WERELD > EUROPA > NOORWEGEN > Reisverhaal

NOORWEGEN September 2021

 

Dag 1----- Landegem - Kopenhagen--- 1.085 km -----Maandag 30 aug
Het is 7u45 als we de Stationsstraat inrijden richting E40 met een koffer vol valiezen én een kaba vol softdrinks en een paar flessen wijn om de Scandinavische alcoholprijzen/-taksen wat te ontwijken. We rijden richting E17 en zien al een digitaal verkeersbord met de melding van een ongeluk in Destelbergen.
Het begint goed, we zitten al direct in de file want zowel de E17 als de R4 zijn geblokkeerd. Maar het half uur verlies in Destelbergen wordt gecompenseerd door de uitzonderlijk vlotte toegang naar de Kennedytunnel in Antwerpen. Daar verwachtten we ons aan de gebruikelijke file vanaf Kruibeke mede door de aan de gang zijnde Oosterweelwerken, niet stil gelegd door het PFOS schandaal van 3M. Het zijn enorme wegenwerken met as verschuivingen, nieuwe bruggen, fly-overs en dit om de Antwerpse ring rond te maken.
We rijden via Eindhoven en Venlo (E34) Duitsland binnen in de hoop om in ienen rechten trok noordwaarts de ongelimiteerde snelheid op de Duitse autosnelwegen te testen. Maar niets is minder waar. Het land is niet meer te doorkruisen zonder files, veroorzaakt door vertragingen, door werken en door snelheidsbeperkingen. Vrije snelheid is een relatief begrip geworden in Duitsland: er zijn meer km's snelheidsbeperkingen dan andersom.
De passage langs Hamburg is redelijk spectaculair met een autosnelweg die de haven doorklieft, een enorme hangbrug naar weet ik welke richting en een reuze tunnel met acht rijstroken onder de Elbe rivier.
Het is al 16u als we de grens met Denemarken bereiken. Van daaruit is het nog 310 km naar Kopenhagen. We rijden ondertussen al een ganse tijd op de E20. Op een bepaald moment zien we in de verte een enorme brug op pijlers gevolgd door een mega lange en hoge hangbrug, hoog genoeg boven het zeeniveau om de zeeschepen doorgang te verlenen naar de zeestraat, het Kattegat. Herinnert ge u nog de aardrijkskunde les … het Kattegat en het Skagerrak, de twee zeearmen die de Noordzee verbinden met de Oostzee.
De totale lengte van het bouwwerk, de Grote Beltbrug of Storebaeltbrug, is 18 km en de snelheid wordt aangepast naargelang de windkracht. De hangbrug werd opengesteld voor het verkeer in 1998 en van dan af kon je met de wagen heel Scandinavië bereiken zonder veerdiensten.
Het is 19u als we parkeren voor ons hotel in centrum Kopenhagen. Na de check-in raadt de receptioniste ons een typisch Deens restaurant aan in de buurt, Barners Kaelder, autentisk dansk kokken of authentieke Deense keuken. Verwacht u niet aan culinaire hoogstandjes want de Deense keuken is vooral varkens- en kalfsvlees met zware sausen en weinig groenten. Wel goed tegen de honger. En de Blà Tor pils wordt geschonken in een glas waar wij kraantjeswater in doen. Geen biercultuur, geen gepersonaliseerde glazen.

FOTOREEKS KOPENHAGEN

Dag 2----- Kopenhagen -----Dinsdag 31 aug
Al meerdere jaren achter elkaar is Kopenhagen uitgeroepen tot de beste fietsstad van de wereld. Het is dus niet meer dan logisch dat we een (Nederlands) gegidste fietstoer bestellen bij Baja Bikes om de hoogtepunten van de stad te verkennen. De gids is een Vlaamse die hier blijven haperen is na haar Erasmus studies. We vertrekken om 10u aan het startpunt met een peloton van 18 fietsers, allemaal Belgen en Nederlanders. De zon zit hoog aan de strakblauwe en wolkenloze hemel. Hierna een paar hoogtepunten en weetjes.
De eerste stop is op het stadhuisplein. Het stadhuis is afgewerkt in 1905 en de architect liet zich inspireren door het stadhuis in Siena, Italië. In het midden van de gevel staat het gouden standbeeld van Bisschop Absalon, een regelmatig weerkerende naam tijdens onze tocht. Absalon wordt dan ook aanzien als de stichter van Kopenhagen in de 12e eeuw, voorheen een klein vissersdorp.
Het plein voor het stadhuis is ook afgekeken van het vijfhoekig plein in Siena. Aan de ene zijde van het plein staat Tivoli, het klof in 't stadscenter gelegen pretpark met gillende mensen op de achtbaan. Het park dateert uit de 19e eeuw. Aan de andere zijde van het plein is de ingang is van stad's winkelwandelstraat Stroget èn van het Hard Rock Café.
We passeren het Carlsberg museum, een donatie van het management van het gelijknamige bedrijf. Het is de mode in Denemarken dat succesvolle bedrijven iets terug doen voor de gemeenschap.
De Bisschoppelijke Burcht van Absalon heeft een aparte geschiedenis. Eerst gebouwd in de 12e eeuw (en waaruit Kopenhagen ontstond) werd het door de eeuwen heen verwoest, afgebroken, heropgebouwd, vermorzeld, afgebrand en weerom heropgebouwd. Het was pas in 1928 dat de burcht meer en meer permanent werd. Het is vandaag een politiek en gerechtelijk centrum met een toren van 106 m hoog.
De Koninklijke Bibliotheek met tuin kampt met de verdwijning van zeldzame boeken. In de jaren '70 steeldige een bediende elke week één zeldzaam boek en verwijderde in de computer alle sporen. Hij hield het 1600 boeken vol en niemand heeft ooit iets gemerkt. Tot de man in 2003 stierf en zijn kinderen plots de boeken online trachtten te verkopen. Dit viel wel op en zo werd de diefstal opgemerkt en kon een groot deel van de boeken gerecupereerd worden.
De nieuwe bib is aanpalend gebouwd en wordt de Zwarte Diamant genoemd omdat haar façade bekleed is met zwarte platen die het water in de kanalen doet weerspiegelen. In het gebouw verbindt een passerelle de nieuwe met de 'oude' bib. Het is er muisstil met serieus kijkende studenten, gebogen over manuscripten en boeken en turend op computerschermen.
We rijden verder langs een wirwar van kanalen. En die hebben de heersers van Kopenhagen destijds laten graven, afgekeken van de Amsterdamse grachten structuur.
We komen aan in Nyhavn (Nieuwe Haven), een inham gevormd door een doodlopend kanaal afgelijnd met 18e-eeuwse, pastelkleurige huisjes. Begin vorige eeuw was dit hier een aanlegplaats van schepen. Dus een verzameling van zeebonken, prostituees, drankgelegenheden, drugdealers. De perfecte criminele cocktail: er werd gevogeld, gezopen, gevochten en gesmoord (waarschijnlijk in die volgorde). 'k Moet er geen tekeningske bij maken dat dit een ruwe buurt was. De stad heeft dan het boeltje opgekuist, schepen vervangen door plezierboten en het geheel uitgebouwd tot een toeristische attractie. De hoerenkoten en zuipcafés zijn vervangen door deftige maar vooral dure horeca etablissementen-met-zonneterrasjes waar we 20 € betalen voor een biertje en een Aperol Spritz. Slik. Vanaf nu brengen we ons pulle water mee.
We fietsen verder naar het Koninklijk Paleis waar we de aflossing van de wacht live meemaken. Een ceremoniële en vooral toeristische attractie. Om de twee uur herhaalt zicht deze paringsdans.
Nagenoeg alle koningen uit de vele generaties in Denemarken noemen Frederik of Christian. Talloze pleinen, straten, gebouwen, kerken, etablissementen en kinderen dragen één van de namen. Zo ook de protserige en extravagante Frederikskerk of Marmeren Kerk naast het Paleis.
Vier paleizen - eerder grote herenwoningen - staan mooi rond een enorm, cirkelvormig plein, publiekelijk toegankelijk. De Koninklijke familie is in Denemarken down to earth. Je kan er de kroonprins zien die zijn kinderen naar school rijdt, met de fiets uiteraard en er bestaat een iconische foto van de Koningin aan het winkelen in de Aldi met een kaba in de ene hand, een drankje in de andere hand en een sigaret in de mond. Zij woont trouwens in de grootste residentie rond het plein, één met vijf schouwen. Dat is, zeggen de lokalen, omdat ze een kettingrookster is en die schouwen goed van pas komen. De kinderen wonen in de andere drie gebouwen rond het plein. De familie is zeer geliefd door de Denen.
Te midden het ronde plein staat het standbeeld van één van de vorige koningen op zijn paard. De kunstenaar-beeldhouwer die dit pronkstuk maakte, heeft er 25 jaar aan gewerkt want elk detail moest kloppen. Het was een pietje precies en detaillistische pezewever. Maar ook een slimme: er was overeengekomen dat hij per dag werd vergoed. Toen hij zijn eindfactuur aan de koninklijke familie voorlegde, was ze meteen failliet en moest de bouw van de aanpalende Frederikskerk gestopt worden want het geld was op. Het heeft 140 jaar geduurd vooraleer de kerk is afgeraakt.
We rijden verder tot aan het futuristisch ogende Operahuis, privé gefinancierd door de eigenaar van de container logistieke onderneming Maersk die er zo eventjes 350 miljoen euro voor over had. In 2004 was het gebouw af en werd het ingewijd met de opera Aida van Verdi. Het telt 10 ondergrondse verdiepingen en wat je bovengronds ziet, noemen de inwoners van de stad de 'broodrooster'. Omdat de voorkant van het gebouw omgord is door een soort ijzeren traliewerk of grill. De grote luifel trekt de aandacht en het gebouw is bijna volledig omgeven door water.
We rijden door naar de Gefion fonteinen, de grootste van de stad om daarna de allerlaatste attractie te bezoeken: de Kleine Zeemeermin naar het sprookje van Hans Christian Andersen. Met de nadruk op klein. Dat tientallen toeristen, een klein aantal volgens onze gids want in pre-corona tijden staat het hier volgepakt, een foto nemen van een bronzen beeldje op de oever van een kanaal doet me denken aan diezelfde toeristen die in Brussel voor Manneken Pis aanschuiven en zijn piemel fotograferen vanuit alle hoeken. Het beeld werd geschonken door de familie Carlsberg in 1913. Het beeldje trekt ook vandalen aan: zo werd het al ontvoerd en tweemaal onthoofd. Nooit werden de daders gevonden noch het ontvoerde beeld of de afgesneden hoofden. Gelukkig heeft de kunstenaar zijn mal behouden en konden de restauraties plaatsvinden.
Hans Christian Andersen (1805-1875) was natuurlijk niet de eerste de beste. De man schreef 156 sprookjes, vertaald in 125 talen.

FIETSEN IN KOPENHAGEN

Al meerdere jaren achter elkaar is Kopenhagen uitgeroepen tot de beste fietsstad van de wereld. Zodra je hier rondfietst zie je direct waarom. Er ligt al meer dan 350 km aan fietspad, exclusief voor fietsers (geen wandelaars of auto's) met eigen tracés, en in het centrum zie je meer fietsen dan auto's. Zowel de fiets- als de voetpaden zijn breed genoeg om comfortabel te rijden/te stappen. De fietsers hebben hun eigen verkeersregels onafhankelijk van het autoverkeer.
Als we naar Stroget wandelen is het spitsuur … niet voor de auto's want er rijden er echt weinig rond, maar voor de fietsers die van hun werk naar huis rijden. De fietsstroken zijn overvol met haastige weggebruikers in alle maten, kleuren en vormen, met koers-, stads- en bakfietsen. De fietsdiscipline valt op met trage exemplaren die mooi rechts rijden zodat de wat vluggere medemens makkelijk kan voorbijsteken zonder gebel of geroep. Alle fietsrichtingen zijn éénrichtingsverkeer, dus je hebt nooit tegenliggers tenzij van een verloren gereden toerist. Dit wil zeggen dat elke straat twee fietspaden heeft, een links en een rechts.
Het loopt letterlijk op wieltjes.

Zoals reeds gezegd heeft Kopenhagen veel gemeen/veel afgekeken van Amsterdam: de fietsende fietsers, de kanalen en dus kan bootje varen op de 'grachten' van Kopenhagen niet ontbreken. De toeristenboten vertrekken in Nyhavn dus wandelen we na de fietsrit naar daar. Een boottocht van een uur laat ons de stad en zijn hoogtepunten zien vanaf het water. Op de boot gelden maar twee regels: niet roken en uw hoofd intrekken als je onder de extreem lage bruggetjes vaart.
Na de boottocht lopen we Stroget in, de lange en sjieke winkelwandelstraat van de stad vooral geschikt voor mensen met diepe zakken en die graag eens een Prada of Louis Vuitton winkel binnenstappen. Wij en de meeste bezoekers houden het bij een normale kijk-maar-koop-vooral-niet wandeling, de kredietkaart diep weggestoken in een onvindbare vestzak.
Het was me het drukke dagje wel vandaag en dus trakteren we onszelf op een Hard Rock Café etentje. Het restaurant ligt tijdelijk verstopt achter de stellingen, gezet om de gevels van het monumentale gebouw te herstellen en te kuisen.

Dag 3----- Kopenhagen -----Woensdag 1 sept
Het is 10u als we vertrekken met onze hotelfiets. Vooraf doe ik altijd een soort van kwaliteitscheck: zijn de banden opgepompt en werken de remmen. Beide punten afgevinkt.
We verkennen vandaag de stadswijk langs de overzijde van het centraal kanaal die de stad in twee splitst: Christianshaven. We rijden over het kanaal aan het meest zuidelijke punt en fietsen dan noordelijk langs de oever. We herinneren ons van gisteren dat één van de Christian koningen kanalen en grachten liet graven, afgekeken van Amsterdam.
Ontelbare fietsbruggen dwarsen het centraal kanaal en de binnenkanaaltjes. Niet één fietsbrug is dezelfde; allen hebben een eigen en unieke design. Op de ene helft lopen wandelaars en op de andere helft rijden fietsers waar een volle witte lijn de verkeersstromen uiteen houdt. De 'Kissing Bridge' is een specialleke. Langs beide kanten is de aanhef voor wandelaars gescheiden van de fietsers. Beide delen van de brug komen in het midden tezamen en 'kussen' elkaar.
We blijven noordwaarts rijden en zien langs de overkant alle hoogtepunten die we gisteren met de boot (en de gegidste fietstocht) gezien hebben. En langs deze kant van het kanaal zien we duidelijk waarom de moderne bib, alias de 'zwarte diamant', zo genoemd wordt. De tintelingen van het water weerspiegelen in zijn gevel en lijkt daarmee op één grote diamant.
We rijden verder, tot voorbij het futuristische Operahuis en dan nog verder weg van de stad. We komen in een semi-industriële zone terecht deels ingepalmd door Kmo's en deels door studentenhomes. We rijden langs rijen beglaasde wooncontainers die dienst doen als studentenkoten maar zien ook hogescholen, sportterreinen, eettentjes en cafés met terrassen. Gans het complex ligt weg van de (toeristen)drukte, aan de rand van de stad. De bewoners zijn de jeugd, studenten en kunstzinnigen (om het woord alternatievelingen niet te moeten gebruiken).
We versagen niet en rijden nog altijd verder noordwaarts en komen in een verlaten zone terecht waar we Denemarkens grootste recyclagebedrijf zien. Het stinkt er naar het afval die binnengebracht wordt, maar het eindproduct is zuiver. Even verder komen we aan het eindpunt van de landtong, het meest noordelijke puntje op de kaart, waar het land overgaat in windmolens en wij in het Kattegat kijken.
We kieren ons kerre en rijden langs de oevers van een binnenkanaaltje terug richting stad Kopenhagen. In 't herte van het grondgebied van Christianshaven ligt Christiania, een vrijbuiterszone en zelf verklaarde 'vrijheidsstad', De geur van wiet slaat in onze neus als we het 'stadje' infietsen. 'Share that joint' staat geschilderd op één van de gevels. Foto's nemen is er verboden. De wegen zijn er onverhard en er wordt gewoond in met graffiti bespoten gebouwen, containers, hutten en huizen. We zien een geparkeerde vuilkar, the dirty bastards genoemd, maar of ze gebruikt wordt is een raadsel.
Maar er is iets aan de hand. Politietroepen in gevechtsuitrusting hebben een deel van het grondgebied afgesloten, patrouilleren en breken bepaalde constructies af. We vermoeden dat er een (drugs)razzia heeft plaatsgevonden.
Maar ondanks de speciale sfeer voelen we ons op 't gemak. Niemand valt ons lastig zelfs niet in Pusher Street waar dealers openlijk wiet verkopen. Meer nog, we gaan een pint drinken op het min of meer proper terrasje van Café Abegrotten. We betalen 'slechts' 9,5 €, de helft van de prijs van gisteren in het sjieke Nyhavn.
Naast de onvermijdelijke langharigen, clochards, kwiebussen, wiet rokende rare tiesten uit alle windstreken vallen ons vrouwen op met opgespoten lippen, op barsten staande botoxhoofden en bh-loze opwippende borsten in T-shirtjes onder het motto 'strak op het hoofd, losjes in de bloes'.
Het mag gezegd: Christiania is een bijzonder interessante plek om te bezoeken, vol met rare kwieten.
Na ons bezoek rijden we kriskras over en langs de kanaaltjes van Christianshaven waar elke meter oever ingenomen is door een woon- of zeilboot of jacht, houten of ijzeren. Tot ik na een half uurtje rijden een adrenalinestoot krijg: mijn dag rugzak ligt niet meer in mijn fietsmandje. Ken je dat paniekgevoel dat dan plots volgt? Hartkloppingen in de keel, zweten, 't zal toch geen waar zijn zeker, denken aan den ambras met het blokkeren van de bankkaarten, de IK, de portefeuille en de ganse reutemeteut. Je ziet jezelf plots aangifte doen in het politiekantoor en tenslotte uw reis in duigen vallen. We herpakken ons en koersen terug naar Christiania, naar Café Abegrotten. Onderweg slaan mijn gedachten tilt: hoe kan ik ooit mijn spullen terugvinden op zo'n plek vol criminele en minder criminele mensen. We komen aangevlogen aan het Café en ik hoor Martine achter mij roepen:
'Hij staat er nog'
'Waar?'
'Onder de bank'.
En inderdaad, ik had het in mijn stressmoment nog niet gezien, maar het rugzakje staat nog onaangeroerd, half weggestoken onder de bank waar ik een uur voordien een Tuborg gedronken heb. Peirdesanse noemen ze zoiets in combinatie met te zatte of stoned klanten die amper door hun ogen zien. Het doet er niet toe want er valt een ton stress van onze schouders.
Opgelucht rijden we terug naar de oevers van het centraal kanaal alwaar houten pontons honderden zonnekloppers verwelkomen op deze tweede opeenvolgende prachtige zomerdag. Vrouwen en mannen generen zich niet en liggen halfnaakt te zonnen tussen jan en alleman. Preutsheid is niet aan hen besteed. Een deel van het kanaal is afgeboord voor zwemmers.
Na 6 uren fietsen en 35 km trappen, leveren we onze hotelfietsen terug in.

CHRISTIANIA HIPP(I)E BUURT

'Vrijheidsstad' Christiania is een zelfverklaarde semi-onafhankelijke enclave in Christianshaven, Kopenhagen. Ze zijn zelfverklaard onafhankelijk van Denemarken en de EU, allé … volgens zijn bewoners: krakers, hippies, anarchisten, kunstenaars en opportunisten. Allemaal mensen die weinig autoriteit en regels verdragen.
Christiania werd gesticht in 1970 toen een groep hippies de verlaten militaire kazerne kraakte. In het begin probeerde de overheid de krakers te verjagen maar tevergeefs. De hippie revolutie was toentertijd op zijn hoogtepunt en van overal ter wereld stroomden non-conformisten toe en werd de vrijstaat gedoogd als 'sociaal experiment'.
Er rijden geen auto's in het 7 hectare groot grondgebied. Ondertussen betalen de 1.000 bewoners voor hun elektriciteits- en waterverbruik, maar zijn ze tot op vandaag nog niet in orde met horeca en bouwvoorschriften. Er wordt ook wiet en hasj gedeald in de Pusher Street. Het wordt oogluikend toegestaan maar toch valt de politie een paar keer per maand binnen om de softdrugs te verwijderen. Foto's nemen is ten strengste verboden.
Maar er zijn ook leuke plekken met marktjes, terrasjes, restaurantjes, cafés met achtertuintjes en een klein marktplein met podium waarop hun jaarlijks festival plaats vindt.
Er is een officiële website: www.christiania.org

Vanavond verkennen we de andere helft van de winkelwandelstraat Stroget om dan in de foodcourt van het Tivoli stadspretpark, in hartje Kopenhagen vlak naast het Centraal Station, aan schappelijke prijzen te avondeten.

 

FOTOREEKS OSLO


Dag 4----- Kopenhagen - Göteborg - Oslo -----613 km----- Donderdag 2 sept
Diezelfde E20 als in dag 1 doet terug een megabrug aan: de fameuze Sontbrug die Kopenhagen in Denemarken met Malmö in Zweden verbindt. Diezelfde brug staat centraal in de Netflix reeks The Bridge: op de Sontbrug wordt een doormidden gezaagd lijk gevonden. Omdat het precies op de grens tussen beide landen ligt, moeten de rechercheteams van het Deense Kopenhagen en het Zweedse Malmö nauw samenwerken.
De gehele verbinding over de Sont bestaat uit een dubbeldeksbrug (autosnelweg boven, spoorweg beneden) van bijna 8 kilometer lang aan Zweedse kant, uit het kunstmatige eilandje Pepereiland, met een lengte van 4 kilometer waar snelweg en spoorweg naast liggen en uit een 4 kilometer lange tunnel, de Drogdentunnel aan Deense kant. Het complex ging open in juli 2000.
De Sont is de naam van dit stuk van de zee op de samenvloeiing van Kattegat en de Oostzee. Op het hoogste punt van de hangbrug, 57 m boven de zeespiegel daar waar de zeeschepen onder varen, zien we in de verte een windmolenpark bestaande uit tientallen molens. Op het einde van de brug-tunnel combinatie rijden we Zweden binnen. Geen grenscontroles enkel de tol van … 35 € te betalen.
We rijden in Zweden verder aan de maximumsnelheid van 110 km/u, maar op een kalme snelweg en zonder veel vertragende werken. De streek voelt zeer Belgisch aan: vlak tot licht glooiend, hooi in rollen geperst en zelfde kleur van verkeersborden.
Göteborg, de tweede stad van Zweden, ligt halverwege het traject naar Oslo en dus ideaal geplaatst voor een stop. We doen een kort maar decadent uitstapje naar de plaatselijke Hard Rock Café kweste van mijn verzameling T-shirts te vervolledigen, maar natuurlijk vooral om de innerlijke mens te versterken en de keel te bevochtigen. Daarvoor moeten we eventjes van de autostrade af en de stad inrijden. Het zoeken naar een parkeerplaats heeft veel voeten in de aarde. Ik beland op een bepaald moment op een bus strook en rijd in de verkeerde richting. Ik hoop dat er geen politiecamera's zijn in de buurt of er komt binnen enkele weken nog een forse boete toe.
Na een dik uur zitten we alweer op de E6 autosnelweg richting Oslo. De streek wordt ruwer en heuvelachtiger. We passeren niet zo heel ver van TV-figuur Staf Coppens' Grinsby Camping die hij kocht na zijn definitieve verhuis van België naar Zweden.
We komen aan de grens met Noorwegen. We moeten aanschuiven in een lange file. Als het uiteindelijk aan ons is, controleert de douane op het EU CovidSafe certificaat als bewijs van inenting tegen het Coronavirus.
We komen in Oslo toe rond 17u en rijden in een parkeergarage niet ver van het hotel. Het is met 25° nog uitzonderlijk warm in Oslo en dus trekken we er nog eens uit op een avondwandeling. Net als Kopenhagen en Sydney heeft ook Oslo een futuristisch ogend en opvallend Operagebouw. Maar de stijl is totaal anders. Via een hellend vlak klimmen we tot op het dak van het gebouw waar we een fantastisch uitzicht hebben op de Oslofjord, gebaad in de ondergaande zon. Oslo ligt namelijk aan het einde van de …

… OSLOFJORD

aan de samenvloeiing van de Skagerrak en Kattegat zeestraten die de verbinding maken tussen de Noordzee en de Oostzee. Maar dat wist je ondertussen al.
De fjord is 107 km lang, de vijfde langste van Noorwegen, loopt van zuid naar noord met Oslo op de kop. Het is een drukke route voor vracht- en passagiersschepen. De fjord ligt bezaaid met eilandjes.


We zien dat de stad omringd is door bergen en zee. We begrijpen waarom de stad bekend staat als een van de meest groene steden ter wereld. Het werd trouwens verkozen als Europa's Groene Hoofdstad in 2019 met één van de laagste ecologische voetafdrukken ter wereld en uitstekend openbaar vervoer. Want vanaf onze uitkijkplaats op het Operagebouw zien we ook het ultra moderne Centraal Station. De Noren willen echt iets doen om deze planeet groener te maken want we zien een aantal grote, landelijke parken liggen binnen de stadsgrenzen. Verder hebben we zelf ondervonden dat de stad ondertunneld is met alle invalswegen en autostrades. Dit wil zeggen dat je enkel bovengronds komt als je in de stad moet zijn maar ondergronds blijft als je de stad doorkruist.

Dag 5----- Oslo -----Vrijdag 3 sept
Het valt echt op dat veel commerciële zaken het woord 'Viking' in hun naam dragen. Blijkbaar associëren veel mensen de Noren met de Vikings.

WIE ZIJN DIE KERELS NU WEER?

Het woord 'Viking' wordt gebruikt voor het zeevarende deel van de Noormannen die in de jaren 800 in Scandinavië leefden maar Europa introkken en op rooftocht gingen. De overige Noormannen waren boeren waarvan de huidige bewoners grotendeels afstammen.
Ze waren de beste scheepsbouwers uit hun tijd en gebruikten hun langschepen - ook drakars genoemd - van minstens 36 m voor rooftochten en oorlogsvoering. Met hun boten konden ze diep Europa binnendringen en zelfs de Atlantische Oceaan oversteken tot in Amerika, dus voor onze vriend Columbus. Op de voorsteven hadden ze meestal draken- of slangenkoppen.
De Vikingen kwamen ook in België en brandden Antwerpen plat anno 836 om daarna Gent, Kortrijk, Leuven te plunderden. Ook Parijs en Frankrijk moesten eraan geloven en Noordmannengebied of Normandië werd naar hen genoemd.
Ook moeten een aantal misvattingen de wereld uit: de Vikingen droegen nooit gehoornde helmen en dronken niet uit menselijke schedels.

Net als in Kopenhagen starten we de citytrip met een fietstoer met … Viking Biking Tours. Onderweg naar het verzamelpunt valt het op hoeveel Noorse woorden verstaanbaar/identiek Nederlands zijn zoals Sentral Stasjon, Resepsjen, Iskrem, Infopunkt, Drivhus (ponton), Sykehus (Ziekenhuis), enz. De oevers van de Oslofjord zijn bezaaid met houten saunagebouwen waar de klanten na de saunahitte meteen de fjord induiken.
Patrick de gids verwelkomt ons aan het startpunt. Geen peloton deze keer maar slechts drie deelnemers: een Amerikaanse die in Brussel woont voor haar werk en onszelf. We starten naast de Ferry Oslo-Kopenhagen terminal.
De eerste stop is het Akershus Fort, een militair domein en huisvesting van het Ministerie van Defensie. Het interessante is dat het fort boven op een heuvel ligt en we van daaruit een prachtig zicht hebben op de andere kant van de Oslofjord. We rijden verder naar het Stadhuis, in mijn ogen een lelijk gebouw bestaande uit twee robuuste torens met daartussenin een centrale hal. Het lijkt allemaal een beetje bunkerstijl of Sovjet stijl. Maar hoe brutaal het buitenzicht oogt, hoe wondermooi de centrale hal van binnen is met de betegeling en de muurschilderingen.
De volgende stop is het Koninklijk Paleis, een majestueus gebouw zoals het een koninkrijk past, met bijhorende promenade en inkomlaan. De eerste koning nam er zijn intrek in 1849 en stilaan groeide en ontplooide de stad zich rondom het enorme gebouw dat macht uitstraalde.
Verderop rijden we door de ambassade wijk gemakkelijk te herkennen aan de statige gebouwen, veiligheidscamera's en ijzeren omheiningen.
Bij de volgende stop mogen we een half uur wandelen in het Vigeland Sculptuurpark, een openluchtpark waarin het werk van Gustav Vigeland wordt tentoon gesteld, namelijk meer dan 200 granieten en bronzen beelden. Alle beelden zijn uitvoeringen van dagelijkse handelingen en houdingen van mannen, vrouwen en kinderen. Het beeldje van de 'Angry Baby' is een publiekstrekker.
Ondertussen heeft de Amerikaanse aan elke stop gevraagd om van haar een foto te nemen met de toeristische attractie op de achtergrond. Ze is van het type: kijken, foto trekken als bewijs 'ik ben er geweest' en dan wegwezen. En alles is great, fantastic, impressive, stunning, awesome, fabulous en amazing.
We rijden terug naar ons startpunt langs de meest exclusieve en duurste wijk van de stad: Aker Brygge, waar de appartementen van 150 m2 met zicht op de Oslofjord verkocht worden voor minimaal 5 miljoen euro per stuk. En zeggen dat deze wijk midden de vorige eeuw een no go zone was en de criminelen de macht hadden. Iets vergelijkbaars met Nyhavn in Kopenhagen (zie Dag 2 hierboven).
Vanavond bezoeken we een van de bekendste bars van Oslo, de Bla Bar. We hebben geluk dat we op tijd zijn aangekomen want na ons vormt zich een rij waarvan de klanten slechts binnen mogen als er anderen vertrekken. Buitensmijters maken de dienst uit en regelen 'het verkeer'. Doet me een beetje denken aan de Amerikaanse films waar rijen mensen buiten wachten tot ze in de dancing mogen.
Maar het moet herhaald dat de prijzen van de alcohol duur zijn. Een gewone pils kost er 10 euro, een speciaalbier of glas wijn 15 euro. Je hebt liefst niet teveel dorst en trakteren kost een fortuin. Net als in Kopenhagen hebben we ook hier ons pulle water bij want veel terrasbezoekjes zitten er echt niet in.

Dag 6 -----Oslo -----Zaterdag 4 sept
Tram 11 klimt naar de stopplaats Biermanns Gate, 3 km buiten het centrum. Want daar stappen we uit omdat het madammeken van het toeristencentrum ons de wandeling langs de Akerselve Rivier heeft aangeraden. Het is een smalle, snellopende rivier waar twee redelijke watervallen gevormd zijn. Het wandelpad volgt de contouren van de vele bochten, downhill naar het centrum van de stad, terug naar zeeniveau. Onderweg passeren we de (gesloten) overdekte markthallen. Gans het gebied is bezaaid met cafés, bars en restaurants gehuisvest in oude industriële magazijnen tussenin het groen aan de oevers van de rivier.
Beneden aangekomen stappen we naadloos de metropijp in om de trein te nemen naar Frognerseteren, het terminus station van Lijn 1. Als kattenbelletje gebruiken we 'the frog' alias den puij, als onze naam van het station. Na een paar stopplaatsen komt de trein bovengronds en gaat het continu in stijgende lijn. Na 1 uur en 15 stops komen we niet alleen toe in the Frog eindstation maar spreken we al een mondje Noors: 'deure neurekes' (deuren sluiten) horen we uit de boxen van het treinstel telkens het vertrekt.
We staan op de top van de hoogste heuvel rond Oslo waar een skibaan begint maar vooral waar we een fantastisch zicht hebben op de stad en zijn fjord, diep in het dal beneden ons. We wandelen terug naar het voorlaatste metrostation waar we het uur terugrijden naar het centrum.
We beslissen om ook de heuvel aan de andere zijde van de stad te bezoeken. We nemen daarvoor de tram naar Ekebergparken, net als gisteren een openluchtpark met beelden en sculpturen. Deze keer heeft de kunstenaar zijn erotische talenten laten botvieren want sommige beelden laten weinig aan de verbeelding over. Maar we zijn hier gekomen voor het Ekerbergen uitzichtpunt met een adembenemend zicht op Oslo, het Operahuis en de fjord. Het zicht ligt dichter dan vanaf 'the frog' en dus tastbaarder. Drie reusachtige cruiseschepen liggen intussen aangemeerd in de haven en buiten twee torens is er geen hoogbouw in Oslo. Het zicht vanaf hier zou de inspiratie geweest zijn voor de De Schreeuw van Munch.
Na vandaag - de rivier met stroomversnellingen, beboste heuvels in en rond de stad, grote landelijke parken, elektrische auto's, skaters, steps - zijn we overtuigd dat Oslo een van de ecologisch vriendelijkste steden is. Ook zien we geen klaverbladen, geen autostrades of fly-overs. Alles is verstopt onder de grond.
Het is halverwege de namiddag als de familie Claeys met zes man sterk ons komt vervoegen: Lieven en Anja gevolgd door de twee zonen Triestan en Erian met hun lieven Amélie en Fauve. Ze zijn net via Amsterdam op Oslo gevlogen. Vanaf hier en vanaf vandaag zullen we samen door Noorwegen reizen. Eerst bezoeken we met hen het Operahuis en beklimmen nogmaals het dak om daarna door de winkelwandelstraat van Oslo te slenteren tot dat we het Hard Rock Café passeren.
Daar laten we de twee zonen met hun lief achter want wij hebben een afspraak met Rajeev Rai, een Nepalese fietsgids die Lieven en mezelf in 2008 gegidst heeft gedurende een tweedaagse mountainbike tocht rond Katmandoe. De man werd verliefd op Linn, een Noorse toerist en trouwde ermee. Hij kwam naar Noorwegen in 2011 en begon daar een nieuw leven met Linn. Hij bleef werken in de fietsenbranche, rijdt nog altijd MTB koersen en werkt nu als sales manager voor een lokale fietsenfabrikant. Hij combineert dat met een bijjob als coach van Noorse cross en mountainbike amateurs. We zijn elkaar blijven volgen op Facebook en - kijk zie - we zien elkaar na 13 jaar terug.
De ontvangst is hartelijk en hij trakteert ons op een diner in een Nepalees restaurant in de stad. Hij heeft inmiddels twee dochtertjes. Hij is grote fan van Wout Van Aert en we hebben hem uitgenodigd om cyclocross te komen bekijken in België. Hij streamt alle crossen en kent alle renners. Ik verwijs graag naar mijn boek 'De Wereld Rond', blz. 134 met meer over Rajeev.
We eten uiteraard Daal Baat, het nationale gerecht van Nepal en destijds dagelijkse kost tijdens de Annapurna trektocht. Lieven krijgt er nog koude rillingen van.
We keren terug langs het HRC waar we de vier twintigers oppikken. De twee broers, dat is echte broederliefde, dat is elkaar dus niet kunnen missen maar toch voortdurend in de clinch liggen.

FOTOREEKS NOORWEGEN RONDREIS

Dag 7----- Oslo - Rondane Nationaal Park----- 310 km----- Zondag 5 sept
Met zijn achten nemen we tram 12 naar de pier waar we de ferry nemen met onze 24 u geldige openbare vervoerkaart. Want de ferrydiensten maken deel uit van het openbaar vervoernetwerk, een tip van diezelfde madammekes van het toeristenbureau. De ferryboot is een soort omnibus die zes bewoonde eilandjes aandoet in de Oslofjord. Na 1 uur varen, meren we terug aan bij de vertrek pier. Maar de zware bewolking maakt de trip maar half zo aangenaam.
We hebben met ons 24 uren vervoersticket trams, bussen, metro en nu een ferry genomen. Opvallend is dat er geen enkele controle is op het openbaar vervoer noch op de metro. Geen garde, geen toegangspoortjes tot de metro, niets. Je hoeft enkel je ticket te activeren bij de eerste rit. Eerlijkheid lijkt een evidentie voor de Noor.
We checken uit, laden de koffers en vertrekken uit de parking richting het Vikingmuseum. Niet nadat ik 1.490 NOK of omgerekend 150 € parking moet betalen. We rijden in een colonne van drie auto's 5 km verder naar het museum dat drie originele Vikingschepen ten toon stelt: twee volledige boten, geassembleerd uit de opgegraven stukken en één wrak. De schepen werden gebouwd in de 9e eeuw maar pas ontdekt in 1903, in 5 maanden tijd opgegraven en 21 jr. nodig gehad om ze stukje voor stukje te assembleren.
De langboten dienden als begraafplaats voor notabelen. Tezamen met de schepen werden naast 1 of 2 doden ook voeding, drank, juwelen, wapens begraven om de man of vrouw toch een gelukkig hiernamaals te bezorgen. De schepen zijn lang en smal en zeer wendbaar. De Vikingen waren in hun tijd de beste scheepsbouwers. Zie ook het kadertje hierboven.
Na de middag is het tijd om verder te trekken naar het Rondane Nationaal Park.
Vanuit Oslo is het landschap onopvallend tot we halverwege Lillehammer passeren. Trouwens de stad die in 1994 de Olympische Winterspelen organiseerde. Daar voorbij rij je continu langs een bergrivier die op bepaalde plekken uitdijt tot zeer breed, bijna een meer, stijgend naar het plateau van Rondane, omringd door bergtoppen. Het is ook hier dat de E6 verschrompelt tot een tweevaksbaan, met snelheidsbeperkingen tussen 60 en 90 km/u, veel trajectcontroles of zoals het stemmetje van mijn GPS zegt: 'gemiddelde snelheidscamera's'.
Na vier uren komen we aan in het dorpje Mysuseter, deelgemeente van Otta.

Dag 8 -----Rondane Nationaal Park -----Maandag 6 sept
Rondane is het oudste nationale park van Noorwegen, opgericht in 1962. Het park is een hoogvlakte gelegen tussen 10 toppen boven de 2.000 m (de hoogste top is 2.128 m) en zich grotendeels boven de boomgrens bevindt. Een ruig gebied met uitgestrekte vergezichten waar je prachtig kunt wandelen.
Het park is toegankelijk via vier dorpen die aan de rand van het park liggen. Van daaruit kan je enkel het park verkennen door te wandelen, te fietsen of te raften want de wagen mag er niet in. Eén van de vier toegangsdorpjes in Rondane is Mysuseter op 870 m, een gehucht dat slechts bestaat uit enkele vakantiehuisjes, een winkeltje en een café.
Vandaag klimmen we alvast naar de Storulfossen, een prachtige getrapte waterval.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat we deze wandeling pas na 17u doen omdat we deze ochtend al teruggekeerd zijn naar Oslo (310 km) en dan terug naar Mysuseter (310 km) om mijn laptop op te halen die ik vergeten was in het hotel. Na mijn dag rugzakje in Christiania, Kopenhagen, mijn tweede stoot van de reis. Het mag niet verderden.
Ondertussen heeft de familie Claeys - een peloton van drie mannen en drie vrouwen - een dag wandeling van om en bij de 20 km achter de rug door de ruigheid van het park, langs een bergrivier tot boven de boomgrens. We zien de foto's en kunnen niets anders dan bewonderend en jaloers zijn van de natuurpracht: watervallen, canyons, rotsformaties en uitgestrekte ruwheid.

Dag 9----- Rondane Nationaal Park -----Dinsdag 7 sept
Een uitermate sympathiek en enthousiast jong ding aan de receptie en specialiste van de streek, stelt ons een halve dag wandeling voor: naar Peer Gynt Hytta.
Het is deze morgen zwaar bewolkt maar droog. Om half tien zijn we op weg, eerst via de gisteren bezochte Storulfossen waterval, daarna door een bos om na drie uur stappen boven de boomgrens uit te komen. Het weer verandert voortdurend van zwaar bewolkt naar bewolkt, van mist naar blauwe plekken in de lucht waar de zon tracht door te priemen. Het landschap boven de boomgrens is de Rondane hoogvlakte en klopt met de foto's van Lieven van gisteren: uitgestrekt met tweeduizenders in het vizier. We lopen in een kaal landschap, een maanlandschap à la Mt Ventoux, vindt Lieven, maar dan met kleur. De mossen en grassen die er groeien hebben alle kleuren alsof de herfst al is ingetreden.
We zijn terug rond 13u om een dik uur later in de auto te springen en 31 km verder te rijden richting ons rafting avontuur. Na een uitgebreide veiligheidsbriefing in het avonturendorp kruipen we in onze neopreen pakken en rijden in een busje naar het vertrekpunt. Daar volgt nog een veiligheidsbriefing en dan pas gaan we te water in twee zodiac rafts. Onze gidsen zijn een Engelsman en een Bulgaar. Daarnaast vergezellen twee kayakkers ons, waarvan één fotografe.
De Sjoa rivier stroomt door een vrij rotsachtig gebied, omzoomd door bomen en af en toe een waterval. Het water is fris en super helder. We zitten niet in de boot maar schuin op de bolle boord van de boot met onze voeten vastgestoken in een lus. We peddelen links of rechts naargelang de instructies van de gids. Bij de cat III stroomversnellingen (cat V is de hoogste) spat het water op ons en is het echt vechten tegen het slingeren en wippen van de boot om er niet af te vallen. Dat doe je door de juiste zithouding en de voeten goed geklemd.
De vier twintigers varen in de andere boot en de gids haalt wat toeren uit, zoekt de wat meer gevaarlijke routes door de stroomversnellingen, laat de boot onderlopen en duwt ze allevier in het water. Jolijt alom.
Het neopreenpak zorgt ervoor dat de koude buiten blijft en de adrenaline zorgt voor de opwinding en het plezier. Na 11 km en 1 uur varen op de bergrivier is de waterleute gedaan.
Bij terugkomst in het raftdorp pakken we een warme douche en krijgen we cake en koffie terwijl we kijken op een groot scherm naar de fotoreportage die de kayakster gemaakt heeft. Die kunnen we kopen voor 70 € per persoon in de boot. Dus een boot van vier kost 280 €. Toch een beetje te veel van het goede, lijk damme zegg'n.
We rijden terug naar ons slaapdorp, moe maar voldaan zoals ze zeggen. Tijdens ons dagelijks aperitiefuurtje demonstreert Fauve wat lenigheid betekent. Ze kan zich letterlijk dubbel plooien. In kleermakerszit kan ze de romp volledig naar voor buigen tot op de grond. Soms valt ze zo in slaap.
Beste lezers, aub niet thuis proberen of ge hangt maanden vast aan uw kinesist om alles weer op zijn plaats te laten duwen.

ECHTE BROEDERLIEFDE

De twee broers Erian (21 jr) en Triestan (19 jr) zijn twee essepikkers. Dat komt tot uiting tijdens de dag maar vooral tijdens het aperitiefuurtje. Ze kunnen elkaar niet missen … om te plagen. Gelukkig zijn de respectievelijke lieven Fauve en Amélie ne slag kalmer.
Het zijn echte tinsers. De ene vertelt over zijn aantrekkingskracht van katten en dan moet de andere daarop antwoorden dat ze hem waarschijnlijk als een krabpaal aanzien. De ene fluistert in mijn oor dat zijn broer wel fysisch ok is maar mentaal achterstand heeft opgelopen. De ene wordt 'de smalle' of 'de kleinen' genoemd, de andere 'de viking' die eten vangt met zijn opwippende baard.
Enzovoort enzoverder, maar allemaal goed bedoeld. Ik denk niet dat er iemand van buitenaf een vinger zou moeten uitsteken naar de ene broer zonder dat de andere ingrijpt.
Echte broederliefde dus.

 

Dag 10 -----Via Trollenroute naar Geirangerfjord -----227 km -----Woensdag 8 sept
We dalen af van onze berg Mysuseter, Rondane NP, naar Otta, een 12 km afdaling met 'Mortiloro' allures en stijgingspercentages tot 15%. Eenmaal beneden vervoegen we opnieuw de E6 verder weg van Oslo. Het wordt terug een trage tocht met snelheidsbeperkingen tot max 80 km/u. Maar dat is niet erg want de zichten en de natuur compenseren.
We rijden door een brede en lange vallei langs de rand van het Rondane NP. De E6 gaat over in de E136 maar blijft een soort provinciale baan met één rijvak heen en één terug en afgeboord met een fietspad. Van een autostrade is al lang geen sprake meer. De overgang naar de E136 is het sein tot de vernauwing van de vallei met imposante granieten rotswanden langs beide zijden waar smalle watervallen uit de wanden vallen, eigenlijk een soort fijne, witte slierten. Tussen de valleiwanden lopen dicht bij elkaar de baan, de spoorweg en een bergrivier.
Na ongeveer 140 km slaan we af naar de Route 63 ook wel de Trollenroute genoemd. Deze weg, naar onze eindbestemming Geiranger, is een belevenis op zich. Je rijdt er werkelijk door berg en dal. Dit is een door de Noren uitgekozen toeristenroute omwille van de schoonte van de natuur. De Noorse toeristische dienst heeft er zo tientallen gedefinieerd, kris kras door het enorme land.
Je rijdt dwars door een bergvallei met aan weerszijden bergtoppen. Al vlug starten 11 scherpe haarspeldbochten, elk met hun eigen naam. We passeren bergen als Kongen (de Koning), Dronnigen (de Koningin) en we zien de eerste sneeuw op de toppen. De weg kronkelt omhoog met aan de top een uitkijkplatform waar je een adembenemend zicht hebt op de onderliggende vallei, de omliggende watervallen en het zigzag wegpatroon. Het is het soort stamp-op-uw-remmen-en-stop-voor-een-foto route.
Maar spijtig genoeg zijn de laaghangende mistwolken spelbreker. De ene minuut verdwijnt het landschap in een wit gordijn en heeft de mist het zicht overgenomen. De andere minuut zijn de wolken weggewaaid en is het zicht weer vrij weliswaar zonder blauwe lucht te zien. De grijstinten overheersen.
Na een 60 km grijze natuurpracht eindigt de Trollenroute aan het blauwste blauw water van de Geirangerfjord, naar 't schijnt Noorwegen's mooiste fjord. Alleen, dat blauwste water is vandaag het grijste water geworden. We rijden nog 20 km langs de ruwe kust van de fjord waar de brede en aangeklede tunnels van een paar dagen geleden vervangen zijn door ruwe exemplaren zonder aankleding. Ze lijken wel uitgehouwen met de piosse.
De overzet brengt ons uiteindelijk naar Stranda, een stadje aan de overzijde van de Geirangerfjord en onze slaapplaats voor de volgende nachten. Aan de ingang van ons hotel staat een slogan van Starbucks:
'Hello, we have bean waiting for you'.
Hebd'em?

Dag 11----- Geirangerfjord----- Donderdag 9 sept

GEIRANGERFJORD

De 'Parel van het Noorden', oftewel de Geirangerfjord, staat sinds 2005 op de UNESCO Werelderfgoedlijst: vanwege de torenhoge bergen, het parelblauwe water en de knalgroene landschappen. Het diepste punt in het water is 800 m.
De Geiranger is eigenlijk een 15 km lange arm van de Storfjord, de 'hoofdfjord' en wordt aangedaan door de cruiseschepen omwille van zijn pittoreske uitzicht.

Vandaag gaan we de Geiranger fjord op met de boot. Deze morgen is identiek aan gisterenavond: grijs, dikke lage wolken en miezelregen. Maar we houden er de moed in. Eerst rijden we een halfuurtje naar Hellesylt waar we het veerpont oprijden.
Ik ben er nog niet uit of dit een toeristische boot dan wel deel van het openbaar vervoer is. De boot is identiek aan de andere (openbare) veerponten maar de stem van een gids galmt door de luidsprekers met de beschrijving van alle interessante punten die we tegenkomen. En dat zijn er heel wat.
Vooreerst heb je de bergformaties aan weerszijden van de diepe, nauwe fjord. Ze duiken bijna loodrecht het water in. Ondanks de steilte zijn er plekken waar oude boerderijen staan, als erfgoed beschouwd door de Noren, maar nu onbewoond. Vroeger leefden de boeren letterlijk op de fjordwand, in lastige omstandigheden voornamelijk van de fruitteelt.
Zowat continu zie je slierten watervallen naar beneden duiken, vanaf de boot dunne witte lijnen. Totdat we aan de Zeven Zusters waterval komen. Het water stort zich in zeven kanalen in de fjord.
Ondertussen verschijnen de eerste blauwe hemelplekken en we worden zowaar opgewonden. De lage wolkenbanden blijven en de combinatie met de hemel die langzaam opentrekt, leveren raadselachtige, mysterieuze foto's op.
Na een uur zit de tocht er op en komen we aan wal in het dorpje Geiranger, meteen het eindpunt. De vrouwen starten meteen een bezoek aan een grote outdoor winkel. En hoe langer we in de winkel ronddwalen, hoe meer er geklaagd wordt over de huidige vest die plots niet meer voldoet: de rits sluit niet goed meer, er is geen kap, ze is niet meer zo warm als in 't begin. Kende da? En plots kunnen ze de slag van hun leven slaan met een veel betere vest aan een 'spotprijs'. Ping ping, zegt de kredietkaart en de vest is van eigenaar veranderd.
Met de nieuwe vest (de oude belandt in de autokoffer want die is nu volledig afgeschreven) vatten we een wandeling aan naar een tiental watervallen na elkaar, in feite een trapsgewijze, kolkende bergrivier die bij momenten massaal watervolumes naar beneden gutst. Een ijzeren, aangelegd wandelpad vergemakkelijkt de tocht waar we bovenaan op een dek, een fantastisch uitzicht hebben over de watervallen, Geiranger en zijn fjord. De zon priemt inmiddels meer en meer door het wolkendek en beide natuurelementen tezamen laten kunstige foto's toe.
We lezen onderweg een paar interessante weetjes:
- Noorwegen telt 2.534 gletsjers
- Wereldwijd zijn 11% van de gletsjers gesmolten in de laatste 30 jaar
- Mochten wereldwijd alle gletsjers volledig smelten, dan stijgt de zeespiegel met 65 m.
Nog hoger belanden we op een rotsig uitzichtpunt wat de zichten nog wat indrukwekkender maakt. In Noorwegen worden er weinig tot geen balustrades geplaatst wat maakt dat één misstap fatale gevolgen kan hebben. Vraag maar aan de toerist die op zijn sloefkes komt aangelopen, uitsliert op de vochtige rotsen en ei zo na in de diepte verdwijnt. Hij en wij verschieten ons een ongeluk. De kerel (en wij ook) zijn aangeslagen. We moeten allemaal efkes bekomen en onze hartslag laten dalen. Dat scheelde weinig.
Ondertussen is Triestan's mond toegeplakt met duct tape … want hij babbelt teveel volgens Erian. Lieven kan geen kousen verdragen en wandelt met blote voeten in zijn sandalen. Fauve plooit zich nog eens dubbel. Voor het overige is er niets mis met de families Claeys-Van Hecke.
We verlaten het gebied en rijden over de fjordberg via de gekende natuur Route 63 (Trollenroute) terug naar Stranda. We stoppen aan een paar uitzichtpunten om de fjord in de zon te bewonderen en rijden onderweg twee veerboten op (Eidsdal en Liabygda). Het grijze water heeft plaats gemaakt voor diepblauw water.

Dag 12 ---Geirangerfjord - Jotunheimen NP - Sognefjord -----356 km ---Vrijdag 10 sept
We nemen vandaag niet de kortste weg naar onze eindbestemming maar de schoonste, ons baserend op wat Lonely Planet aanbiedt in zijn boek 'Epic Drives'.
We rijden terug in een colonne van drie wagens met de afspraak dat we elkaar loslaten als de ene meer of minder stops inlast of ter plaatse een wandeling wil maken. Het eerste deel brengt ons langs lokale wegen door een soort stilleven landschap met glooiende, groene heuvels, boerderijen en kleine dorpjes. Daarna komen we in een merenstreek terecht aan de rand van het Jostedalsbreen NP. Hier moeten we een eerste bergpas over tot boven de boomgrens en met zicht op de grootste gletsjer van Europa. Ondertussen, en ook de vorige dagen, rijden we van de ene tunnel in de andere.
We komen aan een belangrijk kruispunt van Route 15 met (opnieuw) de Trollenroute 63. We stoppen even voor een kort topoverleg: wijken we af van de Route 15 naar het Dalsnibba uitzichtpunt op 1.476 m te bereiken via Route 63 en een extra 40 km alomme of niet?
Ondanks de dreigende wolken beslissen we om het uitzichtpunt te bezoeken. Langs route 63 ernaar toe ligt een langgerekt gletsjermeer en even verder moeten we rechtsop naar Dalsnibba, een supersteile klim van 5 km die nergens onder de 10% gaat. Dit stukje is een tolroute en kost 25 €. Maar eenmaal boven zijn we de overprijsde tol vlug vergeten want de zichten op de omringende bergtoppen, de kronkelende weg, de gletsjers en de Geirangerfjord zijn overweldigend. Het lijkt alsof we op dezelfde hoogte zitten als de omringende bergtoppen. Een enorme gletsjer toont diepblauw ijs, gevormd door de pressing van tonnen sneeuw. Maar het zijn de steeds wisselende wolken die beslissen wanneer we mogen toekijken of wanneer een mistgordijn alles verhult.
We zien een groep wielertoeristen de steile puist op rijden. We wensen hen proficiat met het overwinnen van dit onding. Ze komen allen uit Oslo en rijden rond in de streek.
We dalen terug af naar de bewoonde wereld met kolkende bergrivieren aan onze zijde waar de melkkleur van het water de gletsjer oorsprong verraadt. We rijden in ruwe maar brede valleien met blauwgroene meren en groene bossen. Langs de wegen zijn de meterslange sneeuwstokken al geplaatst. Dat gebeurt trouwens hydraulisch vanaf de camion, bediend door gemeente werkmannen.
We naderen het einde van Route 15 in Lom waar we Route 55 nemen naar onze eindbestemming, net als de Trollenroute een door de Noorse toeristische dienst op de lijst van panoramische wegen gezet.
We rijden al rap het Jotunheimen NP in. Dit is een hoogtegebergte park met 250 pieken boven de 1.900 m en diverse grote meren. In dit park liggen de twee hoogste bergtoppen van Scandinavië (2.469 m en 2.465 m; de namen zijn niet belangrijk wegens onuitspreekbaar).
We moeten in dit park terug een bergpas over, via tientallen haarspeldbochten en tunnels. Eénmaal boven de boomgrens krijgt het landschap iets mysterieus. Het is desolaat en onmetelijk. Opnieuw ervaren we de (herfst)kleuren pracht van de mossen en grassen, het enige wat op die hoogte nog groeit. Er zijn veel uitzichtpunten met 360° panorama's over deze bergstreek. Het doet ons denken aan Rondane maar het is toch anders.
Na een klim volgt altijd een afdaling waar de roodgele mossen worden ingeruild door groene loof- en dennenwouden, diepe ravijnen waar de watervallen als spaghetti slierten/linten van de kliffen naar beneden denderen en de bergrivieren voeden.
We komen beneden aan in Skjolden en worden verrast door een turquoise blauw meer met daarin weerspiegelende bergen. Terug staan we op de rem voor een fotostop, checken even Google Maps waar we ons bevinden en leren daaruit dat dit turquoise meer eigenlijk het uiterste punt is van de Sognefjord. Nog even verder en we bereiken Sogndal, onze eindbestemming. Het is een idyllisch stadje, aan het uiteinde van een van de vele armen van de fjord.
Terwijl wij vanavond slurpen aan onze aperitief vinden de twee broers nog de energie om met elkaar te dollen in de zachte stoffen zetels van de hotellounge.

Dag 13 -----Sognefjord -----Zaterdag 11 sept

SOGNEFJORD

De Sognefjord is de langste, namelijk 204 km van de monding tot Skjolden (nee dames, niet 'solden') en tevens diepste fjord van Noorwegen (tot 1.308 m diep). Het is de derde langste fjord ter wereld na twee fjorden in Canada en Groenland.
Volgens UNESCO is het landschap rondom de fjordvertakking Naeroyfjorden één van de allermooiste landschappen ooit. Het staat dan ook op de Werelderfgoedlijst.
De fjord heeft verschillende zijarmen en zes ferryverbindingen.

Vandaag is een soort verlofdag, een dag zonder geplande activiteiten. Iedereen van de bende gaat voor zijn voorkeuren. De jonge gasten gaan roeien op de fjord en zien dolfijnen. Op basis van de weerapp die droog weer voorspelt deze morgen, maken wij een wandeling op de bergflank en gaat Anja lopen.
De tocht naar boven op de bergflank begint in het naburig dorpje Kjernes en loopt steil omhoog in het bos. Na 750 m klimmen zien we een eerste uitzichtpunt op de Sognefjord en het stadje. De klim gaat gestaag verder maar we geven het op na een dikke km omdat de afdaling gevaarlijk dreigt te worden door de combinatie van gladde, rotsachtige ondergrond en oppervlakte boomwortels. Ik heb ondertussen ondervonden dat mijn (nieuwe) bergschoenen nog te veel uitschuiven. Het dalen wordt daardoor een gevaarlijke opgave.
In Sogndal is een loopwedstrijd aan de gang van 10 km met enkel lokale lopers, iets wat er ook destijds op de kermis in Landegem werd georganiseerd. We zijn erbij als toeschouwer als het podium wordt bekendgemaakt. En dat er deze weekend verkiezingen op het programma staan in Noorwegen, zien we aan de drie partijen die reclame maken onder een gekleurde partytent: een rode voor de sossen, een blauwe voor de liberalen en een gele voor nog een partij. Ze staan alle drie broederlijk naast elkaar.
Verder wordt de dag opgevuld met het bezoek aan een staafkerk waar toevallig een trouw plaatsvindt. Staafkerkjes zijn eeuwenoude, houten gebedshuizen in een typische bouwstijl. Alle genodigden komen toe in traditionele klederdracht, althans de vrouwen. En als iedereen in de kerk heeft plaats genomen, wordt de bruid in een camionette - waarschijnlijk van haar ouders want die staat nog vol gereedschap - tot aan de kerkingang gereden. Wat binnenin de kerk volgt, zien we niet meer.
We keren terug naar ons hotel. De twee broers spelen in de hotellounge het kaartspel 'zenuwen', een ongelofelijk ambetant en zenuwslopend spelletje gepaard gaande met veel gebrul. En wetende dat geen van beide tegen zijn verlies kan, maak ik me rap uit de voeten.

Dag 14----- Sognefjord - Bergen -----238 km -----Zondag 12 sept
Op weg naar Bergen rijden we naar Flam. Onderweg moeten we terug de veerboot op om langs de andere kant van de fjord verder te rijden. Het is een moderne, waarschijnlijk het meest recente type veerboot die heel stil vaart, met ruime passagiers lounge en een winkeltje waar er geen kassier is maar enkel self service, self scan en zelf betalen. Nog maar eens een bewijs dat de Noren vertrouwen op de eerlijkheid van de mensen. Vanaf de boot zien we nogmaals het leuke aan een fjord: geen oevers want de kliffen vallen rechtstreeks in het zeewater.
Er wordt weer heel wat afgetunneld. Zo rijden we door de 24 km gigantisch lange Laerdal tunnel, de voorlopig langste van Europa. Tijdens het ondergronds rijden passeren we drie grotten waar een blauw lichtspel wordt gegeven. Dit om de verveling en het indommelen van het tunnelrijden te counteren.
We rijden Flam binnen en een enorme cruiseboot trekt de aandacht: de Vasco da Gama. Maar we komen voor de spoorlijn Flam-Myrdal waarvan nogal een spel gemaakt wordt in de marketing brochures en bekend staat als een van de steilste en mooiste trajecten ter wereld. Van zeeniveau aan de Sognefjord stijgt hij over 20 km naar het op 867 meter hoog gelegen Myrdal station. Aan de aanleg is 20 jaar gewerkt en de klus was klaar in 1940.
Het is een leuke ervaring met de nodige natuurpracht, de vallei en de watervallen en het bergachtige landschap. Maar wat je vanuit de trein ziet, zie je eigenlijk ook vanuit de auto als je het land doorkruist.
In Myrdal splitst de groep zich want het is tijd voor actie: Team Lieven met 6 adepten kiest voor de zip line: ze leggen 1.380 m af en suizen 300 m naar beneden aan snelheden tussen 0 en 100 km/u.
Team Martin met 2 liefhebbers (Erian en mezelf) kiezen voor de mountainbike tocht naar Flam. Het eerste steile, onverharde stuk vol haarspeldbochten vereist toch een zekere technische kunde. We moeten gefocust blijven om op de vochtige, onverharde ondergrond grote keien te vermijden en niet te slippen. Maar de schijfremmen doen hun werk uitstekend. Het zijn kwaliteitsfietsen.
We passeren watervallen, rijden over brugjes en komen uit op de valleivloer. We zien de ziplijnen boven onze hoofden en komen al rap aan bij het eindpunt van de zip, een geitenboerderij in de vallei waar minstens 100 fietsen geparkeerd staan. Na een koffie en een half uur wachten komen de leden van Team Lieven één voor één uit de lucht gevallen of beter gezegd gezweefd. De fietsen staan klaar en met zijn allen zetten we de downhill verder naar Flam.
Rijden in zo'n decor van rots bergen in herfstkleuren, watervallen en bergrivieren, af en toe de spoorlijn kruisen is een voorrecht en heeft zoveel meer impact dan een treinrit van achter het raam.
We komen na twee uur fietsen aan in Flam waar het nog 160 km rijden is naar Bergen. We leveren de fietsen terug in en springen in de auto. We pikken terug in op de E16 die ook hier een tweevaksbaan blijft. Het rijdt daarom tergend traag, niet omwille van het verkeer maar omwille van de snelheidsbeperkingen tot 70 of 80 km/u. We rijden opnieuw door prachtige natuur, op en af, draaien en keren, in smalle en woeste ravijnen met dicht begroeide bergwanden. En uiteraard met de vaste ingrediënten als kolkende bergrivieren en ontelbare tunnels.
Het is vooravond als we toekomen in Bergen en ons parkeren in de nauwe ondergrondse garage van het hotel. Erian geraakt er niet in met zijn kamper en moet langs de baan parkeren.
De broers zijn bijzonder lief voor elkaar en komen goed overeen vandaag … om grappen uit te halen en te lachen met de anderen. Zo verplaatsen ze op de parking in Flam, in 't geniep de huurauto van Lieven. 't Zijn sloebers.

Dag 15 -----Bergen -----Maandag 13 sept
Bergen is een stad in België maar deze keer logeren we ergens aan de westkust van Noorwegen. Het is de tweede stad van het land en telt 285.000 inwoners. De stad wordt omringd door zeven bergen. Het zit met andere woorden ingesloten aan een baai en dat is de reden waarom het de natste stad van Europa is: de regenwolken kunnen giene weg. 250 dagen per jaar regent het, dat is bijna 5 dagen op de 7. Een beetje zoals onze zomer dit jaar.
Maar vandaag schijnt de zon voluit dus willen we de bekendste van de zeven bergen - Mount Flyen - 'berijden' met het tandradtreintje. Allé dat denken we, totdat we de aanschuivende file zien en we besluiten om de berg te voet te beklimmen. Via zig zag wegjes, smalle kasseistraatjes met houten huisjes en trappen komen we na een half uur halverwege en hebben we een vrij en prachtig uitzicht op de stad, zijn haven en de omringende bergen. We zien terug twee kanjers van cruiseschepen aangemeerd. We horen later dat Bergen hèt startpunt is van cruises doorheen de Noorse fjorden.
Bergen dat is ook de stad waar in 2017 het WK op de weg plaats vond met Sagan als winnaar en waar de tv beelden uitvielen enkele km voor de aankomst. Maar de tv-beelden schoten terug aan en plots reed Kwiatkowski uit de tunnel, werd nog ingehaald in de laatste rechte lijn en klopte Sagan thuisrijder Kristoff in een nipte sprint.
We boeken deze namiddag een gegidste fietstoer met Baja Bikes. Knud is een gepensioneerde gids en sympathieke inwoner van Bergen (Bergenaar?) die voor zaken destijds meerder malen in Gent is geweest en het een prachtstad vindt. Hij voegt eraan toe dat hij dit niet zegt om ons te paaien.
We starten en bezoeken als allereerste een gewezen militair domein van de Duitsers toen die in 1940 Noorwegen binnenvielen. Nu is het een park waar optredens plaatsvinden van o.a. Bruce Springteen, Paul Mc Cartney en andere wereldsterren. Dan volgen een paar obligate stops aan (oude) kerken, een dom en aan het aartslelijke stadhuis van Bergen, nog lelijker dan het stadhuis in Oslo. Het is een gebouw met een grijze façade en met tientallen raampjes van dezelfde afmetingen, in Russische of Oost-Europese stijl. Niet ver daar vandaan stoppen we aan de grootste hal van de stad waar Sandra Kim in 1986 het songfestival won en waar het perscentrum van het WK in 2017 gevestigd was, dichtbij de aankomstplaats.
Bergen heeft futuristisch ogende/werkende vuilniscontainers. De lokale bewoners hebben een pasje om de klep te openen van de vuilnisbak. Restafval en PMD worden in de respectievelijke containers geworpen en onmiddellijk vacuum weggezogen naar een ondergrondse vergaarpunt. Van daaruit wordt het verder gerecycleerd.
Hierna rijden we door het kalme deel van de stad met veel smalle straatjes waar doorgaand verkeer moeilijk is. Knud leidt ons door het kleinste straatje van de stad dat amper 16 m lang is en drie huizen telt. Verder toont hij ons nog een paar mooie en verborgen uitkijkpunten om uiteindelijk te eindigen met de topper van de stad: de pastelkleurige gevels van de pakhuizen in de wijk Bryggen die ook op de werelderfgoedlijst van UNESCO staan.
Na 3 uren fietsen komen we terug aan ons startpunt. We wandelen de stad in en stillen onze ergste honger met een … Belgiske Vafler (Belgische Wafel) aan een Noors kraam.
Bergen staat bekend als een gastronomische stad en is een van de beste plekken als je van vis houdt. Wij houden van vis dus gaan we eten in het restaurant verbonden aan de vismijn en ons aangeraden door Knud.
We hebben de broers & lieven amper gezien vandaag want ze trokken hun plan. Dus spreken we af en drinken we nog een aprèske met die joo gasten. De cocktails die we bestellen kosten 15 € 't stuk. Elk betaalt 't zijne

Dag 16----- Hardanger Fjord----- 135 km----- Dinsdag 14 sept
We verlaten Bergen langs dezelfde E16 toen we eergisteren de stad binnenreden. Na 30 km slaan we af richting ons nieuw einddoel: het stadje Odda aan de Hardanger Fjord.
Net als de laatste 10 dagen lijkt het alsof we permanent door een nationaal park rijden. Het berglandschap lijkt nooit op te houden noch de bergrivieren noch de tunnels. Vandaag staan er terug tientallen korte en twee lange van 10 en 11 km op het programma. Ik schat dat we ongeveer 1/4e van de tijd onder de grond rijden.
Via de toeristenroute 16 rijden we een groot stuk langs de Hardanger Fjord, een brede inham met de typische rotsbergen die in het water duiken. Op het einde van de weg moeten we terug de veerboot op voor de langste overtocht so far: 6 km varen.

HARDANGER FJORD

De fjord is met zijn 179 km, vanaf de Atlantische Oceaan tot diep in het Noors berglandschap, de tweede langste van Noorwegen. Eén zijarm is 50 km lang en gans aan het einde ligt het stadje Odda. Sommige plekken zijn 860 m diep.
Langs de fjord ligt Noorwegens derde grootste gletsjer, de Folgefonna.

Tegen de middag komen we aan in Odda, een klein stadje aan de lange en smalle arm van de fjord. Onze locatie is top, een hotel op de top van een heuvel met zicht op de fjord, die we willen verkennen met een speedboot. Tevergeefs want het seizoen is ten einde. Dus zit er niets anders op dan onze heuvel af te dalen langs een nieuw aangelegde promenade langs de Odda bergrivier tot in het centrum van 't stadje. Het goede weer blijft voortduren met een wolkenloze hemel.
Anja, Erian en Fauve hebben deze voormiddag gekozen voor een museumbezoek nabij Bergen en die komen pas in de late namiddag toe. Wij rusten uit op het zonneterras verbonden aan het hotel. Maar als Lieven een lokaal Trolltunga biertje drinkt, slaat er iets los in 't hoofd denk ik want hij zwanst iets van een moeder die jonger is dan de dochter.
Ah ja, ik zou nog vergeten melden dat we aanbeland zijn in de ciderstreek. Langs de fjord zijn er verschillende fruitboerderijen en proeverijen maar daar hadden we vandaag geen tijd voor.
Morgen wordt een belangrijke dag met de beklimming van de Trolltunga. De gids komt vanavond uitleggen wat en hoe we dit avontuur moeten aanpakken. Ik onthoud dat het belangrijk is om zich te kleden in laagjes, dat het boven winderig en koud is, ergens tussen de 5° en 10°, maar waarschijnlijk droog. En verder hoor je een behoorlijke conditie te hebben en fysisch in orde te zijn. Mijn ontstekingsremmer ligt al klaar.
De broers zijn terug in normale doen, met andere woorden ze zijn terug 'lief' voor elkaar.
'Als ik naar u kijk word ik op slag 10 jaar ouder', en nog meer van soortgelijke liefkozingen.

Dag 17 -----Trolltunga expeditie -----Woensdag 15 sept

TROLLTUNGA

Trolltunga ofwel de 'Tong van de Trol' is een lichtjes hellende, uitstekende rots van 6 m lang en 3 m breed, 350 m boven een meer (geen fjord) met de vloeiende naam: Ringedalsvatnet.
De beklimming is 12 km lang heen, de totale afstand dus 24 km, van zeeniveau naar 1.180 m. Je kan dat in één lange dag afhaspelen/snelwandelen/lopen. En op de top sta je bij een van de meest fotogenieke rotsformaties van Noorwegen.
De trektocht is pittig met steile stukken en wordt aanzien als de mooiste bergwandeling van Noorwegen met zicht op de 3e grootste gletsjer van Noorwegen, de Folgefonna, de bergketen, potholes, onmetelijk diepe kloven, ruige kliffen en het meer.
Een weg-van-de-platgetreden-paden ervaring en hèt ultieme Noorwegen gevoel zijn nog twee eigenschappen beschreven in de brochuurkes.
En gè nui, tons ik were.

Waar d'echte starten op parking P2 en de volledige wandeling doen, worden de mieten via een supersteil tolbaantje gebracht naar de hoogste parking P1. We zeuren dus een beetje want dit bespaart ons 3 km wandelen en 400 hoogtemeters.
Het is dan ook pas 11u30 als we vanop P1 de trekking starten met 9 toeristen en 2 gidsen. De 2 gidsen zijn Angel een Bulgaar en Laura een Vlaamse uit Gentbrugge die permanent in Odda woont. De 9 toeristen zijn 8 Belgen en Tom, een Brit. Zijn vrouw wou of kon niet mee wegens gezondheidsproblemen en hij draagt een mondmasker als we binnen zitten of minder dan 1 meter afstand houden.
We hebben eerst een stuk vlak over vele houten bruggetjes wegens de vertakkingen van een bergrivier. Daarna start een steile klim op een rotsachtige ondergrond die ons boven de boomgrens brengt. Heupen en knieën zien af bij de ietwat oudere generatie. Maar dan kan de leute beginnen, 't is te zeggen dan wordt de natuur op zijn mooist met de gletsjer Folgefonna in de achtergrond en zijn vele gletsjertongen die van de bergketens afzakken. De kliffen hebben ruwe, ingesneden wanden en zien pekkezwart. Het Ringedalsvatnet meer komt in zicht. We blijven op dit plateau min of meer 'plat' wandelen. Mits een paar korte beklimmingen bereiken we onze hoogte van 1.100 m.
De temperatuur zakt tot ergens tussen de 7° en 10° en het blijft gelukkig droog. Trouwens Laura vertelt ons dat het dit jaar een zeer droge zomer was met temperaturen op deze hoogvlakte tot 30°. Dat wil eigenlijk zeggen dat de regen, bedoeld voor de westkust van Noorwegen, bij ons is terecht gekomen en gezorgd heeft voor de natste zomer in decennia.
Om de km ongeveer stoppen de gidsen en raden ons aan een laagje meer aan te trekken om de koude te counteren. Angel maakt telkekere van de gelegenheid gebruik om een ander verhaaltje te vertellen over de Trollen. De eerste keer kunnen we nog wat lachen maar de laatste keren zijn de korte lachjes beleefdheidslachjes geworden.
Twee km voor de Trolltunga komen we aan bij onze slaapplaatsen. Noem het geen tenten, maar domes. Het zijn ronde structuren, ze doen me denken aan een joert, met doorzichtige plastieken ramen en dak. Een originele manier van onderdak geven. We kiezen ons bed uit, beter gezegd onze slaapzak en laten onze dagrugzak achter.
De WC ligt om de hoek, dit wil zeggen een kwartier stappen op en neer, maar je kakt er wel met het mooiste uitzicht. Ik moet toegeven, mooier dan vanaf het chemisch toilet op de heuveltop uitkijkend op de Colorado rivier tijdens een driedaagse raft in de VS in 1997 (Zie mijn boek 'De Wereld Rond', blz. 425).
Om 17u vertrekken we met Angel vanuit de Dome zonder de last van een dagrugzak, 2 km verder naar het doel van de beklimming: de uitstekende rots genaamd Trolltunga. Maar eerst passeren we potholes, uitgesleten ronde vormen in de rotsen door het water om daarna langs de rand van een megadiepe kloof te stappen. Aarzelend. Omdat in Noorwegen de meeste natuurelementen niet afgezet zijn met hekjes of een afsluiting, kruipen de moedigen op de buik tot aan de rand en kijken in een bodemloos vat. Mijn onderbuik begint te kriebelen bij deze hoogten.
Even verder bereiken we eindelijk ons einddoel. We zien een natuurwonder die we niet licht meer zullen vergeten. Het uitzicht is een combinatie van de uitstekende rots Trolltunga over het meer en met de loodrechte, zwarte kliffen die honderden meters naar beneden duiken in het water.
Waar het hier de laatste weekends van augustus nog drie uren aanschuiven was om iedere toerist te fotograferen op de rots, zijn wij hier alleen met ons genegenden. Dit is echt een luxesituatie zegt Angel die even de rots afrappelt om vanuit zijn standplaats foto's van ieder van ons te trekken op de rots. We moeten iets geks doen, vertelt hij ons. De meesten springen even omhoog. Ik doe dat toch niet op een rots van 6 bij 3 meter en daaronder een gapende afgrond. We blijven een uur ter plaatse om te genieten van de indrukken.
We stappen tegen valavond terug en ondertussen heeft Laura het avondeten klaar gemaakt. Dit hadden we bij de start van de hike als een diepgevroren pakket meegekregen in onze al volgepropte rugzak. Het is gezellig in onze dome met onze houtstoof en de doorzichtige koepel weliswaar zonder sterrenhemel wegens teveel bewolking. Daarna organiseert Angel een kampvuur en vertelt over … Trollen. Hij wordt alrap Angel Trol genoemd.
We gaan slapen rond 22u, gesplitst in twee domes en een tent voor de gidsen. We kruipen eerst in de lakenzak en dan in de slaapzak. Maar dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. En dan start een gevecht met mijn lakenzak en mijn slaapzak. Ik slaag er niet in om convenabel in de slaapzak te kruipen. De lakenzak trekt tegen, glijdt niet door naar het versmallende uiteinde van de slaapzak. We krijgen alle vier de slappe lach van het gewriemel.
Veel hebben we die nacht niet geslapen want de wind komt opzetten, de regen maakt lawaai en een aantal vinden die slaapzak maar niets. Eigenlijk allemaal westerse pretten die in het niets verzinken bij al het natuurschoon.
De broers, die met hun lieven in de tweede dome slapen, zijn rustig vandaag waarschijnlijk door de geleverde inspanningen. Toch een klein akkefietje als de ene broer over honger klaagt en de andere zegt: 'ge moogt ne keer in mijn pink bijten'. Gelukkig een flauw grapje of we mochten nog de berg aflopen en een dokter zoeken.

Dag 18 -----Hardanger Fjord - Stavanger----- 192 km----- Donderdag 16 sept
Laura wekt ons om kwart na zeven voor zover we al niet wakker zijn. Na het ontbijt met o.a. heerlijke Noorse pap, nemen we afscheid van Angel die pas later afdaalt. Hij moet de domes schoonmaken en de gidsentent opplooien.
Wij dalen de Trollenberg af in 3 uren. Hadden de jongeren vrij spel gekregen dan hadden ze de klus geklaard in nog minder tijd. Dalen - meer dan stijgen - blijft een aanslag op de knieën en de gewrichten. Gelukkig compenseren de wandelstokken een deel van het leed.
Het busje op parking P1 wacht ons gelukkig op en brengt ons naar P2. Echt waar een opluchting want nog eens 400 m steil dalen van een rotswand door het bos zouden mijn knieën niet overleefd hebben.
Op P2 stappen we over op het shuttlebusje en Laura voert ons naar het hotel. Op dat stukje afstand valt Triestan al in slaap wat uiteraard een reactie van zijn broer ontlokt:
'Ge zet Triestan ergens neer en hij slaapt'.
En dat is waar. Triestan en Amélie stappen de auto in en vallen altijd meteen in slaap op de achterzetels ondanks de geweldige natuur waar ze door rijden.
We nemen afscheid van Laura, puffen wat uit, eten wat, drinken een koffie en vertrekken na de middag nog naar Stavanger, onze volgende bestemming. Onderweg gaat de gebruikelijke 'nationaal park omgeving', een voortzetting van de vorige dagen, over op drukkere banen en steekt meer industrie de kop op. We naderen inderdaad de oliestad Stavanger. En het is nodig dat we bijna op onze eindbestemming zijn want de vermoeidheid achter het stuur slaat toe. Daarom komt de overzet van 9,5 km naar de volgende oever van de Stavanger fjord als geroepen. Het is de langste overzet van deze vakantie en een rustmoment. Ik zet de zetel van mijn auto volledig plat en dommel wat in.
We komen toe in de vooravond en hebben last om het hotel in het centrum van de stad te vinden. Er zijn namelijk twee Comfort Hotels. We zoeken het juiste adres op in onze papieren en komen terecht waar we moeten zijn. Eénmaal in de kamer vallen we de douche aan - een absolute noodzakelijkheid na onze tweedaagse expeditie tocht - en gaan we met zijn allen uitgebreid eten om daarna als een blok in ons hotelbed te vallen.

Dag 19----- Lysefjord & Preikestolen -----Vrijdag 17 sept
Stavanger is de afgelopen jaren flink gegroeid door de olie?industrie en telt 140.000 inwoners. Daarvoor stond Stavanger vooral bekend om de sardientjes en was het eigenlijk een pure vissershaven.
'Stavanger is een ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan de Lysefjord en de iconische Preikestolen, een dagvullend programma', meldt de reisbrochure. Dus doen we dat gewoon.


LYSEFJORD

De Lysefjord is 42 km lang, tot 500 m diep en een gletsjerfjord. Het karakteristieke aan deze zeeinham is de woeste natuur met bergen die hoog boven de fjord uitsteken, tot 1.000 m. De bekendste rots is de Preikestolen (de Preekstoel). Er ligt een vrij recente hangbrug over het water.
'Lyse' betekent 'licht' en heeft die naam te danken aan de bleke kleur van zijn rotskliffen.

Met volop zon in een wolkenloze hemel starten we de dag met een cruisetocht door de Lysefjord. Het weer is raar in Noorwegen. Enerzijds dagen met blauwe wolkenloze hemel en anderzijds zwaar bewolkte dagen. We laten het niet aan ons hart komen en varen de haven uit. We passeren eerst de eilandjes in de fjord met de vakantiehuisjes van rijke Noren maar ook de zalmkwekerijen om daarna de smalle Lysefjord in te varen.
Noorwegen is de nummer 1 wat de uitvoer van zalm betreft met een waarde van bijna 11 mld. €. De vis leeft 'in gevangenschap' en heeft 16 maanden nodig om volwassen te worden. De meeste zalm wordt uitgevoerd naar Frankrijk, Duitsland en Japan.
In de Lysefjord zijn de rots kliffen die het water induiken niet zwart maar bleek van kleur. Hun ruigheid, spleten, spelonken, grotten doen me denken aan het Hua Shan NP nabij Xian, China, bezocht in oktober 2018. Er groeien bomen en struiken in de verhakkelde rotswand, eigenlijk een gans bos over een afstand bekeken.
Het eerste verhaal die de toeristen op de boot te horen krijgen is de Vagebondengrot. Het was een schuilplaats voor nieweirds die weigerden om belastingen te betalen. Toen de sheriff hen wou opjagen, verjoegen ze hem en zijn ordehandhavers door stenen naar beneden te gooien. Uiteindelijk staakte de sheriff de strijd en liet betijen.
Naast de schitterende natuur die het fjord vertoont, zien we 600 m hoger een massief stuk uitstulpende rots van 25 m op 25 m die vanaf het water net zo groot is als een aperitief kaasblokje: de Preikestolen. Samen met Trolltunga de meest fotogenieke plaats van Noorwegen. Even verderop draait de boot zich, aan de Hangende Watervallen die vanaf 400 m door een rotsspleet naar beneden pletsen in de fjord.
In ienen trok vaart het schip terug naar de kaai in Stavanger.

PREIKESTOLEN

De Preekstoel is een granieten klif die 604 meter boven de Lysefjord uitsteekt. 300.000 wandelaars per jaar bezoeken de rots voor het fenomenale zicht. Het is een lastige klim naar boven van 4 km waar je gemakkelijk 2 uren over doet. Dus reken heen en terug op 4 klimuren plus een half uur boven op de steen. Je kijkt uit op de Lysefjord en de omringende bergen.
Pas op, het is een steile afgrond en er staan nergens hekjes of een balustrade.

Na de boottocht nemen we de auto naar de start van de bergwandeling naar Preikestolen. Martine gaat niet mee wegens kniepijn en verkent ondertussen het oude centrum van Stavanger. Het begin van de trekking ligt op 37 km van Stavanger, waarvan 30 km ondertunneld.
De eerste 2 km van de trek zijn enorm steil en het pad kronkelt door een morenen landschap. Het klauteren tussen en over de enorme rotsblokken of morenen wordt een beetje vergemakkelijkt door een hellende trap van stenen door de mens aangelegd. Een soort Stairway to Preikestolen. Het is zwaar werk voor onze knieën maar onze wandelstokken helpen het leed te verzachten.
De laatste 2 km wandelen we deels vlak over houten paden over een moerasachtig gebied en vervolgens over gladde rotsen (slick rock) tot dat we na een kleine twee uur boven komen aan de Preikestolen. Ik denk niet dat we over de afstand van 4 km, 100 m aardeweg hebben bewandeld. Het is continu rotsachtige ondergrond.
Het is 16u30 en er is weinig volk want de meesten zijn al terug beneden. Dus kunnen we de massieve uitstulping van 25 x 25 m verkennen en bezetten. Vanuit alle hoeken worden tientallen foto's genomen en de gefotografeerde neemt allerlei standen aan van springen, gewoon staan tot een split (Fauve). De zon op de omringende bergen en het zicht op de Lysefjord, 600 m lager, zijn subliem.
Omdat ik hoogtevrees heb, kruip ik net als bij de Trolltunga op mijn buik naar de rand en kijk in een oneindige diepte tot aan het blauwe water van de Lysefjord. Het is een adembenemend schouwspel.
'Schier nog schuunder dan de Trolltunga', zegt Lieven. Beide plekken zijn echter wereldklasse.
Het is 17u als we de afdaling starten, voor mij altijd het moeilijkste deel van een bergwandeling wegens de belasting voor de gewrichten. Maar ik neem meestal een beetje voorsprong omdat ik trager ben dan de rest. We zijn de laatste toeristen die afdalen maar toch zijn er nog avonturiers die nu pas stijgen maar een tent meesleuren om boven te kamperen. Ze zien dan Preikestolen bij zonsopgang. Zo passeren op een bepaald ogenblik 7 meiden en 1 gast, allemaal met een volgeladen rugzak. Na anderhalf uur dalen komen we aan op de parking.
Eergisteren, gisteren en vandaag hebben we drie dagen gestapt op geaccidenteerd maar prachtig terrein. We hebben er dus een zwaar eindstuk op zitten en dat wordt op gepaste wijze gevierd met aperitief, gerecht en wijn. Om daarna via de levendige en hippe uitgangscoté aan de haven, naar ons hotel terug te keren. De vakantie zit er zo goed als op.
De broers splitsen. Erian en Fauve rijden vanavond nog vier uren naar de veerboot die hen vanuit Kristiansand naar Hirtshals in Denemarken brengt, dezelfde route als ons maar een dag vroeger. Ze zullen trachten te slapen op de boot om daarna door te rijden naar België. Triestan en Amélie vliegen morgen terug met Lieven en Anja.

FOTOREEKS TROLLTUNGA & PREIKESTOLEN


Dag 20---
Stavanger - Kristiansand (NO) - Hirtshals (DK) ----234 km--- Zaterdag 18 sept
Ik weet het, ik val in herhaling, maar opnieuw rijden we tussen Stavanger en Kristiansand door het typische Noorse landschap, door berg en dal en dicht bij de kustlijn en dus met zicht op fjorden, groene berghellingen, een tweevaks E39 waar je niet rapper mag rijden dan 80 km/u en tunnels natuurlijk, veel tunnels. Het zijn wegen die niet vervelen.
Maar in Noorwegen moet je wel veel tijd hebben om langere afstanden te overbruggen. Je mag rekenen op gemiddeld 50 à 60 km/u afhankelijk van hoeveel stops je inlast want g'affeseert niet op de Noorse autosnelwegen die, éénmaal buiten de stadskern, vernauwen naar een provinciale baan met dito snelheidsbeperkingen. Weet ook dat het land zot is van rotondes.
Het weer is zo wisselvallig als de beurskoersen. Vandaag krijgen de wolken weerom de overhand op de blauwe hemel van gisteren.
We komen ruim op tijd aan in Kristiansand en kunnen gratis parkeren vlakbij de ferry terminal die op amper 500 m van het stadscentrum ligt. We bezoeken de winkel-wandelstraat om de tijd te overbruggen.
Colorline is de ferry onderneming die ons om 16u30 naar Hirtshals, Denemarken brengt. Het aanmelden gaat vlot en we mogen van de stewards aansluiten in rij 20. Er staan al tientallen wagens voor ons en het is nog een uur te vroeg. We maken van de gelegenheid gebruik om het Passagiers Lokalisatie Formulier (PLF) in te vullen want binnen de 48 uur hopen we thuis te komen. We rijden in de buik van een enorme overzetboot waarin een soort 'parkeerwachters' u aanwijzen welk rijvak je moet nemen op het parkingdek. We staan op dek 5.
We dwarsen de Skagerrak zeestraat richting Denemarken, die daar 143 km breed is. Zo'n boot is een varend entertainment gebouw met negen verdiepingen inclusief de verdiepingen waar auto's geparkeerd staan. Op de twee hoogste verdiepingen vind je restaurants, winkels, tussenverdiepingen, allerlei hoeken en kanten waar je kan zitten of neervlijen in sofa's. Als je extra betaalt, krijg je ook een kajuit.
Na een uurtje varen krijg ik een sms melding van mijn telefoon operator met de tarieven voor internet en internationale gesprekken. We bevinden ons in internationale wateren en daar gelden geen EU of Belgische tarieven. Ik schakel mijn telefoon vlug over op vliegtuigstand.
Na 3,5 uren varen komen we rond 20u aan in Hirtshals (DK) en zoeken ons hotel op.

Dag 21 -----Hirtshals - Landegem----- 1.125 km----- Zondag 19 sept
Na een lekker ontbijt in onze B&B aan het strand van Hirthals, vertrekken we om 9u richting Landegem. Het rijdt vlotjes tot aan de grens met Duitsland maar dan begint de filemiserie. Ik was al door Erian ge-sms't maar kan de files niet ontwijken. Het is alsof Duitsland een inhaalbeweging doet op het onderhoud van hun autosnelwegenpark want ook vorig jaar - richting Oostenrijk - zaten we in de files. Het is nu vooral de Osnabruck en Hamburg regio's die ons twee uren doen verliezen.
Ik herinner me dat ik zes jaar geleden, tijdens mijn actieve beroepscarrière, naar Bad Bramstedt moest, een 100 tal km ten noorden van Hamburg en er toen al werken aan de Elbe tunnel in Hamburg gaande waren. En nu nog steeds. Daar verliezen we zeker een uur.
De laatste loodjes, een ongeluk op de ring van Antwerpen, laat ons nogmaals in de file staan dicht bij huis.
Maar rond 21u arriveren we in Landegem, moe maar voldaan zoals dat heet.
We reden gedurende de drie weken 6.450 km in totaal waarvan 2.850 km heen en terug en 3.600 km in Noorwegen zelf.