WERELD > EUROPA > NOORD-ITALIE > Reisverhaal

NOORD-ITALIE September 2020

 

FOTOREEKS NOORD-ITALIE

 

DAG 0 -----Zondag 13 sept 2020
Covid19 tijden verhinderen intercontinentaal vliegverkeer en omdat Travel19, een soort reisvirus, me al een tijdje te pakken heeft, trekken we nog eens door ons moedercontinent Europa. Naast een paar citytrips is het al lang geleden dat we nog eens een lange reis boekten. Dus ben ik op zoek gegaan naar groene coronazones in Europa. Ik kom al rap uit op Italië via Duitsland en Oostenrijk. Frankrijk en Spanje kleuren rood en zijn te mijden.
Vooraleer we morgen vroeg vertrekken, heb ik al een vermoeiende gidsdag achter de rug op Open Monumenten Dag, coronaproof georganiseerd met mondmaskers tijdens het gidsen en met respect voor de afstandsregels.
Ik zie 's avonds nog in Sportweekend hoe Pogacar vandaag een zware bergrit in de Ronde van Frankrijk wint. Zijn maatje Roglic is echter nog steeds de leider met 40" voorsprong.

DAG 1 -----Maandag 14 sept 2020----- Landegem - Innsbruck -----912 km
We vertrekken op het respectabel uur van 6u30 de E40 op richting Duitsland. We doen 470 km in ienen trok voor de eerste stop, kort bij de middag. Het is nazomer en het weer is schitterend voor een 14e september. We picknicken op het domein van een tankstation langs de autobahn.
Maar hoe vlot het ging in de voormiddag, hoe vertragend het rijdt in de namiddag. Duitse wegenwerken verstoren het ritme. Er worden nieuwe verkeerswisselaars aangelegd of bestaande heringericht, bruggen verbreed, asfaltlagen afgekrabd en opnieuw gegoten en een HST bedding gebouwd.
Zo om de 100 km mogen we gedurende 10 km op versmalde rijbanen rijden aan 60 km/u. Ja, er zit een zekere regelmaat in deze namiddag.
We naderen de Oostenrijkse grens en de boel vertraagt terug. Weeral werken denken we verveeld. Maar als we na een kwartier aanschuiven plots merken dat er een ongeluk-met-veel-blikschade en waarin vijf wagens betrokken zijn, plaatsvond en de politie en ziekenwagens-met-sirènes onze radio overstemmen en net toekomen op plaats delict, mogen/kunnen we nog net doorrijden. Ik zie in mijn achteruitkijkspiegel dat de politie onmiddellijk de autoweg afsluit. De ondertussen ook toegekomen brandweerwagen zal eerst het glas en de brokstukken moeten opkuisen. Hoelang zouden we daar stil gestaan hebben als we iets later waren geweest?
Via de Fernpas, rijden we eindelijk rond 17u30 Innsbruck binnen na 912 km. Ons hotel is in het oude stadscentrum ... schuinover het Hard Rock Café. En ik heb het echt niet goetsemoets gedaan.

DAG 2 -----Dinsdag 15 Sept 2020----- Innsbruck
Innsbruck of Brug over de Inn(rivier) is de hoofdstad van Tirol en dus een centrum van sneeuwpret en -competities. Zo werden de Olympische Spelen er al tweemaal georganiseerd (1964, 1976) en talloze wereldkampioenschappen alpineskieën. En ze kunnen er ook goed zingen. Naast de Wienersängerknaben zijn ook de Innsbrucksängerknaben populair. De stad ligt op 574 m boven de zeespiegel.
Het lijkt ons de beste keuze om op één dag de hoogtepunten van de stad te bezoeken met de Hop on/Hop off bus.
We pakken de eeste bus aan de stop vlakbij het hotel. De audiogids (een koptelefoon op ons hoofd) becommentarieert de bezienswaardigheden. En wat ik zie en hoor klopt met het beeld dat ik heb over Oostenrijk: statige gebouwen gaande van operahuizen tot kerken en kathedralen over musea. En alles met de nodige pracht, praal en barok. 't Goh, als het hier al zo is, wat moet dat zijn in Wenen, het centrum en de hoofstad van dit land?
We stappen af de bus op de top van de Bergisel berg waar de Olympische schansspring installatie gebouwd werd. Vanuit een kioskachtig gebouwtje op de juiste plek op de berg, hebben we een geweldig panorma van de stad onder ons en met een bergketen in de achtergrond. Innsbruck ligt inderdaad in een vallei tussen twee bergketens in.
We wandelen van hieruit een lus van 3 km in het bos op de top van de Bergisal rond het schansspring complex. Onderweg staat op een uitkijkpunt aan de rand van het bos zo'n zwevend staketsel in glas dat redelijk ver over de rand van de rotsen uitsteekt over een ravijn, waar ge los doorheen kunt kijken. Martine nijpt ze.
Na een dik uur springen we terug op de bus om af te stappen aan de oevers van de Inn in de Mariahilf wijk. De rivier is vrij breed en de melkkleur van het water verraadt zijn gletsjerherkomst. Er zit sterke stroming op het water. We wandelen langsheen een aangelegd wandelpad met rechts van ons de rivier en links van ons een straat met huizenblokken waarvan de façades geschilderd zijn in verschillende pastelkleuren.
We trekken verder de Altstad in waar we de Dom van Innsbruck bezoeken, een kathedraal met twee torens met van binnen het soort praal en pracht die ik nog weinig gezien heb in kerken, ook niet in onze eigen Gentse Sint-Baafs Kathedraal. De Da Vinci-achtige schilderijen op de zoldering, de versieringen van de pilaren, het altaar, de preekstoel en het orgel zijn gewoonweg indrukwekkend maar ook protserig.
We wandelen verder door de Altstad, het oude middeleeuwse stadsgedeelte met straatnamen als Marie-Theresien Strasse, Herzog Friedrich Strasse. Het centraal gelegen Marktplatz of marktplein is het juweeltje van de stad met zijn Jezuïtenkerk, de Obelisk, de overdadige horeca en drankterrassen en de bergen die uit de achtergrond oprijzen.
Lijkt Innsbruck coronaproof? Niet echt. We zien volle terrassen, de standaardafstand van 1,5 m tussen de stoelen en tafels is verschrompeld naar 1 metertje, we zien lange tafels waar minstens 15 mensen aan dineren en mondmaskers zijn niet verplicht op straat. Ik check vanavond de Europese coronakaart en merk dat het 'groene' Italië al wat oranje kleurt en dan vooral in het noorden, net waar wij naartoe rijden. Maar het is nog niet rood zoals in Spanje en Frankrijk.

DAG 3 -----Woensdag 16 Sept 2020 -----Innsbruck - Cortina d'Ampezzo----- 179 km
We vertrekken op tijd uit Innsbruck want onze weerapp voorziet regenweer deze namiddag. We willen toch de in de reisboekskes bejubelde autotocht doorheen de Dolomieten liefst in schoon weer afleggen.
We rijden richting de Brennerpas, een gestage klim tot aan de Brennertunnel waar we bovenop ons Oostenrijks wegenvignet nog eens 10 euro tol mogen betalen.
Ondertussen herinnert La Martina zich een liedje uit haar jeugd van ene Henk Wijngaard: met de vlam in de pijp scheur ik door de Brennerpas ... Als ze het dan nog eens laat afspelen op de telefoon, blijft het melodietje hangen in ons hoofd. Te vinden op Spotify.
Maar goed, het is beter om op die wegen gefocust te zijn want er zijn weinig rechte stukken autosnelweg en de maximumsnelheid schommelt afwisselend tussen 80 en 110 km/u.
Eens door de tunnel rijden we Italië binnen en even verderop nemen we de afslag naar Ortisei, want daar begint een panoramaroute door de Dolomieten van zo'n 60 km tot in Cortina d'Ampezzo. We passeren stadjes zoals Val Gardena, Corvara en La Ila die uitgerust zijn met skistations en kabelbanen om horden wintertoeristen te ontvangen. Nu is het relatief kalm ook mede door de Coronacrisis natuurlijk.
Het gebergte wordt ruwer en het tweevaksbaantje kronkelt zicht over berg en dal. De bergruggen zijn begroeid met groen en eenmaal boven de boomgrens schieten dan granieten monolieten de lucht in. Tot een eind boven de 3.000 m.
Ons tweevaksbaantje kronkelt soms halverwege de valleivloer en de bergtoppen om dan weer eens van gans beneden tot over een bergpas te gaan. Wielertoerisme floreert hier en omdat er geen apart fiestspad is, let je best op om niemand omver te rijden.
Er staan ook massa's verkeerscamera's opgesteld langs de afgesleten Italiaanse bergwegen. Het is altijd een beetje raden naar de maximumsnelheid omdat die voortdurend wisselt tussen 50 en 70 km/u. Als mijn GPS weeral eens een snelheidscamera aankondigt, verminder ik voor alle zekerheid tot 50 km/u.
Onderweg lijken de huizen allemaal op elkaar, Oostenrijkse stijl, in hout en met veel bloembakken aan de balkons. Er moet ook een soort motowedstrijd aan de gang zijn. Genummerde derny-achtige, lichte en antieke tweewielers rijden op de weg, niet traag maar ook niet te rap. Het lijkt niet direct op een snelheidswestrijd. We zien controleposten.
We rijden rond de middag Cortina d'Ampezzo binnen, Queen of the Dolomites lezen we. En dat ze in 2026 de Olympische winterspelen opnieuw organiseren, snappen we ook. Aan de kerk staat zelfs een digitale klok die seconde per seconde aftelt tot D-day.
Pittoresk Cortina ligt in een put en is omgeven door prachtige Dolomietentoppen in allerlei grijze tinten. Vanuit elke plek in het stadje kan je de bergen zien. Het is vooral een bekend skioord voor het chiquévolkje. En dat zie je al aan de verkeersvrije hoofdstraat vol merkenwinkels. Zelfs het laatste Audi break model staat op een podium in de straat te blinken voor de kijklustige toeristen.
Ons tweesterren familiehotelletje ligt klof neefest de kerk temidden het centrum. Ideaal gelegen als uitvalsbasis voor een namiddagwandeling langs een Vennbahn-achtige oude spoorwegbedding die omgevormd is tot een fiets- en wandelroute en dwars door Cortina loopt. Dreigende onweerswolken en gedonder vanuit de bergen dwingen ons tot terugkeer en onze timing is perfect want we stappen ons hotel binnen op het moment dat het begint te regenen.
Uit de brochure met tientallen bergwandelingen die we van de hotelreceptie ontvangen is het moeilijk te kiezen voor morgen. Dus kijk ik meteen naar de 'da non perdere' of de niet te missen tochten en ook in mijn Lonely Planet reisgids. We kiezen voor een halve dag wandeling morgen voormiddag: van de Ra Stua hut (1.670 m) naar Forcella Lerosa (2.020 m) of Trail No 8, startend een 12-tal km ten noorden van Cortina in het Parco Naturale d'Elle Dolomiti d'Amprezzo. Klinkt geweldig toch? Alleen al veur de naam zoede goan. We slaan alsnog in de lokale superette de picknick in.
Zoals elke avond check ik de evolutie van de corona kleurcodes in Europa. In de laatste update kleurt Spanje volledig rood, Frankrijk driekwart en is er nu ook een rode regio in Oostenrijk (Wenen). Ondertussen is Noord-Italië volledig oranje gekleurd.

DOLOMIETEN

De naam van het gebergte is genoemd naar het mineraal 'dolomiet' dat op zijn beurt werd genoemd naar de Franse geoloog Dolomieu. Ze zijn een onderdeel van de Zuidelijke Alpen en onderscheiden zich van de rest van de Alpen door hun grilligheid, scherpe pieken, smalle ravijnen en steile afgronden. De grijs-gele kleur van de rotswanden boven de boomgrens, veroorzaakt door magnesium, is ook typisch aan de bergketen.
De hoogste piek is Marmolada (3.343 m) en er zijn nog 15 bergtoppen boven de 3.000 m. Er is een oostelijk (Cortino d'Ampezzo) en een westelijk deel (Stelvio). We bezoeken beide delen te beginnen met het oostelijk deel.
Er werd hevig gevochten tijdens WOI en uiteindelijk is een deel van Tirol ingepalmd door Italië.

DAG 4----- Donderdag 17 Sept 2020----- Cortina d'Ampezzo (1.224 m hoogte)
De ochtend toont een blauwe lucht en zo zijn de onweerswolken van gisteren verjaagd. We rijden naar de start van onze tocht. Die begint aan de Ra Stua hut langs een oud militair pad aangelegd door de Oostenrijkers tijdens WOI.
We klimmen in een sparren- en dennenbos via haarspeldbochten omhoog. Het pad is net niet te steil. Aan elke draai is er wel een uitzicht op de vallei en we zien onze auto op de parking bij elke bocht verkleinen tot een nietige, rode stekduuze. De sparren en dennen lijken eeuwenoud door die stammen met enorme diameters.
Koebellen verraden dat die beesten ergens aan de andere kant van het bos grazen. Hogerop stappen we door een lo waar de bomen plaats gemaakt hebben voor een kleine, gezellige groene vallei. Het is een soort ingezakte, langwerpige kuil waar ook koeien grazen, getuige de vele koeienstronten en bijhorende strontvliegen.
We stappen verder en komen even verder uit bij een houten huisje (privaat) langs een pad aan de boomgrens en bereiken de prachtige Lerosa vallei, een dikke 2.000 m hoog. We lezen op een toeristisch bord dat deze plek een belangrijk militair station was tijdens WOI inclusief twee kerkhoven in de buurt voor gesneuvelde Oostenrijkers. Maar daar is nu niets meer van te zien.
De koeien die we daarnet hoorden, zien we hier lopen. Het moeten hier vruchtbare graslanden zijn. Op de top van de vallei hebben we zicht op de Croda Rossa (3.146 m), een fantastische Dolomietenpiek.
We keren terug langs het andere been van de lus, een zeer steile rotsachtige weg naar beneden en vergt veel van onze knieën en heupen.
Het is middag als we terug aan het startpunt staan, tijd om onze picknick te verorberen.
We rijden door naar een ander natuurpark rond Cortina: Parco Naturale Tre Cime (Het Drie Pieken Nationaal Park). De streek is een beroemde en beruchte klimmerslokatie. We bevinden ons hier aan de noordzijde van de Drie Pieken.
Er wordt nogal gestoeft in de toeristenbrochuurtjes over deze plek als hèt herkenningspunt van de Dolomieten. Maar als we ginds aankomen dan kunnen we toch niet meteen die drie pieken tussen de tien andere herkennen. Zelfs de vergelijking met een posterfoto aan het uitzichtpunt geeft geen uitsluitsel. Ik vraag raad aan collega-toeristen en we kunnen ons min of meer een consensus vormen welke drie bergpieken bedoeld worden. Ze doen me denken aan de drie monolieten in het NP Torres del Paine in Chili (Zie mijn boek: De Wereld Rond, blz 359). Dit wil dan ook zeggen dat het uitzicht adembenemend is en er hier niet wordt gekeken op een piekje meer of minder. We rijden verder naar de zuidkant van de Drie Pieken waar we een even spectaculair zicht krijgen.
Via het Meer van Misurina dalen we af naar Cortina. Wat opvalt zijn de steile klimmen/dalen met regelmatig percentages van 12% en meer. Harde tijden voor de wielertoeristen waarvan sommigen amper 7 km/u halen, schat ik.

DAG 5----- Vrijdag 18 Sept 2020----- Cortina d'Ampezzo - Bolzano----- 127 km
Het ontbijtzaaltje in ons hotelletje is een krappe bedoening. En om het corona-veilig te houden draagt iedereen een masker en zijn plastieken platen geplaatst tussen de tafeltjes. Een vreemd tafereel speelt zich af met de hotelbediende die plots een vlieg ziet vliegen boven het ontbijtbuffet, zonder aarzelen een spuitbus uit haar zak neemt en het beestje dood spuit ... boven het eten.
Net als in dag 3 kiezen we niet voor de kortste en snelste weg naar ons doel maar voor de mooiste, de Strada Dolomites langs de Val di Fassa (de Fassavallei) doorheen het hart van de Dolomieten.
Cortina verlaten is per definitie een steile col berijden, de S. Lucia, waar elke haarspeldbocht genummerd is: 25 bochten (tornanti) in totaal. Er is geen reden waarom ik deze eruit pik want we hebben de laatste dagen 10 à 15 van deze bijters gedaan. De kleine en ranke kerkjes van de gemeenten aan de voet of halverwege de berg vallen op.
We passeren Arabba, een stadje van waaruit een andere col (Col di Lana) vertrekt die blijkbaar populair is bij de wielertoeristen. Ganse bressen sleuren zich naar boven, de elektrische fietsers iets makkelijker dan de klassieke. Het valt op hoeveel vrouwen zich meten met de mannen.
Het landschap blijft verwonderen. Vanaf de top van één van die cols vormt de bergketen een hoefijzervormig massief, een soort amfitheater rond de vallei, met de Marmolada (hoogste berg met 3.343 m) als trekpleister. Alvast schoner dan de felle kleuren van de Ferrari's en Lamborghini's van de Italiaanse elite die de berg komen opgestoven. Daar verbleken de Duitsers-met-pet-en zonnebril mee in hun Mercedes en BMW cabriolets.
We dalen af in de prachtige Fassavallei, een soort lange doorsteek geflankeerd door die typische Dolomietenpieken. Het is een brede vallei en de vloer is bezaaid met tal van dorpjes en kleine stadjes, elk met hun slanke kerkjes. Ze vormen een aaneengesloten ketting van bebouwing, een soort van Vlaamse lintbebouwing. Het is langs de col naar de vallei toe dat een motorrijder zijn draai mist en in het decor valt. Gelukkig zonder veel erg want de snelheid lag niet al te hoog en hij valt langs de ondiepe kant van die haarspeldbocht. Langs diezelfde afdaling rijden we onder een houten staketsel/brug. Het blijkt een houten overkapping van een skipiste te zijn.

MIJN AUTO-GPS MAAKT OVERUREN

De Italiaanse politie heeft er voor gekozen om de snelheid in toom te houden door zowat elke paar kilometer een snelheidscamera te plaatsen. Hier is de algemene maximumsnelheid duidelijk: 50 km/u. En omdat mijn auto GPS dat weet, vertelt het GPS-madammetje-met-Hollands-accent me om de haverklap:
'U nadert een snelheidscamera', even verder herhaald door:
'Snelheidscamera'.
Als je weet dat elk dorpje zijn rotondes heeft en die door haar ook aangekondigd worden, aangevuld met de hoeveelste straat ik moet inslaan en mèt het nummer van de weg, dan begrijp je dat mijn GPS voortdurend aan het babbelen is.
Over wegnummers gesproken: de secundaire wegen in Italië worden genummerd beginnend met twee letters en gevolgd door (een) cijfer(s). Vele wegen noemen SSxx. Het GPS-vrouwtje spreekt de dubbele S goed uit maar de wegen genummerd als SRxx, spreekt ze uit als Senior. Een kleine bug in de GPS-software.

We rijden de vallei uit via een geleidelijke - ik schat 20 km afdaling - naar de provincie hoofdstad Bolzano over een perfecte asfaltlaag, de eerste deze week, de autosnelwegen niet meegerekend, door tal van tunnels waaronder een zeer lange die rechtstreeks uitkomt aan de rand van de stad.
We rijden Bolzano binnen. Ons hotel ligt net in het begin van een verkeersvrije zone maar ik waag me er toch 50 m in om alvast de valiezen te lossen. De jongen aan de receptie schrikt en maant me aan onmiddellijk weg te rijden. We kunnen terecht in de parkeergarage van het hotel om de hoek. Ik bemerk wel dat camera's de toegang tot de wandelaarszone bewaken. Ik heb dus vrij zeker een boete aan mijn been. De receptiejongen is echter zo vriendelijk om onmiddellijk een mail te sturen naar de politie met ons kenteken en uur van aankomst om zo een boete te vermijden. We zullen pas een paar weken later weten of het gelukt is.
We bezoeken deze namiddag de stad en laten ons verloren lopen in diezelfde verkeersvrije zone. De stad lijkt een aaneenschakeling van smalle straatjes en pleintjes en terrassen van cafés en restaurants, allemaal druk bezet. Het is dan ook nog 28° warm deze namiddag. Het vele volk doet ons rondlopen met mondmasker.
Om man en vrouw tevreden te stellen, vinden we een evenwicht in winkelbezoeken en terrasbezoeken. Alhoewel. Martine heeft een soort afspraak met haar sporthorloge die vibreert als ze 10.000 stappen per dag haalt. Dus moet er veel gewandeld worden want da spel moet vibreren om haar dag goed te maken.
Vanaf de terrasjes op het centrale marktplein is de voornaamste bezigheid kijken naar de passanten met een glas wijn in de hand. Samen beamen we dat er veel schoon volk rondloopt in deze stad.
Na het avondeten passeren we nog een optreden van een live band, coronaproof georganiseerd met afstand tussen de stoelen, waarop ik niet meteen een label kan plaatsen. Het is een soort techno-jazz. We wandelen ook voorbij een bedelaar-met-humor. De dertiger, gezeten op de stoep, heeft vier potjes voor zich staan met daaronder een kartonnetje: eentje voor 'food', eentje voor 'weed', eentje voor 'beer' en eentje voor 'LSD'. Aan de voorbijganger de keuze in welk potje hij/zij geld wenst te smijten.
Als we even teruggaan in de recente geschiedenis werd Bolzano (of Bozen in het Duits) samen met Zuid-Tirol na WOI deel van Italië. Daarom voelt de stad zeer Oostenrijks aan, ook omdat alles tweetalig Italiaans/Duits is: straatnamen, verkeersborden, de horeca en op de openbare plaatsen.
Ik lees vanavond dat in ons land en ook elders in Europa het aantal Covid19 besmettingen razendsnel toeneemt, tot over de 1.500 per dag. Er is dus een tweede besmettingsgolf aan de gang, erger dan de eerste en met besmettingsaantallen vergelijkbaar ten tijde van de lockdown periode in maart. Ik check de corona kleurenkaart, maar in Italië blijft alles voorlopig groen of oranje.

DAG 6----- Zaterdag 19 Sept 2020----- Bolzano - Riva del Garda----- 178 km
We draaien vanuit Bolzano de A22 autosnelweg op. Grote borden met 'Dolomieten Unesco Werelderfgoed' drukken ons nog eens op de feiten maar wat vooral opvalt zijn de kilometers lange appel- en perenplantages langs beide zijden van de snelweg. We lezen dat er renetten en golden delicious groeien.
De aanblik van de bergen is veranderd. We zien met een beetje goeie wil een soort tafelbergen, dicht begroeid op de schuinere bergwanden en krijtkleurig op de loodrechte rotswanden.
We nemen de afslag en rijden richting Madonna di Campiglio, een Dolomietenstad op 1.553 m hoogte maar omringd door nog hogere pieken. Het is een bekend skioord waar we een koffiestop inlassen. We zien de kale pistes in de sparrenbossen op de steile bergen. Die witbesneeuwde pistes tussen het dichte groen met skiënde toeristen moeten spectaculaire beelden opleveren.
Maar vooraleer we M. di C. binnenrijden, rijden we na het verlaten van de autosnelweg door een nauwe vallei waar iedere vierkante meter grond ingepalmd is door nog meer fruitplantages maar ook door druivenranken. Appelen en peren hangen gruisdikke op de strak gesnoeide boompjes en de druivenstreek wordt aangekondigd als 'Zona de la Grappa'.
We verlaten een van de valleien en draaien een col op. Op de top ligt een golfterrein, prachtig gelegen tussen de Dolomietenpieken. Even verder rijden we door een 2 km lange tunnel die een afslag heeft naar het centrum van M. di C.
Het laatste traject naar Riva del Garda gaat door een ruw landschap. We vertoeven terug een tijdje in de hoge Dolomieten. De cols zijn steil en de valleien maken plaats voor diepe ravijnen. Er is geen plaats meer voor fruit en druiven maar veeleer voor tunnels, bruggen en overhangende rotsen.
Riva is de populairste stad aan het noordpunt van het Garda Meer waar de Dolomieten uitdeinen en de streek uiteindelijk vlak wordt.
Het meer roept bij mij jeugdherinneringen op toen ik als puber met mijn ouders meereisde. Het is sindsdien de eerste keer dat ik hier terugkeer. Vanaf het strand zien we tientallen windsurfers op het reuzemeer (51 km lang en 17 km op zijn breedst) omdat uitgerekend hier altijd veel wind staat. Dit komt door de vorm van het meer en de nabijheid van de bergen waardoor een soort trechter ontstaat.
Net als Bolzano heeft Riva een Germaanse link als deel van Habsburg, Oostenrijk. Het werd ook ingelijfd door Italië na WOI. Naar ik verneem zouden de verlichte geesten Nietzsche en Kafka hier kind aan huis geweest zijn. Straten en pleinen zijn naar hen vernoemd.
Het was April 2004 in Chili. Mijn broer en ik boekten een driedaagse jeepreis over de Altiplano, de hoogvlakte in de Andes tussen Chili en Bolivië, met de Uyuni zoutvlakte in Bolivië als eindpunt. Het is nog steeds mijn beste en mooiste natuurtrip ooit. Op die driedaagse waren ook een Frans koppel en een Italiaan aanwezig (Zie mijn boek 'De Wereld Rond', blz 332). Die Italiaan noemt Omar, woont nabij Riva del Garda en die gaan we na 16 jaar opnieuw ontmoeten.
De ontmoeting is hartelijk maar coronaregels verbieden ons om te familiair te zijn. Hij heeft een cadeautje mee voor ons: een fles grappa en een fles olijfolie. Zijn vriendin is Braziliaanse en afkomstig van de provincie Sao Paulo, waar ik zo lang heb verbleven voor mijn werk. Het ijs is meteen gebroken en vooral Omar blijkt een moeilijk te stoppen babbelaar te zijn. We dineren in de oude stad van Riva en drinken daarna nog een pint. We sluiten een mooie avond af met een cadeau van ons aan hen: een mandje gevuld met enkele typische Belgische bieren.
Terug op de hotelkamer lees ik dat Pogacar de afsluitende tijdrit en de Ronde van Frankrijk wint. Wat een verrassend slot en meteen een ontgoocheling van formaat voor Roglic en de Jumbo Visma ploeg met Wout Van Aert.

DAG 7----- Zondag 20 Sept 2020----- Riva del Garda
We beslissen om de dag te starten met een bezoek aan een 4 km verderop gelegen waterval die zich 100 m diep in een grot stort maar het domein is gesloten wegens ... te weinig water. En als er geen water is dan is er ook geen waterval.
We lassen dan maar een luie periode in, wat wel mag in een temperatuur van 29°, aan de zwemkom van het hotel.
Deel drie van de dag is iets actiever voor mij. Ik huur een mountainbike. De hotelreceptie heeft me een prachtige route uitgestippeld. Ik volg een klimmend, onverhard en uit de rotsen gekapt wegje langsheen het meer. Hier rijzen de rotsen loodrecht uit het water. De uitzichtpunten vanuit de hoogte op het meer en op de oude stad Riva zijn wondermooi. Ik rij ook door diverse ruwe tunnels, steeds hoger en hoger en de uitzichten worden weidser. Het valt op dat de overgrote meerderheid van de mountainbike collega's elektrisch rijden. Op het hoogste punt zie ik de haarspeldbochten onder mij. Ik kiere mijn kerre en lever de fiets terug in.
Tijd om het gezellige oude stadsdeel te bezoeken. We hebben gisterenavond enkel een glimp opgevangen - want we waren te druk in de babbel met Omar - en we gaan nu verder verkennen. De oude binnenstad is een gezellig ding met om en bij de 15 wandelstraten die een aaneengesloten horecalint vormen. Het centrale plein ligt aan de oever van het meer, aan de kleine jachthaven.


KOFFIE IN ITALIE

Toen Omar me toevertrouwde dat hij dagelijks een paar espresso's-met-suiker drinkt, in één teug, dan wist ik het: geen enkele Italiaan functioneert vooraleer hij 's morgens zijn espresso gedronken heeft.
Voor ons is zo'n espresso veel te straf. Daarom vragen we altijd een 'café americano', een soort aangelengde espresso. In alle geval een koffie die niet in één slok leeg is.
Je zou verwachten dat een Zuid-Amerikaans of Aziatisch koffiebonenland aanspraak zou maken op de titel van 'beste koffieland', maar het is zonder meer Italië. Er zijn zoveel koffiehuizen in het land als biercafés bij ons. Maar wist je dat de eerste cafés koffiehuizen waren uit de 17e eeuw? Het woord café is afkomstig uit het Frans en betekent koffie.
Alles draait rond de uitvinding van een belangrijk instrument: de espresso-machine, die met druk water door de koffie perst. Een perfect gezet kopje espresso voldoet aan veel voorwaarden:

    • De druk waarmee het water door de koffie wordt geperst moet 9 atmosfeer bedragen.
    • Het water moet een temperatuur van 92° hebben. Te warm water leidt tot te donkere koffie met een brandsmaak, te koud water tot een slappe koffie.
    • De koffiehouder moet na ieder gebruik worden leeggemaakt door de koffie in een bakje uit te slaan wat een typisch geluid geeft.
    • De dosering bedraagt 7 g per kopje. Te weinig geeft een slappe koffie en bij teveel stroomt de koffie niet goed door met een brandsmaak als gevolg.
    • De kopjes moeten altijd voorverwarmd zijn. Als de koffie in een koud kopje valt koelt de koffie te sterk af en verdwijnt het typische schuimlaagje.
    • De koffiebonen zijn een mengeling van Coffea Arabica en Coffea Robusta. Elk koffiemerk heeft zijn eigen melange en roostermethode.

DAG 8 -----Maandag 21 Sept 2020 -----Riva del Garda - Tirano -----158 km
Nadat we vanuit Bolzano zuidwaarts gezakt waren naar Riva del G., rijden we nu terug noordwaarts richting Tirano, een grensstadje aan de Italiaans/Zwitserse grens.
We volgen eerst een stuk autostrade. Ik vertel dit alleen maar omdat op bepaalde stroken de geluidsmuren bedekt zijn met zonnepanelen. Er zit een knik in de muren waardoor de zonnepanelen beter gericht staan naar de zon. Als dat geen mooi voorbeeld is van twee (ecologische) vliegen in één klap: anti-lawaai en opwekkking elektriciteit.
Na de autosnelweg duiken we terug de Dolomieten in met een vergelijkbaar landschap als de vorige dagen. Het lastigste is nog het respecteren van de juiste snelheid op de Italiaanse wegen met al die snelheidscontroles en -camera's. Onoplettendheid kan u honderden euro's aan boetes kosten.
Het landschap wordt ruwer met diepe valleien en ravijnen. We rijden opnieuw over hoge cols en dat wordt bevestigd door de eerste bergtoppen waar we eeuwige sneeuw zien.
Het is al een stuk in de namiddag als we afdalen naar het relatief laag gelegen Tirano (441 m) op drie km van de Zwitserse grens aan de voet van de Alpen. Of zijn het nog Dolomieten?
Na de hotel check-in, informeren we in het station van Tirano naar dè toeristische trekpleister van de streek, namelijk de rode trein of de Bernina Express, een smalspoor over de Alpen.
Maar dat is zonder een douanier gerekend. Vooraleer aan de infobalie te komen, passeren we het douanekantoor. Ik lees op de ad valvas borden dat er een douanedocument moet ingevuld worden.
'Do we need to complete the custom forms?', vraag ik hem. Een paar vloeiende Italiaanse volzinnen zijn het antwoord met daartussen twee belangrijke Engelse woorden: Tax Free.
'Yes, Si', antwoord ik.
'Passport bitte', vraagt hij in het Duits. Ik geef hem mijn Belgische identiteitskaart. Hij verschiet:
'You are from EU', kan hij toch enkele woorden Engels en dan komt het:
'No Tax Free!'.
Het begint me te dagen dat hij veronderstelt dat we goederen willen declareren en dat we daarop belastingen moeten betalen wegens import in Zwitserland, een niet EU-land. De man wenkt ons in zijn kantoor en begint op zijn PC te tokkelen. Hij wil het scherm naar mij draaien maar dat lukt niet dus moet ik achter zijn bureel komen en het scherm lezen. Hij heeft Google Translate geopend en iets geschreven. Het is wat ik dacht: ik moet op mijn aan te geven goederen invoerrechten betalen. Hoe moet ik nu uitleggen dat ik gewoon kwam informeren over de trein die we morgen willen nemen en ik hoegenaamd niets aan te geven heb? Ik mag op zijn stoel plaatsnemen en typ het in Google Translate (NL --> IT). Hij leest de vertaling, ik zie zijne frank vallen en een glimlach verschijnt op zijn gezicht. Zijn overijverigheid heeft plaats gemaakt voor een gulle lach en ik moet bijna een omhelzing vermijden om uit zijn kantoor te geraken.
We bezoeken het kleine historische centrum van de stad met nauwe kasseistraatjes, diverse kerkjes en enkele stadspoorten. Er staan ook twee palazzo's in de wijk die nu omgevormd zijn tot musea. Ze dateren uit de 16e eeuw. Het lijkt ons een zeer oud stadsgedeelte waar de lokale bewoners precies nog in die gebouwen wonen.
We lopen terug naar ons hotel al over de gekanaliseerde Adda rivier. Die loopt als één rechte streep van essentent door Tirano, als scheidingslijn tussen de oude en de nieuwe stad.

DAG 9 -----Dinsdag 22 Sept 2020 -----Bernina Express naar Zwitserland
Geen ontbijtbuffet deze keer. We moeten kiezen tussen een Engels of een Italiaans ontbijt. We kiezen elk voor een ander ontbijt. Engels ontbijt is klassiek met toast, ei, spek en kaas maar bij de Italiaanse versie is het zoetigheid ten top: flancake en een grote croissant gevuld met gele crème èn confituur. Gecombineerd met hun straffe koffie heeft mijn maag de ganse voormiddag tijd nodig gehad om dit goedje te laten verteren. Ik weet wat ik morgenvroeg niet ga kiezen.

BERNINA EXPRESS

De Bernina Express Lijn - de rode trein genoemd - is een klein deeltje van een 384 km smalspoor netwerk over en door de Alpen en is eigenaar van de Rhatische Spoorweg onderneming, een onderdeel van de Zwitserse spoorwegen.
De lijn verbindt Tirano, Italië op 441 m hoogte naar het mondaine St. Moritz, Zwitserland op 1.775 m hoogte over een afstand van 61 km. Ze is de enige spoorweglijn in Europa die over de Alpen loopt met als hoogste punt Ospizio Bernina op 2.253 m. Hij overbrugt dus 1.812 m tussen Tirano tot aan het hoogste punt in Ospizio en dat over een afstand van 22 horizontale km's. Rekenen jullie het gemiddelde stijgingspercentage uit?
Het is geen tandradspoor maar een gewone spoorlijn met een stijging tot 7%, wetende dat de 'normale' spoorlijnen maar gemiddeld 2% stijging aankunnen.
Het volledige smalspoor netwerk is Unesco Werelderfgoed sinds 2008 en telt 55 tunnels en 169 bruggen. Rood is de kleur van de trein.

Met de trein van 9u vertrekken we uit het station van Tirano en rijden paralel met de drukke verkeersas, de Via Italia, die de stad doorkruist. We passeren na 1 km de prachtige Basiliek van de Madonna van Tirano uit de 16e eeuw, waar in 1504 de Maagd Maria zou zijn verschenen.
En na 3 km overschrijden we al de grens met Zwitserland met een stop aan het eerste Zwitserse stationnetje. We doen niet de volledige 61 km naar Sankt Moritz (62 € pp, H/T) wegens de nogal heftige prijs maar vooral wegens de zware bewolking. We besluiten om de rit te boeken tot in Ospizio Bernina (40,10 € pp, H/T), op het hoogste punt van de lijn (2.253 m) en dan terug te keren in brokken en stukken.
De rode trein met moderne wagons en grote ruiten zet zijn kronkelende tocht verder, dieper en hoger de Zwitserse Alpen in. In Brusio doet de trein iets eigenaardigs. Hij rijdt over een cirkelvormige, ronde viaduct zoals een klaverblad bij de auto's. Tijdens die cirkelende beweging klimt de trein hoger en hoger en kan hij vlugger hoogte nemen.
Daarna klimt hij gestaag verder door de naaldwouden om in de regio van Alp Grüm een aantal weide haarspeldbochten te nemen. Alp Grüm zelf op 2.091 m biedt het mooiste panorama van de rit met uitzicht op de Palü gletsjer en enkele Alpentoppen ... ware het niet dat we geboycot worden door het GLW (Genootschap van Laaghangende Wolken). Het GLW is een natuurlijke vereniging die alle wolken verzamelt om de mooiste zichten te maskeren enkel en alleen om toeristen te kloten.
Na anderhalf uur stappen we af in Ospizio Bernina op 2.253 m. Het is er 7° en we bevinden ons boven het GLW. Hier piept de zon. De stopplaats ligt aan twee stuwmeren. We wandelen naar de dam en zien dat de kleur van het ene meer veel bleker is dan de kleur van het andere meer. De naam verraadde het al: Lago Bianco en Lej Nair.
We nemen na een uur de trein terug richting Italië. We passeren opnieuw Alp Grüm en kunnen nu wel genieten van het panorama want het wolkendek is langzaam aan het oplossen. We kijken naar de pieken en diep in de vallei waar we enkel de morenen ontwaren van een ver teruggetrokken gletsjer.
We stappen onderweg af in het station van Cavaglia. Je vindt er de gletsjertuin met de 'pannen van de reuzen', het resultaat van een natuurfenomeen: door de krachtige, aanhoudende druk van het gletsjerwater hebben stenen en zand in de loop van millennia gletsjermolens in de rotsen uitgegraven. Dit zijn een soort uitgesleten gaten in de rotsen tot 10 m diep.
Na het parcours springen we terug op de volgende trein en dalen verder af richting Italië. De vele schutsels op de zijbermen vallen op. Ze dienen tegen afbrokkelende rotsblokken of tegen de wintersneeuw. We rijden zelfs door houten (anti-)sneeuwtunnels op plaatsen waar het moeilijk sneeuw ruimen is tijdens de winter. Dit zagen we destijds ook op de spoorlijn van Mendoza, Argentinië over de Andes naar Chili (Zie mijn boek: 'De Wereld Rond', blz 388).
Tijdens de treinrit passeren alle typische Zwitserse ingrediënten de revue: valleien, alpenweiden, pittoreske dorpjes, Zwitserse vlag in de kerktoren. Maar ook de trein die een dorpsplein dwarst of een rijvak inpalmt op een autobaan en dus te kampen heeft met auto's als tegenliggers of een perron die als openbare weg gebruikt wordt.
We stappen een laatste maal onderweg af in Le Prese. Daar ligt het Poschiavo Meer. We stappen 4,5 km rond het meer van Le Prese tot Miralago, het volgende treinstation. Na een hete choco en een stukje pruimentaart treinen we terug naar ons startpunt, het station van Tirano.
We lezen in de digitale krant dat reizen naar rode zones niet meer verboden is maar enkel sterk wordt ontraden en de bubbel van 5 wordt afgeschaft. Vertaald naar ons wil dit eigenlijk zeggen dat we nu overal in Europa terecht kunnen. Maar we gaan toch geen dommigheden uithalen. Frankrijk en Spanje blijven no-go zones voor ons.

DAG 10----- Woensdag 23 Sept 2020 -----Bormio en Stelvio bergpas
We kiezen allebei voor het Engels ontbijt.
Vandaag maken we een dagtrip vanuit Tirano tot een heel stuk boven de 2.000 m maar deze keer met de auto in plaats van de trein. Het eindpunt is de Passo dello Stelvio op 2.758 m ofwel de top van de legendarische berg uit de Giro waar Thomas De Gendt in mei 2012 zijn mooiste zege behaalde.
We stijgen uit de put die Tirano heet en rijden richting Bormio (op 1.225 m) aan de voet van de Stelvio. Onderweg passeren we de Mortirolo, nog zo'n Giroberg. We zitten dus nog steeds in de Dolomieten en flirten voortdurend met de Zwitserse grens.
Na een half uur rijden we Bormio binnen. Maar niet zonder een resem tunnels door te rijden gaande van 963 m lengte tot 7.925 m. Dat is bijna 8 km door een verlichte mollenpijp rijden.
Even buiten de stad zien we de officiële start van de Stelvioklim: 20 km lang. Je moet weten dat de weg ernaar toe al kilometers aan het stijgen is. Dus als je vertrekt vanuit het centrum tel er gerust 5 km bij.
De eerste helft van de klim is over smalle wegen, kort na elkaar gelegen haarspeldbochten, steil (gemiddeld 10%) en smalle, draaiende tunnels en overkappingen waar het altijd bang afwachten is op een tegenligger die hopelijk niet te breed is. Op één plaats zijn er verkeerslichten omdat de tunnel te smal is voor twee wagens naast elkaar. De bergwanden van de vallei zijn ruw en gespleten. Vanuit een van die spleten komt er een waterval naar beneden.
Daarna komen we op een plateau terecht met minder steile % maar waar je de onmetelijkheid kan inschatten van een kanjer van een berg.
Na een paar km volgen dan de finale haarspeldbochten, te ronden tot aan de top. Er staat nog altijd op een van de betonmuren 'Sagan' geschilderd.
Het is amper 5° op de top. Het panorama is wondermooi met net na de top, in de afdaling, 25 zigzaggende haarspeldbochten mooi onder elkaar. Het levert prachtige foto's op met die nevelslierten die komen en gaan.
We maken een kleine wandeling naar een hoger gelegen uitkijkpunt, weg van de drukte op de top met zijn vele hotels, winkels en bars. Net een klein dorp. De Zwitserse grens ligt hier op amper 300 m verder noordwaarts klimmen richting de Dreisprachen col (2.843 m). Op de grens staat een trekkershut (Rifugio Garibaldi).
Kampers hebben het moeilijk om de korte haarspeldbochten te nemen. Motoren daarentegen leggen zich plat en halen snelheid. We zien jongeren met hun ski's in de gondel stappen richting de eeuwige sneeuw. Wielertoeristen komen boven en genieten van de geleverde inspanning met een high five (ik ben jaloers). En ja, in de WC van een koffiebar wordt het sas coronaproof bediend met een pedaal.
We kieren ons kerre, terug richting Bromio en stoppen even aan een gedenkboog van WOI. Het is niet de eerste keer dat we herinneringen aan WOI zien. Er moet hier in de regio hevig gevochten zijn. Ik lees/vertaal een tekst op de gedenkplaat: 'zoveel gruwel in zo'n mooie natuur'.
We houden een late lunchstop in het centrum van Bromio. De GPS leidt ons naar het oude stadsdeel steevast aangegeven door de verkeersborden 'Zona traffico limitato' (Zone met beperkt verkeer). We zien vanuit de stad de dominante 3.075 m hoge wand van de Monte Reit en de vele skipistes die kale linten trekken op de berghellingen. Moet mooie zichten opleveren in het skiseizoen.
In tegenstelling tot gisteren is de hemel uitgeklaard en is het GLW verdreven. We vieren dat met een glaasje vino rossi.

DAG 11 -----Donderdag 24 Sept 2020 -----Tirano - Como -----118 km
We rijden deze morgen richting het Comomeer en dwarsen nu de Alpen in plaats van de Dolomieten. En als we eergisteren en gisteren nog lichtjes opgewonden werden van al die tunnels, dan doet het ons vandaag niets meer. En we rijden er terug een pak door.
Ons GPS stemmetje-met-hollands-accent heeft een baaldag: we merken onjuistheden op het scherm (onvoldoende geupdatet?) en ze vergeet snelheidscamera's te melden.
Na 85 km komen we aan in Varenna, aan de oevers van het Comomeer. Het miezelt. Hier nemen we de ferry naar Bellagio om een lange omweg met de auto te vermijden. De bediende achter het loket moet het merk van mijn wagen weten om de ticketprijs te bepalen.
'Mazda', antwoord ik.
'What kind of Mazda?', repliceert hij. En hij noemt me onmiddellijk alle types op. Ik heb maar te kiezen. Hij tikt wat op zijn laptop en komt uit op 19 euro.
Wen sanse, de ferry vertrekt al binnen 20 minuten. Er rijden uiteindelijk slechts twee auto's op de boot, een auto met Franse nummerplaat en wij. Een kwartier later rijden we al af de boot en parkeren ons net buiten het stadje. We lassen een koffiepauze in want Bellagio is een van de mooiste stadjes aan het meer met als bijnaam: 'De Parel aan het Comomeer'.
De naam 'Bellagio' doet me denken aan Casino in Las Vegas met dezelfde naam uit de Ocean's films. Daarbij werd de casinodirecteur opgelicht door Brad Pitt en zijn (sympathieke) criminele bende.
De kant van het meer is ingenomen door de horeca en de smalle straatjes heuvelopwaarts zijn ingenomen door winkels. Nog eventjes verder klimmen en we komen op het kerkplein. Het is hier rustiger want de meeste toeristen slurpen beneden aan hun koffie met zicht op het meer. Wij daarnet ook trouwens.
We rijden na twee uur verder richting Como stad. Het worden 38 kronkelende en wiebelende asfalt kilometers op de kustweg tussen Bellagio en ons einddoel. De weg situeert zich niet op meerniveau en niet op de top van de heuvels maar ergens halverwege, uitgegraven of uitgehouwen uit de rotsen. We rijden onderweg door talloze kleine oeverdorpen en ze bekoren allemaal. Ze zijn zo uitnodigend en verleidelijk om te stoppen en het meer vanuit hun perspectief te laten zien. We stoppen aan een aantal uitzichtplatforms en kijken het meer in. Het meer is smal en lang. De overkant is duidelijk te zien ondanks het wolkendek.
Omdat de Alpenheuvels direct uit het meer rijzen, hangen die dorpjes 'geplakt' aan de steile bergwand.
Verkeersborden geven de maximale snelheid van 70 km/u aan maar het is onmogelijk om die snelheid te halen. De kustweg is zo kronkelig en sommige stukken zo smal, vooral in de dorpen, dat je met kloppend hart hoopt dat er geen brede tegenliggers afkomen, stijl camion, bus of kamper.
Lappe, komt daar een bus uit de bocht. Snokke, mijn remmen dicht, zet me zo ver mogelijk rechts en heb nog de reflex om mijn spiegels in te klappen. Hij passeert mij op 15 cm denk ik. Eén keer moet ik efkes achteruit rijden voor een camion in aantocht.
Na dit prachtig maar nerveus baantje komen we aan in Como stad. Het meer met dezelfde naam heeft de vorm van een omgekeerde Y. En aan de onderkant van het linkerbeen ligt Como. De omgekeerde Y is volledig omringd door Alpentoppen en het meer is 51 km lang.
We bezoeken het oude stadsdeel... met dezelfde kenmerken als al de vorige. Maar de 14e eeuwse kathedraal van Como met zijn marmeren façade verdient wel een pluim evenals het plein genoemd naar een van zijn belangrijkste bewoners: A. Volta. Aan die man hebben we de batterijen te danken.
Het is aan de man zijn standbeeld dat we de zoveelste Aperol Spritz drinken, een echte hype in Italië.

DAG 12----- Vrijdag 25 Sept 2020----- Milaan
We nemen deze morgen de trein naar Milaan. Onderweg zien we dat het pas tussen Como en Milaan is dat de vlakte het overneemt van het gebergte. Er is op dit traject niets merkwaardigs te zien. Exact 1u en 1 minuut later stappen we af in Stazione Nord van Milaan.
Het weer is slecht vandaag, zowat de slechtste dag tot nu toe met miezelregen en wind. De temperatuur schommelt rond de 19°. Maar we laten het niet aan ons hart komen want La Martina ziet het helemaal zitten om deze modestad bij uitstek en uitgerekend tijdens de Milanese modeweek, te bezoeken. Thuis had ik al een stadswandeling van RouteYou geüpload naar mijn telefoon en die gaan we nu wandelen.
Het begint goed met het Kasteel van Sforzesco, meer een burcht met een enorm binnenplein. Verderop komen we al rap aan bij hèt herkenningspunt van de stad: de Dom van Milaan.

DE DOM VAN MILAAN

Er is gewerkt aan dit bouwwerk van 1386 tot 1812. Dat is lang maar het resultaat mag er zijn: een indrukwekkende, imposante kathedraal, eentje die uniek is in zijn pracht en glorie.
En dan die wit marmeren, gerestaureerde façade met al die sculpturen van personen tot op de hoogste torens, die nissen met ronde en spitse bogen, standbeelden en pilaren samengehouden door een web van schragen en schoormuren.
In totaal telt dit wonder 135 torenspitsen en 3200 standbeelden in de façade en op het dak. Het hoogste punt is 108 m hoog met daarop een vergulde Madonna, de beschermengel van de stad.
We kopen een ticket om de Dom binnenin te zien. We moeten bij de ingang ons rugzakje open doen. De eerste vraag komt direct binnen:
'Do you have a knife?', vraagt de carabinieri agente mij?
'No, I don't', moet ik haar 'teleurstellen'.
Zo overweldigend van buiten, zo imponerend is de Dom van binnen. Er lijkt geen einde te komen aan de marmeren reuzepilaren van de middenbeuk, marmer uit de Carrara marmergroeven. De glasramen zijn enorm groot. Alles is gewoon een dimensie groter dan andere basilieken en kathedralen. Spijtig dat de renovatie binnenin aan de gang is. De reeds opgekuiste pilaren van marmer vertonen witte, roze, beige en terra kleuren. Een groot verschil met de andere, nog te restaureren pilaren waarvan de marmer door de eeuwen heen donkerbruin is geworden.
Het plein aan de Dom is ook al groot(s) maar spijtig van de vele duiven. Het plein is omringd door poepsjieke galerijen waarin de winkels met alle grote luxemerken vertegenwoordigd zijn.


Op het plein voor de Dom is een betoging aan de gang van studenten. We kunnen uit de spandoeken afleiden dat het een anti-racisme aanklacht is, waarschijnlijk nog een uitvloeisel van de Black Lives Matter beweging. Oproerpolitie en militairen staan discreet opgesteld aan elke toegangsweg naar het plein. Ik zie een waterkanon. Maar er zijn geen incidenten en een uurtje later is de boel ontbonden.
Rondom het plein staat een in het oog springende sjieke booggalerij met mozaïeken vloer. Alle grote merken hebben hier een winkel maar hun gerief is peperduur. Aan die winkelstraten lijkt trouwens geen einde te komen. Ik wist niet dat er zoveel modemerken bestonden. Martine is in haar nopjes. Ik hou iedere keer een beetje mijn hart vast. Ik verdenk RouteYou ervan gesponsord te worden door de kledingketens want hun stadswandeling loopt toch wel bijzonder lang langs al die winkels.
Koffie en de Italianen, het is me wat. We stappen een van de vele bars binnen - deze keer niet de Starbucks - maar wel een lokale koffiebar met als motto: 'From Sunrise Till Sunset, With You'. Op de T-shirt van de kerel die bestelt, staat: 'No ordinary crew'. Ik hou er wel van als er nen hoek af is.
We wandelen verder en passeren twee universiteiten en nog een paar andere basilieken die in niets aan de grandeur van de Dom raken. Het valt op dat er veel basilieken zijn in de steden van Italië. Technisch gezien mogen ze die naam dragen omdat ze een bepaalde bouwstijl hebben met 'parasoldaken' en schriftelijk erkend zijn door de Paus.
We maken de wandellus rond en belanden een tweede keer aan de Dom. De scholen moeten gedaan zijn want het loopt er vol jongeren. Ze jakkeleuren, doen dansjes op hun smartphone na, roken en proberen elkaar te imponeren. Stoerdoenerij, de typische puberstreken verzekerst.
We verlaten Milaan's mooiste en stappen naar het station waar we de trein terug nemen naar Como.
's Avonds lezen we dat de tweede coronagolf in België met meer dan 1600 besmettingen per dag, lockdown proporties aanneemt. Italië doet het voorlopiig verrassend goed in Europa.

DAG 13----- Zaterdag 26 Sept 2020 -----Como - Chiavari----- 270 km
We staan op met een helblauwe hemel. Milaan is een dag te vroeg gekomen.
Maar niet getreurd, we vertrekken richting de provincie Ligurië aan de Middellandse Zee. We rijden de A4 autostrada op richting Milaan en daarna richting Genua. Even buiten Como wordt het landschap zo plat als ne cens. Op het volgende stuk richting Genua rijden we door de Povlakte, maar rechts doemen in de verte de Alpen op. Een kanjer met eeuwige sneeuw op de top is duidelijk zichtbaar. We twijfelen of het de Mont Blanc is maar meneer Google bevestigt ons vermoeden. De 4.810 m hoge berg steekt er met kop en schouder bovenuit.
We besluiten een koffiestop in te lassen in een wildvreemd en lukraak gekozen provinciestadje en vinden Vercelli op Google Maps (en niet vermicelli). We parkeren in het centrum voor anderhalf uur en verkennen de oude binnenstad.
We rijden verder en naderen de kust. Het sein voor een overdaad aan tunnels in het kustgebergte, een typisch kenmerk voor de Ligurische kust. Tussen het punt van aankomst aan de kust en ons eindpunt in Chiavari - zo'n 35 km - is het een aaneeschakeling van tunnels. Ik denk niet dat we 5 km in openlucht gereden hebben. We rijden onder andere over de gloednieuwe brug in Genua, je weet wel, die de twee jaar geleden ingestorte brug vervangt. Ze is pas een paar weken open.
De zon is van de partij en we flaneren op de dijk van Chiavari die ze hier de 'Promenade' noemen. Daarna wandelen we de oude stad in. Komt bekend voor?
We besluiten om in de late namiddag naar het nabijgelegen, sjieke Portofino te rijden. We volgen de enige toegangsweg die er is, namelijk een panoramische kustweg die de kustlijn strak volgt met keren en draaien. Het is vergelijkbaar met de kustweg rond Porto op Corsica. Portofino is de terminus van de kustweg die eindigt op een grote parking. Van daaruit moet je te voet naar zeeniveau waar een uitermate gezellige en pittoreske baai verschijnt. Het doet me denken aan een gelijkaardig Spaans stadje Cadaques net over de grens met Frankrijk.
Portofino is een exclusief stadje op het uiterste punt van een landtong en thuis voor de rijken en de machtigen. In normale omstandigheden is het hier moeilijk binnenkomen gewoon omdat het te klein is en de politie maar zoveel mensen laat binnenrijden wat het stadje aankan. Maar in coronatijden is dit wel mogelijk.
Portofino doet Martine direct denken aan Mooi en Medogenloos, waar dit plaatsje blijkbaar in voorkomt als modestad. Weet ge nog, dat Amerikaans feuilleton waar er in één aflevering niets gebeurde, buiten tientallen keren 'I love you' of 'I hate you' of 'I love another one'. Na een hondertal afleveringen wist je min of meer waar het verhaal naar toe ging.
Het stadje ligt aan een baai, een druppelvormige inham van een hondertal meter landinwaarts en daardoor beschermd van de golfslag. Aan de jachten die er aangemeerd liggen, weet je dat dit mondain oord een ontmoetingsplaats is voor de rijken. Ik heb de indruk terwijl ik drink van mijn pilsje van 7 euro en martine van haar glas wijn van 8 euro, dat er op het terras binnen een straal van 50 m toch een paar miljonairs zitten.
Het is donker als we dezelfde kustweg terug nemen. De parking daarnet heeft ons 11 euro gekost (5 euro per uur). Gelukkig compenseert de natuur een stuk: we zien een oerwoud van oranje lichtjes aan de kuststrook en op de berghellingen.

DAG 14 -----Zondag 27 Sept 2020 -----Cinque Terre

CINQUE TERRE

De 'Cinque Terre' wordt vertaald als de 'Vijf Landen' en is werelderfgoed. Maar het gaat om vijf idyllische dorpjes gebouwd op of aan een rots aan de Middellandse Zee. De huisjes zijn pastelkleurig. Het zijn:
1. Monterosso: het grootste dorp met een kleine 2.000 inwoners en gelegen aan een zandstrand
2. Vernazza: wordt aanzien als het meest pittoreske dorpje van de vijf
3. Corniglia: wijngaarden en zeer oude olijfboomgaarden. Ligt als enig dorpje niet aan de zee maar op een rots die 90 m boven het water uitsteekt.
4. Manarola: is het oudste dorp daterend uit de 12e eeuw
5. Riomaggiore: slingert vanaf de zee langzaam omhoog. De huizen lijken zich aan de rotskust vast te hebben gezogen.
Het is een deel van de Ligurische kust tussen La Spezia en Genua. De vijf dorpjes zijn verbonden door een wandelpad (betalend), de 'Sentiero Azzurro' of het Blauwe Pad. Het pad is een aaneeschakeling van smalle stroken langs de kust en de bergen. Het is rotsachtig en kan steil naar omhoog en beneden gaan.
Je geraakt er best met de trein want met de wagen is het moeilijk vanwege de toeristendrukte, de steile kust, de te nauwe straatjes in de dorpjes en geen parkeergelegenheid.

Door de strengere coronamaatregelen in deze (oranje) regio, wordt het ontbijt ons in de kamer gebracht en niet in de ontbijtzaal. Maar dat vinden we niet meteen een straf.
We stappen na een uurtje van de trein in één van de vijf dorpjes van Cinque Terre: Corniglia. Daar starten we de trek op de Sentiero Azzurro naar het volgende dorp: Vernazza, zo'n 4 km verder op geaccidenteerd terrein.
Het treinstation ligt lager dan het dorp, dus mogen we onmiddellijk 90 m of 365 treden klimmen vooraleer we in het dorpscentrum van Corniglia toekomen. We zijn meteen opgewarmd. Corniglia ligt 90 m boven de zee op een rotspin. De huizen zijn pastelgekleurd.
We stappen het dorp uit en vinden het vervolg van de trail, ook een GR-pad. We moeten wel 7,5 € pp betalen voor het gebruik van het pad. Omdat Vernazza op zeeniveau ligt, zullen we dus 90 m dalen. Maar desondanks stijgt het pad. Eerst geleidelijk maar verderop moeten we tientallen trappen op om uiteindelijk ergens halverwege toe te komen op het hoogste punt van het (volledige) Blauwe Pad: 208 m boven de zeespiegel.
Tijdens de stijging kunnen we op verschillende plekken Corniglia onder ons en verderaf zien liggen. Het lijkt ons mooier en imposanter dan wanneer je in het stadje staat.
Het pad is goed onderhouden en op de meeste plaatsen 'geplaveid' met platte rotsstenen. We wandelen door olijfboomgaarden en wijn- en limoengaarden. We zien agaven en cactussen. En plots komen we aan een plaatsnaambord 'PREVO', deelgemeenteke van Vernazza, waar we vijf huizen tellen en twee cafés. Er zijn geen straten, enkel ons wandelpad. Waarschijlijk wijn- of olijfboeren die hier verblijven. De locatie is natuurlijk aan een van de mooiste uitkijkpunten onderweg. We zien Corniglia nog net in de verte maar vooral de beukende golven op de ruwe rotskust beneden zijn schitterend. In plaats van een cafébezoek drinken we toch maar van ons pulle water.
Het pad is zo aangelegd dat we voortdurend de azuurblauwe Middellandse Zee in 't zicht hebben met op de uitkijkpunten de rotskust en zijn door branding en golfslag uitgesleten inhammen. Er zijn veel wandelaars op pad in beide richtingen maar het wordt nooit te druk en velen dragen een mondmasker.
Na een dikke twee uur stappen komen we aan te Vernazza. We dalen er naartoe langs een steil zigzag pad en hebben daardoor onderweg een indrukwekkend zicht op het stadje-op-zeeniveau. We komen gans beneden toe op de plaza verbonden met een kleine promenade aan het water. En net als in Portofino ligt Vernazza aan een inham, beschermd door een betonnen stormmuur. Als we naar boven kijken, zien we verschillende verdiepingen van pastelgekleurde huizen die aan de rotsen 'hangen'. Door de steilte wandel je niet naar omhoog in het dorpje, je tert omhoog. De straten zijn er omgevormd in trappen en zo ga je omhoog/omlaag. Enkel de hoofdstraat naar het treinstation - de Via Roma - is een echte straat steil omhoog. We bezoeken een klein kasteel en klimmen op de toren. Van daaruit heb je een weids uitzicht op de ruwe kustlijn.
We kiezen een zitbank en terwijl Maritne een powernapje doet in 't zonnetje, kijk ik rap naar de laatste 20 km van het WK op mijn GSM en zie Wout opnieuw tweede worden na Alaphilippe en na ook al een tweede plaats op het WK tijdrijden.
Het is inmiddels late namiddag en onze trein vertrekt binnen een uur. Tijd om nog eens vlug het kerkje te bezoeken.
Terug in Chiavari wandelen we naar het hotel via de dijkpromenade en eten nog iets vlug op een terrasje. We bestellen een 'panini' met Parmahesp aan de jonge gast die bedient. Ik bestel ook:
'A glass of red wine'.
Hij schudt van neen en trekt zijn schouders op. Ik ben een fractie van een seconde verwonderd want overal in Italië serveren ze hun wijn. Ik herhaal:
'Vino rossi?' en nu zegt hij 'si'.

DAG 15----- Maandag 28 Sept 2020 -----Lerici - Portovenere----- 164 km
We bezoeken vandaag twee stadjes die bestoeft worden in onze reisgids: Lerici en Portovenere aan het begin (of einde zo u wil) van de Cinque Terre kustlijn.
We tanken nog eens vol vooraleer de baan op te gaan. De lokale Italiaanse benzinepomp heeft twee kanten: een met bediening waar de prijs hoger is en een 'Fai da te' kant ('doe het zelf' kant) met de normale prijs zonder bediening. Terwijl ge zelf tankt, kijkt de werkloze pompbediende toe.
Lerici ligt aan een grote baai vol plezierbootjes maar kan ons voor de rest weinig bekoren. De baai en de waterkant zijn te groot om gezellig te zijn. We rijden verder naar Portovenere - aan de andere zijde van de baai - en zoeken daarom de kustweg op tegen de zin in van onze GPS die ons malgré via het binnenland wil laten rijden maar we forceren hem naar onze keuze.
Misschien had hij wel gelijk want de door ons gekozen weg loopt langs het havengebied van La Spezia, een middelgrote industriële stad, vrachtschepen, volgestouwde kades met containers maar ook een dok voor een cruïseboot en een kant van de haven voorbehouden aan de Italiaanse marine met oorlogsschepen.
We blijven onze GPS duwen langs de nauwe kustbaantjes en na ettelijke meldingen van 'route herberekenen', bereiken we de andere kant van de baai: Portovenere. Het ziet er een stuk compacter uit dan Lerici en ligt aan een inham van de grote baai beschermd voor stormen door een eilandje temidden de uitgang naar de zee. Het eilandje ligt een beetje in de weg en laat maar een smalle doorgang open naar de Middellandse Zee.
Wat meteen opvalt aan dit vestingstadje zijn de middeleeuwse roots met een toegangspoort naast een wachttoren en een kruisvaardersvlag. We wandelen op de dijk aangelegd rond de inham en bezet door terrasjes vanuit het centrum tot aan het einde waar de kaai overgaat in het Kasteel van Portovenere. Het is een soort fort met een uitkijktoren. Van daaruit hebben we een grandioos zicht op de open zee maar vooral op de klippen die het begin vormen van de Cinque Terre Riviera.
We klimmen verder naar de kerk die op het hoogste punt gebouwd is en uitkijkt op stadje aan onze voeten. We gaan altijd binnen een kijkje nemen en altijd zijn we verrast van het interieur, de bombast, de muur- en zolderschilderijen, de houten zitbanken, de beeldjes en sculpturen, de brandende kaarsjes.
Vanaf het kerkpleintje hebben we opnieuw een immens uitzicht op de baai en op Lerici aan de overkant. We zien containerschepen de baai uitvaren evenals de toeristenbootjes die de kustlijn van Cinque Terre afvaren tot in Portofino en terug. We zagen ze gisteren heel dicht bij de inham komen in Venazzi om de opvarenden de stadjes van zo dicht mogelijk te laten bewonderen. Ik voelde het een beetje aan als gluren/staren/afschieten.
We dalen af naar de kaai en steunen de lokale economie. Afdalen betekent hier terug veel trappen maken. We keren terug naar onze homebase in Chiavari.

MIDDELEEUWSE STADJES

Noord-Italië en misschien wel gans Italië is één lang traject van steden en dorpen met een oude, middeleeuwse binnenstad. We laten ons meestal verloren lopen in de doolhof van straatjes en steeds opnieuw zien we dezelfde kenmerken.
Vooreerst lijkt het een aaneenschakeling van smalle geplaveide straatjes en pleintjes maar ook veel kasseien, waar de horeca en de winkelkes gouden zaken doet want iedere toerist passeert wel eens. De ietwat grotere gemeenten hebben ook stadspoorten en wachttorens en een fort waar een kruisvaardervlag uithangt, een witte vlag met rood kruis. Soms ook palazzo's en overal minstens twee kerken, ook in de kleinste dorpjes zoals de Cinque Terre vissersdorpjes.
En al die eeuwenoude gebouwen zijn bewoond. Soms zie je de mensen nog spreken vanuit hun ramen op de eerste verdieping naar kennissen in de straat, zoals in de Italiaanse films.


DAG 16 -----Dinsdag 29 Sept 2020 -----Chiavari
Vandaag is een uitboldag.
We bezoeken eerst Santa Margherita in de buurt. Ook zo'n rijkeluisstadje met beschutte baai en tientallen miljoenen euro waard aan jachten in de haven. We luieren wat rond om dan terug te keren naar Chiavari om hier op het strand de laatste zonnestralen op ons wit lichaam te laten inwerken. Maar het lichaam bougeert niet en blijft wit.
We bezoeken een laatste maal de oude binnenstad en bestellen opnieuw twee Aperol Spritz. Ze kosten minder dan bier. En qua bier is het hier in Italië pover, zeer pover gesteld. Zelfs Belgische bieren zijn hier moeilijk te vinden.
Op riscio af van stalking door Francesca heb ik haar gewhatsappt met de vraag morgen eitjes klaar te maken voor het ontbijt. Onmiddellijk volgt een spervuur van vraag en antwoord in allemaal opeenvolgende berichtjes:
'Hoe gebakken?'.
'Ook voor uw vrouw?'.
'And empty croissant?'. Ik versta niet goed wat ze daarmee bedoeld en antwoord dat brood volstaat. En dan wenst ze ons, zoals elke avond:
'Have a good dinner and a good evening. See you tomorrow. Francesca'. Ik antwoord dan altijd met een smileytje. En dan stopt meestal het heen en weer berichten.
Ik vergeet ook niet om de Locator Form in te vullen, verplicht als je België terug inrijdt na een vakantie.

FRANCESCA

We boekten vorige week vanuit Como het hotel in Chiavari: L'Americano Luxury Rooms. Alleen de naam al, zo on-Italiaans. We lieten ook weten dat we met de wagen komen.
We kregen, zoals gebruikelijk bij Booking.com, een bevestigingsmail en direct daarna een mail van het hotel zelf met alle uitleg over betalend en gratis parkeren, dicht en iets verderaf van het hotel, getekend door ene Francesca.
Als we inchecken, ontmoeten we een kleine, vriendelijke en iets schuchtere brunette. Ik vraag iets over dingen te doen in Chiavari en omstreken en krijg meteen een relaas van een kwartier. Ik liet ook vallen dat we wel een paar wandelingen wilden doen in Cinque Terre. Om 22u die avond krijg ik een mail èn een SMS èn een WhatsApp binnen met dezelfde tekst over alle mogelijkheden om te wandelen. Ze vraagt om te bevestigen of ik het bericht goed ontvangen heb ...
's Anderendaags stuur ik haar een bericht over restaurants. Ik had het beter niet gedaan. De ganse avond vliegen berichtjes over en weer. Ik voelde me een beetje gestalkt.
Niettemin hebben we nog maar weinig dergelijke hulpvaardigheid en bereidwilligheid-met-de-glimlach mogen ervaren in het verleden.
Francesca is eigenares van het tweede verdiep van een statig herenhuis met een traphal tot in de nok. Ze verhuurt drie kamers, kuist ze elke dag en prepareert het ontbijt. Ze woont alleen met twee windhonden in een privaat deel van hetzelfde verdiep. Ze leeft van de verhuur van de kamers.

DAG 17 -----Woensdag 30 Sept 2020 -----Chiavari - Landegem----- 1.257 km
Terugkeren langs Oostenrijk/Duitsland zou een omweg betekenen van 300 km vergeleken met het traject langs Frankrijk. Maar omdat Frankrijk coronarood kleurt, beslissen we om de afstand naar Landegem in ienen trok af te leggen. En wat het startuur betreft, slaan we het over een andere boeg.
We vertrekken niet super vroeg maar beslissen om een normale nachtrust te hebben en rond 9u te vertrekken na het ontbijt. Dit om te vermijden dat we onderweg ergens een slaapklop te verwerken krijgen want Hamerlinkske ligt altijd op de loer.
Vanaf ons vertrek in Chiavari tot in de Aosta vallei aan de Franse grens is het Italiaanse snelweg netwerk bijna continu onderhevig aan onderhoudswerken. Ze leggen nieuwe slijtlagen aan en renoveren de tunnels en controleren de bruggen. Ik kan me niet van de gedachte ontdoen dat dit een gevolg is van de ingestorte brug in Genua twee jaar geleden waar 43 mensen het leven lieten en die de trigger was voor een nazichtprocedure door de overheid. We affeseren amper.
De Alpen dwarsen vanuit Italië naar Frankrijk betekent veel tunnelgeweld waarbij al mijn ho's en ha's van de vorige dagen klein bier zijn vergeleken met dit. We hebben gemakkelijk 50 km tunnelrijden achter de kiezen. En als kers op de taart rijden we door de 11,6 km lange Mont Blanc tunnel, de overgang van Italië naar Frankrijk. Je betaalt je wel blauw aan tol: 92 euro om door de Alpen te rijden, Italiaanse en Franse tol tesamen. Nabij Chamonix lassen we een stop in met zicht op een machtige 4.810 m hoge Mont Blanc.
Door Frankrijk rijden gaat verrassend vlot wegens (zeer) weinig verkeer. Na 13 uur rijden staan we goed en wel thuis in Landegem. Het is net 22u geworden en we voelen ons nog verrassend fris.

.