WERELD > EUROPA > OOSTENRIJK FIETS/MOTO TOCHT> Reisverhaal

AUTO-, MOTO- en FIETSTRIP naar OOSTENRIJK
15 juli - 25 juli 2005

 

 

Dag 1: Landegem - Rauris

Om 5h s'morgens staan drie fietsen op het dak van mijn auto, hangt er een remorque-met-moto aan de trekhaak, zitten 4 personen (Martine, Tienne, Lieven en mezelf) in de auto en ligt hun bagage in mijn koffer. Om 18h komen we toe in Rauris en inspecteren we onze hotelkamer.
Tijdens die 13 uur rijden hebben we een vrij moeilijke rit achter de rug met veel wegenwerken en files.
De familie Finol rijdt apart en we spreken af dat zij de as Keulen-Frankfurt-Munchen nemen en wij de as Keulen-Koblenz-Stuttgart-Munchen. We vertrekken s'morgens rond hetzelfde uur en raar maar waar, we komen met geen kwartier verschil aan te Rauris (Salzburgerland, Oostenrijk). Hij heeft 1.030 km op de teller staan en wij 1.060 km. Allemaal ongelooflijk dicht bij elkaar. Ik neem met mijn auto, remorque en moto drie parkingplaatsen in van het hotel.
We worden s'avonds tijdens het eetmaal direct geconfronteerd met de Oostenrijkse stijl: serveersters in Tirolerstijl met 'Heidi-koddekes' en live muziek met een zangeres … een vrouwken van + 60jr die jodelt. Amai, wat een cultuurschok.
We wandelen met z'n allen (behalve Cindy en de kientjes) richting Rauris-centrum om onze verbazing te gaan verdrinken. We vallen van de regen in de drop want er is een soort tirolerkermis aan de gang, met serveersters in typische traditionele kledij. We zetten ons neer in het gebeuren, drinken halve liters bier en doen zelfs mee aan de volksdansen. Juister is dat een aantal lokalen Martine komen halen voor een dansken. De traditie wil blijkbaar dat er na de dans een glas jenever ad fundum wordt gedronken. En omdat Martine nogal meegaand is, heeft ze het kort daarna een tweede keer aan haar been. Allez om een lang verhaal kort te houden, zijn we terug naar ons hotel getrokken - eigenlijk zweefden we een beetje - samen met Martine-in-lichte-roes.


Rauris in de provincie Salzburgerland


Dag 2: Nog even acclimatiseren

Het ontbijtbuffet is ruim en de eigenares van het hotel verklapt ons dat we elke dag een avondmenu kunnen kiezen uit drie mogelijkheden.
Onze eerste wandeltocht is een feit: te voet naar de Spar om te winkelen.
Ook onze eerste mountainbiketocht is een feit: het worden 30 lastige kilometers. Die Oostenrijkse parcours zijn steil en modderig. We keren terug langs verharde wegen. Op weg naar ons hotel zien we onze vrouwen (Cindy en Martine) op een terrasken zitten. We besluiten om te picknicken en proeven de lokale wijn en als toemaatje de Oostenrijkse jenevers.
Het is inmiddels namiddag, we gaan douchen en kijken naar de Tour met de beklimming van Col de Pailhaires (zie ook dag 8 en 14 in het verslag Pyreneën). We zien dat Armstrong weer veel te sterk is voor de rest.
S'avonds blijkt er een feest te zijn in een tent. Maar als we uit de ingang Tiroolse hoempapa-muziek horen buitenwaaien en we daar bovenop nog eens 5€ entreegeld moeten betalen, bedanken we. We bezoeken een café in t'stadje en doen daar ons geld op. Later op de avond, hebben we geen goesting om te slapen en kaarten (kleurenwies).


Dag 3: Zell am See

Vandaag vertrekken we met zijn allen op uitstap naar het naburige Zell am See, een bekend toeristenoord opgetrokken rond één van die prachtige alpijnse meren waar Oostenrijk een patent op heeft. De mannen rijden met de fiets naar ginder en de SMS-technologie navigeert de vrouwen in de auto naar dezelfde plek als de mannen met de fiets: het stationsplein van Zell am See. Na wat gesukkel om een parkeerplaats te vinden, trekken we gepakt en gezakt naar de oevers van het meer. Stranden zijn er niet veel; we vleien neer op een grasplein met wat zand aan de overgang met het water. En dan gaat het vrij abrupt naar beneden het meer in. De temperatuur van het water is altijd frisjes, dus blijven de meesten op het gras. Gelukkig is de zon van de partij. De vrouwen liggen in de zon, de kinderen spelen op een speelplein en de mannen kijken … rond. Het wordt een leeggangers-achternoene.
We fietsen terug en ontdekken dat we niet langs de grote banen moeten rijden zoals in de heentrip, maar via secuur aangeduide fietsroutes. Geen auto's, geen verkeer, enkel wij op smalle verharde en onverharde fietspaden tot 10 km voor Rauris. Dan moeten we een klim over van 5 km maar wel > 10% steil!!
S'avonds steken we de kinderen in de opvang waar ze de film Bambi spelen; wij profiteren ervan om terrasjes te doen.


Dag 4: Bezoek uit Landegem

Vandaag is wandeldag. De familie Finol kiest voor een kortere natuurwandeling met de kientjes in den buggie vanuit een nabijgelegen dorp. De rest rijdt met de wagen het dal verder in totdat de verharde weg eindigt. Hier starten verschillende wandelpaden de Alpen in. We kiezen voor een halve-dag-wandeling. Het gaat steil omhoog. Eerst door een deel met veel bomen, maar éénmaal voldoende hoogte, wordt de begroeiing lager en kaler totdat we door en langs rotsblokken en kiezel trekken. We komen uit op een uitzichtpunt waar ook een grote stenen hut staat. We zien de werkloze skiliften tot hier komen en begrijpen nu waarom je in die hut kan eten, drinken en slapen. Het zicht over de alpentoppen is schitterend. We picknicken op een bank en na een uurtje keren we terug via een andere route tot beneden waar we een terrasje doen. Mijn zere knieën nopen mij de shuttle bus te nemen tot aan de autoparking, terwijl de anderen te voet terugkeren.
Drie jonge gasten zijn 'in town'. Dit kan ik afleiden uit ontvangen SMS-berichten. PC, Roestie en Pillaintjen (vraag me niet hoe ze echt heten) zijn vandaag per auto uit Landegem toegekomen en kamperen ieverst net buiten Rauris. Deze cafémakkers zijn ook fervente wielertoeristen en willen zich eens meten met ons. Ze komen ons bezoeken in ons hotel en met z'n allen tesamen bezoeken we s'avonds het dorpscafé: het bier wordt geproefd, plannen worden gesmeed, trainingsritten uitgestippeld en D-day met de beklimming van de Grossglöckner, Oostenrijks hoogste (3.798m), wordt vastgelegd.


Dag 5: Nen doodgewone dinsdag

We rijden deze morgen een mountainbiketocht, althans de mannen. De vrouwen gaan winkelen. We rijden tot aan de kampplaats van de 3 jo gasten waar in de buurt ook de start is van het parcours. Met z'n zevenen starten we eerst op smalle maar verharde tarmacwegen totdat die overgaan in onverharde wandelpaden en daarna in echte mountainbiketoestanden. Vanaf meter 1 is de track klimmend en het blijft zo tot aan het einde van de rit, na 14 km. Ze kennen d'er hier wat van. Het is een afmattende tocht, een soort interval training met goed bereidbare, slecht bereidbare, minder steile, zeer steile stroken. Maar niemand wil onderdoen voor elkaar en we blijven in elkaars buurt plakken. Nochtans is Finol moeilijk te volgen. De man is in bloedvorm. We dalen af langs hetzelfde pad en halen hoge snelheden wat niet echt ongevaarlijk is op deze ondergrond. Het einde van de rit wordt uiteraard beslecht op een terrasken waar merkwaardig genoeg meer heisse milch und chocolat gedronken dan we gewoon zijn. Het wisselvallige en vrij koude weer zit daar voor iets tussen.
Na een pastamaaltijd (koolhydraten wete) wordt het een luie namiddag (spieren moeten rusten, mijn knieën ook) met de laatste alpenrit in de Tour op het programma. PC & co, redelijk verkleumd vanuit hun kille tentjes, zijn wat blij als ze in onze warme hotelkamers naar de koers komen kijken.
S'avonds kaarten we (kleurewies). Morgen is D-day en we spreken af om …


Dag 6: Beklimming Grossglöckner

… 10u. Het weer is voor de eerste keer warm en de hemel blauw. De organisatie is als volgt:

· Twee auto's en één moto rijden tot aan de voet van de Grossglöckner.
· Inderdaad met de moto, want mijn zere knie verhindert me om deze zware brok te rijden. Dus besluit ik met Martine de ravitaillering per moto op mij te nemen.
· Eén auto blijft staan aan de voet van de berg, de andere wordt bestuurd door Cindy (met de kinderen) en die volgen ons of wij hen. Want samen gaan we die gasten naar boven supporteren.

Net na het dorpje Fuchs begint de mizere. De start van een klim van 20,1 km met 9% gemiddeld stijgingspercentage. Na één km parkeren we ons al langs de kant en zien dat Finol al een gat geslagen heeft. Roestie volgt, met Pillain en Tienne kort na Roestie. Verderop sluiten Tjeefken en PC de gelederen. Ondertussen verwens ik mijn knie. Dit had ik willen meemaken.
De baan naar de top is mooi geasfalteerd maar steil. Er zijn naar het einde toe veel haarspeldbochten. Het decor is wondermooi. Eénmaal boven de boomgrens heb je een uitzicht om van te duizelen. Het is net alsof de besneeuwde alpentoppen binnen handbereik liggen, zo ervaar je de rit over de Grossglöckner Strasse. Die indruk komt omdat je al op grote hoogte rijdt en de andere alpentoppen dichte geburen zijn. Een aanrader voor iedereen die Oostenrijk aandoet. De tol is wel 25€!
Terug naar de koers. Om de 5 km stoppen we om te supporteren en om water aan te geven.

FINOL bouwt de voorsprong verder uit en geeft niet de indruk af te zien op zijn klein steeksken. Hij is veruit de sterkste maar ontmoet toch hamerlinksken in de laatste km's voor de top waar hij nog geen 7km/u haalt. Hij komt toch als eerste boven aan met ruime voorsprong op …

... ROESTIE, die ook klein peddelt. Allemaal van Armstrong afgekeken. Roestie klaagt maar van één ding: van zijn gat. De sukkelaar ziet niet alleen af van de klim zelf; nu speelt zijn zoale hem parten.

TIENNE volgt als derde daar waar ik Pillaintjen verwacht. Tienne heeft hem inderdaad voorbij gestoken en kan zijn eigen tempo mooi aanhouden. Hij blijft derde zelfs na een drink- en eetpauze(tje).

PILLAIN rijdt met de blik op oneindig. Ik denk dat zijn eerste ervaring met een echte col lastiger is dan hij vermoed heeft. Ik weet niet of onze aanmoedigingen bij hem doordringen. Zijn romp gaat op en neer om meer kracht te kunnen steken bij het duwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LIEVEN en PC volgen veel verderop en blijven samen. Ze zien er nog relatief fris uit, vooral Lieven. PC krijgt het wel lastig in de laatste kilometers. 'Lieven, waarom rijdt ge niet op uw kleinste verzet', roept PC. 'Ik rij toch op mijn kleinste verzet', antwoordt Lieven. 'Ja vanachter wel, maar niet van voor'. De inspanningen en de focus op de klim hadden Lieven doen vergeten dat hij drie plateaus had vooraan.


Van l naar r: Pillain, Roestie, Lieven, PC, Martin, Tienne, Finol met Heike

Op de top niets dan lachende gezichten want iedereen is boven geraakt, te danken - bevestigen ze in koor - aan de mountainbikefiets-met-de-kleine-versnellingen. Met een koersfiets zou het zeer moeilijk geweest zijn. Boven is het uitzicht nog adembenemender.
De afdaling begint. Martine doet het minirokje aan van Cindy en Cindy de lange broek van Martine. Cindy wil eens de geneugten van het Harley-rijden meemaken. Wijle naar beneden maar het duurt geen drie bochten en daar vliegen de fietsers ons al voorbij. Ik kan ze onmogelijk bijhouden. Achteraf blijkt dat ze getopt hebben rond de 80 km/u.
S'avonds organiseert ons hotel een barbecue in de umgebung, niet nadat we eerst met Cindy & de kinderen de dagelijkse avondwandeling maken.


Dag 7: Canyoning

Vandaag verdeelt de ganse bende zich in ploegen die elk hun eigen gang gaan.
- De familie Van Hove bezoekt Salzburg
- Lieven vormt een ploeg op zijn eigen en heeft blaren op zijn voeten van te wandelen. Hij gaat fietsen op zijn eentje
- De rest heeft zich ingeschreven voor een canyoning: Tienne, PC, Roestie, Pillain en ikke.
Canyoning is een avontuurlijke sport waarbij je onder begeleiding van een gids een bergrivier-bedding afdaalt, afglijdt, afzwemt en afspringt. Een dosis moed gecombineerd met blik op oneindig of verstand op nul zijn absolute vereisten.
We komen toe in het dorpje waar de canyoning vertrekt. Het is een chaos van jewelste. Tientallen mannen en vrouwen krioelen door elkaar, vinden het inschrijvingslokaal niet, trekken neopreenpakken aan, staan klaar om te vertrekken, vinden geen vervoer, … Dat je zulke toestanden in Frankrijk tegenkomt lijkt me normaal, maar hier? Uiteindelijk vertelt men ons dat de normale tocht niet kan doorgaan omdat de rivier te wild is door teveel regen de laatste weken. Ze stellen als alternatief een andere rivier voor nabij Salzburg, een uur verderop. "En als we met onze eigen auto willen rijden want we ons camionnette is te klein", voegen ze eraan toe. Allé vooruit.
Maar de startpijnen zijn toch vlug vergeten als we met een groep van een achttal personen de rivier opzoeken nadat we ons in neopreenpakken gewurmd hebben. Lekker zo'n koud en vochtig rubber op uw warm vel … We dalen de steile oevers af en beginnen aan de tocht. We doen veel sprongen in het water van enorme rotsblokken. Er zit eentje tussen van 6m hoog en dan zit je toch te bibberen, niet van de koude maar van de hoogtevrees. De kloof waar de rivier doorstroomt is prachtig met vooral uitgesleten rotspartijen en steeds steile oevers of loodrechte rotsmuren. Tussen de sprongen door glijden we naar beneden, zwemmen we afstanden of stappen gewoon in het water. Na 2 uur zit de zware arbeid erop.


Dag 8: Transfert naar het Zwarte Woud

Vandaag rijdt de familie Van Hoof naar Landegem terug evenals de drie musketiers (PC & Co).
Wij met Lieven en Tienne doen nog een ommetje via het Zwarte Woud vooraleer we naar huis rijden. We ontbijten nogmaals stevig in het hotel vooraleer we afrekenen en afscheid nemen van de sympathieke eigenares.
Het wordt een tocht via Salzburg, Munchen, Stuttgart en dan naar het Zwarte Woud waar we het stadje Triberg opzoeken, want daar ligt ons hotel. Het is er koud en regenachtig.


Dag 9: Titisee

S'voormiddags volgen we een mountainbikeroute. Het parcours is glooiender en gelijkmatiger dan in Oostenrijk. Het is op een niveau Ardennen x 1,5. Het is ook constant in en uit de bossen. Maar de paden staan niet altijd evengoed aangeduid zodat we ons af en toe misrijden. Maar het blijft een voorrecht om de natuur op die manier te kunnen ontdekken.
S'namiddags piept de zon door de wolken, nemen Martine en ik de moto en rijden naar het toeristische Titisee. Tjeefken en Tienne nemen de auto en wachten ons ginds op aan de oevers van dit kleine en overzichtelijke meer (foto links). Terug is het de SMS-technologie die ons samenbrengt op een café-met-terras-met-uitzicht. In het terugkeren naar ons nest in Triberg zien we eigenlijk dat het Zwarte Woud een aaneenschakeling is van 100-den heuvels met als hoogste heuvel de Feldberg. De flanken van die heuvels zijn zeer dicht begroeid en af en toe brengen weiden enige luchtigheid in het geheel. Voor het zien van grote concentraties aan sparren en dennen is er maar één adres. 100-den heuvels dit wil ook zeggen voortdurend klimmen en dalen. Waarschijnlijk een ideaal trainingsparcours voor der Jan wil hij nog ne keer de Tour winnen.
S'avonds krijgen we bezoek van Filip alias "Herr Bollaer". Filip werkt bij Jetair en boekt voor ons al die hotelletjes in Oostenrijk en Duitsland waarvan hij persoonlijk alle eigenaars/uitbaters kent. Zijn job is tenslotte elk jaar de contracten heronderhandelen en dit steeds ter plaatse in de hotels. Herr Bollaer en zijn gezelschap (wij dus) blijken in de smaak te vallen want de hoteleigenaar trakteert ons.


Dag 10: Bodensee

We moeten het van de meren hebben. Het blijft maar regenen en koud zijn in Triberg dus besluiten we om zuidelijker, aan de grens met Zwitserland, de Bodensee te bezoeken. Volgens de weerberichten op TV zou het daar zonnig zijn. Wist je dat de Bodensee eigenlijk een zeer brede en lange Rijn is? Ik ook niet. Via een douanepost rijden we Zwitserland binnen naar Stein am Rhein, een gezellig stadje met prachtige geschilderde gevels. Na de koffiebreak rijden we naar Bregentz aan de oevers van de Bodensee. Het is niet te geloven maar de temperatuur stijgt tot 24° en dat is al een tijdje geleden. En ik krijg het nog warmer als ik overal in t'stad 'reclame' zien voor Graf von Zeppelin's museum. Natuurlijk maak ik onmiddellijk de link met Led Zeppelin, geen familie van de Graaf, maar het beste wat de rockwereld tot nu toe heeft voortgebracht. Ik herinner me dat één van de nakomelingen van de Graaf Led Zeppelin een proces heeft aangespannen tegen de groep omdat ze de naam Zeppelin gebruikten. De nieweirs. Toeristen kunnen met een echte Zeppelin boven het meer rondjes cirkelen.
We slenteren op den dijk en laten de zonnestralen ons lichaam binnendringen want t'is lang geleden. En dan rijden we een landtong op die zich priemt in het meer, een peninsula als je het wat geleerder wil zeggen, want 'herr Bollaer' heeft ons gisteren gezegd dat daar een copie van Kanegem ligt: een bloemendorp. Hij heeft gelijk en we wandelen door het sympathieke dorpje.
We rijden terug naar Triberg in de late namiddag en zien de temperatuur-indicatie op ons dashboard dalen van 24° naar 16°. We willen in Triberg s'avons nog eens de benen strekken, maar het lijkt een uitgestorven stad zonder cafés.


Dag 11: Terug naar huis …

… in de gietende regen, wat had je gedacht.
Het Zwarte Woud staat in mijn geheugen nu gekend als regen + koude. Hoe krijgen we dat daaruit?