WERELD > EUROPA > TOSCANE PER MOTO> Reisverhaal


AUTO- en MOTOTRIP naar VENETIE en TOSCANIE
15 juli - 1 augustus 2003


Ge moet het maar doen om tijdens een hittegolf naar Italië te reizen en daar uit te 'rusten'. Het was eerder puffen. Een IJsland-trip ware veel beter geweest. En tijdens zo'n reis weet je wel de airco in je wagen - die je anders nooit gebruikt - te waarderen.
Maar ondanks alles rijden we richting het Venetië van Marco Polo (op de kaart onderstreept met van da vuil blauw) en het Toscanië van Michelangelo, Da Vinci en Machiavelli (op de kaart omcirkeld met een onooglijk rondeken in vuil blauw).

 

 

 

 

 

 

Dag 1: Landegem - Padua -----Auto

We vertrekken om 4h45 en komen toe om 19h15 na 1.206 vrij zorgeloze kilometers en twee files: Basel (wegenwerken) en Milaan (spitsuur). Het weer is laf en de thermometer in de auto wijst constant 32° à 34° aan. We verliezen een vleugelmoer van onze aanhangwagen, het zeil scheurt kapot van de wind, de spanriemen slijten door de wrijving maar mijne moto van 250kg blijft op zijn post staan!
We nemen s'avonds onze intrek in een gehuurd appartement in een boerderij (Selvatico) in een dorpje nabij Padua. Ge moet weten dat vele boerderijen in Veneto en Toscane gerenoveerd worden, kamers/appartementen in gemaakt en verhuurd per week. 'Agriturismo' noemen ze dat hier. Ik bespreek mijn Venetië-plannen met de vriendelijke eigenaar. Hij fluistert me in mijn oor dat de trein de beste optie is om naar Venetië te gaan. 'Car park is too expensive', zegt hij en geeft me een uurrooster om vanuit Dolo-station twintig minuten verder Venetië te bereiken. Geweldig idee vind ik dat …

Dag 2: Bezoek aan Venetië (deel 1) -----Trein

… en dus nemen we de trein om 10h vanuit Dolo en om 10h22 arriveren we in Venetië.

Niet nadat ik s'morgens bij de warme bakker brood heb gehaald. 'Panini', haal ik mijn beste Italiaans boven. En da mens ne ganse Italiaanse reutemeteut, ik vermoed over het soort brood dat ik wil. Ik wijs naar een rond brood en vraag: 'couper', in mijn beste Frans. Ge verwacht dat ze dat brood in een broodsnijmachine steekt, maar nee … ze snijdt het brood met haar hand in een zevental dikke sneden. Asjemenou.


Dus we komen om 10h22 aan in het treinstation en bij het buitenkomen worden we onmiddellijk ondergedompeld in de typische sfeer. We kopen eerst een vaporetto abonnement, geldig voor 72 uren, waarmee we alle lijnbussen, excuseer lijnboten (vaporetto's) mogen nemen. We nemen de omnibus tot het San Marco plein. De boot zigzagt over het Grande Canal van de ene stopplaats naar de andere en ondertussen zien we een pleiade aan monumenten, palazza's, kerken en gebouwen voorbijschuiven: vrij indrukwekkend. We ondergaan het dagelijkse leven in Venetië met een (kanaal)drukte van jewelste: alles wordt per boot vervoerd en geregeld, gaande van renovatiewerken, afbraakcontainers, post, koerierdiensten, ambulanciers, politie, taxi's met daartussen gondeliers, vaporetto's en traghetto's (veerdiensten). Ondertussen bemerken we ook de smalle zijkanaaltjes, de straten, de horden toeristen. We bezoeken het obligate San Marco plein (foto boven) en bijpassende kathedraal en verorberen ons lunchpakket vanop de stoep, constant die vervelende duiven wegjagend. We trekken verder door een doolhof van straatjes richting Rialto (foto rechts), passeren de Brug der Zuchten (foto onder), maar we horen ons eigen zuchten van de hitte. We slepen ons voort naar het volgende publieke waterkraantje want ondertussen zijn onze flessen water lauw geworden. We eten een ijscrème die rapper smelt dan we kunnen likken. Allé, de hitte maakt het loodzwaar en rond 19h nemen we de vaporetto te Academia richting station om daar de trein van 20h12 te nemen (heeft wel 30' vertraging). Thuis springen we in de douche.


Dag 3: Bezoek aan Venetië (deel 2) -----Trein

De bakkerin ziet me in de winkel komen en knikt instemmend. Nog vooraleer ik iets kan rechtzetten, is ze al mijn brood aan het snijden: 6 sneden ditmaal.

We rijden terug met de trein naar Venetië en het doel vandaag is om de eilanden Murano en Burano te bezoeken. We nemen vaporetto nr 42 naar Murano, het eiland bekend om zijn verfijnde glasproductie. De glasproducten zijn wondermooi maar het zogenaamde fabrieksbezoek valt dik tegen. Dezer dagen worden de toeristen afgeleid naar een bijgebouwtje waar drie man wat zit te blazen op een blaaspijp waar een glasvormpje uitkomt. En na tien minuten mag je ophoepelen en plaats maken voor de volgende groep. We wandelen wat rond op het eiland en vinden zowaar een stil parkje met lege banken, veel bomen en dus veel schaduw. We eten onze picknick en uit één van de huizen rond het parkje horen we Pink Floyd's Shine on you crazy diamond.
We nemen de vaporetto naar Burano. Een properder eiland gekend om zijn pastelkleurige huizenrijen. Tijdens de wandeling op het eiland passeren we een kleerwinkel en hoor ik de winkelmadam tegen Martine zeggen: exclusive for you, new design, new collection, good price … ik voel nattigheid … en dan het verwachte: 'Martin, geef ne keer uw kredietkaart'.
We nemen de vaporetto terug naar Venetië, via het Lido eiland, hetwelk we niet bezoeken. Eenmaal terug in Venetië, nemen we de vaporetto naar Academia alwaar ons gisteren een leuk restaurantje in het oog sprong. We eten een pizza maar drinken met dit weer is veel belangrijker. Dan keren we terug naar het station op een heel drukke boot waar we - in die hitte - nog eens lijf aan lijf moeten staan en een zenuwachtige garde moeten aanhoren die constant 'permesso' roept, telkens we aanmeren en de klanten in- en uitstappen.


Dag 4: Naar ons volgend verblijf -----Auto

Het is zaterdag en dus rijden we naar Toscane naar ons volgend huurhuis in Monsindoli, 6km onder Siena in het meer zuidelijk deel van de provincie. Na drie uur rijden via Bologna, Firenze en Siena trekken we naar een boerderij gelegen op een heuvel en met een prachtig zicht op de streek en op Siena, die eigenlijk op de volgende heuveltop ligt.
Onderweg rijden we vanaf Padua door heuvelachtig gebied en door tientallen tunnels. De aansluitnaden tussen de weg en de bruggen zijn ongezond voor mijn remorque en moto: telkens een stamp met bijhorend lawaai en mijn verschrikte blik in de achteruitkijkspiegel. Ik durf niet vlugger dan 90 km/uur rijden en stop verschillende malen voor een check. Maar we merken niets verdachts, buiten wat slijtage aan de spanriemen.
Bij aankomst aan onze nieuwe woning koelen we meteen af in de zwemkom. We ronden de dag af met het uitstippelen van een aantal motoritten in de streek deze week. Ik hoor via via dat een oud-belgen gemeenschap van ongeveer 30 leden hier nog steeds in de streek rondhangt. Ik pleeg een telefoontje naar deze obscure gemeenschap. De chef geeft ons een afspraak voor overmorgen…

Dag 5: Le Crete----- Moto

Het is zover! We halen de moto van stal en plegen de eerste rit in een streek van Toscane die Le Crete noemt. Het is heet, heet, heet en de wind is te heet om op de moto afkoeling te brengen. Dit doet ons denken aan Death Valley toestanden in 1994, waar Martine een appelflauwte kreeg nabij Badwater, het laagste punt van de vallei. Maar deze keer blijft ze rechtop, waar ze op de moto alle belang bij heeft.
Le Crete is een aaneenschakeling van rollende heuvels (foto's links en rechts)waarvan de oogst binnengehaald is en dus een dorre, bruine indruk geeft, mede door de maandenlange droogte in dit stuk van Toscane (sinds mei weinig of geen regen meer). Er is geen meter platte weg; steeds golvend, op en neer tussen droge akkers en heel weinig schaduw. Het had de ideale motorit geweest bij pakweg 25° en een koelend briesje.
We bezoeken Montepulciano, een Middeleeuws nest op een heuveltop met de typische nauwe, steile straatjes en authentieke gebouwen. Het is een eerste bezoek aan een Middeleeuws stadje in de rij van vele. Meestal zijn de stadsmuren en -wallen nog intact evenals het historisch centrum, waardoor je je bijna echt in de Middeleeuwen waant, ware het niet van al die toeristen, drank- en souvenirkraampjes, parkings en mister cash toestellen. S'middags moeten we laaaaang waaaaachten achter ons slaatje aan een restaurantje op de Grande Piazza.
We rijden verder richting Montalcino, een copij van Montepulciano, waar we een terrasje doen. Het valt ons op dat er veel Nederlands gepraat wordt, en meer van Vlamingen dan van Hollanders. Het Guy-effect zeker. We rijden verder naar Murlo, het kleinste Middeleeuws stadje van Toscane, schijnt het … want we hebben het uiteindelijk niet bezocht … omdat onze moto - vanuit stilstaande positie ten gevolge van de combinatie van de wet van de zwaartekracht, grint en hellend vlak - besluit een zijval te maken. Moto en passagiers zijn na het incident nog steeds in opperste conditie. Via den binnen rijden we naar huis en komen toe na 165 km 'hitteplezier'.
Direct een frisse fles water gedronken en de zwemkom ingedoken om te bekomen en af te koelen.


Dag 6: Bezoek aan een gemeenschap van oud-belgen-----Moto

Ons afspraaktelefoontje van dag 4 is niet ongemerkt aan die mannen voorbijgegaan want ze staan ons op te wachten. Ik moet weten of het achtergebleven/verloren gelopen/nog ronddolende kruisvaarders zijn, dan wel kameraden uit Landegem. Op het appel aan de zwemkom tellen we 14 minderjarigen en 14 volwassen Vlamingen, waarvan we nu zien dat ze van Landegem zijn.
We komen toe rond de middag nadat we San Gemignano bezocht hebben (foto links). Juist, een Middeleeuws nest op een heuveltop. Maar het speciale aan San G zijn de 13 hoge torens die ze daar lieten bouwen zodat dit een Middeleeuws Manhattan (La Défense) lijkt. We keren terug naar de parking buiten de omwalde muren en ik heb een parkeerboete aan mijn been: niet reglementair geparkeerd en 33 EURO te betalen. Op de boete staat bij 'Land van Oorsprong': GB. Laat ze maar zoeken in GB, denk ik zo, maar dit papiertje hangt ondertussen al lang aan mijne muur thuis, niet als betalingsherinnering, gewoon als herinnering.
Twee zaken zijn belangrijk bij ons bezoek aan de Landegemse vrienden: de koers (den Tour) en het zwembad. De rit van vandaag is een zware bergrit met aankomst op Luz Ardiden waarop Armstrong zijn duivels ontbindt en 40" neemt op der Jan. Hier en tijdens de tijdrit van enkele dagen later, legt Lance de basis voor zijn vijfde (!) overwinning. De zwemkom is belangrijk als afkoelmiddel en arena van waterpistoolgevechten tussen volwassen kinderen. Ogen en oren uitspuiten blijkt de meest toegepaste tactiek te zijn. S'avonds zoeken we met een deel van de clan een restaurant op waar we lekkere patati (gebreneerde patatjes) met salati en kalfssteak eten. In de clan maken we ook kennis met Claudine en Pol uit Kaprijke, collega's van t'sjeefke. Pol is bassist in een rock covergroepje (ze zoeken een zangeres) en fan van Led Zeppelin. Hij heeft meteen al mijn aandacht. S'avonds in t'pekkedonker rijden we terug via onverlichte wegen naar ons nest.
Direct een frisse fles water gedronken en de zwemkom ingedoken om te bekomen en af te koelen.


Dag 7 Bezoek Siena -----Auto

We zijn lui en staan pas om 10h op. Ik bereid de trip van de volgende dag voor.
Kort na de middag bezoeken we onze heuvelbuur: Siena. Ook Siena is een Middeleeuwse stad, wat dacht je. Wat wij in Vlaanderen koesteren als Middeleeuwse steden (Gent en Brugge) ligt in Italië bij dozijnen verspreid in het landschap. Siena is speciaal vanwege zijn marktplein Il Campo: schelpvormig dalend en omringd door Middeleeuwse gebouwen en palazzos. Ze zeggen dat het aanzien wordt als het mooiste marktplein van Europa en het mag er inderdaad wezen. We eten een slaatje in één van de vele restaurantjes rond het plein. Daarna slenteren we verder naar de Piazza del Duomo waar de mooiste kathedraal staat die ik tot nu toe gezien heb (foto links). De stijl is gothisch, de materialen marmer in verschillende kleuren en op de topgevel is een fresco geschilderd. Vele ornamentjes sieren de kanten. In de kerk lopen de kleuren van buiten gewoon door: strepen van verschillende kleuren marmer. Dit doet me een beetje denken aan de voetbalclub Celtic Glasgow: op hun truitjes staan ook horizontale strepen in twee kleuren. We zien verder indrukwekkende fresco's op zowel de vloeren als de plafonds/koepels. Zeker de moeite waard, zelfs voor ons als museum- en kerkanalfabeten.
Direct een frisse fles water gedronken en de zwemkom ingedoken om te bekomen en af te koelen.
S'avonds nodigt de eigenaar van de boerderij zijn toeristenfamilies uit op een etentje met Toscaanse specialiteiten, aan de zwemkom. Schoon van diene meneer.


Dag 8 Zuid Toscane----- Auto

Gezien de hitte en de lengte van de geplande rit, kiezen we voor de auto (en vooral voor de airco) om Zuid Toscane te bezoeken. We volgen de SS 2 (SuperStradas zijn bijna-autostrades, zeggen ze) maar ze blijken niet meer te zijn dan een tweevaksbaan. Geraak je achter een vrachtwagen dan zit ge gevangen.
Het zuiden van Toscane is heuvelachtiger (= een streep lastiger dan 'glooiend') maar ook veel beboster en dus schaduwrijker. Er is geen plat stuk èn ook geen recht stuk weg te bespeuren. We kunnen kiezen uit een aantal typische dorpjes: Sorano, Sovana, Pitigliano. We beslissen om de laatste twee te bezoeken.
In Sovana bezoeken we de sites met de Etruskische graftomben. Etrusken zijn mensen die leefden voor de tijd van de Romeinen, dus zoveel eeuwen voor Christus. We wandelen van de ene tombe naar de andere in een bos en tussen smalle en hoge rotswanden. Doet me efkes denken aan een wandeling in Capital Reef NP in Utah waar we ook tussen hoge rotswanden wandelden. We stuiten tijdens de wandeling op geologen die nog een aantal Etruskische graven aan het blootleggen zijn. We zien duidelijk een aantal letters die de naam zou moeten voorstellen van de familie die daar begraven ligt. De toegang tot die graven zijn niet meer dan 'gaten' in de grond, maar éénmaal erdoor kom je in een zaal waar de dode ligt en waar banken, tafels, eten, kledij … aanwezig zijn om de dode - als ie weer tot leven komt (reïncarnatie) - niets tekort zou hebben. Zo dachten die Etrusken daar over. Voor het goede begrip: je kan die graftomben enkel langs de buitenkant bezichtigen. De rest hebben we gelezen in de folderkes.
We rijden verder naar Pitigliano en wat we zien vanuit de verte is een Middeleeuwse stad hoog op een rotspunt gevestigd (foto links). Dit is onmiskenbaar het mooiste visuele beeld dat we tot nu toe gezien hebben van een Middeleeuwse stad. Via een aantal haarspeldbochten rijden we tot in het stadje en drinken iets op de Piazza Central.
We rijden verder richting Grosetto aan de Middelandse Zee kust. Daar rijden we door het Maremma Nationaal Park, een zeekustpark met een toeristenvrije kustlijn. We zoeken het baantje naar de kust maar vinden het niet. Ook qua natuur ontgoochelt het park ons. We rijden dan maar voort via de SS1 richting Siena: terug een tweevaksbaan, over diepe en brede valleien, veel groen, veel tunnels en veel camions. Gelukkig rijden we in een koele wagen wiens thermometer constant 34°-36° buitentemperatuur aanwijst.
En éénmaal thuis, direct een frisse fles water gedronken en de zwemkom ingedoken om te bekomen en af te koelen.


Dag 9 Arezzo - Cortona----- Moto

In short en T-shirt, een beetje bewolkt, en iets koeler nemen we de moto voor een uitstap naar het oosten van Toscane, dwars door de uitlopers van de Monti Del Chianti. We kiezen de kleine baantjes en het is voor ne keer zeer aangenaam motorijden … totdat ik in allerijl moet stoppen wegens een wesp die in mijn short is terechtgekomen. Die broek uit, auto's of geen auto's, mensen of geen mensen en een duizelige wesp valt op de grond. Ze heeft gelukkig nog nie gestekt.
We verkennen Arezzo, maar de stad is ons te groot en te druk en we rijden verder tot in Cortona. Alweer een Middeleeuws stadje op een (hoge) heuveltop. Vanaf de rand van de stad hebben we een prachtig uitzicht op de vallei (foto links) en verderop zelfs op het Lago Trasimeno in Umbria. Een onbelemmerd uitzicht welke we nog enkel in de Apenijen zouden tegenkomen (dag 13). We wandelen wat in het stadje, doen een terrasken en kopen 3 l olijfolie.
We rijden terug via Le Crete, waar het landschap overgaat in een dorre woestenij. De temperatuur is inmiddels terug opgelopen en we lassen een extra stop in te Sinalunga. Daar drink ik een halve liter koud bier uit en voel me terug iets of wat. In het café bekijken we ook de laatste 10 km van een tourrit en zien sterke Knaven de rit winnen: alleen tegen een achtervolgend groepje van een man of vijf. We rijden verder door het dorre landschap van Le Crete. Doordat we op een baan rijden op de rand van een vallei zien we langs beide zijden de vallei in kwestie en bemerk ik een drietal turquoise meertjes (foto rechts) . Ze doen me denken aan de meertjes van de Tongariro Crossing in N-Zeeland.
We komen thuis en … direct een frisse fles water gedronken en de zwemkom ingedoken om te bekomen en af te koelen.
S'avonds eten we nog in Siena in het restaurant Il Carrocio, gelezen in de LP, waar we pici eten, een lokale specialiteit (dikke spaghetti met een speciaal sausken).


Dag 10

Een vrije en luie dag. We hebben niets gepland. We hebben wat …, wat gerommeld, wat geëten, wat gewinkeld, wat gezwommen, wat ge-UNO-ed, wat geluld tegen de Fransen aan de zwemkom en finaal terug naar bed. Dit is onze laatste dag hier in Monsindoli.


Dag 11 Naar ons volgend verblijf----- Auto

De week is voorbij, het is alweer zaterdag en dus verhuisdag. We rijden naar Lamporecchio nabij Pistoa waar we terug een kamer van een gerenoveerde boerderij huren. Lamporecchio ligt in het noorden van Toscane en we plannen een aantal ritten vanuit dit stadje in de streek. Het goed is prachtig gelegen temidden een olijfboomgaard, op een heuvel met een zicht op de streek zover we kunnen zien.
De eigenaar is een sympathieke Italiaan die Mr Mauro heet, vergezeld van zijn assistente Lynn, een zeer behulpzame Filipino. We praten wat heen en weer en Mauro zegt me dat de olijfoogst dit jaar volledig mislukt is wegens de droogte. Hij toont ons de olijven op zijn bomen en waar trossen hadden moeten hangen, hangen nu slechts een paar olijfkes. 'It is a catastrophe', zegt hij, maar voegt er aan toe met een lachje: 'Better catastrophe for olives then for us'. Net als bij de eerste eigenaar van ons huis nabij Venetië, fluistert Mauro me in het oor dat we beter de trein nemen om Firenze te bezoeken. 'The train is much cheaper then the carpark' zegt hij en voegt er aan toe: 'and the trainstation is in the middle of the town'. We onthouden zijn raad. Het valt ons ook op dat de Italianen, alhoewel historisch meer aansluitend bij de Franse taal, verkiezen om Engels te praten. Een soort Italo-Engels met hun aanstekelijk Italiaans accent en het bijhorende vinger- en handengezwaai.
We bezoeken het nabijgelegen Pistoa, een vrij grote stad met een historisch centrum, maar vinden het niet veel zaaks. We keren in de vooravond terug naar Lamporecchio via San Baronto, gelegen op een berg(je). Toch 6 km klimmen ernaar toe en dan 4 km dalen naar Lamporecchio. In San Baronto en trouwens in vele dorpjes in de streek, dus ook in Lamporecchio, zijn er de jaarlijkse (kermis)feesten. Ze duren ongeveer een week en alle dagen is er iets te doen. In San Baronto schrijven we ons s'avonds in voor het eetmaal. Daarvoor moet je passeren via een 'inschrijfbureau' met een dame die de bestelling noteert en ene die ontvangt. Je krijgt een computeruitdraai van uw bestelling en dan ga je naar het openluchtrestaurant alwaar de sexy geklede vrouwelijke garçons de bestelling ophalen en u bedienen. Niet slecht georganiseerd. En daarna speelt er een orkest met … Italiaanse schlagers. We reppen ons voort.


Dag 12 Empoli - Pisa - Lucca -----Moto

Paniek! S'morgens ontdekt Martine mieren op ons brood. Mr. Mauro erbij geroepen en die geeft ons een anti-mier spray waarmee we alle hoeken en kanten besprayen.
We halen de moto van stal (letterlijk uit Mauro's schuur) en rijden naar Pisa via Empoli. We passeren Vinci, het geboortestadje van Leonardo. We willen in Empoli het station vinden en de treinuren noteren om s'anderendaags naar Firenze te treinen. De Italiaanse bewegwijzering maakt ons echter radeloos, maar finaal vinden we het station en noteren de treinuren.
En dan rijden we richting Pisa. De baan Empoli - Pisa is een raar ding waar we ons een paar keer misrijden dankzij verwarrende signalisatie (zie kader verder), maar we geraken toch in Pisa. De streek tussen Empoli en Pisa is verstedelijkt en zeker geen aanrader. Eens in Pisa verwacht je dat ze je automatisch naar hun meest toeristische site loodsen waar de Torre Pendente (Scheve Toren) staat. Niets van. Een uur hebben we rondgereden vooraleer we dat scheef geval vonden (zie kader). Om te bekomen van het zoeken, van de hitte en de laag stof op onze brillen hebben we gepicknict aan de oever van de Arno onder een rij platanen. Na de picnic rijden we naar de Campo dei Miracoli waar je de kathedraal, de abdij en de klokketoren (de scheve toren) tesamen ziet op één groot plein. De drie gebouwen zijn zo goed onderhouden dat ze net afgewerkt lijken. Er is geen spatje vuil te vinden op de muren noch op het gras. Dit plein lijkt ons felle concurrentie met het marktplein van Siena voor de titel: schoonste plein van Europa (wereld?). De scheve toren blijft scheef maar zakt niet meer verder weg. Ze hebben er een grote betonblok ondergegoten. De toren is niet recht scheef. Ik wil daarmee zeggen dat hij een beetje krom scheef is: ongeveer te midden begint hij terug wat naar binnen te hellen. Het zicht op het park blijft indrukwekkend en zeer de moeite.


We rijden voort naar Lucca en deze keer langs een klein bergpasje. Deze streek is het voorgeborgte van de Apenijen, Italië's hoogste bergketen. Dit wil zeggen geen heuvels meer maar colletjes van 3 tot 10 km klimmen en valleien met vlakke wegen. Veel groener ook, meer olijfboomgaarden en minder wijngaarden. Dit in tegenstelling met het droge, glooiende landschap in midden Toscane (Le Crete), maar wel veel overeenstemming met het groenere zuiden van de provincie (streek rond Pitigliano).
Lucca is een vrij grote stad en is nog volledig omwald zoals in de Middeleeuwen. We rijden een poort binnen en durven met de moto tot in het centrum rijden daar waar de auto's buiten de muren moeten parkeren. Het is een sympathieke stad maar ik vrees dat we al teveel Middeleeuwen gezien hebben en daardoor de ho's en de ha's laten voor wat ze zijn. Het is wel tof om uit een open deur van een cd-winkel 'Creep' van Radiohead te horen tot op het (Middeleeuws) marktplein. We doen een terrasje om de hitte/dorst tijdelijk weg te drinken en nemen de tijd om, met frozen yoghurt in de hand, terug te keren naar Lamporecchio. En éénmaal thuis, direct een frisse fles water gedronken en de zwemkom ingedoken om te bekomen en af te koelen.
S'avonds rijden we terug de berg op naar San Baronto om via de computeruitdraai aan onze pizza's te geraken op dag 2 van de kermisfeesten. Het avondorkest zingt Italiaanse levensliedjes, stijl Vader Abraham. We reppen ons naar huis.


Bewegwijzering in Italië

In Indonesië en in Tanzania hebben we soms al eens verloren gereden. Maar in een ontwikkeld land als Italië verwacht je dat niet. Maar toch hebben we ons geërgerd aan de volgende situaties:
1. Zoek het station in Empoli:
Je komt het stadje binnengereden vanuit Lamporecchio en je wordt via pijlen 'Centro' (want pijlen met de afbeelding van het station erop vinden we niet) naar ons gevoelen eventjes rond de stad geleid om er dan vanuit een andere richting terug in te duiken. We volgen steeds de pijlen 'Centro' maar plots houden ze op en we hebben niet de indruk al in het centrum te zijn. We rijden verder en botsen op de spoorlijn. We kunnen er enkel onder door en niet langsheen om zo het station 'tegen te komen'. We trachten via meetkundige toepassingen (links, links en rechtdoor terug voeling te krijgen met de spoorlijn. Dit lukt ons niet direct en plots zien we terug pijlen 'centro', waarschijnlijk omdat we reeds te ver uit het stadje gereden zijn. We volgen de pijlen en plots houden ze terug op, op een plaats die ons niet het centrum lijkt. Allé na een half uurtje rondrijden vinden we het station.
2. En rij dan van Empoli naar Pisa:
We vinden bij het eerste kruispunt geen pijlen naar Pisa ondanks - volgens onze kaart - een rechtstreekse nationale weg naar Pisa. We rijden door (nemen dan in zo gevallen altijd de meest rechtdore weg) en zien na verloop van tijd toch een pijl naar Pisa. Dan weer niet en dan weer wel en uiteindelijk zitten we toch op de juiste route. Je denkt dat het dan een makkie wordt: mis! Op geregelde tijdstippen zien we pijlen naar Pisa die ons van de hoofdbaan wegleiden. In de eerste twee gevallen hebben we die gevolgd en ze leiden beiden naar een rondpunt waar terug een Pisa-pijl stond richting vanwaar we kwamen zodat - had ik scrupuleus de wegaanduidingen gevolgd - uw dienaar en zijn vrouw op dit ogenblik nog steeds rondjes aan het rijden waren op zoek naar Pisa. De tweede maal hebben we door dat we best ons goesting doen en niet kijken naar de pijlen Pisa. Gewoon rechtdoor de hoofdbaan volgen.
3. Vind de scheve toren in Pisa:
We komen dus uiteindelijk aan in Pisa waar we tot onze opperste verwondering een pijl zien met 'Torre pendente' en daarnaast een afbeelding van een scheve toren. Dit wordt een makkie. Weer mis! Al vlug komen we op een rondpunt met vijf mogelijke richtingen maar … geen pijlen meer. 'Maar nu niet zoeken, onmiddellijk vragen', zeg ik tegen Martine. De eerste de beste Italiaan legt ons uit: langs daar en dan langs daar en dan moet je het nog maar eens vragen. Na een half uur zoeken, vragen, alle Italianen verwensend, terug zoeken, uw kas opfretten, opnieuw zoeken, vragen, het gemeentebestuur voor mieten uitmaken, zien we dan uiteindelijk toch da scheef ding staan.
Ge zoudt voor minder lastig zijn als ge op de moto en op één dag dit allemaal te verwerken krijgt.

Dag 13 Rijden door de Apenijen -----Moto

Via Empoli rijden we naar Abetone, een ski-oord op 1450 m. De Apenijen zijn inderdaad middelhoge gebergten met pieken tot 2400 m. Door die gemiddelde hoogte zijn ze ook meestal bebost tot bijna aan de toppen. Enkel de hoogste pieken tonen kale plekken. Het is er dus groen èn 10° kouder dan beneden: wat een verademing en wat aangenaam motorijden! We laveren verder door en over de bergpassen en na vele haarspeldbochten bereiken we San Pellegrini, het hoogste punt op onze rit. Ondertussen hebben we ook efkes Toscane verlaten en in de provincie Emilia-Romagna gereden. In San Pellegrini hebben we een geweldig uitzicht op de Garfagnana vallei en bergen (foto rechts). We rijden verder en de baan daalt sterk, zo sterk dat ik in eerste versnelling moet rijden om niet teveel snelheid te halen en niet constant te remmen. We komen toe in Castelnuovo di Garfagnano, waar we iets eten. Het stadje heeft een klein Middeleeuws centrum maar je begrijpt intussen dat dit ons nog weinig kan bekoren. Na Castelnuovo zoek ik op de kaart verder naar kleine provinciebaantjes want ik wil niet via de SuperStrada naar huis.
In Bagni di Lucca nemen we een 'zijweg' en dit wordt de verrassing van de dag:
- vrijwel alleen op de baan
- smal, kronkelend en dus vrij technisch
- prachtige berg- en vallei vergezichten
- plaatsjes als Villa Basilica waar 3 man en ne paardekop woont

Na deze kers op de taart dalen we verder naar Pescia en rijden via Montecatini Terme naar Lamporecchio. Dit was qua temperatuur en natuurrijden een uitstekende dag.
S'avonds eten we pasta in Lamporecchio en we zien op een affiche aan de muur dat er - in het kader van hun kermisfeesten - een optreden is van een Belgisch symfonisch orkest, genaamd de "Zuiderkempen". Asjemenou. En inderdaad een bus van Begoniareizen stopt op het marktplein rond 19h30 en een horde Kempenaars begint het openluchtpodium vol te zetten met instrumenten. Ik meng me even in de groep en blijkt dat ze geboekt zijn voor 5 optredens in Toscanië, telkens in het kader van de (kermis)feesten. Ook in San Baronto moeten ze volgende week optreden maar dan zullen wij al terug in België zijn. De 'Zuiderkempen' is een groot orkest met vrijwel alle klassieke instrumenten en naar schatting een bezetting van een 50-tal personen.

Het is 21h en het orkest is spelensklaar. In het Italiaans doet de burgemeester van Lamporecchio zijn speech en introduceert de Belgen. De dirigent en de eerste violist groeten (buigen) beleefd. Iedereen gaat zitten, het wordt muisstil. De dirigent heft zijn stokje en een fractie van een seconde vooraleer het orkest zijn eerste noot speelt, begint een keffer te blaffen. Hilariteit alom en de keffer wordt kordaat wandelen gestuurd. De dirigent vangt dit professioneel op en een minuutje later zijn ze vertrokken voor anderhalf uur populaire klassieke muziek van Rota, Chopin, De Mey en Conti.


Dag 14 Bezoek aan Firenze -----Trein

We staan om 6h30 op om in Empoli de trein te nemen van 8h05. We komen aan te Firenze om 8h41 (amper 6' vertraging) "in the middle of the city". Mr Mauro had gelijk.
We doen een wandeltoer zoals die beschreven staat in de Lonely Planet. We noteren twee opvallers langs de route:
- De (hele grote) en prachtige Basiliek di Santa Maria Novella (foto onder rechts) met veel marmer
- De Ponte Vecchio, de handelaarsbrug over de Arno rivier (foto onder links). Het is een overbouwde brug waar juwelenhandelaars zich gevestigd hebben. Langs beide kanten heb je een prachtig zicht op de Arno rivier en op de andere bruggen van Firenze.

De rest van de route is leuk. Je begrijpt het al, voor ons valt Machiavelli's Firenze wat tegen. Daarbij is het een veel te drukke stad en de gebouwen/monumenten zijn slecht onderhouden. De pollutie zorgt voor vuile en zwarte muren. Wat een verschil met Pisa. Daarbij is het Italiaans systeem van vuilnisdepots verspreid over de stad, aanleiding tot stinkende passages. En natuurlijk speelt ook mee dat we geen museumgangers zijn en enkel de 'buitenkant' van de dingen willen zien. Het is ook nog veel te heet zodat we ons na de middag moeten voortduwen. We bezoeken ook even de ledermarkt op de Piazza del Mercato Centrale. ALLES in leder is hier te krijgen en afdingen is de kunst.
Het geslenter/geduw/getrek/gesleep/gezucht/gepuf eindigt om 17h om de trein te nemen naar huis … waar - je gelooft het nooit - we direct een frisse fles water drinken en de zwemkom induiken om te bekomen en af te koelen.


Dag 15 Kuststreek -----Auto

Het wordt een luie voormiddag en we nietsen wat aan de zwemkom. Na de middag rijden we naar Viareggio aan de Middelandse Zee kust. De stranden zijn publiek maar in juni, juli en augustus worden ze privaat uitgebaat en uitstekend ingericht met - per strook - grote parasols en per parasol een tafeltje, vier stoeltjes en vier ligzetels. Elke strook heeft zijn verkleedkamers, bar en redderspost. Als je niet wil betalen kan je een publieke strook opzoeken waar geen enkele inrichting is: je legt er je handdoek in t'zand en that's it. De stranden zijn zoals in Belgie: fijn, wit zand, echter niet zo breed. De badpakkenmode in deze contreien: t'ja van iets tot niets. Het zeewater is lauw. Op enkele kilometers van de kust rijst het voorgeborgte van de Apenijen uit de grond. Het is er aangenaam vertoeven, althans als het niet meer dan een paar dagen in beslag zou nemen.

De Grote Prijs G. Bartali - F. Coppi

We keren in de late namiddag terug naar Lamporecchio en zien dat er in het centrum een parcours is afgezet. En ook de baan naar onze boerderij is afgesloten. We parkeren ergens langs de weg en verkennen wat er gebeurt. Er blijkt een wielrennerskoers te zijn voor ... nieuwelingen en junioren: de 'GP G. Bartali - F. Coppi', volgens de affiches aan de meet. Ja, ja ik had ook een beroepsrennerskoers verwacht met zo'n naam. We moeten zelfs een ingangspost passeren want er is 5 EUR te betalen. De vriendelijke man aan de ingang bemerkt onze (ietwat gespeelde) verwondering over zoveel onrecht om geld te vragen voor een kermiskoers en laat ons gratis door.
De bochten in het parcours van naar schatting een 3-tal km zijn afgezet met matrassen. De jonge coureurs rijden zenuwachtig maar toch lachend, opwarmingsrondjes. Ik zie al iemand met rugnummer 94 en vraag me af hoe ze op zo'n klein en snel parcours al die mannen gaan laten rijden. Ik vraag na en begrijp dat ze het volgende systeem toepassen: per leeftijdscategorie wordt de ganse bresse ingedeeld in groepen van 20 coureurs die elk een halfuur wedstrijd koersen. De eerste koers is om 21h. Zo zien we vijf koersen op één avond met vijf winnaars van de GP Bartali-Coppi. En er wordt gekoerst van de eerste meter tot de laatste; het is een echte afvallingswedstrijd en na een half uur wordt er meestal gespurt met ne man of tien. Er is tevens televisie verslaggeving (lokale vrees ik) want ik zie de moto enkel rijden en filmen op en rond de aankomststrook. Maar met elke winnaar wordt wel een interview afgenomen.
Ondanks het inkomsgeld is er veel volk. Eigenaardig is dat voor de start van elke wedstrijd de versnelling van de renners wordt gecontroleerd. Ook bij ons mogen de jongere kategorieën niet te groot duwen en blijkbaar zijn er ook dergelijke regels in Italië. De controle gebeurt als volgt: trapstang van de fiets loodrecht tov een witte streep op de grond; de renner duwt de fiets achteruit voort en de stang moet na één omwenteling loodrecht uitkomen tov de tweede witte streep op de grond.

Dag 16

Dag 16 is een copij van dag 10: een vrije en luie dag. We hebben niets gepland. We hebben wat gerommeld, wat geëten, wat gewinkeld, wat gezwommen en finaal terug naar bed. Dit is onze laatste dag hier in Lamporecchio. Ondertussen regent het s'voormiddags en valt de termperartuur terug tot 23°: zalig is dat. Maar s'namiddags is de pret over met terug teveel zon.

 

 

 

 

Dag 17 Lamporecchio - Landegem -----Auto

We vertrekken om 5h s'morgens om na laaaaange en veeeele kilometers pas om 22h thuis te komen. Dit is te wijten aan mijn beslissing om via Duitsland naar huis te komen in plaats van langs Frankrijk/Luxemburg. We hebben schrik van opstoppingen in Basel gezien de fameuze wegenwerken die daar aan de gang zijn.
De keuze viel enorm mee … tot aan de Italiaans - Oostenrijkse grens, want rijden via Verona en zo door de Alpen en de Brennerpas levert grandioze natuur op. Maar éénmaal in Oostenrijk gokken we verkeerd door via Innsbruck naar Garmish-Partenkirchen te rijden en zo naar Munchen waar we op een stadsring met veeeel lichten terecht komen en teveel tijd verliezen om terug aan te sluiten op de autostrade richting Stuttgart. En nog voor Stuttgart tot vrijwel in Koblenz is het huilen met de pet op: die autobahn stampful und schokkend verkehr. De fameuze Duitse files doen ons lastig worden, maar gelukkig komen we uiteindelijk wel en gezond met auto, remorque en moto aan te Landegem.
Het is er nog warm ondanks het late uur; ze spreken van het begin van een hittegolf … ze zijn zulder zot zeker.

 


ITALIE, ITALIANEN:

- GSM'ers
- Ijscrèmelekkers
- Milieu-onvriendelijk
- Modebewust
- 90% rijdt met kleine auto's
- spreken beter Engels dan Frans, als ze dan al een andere taal spreken
- hebben uitermate slechte televisiestations/programma's
- doen overal olijfolie op/in
- zijn fuivers
- zijn ongeduldige mensen
- machtig veel scooters die u op de autostrades voorbijsteken aan 130 km/u
- weinig harley's

- zin in een vat vol Italiaanse frustratie: zoek het station van Empoli, volg daarna de pijlen naar Pisa en zoek dan de scheve toren. Vergeet uw prozac niet mee te nemen.


Middeleeuwse klokketoren