in de bekende Maverick Bar, een echte cowboy saloon. Maar t'zijn geen saloons meer als vroeger: ze schieten enkel nog op TV, t'zit er vol vrouwen ipv ruige mannen en ze drinken Budweiser ipv whisky. Onze favoriete bieren zijn Michelob en Miller Genuine.
S'avonds keren we op onze stappen terug en dompelen ons onder in Santa Barbara voor onze laatste dag.

Dag 24 ------------128 mijl -----Travelodge
Santa Barbara - Anaheim (Los Angeles)

We slapen lang en het humeur is beneden alle peil. Vandaag leveren we de motoren terug in. Vooreerst kuisen we de motoren en bezoeken daarna de kunstmarkt in Santa Barbara. We kunnen niet nalaten om s'middags terug de pier te bezoeken en clam showder met oesters te eten. Met een fles witte wijn genieten we zolang mogelijk na, vooraleer te vertrekken naar Anaheim. Om 5 pm (17h) is het zover, en 3 uur later, na een moeilijke rit door Los Angeles (van de ene highway op de andere; zeer druk), geven we braaf onze sleutels af aan dezelfde Nora van dag 1, in de Dutch Avio Club. De cirkel is rond. Gelukkig heeft Nora onze borgsom van elk 10,000 BF niet opgesoupeerd.
S'avonds zijn we niet om aan te spreken.

Dag 25 ------------6000 mijl----- Boeing van AA
Ontario (Los Angeles) - Zaventem

De vlucht is voorzien om 13h30 en daar Disneyland vlak aan de deur ligt, ontbijten we in Goofy's restaurant. We krijgen bezoek van Micky Mouse, Goofy himself en van Alladin. Sympathieke mensen maar allen roken ze naar dezelfde after-shave: big business.
Om 11h stappen we de auto in richting luchthaven, de huurauto leveren we terug in, vliegtuig op en tussenlanding in Chicago.

Dag 26

Aankomst te Zaventem om 11h25, bepakt en bezakt; iedereen heeft het dubbele aantal koffers mee dan in 't heengaan. We zien Jan, Martine en Miepol die ons komen ophalen en beseffen dan dat de droom over and out is. Op onzen buik: gien sanse.

 


BESLUIT

We hebben in die twee jaar in totaal 5.495 mijl afgelegd met de moto en 100-tal keer getankt.
Van Amerika onthouden we vooral:

  • De prachtige natuur in en buiten de natuurparken
  • De uitgebreide ontbijten: eieren op 1001 manieren met gebreneerde patatjes en toast
  • De muddens waartussen we moeten laveren
  • De grote hoogten, bergpassen, sneeuw en de koude, in de eerste week
  • De tweedaagse in de Grand Canyon is een overlevingstocht: but the strong survive
  • Bryce Canyon is een sprookje
  • Death Valley, te heet
  • Betrouwbare motoren en geen enkel accident, thank God
  • Buckle up, it's the LAW!
  • Tere vingertopjes en oorrandjes
  • San Francisco, Santa Barbara
  • Onze kinderen waren ondertussen in goede handen

En alle dagen die vriendelijke Amerikanen toch:
How are you today?
---We are feeling all right. Thank you
You are welcome
---You bet
Sure
Zouden ze dit ook doen mochten ze geen fooi verwachten??

 


Grand Canyon (Courtesy)


Dead Horse Point (Courtesy)