WERELD > AZIE > Zijderoute > Reisverhaal

DE ZIJDEROUTE - Aug-Sept-Oct 2018

 

 

Dè Zijderoute bestaat niet, meerdere zijderoutes wel.
De routes wisselden doorheen de jaren/eeuwen afhankelijk van het terrein, oorlogen, bandieten, natuurrampen en de politiek.
Vanuit de landen rond de Middellandse Zee, vertrok een noordelijke route langs de noordkant van de Kaspische Zee en een zuidelijke route langs de onderkant van diezelfde zee. Beide routes kwamen tesamen in Centraal Azië. Meer bepaald in Boekhara, Oezbekistan. Centraal Azië, waar de dag van vandaag de stan-landen huizen, lag ongeveer halverwege tussen het Westen en het Oosten. Door zijn ligging kreeg het een soort functie als 'verrekenkamer' en de inwoners leverden paarden en kamelen evenals bevoorradingen en onderdak. Het werd een rijke streek. Zijn inwoners stoeften met steden als Kiva, Boekhara, Samarkand, Tasjkent en Osh.
Daarna gingen de routes verder over de hoge Tian Shan en Pamir gebergten naar China, ook via Pakistan en Indië en kwamen samen in het Chinese Kashgar, een echt knooppunt van de Zijderoutes.
Dan splitsten de routes terug in een noordelijk en zuidelijk deel - langsboven de Taklamakan woestijn en langsonder van diezelfde woestijn - om uiteindelijk samen te komen in Dunhuang. Daarna bereikte men het eindpunt in Xian, China.
Het was ook niet alleen zijde wat verhandeld werd. Vanuit het Westen werden vooral goud, ivoor, jade, wol en schelpen verhandeld naar het Oosten (naar China dus) en omgekeerd vooral zijde, parfum, porcelein, thee, bamboe en kruiden naar het Westen.
Het was ook zo dat er weinig karavanen het ganse traject aflegden tot in China. Centraal Azië was meestal het eindpunt en daar werden de goederen uitgewisseld en overgeladen. Er werden veel karavanserais gebouwd in deze streek om onderdak en proviand te bieden. De karavanserais bestonden meestal uit een groot binnenplein omringd door slaapvertrekken. De steden voorzagen diensten als makelaars, banken die geld ontleenden en ze bouwden markten om de goederen te kopen/verkopen/uit te wisselen.
Niet alleen goederen werden verhandeld. Godsdiensten met het Boeddhisme op kop, verspreidden zich. Spionage van beide kanten ontdekten de vaardigheden om wijn, papier en fijn, gekleurd glas te maken.
De Zijderoute kende zijn verval door de verwoesting en onstuimigheid van de veroveraars Dzjengis Khan (1162-1227) een Mongool en Timoer de Lamme (1336-1405) een Transoxaniër. Transoxanië was vroeger de naam van een gebied dat op vandaag grotendeels overeenstemt met Oezbekistan.
Alle twee veroverden ze met hun legers (hele) grote gebieden in termen van oppervlakte. Ze hadden sadistische neigingen en vermoorden alles en iedereen die tegen tegen hen inging. IS is een soort moderne versie, helaas. Maar toen in de 16e eeuw de maritieme routes opengingen, was het helemaal gedaan met de handel over land en met de Zijderoute.
Marco Polo (1254-1324) was een handelaar en ontdekkingsreiziger. Hij maakte van de bestaande zijderoutes gebruik om gebieden te ontdekken als China, Perzië en Indië in opdracht van de Mongoolse leiders waaraan hij dan verslag uitbracht. Het was vooral gericht op geografisch onderzoek en vele wetenswaardigheden. Hij ontdekte ook dat China destijds (en nu waarschijnlijk ook) veel verder stond dan het Westen. Ze delfden steenkool, betaalden met papiergeld en hadden veel betere boten.
Vandaag wordt er terug druk gehandeld tussen China en de stan-landen via aangelegde spoorlijnen, bruggen, bergpassen en olie pijplijnen. De lokale bazaars liggen terug vol met Chinese, Iraanse en Turkse spullen zoals weleer.

Een volledige zijderoute doen we niet. Daar zouden we minimaal zes maanden tot een jaar moeten voor uittrekken en dat is niet te combineren met gezins- en andere verplichtingen zoals kleinkinderen opvangen. Daarom zeuren we en vertrekken we niet uit een land rond de Middellandse Zee maar vanuit Teheran, Iran om vandaar via Oezbekistan en Kirgistan verder te trekken naar China, dat we doorkruisen van het uiterste zuidwesten in Kashgar naar Shanghai aan de oostkust.
We verplaatsen ons per vliegtuig, per bus, per (hoge snelheids)trein en per auto.
Maar de Fortuna-goden maken het ons niet gemakkelijk. De start van de reis komt plots in gevaar. Reisgenoot Marc Claeys maakt een val uit een kerselaar en breekt zijn nekwervel … acht weken voor vertrek. Drukbezette specialisten, onbuigzame medische secretaresses (meneer, de eerstvolgende afspraak bij de professor is begin november …), verkeerde diagnoses, elkaar tegensprekende medici en de daarmee gepaard gaande stress en onzekerheid leggen druk op de reisplannen. Zou Marc nog in orde geraken?
De behandelende nekspecialist geeft groen licht vier weken voor de afreis. Het zwaard van Damocles wordt verwijderd en we hebben nog juist vier weken de tijd om alle visa aan te vragen. Want zolang hebben we moeten wachten vanwege de onzekerheid. Er begint een race tegen de klok. We pluizen de visa procedures uit van de landen die we aandoen.
Voor Oezbekistan en Iran moeten we de aanvraag vooraf online indienen. Oezbekistan mogen we al na een week afhalen in hun consulaat in Brussel en meteen geven we dezelfde dag ons paspoort af aan het Iraanse consulaat. Die vraagt een week 'processing time'. Dus rijden we de week erna terug naar Brussel om de paspoorten af te halen en diezelfde dag ermee naar de Chinese visumcentrale te rijden ergens in Sint-Lambrechts-Woluwe, de andere kant van Brussel. Daar hebben ze ook een week tijd nodig om een eenvoudig stickertje te plakken in ons paspoort. Allé, dat denken we na onze twee eerder gelukte visabevestigingen.
Het Chinees vrouwtje achter het loket van het Chinese visumbureau probeert roet in het eten te gooien. We geven onze paspoorten af plus alle mogelijke papieren en kopijen zoals ze beschreven staan op hun website. Ze worden zorgvuldig bestudeerd door het dametje.
'How do you enter China?', vraagt ze.
Ze heeft inderdaad gezien dat ons vliegtuigticket van Joker enkel de terugvlucht van Shanghai naar Amsterdam vermeldt terwijl we heen naar Teheran vliegen.
'At the border of Kirgistan and China via the Torugart Pass', vertel ik haar.
En dan begint ze een rimram af te steken van bewijs door een reisbureau, bewijs dat me iemand aan de grens afhaalt, bewijs van didde en dadde. Haar vraag naar 'bewijsvoering' brengt ons redelijk zenuwachtig. Ik ga in discussie en toon haar een 'voucher' van onze zesdaagse trip door Kirgistan tot aan de grens met China.
'Did you pay the travel agent?'. Ik zeg dat ik een voorschot betaald heb.
'We need proof', vertelt dat mens ons. En alsof het nog niet genoeg is moet ik ook de boeking tonen van het hotel aan de Chinese kant.
Ze verwijst ons naar één van de twee PC's in de wachtzaal waar we een en ander kunnen/mogen afprinten … tegen 0,30 ct per kopij. Google staat open op het scherm. Ik surf naar de Booking.com website en druk mijn reservatie af van het Chinese hotel. Ondertussen staat een kerel naast ons - op de tweede PC - binnensmonds te vloeken dat het een lieve lust is. Hij vindt waarschijnlijk niet wat hij zoekt.
Na een kwartiertje melden we ons terug bij het Chinees madammeke en steken haar drie A4'tjes toe onder de loketrand. Ze controleert nogmaals onze namen op alle documenten en knikt instemmend. Ze schrijft ons een 'pick-up document' en de week nadien mogen we onze paspoorten afhalen.
Een rugzakske stress valt van ons lijf. En het bewijs van ons voorschot aan het Kirgizische reisbureau? Daar vraagt ze niet meer naar en wij gebaren van krommenaas.
Eén week voor vertrek is alles in kannen en kruiken. Gelukkig hoeft Kirgistan geen visum zoniet hadden we toeren moeten uithalen om alles op tijd geregeld te krijgen.
Bijna komt Trump roet in het eten gooien. De economische sancties tegen Iran - éénzijdig opgelegd vanuit de VS - maken dat KLM zijn vluchten op Teheran stopzet … gelukkig pas een maand na ons vertrek. Ook de hotelrelaties met Booking.com zijn opgezegd … maar niet diegene die wij al vast gelegd hebben. Maar ook de Trump-sancties komen we te boven en niets ligt nu nog in de weg.
We zijn niet meer tegen te houden.


IRAN


Dag 1 - Brussel-Amsterdam-Teheran - 25 augustus
We vertrekken met de trein naar Zaventem. Marc iets vroeger want zijn vrouw Rita, die ons een maand vergezelt, heeft door omstandigheden een andere vlucht geboekt - via Kiev - en vertrekt een uur eerder.
Ik koester ondertussen een kleurtekening van mijn kleinkinderen. Ze zit als een relikwie in mijn valies.
We ontmoeten elkaar in de vertrekhal en ik zie Marc sukkelen met de van zijn zoon geleende smartphone. Hij is te lang in het Nokia-tijdperk gebleven en die aanraakschermen en kleine klavieren zijn niets voor hem.
We worden in Zaventem terug getest door de (on)geluksgoden: onze vlucht naar Amsterdam heeft een half uur vertraging en daardoor slinkt de overstaptijd ginds voor onze vlucht naar Teheran, naar 50 min. Maar het lukt. We stappen uit de vlieger en kunnen direct doorwandelen en inschepen naar Teheran. Het is inmiddels 17u.
Omdat we naar een islamitisch land vliegen, drink ik in het vliegtuig twee rode wijntjes bij het eten en luister naar rock muziek van de Foo Fighters' laatste album: Concrete and Gold. Twee dingen die we zullen missen van zodra we Iraanse grond raken.
We landen na vijf uur vliegen in Teheran waar het inmiddels 1u in de nacht is als je er drie uren tijdsverschil bijtelt. De piloot zegt dat het nog 27°C is ondanks het nachtelijk uur.
Als we de terminal bereiken en de stewardessen het 'gordel aan' signaal uitzetten, staan plots alle vrouwen uit vliegtuig op met een sluier op het hoofd. Welkom in Iran.
De (on)geluksgoden melden zich een tweede keer. Marc's valies komt niet aan. Het wordt een moeilijke discussie met de beambte aan het kotteke van de 'ontbrekende bagage'. De kerel aldaar kan slecht Engels en ons Farsi is ook niet dat. Hij legt ons met handen en voeten uit dat de valies nog in Amsterdam staat en ze de volgende dag zal nagestuurd worden.
Rita, inmiddels geland vanuit Kiev aan een andere terminal, zoekt en vindt ons. De door het hotel geboekte chauffeur wacht ons op om ons 50 km verder rond 3u in de morgen af te zetten aan ons hotel, hartje Teheran.

Dag 2 - Teheran - 26 augustus - 1.189 m hoogte
Teheran is een moderne metropool van 8,7 miljoen inwoners met tal van prachtige paleizen, mausolea en musea. Sinds 1788 is Teheran de hoofdstad van Iran.
De stad heeft een uitgestrekt en gebruiksvriendelijk metronet. Het ligt in een vallei aan de voeten van het Alborzgebergte. Dit hooggebergte is 1.500 km lang en loopt doorheen de provincie tot aan de Kaspische Zee. Het telt een aantal bergen van boven de 5.000 m. Het gedeelte van deze bergketen, ten noorden van Teheran, ligt als een sikkel rond de stad en is duidelijk zichtbaar vanaf bijna elke plek in de stad.
Teheran is een uitgestrekte stad. Een taxirit vanuit het centrum naar de buitenwijken buiten de spitsuren, duurt een uur.

Na een eenvoudig ontbijt weet de man aan de receptie ons te overtuigen om de bus te nemen naar het Golastan Paleis. De bus nemen in een stad waar de geschreven taal onbegrijpelijk is, is je smijten in het onbekende met gevoel voor avontuur.
De opstapplaats van de bus is dicht bij het hotel. Eénmaal op de drukke bus staat er iemand zijn plaats af aan Rita. Daarna worden we gewenkt door iemand die ons op sleeptouw neemt en ons de halte toont waar we moeten afstappen. Meteen leren we de behulpzaamheid van de mensen kennen waardoor ons busavontuur een makkie wordt.
We stappen uit en zien de enorme Imam Khomeini Square, een rondpunt waar het verkeer chaotisch is. Veel te veel auto's en brommers die - Chinees gewijze - van vier rijvakken er zes of zeven maken. We zoeken een zebrapad maar vinden er geen. Met een zekere zin voor doodsverachting slalommen we de straat over. De truc is om schuin achter overstekende Iraniërs te lopen en hen als een soort schild te gebruiken. Vanaf de overkant is het nog een kwartiertje stappen naar het Paleis.
Het Golestan Paleis laat ons kennis maken met de voormalige residentie en zomerverblijven van de verschillende dynastieën die Perzië gekend heeft en van de periode van de Sjahs. De laatste kroning vond er plaats in 1941. Het paleizencomplex bestaat uit 18 prachtige historische zalen, hallen en bijgebouwen. Ze zijn gebouwd in de 19e eeuw en de Iraanse heersers van toen waren onder de indruk van de Europese paleizen en wilden iets gelijkaardigs ontwerpen.
We kiezen vier verschillende hallen en betalen per hal. De Main Hall of Spiegelhal is een van de Fransen afgekeken weelderigheid aan gekleurde tegels, glas en spiegels tot aan en op het plafond. Geen plekje langs de binnenkant van het gebouw (muren, vloeren en zolderingen) is ontzien. Alles is mooi bedekt of betegeld of gespiegeld. Het is een soort pracht en praal show uit een pre-islamitisch tijdvak.
Naast de Spiegelhal bezoeken we ook de windtorens, het Marmerpaleis en het gebouw met Iraanse schilderijen van lokale meesters.
In de binnentuin van Golestan ontmoeten we per toeval de ganse KLM stewardessen crew die op onze heenvlucht naar Teheran de dienst uitmaakte. Ze herkennen ons en zelfs diegenen die ons bedienden, weten nog dat we op de achterste rij zaten.
We zetten onze tocht te voet verder naar de nabijgelegen Grand Bazaar. Het is een stad in de stad met naast de Bazaar ook moskeeën, banken en pompiers. De overdekte hallen van de Bazaar tellen 10 km straten.
We doorkruisen de overdekte hallen en lopen verloren in de kleine straten met druk gesticulerende verkopers van van alles en nog wat. Maar toch voornamelijk van stoffen en tapijten. Onderweg zien we militairen, bedelaars, lotto leurders, klassiek gesluierde en hippe, vrijgevochten vrouwen en meisjes. Hip en vrijgevochten wil zeggen: tunieken of gekleurde habaya's dragen in plaats van een soort zwarte piejema. De hoofdsluier wordt zo ver mogelijk naar achteren op het hoofd gedragen zodat zo veel mogelijk haar te zien is. We zien daardoor hun zwart, geblondeerd of in een andere kleur geverfd haar. Alles is afgewerkt met veel gezichtsmaquillage. De rest van het lichaam blijft bedekt.
Midden de Bazaar komen we een kleine moskee tegen waar we binnen gaan en even tot rust komen. De patron van 't spel ziet ons. Hij groet ons en start zonder enige aanleiding een uitleg in het Farsi en laat het vertalen door een assistent die naast hem staat. Het gaat over Allah en Mohammed en hij predikt dat iedereen familie is en er absoluut geen oorlog hoeft te zijn tussen de godsdiensten. Het blijkt dus een man te zijn met een iets bredere visie dan veel van zijn geloofsgenoten en dat kunnen we wel appreciëren. Hij laat ons toe om in de moskee te gaan, op onze blote voeten. Rita moet wel de andere (vrouwen)ingang nemen en komt terecht in een apart gedeelte van de moskee. We zien overtuigend biddende mannen, anderen met iets minder overtuiging maar ook slapende en GSM tokkelende mannen.
Als we buiten komen overvalt de hitte ons opnieuw. Onze waterflessen zijn ondertussen leeg en dus drinken we gulzig van een kraantje aan de buitenmuur van de moskee.
We duiken de metro in en zoeken uit hoe we best naar het megalomane project van de laatste Sjah van Iran kunnen rijden, dat meteen ook zijn ondergang betekende. We hebben het over de in 1971 geopende Azadi Toren ter ere van de viering van 2.500 jaar Perzië.
De toren is ondanks alles een architecturaal pareltje. Brede basis en krommend naar boven, 45 m hoog. Mooie lichtblauwe tegels make mooie lijnen tussen de 6000 blokken witte marmer. Het monument komt uit de Sjah periode en is dus niet-islamitisch en daardoor niet overal en door iedereen geliefd.
We keren terug van het plein en zoeken een taxi naar onze volgende bestemming.
'Can I help you?', horen we van een vrouwenstem, een steeds terugkerende openingszin. Een vriendelijke en knappe madam, uit het segment van de 'hippe en vrijgevochten vrouwen', biedt ons aan om 'Snapp' te bellen, de Iraanse variant van Uber. We stemmen toe en zij regelt alles voor ons: bellen, prijs opvragen, chauffeur gidsen tot bij ons en onze volgende bestemming uitleggen in het Farsi.
Net als bij Uber zijn het auto's van privé-chauffeurs die rijden. We stappen in en bedanken de vrouw van harte voor al die moeite. Ze vindt het normaal, zegt ze. Tijdens de rit krijgt onze taxichauffeur telefoon. Hij geeft mij het toestel door. 'For you', zegt hij. Het is terug de vrouw. En alsof de dienstverlening voor haar nog onvoldoende is geweest, belt ze me om aan de chauffeur te vragen haar telefoonnummer te noteren mochten we de volgende dagen nog op haar beroep willen doen. Ik ben van slag. We staan versteld van zulke ongelofelijk hulpvaardige mensen.
De Snapper zet ons af aan de Tabiat Brug. Dit is een speciale plek in Teheran. Een plek om te onthaasten, tegen de achtergrond van het Alborzgebergte die Teheran omspant.
We lopen eerst door het aanpalende park, gekend voor zijn overdekte - tja - vrijershoekjes. Een soortement van ronde kiosk waar vijf tot acht personen kunnen zitten en waar verliefde koppeltjes alleen of met vrienden chillen in alle rust (lees: weg van huis).
Het hoogtepunt is de brug. Ze is tientallen meters lang en overspant een groene vallei waar weliswaar twee autostrades onderdoor lopen, maar hoog genoeg ligt om geen verkeerslawaai meer te horen. Ze heeft een metalen onderstel en je wandelt op houten, planchetten planken. De brug is meer een kunstwerk dan een klassieke brug. Ze is enkel toegankelijk voor wandelaars. Ze slingert zich over de vallei en heeft drie niveaus.
De brug en de uitzichten op de stad en het omringende gebergte zijn magnifiek. Op de brug staan overal banken waar de lokalen socializen en uiteraard worden we daarin betrokken.
De avond valt en de sfeerverlichting schiet aan. 't Is nu nog schoonder.
We keren met de metro terug naar het hotel.
Het is een overweldigende eerste dag met temperaturen tot 33°C, frisjes voor de tijd van 't jaar zeggen ze hier.

DE ALLEDAAGSE IRANIËR

We hebben veel beziens in deze stad. Vrouwen lonken, mannen begapen ons. Maar één ding hebben ze gemeen: behulpzaamheid. Van zodra je iets zoekt, komen ze vragen of ze kunnen helpen. Zowel vrouwen als mannen.
Op de bus of de metro staan ze onmiddellijk hun plaats af aan Rita en soms ook aan ons. We hebben direct klappenanse en ze zijn fier om een woordje Engels met ons te kunnen spreken. Het zijn echte socializers.
Zoals je weet moeten alle vrouwen verplicht de islam kledingvoorschriften volgen. We zagen geen boerka's en heel weinig nikabs, enkel gesluierde hoofden. Veel vrouwen dragen een pleister op de neus. Dat is een gevolg van de vele neuscorrecties. Zeer populair aldaar en veel werk voor de plastische chirurgen. Kortom, wat zichtbaar is voor iedereen - ook al is het slechts een deel van het hoofd/gezicht - moet in orde zijn.


Dag 3 - Teheran - 27 augustus
We starten vandaag te voet naar de verlaten VS ambassade die nu als een museum is ingericht onder het motto: anti-arrogantie. Het is een enorm ommuurd terrein van 5,5 ha met wachttorens en volgespoten met anti-VS graffiti.
Een jonge kerel, ik vermoed een student, biedt zich aan als gratis gids. Hij gaat met ons door de verschillende plaatsen van het gebouw met als hoogtepunten de top secret onderhandelingsruimte, de communicatie kamer, de spionage afdeling en de papierversnipper-kamer.

HOE ZAT DAT NU WEER?

De student doet nog eens het verhaal over van destijds. President Jimmy Carter en de Democraten steunden de verdreven Sjah in de jaren 70. De intussen jonge islamstaat kwam in revolte. De studenten leidden de dans. Ze slaagden erin om het hermetisch afgesloten gebouw te ontwrichten. Ze namen eerst de kelder- en benedenverdieping in en gijzelden 66 Amerikanen. Er vielen geen schoten, er waren geen doden noch gewonden. Vrijwel onmiddellijk werden de zwarten en de vrouwen vrijgelaten en schoten er 52 gijzelaars over die in totaal 444 dagen werden gevangen gezet.
President Carter vaardigde sancties uit en zond op een bepaald moment een elitekorps naar ginder, meer bepaald naar een woestijngebied op zo'n 700 km van Teheran. De bedoeling was om de gijzelaars te ontzetten. Maar de ganse operatie mislukte nog voor ze de ambassade konden aanvallen door helikopter ongevallen, zandstormen en onderschatting. Het heeft Jimmy Carter zijn kop gekost en Ronald Reagan kwam aan de macht. Ook de Sjah mocht opkrassen uit de VS waar hij asiel had verkregen en vertrok naar Caïro, Egypte waar hij in 1980 stierf aan kanker.

De verhalen over de kamers in het gebouw vertellen als een thriller. De top secret binnenruimte heeft een dubbele dikke plastieken ingangsdeur. Alle muren zijn afgeplakt met aluminiumvellen. Daarrond is dan de buitenmuur gemetst. In die tijd was zo'n ruimte daardoor spionage-proof.
Interessanter is de communicatiekamer waar gecodeerde berichten via satelliet werden doorgestuurd. De machines en apparatuur die er staan zien er nu verouderd uit maar waren destijds hoogtechnologisch. In de afgesloten ruimte zaten de codeurs ganse dagen te werken. Enkel zij mochten erin en interne communicatie gebeurde via telefoon en doorgeefluiken.
De papierversnipper-kamer diende om geheime documenten te vernietigen. Ten tijde van de opstand zien we op foto's dat de kamer vol lag met metershoge hopen versnipperde documenten. De volgelingen van Khomeini zijn er in geslaagd om uit die bergen snippers en reepjes papier van amper enkele mm breed, de documenten te reconstrueren. Het heeft hen jaren monnikenwerk gekost.
In de vervalsingskamer werden aan de lopende band valse paspoorten gemaakt van verschillende nationaliteiten voor de vele CIA agenten/spionnen.
We zijn nog onder de indruk als we het terrein verlaten en naar een nabijgelegen metrostation stappen. Daar toegekomen rijden we naar het eindstation van Lijn 1 waar het mausoleum gebouwd is ter ere van Ayatollah Khomeini.
Op de trein haal ik het metrokaartje boven om de stations te kunnen volgen. Quasi onmiddellijk vragen mijn beide buren links en rechts van mij of ze kunnen helpen. De vriendelijkheid van dit volk steekt schril af tegen onze ingenomen Westerse maatschappij.
Het valt op dat er veel verkopers rondlopen doorheen de metrostellen. Hun waar gaat van kousen, tassen, rugzakjes al over portefeuilles, riemen en leesbrillen. Zowel jongskes van rond de 10 jr als èwkes van wie ik de leeftijd niet durf te schatten, trachten hun spullen te verkopen aan de metroreizigers.
Na driekwartiers stappen we uit het metrogat en vergapen ons aan het 100 m verder gelegen complex met niet alleen de begraafplaats van de stichter van de islamitische staat die Iran nu is, maar tevens met een moskee, een hotel, restaurants en een cultureel centrum.
Van buitenaf heeft het mausoleum een met bladgoud bedekte reuze koepel en zijn de vier hoeken bezet met minaretten die hun gouden kroon hoog in de lucht steken. De ingang bestaat uit een overhangend dak dat steunt op vijf pijlers. Het doet me een beetje denken aan de pijlers van het Parthenon in Athene.
Het is een recent (nog één en ander staat in de steigers) en supermodern complex. Vooral binnenin valt op hoe modern en luxueus het interieur is. De zaal waar de kist van Khomeini staat en waar tientallen pelgrims nog steeds komen bidden en hun eer bewijzen, is volledig bedekt met tapijten waar we met onze blote voeten op lopen. Dus ja, wij westerlingen worden toegelaten en trouwens ook in alle andere moskeeën en gebedsruimtes. De vrouwen hebben een aparte ingang maar komen uiteindelijk in dezelfde ruimte terecht als de mannen.
We zien vier enorme pilaren die de minaretten ondersteunen. De muren en de zoldering zijn betegeld met blinkende tegels en lijken net spiegels. Andere delen zijn geschilderd in die typische islammotieven met pastelkleuren (blauw, bruin, roze, groen). Ik denk niet dat er één vierkante centimeter onbeschilderd is. De lijnen zijn vloeiend.
De koepelruimte steekt hoog in het dak en loodrecht daaronder staat de kist van Khomeini, binnenin een afgesloten glazen ruimte waar je kunt doorheen kijken.
Ik loop en blijf maar lopen door de enorme zaal om dit architecturaal bouwwerk te vatten en te bewonderen. Als het binnen enkele maanden/jaren volledig af zal zijn, wordt dit een topgebouw/parel in islamitische stijl.
Mannen en vrouwen bidden, lopen rond, groeten de tombe. De kinderen lopen rond en spelen. Er is plaats genoeg. Er wordt ook veel geslapen op de tapijten, een fenomeen dat je ziet in veel moskeeën. De tapijten dempen elk geluid en het geluid van spelende kinderen gaat op in de ruimte.
Meer storend is het stemgeluid van een prekende imam door de luidsprekers die op gebiedende wijze en met het vingertje in de lucht Koran onderricht geeft. Hij heeft niet al teveel aanhangers want bijna niemand zit op de tapijten voor zijn gestoelte.
We eten een snack in één van de vele restaurantjes op het terrein. Als de garçon verneemt dat we Belgen zijn, komen onze rode duivels ter sprake. Het zal niet de laatste keer zijn. We keren terug naar het metrostation en moeten nu naar het andere eindstation van metrolijn 1, dus naar de andere kant van de stad, naar de Tochal telecabine. De metrorit duurt een uur en tien minuten. Vanaf het metrostation nemen we een taxi richting stoeltjeslift en rijden door de rijkere noordelijke wijken van Teheran. Je ziet onmiddellijk het verschil, niet alleen aan de villawijken en luxe appartementen maar ook aan de mannen en vrouwen die veel modernere en minder verhullende kledij dragen.

GELD in IRAN

De munteenheid is de Rial.
Maar veel prijzen worden uitgedrukt in Toman. 1 Toman = 10 Rial. Op de biljetten staat soms het bedrag in Rial gedrukt, soms in Toman wat in het begin bij ons voor verwarring zorgde en discussies met lokalen en taxichauffeurs. Die zeggen een prijs, ik denk Rial en betaal in Rial. Zij denken Toman en willen de prijs x 10.
Er zijn bankbiljetten gedrukt met dezelfde waarde, soms anders ingekleurd en soms in een kleinere of net een grotere vorm. Er is geen enkele eenvormigheid.
Soms is het bedrag op het bankbiljet geschreven tekst, soms cijfers. Volgde nog? Ik heb me moeten inwerken omdat ik in Iran verantwoordelijk was voor de pot.
In Iran werken geen ATM's met internationale kredietkaarten. Het is voor vreemdelingen een cash maatschappij en dus moeten we onze meegebrachte Euro's omwisselen in wisselkantoren. En omdat 1 Euro = 122.000 Rial, lopen we met miljoenen Rials en dikke pakken geld op onze buik rond.
Omdat de officiële wisselkoers 52.000 Rial is voor 1 Euro maar we op de wisselmarkt het dubbele kunnen krijgen, is de kost van eten en transport zeer goedkoop voor ons. Een metroticket kost omgerekend 10 eurocent en een taxirit nooit meer dan 5 Euro. We eten geregeld een pla voor minder dan 3 Euro per persoon. En je krijgt het eten nooit op want de porties zijn veel te groot. De benzine kost 10 eurocent per liter. Dus je mag gerust zeggen dat het leven er goedkoop is … 't is te zeggen de helft goedkoper voor de toeristen maar voor de Iraniërs dubbel zo duur.
Steek het gerust op Trump want door zijn terugtrekking uit het nucleair akkoord en de start van de sancties is de Rial in vrije val.

We betalen 150.000 Rial voor onze taxirit naar Tochal. Vanaf de taxistand is het nog een kilometertje stappen naar de kabellift waar we instappen naar station 5, 2.935 m hoog gelegen in het Alborz gebergte dat Teheran omringt. Nog hoger, in station 7, kan je gedurende 6 à 8 maanden per jaar skieën.
Vanaf station 5 heb je een fabuleus zicht op de in de vallei gelegen metropool. Meteen valt de uitgestrektheid van de stad op, over de volledige breedte van de vallei tussenin het gebergte. Zelfs een gedeelte van de berghellingen zijn ingenomen. Het is tevens een witte stad met een grote groene long in het midden, daar waar we gisteren over de Tabiatbrug gelopen zijn.
We rijden van Tachal naar nabijgelegen Darband. Darband is een specialleke. Een paar jaren geleden nog een apart dorp, is het nu ingelijfd in de grootstad Teheran. Het is gebouwd tegen een steile bergwand van het Alborz massief waar een watervalletje naar beneden valt en dan voortkronkelt in een beek. Rond en over de beek zijn steile en smalle straatjes aangelegd. Restaurantjes zijn gebouwd tegen de wand en tellen vijf tot zeven verdiepingen die je via stenen trappen kan bereiken.
De concurrentie is enorm en daarom trachten 'binnenwippers' u in hun restaurant te lokken. De temperatuur laat toe dat de verdiepen ingericht zijn als balkonnetjes met elk zijn private eettafel.
De zon is ondertussen onder gegaan en de verlichting maakt het sprookjesachtig. Pittoresk is een goede algemene omschrijving van dit stadje. Darband is een soort hype geworden bij toeristen maar vooral bij de rijkere Iraniërs. Alles is er dubbel zo duur, dus ook onze thee met een schotel moerbessen die we opeten terwijl we op een met tapijtkussen bedekte bank zitten. Bij onze thee geen chocolaatje maar dadels en walnoten.
Het is moeilijk om een keuze te maken uit het overaanbod aan restaurants, maar het wordt Arian. Via trappen klimmen we naar de hoogste verdiepingen waar we waterpijp rokende koppels zien en zelfs een moslimvrouw die een sigaret rookt, een rariteit omdat we zo goed als geen rokers gezien hebben in dit land tot nu toe.
Op de terugweg naar het taxipunt, beslissen we om nog een thee te drinken in een sjiek spel. Omdat dit een alcoholloos land is, zijn thee, koffie of fruitsapjes en cola's de enige opties. Je hebt ook een grote keuze uit alle gekende cocktails ... zonder alcohol.
De ober vraagt naar ons land en brengt ons even later de koffie en thee vergezeld van de Belgische en Iranese vlagjes. Een originele geste om de gasten te verrassen. Maar de meest verrassende geste volgt als plots een man aan onze tafel verschijnt en ons begroet in het Nederlands. De man is een Iraniër, eigenaar van het sjieke restaurant (derde generatie) en getrouwd met een Antwerpse die hij leren kennen heeft via zijn schoonmoeder die destijds in de Belgische ambassade in Teheran werkte.
Het gesprek en de kennismaking zijn hartelijk in zoverre dat hij onze Snapp taxi betaalt en een medewerker met ons meestuurt naar de taxistand. Geweldige kerel.
Mark's valies is ondertussen toegekomen in het hotel. Net op tijd want morgen vertrekken we naar Isfahan.

VERKEER IN TEHERAN

CHAOTISCH en VERWILDERD
EEN STAD MET 3 MILJOEN AUTO'S WAAR MAAR PLAATS IS VOOR 1 MILJOEN

 

Dag 4 - Teheran - Isfahan - 28 augustus - 1.590 m hoogte
Mark en Rita brengen deze morgen een blitzbezoek aan het islamitisch museum terwijl ik mijn verslag schrijf van de vorige dagen. Beiden zijn kunst- en museum liefhebbers, wat me net iets minder interesseert.
Ze zijn op tijd terug want rond 11u belt de hotelbediende een Snapp-taxi naar Arzhantin, het busstation van waaruit we de bus nemen naar Isfahan. Bij aankomst worden we uiteraard geholpen door de lokalen die ons in de juiste richting sturen naar één van de tientallen luxebussen die er geparkeerd staan. We hebben geluk want we worden onmiddellijk op een klaarstaande bus gestoken die na 10 minuten vertrekt.
De zetels kunnen in slaapstand en we krijgen drank en snacks op deze zes uur durende rit. We rijden op een lange rechte autostrade door een dor landschap. We halen wat slaap in. Het dorre en vlakke landschap verandert in het tweede gedeelte van de rit in een dorre en heuvelachtige streek.
We komen aan in het busstation van Isfahan. We staan nog geen twee minuten op de stoep of er komt zich al iemand melden om ons te helpen. Hij bestelt voor ons een Snapp-taxi. We volgen hem van de busterminus tot aan de straatkant maar onderweg moet hij een reeks klaarstaande 'echte' taxichauffeurs passeren. Die hebben door dat hij met ons voor de Uber-concurrentie kiest en ik heb de indruk dat hij een hoop verwensingen naar zijn hoofd krijgt. Hij blijft er kalm bij en wij een beetje beteuterd.
We vullen de avond op met een bezoek aan twee oude gemetste bruggen uit de 17e eeuw, waar Isfahan voor gekend is: Pol-e Khaju en Si-o-Seh Pol. De laatste is de langste met zijn 298 m en zijn 33 bogen. Er loopt veel volk. Families picknicken en koppels beleven hun romantisch moment tussen de bogen in 't donker. Dat kan want de zeer brede rivier is volledig opgedroogd. Er valt zo weinig regen in deze streek dat de rivier permanent droog blijft. Beide bruggen zijn mooi verlicht. De Pol-e Khaju brug is korter maar heeft twee dubbele bogen die bezet zijn met tegels. Lokalen met een goede stem zouden er zingen om hun talent te tonen, maar niet als wij er zijn.

Dag 5 - Isfahan - 29 augustus
Isfahan is een stad met 1,9 miljoen inwoners en daarmee de nummer drie van Iran. Het is een toeristische trekpleister vanwege zijn gekend centraal Imam plein met daarrond de traditionele islamitische gebouwen en Perzische tuinen. Het geeft de indruk van een openlucht museum en je begaapt met open mond de werkelijk prachtige architectuur.
Het is tevens een industriestad met vooral productie van zijde en tapijten.

We beginnen de dag met een bezoek aan het Meidan-e Imam Plein, het bekendste en mooiste plein van Iran. Het is met zijn 512 m op 163 m niet in één foto te vatten. Het is één van de grootste publieke pleinen ter wereld en staat op de Unesco lijst van Werelderfgoed.
Het plein is aangelegd met een rechthoekig waterbekken, fonteinen en rijen van laagstammige bomen of zijn het struiken? De rest is betegeld. Het plein is een wandelzone en de auto is verbannen naar de evenwijdige straten een paar blokken verderop.
Errond staan een paar pareltjes van islamitische architectuur: een moskee, een paleis, een tweede moskee en een bazaar. Koetsen komen af en aan en vervoeren toeristen, overwegend Iraanse toeristen.
De meest iconische en in het oog springend bouwwerk is de Masjed-e Shah moskee aan het hoofd van het plein. Het prachtige blauwe tegelwerk op zijn enorme koepel schittert in de zon. Het gebouw staat niet haaks op het plein maar een beetje schuin omdat het in de richting van Mekka gebouwd is. De ingang, de koepels, de minaretten, de moskee en de tuinen maken apart allemaal indruk vanwege de fijne mozaïek betegeling en de detaillistische afwerking.
Er is maar één probleem. De 17e-eeuwse moskee (en ook een aantal andere bouwwerken rond de plaza) staan in de stellingen. Om de 70 jr worden alle tegels van de koepels vervangen en dit gebeurt net nu wij er zijn. Het is een grondige renovatie want in de binnentuinen staan de werkhuizen opgesteld. Ondanks deze portie pech blijft het zicht van het plein met zijn kunstige bouwwerken spectaculair.

Dag 6 - Isfahan - 30 augustus

ZIEK TE BED

Door in het hete Teheran water van een publiek kraantje te drinken aan de buitenmuur van een moskee is waarschijnlijk de turista bacterie in gang geschoten en heeft ons uiteindelijk alle drie geveld.
Ik ben de eerste aan de beurt en lig sinds gisteren te bed. Het overgeven en de diarree heeft de vorige nacht toegeslagen. Ik heb gelukkig nog de kracht gevonden om gisteren het unieke Imam plein te bezoeken.
Maar vandaag gaat het helemaal niet meer. In zoverre dat men me aanraadt om er een dokter bij te halen. Die beslist om me naar het hospitaal te brengen. Ik strompel naar beneden. Het is lang geleden dat ik me zo slecht heb gevoeld. Met de Iraanse 100 - de rode halve maan - voeren ze mij naar spoed. Ondertussen leggen ze me aan de baxter. Marc en de hotelbediende vergezellen mij.
Ter plaatse meten ze mijn bloeddruk en die is ok. Ze meten ook mijn koorts maar die is met 38,9°C niet ok. Ze leggen me op een veel te klein bed waar mijn benen 30 cm uitsteken, waarschijnlijk het verschil in gemiddelde lengte tussen een standaard Iraniër en mijzelf.
Ze stellen me allerlei vragen. De spoedarts maakt een pakketje medicamenten klaar en legt me vervolgens, gebogen over mijn bed en op een vaderlijke toon, in detail en met trage stem uit het hoe, wat en hoeveel.
Maar dokter, vraag ik hem, we zitten op een strak schema en ik moet morgen de bus nemen. Zal dat lukken?
'You will be much better tomorrow', verzekert hij me. Terug voorover gebogen als een pater familias over zijn zoon, op dezelfde gemoedelijke toon. Hij lijkt zeker van zijn stuk. Hij heeft ondertussen wel vloeibare antibiotica in mijn baxter gespoten.
Zijn gemoedelijkheid verjaagt mijn doemdenken maar ik wil hem niet in het donker tegenkomen. Hij is redelijk breed en zijn gezicht past meer bij een peetvader figuur dan bij een dokter.
Na drie uur is de baxter leeg en mogen we beschikken.
Ondertussen hebben de mensen van het hotel ons geen ogenblik uit het oog verloren. Ze regelen de praktische zaken, vertalen en schieten het geld voor. Ik zie het bij ons niet gebeuren. Marc is mijn morele ondersteuner.
De taxichauffeur die ons terugbrengt naar het hotel is een fan van de Belgische ploeg en meer specifiek van Hazard. Hij beweert gehuild te hebben als de Belgen verloren van de Fransen.
De medische sector in Iran verdient een dikke pluim evenals zijn behulpzaam volk.

Marc en Rita exploreren vandaag uiteraard de stad verder. Ze bezoeken de andere moskeeën en paleizen langs het Imam Plein. Van hieruit gaan ze verder naar het Armeense gedeelte van de stad en bezoeken de Vank kathedraal, één van de mooiste Armeense kerken ter wereld.
De kathedraal staat bekend om de schitterende fresco's die het Bijbelse verhaal en het ontstaan van het Armeense christendom weergeven. Binnen het complex bevindt zich tevens het Armeense museum met een collectie manuscripten, schilderijen, kledingstukken en documenten over de Armeense genocide.

VERKEER IN ISFAHAN

DRAMATISCH


Dag 7 - Isfahan - Yazd - 31 augustus - 1.216 m hoogte
Ik voel me nog slapjes. Ik heb uiteindelijk twee dagen niet gegeten en het ontbijt deze morgen is mijn eerste maaltijd. Tegen de middag vertrekken we met de bus naar Yazd, hopend op een diarreeloze rit en een verbetering van de lichamelijke toestand.
We rijden dieper de woestijn in en sinds Teheran, nog steeds op een plateau van boven de 1.000 m. Op een bepaald ogenblik zien we enkel zand in een grote leegte. Hier hebben ze het spreekwoord 'zand erover' uitgevonden.
Af en toe passeren we een dorpje-met-moskee tot we na vier uur rijden in onze comfortabele bus in de verte een groene vlek ontwaren. We naderen en die groene vlek zijn bomen. Als daar dan nog eens electriciteitspalen naartoe lopen, weten we dat we de oasestad Yazd naderen.
Yazd telt meer dan een miljoen inwoners en is een echte woestijnstad en naar verluid het centrum van het Zoroastrisme. Deze oude religie had zijn oorsprong in Perzië en werd verspreid over Centraal-Azië voordat de Islam zijn intrede deed. Eén van de aftakkingen van de Zijderoute loopt langs Yazd en Marco Polo heeft hier verbleven in 1272.
De oude stad van Yazd is een doolhof van smalle straatjes en overdekte steegjes geflankeerd door oude lemen gebouwen met windtorens en bazaars waarin tientallen kraampjes met de typische zoete lokale lekkernijen en specerijen staan.
Alle gebouwen hebben een zandkleur en zijn opgetrokken uit leem of eigenlijk uit gedroogde modder met stro erin. Volgens de Unesco Werelderfgoed is Yazd één van de oudste nederzettingen op deze planeet. Het stadje zou 5.000 jaar oud zijn. Dit kan tellen.

We worden opgewacht door Ali, de chauffeur die ons van het busstation naar het hotel brengt. Zoals bij alle taxi's in dit land kan de koffer maar één van onze drie valiezen herbergen want de LPG-tank neemt vrijwel alle plaats in. Daarom steken onze valiezen meestal uit de koffer, worden ze vastgebonden en rijden we met de klep omhoog of in andere gevallen tussen ons geduwd op de achterzetel. Maar Ali bindt de onze op zijn dak.
Het is heet in Yazd en dus rijden alle auto's met open ruiten. Ik weet niet of ze dicht kunnen trouwens. Er is geen draaiklink noch een electrisch knopje. Ali schat de temp op 40°C maar in de woestijn is het pas heet, zegt hij: 65°C. Wablief?, laten wij hem dat nog eens herhalen. Wij hebben overmorgen wel een toer besteld door de Kaloet woestijn. Hij haalt zijn luidste bulderlach boven. Ali is het soort schaterlachende optimist die alles geweldig plezierig vindt.
'Nobody goes there', zegt hij.
We zullen wel zien, denken we. Of Ali heeft zelf last van de hitte of de realiteit is misschien iets milder.
We rijden deels door de oude stad door supersmalle straatjes, net niet schurend langs de lemen huisjes, via haakse bochten waar we amper door kunnen. We kijken ietwat opgeschrikt naar elkaar en naar Ali.
'I am used to', schaterlacht hij.
Op een bepaald moment kan hij een dubbele bocht niet in één rijbeweging nemen. Na de eerste bocht moet hij een paar meter achteruit rijden en dan bocht twee nemen.
We zijn aangenaam verrast als we ons hotel binnen komen. Het is een traditioneel huis omgevormd tot een hotel. De overdekte binnenkoer doet dienst als restaurant en check in ruimte. En onze lemen kamers zijn authentiek. De hitte is wel hard om dragen.
Het is inmiddels valavond en we weten dat we op één van de dakterrassen moeten zijn om een zicht te hebben op de oude binnenstad. We zien de lemen huizen en daken met hun typische windtorens om toch het kleinste briesje naar binnen te doen stromen. Het is een soort natuurlijke airco en herinnert er ons aan dat het hier onnoemelijk warm moet zijn in putsen zomer.
De enige hoogbouw zijn drie moskeeën en ellenlange minaretten die boven alles en iedereen uitsteken. We zien duidelijk de rand van de stad en de start van de woestijn. De bergen op de achtergrond maken het beeld compleet.
En dan gaat de zon onder. Ondertussen is de verlichting van de moskeeën en de minaretten aangestoken. We zetten ons in de zetels op het dakterras en beseffen bij een tas thee welke grote gelukzakken we wel zijn dat we deze beelden en indrukken mogen meemaken.
We maken nog een avondtoertje en raken aan de klap met Engelsen. Ze wonen in Londen. Na wat aftastend en vriendelijk over en weer gepraat, gaan ze zelf wat dieper in op hun afkomst en reden van bezoek aan Iran. Het blijken dan toch geen Engelsen te zijn. Er komt een tragedie aan het licht.
Tijdens de achtjarige oorlog tussen Iran en Irak in de jaren 80 vatte Saddam Hoessein het idee op om een bepaalde moslimminderheid in zijn land die hij niet afkon, te deporteren naar de oorlogsgrens met Iran. Hij joeg ze van de vrachtwagens in het niemandsland en dreef ze richting Iran. Ze werden aan hun lot overgelaten wetende dat ze toch zouden sterven. Het Saddam regime redeneerde: ze worden ofwel neergekogeld door de Iraanse soldaten of gedood door landmijnen of sterven van dorst en ontbering.
Het 'Engelse' koppel zijn overlevenden van deze tragedie. Als kind kwamen ze in Iran terecht, groeiden daar op maar werden er ook niet erkend want voor de Iraniërs bleven het Irakezen. Via omzwervingen in Europa - waar ze elkaar leerden kennen - zijn ze uiteindelijk acht jaar geleden in Londen beland. Hun families hebben het echter destijds niet overleefd.
En nu bezoeken ze het land van hun jeugd, vele jaren later.

Dag 8 - Yazd - 1 september
Zoals gewoonlijk bespreken we tijdens het ontbijt wat we die dag willen bezoeken. Met verschillende reisgidsen in aanslag en met hetgeen we voor ogen hebben na de pre-reis voorbereidingen, stellen we de planning op. Aan een tafel naast ons ontbijten twee Franse koppels waarvan de man van het ene koppel een geweldig grote snor heeft. Zijn bierbuik spant in een Harley Davidson T-shirt. Hij krijgt van ons de bijnaam Mr. Moustache. De vier gunnen ons geen blik. Het zien er verwaande mensen uit.
Eerst bezoeken we de Masjed-e Jameh moskee of de Vrijdagmoskee. Deze moskee stoeft met zijn enorm hoge boogingang aan beide zijden geflankeerd door een 48 m hoge minaret. De betegeling is terug aangebracht met zorg voor detail en complexiteit. Binnenin heeft de faience legger weer zijn uiterste best gedaan om alle stukjes te doen passen en een bijzondere mozaïek-structuur te creëren.
We bezoeken daarna het Amir Chakhmaq moskee complex dat dateert uit de middeleeuwen. Op weg er naar toe passeren we een kruidenwinkeltje. We hebben net niet van alle kruiden een portie gekocht. Onvoorstelbaar wat we daar, in verse toestand, vinden gaande van alle theesoorten van bloemen waar we nog nooit van gehoord hebben tot curries en kaneelstokken.
Een groot plein markeert de ingang van het moskee complex en verwelkomt de bezoeker met de gemetste stadsnaam YAZD, wat ik persoonlijk een prachtig klinkende naam vind. De moskee heeft in tegenstelling tot wat we tot nu toe gezien hebben, een façade van drie verdiepingen hoog.
We passeren het Schrijn van de Onbekende Soldaat ter nagedachtenis van de gesneuvelden tijdens de oorlog met Irak.
Nadat we een theetje gedronken hebben in een theehuis op zo'n typische verhoogde bank met tapijten en kussens, gaan we naar het Watermuseum. Een watermuseum, hoor ik jullie denken?
Wel, om in deze droge gebieden aan voldoende water te geraken om te overleven, moet je inventief zijn. En dat waren de bewoners van destijds zeker.

DE QANATS

De Qanats zijn ondergrondse aquaducten, voorlopers van de irrigatiekanalen. Deze waterwegen zijn reeds 2.000 jaar operationeel.
In de bergen werd gezocht of gegraven naar waterbronnen, soms tot 300 m diep vooraleer men aan de ader geraakte. Eénmaal die gevonden, werd het water geleid langs ondergrondse waterwegen naar de verschillende woestijnstadjes. Daar werd het water verzameld in een soort grote waterput en geconsumeerd.
Al die kanalen werden ondergronds gegraven door mannen. Dat alleen al was een huzarenstukje. Want men moest er op toezien dat vanaf de bron tot in de stadjes, de kanalen horizontaal tot lichtjes dalend waren om een continue watertoevoer te krijgen.
Het is ook de reden waarom de rijkste wijken gebouwd werden aan de kant van de stad die het dichtst bij de bergen lag.

Het museum toont foto's, werktuigen, verhalen en je kan er de trap naar beneden nemen, diep naar beneden, om er een echte qanat te bewonderen. Allemaal zeer de moeite waard.
Deze middag eten we kamelenvlees. Ik drink er yoghurt bij met een vervaldag in 1439… tot een paar seconden later mijn frank valt: ze volgen hier de moslim jaartelling.
Daarna laten we ons afzetten aan Bagh-e Dolat Abad. Dit is een woning van een Iraanse regent uit de 18e eeuw die waarschijnlijk nooit zoveel aandacht zou krijgen mocht hij niet temidden een door de Unesco erkende traditionele Perzische Tuin staan.
De tuin is een groene plek in de stad met vooral vijgen- en granaatappelbomen in combinatie met een waterpartij. Maar toch heeft ook het woonpaviljoen enkele troeven zoals de 33 m hoge windtoren. Als je eronder staat voel je wel degelijk de trok, want het werkt als een schouw die goed trekt. In de leefruimte zijn een paar glasramen ingebouwd.
We sluiten de dag af met een wandeltocht door de Oude Stad. Ik heb inmiddels mijn eerste zonnebril laten liggen in de taxi en het zal niet de laatste keer zijn. Ik koop onderweg een nieuwe - 100% UV-proof - voor omgerekend 2 euro.
Het willekeurige en grillige stratenpatroon maakt dat je alle richtingsgevoel verliest en je gewoon verloren loopt. Ideaal om er met je schoonmoeder naar toe te trekken en dan plots weg te lopen.
Maar wij houden de 48 m lange minaretten in het oog als oriëntatiepunt.
De straatjes zijn smal, deels overdekt en maken deel uit van het openbare wegnet. Dus rijden er auto's, brommers en soms een fietser. Maar uw auto mag niet te groot zijn of je kan de bochten niet nemen. We zien op een smal T-kruispunt een stationwagen afkomen en die moet terug achteruit want links of rechts indraaien is geen optie. Waarschijnlijk een Iranese toerist die niet bekend is met het stadje. Op een bepaald moment lopen we zelfs door of onder een overdekt kruispunt waar vier straten op uit komen. En met overdekt bedoel ik niet door een brug maar wel door aaneengebouwde of in elkaar lopende tweede verdiepingen van huizen. De straatjes zijn geen aaneenschakeling van handelszaken en winkeltjes van prullaria, behalve als ze dwars door een Bazaar lopen.
We vorderen bewust traag en geven onze ogen de kost. We zien palen die boven onze hoofden de lemen muren stutten, een schooltje-met-annex-speeltuin, pingpong tafels in steen en willekeurig verspreide thee- en koffiehuisjes, meestal met een binnenkoertje of dakterras. Het dagelijkse leven uit zich verder in een hoedenmakerij, kledingmaker en een fietsende gids op zoek naar toeristen om zijn diensten te verkopen.
Marc stapt een fruitwinkeltje binnen en ziet dat driekwart van het fruit vurt is. Zijn goesting is gelijk over tot het oude ventje hem wenkt om achter de toog te komen kijken. En inderdaad, daar is het omgekeerd: meer vers dan rot fruit. Marc maakt zijn keuze, wil betalen maar het ventje weigert de betaling ook na lang aandringen. Tja, Marc kan niet anders dan de winkel verlaten zonder te betalen want het ventje blijft halsstarrig weigeren. We kunnen niet echt achterhalen waarom het mannetje dat doet.
We eindigen op één van de vele dakterrassen. We hebben een prachtig zicht op de oude stad en zowat elk huis heeft zijn eigen windtoren, zijn eigen airco systeem dus om toch maar het kleinste windje om te zetten in een koele luchtstroom.
Ook vandaag ondervinden we terug dat het Iraanse volk de vriendelijkheid en behulpzaamheid zelve blijft. Sta maar op straat ergens rond te kijken alsof je de weg zoekt of zet u eens op een openbaar bankje. Binnen de twee minuten hebde prijs.

VERKEER IN YAZD
Lijkt op een verkeersvrije zondag

Dag 9 - Yazd - Kerman - 2 september - 1.760 m hoogte
We rijden naar het busstation van Yazd om er de bus te nemen naar Kerman. Ali Schaterlach is terug onze chauffeur. En omdat we iets op het nippertje zijn, kijk ik nogal regelmatig op mijn horloge.
'Relax', zegt Ali, 'the busdriver is my friend', gevolgd door een bulderlachje. We komen op tijd aan, nemen afscheid van de sympathieke Alie en stappen op de bus.
De vorige twee keer reed de bus na een sanitaire stop in ienen trok deure naar de eindbestemming. Ditmaal verloopt het iets anders.
De bus vertrekt en rijdt de stad uit. En net als we de oprit naar de autostrade nemen, zet hij zich aan de kant. De stop komt er nadat de buschaufeur een telefoontje kreeg, waarschijnlijk van een collega uit het busstation. Op schier hetzelfde moment komt uit de tegenovergestelde richting een taxi aangereden. Mr Moustache & Co - met meer haar in zijn snor dan ik op mijn hoofd - stappen uit de auto.
Die zijn er dus in geslaagd om de bus onderweg te doen stoppen, hun valiezen in het ruim te (laten) steken, op de bus te stappen en van hun tak te maken dat er niet voldoende zitplaatsen zijn. Uiteindelijk staan twee Iraniërs hun plaats af. Ik heb me moeten inhouden om hen niet de huid vol te schelden. Wat een een stel egotrippers.
We vervolgen onze weg maar een uur verderop stopt de bus alweer, aan de rand van een dorp. We zien een camionette vol tapijten en de chauffeur die de tapijten overlaadt in het ruim van de bus. Eén rol kan er niet meer bij en wordt gewoon in het gangpad van de bus gelegd. Drie passagiers stappen ook op de bus en die mogen op hun gat naast of op de tapijtrol plaats nemen. De bus zit eivol.
Na halverwege het traject stopt de bus regelmatig om zowel goederen als passagiers uit te laden. We zien balen 'met iets zwaars in' gelost worden rechtstreeks vanuit het busruim in de koffer van een klaarstaande gele taxi. Als de koffer vol is, wordt de achterbank vol geladen. De taxi heeft versleten amortisseurs want hij zakt helemaal door. Ik zie de buschauffeur de taximan betalen. Toch allemaal een beetje raar of is louche een beter woord.
Het landschap is net dezelfde lange geeuw als de vorige busritten met één groot verschil: we zien ellenlange plantages van pistachenoten. Ze hangen aan een soort dwergbomen.
Na 5 uur rijden we Kerman binnen. We bevinden ons nog steeds op een hoogteplateau en zijn geleidelijk gestegen naar 1.760 m. Het stadje heeft niet veel te bieden omdat het eerder een uitvalsbasis is voor tochten in de Lut Woestijn.
We checken in in ons hotel en we zien de vier Fransen nog net verdwijnen bovenaan de trap op weg naar hun kamer. Daar zijn ze dus terug. Hoe meer we er vanaf willen, hoe meer we ze tegenkomen.
Het vermelden waard is de Bazaar. Het is een atypische bazaar. Normaal loop je verloren in een wirwar van overdekte straatjes. Hier niet. Hier is er één hoofdstraat van 1,6 km lang met winkels langs weerszijden gaande van fruit en groenten alover kledij tot goud en koper.
Zeer leuk zijn de afslagen die we nemen naar aanpalende gebouwen zoals de gouverneurswoning, karavanserais (slaapplaatsen voor de handelskaravanen) met hun binnenkoer voor de paarden en huifkarren, twee badhuizen waarvan één is ingericht als museum en één als theehuis. En zoals het de architectuur van destijds betaamt, is de binnenafwerking van die badhuizen uitermate verzorgd: betegeling, mozaïeken en gekleurde marmer als vloer. In het theehuis speelt een orkest traditionele muziek op snaarinstrumenten die ik nog nooit gezien heb.
Op de terugweg naar ons hotel valt op dat nieuw op te trekken gebouwen allemaal een staalstructuur hebben. Daar is een goede reden voor: de streek van Kerman en Bam (weet je nog de aardbeving in 2003 van 6,3 op de Schaal van Richter) zijn continu onderhevig aan aardschokken en staal vangt die nu eenmaal beter op dan beton. Enkele dagen geleden in Isfahan zei men ons dat er opnieuw een zware aardbeving in de regio was. Maar we zien daar niets van in de stad. Integendeel, de hotelbediende wuift het weg als een 'alledaags feit'.
We boeken de woestijntoer voor morgen via het hotel en annuleren het contract dat we van thuis uit online afgesloten hadden met een lokaal reisbureau. Thuis, zes maanden geleden, leken de prijzen ons fair maar na een week Iran weten we dat het reisbureau ons serieus overprijsd heeft. Met het bedrag dat ze ons aanrekenen kunnen we bij wijze van spreken gans Iran rondrijden. Het wordt nog hard onderhandelen (via WhatsApp) maar uiteindelijk doen beide partijen een geste: zij annuleren de woestijntocht zonder kosten en wij betalen hen voor de twee overnachtingen in Kerman zodat ze de hotelcommissie kunnen opstrijken.

VERKEER IN KERMAN
Te doen

Dag 10 - Tussen Kerman en de Lut woestijn - 3 september
Rond 9u zijn we de boer op voor een tweedaagse rondrit. We bezoeken een aantal historische plekken maar we kijken vooral uit naar de tocht in de Lut woestijn, één van de heetste plekken op Aarde.
We zijn pas uit de stad als we vier wielrensters op hun racefiets voorbij steken. De fietshelm dekt het haar en de sportkledij inclusief een lange koersbroek dekt het lichaam. Ze zijn dus 'in regel'. Maar het blijft een apart zicht in dit moslimland waar we tot nu toe zeer weinig fietsers gezien hebben.
Het eerste stadje dat we aandoen is Mahan. We bezoeken er het mausoleum van Shah Vali, een dichter die meer dan 100 jaar oud werd en stierf in 1431. De kist ligt onder de grote moskeekoepel omgeven door Perzische tapijten. Kalligrafie en de blauwe betegeling zijn de aandachtstrekkers. Buiten zijn achteraf nog twee minaretten bijgebouwd.
Vijf km verder stoppen we aan een traditionele Perzische Tuin van een voormalige gouverneur. Het ingangsgebouw is al redelijk indrukwekkend, waarna de tuin stijgt naar het gouverneurshuis toe, getrapt en met in de lengteas een bovengrondse Qanat waarlangs het bergwater naar beneden gutst. De stijgende tuin is ongeveer 500 m lang. Er groeien voornamelijk loofbomen en cypressen. Het contrast met de omringende dorre woestijn kan niet groter zijn.
We rijden verder. In het zandkleurige landschap krijgen we een groene vlek in het vizier: het oasestadje Rayen. Rayen ligt aan de voet van de 4.420 m hoge Hezor berg, één van Iran's hoogste. De attractie hier is de 1.500 jaar oude, adobe en ommuurde citadel. De vier hoge hoektorens evenals de citadelmuren zijn zo goed als intact en zijn opgetrokken uit leem en klei. Binnen de vestingmuren zijn de huizen door de tand des tijds tot ruïnes herschapen maar een deel ervan is gerestaureerd. De luxe van de gerestaureerde woning van de burgemeester steekt schril af tegen de soberheid van de huizen van zijn kiezers. Meer nog, zijn residentie is volledig ommuurd met een hoge vestingmuur zodat dit een versterkt eiland is binnen de citadel.
Medhi is de naam van onze chauffeur die ons twee dagen zal vergezellen. Hij is 43 jr, getrouwd en vader van twee dochters, 14 en 17 jaar oud en van een zoontje van 6 maanden oud. Als ik hem bezig hoor, denk ik dat hij zes maanden geleden verschoten is van de uitkomst van de zwangerschapstest.
Alhoewel het not done is om over politiek te babbelen, is er niet veel moeite nodig om zijn frustraties te uiten.
'We have a bad government', ligt het eruit.
Zij zijn rijk en kijken amper om naar het volk. Er is geen enkele vorm van sociale zekerheid en als je geen job hebt 'then you are dead'. Volgens hem zouden er 25 miljoen geestelijken zijn, door de staat betaald om de Islam in stand te houden (op een bevolking van 80 miljoen inwoners).
'We have no good schools, but very beautiful mosques', zegt hij sarcastisch.
Na de lunch rijden we Rayen uit. En omdat het rijden met open ramen geen afkoeling meer biedt, gaan ze dicht en de airco aan. We moeten onderweg over een bergpas en door een twee km lange tunnel vooraleer we de afgelegen Coloured Mountains bereiken. Versteende zandbergen, uitgedroogde rivierbeddingen en zeer brede valleien zijn de voornaamste ingrediënten. De mineralen in de zandstenen schilderen pastelkleuren op de berghellingen, gaande van geel, groen naar rood en purper. Een prachtig zicht.
We zetten onze tocht verder naar de Kaloet regio, aan het begin van de Lut woestijn. Medhi vertelt ons dat het eergisteren 60°C was overdag in Kaloet toen hij er arriveerde met zijn klanten. Vandaag is het koeler en wordt het niet warmer dan 40°C. Trouwens de reden van alle bezoeken in de vroege voor- en late namiddag is net om de meeste woestijnhitte te ontwijken. Ik moet terugdenken aan Ali Schaterlach die de waarheid vertelde over de onmenselijke temperaturen in deze streek toen hij ons naar het hotel bracht in Yazd.
Onderweg stopt Medhi aan een Qanat. Je weet ondertussen alles over die ondergrondse kanalen. Maar nu kunnen we een actieve qanat in werking zien. We dalen steil af naar beneden, tot zo'n tien meter onder de grond waar we in een nauwe gang het water zien stromen doorheen de handgemaakte kanaalpijpen.
Medhi wil ons malgré de karavanserai van Shafiabad tonen, maar vertelt onderweg meer over de arme dorpelingen die er wonen. Hier aan de rand van de woestijn moeten de paar tientallen inwoners zich trachten te redden met hun kudden geiten en schapen. In de karavanserai stellen twee vrouwen hun handgemaakte dingetjes tentoon en Medhi dringt aan om iets te kopen, wat we ook doen. De kleine financiële steun aan die mensen lijkt de echte reden te zijn om hier te komen. De karavanserai is nochtans een groot bouwwerk in relatief goede staat en met een ruime binnenkoer. Het plaatsje Shafiabad is een eindpunt want aan de dorpsgrens start de oneindigheid van de hete Lut woestijn, zonder wegen en zonder leven.
We maken rechtsomkeer en nemen opnieuw de hoofdweg die langs de woestijnrand loopt. Stilaan toont de Lutwoestijn zijn natuurpareltjes, want langsheen de baan kunnen we al één en ander zien qua rotsformaties en zandpatronen.
We stoppen vandaag aan een tweede natuurfenomeen: de Egghills (Eiheuvels). Dit zijn afgesleten heuveltjes in de vorm van eieren, verspreid in de zandvlakte. We klimmen op een rotsrug om een beter beeld te krijgen van die groot uitgevallen molshopen.
Medhi is haastig want hij wil ons voor de zonsondergang naar een speciale plek rijden. We rushen verder en hij rijdt na een kwartiertje met zijn Peugootje een rotspartij op van waaruit we een uitstekend zicht zouden hebben. Dat is buiten de vier Fransen gerekend die uitgerekend op die plaats op de uitkijk staan in het bijzijn van hun gids. Alsof Medhi aanvoelt dat we dit gezelschap niet genegen zijn, haalt hij een maneuver uit en rijdt verder de rotsrug op om ons net op tijd af te zetten bovenop een rotspartij met zicht op een paar merkwaardige rotsformaties op de woestijnvloer onder ons. De rode lichtschakeringen eigen aan een zonsondergang geven een speciaal cachet aan dit maanlandschap.
We rijden naar onze slaapplaats, een ecologische lodge aan de rand van de woestijn, een paar honderd meter weg van de hoofdweg. De tuin staat vol fruitbomen, van het soort dat je bij ons niet vindt: dadelpalmen en granaatappels maar ook druivenranken. We overnachten in hutten, niet nadat we na de lange dag een stoofpotje binnenbiebelen met witte bonen, stoofvlees en gemarineerde knoflookteentjes.
Slaapwel.

Dag 11 - De Kaloets in de Lut woestijn - 4 september
Er komt van slapen niet teveel in huis want om 4u50 loopt de wekker af. We staan op en zien geen Fransen. Een goed begin van de dag. Om 5u starten we onze woestijnsafari en brengt de chauffeur van de 4x4 ons naar een plek in de Lut woestijn voor de zonsopgang.
Na een half uurtje verlaten we de hoofdweg en trekken we de woestijn in op een onverharde piste. Het is nog pekkedonker maar de chauffeur loodst ons naar een eerste plek. Naarmate de zon opkomt, wordt het steeds duidelijker dat we temidden een aantal zandkastelen of yardangs staan, dè natuur referentie wat deze woestijn te bieden heeft.

LUT WOESTIJN

De woestijn meet 180 bij 140 km en is dus zo groot als driekwart België. Het regent er 2 mm per jaar, bijna niets dus. Overdag varieert de temperatuur tussen 40°C en 65°C Celsius en 's nachts tussen de 20°C en 30°C. Ze eigent zich de titel van heetste woestijn op deze planeet toe. 's Winters is de temperatuur navenant lager.
Er is geen leven in de woestijn. Er is geen water, er leven geen dieren, ook geen ratten of slangen of schorpioenen en er groeit er niets. Niettenduvel, nada, notses.
Er is enkel zand en een paar zoutafzettingen.
Dè blikvangers zijn de indrukwekkende rotsformaties die doen denken aan Monument Valley. Volledig geërodeerde rotsen verschijnen er in alle vormen. Gaande van loodrechte fortachtige blokken tot getrapte, geërodeerde zandkastelen. En gisteren zagen we al de eivormige heuveltjes.

En zo hebben we het voorrecht om in dit maanlandschap te mogen 'rondrijden' tussen de rotsen en zandkastelen. Rijden moet je zien als heuvelruggen oprijden en afrijden, soms afglijden. Altijd steil en soms zeer schuin. Maar we kantelen niet en rijden ons niet vast in het zand, ook niet op de vlakke stukken. Op de meeste plaatsen is het zand echt versteend. De rijkunsten van onze chauffeur zijn top.
We stoppen aan de mooiste uitzichtpunten en begapen de natuurwonderen. De temperatuur begint intussen op te lopen en de 4x4 jeep slingert zich na twee uren een weg naar de verharde hoofdbaan.
Volledig voldaan komen we aan bij onze ecolodge. We nemen een laat ontbijt en vertrekken daarna naar ons hotel in Kerman. Onderweg stoppen we even in de Shahbad oase om een duizendjarige cypress te bezichtigen.
Medhi vertelt ons iets eigenaardigs: in deze oase loopt de temperatuur maar op tot 25°C terwijl 10 km verder, in de woestijn, regelmatig 60°C wordt bereikt. Hij kan ons daar niet meteen een verklaring voor geven.
We bereiken Kerman in de late namiddag en nemen onze hotelkamer in.
Wat moet gebeuren moet gebeuren zekerst? Wat mij overkwam in Isfahan met maag en darmstelsel, overkomen nu ook mijn reisgenoten Marc en Rita. We zijn ondertussen slimmer geworden en wachten geen extra dag. We laten het hotel onmiddellijk een dokter bellen waarna zich hetzelfde scenario afspeelt: met de Iraanse 100 naar spoed, een baxter-met-antibiotica en na drie uur ontslagen uit het ziekenhuis met een zak vol medicatie voor de volgende dagen.
Opnieuw tonen de Iraniërs hun vriendelijkheid. Ook hier rijdt de hoteleigenaar mee tot in de kliniek, regelt hij alle administratie en koopt hij de medicatie. Ook hier niets anders dan lachende blikken. Tijdens de drie uren in de spoedafdeling, verdrijf ik de tijd en loop door de gang. Elke deur die op de gang uitgeeft, draagt een Iraans opschrift plus de vertaling in het Engels. De medicatie kamer heeft wel een zeer ongelukkige vertaling meegekregen: 'Poisoning'.
De spoedarts komt een woordje babbelen met mij. Hij wil onze beroepen kennen en wat de kost van het levensonderhoud in België is. Maar ook bij hem kantelt het gesprek rap, net als bij Medhi, naar de politiek en klaagt hij de mistoestanden aan. Ik zeg hem dat we allemaal hopen dat de sancties rap voorbij zijn. Maar hij repliceert dat de Iraanse machtshebbers er niet echt belang bij hebben 'because they are already rich'. Het volk moet maar zijn plan trekken. Hij zegt dat hij mensen kent die zich nog amper een brood kunnen permitteren.
Om het nog even te schetsen:
Reisadvies op de website van Buitenlandse Zaken: 1 Euro is 52.000 Rial.
Aankomst in Teheran: 1 Euro is 122.000 Rial.
Vandaag, tien dagen later: 1 Euro is 150.000 Rial.
De inflatie galoppeert. De doorsnee Iraniër wordt elke dag armer. Ze moeten opletten of ze verzeilen in Venezolaanse toestanden. Wat me opvalt in discussies met die mensen is dat ze niet de schuld op de VS steken maar hun eigen regering als corrupt en onbekwaam aanzien.
De baxters zijn leeg, dus kunnen we gaan.
Ik moet echter wel de opname- en ontslagpapieren tekenen van Marc en Rita. Naam plus handtekening plus … vingerafdruk. Is dit nodig vraag ik?
'It's the procedure', en ze duwen mijn wijsvinger op een blauw inktkussen en daana op de papieren.

Dag 12 - Kerman - Shiraz - 5 september - 1.585 m hoogte
We stappen deze morgen terug op een comfortabele bus in het busstation van Kerman richting Shiraz. Het wordt de laatste en meteen ook de langste busrit in Iran.
De voormiddag wordt ingenomen door een sexy maf van ons in de verstelbare zetels. Tot we tegen de middag plots stilstaan aan een politiepost op de snelweg. Het is een soort loods met annex een cel. De buschauffeur stapt uit en we zien hem de passagierslijst overhandigen aan een stoer uitziende jonge politieman. Ze maken grapjes alsof ze elkaar al jaren kennen. De stoere politieman stapt op de bus en duidt twee willekeurige personen aan. Het zijn twee hip uitziende jonge Iraniërs, waarschijnlijk vroege twintigers met een modern kapsel, die ondervraagd worden. Hun bagage moet uit de kofferruimte en die wordt grondig gecheckt. Er wordt niets gevonden en dus kunnen we voort. Bijzonder triestig is het beeld van twee geboeide gevangenen die in de cel-annex-loods zitten en door de tralies heen dingen naar ons roepen.
In de namiddag rijden we nog over twee bergpassen waar de camions zich voortslepen als slakken over de weg. Onze buschauffeur moet voortdurend het tegenvoetse verkeer in de gaten houden om te kunnen voorbijsteken. De klimaatverandering wordt nog maar eens bewezen als we een enorm, maar zo goed als uitgedroogd meer passeren.
We komen na acht uur rijden aan in het busstation van Shiraz.
Shiraz telt anderhalf miljoen inwoners en wordt al 2.000 jaar aanzien als hèt centrum van de Perzische cultuur. Het was zowat de belangrijkste stad gedurende de islamitische middeleeuwen. De stad huisvest de mooiste islamitische bouwwerken, moskeeën en tuinen, met de ruïnes van Persepolis als top of the bill.
Timoer de Lamme en Dzjengis Khan spaarden de stad omdat de heersers van destijds hen eer betoonden en daardoor massaslachtingen vermeden. Het is ook de stad van Iran's meest bekende schrijvers: Hafez en Sa'adi.
Maar zo'n 200 jaar terug kwam de stad meer en meer in verval. Op vandaag is het een administratief centrum en een belangrijke universiteitsstad.
Na de hotel check in wandelen we nog even de stramheid uit onze benen en trachten ons te oriënteren en te weten hoe we morgen de wandeltoer zullen aanpakken om alle bezienswaardigheden op één lange dag te bezoeken.
We zien een Iraanse gidse die twee klanten begeleidt. We vragen haar naar een goed restaurant in de buurt. Meteen stelt ze zich voor als Neda. Ze belt zelfs naar het restaurant om voor ons een plaats te reserveren. Allemaal heel normaal voor dit volk.
Terwijl Neda belt, raken Marc en Rita aan de klap met het Europees koppel, die een Duitse vrouw blijkt te zijn met haar Iraanse man. De man is als kind het land ontvlucht en komt nu - na 65 jaar - voor de eerste keer terug naar zijn geboorteland naar aanleiding van een trouw in zijn familie. Mooi verhaal.
Haft Khan Restaurant Complex is de naam van waarschijnlijk het duurste en sjiekste restaurant van Shiraz waar Neda voor ons gereserveerd heeft. Het is een modern gebouw van vier verdiepingen met telkens een restaurant per verdieping. We kiezen voor het traditionele restaurant. Maar je kan ook een verdiep hoger naar het fast food, nog een verdiep hoger het internationaal en op het dak het barbecue restaurant. Alle vier op een moderne wijze ingericht. Voor de lokale mens moet dit een enorm duur uitje zijn, voor ons zeer goedkoop. We eten voor 7 Euro de man.

Dag 13 - Shiraz - 6 september
Help!
De Fransen zitten aan de ontbijttafel. Ze overnachten dus voor de zoveelste keer in ons hotel. We blijven hen maar tegen het lijf lopen, gelukkig figuurlijk. Marc vraagt zich af of we geen kennis moeten maken. De eerste lachbui van de dag is een feit.
We delen de dag zo in dat we alle belangrijke trekpleisters aandoen in één lange dagwandeling.
Het eerste bezoek deze morgen is aan de Nasir-al-Molk Moskee. Daar moet je tussen 8u en 10u zijn om de reflectie te zien van het zonlicht door de gekleurde glasramen op de Perzische tapijten. Een spectaculair zicht dat soms vergald wordt door de vele selfietrekkers of de schone vrouwen die malgré moeten poseren en daar hun tijd voor nemen.
We wandelen verder naar de Naranjestan Tuin. Het is een kleine maar zeer verzorgde tuin, afgelijnd met appelsien- en palmbomen en in het midden natuurlijk het obligate waterkanaaltje. Zoals bij elke tot nu toe bezochte tuin, eindigt hij aan het paviljoengebouw.
Het 940 m2 metende gebouw is ingericht door de meest bekwame ambachtslieden uit die tijd (19e eeuw). De spiegelzalen - ze zijn zot van spiegels, maar dat wist je al - de muurschilderingen, de bepleistering, het houtsnijwerk en de plafondafwerking zijn apart.
De volgende stop is de 18e-eeuwse Burcht van koning Karim Khan. Een intact stenen fort met vier ronde wachttorens, gemetst in een bepaalde mozaïek en hoge muren opdat de koning zich veilig zou voelen. Het fort ligt pal in het centrum van Shiraz.
Aanpalend zijn de Nazar Tuinen van de koning met daarin het achthoekig Pars Museum, waar de man begraven ligt. Je ziet er ook zijn kromzwaard tentoon gesteld. De tuin zelf is slordig en ziet er slecht onderhouden uit.
Ik geraak aan de klap met iemand die vraagt van welk land we zijn. Hij is in uniform. Ik vraag hem of hij politieman dan wel militair is.
'I am a soldier', zegt hij fier 'and we have the best army of Asia'. Misschien sturen ze hem straks naar Syrië.
We slepen ons in een dagtemperatuur van 38°C verder naar de Vakil Moskee. Een moskee waar de minaretten aan de ingang vervangen zijn door twee wachttorentjes en versierd met roze betegeling. Maar de voornaamste attractie is het bos van 48 gedraaide zuilen die de 75 m op 36 m grote gebedshal ondersteunt.
Het orgelpunt van de dag en liefst te bezoeken bij valavond wegens de wonderlijke verlichting, is de meest heilige plek van Shiraz: het Shah-e Cheragh Mausoleum. Het is een enorm complex met een koepel in blauwe betegeling en minaretten wiens toppen met bladgoud belegd zijn.
Het is tevens een pelgrimsoord. Volgende week is het hier een Islam hoogdag en zal er door tienduizenden eer gebracht worden aan de Profeet. Een soort Mekka in het klein.
En omdat het een pelgrimsoord is, mogen toeristen erin maar moeten ze vergezeld worden door iemand van het 'International Affairs' bureau. We krijgen een vrouw toegewezen. Ze wandelt met ons mee over het enorme binnenplein en zegt dat we enkel discreet foto's mogen nemen met ons mobieltje en op het plein moeten blijven. De moskee en andere gebedszalen zijn exclusief voor moslims. Ook het mausoleum zelf, waar de kist van de Shah staat, zou een reusachtige spiegelkamer zijn. Maar ook daar mogen we niet in. Dat was enkele tijd geleden anders maar sinds de aanslagen van IS in Teheran en hier aan dit schrijn in Shiraz, zijn de regels strikter geworden.
De luidsprekers staan met de volumeknop flink naar rechts gedraaid. De pelgrims worden onthaald op Koranverzen. Als de prediker stopt, schiet het live orkest in gang. Ze spelen een soort religieuze muziek in de top van één van de minaretten en mogen alleszins geen hoogtevrees hebben.
We wandelen rond het plein en genieten van de sfeer. Ontelbare keren willen mensen met ons op de foto of slaan ze een babbeltje in hun beste Engels. De kinderen die het aandurven roepen 'hello, how are you?'. Waarschijnlijk hun eerste zinnen in de Engelse les op school.
De avond valt en de verlichting van het complex creëert een speciale sfeer.
Omdat Iran in onmin leeft met Saoedie Arabië, vraag ik onze 'gidse' of de Iraanse moslims ook verplicht zijn om éénmaal in hun leven naar Mekka te reizen? Ja, antwoordt ze, maar alleen als je het financieel aankan.
Ze vertelt ons verder dat er vandaag - en vervolgens elke donderdag - een dienst is in de moskee waar de zonden van diegenen die aanwezig zijn, vergeven worden. Een soort openbare biecht. Met gevoel voor humor zegt ze dat de aanwezigen dan terug goed zijn voor een week, opnieuw mogen zondigen, want volgende week donderdag wordt het hen terug vergeven. Ze lonkt in onze richting om onze reactie te zien maar schiet zelf in de lach.
En naarmate onze gesprekken vorderen, draaien ze meer en meer in de richting van de politiek. En ondanks haar status van afgevaardigde van 'International Affairs', spaart ze haar kritiek op de regering niet. Dit is nu al de derde persoon die we tegenkomen op onze doorreis in Iran die de kritiek op het regime niet schuwt: de taxichauffeur en de spoedarts in Kerman en nu de gidse in Shiraz. Ze gaat verder met haar betoog.
'Mijn zuster heeft twee baby's en voorheen kostten de pampers 30.000 Rial, nu 90.000 Rial'.
De stortvloed van kritiek houdt aan alsof ze haar hart wil luchten. Teveel om hier te noteren, maar deze heb ik onthouden:
'De islam zegt dat je goed moet zijn voor de medemens, je huis openstellen voor vreemden en alles delen'.
En dat voel je als toerist. Dit volk is echt begaan.
'IS is not islam', voegt ze eraan toe.
'Het zijn criminelen. Zij onthoofden en plegen feiten die tegen de Koran ingaan'.
Op de vraag hoeveel een bediende verdient in Iran, antwoordt ze: tussen 100 en 200 Euro per maand. En met de opkomende devaluatie van de Rial en de hyperinflatie als gevolg, wordt elke inwoner elke dag armer.
Op de vraag hoe lang dit kan duren, kijkt ze maar bedenkelijk. Ze geeft geen antwoord.
En zegt ze, 'Iran zou zo een rijk land kunnen zijn. We hebben olie en gas, prachtige natuur en de meeste historische gebouwen'.
Ze neemt afscheid, nog steeds met haar niet aflatende glimlach op het gezicht. We willen haar een fooi geven maar ze weigert.
'Give it to the poor', zegt ze.
We zijn zwaar onder de indruk. Een ontzagwekkende vrouw.

Dag 14 - Persepolis - 7 september
Deze morgen start de rit naar het roemrijke Persepolis, de bakermat van onze beschaving?
De stad dateert van 500 v.Chr., is dus 2500 jaar oud, maar is pas een 100 jaar geleden opgegraven door Iraanse, Italiaanse en Duitse archeologen. De stad zat volledig onder de grond.
Het was Darius de Grote die begon met de bouw van de stad dat een soort pronkstuk moest worden om de macht van het Perzische rijk te illustreren. Hij liet de beste architecten overkomen en na zijn dood bouwden de opeenvolgende koningen lustig verder. Het resultaat is een site vol paleizen, zuilen en volledig gebeeldhouwde muren met bas-reliëf.
Maar waar gestoeft wordt, is er ook nijd en jaloezie. En het moet wel lukken dat ene Alexander de Grote (356 v.Chr - 323 v.Chr) vanuit Griekenland zijn rijk uitbreidde richting Perzië. In 330 v.Chr. heeft hij eerst geplunderd en dan de stad kapot geschoten. Dit had tot gevolg dat op vandaag nog enkel pilaren overblijven terwijl de muren en daken vernield zijn. Dus enkel nog een klein deel blijft over van wat een fenomenaal complex moet geweest zijn als ik voortga op de 3D-bril die ik van een bezoekster uit onze groep af en toe mag opzetten. Het toestel bespreekt en toont de gebouwen in hun originele staat. Het beeld is in kleur en de 3D-simulatie overtuigend.
We zien een hoge vestingmuur als we de site naderen. De stenen zijn perfect in elkaar gepuzzeld. Er is geen mortel gebruikt maar de gidse weet ons te vertellen dat de techniek van manneke-meiske werd gebruikt om de stenen te stapelen en feilloos in elkaar te laten passen.
We gaan 111 trappen naar omhoog en zien dat de ingang bewaakt wordt door twee standbeelden van wolven aan de voet van twee 16 m hoge pilaren.
Even verder passeren we twee imaginaire creaturen waaronder een eagle-griffin, gebruikt als logo door Iran Air, de nationale vliegtuigmaatschappij.
We wandelen het Paleis van de Honderd Zuilen binnen. Destijds wel te verstaan. Op vandaag staan er enkel nog een paar recht. De honderd kwam van 100 bevelhebbers die elk 100 soldaten onder hun commando hadden.
In het midden van het complex staat een grote, recente hangar die eigenlijk het globaal overzicht van de site absoluut verstoort. Maar er is een goede reden voor. Ze beschermt een lange, opgegraven muur met bas-reliëf taferelen tegen zon, wind en regen. Als je goed toekijkt, bemerk je in die gebeitelde muur gezanten van maar liefst 23 verschillende volkeren, te onderscheiden door hun kleding en hoofdtooien. Allen kwamen ze giften aanbieden aan de Sjah van het grootste Perzische Rijk.
We wandelen vervolgens langs een tiental van de hoogste pilaren van de stad: ze zijn 22 m hoog en contrasteren tegen de felblauwe lucht.
Darius de Grote was een rechtvaardig en billijk man, vertelt de gids. Hij betaalde zijn volk voor het werk dat ze leverden. Vrouwen die zwanger waren, kregen een zwangerschapspremie. Hij was dan ook een zeer geliefde vorst.
De toer eindigt na twee uur en het geheel doet me sterk denken aan de site van het Akropolis in Athene. Enkel staan er meer bouwwerken recht in Athene dan in Persepolis. Spijtig.
Het toeristenbusje voert ons vervolgens naar het nabijgelegen Necropolis. Op de bus zitten een Spaans koppel, twee collega's van een internationaal bedrijf, een oudere Ier en nog een Duitse van wie ik af en toe de 3D-bril mocht opzetten. Nog steeds ben ik verrast door de technologie in zo'n toestel dat me prachtige beelden op mijn netvlies plant van hoe de bouwwerken er 2500 jr geleden uitzagen. Het moet prachtig geweest zijn.
Op de site van Necropolis zien we grote symmetrische vlakken uitgehouwen uit de rotsen met hoog bovenin een ingang tot de begraafplaatsen van de koningen. Die ingang is een tunnel gehouwen uit de rots met drie kamers aan weerszijden. Die kamers zijn de laatste rustplaatsen van de Sjahs. We kunnen enkel de uitgehouwen toegang van buitenaf bewonderen want toeristen mogen niet in de rots gaan.

BEGRAVEN IN EEN GAT VAN EEN ROTS

Er is een reden waarom ze in die tijd hun doden in een gat in de rots begroeven. Vier natuurelementen waren voor het volk van destijds heilig: vuur, water, lucht en de bodem. En die vier elementen mochten niet bezoedeld worden. Dus werden de lijken niet verbrand, noch in het water gegooid, noch in de grond begraven. Er bleek maar één oplossing mogelijk: ze begraven in een rots.
Het was ook de tijd van de bonekeepers, de beenderenverzamelaars, een toch wel opmerkelijk beroep. Die mensen moesten de lijken verzamelen en het lijkenvlees laten rotten en voederen aan de dieren totdat alles mooi kaal gewreten was en er enkel nog beenderen overschoten. De beenderen van de gewone man werden niet in de sjieke rotskamers gelegd - voorbehouden voor koningen - maar in de spleten en holen van die rotsen gestoken.
Santé mijn ratsjen.

Met deze zwarte gedachten stappen we op de toeristenbus en rijden terug naar Shiraz. Daar belanden we terug in het … verkeer.

VERKEER in SHIRAZ
Onbegonnen werk

Na de Koran zijn de gedichten en de poëzie van Hafez (1320 - 1390) de meest gekende en meest gelezen geschriften. En omdat die man zo belangrijk was en nog is in de Iraanse samenleving, bezoeken we zijn mausoleum.
En of Hafez nog dienst doet. Een groepje jongelingen benadert ons en zijn vol lof over de schrijver. Je moet in gedachten iets verlangen, aan iets denken en de ogen sluiten. Open dan een boek van Hafez op een willekeurige bladzijde en je vindt er het antwoord in terug. We vinden het heel tof dat die man nog veel jonge fans heeft, maar proberen het toch niet.
We sluiten de dag (en Shiraz en Iran) af met een bezoek aan de Eram Tuinen. Het zijn de grootste tuinen tot nu toe waar vooral families met kinderen komen ontspannen. Het is weekend en dus nogal druk.
We zien lanen met heel hoge cypressen, grasperken, kanaaltjes, rotstuinen, een verlepte rozentuin maar vooral veel spelende en schreiende kleintjes. Van sommige fiere ouders moet hun kroost een dansje opvoeren voor ons.
We stappen de enorme tuin uit langs het opvallende Qavamhuis met de prachtige vijver ervoor.

We eindigen het bezoek aan dit land met onze impressies:

  • Vriendelijkheid en behulpzaamheid zijn twee geweldige eigenschappen van dit volk. De Iraniërs zullen vanaf vandaag voor mij gelden als dè referentie. Elk ander volk zal 'gemeten' worden ten opzichte hen. De Japanners komen nu op de tweede plaats terecht.
  • Rijke en verfijnde islam cultuur, met oog voor detail. Lusthoven en -tuinen
  • Alhoewel het ongepast is om over politiek te spreken, hebben verschillende mensen spontaan hun frustraties geuit over de huidige regering. Geen enkele keer werd de vinger gewezen naar de VS of het Westen. Ze kijken in eigen boezem.
  • Door het opblazen van het nucleair akkoord door Trump en de daaropvolgende sancties is de munt sterk gedevalueerd. De mensen worden elke dag armer want de gedevalueerde munt doet alle prijzen stijgen.
  • Darm- en maagperikelen door het drinken van besmet kraantjeswater brachten ons in de spoedafdeling van twee hospitalen: drie uur aan de baxter plus een zak pillen om ons vlug op de been te helpen. De verzorging was prima.
  • Het verkeer is een fiasco: Chinese toestanden maal twee. Witte rijvakstrepen staan er bijna niet meer want iedereen rijdt toch op de baan waar hij wil. Elke vrije vierkante meter wordt benut.
    Hoe vriendelijk ze zijn tegenover elkaar en de toeristen, zo onverdraagzaam zijn ze in het verkeer. Het moet vooruit gaan en daarvoor worden alle middelen ingeschakeld: de pas afsnijden, in het gat duiken, voortdurend bijna-ongelukken. Overstekende voetgangers - op het zebrapad of niet - riskeren altijd opnieuw hun leven. Twee- of drievaksbanen worden de facto ontdubbeld want elke meter telt. Als de lichten op groen springen, beginnen ze achteraan al te trompen.
    Ze zijn een heer in de omgang maar geen heer in het verkeer.
  • Peugeot heeft zeker meer dan 50% marktaandeel. Andere merken die we in het verkeer zien zijn Renault, Hyundai en Kia. Nergens BMW, Audi, Mercedes gezien. De Franse automobielindustrie wint hier het pleit.


Dag 15 - Shiraz - Istanboel - Tasjkent - 8 september
We boeken een extra nacht omdat onze vlucht uit Iran naar Oezbekistan via Istanboel pas om 3 u in de morgen vertrekt. Dus temidden van onze slaapnacht. Maar hoe overbrug je best de tijd tot 1 u, tijdstip waarop we de taxi moeten nemen naar de luchthaven? Een beetje slapen, of toch niet? Iedereen doet maar wat.
Na een vlucht van vier uur landen we 's morgens vroeg in Istanboel. Plots zien we het omgekeerde gebeuren als op de heenreis: de hoofddoeken glijden van de hoofden. Gesluierde vrouwen van daarnet laten plots hun haren zien.
Onze 'aansluitende vlucht' is pas vanavond, binnen een goede 12 uur. We moeten dus een dagje goedmaken in de drukke Ataturk luchthaven van Istanboel. We overwegen om de stad in te trekken maar je hebt een visum nodig. We beslissen om wat te rusten in plaats van te crossen naar en van Istanboel stad.
We zoeken een min of meer rustige plaats en vinden enkel een rij zetels aan een gate. We kunnen ons dus even strekken en een tukje doen. Maar die relatieve rust verdwijnt naarmate de passagiers binnenkomen voor de aangekondigde vlucht … en komt vanzelfs terug als ze aan boord zijn.
Na verloop van tijd bevinden we ons in een toestand van 'deuzigheid'. Het is een gevolg van de drukte, te moe om fit te zijn en te fit om moe te zijn. De tijd overbruggen wordt één langgerekte geeuw.
Het is al een stuk in de namiddag als we aan de gate van onze vlucht naar Oezbekistan's hoofdstad Tasjkent zitten. In de wachtzaal zitten een aantal Oezbeekse families waarvan de vrouwen onnatuurlijk dik zijn. We houden ze in het oog. We zien ze hun lang kleed omhoog heffen en daaronder zien we hun onderkleren waaraan enorme zakken genaaid zijn. Daarin zitten kleren verscholen. De vrouwen maken die zakken leeg en steken de kleren in een soort vuilniszakken die ze toetapen. Het afrol-lawaai van de kleefbanden die zigzag over de plastieken gekleefd worden, is een beetje lachwekkend.
Op bepaalde zakken staan opschriften als 'Verssacce'. Ik vraag uitleg aan een meneer uit zo'n familie maar die kijkt me argwanend aan en zwijgt. Zouden de vrouwen zich bevoorraden in Turkije en daarmee een handeltje voeren in hun thuisland? Is het valse merkkledij en namaak?
We zien een vrouw die vijf sjaals bovenaan uit haar kleed/decolleté trekt. Ze duwt ze in een andere handbagage. Ze ritst ze toe maar de tas is zo vol dat de sluiting dreigt te breken. Dus wordt de tape weer bovengehaald.
Tientallen dichtgeplakte zakken staan aldus gestapeld aan een vrije ruimte dichtbij de gate, klaar om in te schepen. De dames zijn intussen fel vermagerd en ik vraag me af hoe al die zakken in het vliegtuig gaan belanden, wetende dat je in principe maar één stuk handbagage mag meedoen.
Ik ga espres als één van de laatsten in het vliegtuig. De loopbrug naar het vliegtuig staat ondertussen volgepakt met de tientallen plastieken zakken. Ik vraag de steward wat er daarmee gebeurt. Ze verdwijnen in de cargoruimte van het vliegtuig, zegt hij.
Maar waarom checken ze die dingen niet gewoon in? Een deel verdwijnt niet in de cargo maar wordt boven onze hoofden in de bagagebakken gestapeld. Die zitten eivol, net als het vliegtuig. Ik snap het niet; ik laat het los.
We trachten ons te ontspannen en het entertainment systeem helpt ons daarbij. Bij de categorie 'rock music' vind ik vintage LP's zoals 'Made in Japan' van Deep Purple, 'Celebration Day' van Led Zeppelin, 'Greatest Hits' van Guns & Roses en Bon Jovi. Plus recent werk van Coldplay, U2 en Muse. Het is alsof Turkish Airlines hun programmatie aan mijn smaak hebben aangepast.
We landen om 1u in de morgen lokale tijd in Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Tesamen met een grote groep Vlamingen die bij Koning Aap geboekt hebben.
Op de bagageband zijn de valiezen van de 'normale passagiers' bijna niet te zien tussen de dichtgetapete vuilnis- en andere zakken vol met namaakkledij. Wat een zootje.

 

FOTOREEKS IRAN

 

 


OEZBEKISTAN

Dag 16 - Tasjkent - 9 september
De eeuwenoude stad Tasjkent vindt zijn oorsprong in de vruchtbare oase aan de rivier Chicik. In het huidige Tasjkent zijn er weinig historische gebouwen te vinden omdat een aardschok in 1966 een groot deel van de stad verwoestte. De stad is heropgebouwd door de Sovjets en dat zie je: brede met bomen omlijnde boulevards, pleinen, fonteinen en appartementenblokken.
De stad was vroeger een belangrijke halte op de Zijderoute tussen Europa en Azië. Vandaag de dag heeft Tasjkent zich ontwikkeld tot een moderne stad. De stad ademt een rustige sfeer uit. Maar liefst één derde van de oppervlakte van de stad is ingenomen door prachtige parken en tal van fonteinen. Zelfs het verkeer is beperkt en rustig. Je zou kunnen stellen dat de situatie het omgekeerde is in vergelijking met Teheran. Er zijn te weinig auto's voor de brede boulevards.

Vandaag is een overgangsdag in Tasjkent want vanavond om 18u nemen we een binnenlandse vlucht naar Urgench/Kiva. Onze acties vandaag beperken zich dan ook tot wat slaap inhalen na een horrordag en -nacht en een namiddaguitstap in 't stad.
Chorsu Bazaar is de eerste en enige stop vandaag. Er naartoe rijden we langs brede lanen van allemaal minstens drie rijvakken breed, met veel groen en parken en parkjes met of zonder fontein. Er is relatief weinig verkeer in deze hoofdstad. Een verademing in vergelijking met Iran.
We lopen via een smalle toegang naar de Chorsu Bazaar, langs weerszijden afgebakend met openlucht kleerstalletjes. Komen we toch wel die vrouwen tegen zekerst van gisterenavond op het vliegtuig. De vrouwen die zich ontkleedden en vuilniszakken vulden met in Istanboel gekochte kledij en die dichtplakten met tape. 's Anderendaags staan ze hier al op de markt hun namaakspullen van Verssacce te verkopen.
De Bazaar is een enorme overkoepelde markt met twee verdiepingen. Alle voedingswaren worden er vers aangeboden: fruit, vlees, groenten, noten, kruiden, brood en eieren. De eieren in de ei-afdeling zijn gerangschikt volgens kleur: kleurschakeringen van ecru tot donkerbruin. Eigenlijk best een weerspiegeling van het menselijk ras.
Alle niet-voedingswaren bevinden zich buiten het overdekte gebouw. Dus met een bezoek aan de Chorsu Bazaar zal uw boodschappenlijstje volledig afgevinkt zijn.
Dichtbij de Bazaar staat de Vrijdagsmoskee. Zowel buiten als binnen valt ons de soberheid van het gebouw op in vergelijking met de Iraanse exemplaren.
Als we naar ons hotel willen terugkeren, vinden we geen vrije taxi. Een paar private wagens stoppen maar hun prijs lijkt ons overdreven en ze willen niet onderhandelen. Van puur armoe maar vooral onder tijdsdruk omdat we naar de luchthaven moeten, nemen we toch maar een privé wagen. Tijdens de rit moet de chauffeur verschillende malen stoppen en de weg vragen aan voorbijgangers. En als we eindelijk toekomen aan ons hotel is onze gereserveerde taxi naar de luchthaven weg. 'Omdat we te laat zijn', zegt de hotelreceptioniste. Ze belt in allerijl een nieuwe taxi.
Het komt goed. We arriveren op tijd in de luchthaven en nemen de avondvlucht naar Urgench/Kiva. 90% van de passagiers zijn toeristen, allemaal senioren. Een dik uur later landen we. Het is een ongewoon harde landing. Misschien een stagiair aan de stuurknuppel?

Dag 17 - Kiva - 10 september
Kiva is een vestingstad. Door haar ligging en mede door een grote waterbron was de stad een belangrijke stopplaats langs de Zijderoute. De oude stad is volledig ommuurd en de huizen opgetrokken uit lemen muren met die typische bruine kleur van opgedroogde of versteende modder. De omtrek van de vestingmuur is 2,5 km. Alles is nog zo goed als intact. Dit wil zeggen dat de stadspoorten, de historische gebouwen, de pleinen, de moskeeën en de vestingmuur nog in vol ornaat te bezichtigen zijn, een waar openlucht museum.
De meerderheid van de 50.000 inwoners woont buiten de vestingmuur. Kiva bestaat namelijk uit een binnen- en buitenstad met elk hun eigen ommuring. De oude stad - binnen de eerste vestingmuur - is zo goed als autoloos. Enkel de horeca wordt bevoorraad. Het is trouwens niet aangewezen om op de onverharde en smalle straten met de wagen te rijden.

Bijna alle historische gebouwen liggen in de binnenstad. Ik ga hier geen opsomming geven van wat we bezoeken. Ge wordt helemaal tureluurs van die namen in het Oezbeeks.
Deze gebouwen dateren uit de 19e eeuw en zijn dus vrij recent. Het is een verzameling van musea, madrassa's of koranscholen, moskeeën, hoge minaretten en paleizen. Naar gelang je interesse vergaapt ge u aan voorwerpen uit het dagelijkse leven van destijds, foto's, tekeningen, wapens of gewoon aan de prachtige mozaïeken en betegelde gevels van de bouwwerken. Alle plaatsen mag je binnengaan en bezoeken. Je betaalt een algemeen ingangsticket geldig voor de ganse oude stad en zijn bezienswaardigheden.
Er springen er toch een paar uit:
- Kuhna Ark, een fort en residentie van de gouverneur destijds, met zijn zomer- en wintermoskee, de open troonruimte en de wachttoren met een verbluffend zicht op de lage bebouwing van de oude stad. Ondanks al dit moois verkoos de gouverneur soms te overnachten in zijn joert op het binnenplein. Hij had nog nomadenbloed door zijn aderen stromen.
- Kalta Minor Minaret, 't vetzakske, een redelijke lompe en dikke minaret bezet met turquoise tegels en onafgewerkt. De bedoeling was dat hij rond de 80 m hoog zou worden maar is blijven steken op 29 m. Men wou op de top kunnen kijken naar het 400 km verder gelegen Boekhara. Maar de Khan die hem bouwde stierf plots en meteen ook zijn project.
- Islom-Hoja minaret is met zijn 57 m de hoogste van Oezbekistan. 118 hoge treden zijn net te zwaar voor mijn gehavende heupen, dus beklimt Marc hem alleen.
- Het Tosh Hovli Paleis waar de koning vier officiële vrouwen had plus veertig concubines. We bezoeken de vertrekken van zijn harem evenals zijn slaapkamer, waar noeste arbeid werd geleverd… veronderstel ik toch … met keuzestress uit 44 smachtende vrouwen.
- De Juma Moskee, een woud van meer dan 200 slanke houten pilaren, allemaal versierd met houtsnijwerk, die de houten zoldering ondersteunen. Sommige zuilen dateren van de 10e eeuw.

De avond valt en op weg naar een dakrestaurant raken we aan de klap met een groepje tienjarigen waarvan eentje een truitje van Ronaldo draagt. Het manneke kent de halve ploeg van de rode duivels van buiten. Met het uitspreken van 'De Bruyne' heeft hij het meeste last.
Kiva is zeer toeristisch en de binnenstad staat vol kraampjes. Niet alleen op de hoofdweg maar ook nog aan de ingang van elk historisch gebouw. Het is vrijwel onmogelijk om een gebouw te fotograferen zonder de marchandise van de verkopers.
En door het opkomende toerisme in die streken zal het alleen maar verergeren.

Dag 18 - Kiva - 11 september
Deze morgen stappen we naar de westelijke kant van de vestingmuur. Er is daar een trap of iets dat er op gelijkt en zo kunnen we tot op de vestingmuur gaan en hem een paar honderden meter bewandelen. Langs de ene kant kijken we op de daken van de oude stad en langs de andere kant op het verkeer van de buitenstad.
Na een uurtje zijn we terug beneden. Langs een binnenweg sluipen we terug naar het centrum van de binnenstad en zo zien we ook eens waar de overblijvende lokalen wonen. Aan elk huis hangt een bordje met de straatnaam en het huisnummer.
Eenmaal in het centrum worden we vergast op een publiek familiefeest. We mogen op de foto met de prachtig uitgedoste kinderen en we begrijpen uit hun slecht Engels aangevuld met gebarentaal dat het feest is om de besnijdenis van hun 5 à 6 jarig zoontje te vieren. Het jongetje is de helft van zijn piemel kwijt en daarvoor gaat de familie al dansend en zingend door de straten.
We hebben nu zo goed als alle bezienswaardigheden gezien en bezocht. Het plan om naar Nukus te rijden, een hele dag onderweg, laten Marc en Rita varen. We zoeken een schaduwrijke plaats met wifi en updaten het thuisfront. Maar overal is de wifi traag, tergend traag naar onze normen. Ik denk dat er nog koperdraad gebruikt wordt. Het aanvullen van de reisblog met foto's wordt een probleem.
Vanuit onze stoel horen we muziek op straat. We gaan een kijkje nemen en alweer wordt er een feestje gebouwd door een live orkestje dat traditionele dansmuziek speelt. De lokale danseressen tonen voor hoe het moet. Marc wordt meegesleurd in de danscursus en doet dat niet slecht.
Het is rond 19u en de zon gaat onder. We haasten ons naar de uitkijktoren, deel van het Kuhna Ark complex, waar we een geweldig uitzicht hebben op de binnenstad en op de vestingmuur. De rode gloed van de ondergaande zon schijnt op de vestingmuren en de zandkleur verandert in roze. De hemel kleurt inmiddels rood. Het is een heerlijk zicht.
Valavond is het sein om de verlichting aan te steken op alle bezienswaardigheden en er wordt sfeer geschapen in de smalle straatjes van de binnenstad.

Dag 19 - Kiva - Boekhara - 12 september
Deze morgen wordt in de ontbijtzaal enkel Nederlands gesproken. Er is namelijk een groep van Joker neergestreken. Ze steken volgende week door naar Turkmenistan ook wel eens het Noord-Korea van Centraal Azië genoemd vanwege zijn beslotenheid en dictatuur.
We starten om 9u onze verplaatsing naar het 451 km verder gelegen Boekhara. Per auto. Helaas rijden er noch treinen noch bussen die richting uit en wordt alle vervoer geregeld met het hotel en hun chauffeurs. Het enige alternatief is een taxirit naar het treinstation in Urgench gevolgd door een trage trein naar Boekhara en ginds een taxi naar het hotel. We kiezen voor het gemak van een autotrip van deur tot deur.
'Ze kiezen voor het gemak', hoor ik u denken?
De baan naar Urgench waar we gisteren landden vanuit Tasjkent is doenbaar maar dan start de ellende. De baan vanuit Urgench naar Boekhara is een totaal versleten tweevaks asfaltbaan, vol putten, spleten en gerren. De zijkanten zijn afgebrokkeld of afgeknabbeld. Gelukkig valt het verkeer mee.
Onze chauffeur, een Freddy Mercury kloon van rond de 35 jr, is van het nerveuze type. En zijn rijstijl maakt ons uiteindelijk ook nerveus. Hij rijdt soms enorm rap en neemt risico's bij het oversteken van andere auto's. Hij slingert om putten te vermijden. Soms rijdt hij onbegrijpelijk traag. Zijn tromper is zijn geliefkoosd instrument die hij te pas en te onpas gebruikt om zijn komst te melden. De volumeknop van zijn radio is evenredig aan zijn rijstijl: soms luid dan weer stil. We worden lichtjes gek van die kerel.
Ondertussen neem ik nota's voor dit verhaal. Hij vertrouwt het blijkbaar niet want hij vraagt in het Oezbeeks - hij spreekt geen vijf woorden Engels - wat ik doe. Of beter, met zijn wijsvinger trekt hij een vraagteken over mijn blad. Wil hij zeggen: wat betekent dit?
'Hobby', zeg ik en dat lijkt hem gerust te stellen.
Na een dikke 100 km, als we de bewoonbare wereld achter ons laten en de woestijn binnenrijden, volgt de totale ommekeer. We rijden plots op een gladde 2x2 vaksbaan, in beton en even kwalitatief als het traject op de E40 bij ons tussen Affligem en Groot Bijgaarden. De woestijn lijkt oneindig, is biljartvlak en bestaat enkel uit zand en woestijngrassen, zover het oog reikt. De loodrechte autostrade van circa 200 km lang laat ons toe om te affeseren.
Freddy vlamt er op los. Gelukkig dus twee rijvakken en ook weinig verkeer zodat hij geen halsbrekende toeren uithaalt en niet voortdurend toetert. Hij eet ondertussen zaadjes waarvan ieder velletje vakkundig door de ruit gespuwd wordt.
100 km voor Boekhara is het terug prijs. De gladde betonautostrade eindigt en een versleten asfalten tweevaksbaan start opnieuw. Ze is nog slechter dan het beginstuk, de putten dieper en er liggen stukken onverhard tussen. Freddy draait en keert aan zijn stuur en ergert hem aan de tragere chauffeurs voor hem.
Totdat we aan de achterkant van een konvooi belanden: een tiental vrachtwagens met een brede lading, begeleid door de politie, vertraagt het achterkomend verkeer. De snelheid daalt tot een 50 km/u. Freddy steekt rap een vijftal wagens voor en komt net achter de politiewagen te rijden. De politie laat niemand voorbij. Die andere chauffeurs pikken het niet dat onze Freddy hen links voorbij steekt en dan vooraan terug inschuift. Ze doen hetzelfde, halen hem terug in en dringen hem terug naar achteren. Freddy draait zijn raam open. Begint hij daar nu toch te schelden tegen die andere chauffeurs, maakt wegwerp gebaren en vloekt erop los. En dat allemaal in het zicht van de begeleidende politiewagen. Maar de agenten laten begaan. Hun enige taak is blijkbaar ervoor te zorgen dat iedere auto achter hen blijft. Dus al dat haantjesgedrag levert niets op want niemand mag door, zelfs onze Freddy niet.
We geloven onze ogen niet als we zien dat een speciale ploeg het konvooi vergezelt. Hun taak is, telkens de electriciteitsdraden de baan dwarsen, met een lange stok de draden naar omhoog duwen zodat het konvooi er onder door kan. Dit is zo lachwekkend.
Na ongeveer drie kwartier zet het konvooi zich aan de kant en laat de politie de inmiddels gegroeide file door. Gefrustreerde Freddy raast er vandoor. Het lijkt erop dat hij op een tijdschema staat want met een zekere doodsverachting rijdt hij over de kapotte weg. Hij neemt risico's bij het inhalen en de bijna-botsingen met het tegenliggend verkeer worden ons te veel. Als hij voor de zoveelste keer door een put vliegt en wij met ons hoofd tegen het dak van de wagen, is de maat vol. We manen hem aan om trager te rijden. Deze keer niet op een vriendelijke manier maar dreigend en luid.
Inmiddels zijn we de woestijn uit en duiken we terug de groene katoenvelden in. We bereiken Boekhara na 7,5 uren labeur. Freddy Frustatie zet ons af en zonder goeiedag rijdt hij er vandoor. We zijn best blij dat we er van verlost zijn.

Dag 20 - Boekhara - 13 september
Boekhara is één van de oudste steden in Centraal Azië en telt vandaag ongeveer een half miljoen inwoners. Het was gedurende eeuwen het politieke, administratieve, culturele en religieuze centrum van de regio. Het was diverse malen hoofdstad. Zijn geschiedenis gaat terug tot de tijd van de verovering door Alexander de Grote.
De meer dan 100 beschermde bouwwerken rondgestrooid in het centrum van de stad en meestal gebouwd gedurende de islamitische middeleeuwen, zijn in uitstekende staat en omvatten koranscholen, minaretten, forten en paleizen.
Boekhara was één van de belangrijkste stopplaatsen op de Zijderoute omdat de noordelijke en zuidelijke routes daar samenkwamen.

Ik zou willen zeggen dat we ons laten verloren lopen in de wirwar van smalle en onverharde straatjes van de stad maar dan zou ik liegen. Een handige GPS-app die ik offline kan gebruiken op mijn telefoon gidst ons feilloos naar ons eerste doel: de Chor Minor Moskee. Dit is het kleinste en meest pittoreske moskeetje die we tot nu toe zagen. In feite wordt het gebouwtje een beetje weggedrumd of ineengedrukt door zijn vier dikke minaretten. Binnenin is er een tapijtwinkeltje.
We zien nog meer gebouwen en moskeeën die niet meer de oorspronkelijke functie hebben maar ingepalmd worden door de commerce. Als je daarbij de winkeltjes optelt en ook de overdekte Bazaars om te zwijgen van de openluchtstalletjes, dan begrijp je meteen het enorme (over)aanbod aan tapijten, houtsnijwerk, tekeningen en prullaria.
We wandelen, begeleid door de GPS, naar ons volgend doel: de Maghoki Moskee. Het is de oudste moskee van 't stad en het is er aan te zien. Ze ziet er versleten uit en het meeste van de blauwe betegeling is verbleekt tot de zandkleur van de stenen. Binnenin is een tapijtmuseum.
Ernaast zie je resten van opgravingen van tempels uit de vroege eeuwen, die er al stonden voor de moskee. Je ziet enkel een paar kleine muurtjes. De rest is vernield of vergaan.
We zijn inmiddels uit de kleine straatjes geraakt en in het centrum van de stad terechtgekomen. Het is er ruimer en we zien een grote, met bomen afgelijnde vijver. Rond deze waterpartij zien we een aaneenschakeling van enkele knappe gebouwen.
Hier zie je het contrast met het compacte Kiva. De gebouwen, waaronder koranscholen, karavanserais, moskeeën, zijn grootser en majestueuzer. We begrijpen nu waarom Boekhara door de eeuwen heen de hoofdstad geweest is van verschillende koninkrijken. Alsof iedere regerende koning de vorige wou overtreffen.
Maar het summum van al dit architecturaal islamitisch geweld is toch wel het Kalor Complex. Dit complex omvat een 42 m hoge toren, de Kalor moskee en een nog actieve koranschool. Gisterenavond passeerden we hier ook en genoten van de prachtig verlichte toren of is het een alleenstaande minaret? De minaret/toren lijkt over de stad te heersen. Dit soort minaretten zijn gemaakt, niet alleen om mensen op te roepen voor het bidden maar ook als een symbool van macht van de geestelijke heersers. Zelfs Dzjengis Khan was onder de indruk en hij spaarde de toren. Al de rest verwoestte hij en werd daarna gerestaureerd.
De moskee biedt plaats aan 10.000 gelovigen die plaats nemen op het enorme binnenplein en in de aanpalende galerijen. Er waren destijds geen geluidsversterkers en dus moest de stem van de prediker ver dragen. De gebouwen en de galerijen met hun tientallen zuilen hebben zulk een akoestisch versterkend gevolg, dat iedereen de diensten kon meevolgen.
Rechtover de moskee staat de koranschool. Opnieuw is de gevel blauw betegeld met veel motiefjes. Omdat de school nog actief is, mogen we enkel binnen tot net voor de binnenkoer. De school telt 130 leerlingen. De klaslokalen bevinden zich op het gelijkvloers, terwijl de dormitoriums zich op de hogere van in totaal vier verdiepingen bevinden.
We zijn intussen zo gewoon geworden aan de immense architectuur dat we zouden vergeten te melden dat de ingangen van deze en andere gebouwen nog steeds enorm hoog zijn, in de typische islamitische bouwstijl en betegeld met oog voor detail.

Dag 21 - Boekhara - 14 september
Ik lees deze morgen voor de zoveelste keer de instructies boven de WC van onze hotelkamer.
'Flush me well and keep me clean,
And I will not tell what I've seen.'
We nemen een taxi naar de verste bezienswaardigheden van de dag: de drie km verder gelegen Mausoleums van Chashma-Ayub en Ismail Samani. Het laatste is een prachtig rond gebouwtje waar de stenen in zeer creatieve vormen gemetst zijn. Echt iets apart. Het is één van de oudste gebouwtjes van de stad (van 905). Binnenin staat de kist met de overledenen Ismail, een VIP van destijds.
Het eerste mausoleum is niets bijzonders qua architectuur, maar binnenin is het interessant omwille van de uitleg over het waterbeheer in en rond Boekhara met zijn waterpompen, -putten en -kanalen. Tevens tonen ze hoe op 60 jaar tijd het Aral meer uitgedroogd is door gebrek aan toestroom vanuit de bergen. De bronnen en rivieren uit de omliggende bergen werden integraal gebruikt om de katoenplantages te irrigeren. De statistieken zijn overduidelijk:
1960: 68.900 km2 water in het Aral meer
2017: 8.600 km2 water in het Aral meer
Dat is een dikke 10% water dat nog overblijft.
Beide begraafplaatsen hebben een pretpark en de Kolkhoz Bazaar als buren. Het is een beetje raar dat men zijn voorouders eert maar ernaast een pretpark bouwt.
We lopen dwars door de Bazaar naar de hoofdstraat waar we een shuttlebusje of Marshrutka nemen om ons één km verder te laten afzetten aan de Ark. Zo'n Marshrutka is een privaat busje met een tiental plaatsen en die de grote verkeersassen van de stad op en af rijden. Ze stoppen waar de klanten willen op- en afstappen en je betaalt aan de garde.
De Ark is een ommuurd fort waar vroeger de regeringsleiders verbleven. Het werd voor die doeleinden nog gebruikt tot 1920. Dan werd het gebombardeerd door het Rode Leger zodat tot op vandaag 80% in ruïne ligt. Het fort is 3,9 ha groot en ziet eruit als een versterkt koninklijk paleis, vooral met die hoge vestingmuren.
We bezoeken de resterende 20%. Na de ingang klimmen we naar de top en komen terecht in de Vrijdagmoskee. Daarna draaien we de overloop op. Links daarvan zien we de Troonhal met het binnenplein waar de koningen en emirs van destijds gekroond werden. Het dak is er niet meer met dank aan het Rode Leger. Verderop vind je er de typische regeringsgebouwen met de ontvangstruimtes, slaapgelegenheden, paardenstallen, ontspanning en kantoren.
Eén van de kamers stellen foto's en teksten tentoon over de gas- en oliewinning in Oezbekistan. Het onderwerp boeit me. Het begon allemaal met een oude foto van drie personen die rond een put staan waar gas uit opborrelt en eindigt met foto's van de huidige raffinaderijen en alle stappen daar tussenin. Er zijn nog meerdere museums ingericht in de verschillende koninklijke kamers met onder andere een overzicht van de geschiedenis van Boekhara.
Op het hoogste punt van de burcht kijk je neer op Boekhara stad.
Rechtover de Ark staat een zeer mooie moskee, terug met die typische houten, slanke zuilen die het dak van de ingang ondersteunen. Er is een dienst aan de gang. En als de preek begint, loopt de moskee plus het voorplein vol.
Het is tijd voor wat ontspanning, dus ga ik naar Hammam Bozori Kord. Het is een authentiek badhuis die er al eeuwen staat en nu nog steeds gebruikt wordt. Ik denk vooral door toeristen gezien de voor Oezbeekse normen, hoge prijs.
Maar die prijs dekt wel teen en tander. Het is een soort ceremonie. Nadat je je uitgekleed hebt, is de grote handdoek uw enige 'bescherming'. Ze laten u 20 minuten zweten in een soort sauna. Dan mag je naar een centrale ruimte waar een mannelijke masseur je eerst wast, dan scrubt en dan masseert. Denk niet dat je op een zachte tafel ligt. Alles gebeurt op steen. De massage is redelijk hard en ruggegraatwervels worden afgetast en op hun plaats geduwd. Als laatste komt de stretching. Ik moet hem kalmeren of hij stretcht me een spierscheur. Als dit deel achter de rug is, wordt mijn lijf ingesmeerd met gember.
'Good for the circulation', vertelt de masseur mij. Hij bedoelt natuurlijk de doorbloeding en ik voel inderdaad mijn huid warm worden. Daarna mag ik op mijn rug 'uitrusten' op een hete steen en terug zweten. Na een dik uur is de zuivering teneinde en voel ik me een ander mens.
Marc en Rita hebben ondertussen het Museum of Fine Arts bezocht en tevens een fotoatelier van iemand gespecialiseerd in het portretteren van mensen en dito taferelen.
We komen 's avonds toe in ons hostel en zien drie bezakte moto's staan. Ze hebben een Duitse nummerplaat.

Dag 22 - Boekhara - Samarkand - 15 september
We beslissen om deze ochtend nog de oude en in renovatie zijnde Zayniddin Moskee te bezoeken. Deze moskee ligt niet aan een plein of boulevard maar verscholen in de wirwar van straatjes, kenmerkend voor de oude stad. Terug biedt de GPS-App uitkomst want met het stadsplannetje zouden we niet ver gekomen zijn.
Een opa met 6 kleinkinderen waarvan er eentje mee is, blijkt een soort portier te zijn die tegen een fooi ons de binnenkant van de moskee laat zien. Wat meteen opvalt is de prachtige en enorme koepel met daarop nog de originele mozaïeken geschilderd in de 16e eeuw. Als we opa mogen geloven, is dit zo uniek dat hij hier bezoekers/kenners rondleidt van overal ter wereld.
Terwijl Marc en Rita nog een paleis bezoeken buiten de stad, keer ik terug naar het hostel. Ik ontmoet er een Hollander uit een 'plattelandsdorpje tussen Utrecht en Rotterdam'. De man, een jonge dertiger, is met zijn dieselwagen helemaal van zijn plattelandsdorpje naar hier gereden. Hij keert terug via Kirgistan, Kazachstan en Rusland maar moet nog aan een Russisch visum geraken. Hij zal uiteindelijk 5 maanden onderweg zijn. Hij vertelt over zijn vrijwilligerswerk die hij onderweg in elk land levert. Maar in Oezbekistan vindt hij geen projecten. Hij is gelukkig van pech gespaard gebleven en moest tot nu toe enkel zijn schijfremmen vervangen en hier in Oezbekistan een speciale dieselfilter steken wegens de slechtere brandstofkwaliteit. En dat net in een land die olie wint en raffineert.
Het is inmiddels tijd om naar het station van Boekhara te rijden en straks de HST naar Samarkand te nemen. Het is een modern station met een info kiosk. Een halfuurtje voor vertrek mogen we al in de trein. De garde aan de wagon duidt onze zetel aan en houdt het ticket bij zich.

OEZBEEKSE SPOORWEGEN

De online aankoop van een ticket bij de Oezbeekse spoorwegen stond nog niet echt op punt (https://eticket.uzrailway.uz/) en ook niet de Engelse versie van de website:
'Tourists that acquired the e-ticket and realized the check in online, should print the boarding pass on A4 shit of paper'.
Meedamme thuis niet op wc-papier afdrukken en het 'google translate-Engels' soms moeilijk verstaanbaar was, hebben we tijdens de voorbereiding in Landegem onze treintickets toch maar niet online gekocht, maar gewacht om ze ter plaatse aan te kopen.
Een eerste aankooppoging gebeurt in Urgench, als tussenstop op weg met Freddy Frustratie naar Boekhara. In Urgench rijden we daarom eerst naar het treinstation. We gaan naar het loket waarboven 'Tourist' staat. Dat heeft weinig zin want de lokale mensen schuiven ook aan. Marc maakt hem nijdig als er weer iemand probeert voor te steken. Maar we zijn op onze hoede en de madam in kwestie wordt na een preek van Marc - in het Nederlands want onbegrijpbaar overkomen maakt indruk - door mij vakkundig weggeduwd.
Aan het loket duurt het een eeuwigheid vooraleer de bediende begrijpt welke trein we willen en hij de uurtabellen raadpleegt op zijn PC. Het verdict: op de trein van Boekhara naar Samarkand zijn nog plaatsen vrij, op de volgende trein van Samarkand naar Tasjkent zijn alle stoelen, inclusief 1e klasse, bezet. We besluiten alvast de rit naar Samarkand te boeken en later in Boekhara opnieuw te proberen.
Een tweede aankooppoging gebeurt in Boekhara. De receptiebediende van ons hostel spreekt uitstekend Engels en we maken van zijn kunde gebruik om toch nog eens online te checken of er geen treinplaats vrij is van Samarkand naar Tasjkent. De stationbediende in Urgench had gelijk. Er zijn op de dag die we wensen geen plaatsen meer beschikbaar.
We beslissen om een dag langer in Samarkand te blijven en de daaropvolgende dag te rijden. Onze hotelbediende begint te tokkelen op zijn klavier, vindt onze trein op het uur dat we willen vertrekken en drukt de online tickets af. Ondertussen heeft hij ons hotelkamer in Tasjkent geannuleerd en één nacht bijgeboekt in ons hostel in Samarkand.
'Done', zegt hij telkens als hij de telefoon toelegt. Zo'n no nonsens type, I love it.

Op de trein zitten we kortbij de restauratiewagon. Er komt vlug een koffietje onze richting uit.
De Afrosyiab HST doet zijn werk want vlugger dan verwacht komen we toe in Samarkand.
Zoals gebruikelijk trekt een horde taxichauffeurs aan onze mouwen als we een teen buiten het stationsgebouw zetten. We kiezen er één uit die onze prijs aanvaardt. De man heeft een koffer die niet ingenomen is door een gastank en waar dus twee grote koffers in kunnen. De derde staat altijd haaks op de achterbank. Tot nu toe hebben we altijd problemen gehad met het laden van de koffers in een taxi, met uitzondering van de taxi van Ali Schaterlach.
Tegen valavond bezoeken we het standbeeld van Timoer de Lamme (1336-1405) temidden een kruispunt om van daaruit verder te wandelen naar zijn fantastisch verlicht mausoleum: het Gur-e Emir mausoleum.
We zien een gigantische blauwe koepel in de vorm van een kroon, twee minaretten en een grootse ingang. De verlichting van het gebouw is indrukwekkend. Als we het mausoleum binnen gaan, valt onze mond voor de tweede keer open. De kamer waar Timoer's kist ligt te samen met de kisten van twee zonen en twee kleinzonen, is deze met die enorme koepel. De muren en de koepel vertonen verfijnde mozaïeken en beschilderingen. Timoer's kist is zwart en vrij sober in vergelijking met de andere kisten. Hier keren we morgen terug om alles nog eens bij daglicht te bekijken.
We wandelen terug naar ons hostel en worden aangetrokken door lawaai. We nemen een kijkje en komen terecht in een klein stadion. Tientallen politiemensen zijn aanwezig. Het stadion is echter leeg want de Oezbeekse kampioenschappen boksen zijn net afgelopen.
De politieman die ons aanspreekt vertelt dat boksen de nr. 1 sport is in het land gevolgd door voetbal. Hij zegt fier dat van de 10 boksers die meegedaan hebben in de laatste Olympische Spelen, er 6 een gouden medaille behaalden en 3 een zilveren. Hij kent ook onze nationale voetbalploeg met Hazard.
Het valt op dat doorheen de bevolking van Iran en Oezbekistan, telkens we de naam België laten vallen, elke voetballiefhebber sympathie heeft voor onze nationale ploeg.

Dag 23 - Samarkand - 16 september
De stad Samarkand is de nummer twee van Oezbekistan met een dik miljoen inwoners. Het is een smeltkroes van veel culturen. Deze mix is te danken aan de vele invasies die de ruim 2.500 jaar oude stad ten deel vielen. En als we over invasies spreken, komen een paar bekende namen in het vizier. Zowel Alexander de Grote als de troepen van Dzjengis Khan hebben de stad veroverd. Maar de grootste invloed van wat we tegenwoordig terugzien in de stad komt van Timoer de Lamme en zijn kleinzoon Ulugbek. De stad beleefde haar grootste glorie tijdens deze dynastie in de 14e en 15e eeuw. Het telde toen meer inwoners dan vandaag.
Het sprookjesachtige Samarkand wordt vaak beschreven als de parel van de islamitische wereld. De oude stad - Afrosyiab - werd in de 11e eeuw omringd door een acht meter hoge muur. Maar we weten dat Dzjengis Khan het moeilijk kon laten om dingen heel te laten. Tot op vandaag is de vestingmuur herleid tot een ruïne. Na de schade die door de Mongolen in de 13e eeuw was toegebracht, herpakte Samarkand zich in de 14e eeuw.
De stad was een belangrijke stopplaats aan de Zijderoute. Van hieruit kon je naar China of afslaan naar Indië en Iran (Perzië).
De naam Samarkand heeft iets mythisch. Het roept iets geheimzinnigs op, iets dat je zegt: ik moet er naar toe. Ik had dat ook met steden als Kathmandoe, La Paz en Rio. In Samarkand is alles opzichtiger en majestueuzer. Vertrokken uit het compacte en omwalde Kiva, is de grandeur alsmaar gestegen met een soort van summum in Samarkand.
Het verkeer in Samarkand en eigenlijk in heel Oezbekistan is niet te vergelijken met Iran. Alles is er veel gedisciplineerder mede dankzij de brede rijvakken en het minder drukke verkeer. Ik heb nergens files gezien. Ook staan de steden vol parken, groen en fonteinen. Een overblijfsel van het Russische tijdperk.

We laten ons met een taxi afzetten aan het verste punt om dan in één dag terug te wandelen naar ons hostel via de topzichten die de stad te bieden heeft.
We starten aan de Bibi-Khanym Moskee maar worden eerst aangezogen door het mausoleum van President Karimov, de eerste president van Oezbekistan na de boedelscheiding met de USSR. Het is een modern gebouw en we zien veel Oezbeken hun eer betuigen. Er is een soort continue vereringsdienst bezig, die een tiental minuten duurt en daarna herhaald wordt, zoals de Canvas-nieuwslus bij ons. Bij het begin reppen alle Oezbeken zich naar de zitjes langs de muren van de binnenplaats, waarschijnlijk op vraag van de speaker. Want als wij wat te lang treuzelen op het binnenplein horen we plots door de luidsprekers:
'Please sit down'. We snellen naar de kant.
De heer Karimov laat zich verder nog verheerlijken door een meer dan levensgroot standbeeld. Zijn periode als president (1990 - 2016) is nochtans niet onbesproken. Hij schendt de mensenrechten en leeft onder het motto: wie niet met mij is, is tegen mij. We mogen gerust zeggen dat hij een dictator was waar persvrijheid en politieke oppositie verboden was. Er is sprake van kinderarbeid op grote schaal. Ik zie als enige verdienste dat hij zijn land in 1991 naar de onafhankelijkheid geleid heeft.
Het echte plezier begint echter bij de Bibi-Khanym Moskee. Bibi-Khanym was de Chinese vrouw van Timoer de Lamme. Volgens de legende wou ze haar uithuizige man bij zijn terugkeer uit de oorlogshaarden verrassen. Het enorme complex werd afgemaakt net voor Timoer's dood. Het was de grootste moskee in Centraal Azië en in de islamitische wereld en daardoor de grootste uitdaging voor de architecten en ingenieurs van destijds.
De ingang alleen al is een hoofdstuk waard. De ingangsstructuur is 41 m hoog en het is de eerste keer dat ik zie dat de minaretten niet hoger zijn. Hij is moeilijk in één foto te vatten. Hij is volledig betegeld in ongeziene mozaïek motieven.
We betreden het binnenplein en gaan de moskee binnen. Die is volledig betegeld in lichtblauwe tinten net als de indrukwekkende koepel. Dit bouwwerk is een maatje hoger dan de rest tot nu toe. Een uitstekend begin van de dag.
Zoals dikwijls is naast een moskee of ander bouwwerk een bazaar aanwezig. Ditmaal van fruit, groenten en zoetigheden. Ik proef er de nougat.
Ondertussen spreken twee studentinnen me aan of ik een kort interview wil geven voor hun schoolopdracht. Ik moet de klassieke vragen beantwoorden: waar ik vandaan kom, waarom ik hun land bezoek, wat ik van de lokale keuken vindt, enz.
We wandelen verder naar de volgende bezienswaardigheid en daar valt onze mond (opnieuw) open. We komen aan op het Registan Plein, in het historische hart van Samarkand. Het was destijds een middeleeuws handelscentrum en bazaar. Daarna werden in de 15e en 16e eeuw drie madrassa's of koranscholen bijgebouwd door Timoer en zijn (klein)kinderen.
Ze omringen het rechthoekige plein langs drie zijden en behoren tot de oudste ter wereld … want oorlogszieke Dzjengis Khan heeft alle oudere verwoest.
Om een foto van het geheel te kunnen nemen moet je een eindje teruggaan en afstand nemen. Je staat dan best aan het begin van een reuze trap die neerdaalt richting het plein.
Hier zijn niet alleen de gevels en de koepels betegeld maar ook de muren die het complex omringen. Het geheel is één grote aaneenschakeling van mozaïek motieven. De toegangsgewelven van de drie koranscholen zijn majestueus en enorm groot. Je krijgt nekkramp van die hoge entrees. De enorme koepels zijn geribbeld in plaats van een gladde bol. Het plein en de gebouwen worden geflankeerd door siertuinen.
Als je vanop de brede trap in de richting van het plein kijkt, is de linkse en oudste madrassa gebouwd door Ulugbek, de kleinzoon van Timoer de Lamme. In het tegelwerk zijn sterren te zien vanwege Ulugbek's voorliefde voor de astrologie.
Daarnaast is de Tilla-Kari madrassa. Je gaat door de ingang en komt op een binnentuin. De galerijen met daarin de slaapkamers van de studenten hebben drukke motieven in helblauw. Als we de deel uitmakende moskee binnenwandelen, zien we de mooist versierde binnenkant en koepel. De afwerking is zo mooi: de typische blauwe motieven worden bijkomend versierd met bladgoud.
De rechtse Sherdor madrassa is even imposant maar daar geraken we niet verder dan het binnenplein. De slaapvertrekken mogen we niet binnen. In de gelijkvloerse klaslokalen huizen nu toeristenwinkeltjes die enigszins de luister en grootsheid een deukje geven.
Toen ik een paar dagen geleden schreef dat Boekhara majestueus en groots was, zeg ik nu tegen mezelf: Martin, think again.
Het valt ook op dat er veel Oezbeekse bezoekers zijn. En Russen, waarvan er een paar ons opnieuw proficiat wensen met de rode duivels. Ze overklassen de Europese toeristen in aantallen.
We verlaten deze plek omdat we nu eenmaal vooruit moeten. We wandelen verder door de achterbuurten van Samarkand - met dank aan de GPS-App - die toch wel een redelijk contrast tonen met de 'voorkant'.
Als laatste doel vandaag arriveren we aan het Gur-e Emir mausoleum, waar Timoer de Lamme begraven ligt. Gisterenavond met de verlichting aan, nu overdag. Hier valt opnieuw de geribbelde, prachtige blauwe koepel op, net een kroon. Een uniek stuk.
Moe maar voldaan stappen we naar het hostel waar inmiddels een klas Noorse tieners de helft van de kamers en het dormitorium ingepalmd hebben.

Dag 24 - Shakhrisabz - 17 september
Deze onuitspreekbare naam 'sja-kri-saps' is de geboorteplaats van Timoer de Lamme. Het ligt op 90 km van Samarkand. We huren via het hostel een auto-met-chauffeur die ons de volledige dag vergezelt.
Hij vraagt wat we doen in ons thuisland, maar dat is eerder een opstapje dat hem toelaat te vertellen dat hij drie dagen accordeonles geeft in de muziekschool en de andere vier dagen taxichauffeur is.
Zoals bijna iedereen tankt hij LPG gas voor 30 eurocent per liter (benzine kost 45 eurocent per liter). Halverwege de trip komen we een politiecontrole tegen. Afghanistan is hier maar 360 km vandaan en er worden veel drugs gesmokkeld.
Het mooie aan de rit is dat we de 1.788 m hoge Amankutan bergpas over moeten. Op het hoogste punt stappen we uit voor een zicht in de vallei, kant Samarkand. Er is tevens een marktje van fruit en noten vooral gericht op toeristen die er stoppen, want volgens onze chauffeur is het hier duurder dan beneden.
We rijden verder en laten de taxi een paar km verder opnieuw stoppen want de zichten in de vallei, kant Shakhrisabz, zijn schitterend.
Net voor de middag arriveren we in het provinciestadje en wandelen we het Ak-Saray Paleiscomplex binnen, volledig gewijd aan zijn beroemde inwoner Timoer de Lamme.
De vervallen torens aan de ingang verraden de aanwezigheid van Timoer's zomerpaleis, opnieuw één van zijn prestigieuze bouwwerken. Maar op vandaag is daar niets meer van te zien met dank aan de verwoesting door één of andere Khan uit de 16e eeuw. Met uitzondering dus van die twee 38 m hoge torens en hun niet-gerestaureerde betegeling. De boog die beide torens verbond, stortte 200 jaar geleden in.
In het volledig nieuw aangelegde park liggen het museum, de moskee en het mausoleum. Er zijn voetpaden aangelegd, jonge boompjes en perkjes met bloemen gepland. Er is een soort nieuwe omwalling gebouw rond het complex en langs de binnenkant van diezelfde hoge muren zijn hotels en nieuwe appartementen opgetrokken. Het doet allemaal een beetje vreemd aan.
Maar goed, we zijn hier voor Timoer. Zijn oversized standbeeld, net als dat in Samarkand, staat ongeveer temidden het park.
Zijn mausoleum is prachtig gerestaureerd in lichtblauwe kleuren en motieven, afgewerkt met bladgoud. Het mausoleum heeft niet één maar twee koepels en bevat de kisten van twee zonen. De graftombes van Timoer zelf en zijn andere zonen liggen in het Gur-e Emir mausoleum in Samarkand (zie hierboven). De annex moskee is op dezelfde manier afgewerkt. In de tuin groeit en ruiken we zwarte basilicum.
De Gumbaz moskee verderop is nog aan restauratie toe, alvast aan de buitenkant. We mogen niet binnen want er is een dienst bezig.
Op een kaart in het museum zien we dat, na de ineenstorting van het Mongoolse Rijk, Timoer's koninkrijk in de 15e eeuw zich uitstrekte van Istanboel tot aan de huidige Chinese grens en van Dehli tot aan de Kaspische Zee. Zijn naam krijgt in de geschiedenis een plaats naast die van die twee andere veroveraars/massamoordenaars/barbaren: Alexander de Grote en Dzjengis Khan.
We rijden terug richting Samarkand en eten onderweg in een restaurantje halverwege de bergpas met zicht op de vallei. Onze chauffeur vertelt er over de Sovjettijd toen alles nog verenigd was in de USSR. Hij maakte deel uit van een divisie die 10.000 soldaten telde. Hij zat in een groep die via radars het luchtruim in de gaten moest houden en waren gestationeerd in Oost-Duitsland. Hij spreekt over Dresden en Leipzig en is nog steeds supporter van voetbalclub Lokomotiv Leipzig, vandaag spelend in de Regionalliga, de Duitse tweede of derde klasse.
De lunch bestellen is een groter probleem. Het restaurant serveert enkel schapenvlees. We zijn daar niet zo voor te vinden en vragen soep. Ze brengen soep … met schapenvlees in. Allé ok, denken we en leggen het taaie schapenvlees langszij op een schaaltje. En kunnen we nu de menu zien voor de hoofdpla, vragen we?
'Menu?', valt de ober uit de lucht.
Er is geen menu en de hoofdpla zat in uw soep, verstaan we uit hun gebarentaal.
'Ah, ok', denken we.
'You want cheese?', tracht hij ons te helpen. Ja, met brood knikken we in koor. Vijf minuten later krijgen we watermeloen. En de cheese vragen we?
'No cheese today'.
's Avonds halen we in Samarkand onze schade in. Zulder nie za.

Dag 25 - Samarkand - 18 september
Vandaag bezoeken we het laatst overgebleven hoogtepunt in Samarkand en dat is het Shah-i-Zinda complex. Zoals ik al schreef, lijkt het erop alsof Samarkand in alles de grootste wil zijn.
We gaan uiteraard een hoge boogingang door, om dan in de 'Boulevard van de Mausoleums' te belanden. Dit is een straat van ongeveer 300 meter lang, langs beide zijden bebouwd met mausolea ter ere van Timoer's familieleden en andere favorieten. De betere betegelingen, unieke islamitische motieven en mozaïeken kunnen we hier bewonderen.
We lopen de ene na de andere begraafplaats binnen en bewonderen het interieur. De graftomben die er staan, zijn sober.
Dit complex dateert uit de 14e en de 15e eeuw. Het heeft eeuwen zo goed als geen onderhoud gekregen totdat de Oezbeekse regering hun frank viel. In 2005 startte de renovatie en men is nu nog volop bezig. Een gebouw, of het nu een moskee of mausoleum of iets anders is, wordt afgeschraapt tot op de steen en terug van scratch geplakt en betegeld in de originele staat. We zien dus volledig gerenoveerde mausoleums maar ook exemplaren die nog in de ruwbouw staan of al geplakt zijn in 't wit. Er is nog veel werk voor de boeg en nog veel geld te spenderen.
Maar het blijft een verbluffende ervaring om zoveel luxe grafmonumenten naast elkaar te zien. Het enige exemplaar met de nog originele betegeling is de Shodi Mulk Oko. En het is extra speciaal omdat er reliëf zit in de betegeling die anders meestal vlak is.
Ik zet me op een bankje naast een lokale ouderling. Hij lacht en ik zie drie tanden, gouden tanden.
'Ruski?', vraagt hij. Ik schud van nee want zelfs het woordje 'no' begrijpt hij niet. Ik communiceer daarom via Google Translate. Hij is 90 jaar oud en als ik mijn leeftijd zeg, moet hij lachen. Hij beschouwt me nog als ne joong gast.
De straat van de mausoleums stijgt om uiteindelijk uit te monden op het bijhorend kerkhof. Het is echter afgesloten. We dalen terug naar af en verlaten het complex. We lopen op het voetpad op zoek naar een flesje water tot we plots een hekken zien openstaan die toegang geeft tot het kerkhof.
Het is een enorm kerkhof. We wandelen naar de top van de heuvel en zien de graven tot zover het oog reiken kan. Het is fascinerend om langs de aangelegde paden tussen de grafstenen te lopen die uitdeinen tot op de flanken van de omringende heuvels.
We nemen een marshrutka naar het 2,3 km verder gelegen Observatorium van Ulugbek. De kleinzoon van Timoer noemde Mirzo Ulugbek en was een specialleke. Hij werd tot koning gekroond maar had eigenlijk meer interesse in de astrologie en de wiskundige geometrie. Je moet je voorstellen dat de man bekwaam was om in de omstandigheden van de middeleeuwen, fundamenteel onderzoek te doen naar astrologie, de zon en de sterrenbeelden. Hij gebruikte daarvoor een 11 m lange ondergrondse sextant. Hij heeft uitgerekend dat één jaar 365 dagen, 6 uren, 10 minuten en 8 seconden lang was. Hij was slechts 1 minuut en 2 seconden naast de exacte duur, gemeten met de huidige technologie. Slimme kerel die Ulugbek.
Verder onthou ik van het bezoek aan het aanpalende museum:
- Het observatorium is gebouwd in 1429 maar door religieuze fanatiekelingen verwoest in 1449. Het is pas herontdekt in 1908 door een Oezbeekse archeoloog.
- Een wereldkaart door Ulugbek getekend.
- Hij is de aanzet geweest tot het eerste moderne observatorium voor astrologie van de Oezbeekse universiteit in Azië.
- En uiteraard is er een ster in het heelal naar hem genoemd.
Maar in die tijd ging het meer om veldslagen, veroveringen en het Rijk uitbouwen. Toen Ulugbek als regeringsleider, zijn officiële functie, een veldslag verloor tegen de Mongolen werd hij onthoofd door zijn zoon. Die vond blijkbaar de sérieux die zijn vader had en de wetenschapper die hij was maar niets.
Het is inmiddels de middag voorbij en we zoeken een restaurant. We lopen in de buurt langs een straat waar tientallen mannen naast elkaar op een stoel zitten. We begrijpen niet onmiddellijk wat daar de bedoeling van is. We passeren en hebben onmiddellijk klappenanse. Als we vertellen dat we een restaurantje zoeken, leidt één van die mannen ons naar een binnenkoer waar een tiental tafels gedekt zijn. De man vertelt ons dat er een trouwpartij zal komen binnen een kwartiertje maar toch mogen we aan één van de tafels aan de zijkant aanschuiven. We krijgen Plov, een typisch Oezbeeks gerecht, en drank aangeboden. Marc degusteert zelfs een wodka.
En inderdaad na een dik kwartier komt een uitgelaten bende mannen langs het poortje al dansend naar binnen op de tonen van een opzwepend liedje live gebracht door een mobiel orkestje. De binnentuin vult zich rap en alle tafels worden bezet. Alleen mannen, want de vrouwen inclusief de bruid, verzamelen in het huis ernaast. Pas vanavond tijdens of na het avondfeest worden bruid en bruidegom 'verenigd'. Er wordt gegeten en gedronken.
We voelen ons een beetje de vreemde eend in de bijt en vragen onze schuld voor het eten. We mogen niets betalen. Dit is een privé-huis en geen restaurant en wij waren uitgenodigd, is hun uitleg. Een mooi staaltje gastvrijheid van de Oezbeken.
We keren terug naar het hotel. Deze namiddag breng ik een bezoek aan het kapsalon: haar snijden en baard eraf. Als ik de zaak binnen ga, draaien alle hoofden mijn richting uit. Ik zie een vijftal stoelen, bezet met klanten en tien paar ogen die me aankijken alsof ze nog nooit een vreemdeling gezien hebben. Onmiddellijk springen drie werkloze kappers uit hun stoel. Ze spreken geen Engels en het lukt me niet om ze uit te leggen dat mijn haar de helft af moet. Ik maak er een tekeningetje bij maar uiteindelijk moet Google Translate hulp bieden.
Ik mag plaats nemen in de coiffeurszetel. Het wordt driekwartiers genieten. Pas op het einde van de knip- en scheerbeurt wordt mijn haar gewassen èn mijn gezicht. Ik moet me daarvoor al staande over de wasbassin buigen. Daarna wordt mijn gezicht ge-aftershaved en met een crèmeken ingesmeerd. Heerlijk. Het kost me omgerekend een schamele 3,50 Euro.
The Registan by night is onze laatste must see. Na Samarkand's belangrijkste herkenningspunt eergisteren bij klaren te hebben bezocht, rijden we er nu naartoe bij donkeren. We komen net aan als de verlichting aanfloept en het plein met de drie Madrassa's omtovert tot een sprookjesachtige setting. Een vol uur hebben we gekeken en foto's getrokken, samen met tientallen andere toeristen. Het plein en de trappen ernaar toe zijn zo wijd en breed dat niemand ons voor de voeten loopt.
Het is onze laatste actie naar een bezienswaardigheid in Oezbekistan en meer algemeen naar een islamitisch bouwwerk in deze regio. En de verlichte Registan is een perfecte afsluiter.
We werden de laatste maand ondergedompeld in de islamitische cultuur, paleizen, moskeeën, mausolea en andere bouwwerken en kunnen een tijdje voort.
Ik begin last te krijgen van islamitis, een gevaarlijke virusziekte die, hoe meer je naar betegeling en mozaïekjes kijkt, om maar te zwijgen van moskeeën en minaretten, je een gevoel van apathie krijgt. Als je te lang met het virus rondloopt, word je chronisch lusteloos en gevoelloos en eindig je als een zombie. Met nog een maand te gaan, wil ik het risico niet nemen. Marc en Rita hebben er geen last van.

MIJN PERSOONLIJKE TOP 5 van ISLAMITISCHE MONUMENTEN

Het Imam Plein in Isfahan
The Registan in Samarkand
Shah-e Cheragh complex in Shiraz
't Vetzakske in Kiva
Khomeinie Mausoleum in Teheran
Chor Minor moskee in Boekhara

Dag 26 - Samarkand - Tasjkent - 19 september
We verschieten deze morgen bij het ontbijt: we zien wolken aan de hemel, iets wat we sinds onze aankomst in Iran, zo'n 3,5 weken geleden, niet meer gezien hebben.
Het is een mooi en ruim treinstation in Samarkand als we een uurtje op voorhand aankomen om de trein te nemen naar Tasjkent. Deze keer geen HST maar een LST. We stappen op Russisch rollend materieel waar de wagons zijn ingedeeld in couchetten. Sommige privé-couchetten tellen drie zitplaatsen en hebben een tv, kastje en wasbakje. Maar de meeste tellen zes zitplaatsen, zoals de onze. De bagagerekken hebben ze opgeofferd aan een grote spiegel en een tv toestel aan beide kanten. Dus moeten we onze valiezen ergens op de gang kwijt.
Twee gezette Tadjiki madammen zitten al in de treincoupé als wij onze genummerde plaatsen innemen. Het zijn zussen. Ze wonen echter in Tasjkent, Oezbekistan. Hun Engels is zeer beperkt en babbelen lukt in horten en stoten. Ze zijn uitermate aimabel, delen met ons het eten en nodigen ons uit naar hun huis vanavond. Omdat we morgen heel vroeg uit de veren moeten, kunnen we helaas niet ingaan op hun aanbod. We zien ze in alle stilte rommelen in hun veel te grote handtassen. We zien niet aankomen dat ze intussen twee cadeaus voor ons klaarmaken: een stuk stof voor Rita en een waaiertje voor mij: 'for your wife'.

We eindigen het bezoek aan dit land met onze impressies:

  • Granaatappels, fruitplantages, druivenvelden en (slechte) wijn.
  • Kale woestijnen en kale bergen.
  • Top islamitische kunst met Samarkand als hoogtepunt.
  • Na het alcoholloze Iran is hun koud (Tsjechisch) bier welkom in deze hete weken.
  • Veel van de grandeur en historiek van Oezbekistan hebben ze te danken aan Timoer de Lamme. Spijtig genoeg een barbaar tijdens zijn leven.
  • Ze hebben een HST-lijn.
  • Er zijn nog duidelijke Russische invloeden merkbaar in de steden met brede boulevards, veel groen, veel parken met fonteinen.
  • Overal in de parken en aan de fotogenieke bezienswaardigheden in de steden zijn trouwpartijen te zien. Samen met hun gevolg en met een resem fotografen in hun zog, flaneren ze in de straten, open voor iedereen.
  • Het verkeer is in niets te vergelijken met Iran: gedisciplineerder, weinig auto's, geen files, geen Peugeot maar vooral Daewoo (Zuid-Korea).
  • De evolutie van het Aralmeer: van een meer met water naar een meer zonder water.
  • Moskeeën met houten pilaren.
  • 'Where are you from?', weet je wel, de meest gebruikte openingszin in de toeristenwereld, leidde steevast naar een compliment over onze Rode Duivels met Hazard en Lukaku als meest geciteerde namen. Niet toevallig spelers uit de Premier League want deze competitie wordt wereldwijd gevolgd, dus ook in Oezbekistan.

 

FOTOREEKS OEZBEKISTAN

 

 


KIRGISTAN


Dag 27 - Tasjkent - Bisjkek - 20 september
Op het onmogelijke uur van 3u30 in de morgen gaat de wekker af. Onze vluchten zijn al voorzien om 5u45 voor Rita die terugkeert naar Brussel via Frankfurt en om 6u15 voor Marc en mezelf naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgistan. Marc en ik gaan nog een maand door.
Het is me een zootje op de luchthaven. Ondanks het vroege uur is het er een gekrioel van jewelste. Als we inchecken en door de douanecontrole gaan, denken we dat we er vanaf zijn. Mis gedacht. Ze hebben er niet beter op gevonden om drie boardings op hetzelfde moment door dezelfde gate te sturen: deze naar Baku, naar Istanboel en de onze naar Bisjkek.
Iedereen schuift door elkaar aan in ellenlange rijen waar de check in meisjes al rap panikeren. Ze willen dat het instappen gebeurt per bestemming in plaats van allemaal door elkaar. Maar daar is het te laat voor want de menigte volgt wat op de electronische 'departure' borden staat.
Er wordt geroepen: eerst Istanboel. De Bisjkek en Baku reizigers die al aanschuiven moeten terugkeren. Frustratieniveaus stijgen. Er wordt voor de Bisjkek reizigers een tweede instaprij gecreëerd en wij mogen gewoon onze instapkaart tonen. Ze wordt niet gescand want de scaninstallatie wordt ingenomen door de Istanboel reizigers. Ik weet toch niet goed hoe de passagierslijsten tot stand gaan komen.
Alle reizigers stappen de trap naar beneden op tarmac-niveau, waar verschillende bussen klaar staan om ons naar het vliegtuig te voeren. Het komt er nu op aan om in de juiste bus te stappen of we zitten op de verkeerde vlieger. Een ander hostesje schreeuwt de namen van de bestemmingen en wijst de bus aan.
We stappen op, komen in het juiste vliegtuig terecht en landen een uur later op de juiste plaats in het juiste land: Bisjkek, de hoofdstad van Kirgistan.
In het hart van Centraal Azië ligt Kirgistan of Kirgizië, een republiek ingesloten door China en drie andere Stan-landen. Driekwart van het land is bergachtig en de helft van de oppervlakte van dit binnenland ligt boven de 3.000 m. Tian Shan is de naam van de bergketen die daar verantwoordelijk voor is. De bewoners zijn nomadisch en leven van hun kuddes schapen, geiten en vooral paarden. Gezien de geografie is landbouw bijna onbestaande.
Maar het is datzelfde landschap met zijn hoge bergen, brede valleien en tientallen meren waar het land een patent op heeft en die de toeristen aantrekken. We zien vooral veel rugzakjongeren.
Het land was destijds geconcentreerd rond de Zijderoute. Het is losgescheurd van de USSR in 1990 en het jaar daarop onafhankelijk geworden. Het is nog steeds sterk afhankelijk van Moskou wegens zijn zwakke economie en het Russisch is er de meest gesproken taal.
Bisjkek is de hoofdstad en telt zo'n 1 miljoen inwoners. De stad is het politieke, economische en culturele centrum van het land. Het centrum is opgetrokken in Sovjetstijl. Rondom het centrale plein, Ala-Too, staan imposante regeringsgebouwen, musea en het standbeeld van Lenin. Er valt weinig te beleven en te bezichtigen. Bisjkek is meer een stop-over plaats voor de toeristen. Ten noorden van de stad liggen de toppen van het Ala-Too gebergte, deel van de Tian Shan keten, die tot boven de 4.800 m reiken. Ten noorden daarvan ligt een groot steppegebied dat doorloopt tot ver in Kazachstan.

Het is bewolkt maar doef als we uit de luchthaven stappen. De vooraf geboekte taxi brengt ons naar het hotel. Tijdens de rit zien we sneeuwbedekte pieken van het Ala-Too gebergte in de achtergrond. Pas na een half uur rijden komen we in de stad zelf aan. Het ziet er allemaal een beetje armoediger uit als in de vorige landen. Vooral de grijze Russische appartementsblokken vallen op maar ook opnieuw het vele groen.
Er rijdt al een tijdje een trolleybus voor ons uit tot hij plots stopt en de buschauffeur de vier knipperlichten aansteekt. We zien hem uit zijn bus springen, een spurtje plaatsen tot aan de achterzijde, daar via een metalen ladder op het dak van de bus klimmen om vervolgens de geleiding op zijn plaats te trekken. Hij springt terug naar beneden en rijdt gewoon verder. Hij was waarschijnlijk zonder electriciteit gevallen. Ik zie het al gebeuren in België. De vakbonden gaan onmiddellijk in staking en het ontslag wordt geëist van de minister van mobiliteit.
We halen wat slaap in die we tekort kwamen deze morgen en gaan daarna op stap in de stad. Eigenlijk zijn alle bezienswaardigheden geconcentreerd rondom één enorm plein, het Ala-Too Plein, in het centrum van de stad. Het plein wordt doormidden gekliefd door een drukke boulevard. We maken een omcirkelende beweging. We zien het nationaal historisch museum dat we morgen zullen bezoeken en een paar enorme standbeelden waarvan we niet weten wie ze zijn of wat ze voorstellen omdat alle onderschriften in het Cyrillisch zijn, met andere woorden onleesbaar.
Vooraleer we de straat oversteken naar de andere kant van het plein, lopen we langs het witte parlement, omsloten door stevig traliewerk. We nemen een foto met de armen door het traliewerk om het parlementsgebouw te fotograferen maar worden letterlijk teruggefloten door een bewaker. We mogen foto's trekken maar niet onze armen door het traliewerk steken.
We wandelen naar de overkant waar het plein aangekleed is met bloemperkjes en (niet werkende) fonteinen. Naar het schijnt worden tijdens de zomermaanden 's avonds de lichten en de fonteinen aangestoken voor een amusant schouwspel. Maar niet vandaag.
We zijn eigenlijk naar het plein gekomen om de aflossing van de wacht te zien. Naast de hoge, centrale vlaggenmast zien we een glazen kotteken waar twee soldaten/bewakers stokstijf de wacht houden. Ze zijn gekleed in het typische groene Russische politie uniform met op hun hoofd die enorme oversized képies. We gaan wat dichter om foto's te nemen. Die mannen vertrekken geen spier. Ze staan wel erg stil, denken we zo en als we wat beter toekijken en nog eens kijken, zien we dat het levensechte poppen zijn. Ze hebben ons goed liggen. Kirgizische humor? Toch niet want we vernemen achteraf dat de aflossing van de wacht enkel in de zomer te bewonderen valt net als de fonteinen en het lichtspel.
Na de namiddagkoffie kan Marc me overtuigen om een kunstgalerij te bezoeken die wordt aangeprezen in de reisgids. We zoeken, vragen, zoeken opnieuw, raadplegen opnieuw de Lonely Planet, zelfs de GPS-app maar we vinden de galerij niet. Waarschijnlijk is ze verdwenen of verhuisd.
De twee uur durende zoektocht doorheen de straten levert wel de eerste indrukken op van de stad. Het lijkt op het eerste zicht een ietsje armtieriger dan de steden in Iran en Oezbekistan maar langs de andere kant ook meer westers. Dat zien we aan de reclameborden, een minderheid aan moslima's en trendy geklede meisjes en vrouwen.
En ze zijn ook meer heer in het verkeer dan hun buurlanden. Als we een zebrapad opstappen, stoppen de auto's net als bij ons. Dit zelfde verkeer is druk maar doenbaar. En de wandelaar wordt in de watten gelegd door de brede voetpaden, de pleintjes en de parken. Dat hebben de Russen goed voor mekaar gekregen.

Dag 28 - Bisjkek - 21 september
We ontbijten in de keuken van een grote privéwoning omgebouwd tot een hostel en uitgebaat door drie twintigers. De jongen spreekt goed Engels maar de twee meisjes enkel Russisch. Dus komt Google Translate terug van pas. We zijn de enige klanten vandaag. Raar is dat je vanaf de straat helemaal niet kan zien dat dit een accomodatie is want er is enkel een huisnummer en geen enkele reclame of bord met een verwijzing naar de naam van dit hostelletje 'The White Mountain'. We hebben het gevonden via booking.com.
Marc geeft niet op. Hij wil me malgré bekeren tot een kunstliefhebber dus heeft hij op Google een nieuwe locatie en adres opgespoord van de kunstgalerij die we gisteren niet vonden. We laten ons droppen door de taxi … om opnieuw geen galerij te vinden op het gegoogelde adres. Ik heb het al lang opgegeven, nu Marc ook.
Maar onze zoektocht naar de niet bestaande galerij levert wel een verrassing op. We zien door de bomen en boven de huizen vier witte reuze minaretten uitsteken. We lopen die richting uit en plots verschijnt daar een kanjer van een gloednieuwe moskee. Ons gevoel is dat hij net in gebruik moet zijn. Hij lijkt op de Blauwe Moskee in Istanboel. We zullen later vernemen dat Erdogan die bouw mede gefinancierd heeft.
Binnenin is de enorme gebedsruimte een oord van pracht en praal. Slechts een handvol gelovigen is aanwezig. Afgaand op de prachtige mozaïek motieven, de glasramen, de koepels, de balkons, de mega-luster en het blauwe tapijt moet dit bouwwerk handenvol geld gekost hebben.
We nemen de taxi naar het Ala-Too plein want onze volgende bestemming is het Historisch Museum met onder andere fotoreportages uit het Sovjet bewind. Maar het museum is gesloten wegens renovatie.
Een gesloten museum, geen kunstgalerij, poppen in plaats van levende soldaten en geen aflossing van de wacht? Je zou denken dat Bisjkek de toeristen liever kwijt wil.
Terwijl Marc toch een museum vindt dat open is, het Museum van Schone Kunsten, neem ik de tijd om door een aantal parken te wandelen.

PARKEN
Het ontbreekt Bisjkek misschien aan historische gebouwen en echte bezienswaardigheden maar ondertussen hebben we gezien dat de stad begiftigd is met een overdaad aan parken, voor zover dat mogelijk is natuurlijk.
We zien en wandelen door parkjes en parken. En daarin staan altijd standbeelden van personen of van thema's die we echter niet kunnen lezen vanwege enkel Russische onderschriften. Bomen, bloem- en grasperken zorgen voor het groen; de fonteinen en de banken voor de gezelligheid. Sommige parken zijn uitgerust met een speelplein en met fitness toestellen. Ze zorgen voor oases van rust en ontspanning in de stad.
De Russen hebben dat indertijd goed bekeken. Onze westerse steden zijn zodanig dicht gebouwd dat alleen enkele grote parken overschieten.

En in die parken passeren veel studenten, pubers en jongvolwassenen. Ik observeer ze en zie mijn stelling van gisteren bevestigd dat ze meer westers aanleunen dan in de vorige landen. Ze lopen met hun liefjes rond en steken dat niet weg als je begrijpt wat ik bedoel. De meisjes giechelen, er wordt gerookt in den duik en diegenen die geen schooluniform dragen lopen er modieus bij. Dit zag je niet in Oezbekistan en zeker niet in Iran. Tevens is het internet veel sneller en kan ik eindelijk mijn foto's uploaden naar de cloud en naar onze Facebook-reisblog.
Ik denk dat we ons verkeken hebben op de grijze Russische appartementsblokken en zo de eerste indrukken van armtierigheid kregen, toen we eergisteren de stad binnenreden vanuit de luchthaven. Na twee dagen moet ik dit beeld bijstellen.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om geld te wisselen in de … Optima Bank. Na de wisseltransactie rep ik me naar buiten. Stel u voor dat ik Piqueur's curator tegenkom en die kerel mijn geld terug eist.

Dag 29 - Bisjkek - Kochkor - 22 september - 1.767 m hoogte
Vandaag start de door ons in België bestelde toer doorheen het land tot aan de Chinese grens. Een ruime 4x4 monovolume wagen pikt ons op aan ons hostel. Er is een derde gast die we oppikken aan zijn hotel, meer centraal in de stad.
Zijn naam is François, een inwoner van Metz in Frankrijk. Gelukkig geen hautaine kerel maar een gemoedelijke tiep van 31 jaar die talen gestudeerd heeft aan de universiteit van Metz: Engels, Duits en … Nederlands. Hij spreekt verdorie Nederlands, al is zijn woordenschat toch redelijk beperkt. Als we zeggen dat we tegen hem Nederlands zullen spreken om te oefenen, begrijpt hij ons niet, de kilo. Hij heeft ontslag genomen bij de Luxemburgse bank waar hij werkte en reist een jaar de wereld rond.
Onze gids/chauffeur heet Timur en is de kalmte zelve. We spreken hem aan als Tim.
We rijden Bisjkek buiten richting het Ala-Too gebergte. Onderweg, na een dik uur rijden bezoeken we Burano, een nederzetting uit de 13e eeuw waar nog enkel de 47 m hoge observatietoren recht staat plus een aanpalend kerkhof. Speciaal aan het kerkhof zijn de grafstenen waarin het gezicht van de overleden persoon gebeiteld staat.
We zetten de tocht verder. ?e rijden hier zeer dicht bij de grens met Kazachstan. Op een bepaald moment rijden we op Kazachs grondgebied en zijn we dus - technisch gezien - illegalen. Want de rivier aan onze rechterzijde vormt de officiële grens. Maar Kazachstan inrijden of ontvluchten zal niet gaan want de paar km dat de baan op Kazachs grondgebied ligt, is links van ons een hoge prikkeldraad afsluiting neergepoot.
We rijden stilaan berglandschappen binnen en we laten Tim dikwijls stoppen voor een fotomoment. Onze laatste stop is aan het zuidpuntje van het Issyk Kol meer op 1.600 m hoogte. Na Titicaca het grootse commerciële alpine meer (182 km lang x 60 km breed). Het spel van zon en wolken leveren mooie plaatjes af van een meer die constant verandert van kleur: van grijs naar blauwe tinten en terug.
We zijn ondertussen de tel kwijt geraakt van het aantal snelheidscontroles die de politie uitvoert met hun camera, open en bloot op een driepikkel, maar wel steeds achter een bocht. Maximum snelheid op de snelwegen is 90 km/u maar dikwijls wordt de snelheid beperkt tot 60 km/u.
Vanaf het Issyk Kol meer slaan we af richting ons einddoel, het stadje Kochkor. De baan wordt ruwer evenals de bergen. Met andere woorden we rijden door een geweldig decor. Opnieuw moet Tim tefrente keren stoppen voor de fotoshoot. Op een bepaald moment passeren we een stuwmeer. We stoppen aan het uitzichtpunt over het meer. Er is ook een openbaar toilet, zowat het vunzigste en meest stinkende dat we in jaren gezien/geroken hebben.
Na een dag rijden (en stoppen) arriveren we in Kochkor, een stadje omringd door besneeuwde pieken van vijfduizenders. Vanuit hun achtertuin zien deze inwoners elke dag een wonder van de natuur.
We overnachten in een guesthouse bij een gastfamilie. Ze hebben een grote boven want er logeren nog mensen, allemaal rugzaktoeristen. Na het avondeten aan de gemeenschappelijke tafel bezoeken we een ambacht: het maken van vilt. Maar de schitterende zonsondergang, een vuurbol die achter de bergpieken verdwijnt en de lucht rode tinten geeft, vind ik veel interessanter.
Vanavond is er blijkbaar bezoek van familie of vrienden in ons guesthouse want op een bepaald ogenblik lopen er zeker tien kinderen rond. En kabaal.

Dag 30 - Kochkor - Son Kol meer - 23 september - 3.016 m hoogte
De laatste dagen krijgen we iedere morgen havermoutpap voorgeschoteld. Dat is hier blijkbaar de gewoonte. Het ontbijt is ook altijd een interessante plek om met soortgenoten te babbelen. Ditmaal Engelsen, Duitsers en Fransen. De brexit wordt een onderwerp van gesprek. Volgens de jongeren aan tafel zijn de anti-brexiteers volop hun stamboom aan het uitpluizen om toch maar enige Ierse voorvaderen te vinden wat genoeg is om aan een Iers paspoort te geraken en in de EU te blijven.
We vertrekken volop met zon richting het hooggebergte. We zullen twee dagen verblijven aan het 3.016 m hoog gelegen Son Kol Meer in het hart van Kirgistan's hooggebergte. We slaan eerst wat proviand in uit de lokale supermarkt. Er is geen scankassa om af te rekenen. De 'kassier' rekent uit met zijn rekenmachine.
Net buiten het stadje tankt de chauffeur nog eens vol en ik lees dat een liter benzine omgerekend 55 eurocent kost. Naast de benzinepomp ligt een moslim kerkhofje. Het rare is dat op iedere grafsteen een hoop aarde ligt waaronder de overledene begraven ligt. Dat komt vrij slordig over maar de reden is dat er dan niet over je graf gelopen wordt.
We rijden verder en komen al rap op glooiend terrein. Tim stopt aan een parking voor trucks. Langs de kant staan tien afgedankte treinwagons in een rodde waar gezinnen in wonen die voor de truckers eten bereiden. Het eten wordt klaar gemaakt op een stoof die op de parking staat tussen de camions. Langs de overkant van de baan is een klein kruidenierswinkeltje voor hun inkopen.
Het spektakel begint als we een paar km na de vrachtwagenparking de hoofdbaan verlaten richting het Son Kol meer en een onverharde wegel oprijden. Die klimt verder naar de top van een heuvel. We zien plots een resem besneeuwde bergpieken langs weerszijden van een brede, groene en okerkleurige vallei. Het schouwspel slaat ons een paar seconden KO.
Je hebt de neiging om alles te willen fotograferen: eens van dicht dan eens van ver, dan eens onder de zon, onder de wolken. We rijden door maar laten Tim zovele keren stoppen dat hij ons waarschijnlijk verwenst.
Vanaf de onverharde bergweg zien we beneden ons een riviertje, bosjes herfstkleurige bomen dan brede alpine weiden, een soort steppe met korte grassen en begroeiing waar honderden stukken vee grazen. Het zijn vooral paarden maar ook schapen, geiten en koeien. Een herder te paard, eigenlijk een soort cowboy houdt de kuddes in de gaten. Dan gaat de savanne over in het voorgebergte van de Tian Shan bergketen. Die hellingen van het voorgebergte lijken lange bruingroene uitlopers te hebben, net gekartelde en gegolfde vingers. Zij gaan over in de witte besneeuwde pieken op de achtergrond.
Het totaalbeeld is een fascinerend en romantische zicht. En probeer dat maar eens vast te leggen op foto. We worden er een beetje lyrisch van.
Doorheen de vallei is de weg nog redelijk plat maar het wordt alsmaar ruiger. De besneeuwde flanken komen steeds dichterbij. Tot we de vallei verlaten, het riviertje oversteken en we plots temidden de bergreuzen rijden. Het pad gaat steil de hoogte in. Het begint eerst te regenen, onze eerste druppels op de 30e dag van deze vakantie. Steile haarspeldbochten en veel dode hoeken/bochten maken dat Tim zijn 4x4 inschakelt en een slakkegangetje aanhoudt.
Inmiddels verandert de neerslag in sneeuw. Tim is dubbel voorzichtig met een bergwand langs de ene kant maar diepe ravijnen langs de andere kant. Wegglijden of te rap door de met sneeuw bedekte putten in de weg rijden, zijn geen optie. Het pad is amper breed genoeg om twee auto's te laten passeren. We komen gelukkig geen gemotoriseerd vervoer tegen, enkel cowboys met hun kuddes schapen en paarden die soms de weg versperren.
We bereiken de top van de bergpas op 3.600 m en het begint te hagelen. We zien gien steke voor ons ogen.
Maar die onmetelijke zichten van de Tian Shan blijven nazinderen. Alleen en temidden zo'n bergketen kunnen rijden, voelt aan als een ontdekkingsreis. Dit traject sluipt mijn top 3 van mooiste natuur binnen.
Inmiddels is de temperatuur gezakt tot rond het vriespunt. We beginnen voorzichtig aan de afdaling naar het 600 m lager gelegen Son Kol meer (3.016 m).
Tim is een voorzichtige rijder en corrigeert gemakkelijk als zijn 4x4 begint te slippen. We komen aan op de hoogvlakte rond het meer. De piste op de steppe is modderig en waar de plassen het tracé verbergen, zie je de rijsporen naast het parcours en ontstaan er alternatieve baantjes. Tim rijdt traag want het is niet altijd gemakkelijk om de 'hoofdweg' te vinden, noch te berijden. Maar plots, na de zoveelste glooiing zien we in de verte het Son Kol meer schitteren in de inmiddels tevoorschijn gekomen zon. Verderop, na een formidabele rit van 260 km, stoppen we aan de joerts aan de oevers van het betoverende Son Kol meer, waar we twee nachten zullen doorbrengen.
We nemen onze intrek in joert nr. 5 waar we alle drie zullen slapen. Het is basic met enkel een bed en een stoof. We worden door de gastfamilie uitgenodigd in joert nr. 3 voor de kennismaking. Op de grote tafel liggen brood, fruit en zoetigheid. Er wordt thee gezet.
De gastfamilie, grootouders met hun dochter en kleindochter, spreken geen woord Engels maar Tim vertaalt alles. Het zijn semi-nomaden die gedurende het zomerseizoen toeristen ontvangen in hun joerts - grote ronde tenten - en hun kuddes laten grazen op de steppe. Ze leven nog op traditionele wijze. Tijdens de overige seizoenen keren ze terug naar Kochkor want het is te koud om permanent op 3.000 m te leven.
Electriciteit wordt opgewekt door zonnepanelen. Het toilet ligt 50 m verderop op een hoogte en heeft een Europese wc. Je kakt rechtstreeks in de put. Er zijn geen douches. GSM verkeer is niet mogelijk behalve op die ene plek. De GSM van de gastfamilie hangt aan een koord in joert nr 3, op die plaats waar het signaal kan opgevangen worden en op de exacte hoogte. Geen 5 cm hoger of lager en niet op een andere plaats. Als hij rinkelt, zet je het geluid aan en babbel je tegen je telefoon als in een micro. Je kan het toestelletje niet vastnemen en aan je oor drukken of ge verliest het signaal.
Inmiddels is het beginnen regenen en zien we geen 10 m ver. We zijn gevangenen van de regenwolken maar het deert ons niet want hier passeren de vier seizoenen vrij regelmatig. En zie, plots komen de omringende bergen in het zicht en spiegelen hun witte pieken als zaagtanden in het door de zon blauwgekleurde meer. We maken een stevige wandeling en kijken onze ogen uit op dit landschap.
Na een stevige wandeling hoort een stevig avondmaal en ondanks de omstandigheden weet de gastfamilie een rijkgevulde tafel te presenteren.

Dag 31 - Son Kol meer - 24 september - 3.016 m hoogte
Het was een lastige nacht en ik ben veel wakker geworden. Mijn matras lag niet horizontaal, het was berekoud buiten en we konden ons enkel verwarmen onder de dekens met al onze kleren aan. Ik had dan nog oordoppen ingestoken waardoor ik de storm niet gehoord heb vannacht, hèt gespreksonderwerp aan de ontbijttafel. En mijn beide slaapgenoten zijn deze nacht opgestaan om naar de wc te gaan. Met het mijnwerkerslampje op hun hoofd, was het vechten tegen de natuurelementen om uw gevoeg te kunnen doen, 50 meter buiten het kamp in vriestemperaturen.
Ik steek om 7u mijn hoofd door de deur van de joert en ben net te laat voor de zonsopgang. De zon schijnt volop alsof ze zich wil wreken op de nachtstorm. De zichten op het meer zijn subliem. Het heeft gerijmd en de plassen water zijn bevroren.
Het unieke aan dit landschap is dat het meer in een hoogvlakte op 3.000 m ligt en volledig omcirkeld is door het Tian Shan hooggebergte, allemaal vier- en vijfduizenders, allemaal met eeuwige sneeuw en de pieken netjes naast elkaar gelijk een tsjeefzoag. Vanuit de oevers start de steppe met korte grassen die na enkele km overgaat in gebergte. De joerts liggen in clusters van vijf à tien tenten, op gemiddeld een kilometer van elkaar rondom het meer. Onverharde pistes, niets meer dan bandensporen in het steppegras, verbinden de clusters met elkaar. Trektochten te voet en te paard zijn de belangrijkste activiteiten.
Na het ontbijt in de centrale joert, verwarmd met gedroogde koeienvlaaien in een stoof, beslissen François en ik om een wandeling te maken richting het voorgebergte, weg van het meer. Marc past want een slechte nachtrust heeft zijn valling alleen maar erger gemaakt.
We stijgen lichtjes naar de bergen toe. Na een uur stappen laat ik François gaan. Hij wil verder klimmen tot dichtbij de sneeuwgrens. Vanaf het punt waar ik stop, lijken de zaagtandpieken een stuk dichterbij en schitteren ze in de zon. Als ik me omdraai zie ik een groot deel van het 28 km x 18 km groot Son Kol meer, dat nu diepblauw kleurt onder de zon.
Ik keer terug want ondanks de zon is de gevoelstemperatuur onder nul door de strakke en koude bergwind. Ik heb een paar wanten moeten lenen want die had ik niet mee in mijn valies. Ik heb de koude toch wat onderschat. Ik loop het joertenkamp binnen tegen de middag, tijd om de vers gemaakte lunch te proeven.
De gastfamilie heeft al vijf joerts in het kamp afgebroken want het einde van het seizoen nadert. Het wordt te koud. Na ons komen nog twee toeristen en daarna wordt het kamp volledig opgebroken. Begin oktober start de overwintering beneden in de vallei en in mei wordt alles terug opgebouwd aan het meer.
Het zijn joerts decapotable, want met een koord kan je een deel van de dikke vilten doek wegtrekken zodat je de hemel ziet en er licht binnen valt. We lopen in en uit de joerts, verwarmen ons aan de stoof in de centrale joert waar ook gegeten wordt en waar het familieleven zich afspeelt.
De vrouwen maken het eten klaar, de opa voert de beesten, doet wat reparaties; de mama geeft de borst aan haar 14 maanden oud dochtertje, die tijdens de dag een beetje aan haar lot wordt overgelaten. Er is geen speelgoed voor de kleine. Ze amuseert zich met de kat en met de toeristen. Haar broers en zusjes lopen school in Kochkor waar ook de papa werkt. Dus enkel opa, oma, mama en peuter zijn aanwezig en vangen de toeristen op.
Ik beslis om een uur paard te rijden tezamen met de twee toeristen die ze nog verwachtten. Het is een koppel uit Slovenië. Het is nog steeds zonnig maar de wind is zo guur dat het een koude tocht wordt door de steppe en langs de oevers van het meer.
Ik ben blij als we terug zijn en ik in de verwarmde centrale joert mag waar de oma en dochter karnen. Ze steken ook in onze joert de stoof aan zodat we kunnen bekomen van de paardentrip maar vooral om ons uit de centrale joert weg te houden. De zon gaat onder en met de koude wind daalt de temperatuur tot onder het vriespunt.
We eten gezamenlijk rond 19u en na het eten laat François wat dieper in zijn hart kijken. Hij wordt emotioneel als hij vertelt over zijn ex, een meisje die hij reeds kende van school in Metz. Samen waren ze vorig jaar naar Frans Polynesië getrokken, zij om les te geven hij om er in een bank te werken. Maar het raakte uit. Ik denk dat hij van puur ldvd beginnen reizen is.
We liggen een uur later al in bed in onze joert. Het komt er op aan zoveel mogelijk tijd te slapen in de twaalf uren die voor ons liggen. Met de kleren aan en goed ingeduffeld beginnen we schaapjes te tellen. En François probeert zijn ex-lief uit zijn hoofd en dromen te bannen.

Dag 32 - Son Kol - Tash Rabat - 25 september - 3.500 m hoogte
We staan om 7u op onder een schitterende zon zonder een wolkje aan de hemel en zonder wind. Dit wordt de ideale dag. De temperatuur zal oplopen tot 12°C maar we zullen het helaas niet meer meemaken. We vertrekken deze morgen naar onze volgende bestemming.
Tijdens het ontbijt komen twee broers van de opa toe met de camion om in twee dagen de zes resterende joerts op te breken en te verhuizen naar de vallei. We zijn echt wel de laatste klanten van het afgelopen seizoen.
Tim had een andere terugweg in gedachten naar onze tussenstop in Naryn maar hij heeft vernomen van collega's dat de weg te modderig en te gevaarlijk is. Dus rijden we terug via dezelfde onverharde weg als eergisteren.
Maar de omstandigheden, lees het weer, zijn volledig anders. Nu is het landschap zonovergoten en bijna wolkenloos en zijn de sublieme zichten volledig anders. Opnieuw moet Tim de ene fotostop na de andere toelaten. De top van de bergpas op 3.600 m ligt er besneeuwd bij. Twee dagen geleden was dat nog niet het geval. Dus rijdt Tim heel traag en heel voorzichtig naar beneden, met zijn 'all season' banden zonder sneeuwkettingen.
Opnieuw beste lezers is de weidsheid van de valleien de troef van dit land. Opnieuw moet Tim toeteren voor kuddes paarden, schapen en geiten die in de weg lopen. Opnieuw die romantische plaatjes met steppe, riviertje, bosje bomen, grazend vee, herder te paard, besneeuwde pieken. Het ontlokt Marc een ontboezeming: 'dit is het paradijs'.
'Waarom blijf je niet?', vraag ik hem.
Hij schudt zijn hoofd (van links naar rechts). We geraken het wel eens dat mensen met liefde voor de natuur, dit land gewoon op hun to do lijst moeten zetten.
We komen aan de verharde weg van eergisteren en slaan nu rechts af naar Naryn.
Als je denkt dat het nu tijd is voor een dutje in de auto met de zoninval door de zijruiten die voor een gezellige warmte zorgt, dan steekt het landschap daar een stokje voor. We rijden over de Dolon pas (3.038 m) en de zichten van daarnet gaan gewoon verder.
Na de bergpas komen we aan in het bergstadje Naryn (2.020 m) waar we een eetstop inlassen. We maken van de gelegenheid gebruik om onze toestellen op te laden. We maken ons een beetje belachelijk want iedereen zit ergens aan een prise zijn ding te doen, verspreid over het restaurant. De wifi is er trouwens zo goed dat we kunnen WhatsAppen en bellen met het thuisfront via FaceTime. We laden ook vlug wat foto's en videootjes op de reisblog. Want straks in de bergen, waar we overnachten in een berghut - voor de laatste keer op het grondgebied van Kirgistan - is er geen wifi.
We verlaten Naryn en rijden een hoogvlakte op. Er ontvouwt zich door de voorruit een nieuw natuurwonder. Van links naar rechts, over de ganse breedte van ons gezichtsveld, doemt de ene besneeuwde piek naast de andere op. Het Tian Shan gebergte toont opnieuw zijn veelzijdigheid. De bergketen vormt trouwens de grens met China en heeft uitlopers tot in het Kirgizische binnenland. Het gaat over in het Pamir hooggebergte richting Tadzjikistan en Pakistan.
Er is nog altijd geen wolkje aan de lucht en het natuurspektakel blijft maar duren. In plaats van naar de lange rij besneeuwde pieken toe te rijden, loopt de perfect geasfalteerde weg nu paralel. Na ongeveer 100 km rijden, slaan we een onverharde weg in naar Tash Rabat, ons 15 km verder gelegen overnachtingsoord. We rijden terug tussen de bergen in een groene vallei met een snelstromend riviertje. Alle ingrediënten die we de vorige dagen ervaarden, zijn ook nu weer aanwezig: ruw, weids, grazend vee, steppe, sneeuwpieken maar vooral rare rotsformaties.
Tash Rabat is de naam van een karavanserai. Een karavanserai was een overnachtings- en pleisterplaats voor de karavanen langs de Zijderoute. Het is een relatief kleine karavanserai tegen een berghelling gebouwd op een ongebruikelijke plaats en nog in goede staat. Er is een centrale gang die uitgeeft op een centraal overkoepeld deel. Overal zijn er zijgangen met de daaraan verbonden slaapkamers/zalen. Het is een compact, gemetst bouwwerk.
Hier zijn Marco Polo en zijn gevolg destijds neergestreken vooraleer ze de doorsteek maakten over het hooggebergte naar China. Ik kan me in mijn verbeelding voorstellen dat die mannen doodmoe aankwamen en wat energie opdeden vooraleer de finale doorsteek te maken.
Vanavond eten we in het joertkamp naast de de karavanserai. Er is een houten optrek die dienst doet als refter en bijkomende slaapplaatsen.
Tim loopt nu al een week te snotteren. En in een poging om de bacteriën te vernietigen evenals om de laatste overnachting op Kirgizisch grondgebied te vieren, wordt Marc's cognacfles van een half litertje uit een winkeltje in Naryn soldaat gemaakt.

We eindigen het bezoek aan dit land met onze impressies:

  • Duidelijk een ander soort land dan zijn gebuur Oezbekistan. Die moet het hebben van historische gebouwen en steden. Kirgistan helemaal niet, des te meer van de natuur: het binnenland, het Tian Shan hooggebergte, de bergmeren, de joerts, de herders en de nomadenbevolking
  • Weidsheid van zijn valleien tussenin rijen besneeuwde bergketens
  • Steppe - Joerts - Koud
  • Grazende veekuddes met honderden dieren per kudde. Meestal paarden (Kirgiezen hebben iets met paarden). Maar ook schapen, geiten en koeien.
  • Vleeseters

Dag 33 - Tash Rabat (3.500 m) - Torugart (3.725 m) - Kashgar (1.290 m) - 26 september
De dag start opnieuw zonovergoten onder een blauwe hemel, zonder wind maar wel vrieskou. Het water is bevroren en dus tanden poetsen of handen wassen is niet mogelijk want de wasgelegenheid staat buiten. Douchen kan niet en het zijn Franse wc's. Het is alsof ze de omstandigheden ten tijde van de Zijderoute willen nabootsen.
Bij het ontbijt maken we kennis met een groep fietsers die gestart is in Islamabad, Pakistan en via China in Kirgistan zijn beland. Ze rijden nog verder tot in Bishkek. Ze vertellen over hun slechte ervaringen met de Chinezen. Zonder al teveel in detail te treden, blijkt het onder andere een fietsonvriendelijk land te zijn. Ze vinden Kashgar depressing. Laat dat net vandaag onze eindbestemming zijn, de eerste stad in China na de grensovergang.
We werpen een laatste blik op de karavanserai, de rotspartijen en de kabbelende rivier en vertrekken met Tim over de onverharde weg tot aan de hoofdbaan. Van daar is het nog 85 km tot aan de grens met China.
De hoofdbaan vervolgt zijn traject paralel met de besneeuwde pieken van de Tian Shan, waar maar geen einde aan komt. We passeren het bevroren Chatyr-Kol meer. De baan is een loodrecht stuk die recht op zijn doel afgaat. Op Tim's dashboard lezen we 1°C af. We passeren een zone met langs de kant van de weg een twee meter hoge prikkeldraad afsluiting. Langs de andere kant van de draad is verboden militaire zone.
En dan, halverwege tussen Tash Rabat en de Chinese grens begint een bureaucratische martelgang die je nooit gelooft tenzij je het zelf meemaakt.

Kirgizische kant:

1. We stoppen aan een militair checkpoint met slagboom over de weg. De pasporten worden gecontroleerd en de militair in zijn kotteken noteert ijverig onze gegevens in zijn logboek.

2. 40 km verder moeten we stoppen aan de gebouwen van de Kirgizische douane. We zijn tot op 5 km genaderd van de grens. We zien de werken aan een nieuw complex in wording. Eerst moeten we aan de binnenkomende bareel ons paspoort tonen aan een militair, gewapend met een Kalasjnikov. Daarna mogen we doorrijden naar het douanegebouw. Bij het ene loket moeten we een exit form invullen … met enkel tekst in het Russisch. Dus moeten Tim en een vriendelijke douanier ons helpen.
Dan stappen we naar het volgende loket in een ander gebouw waar we de exit stempel in ons paspoort krijgen. We stappen terug in de wagen en rijden door tot aan de uitgaande bareel. Vooraleer een gewapende militair ons laat doorrijden, moeten we nog eens ons paspoort tonen. De bareel gaat open.

3. We rijden 5 km door een transit zone, een niemandsland tot we aan de grens met China komen. We zijn toegekomen op het hoogste punt van deze reis, op de 3.725 m hoge Torugart pas. Hier is een militaire post, bemand door Chinese soldaten, die de grens bewaakt met buurland Kirgistan. Een hoog en groot hekken belemmert de doorgang evenals de honderden meter afsluiting en prikkeldraad langs de berghellingen en bergranden.
Het hekken gaat open en twintig wachtende camions rijden China binnen. Slechts enkele rijden Kirgistan binnen.

Chinese kant:

1. We staan met zijn drieën - Tim, Marc en mezelf - langs de Kirgizische kant van het hekken te wachten op de Chinese chauffeur die ons vanuit dit punt naar onze eindbestemming in Kashgar zal brengen, 180 km verder.
Het lukt om een babbeltje te slaan met de Chinese militair die aan het hekken waakt. Hij spreekt een beetje Engels. Hij ziet er 20 jaar uit en zegt dat hij honger en kou heeft. Op deze hoogte is de opkomende wind inderdaad guur. Hij vraagt voortdurend waar onze chauffeur blijft. Wetende dat de militairen op elk moment de grens kunnen sluiten voor om het even welke reden, hopen we dat die chauffeur rap komt. Want, zo vertelt Tim, eenmaal de grens gesloten, duurt het minstens twee uur vooraleer ze terug open gaat. Maar om 11u arriveert hij.
'Welcome to China' zijn de eerste woorden van de Chinese gids. We fleuren een beetje op. We nemen afscheid van Tim die onze gids was voor 5 dagen. Hij keert in één ruk terug naar Bishkek.
Na een paspoortcontrole door de militairen, stappen we in de monovolume wagen en duiken de berg af richting Kashgar.

2. De duik duurt niet lang want na 5 km rijden op een langs beide zijden afgesloten baan met hoge draad en daar bovenop rollen prikkeldraad, komen we aan een volgende controlepost. Hier worden eerst de bagage en wijzelf gescand. Dan volgen we naar een open loket waar een koppel militairen ons paspoort nakijkt.
'Cellphones', snauwt een militair ons plots toe. We moeten onze mobieltjes afgeven. Ze worden met een kabeltje aan 'The Mobile Hunter' gehangen, een toestel die volgens onze gids zoekt naar illegale software.
Tegelijkertijd scrollen de militairen door onze foto's, 'om te kijken of we geen verboden locaties getrokken hebben', zegt de gids. Maar ondertussen zitten ze wel al onze vakantiefoto's te bekijken maar ook mijn private foto's van de familie en de kleinkinderen. Ze houden zich echt niet in en lachen onder elkaar bij het scrollen door de fotoalbums.
Ik krijg het op mijn heupen maar moet me inhouden.
The Mobile Hunter heeft na tien minuten gedaan en het eindresultaat verschijnt op zijn schermpje. Hij heeft niets illegaals gevonden. De militair neemt een foto van het schermpje voor zijn dossier.
'Go', beveelt hij. Hij kent waarschijnlijk maar twee woorden Engels: 'go' en 'cellphone'.

3. We rijden 100 km verder. De natuur trekt zich niets aan van de Chinese gedragingen. We verlaten de sneeuwpieken en dalen verder af in een bruinrode steenvallei. De baan volgt in wijde bochten de contouren van het gebergte evenals de steeds aanwezige bergrivier. Het is eigenaardig dat de baan, Chinese kant, van veel slechtere kwaliteit is dan de biljartgladde asfaltbaan, Kirgizische kant.

4. Er wacht een volgende politiecontrole. We moeten uit de wagen stappen en ons paspoort presenteren aan een loket. Onze gids wordt afgetast, maar ik zie de politieman twijfelen of hij dat bij ons ook wil doen. Hij doet het niet.

5. We rijden verder en komen uiteindelijk aan het officiële Immigratiegebouw van de Chinese Douane. Alle vorige controleposten waren puur militair of politioneel. We zitten reeds 120 km voorbij de grens maar nog 60 km verwijderd van Kashgar, onze eindbestemming. Tientallen vrachtwagens staan in een lange rij te wachten. Het gebouw lijkt op een vliegtuighal.
Het viel ons op tijdens de rit hier naartoe dat de chauffeur redelijk traag reed. De reden daarvoor, vertelt de gids, is dat het immigratiekantoor pas open gaat om 16u30, nadat de heren en dames douaniers een siësta nemen van drie uur.
Onze chauffeur steekt alle vrachtwagens links voorbij, langs het verkeerde rijvak en posteert, een kwartier te vroeg, onze wagen vlak aan het ingangshekken.
Stipt om half vijf stappen we het immense gebouw binnen en krijgen de ingangsstempel in ons paspoort. De vrouwelijke beambte is vriendelijk en wijst er ons op dat de inkt van de stempel nog vochtig is. We moeten nog een beetje nablazen, toont ze ons voor.
We gaan verder - we zijn de enige twee bezoekers op dat moment want de truckers worden apart gecontroleerd; hun vrachtwagen moet door een grote scan machine rijden - en we stappen richting vijf nors kijkende immigratiebeambten.
We moeten onze valiezen openen. Ze zien mijn iPad en ik moet hem onmiddellijk activeren. Ze scrollen opnieuw door al mijn foto's. De andere collega ziet mijn Lonely Planet van China. Hij pakt hem vast en begint erin te bladeren. Hij kijkt aandachtig naar de erin gepubliceerde kaart van China.
'Where is Taiwan?', vaagt hij.
Taiwan, door de Chinezen aanzien als een (afvallige) provincie maar door de internationale gemeenschap als een onafhankelijke staat, prijkt niet op de kaart en dus wordt mijn boek in beslag genomen.
'This is an illegal book', vertaalt de gids voor mij. Ik krijg het bijna. We gaan de discussie aan met de Chinezen tot op het punt dat ze dreigen ons terug naar Kirgistan te sturen. Het haalt allemaal niets uit.
We hebben de pech dat we de enige toeristen zijn, ze daardoor veel tijd hebben en de verveling verjagen door te controleren. En de gids meesmuilt maar ook hij kan niets forceren.

6. We gaan het gebouw uit, absoluut niet begrijpend hoe een overheid van een land zo reageert naar de toeristen toe. We rijden één km verder om ons te laten registreren in het nabijgelegen politiekantoor.

7. Twee km verder moeten we stoppen voor een slagboom. Opnieuw politiecontrole van de paspoorten.

8. We rijden verder richting Kashgar. Er wordt weinig gesproken in de auto. Dicht bij de stad, net nadat we door het tolhek rijden, worden we door een politiepatrouille naar het aanpalend politiekantoor geleid. Nogmaals. We moeten uitstappen, in het kantoor door een scanner gaan en aan het loket onze paspoorten tonen. We mogen doorrijden.

We komen redelijk ontdaan om 19u toe in ons hotel in Kashgar. De eerste woorden van onze gids aan de Chinees-Kirgizische grens - 'Welcome in China' - krijgen een andere betekenis. We beginnen de fietsbende van deze morgen te begrijpen. Je zou er inderdaad depressief van worden: een moeilijke grensovergang, ganse dag onderweg doorheen militaire en politiecontroles, uw privé foto's beloerd en een boek geconfisceerd.
We checken in. De hotelstaf spreekt geen woord Engels. We ondervinden dat WhatsApp geblokkeerd is, evenals Facebook, Google, YouTube, Skype en ook mijn in- en uitgaande emails. We kunnen nog amper communiceren met het thuisfront. Enkel FaceTime werkt.
Wat is dat toch met China?

 

FOTOREEKS KIRGISTAN

 

 


CHINA


Dag 34 - Kashgar (1.290 m hoogte) - 27 september
Kashgar ligt in het uiterste zuidwesten van China, dicht bij de grenzen met Kirgistan, Tadzjikistan, Afghanistan en Pakistan. Niet direct de gemakkelijkste buurlanden. Daardoor is de stad een oord van vele nationaliteiten, godsdiensten, fundamentalisten en conflicten.
Het was ook een belangrijk knooppunt op de Zijderoute omdat alle zijderoutes vanuit Centraal Azië daar samenkwamen en zich van daaruit terug verspreidden over China, boven en onder de Taklamakan woestijn tot in Xian.
De stad ligt in de provincie Xinjiang en is het centrum van de Oeigoeren, een moslim minderheid die na een terroristische aanslag een paar jaar geleden tegen het Chinese bewind, onderdrukt wordt. Daardoor leven ze op vandaag in een politiestaat ondanks hun autonoom statuut.
Ze wijken ook af van de officiële Chinese tijd. Alhoewel China eenzelfde tijdsaanduiding heeft voor het ganse land, leven de inwoners op een tijdsrooster die twee uur onder dat van de 'Beijing Time' ligt omdat deze uurregeling beter aansluit bij de dagindeling. Als het hier 9u is, is het officieel 11u. We moeten daarmee opletten want alle officiële uurtabellen van vluchten, treinen en openingsuren zijn in 'Beijing Time'.

We nemen een taxi naar de oude binnenstad. De oude stad die we inwandelen via een hoge ingangspoort, ziet er intact uit. De gevels van de huizen en gebouwen zijn gemetst waarvan de stenen in een bepaalde vorm geslepen zijn: inkepingen, vlakken en hoeken. Dit geeft een uitzonderlijk mooie touch aan het straatbeeld.
We lopen door de hoofdstraten. De oude stad is volledig verkeersvrij gemaakt. Het straatniveau bestaat allemaal uit kleine handeltjes. Daartussen zie je een ambachtslieden die live aan het werk zijn zoals een smid, een tafelpoot snijder en een houtbewerker. Maar wat het meest in het straatbeeld zichtbaar is, is de Chinese politie.
Niet alleen de binnenstad maar de volledige stad van toch een kleine 400.000 inwoners lijkt ingenomen. Alsof de politie een coup heeft gepleegd. Op iedere hoek van de straat - ik herhaal: op iedere hoek van de straat - huist een klein politiekantoortje. In alle straten staat gemiddeld om de 100 meter een tweemans checkpoint, telkens met een zwart wapenschild met 'Police' erop. Ze zijn allemaal gewapend en ze hebben een helm op. Er patrouilleert voortdurend politie door de straten, te voet, op electrische brommertjes of in een soort golfkarretjes. Aan de ingangen van de oude stad staat telkens een grote, gemetste politiepost, beschermd door dikke stalen afsluitingen. Dit om aanslagen met auto's of vrachtwagens te vermijden. Iedereen - iedereen! - moet zijn identiteitskaart tonen, die telkens opnieuw gescand wordt ter controle. Ook de handtassen worden gescand. En dat iedere dag, iedere week, jaar in jaar uit.
Raar maar waar, wij als buitenlandse toeristen moeten dit niet doen. We mogen zo doorlopen ondanks onze dagrugzak waar we gemakkelijk verkeerde dingen kunnen in stoppen.
En dan heb je die honderden camera's die over de straten hangen en aan de palen. Wie monitort dat allemaal?
En dan heb je ook de propaganda molen, de foto's van de president bij de Oeigoeren, de video's op reuzegrote schermen die je bij ons alleen ziet op rockconcerten à la Rock Werchter en waarop de Chinese president zijn charmes verkoopt. De propaganda verloopt ook via banners of enorme borden langs de weg met teksten. Gisteren wou onze gids ze niet vertalen. Hij wou enkel kwijt dat het propaganda is. Want het is verboden om over politiek te praten. En als ze er toch iets over zeggen, dan is het Chinese optreden noodzakelijk 'for the security'. Een zinsnede dat zowat alles rechtvaardigt in deze wereld.
En dan heb je de duizenden Chinese vlaggen en lampionnen die het straatbeeld rood kleuren. En werk je beroepshalve met messen, dan moet je die bij wet vastketenen.
Voilà, het is er allemaal uit. Je zou als Oeigoer voor minder een anti-Chinees worden. Marc is er al één aan het worden en we hebben nog een maand te gaan.

IT'S FOR THE SECURITY

De Chinese provincie Xinjiang met Urumqi als hoofdstad is bevolkt door 10 miljoen Oeigoeren, een moslimgemeenschap. De provincie sluit veel sterker aan bij Centraal Azië dan bij China qua cultuur en etnische banden. Er wordt ook een compleet andere taal gesproken, gelinkt met het Turks, en niet zomaar een zoveelste Chinees dialect.
Maar Beijing wil malgré de provincie verchinaliseren. Het is niet alleen een groot deel van het land (1/6e van het Chinese grondgebied), het is ook rijk aan olie, natuurschoon en het heeft een Zijderoute nalatenschap.
Zoals ze in Tibet doen, lossen de Chinezen hun probleemgebieden op door actieve spionage van de bevolking, overmatig politie in de straat, miljarden investeringen in infrastructuur en een toevloed van Han-Chinezen om de cultuur van de Oeigoeren terug te dringen. Deze maken op vandaag al 50% uit van de totale provinciebevolking.
En het probleem met Xinjiang en de Oeigoeren is verergerd door de aanslagen van Oeigoer separatisten vanaf de jaren 90 tot tijdens de laatste Olympische Spelen.
De reactie van Beijing was niet min: de installatie van een repressief regime, discriminatie tussen de Han en de Oeigoeren op de arbeidsmarkt, het verplicht onderwijs in Mandarijns, geen Koranlessen meer in de moskeeën, propaganda over 'nationale solidariteit' en 'etnische harmonie' en beperkingen om te reizen in en buiten de provincie. Verder zijn er interneringskampen voor extremistische Oeigoeren, criminelen en kritische journalisten.
Allemaal in naam van 'the security'.

Tijdens onze wandeling in de binnenstad ontmoeten we twee Europese journalisten die ons spontaan aanspreken. Het zijn twee twintigers werkend vanuit Shanghai. De vrouw is een Nederlandse en schrijft voor De Telegraaf in Nederland en voor De Tijd en Knack in België. De jongeman is Fransman en schrijft voor Franse kranten. Ze doen onderzoek naar de staat van de Oeigoeren.
We vertellen ons wedervaren van gisteren aan de grens met Kirgistan en de strengheid waarmee de Chinese politie controles uitvoert. Zij reizen om de zoveel tijd het land rond om artikels te schrijven. Ze zijn nu onder meer aan het onderzoeken of er inderdaad kampen bestaan op het platteland waar mensen naartoe gestuurd worden om 'heropgevoed' te worden. Maar ze maken zich geen illusies dat ze ooit zo'n kamp zullen te zien krijgen.
Kijk eens, zegt de Nederlandse, zie je die mannen daar staan? Die zijn van de geheime politie en volgen ons van zodra we hier toegekomen zijn. Omdat ze een journalistenvisum hebben, zijn ze gemakkelijk te traceren. En, voegen de twee er aan toe, ze doen geen enkele moeite om zich te verstoppen. En inderdaad als de twee vertrekken, staan vijf in burger geklede mannen op. Het zijn binken tussen de 30 en 50 jaar oud, moderne haarsnit, jeansbroek, sneakers en lederen vest.
We lopen de oude stad uit en bezoeken de Id Kah moskee uit 1442. De moskee staat aan een groot plein in het centrum van de stad en de gevel is gemetst met geelachtige bakstenen. We stappen binnen en moeten ingangsgeld betalen. De politie checkt onze paspoorten en we moeten onze dagrugzak en fototoestel in een locker opbergen. We mogen door.
We lopen onder een boog rechtstreeks in de grote tuin van de moskee. Op die boog tel ik zeven camera's. We wandelen door de tuin, vooral gekenmerkt door loofbomen, tot aan het moskeegebouw. Op de muur hangt een reuzegrote foto van de Chinese president. De propagandamolen draait verder, zelfs tot in de moskeeën. We lopen even de gebedsruimte binnen. Een in burger geklede politieman reclameert op een bezoeker die te dicht bij de afsluitkoord komt.
De moskee heeft een totaal andere stijl dan wat we tot nu toe gezien hebben in de vorige landen. Geen reuze ingangen of met mozaïek motieven betegelde muren, gewoon een gemetst en sober gebedsgebouw. We tellen in het groen geschilderde houten palen ter ondersteuning van de luifel en van het dak van het gebouw. We zien geen gelovigen, enkel toeristen en politie.
Als we via de zijkant van de enorme tuin naar de uitgang terugkeren, zien we dat alle bijgebouwtjes een hangslot op de deur hebben, behalve één. We stappen binnen om de binnenkant te bezichtigen maar daarin zit een politiekerel in burger naar een groot computerscherm te turen. Ik zie dat het camerabeelden zijn, waarschijnlijk van die zeven aan de ingang en die ontelbare andere in de moskee en in de aanpalende tuin. We verschieten en ook de man lijkt op zijne nest gepakt en wuift ons direct buiten.
Na een granaatappel sapje keren we terug naar de oude stad. We verlaten de toeristenstraten en laten ons verloren lopen in de wirwar van kleine straatjes. We ontdekken prachtige huizen, gebouwtjes waarvan we de functie niet kunnen achterhalen en pleintjes weggestoken voor het oog van de mainstream toerist. Het is er stil en rustig en de lokale kinderen spelen er in de straatjes. Het is er zeer aangenaam wandelen. Dit verborgen deel heeft zijn middeleeuws karakter behouden, ware het niet dat ook hier overal Chinese vlaggetjes en camera's hangen.

Dag 35 - Kashgar - Karakoram Highway - Tashkorgan (3.100 m hoogte) - 28 september
We zijn net buiten Kashgar als we een eerste politiecontrole aan ons been hebben op weg naar het 300 km verder gelegen Tashkorgan langs de Karakoram Highway. Deze weg door het Pamir gebergte is de enige inkomende en uitgaande weg tussen China en Pakistan.
Aan de politiepost moeten we uitstappen, worden we gefouilleerd en mogen we verder.
We rijden op een vlakke uitloper door de Upal oase, waar honderden aangeplante populieren groeien. Onze chauffeur rijdt een slakkengangetje. En als we daar een opmerking over maken wijst hij naar de snelheidsborden (60 km/u), naar de camera's aan de palen en naar de opnieuw overvloedig aanwezige politie. Hij houdt zich strikt aan de verkeersregels. Nadat we de oase door zijn, krijgen we een nieuwe politiecontrole.
Na een 100 km duiken de eerste bergen op van de Pamirs. Het zijn rode bergen, gelegen langs de Karakol rivier. Onze baan ligt geplakt langs één kant van het dal en volgt de contouren van de bergen.
We rijden een tunnel in, een lange. Ik schat hem 4 à 5 km lang. Eénmaal eruit wordt het landschap ruwer en het dal smaller. We zitten nu middenin het Pamir gebergte en zien dat de Chinezen een nieuw traject hebben aangelegd met hoge bruggen op reuzepeilers slingerend door het dal en afgewisseld met kortere tunnels. We zijn ondertussen een flink stuk gestegen. We ronden een bergpas op 3.700 m. Spijtig genoeg belemmeren de wolken een vrij zicht van de bergtoppen.
Het landschap gaat over in een plateau omgeven door zandbergen. Daar stoppen we aan het Bulungkol stuwmeer. De combinatie van het blauwe water met de grijze zandbergen heeft iets onnatuurlijks. We rijden verder over het hoogplateau met besneeuwde pieken op de achtergrond.
De Muztah Ata komt in het zicht. Hij is met zijn 7.546 m de vedette van dit deel van de Pamir bergketen. Omdat het weer wat is opgeklaard, zien we soms zijn witte kruin. Pas aan het Karakol Meer zijn de wolken verdwenen en zien we de Muztah Ata tesamen met de andere besneeuwde bergpieken weerspiegelen in dit natuurlijk meer, gelegen op 3.900 m hoogte. De zichten zijn wonderlijk.
We zitten hier op 194 km van Kashgar. Nog 100 km te gaan tot aan ons einddoel. De baan daalt al een tijdje niet meer onder de 3.000 m en zal dat verder ook niet meer doen. Na het Karakol meer verbreedt het hoogplateau. Om uit de vallei te geraken moeten we een reeks haarspeldbochten nemen. We stijgen en blijven maar stijgen. Op het hoogste punt van de bergpas op 4.300 m hebben we een adembenemend zicht op het hoogplateau. Onze baan van daarnet is nog amper een streepje in het landschap. Van bovenaf ziet de vallei er dor, droog en bruin uit. Er groeit gien spierke ges.
We rijden verder en dalen richting een nieuwe vallei. We passeren de afslag naar de grens met Tadzjikistan, zo'n 30 km verderop gelegen. Het Chinees immigratiekantoor ligt aan het kruispunt. Wij slaan niet af maar rijden rechtdoor.
In deze vallei is er wel begroeiing en is er ook bewoning. We zien een enorm zonnepanelen veld. De vallei is omringd door witte pieken van zesduizenders.
Vandaag zijn we onderweg niets anders dan horden Chinese toeristen tegengekomen. Ik zou wel eens willen weten hoe die denken over de politiestaat die de Oeigoerse provincie Xinjiang geworden is. Los daarvan lopen ze altijd in de weg, stoppen op de meest ongewone plekken langs en op de weg, zijn luidruchtig of steken hun hoofd door het dak van hun rijdende wagen. Soms zou je ze verwensen naar de hoogste piek.
Net voor Tashkorgan stoppen we aan een uitkijkpunt over de moerassen van Tagharma op 3.050 m. Het is een verzamelplaats van verschillende bronnen; kamelen en yaks grazen er en in de lente bloeien de bloemen en kwetteren de vogels. Het is een beschermd ecologisch gebied.
Net voor we de stad binnenrijden, hebben we uiteraard een politiecontrole. We moeten zelfs onze valiezen uit de wagen halen en ze laten scannen. Het is allemaal een beetje dubbel: enerzijds zouden we het over ons moeten laten gaan; anderzijds is de veelheid van stops en controles een serieuze doorn in ons oog.
Na een gemiddelde snelheid van 60 km/u, na twintig fotostops, na onder minstens duizend spionage camera's te hebben gereden, komen we aan in Tashkorgan, een stad van de Tadjiki (inwoners van Tadzjikistan) waar Han Chinezen in de minderheid zijn, dichtbij de grens met Pakistan en gelegen op 3.100 m.
Onze chauffeur geeft een rondleiding. Hij laat ons eerst het lokaal museum bezoeken over de ontstaansgeschiedenis van de streek. Daarna trekken we naar de voornaamste bezienswaardigheid van het stadje: Stone Town. We zien een fort uit lang vervlogen tijden van de Han en de Qin Dynastieën. Het was destijds een vestingstad en deed dienst als een politiek en administratief centrum. Het fort ligt op een heuveltop en tesamen met beroepsfotografen die hun camera's-met-mega-telelenzen op een driepikkel installeren, wachten we de zonsondergang af. Het wordt genieten van een licht- en schaduwspel op de steppe en op de bergruggen met hun eeuwige sneeuw.
We zien drie tieners van rond de 16 jr. De ene draagt een vest met op zijn rug: 'CHINISM', vermoedelijk de samentrekking van China en Cynism(e). Een duidelijke middelvinger naar de Chinese autoriteiten en een uiting van frustraties van de politiestaat waarin ze leven.
We zoeken een restaurant op en bestellen rijst met kip. We krijgen rijst met een eierschotel, wat technisch gezien misschien juist is, maar toch niet wat we in gedachten hadden.
We overnachten in een joertenkamp.

Dag 36 - Tashkorgan (3.100 m) - Kashgar (1.290 m) - 29 september
De ontbijtzaal van ons hotel zit vol Chinezen, waarschijnlijk dezelfde van gisteren onderweg. En die moeten vandaag ook allemaal terug naar Kashgar net als wij.
We rijden de stad niet uit zonder ons te moeten melden aan de politie dat we terug richting Kashgar rijden. Het weer zit mee want vandaag is er meer zon dan wolken.
We rijden hetzelfde traject terug. U hebt uit het verslag van gisteren al begrepen dat de Karakoram Highway adembenemend mooi is. Deze autosnelweg is bekend, enerzijds omdat het de toegangsweg is tot Pakistan (met een zijsprong naar Tadzjikistan) en anderzijds omdat het landschap spectaculair mag genoemd worden: woestijn, besneeuwde bergtoppen, rivieren en meren. Het Karakol meer biedt een prachtig uitzicht op de besneeuwde bergtop Muztah Ata van 7.546 m. De omgeving en het uitzicht zijn prachtig: stuw- en natuurlijke meren, besneeuwde bergtoppen, kale woestijnheuvels, moerassen, kamelen en yaks. En rijden over bergpassen op 4.300 m.
Als ge in de buurt zit, niet twijfelen.

Dag 37 - Kashgar - 30 september
Het is zondag vandaag. Dan vindt er in Kashgar de tot ver in en buiten China beroemde Zondagse Markt plaats. Die bestaat uit twee delen. Je hebt de normale bazaar, een deels overdekte marktplaats en je hebt de markt van het levend vee, op een andere locatie 14 km buiten de stad. We rijden eerst naar het meest tot de verbeelding sprekende deel: de markt van het levend vee.
We wandelen eerst langs de (vlees)eet kraampjes. Slachters benen het vlees uit, snijden daarna het vlees in centimeter kleine brokjes die dan een dumpling vullen en in het kokend vet worden gesmeten. Voilà, een vleesmaaltijd is klaar. Daarbij wordt rijst geserveerd.
De messen van de slagers zijn met een ketting vastgemaakt aan hun werktafel, net zoals de Chinezen het willen.
We stappen het terrein op. Op het eerste deel staat het groot vee 'gestald': koeien, yaks en in mindere mate paarden en kamelen. Op het andere deel van het terrein de schapen en de geiten.
Het is een op- en afrijden van boer Ping met één koe op zijn motoculteur en van Pong met zijn camion vol geiten. De beesten worden gelost en naar de afrasteringen gebracht. De schapen en geiten worden op een speciale manier rond de nek gebonden aan een lange koord. Het is er zeer druk en een geroep van jewelste. De politie tracht de in- en uitgaande verkeersstromen te regelen.
Toeristen kijken vanaf de kant toe naar de onderhandelingen over het grote vee. Ertussen lopen is niet meer toegestaan omdat het te gevaarlijk is. Terecht. Ik zie het al gebeuren: een toerist wil malgré een foto trekken van dichtbij.
'Ah, vlies zonder bienen', denkt die stier en hij spiest haar op zijn hoornen.
Het is wel toegelaten om tussen de geiten en schapen en beestekoopmannen te lopen. Die laatsten zijn toch een speciaal ras, net zoals hun beesten. Ze keuren, ze pakken de beesten vast op specifieke plaatsen, ze kijken in 't gebit en in 't gat, ze voelen aan de rug en nemen het beest in beide armen op om in te schatten hoe zwaar het weegt.
Als ik het zo allemaal bekijk, gebeuren de koop/verkoop transacties als volgt. Er wordt een prijs geroepen door de geïnteresseerde koper. De eigenaar is niet akkoord en prijst zijn dieren aan. Hij lult erop los. De koper voelt nog eens aan de beesten, betast waar er te betasten valt en roept zijn bevindingen en een nieuwe prijs. Ondertussen staan al tien man toe te kijken, te lachen en mee te discuteren. Plots geven koper en verkoper elkaar de hand. Is de deal gesloten? Neen, want ze laten elkaar terug los. De koper lacht groen en kijkt kwaad want zijn prijs wordt niet geaccepteerd.
Hij begint terug aan de beesten te knijpen, betast nogmaals de uier en loopt zenuwachtig heen en weer terwijl de eigenaar maar blijft doorratelen. Ook de toeschouwers - allemaal veeboeren zo te zien aan hun outfit - blijven maar discuteren en de beesten betasten als echte kenners.
Koper en verkoper geven elkaar opnieuw de hand en discuteren verder over en 't weer terwijl de koper met geld begint te zwaaien. De handen blijven aan elkaar plakken. Tot plots de handen tegen elkaar kletsen. De deal is gesloten. Dus 'handje schud' is geen verkoop, 'handje klap' wel. Pakken contant geld worden geteld en veranderen van eigenaar. De koper vertrekt met twee geiten.
Na een uur of twee keren we terug richting uitgang. We eten nog vlug brood met druiven, onze standaardlunch sinds we in China zijn. Want driemaal per dag 'fried rice' eten is van het goede teveel.
We rijden met een taxi terug naar de plek in de stad waar het andere deel van de Zondagse Markt staat opgesteld. In de overdekte ruimte worden de duurdere producten aangeprijsd. Maar buiten de hal staan op het terrein tientallen rode kraampjes hun goedkopere waren om te roepen. Het krioelt er van het volk.
En omroepen bedoel ik letterlijk. Er liggen namelijk luidsprekers op en naast de kraampjes. Ze zijn verbonden met een toestelletje waarin een stem constant dezelfde reclamboodschap afratelt. De luidsprekers staan op maximaal volume. Zowat elk stalletje heeft zo'n luidsprekerset want als de concurrent ermee begint, volgt een na-aap effect. Even rustig met de familie naar de markt? Vergeet het. Je wordt er gek van 't lawaai.
We lopen weg en nemen de taxi naar de stilte en de rustigheid van de oude stad. We weten er ons favoriet koffie- en theehuis zijn. Daarna lopen we terug verloren in de supersmalle en gezellige straatjes. We ontdekken dat de oude stad een vestingstad geweest is want we botsen op de vestingmuren.
Tegen valavond keren we terug naar ons hotel want we willen het wereldkampioenschap wielrennen in Innsbruck volgen. Livebeelden zien we niet want de Chinezen blokkeren de toegang. Maar we volgen nagelbijtend de geschreven livestream op Sporza.be. Valverde, de oude Spaanse krijger wordt wereldkampioen en daar zijn we allebei bijzonder blij mee. Spijtig dat sympathieke Dumoulin net naast het podium valt.

Dag 38 - Kashgar - 1 oktober
Het is vandaag 1 oktober 2018 en het is de Chinese nationale feestdag of officieel 'De Nationale Dag van de Volksrepubliek China'. Maar daar hebben de Oeigoeren waarschijnlijk lak aan.
We bezoeken het Mausoleum van Abakh Hoja. Onderweg ernaar toe moeten alle taxi's langs de kant van de politie, die daar een mobiele controlepost geïnstalleerd heeft.
Ze kijken door de autoruiten naar de passagier(s) en zowat alle taxi's mogen verder rijden. Als het aan onze beurt is, zien ze natuurlijk twee blanken zitten. Dat alleen is genoeg om het klootzakske uit te hangen en ons te doen stoppen.
Nadat ze gedurende twee minuten onze paspoorten onderzoeken, vraagt die ene toch wel zeker van welk land we zijn? Die kan dus niet lezen. Als we zeggen dat we van 'Belgium' zijn, hoort hij het donderen in Keulen. En Keulen, beste lezers, ligt een eind weg van China. We zien hem twijfelen. Hij neemt een foto van onze paspoorten met zijn GSM, geeft ze ons terug en voert een aantal gegevens in op een laptop tesamen met zijn collega. Ze vinden niets en we kunnen verder.
De taxichauffeur geeft geen krimp. Hij is waarschijnlijk bang dat we over het voorval gaan praten en zo de politieke toer opgaan. En dat is verboden door de Chinezen, zeker met westerlingen.
We komen toe op onze bestemming. Het is een groot terrein met naast het mausoleum ook een moskee, een kerkhof en een grote tuin in aanleg. De mozaïeken van de ingangsboog herinneren ons aan de islam motieven uit het eerste deel van de reis. Het mausoleum is een mooi rechthoekig gebouw met vier minaretten als hoektorens. Het is een beetje ruw afgewerkt, met tegelwerk dat wat scheef op de muren is gemetst. Zeker niet het fijne en detaillistische ambachtswerk uit Oezbekistan en Iran. Maar het heeft wel iets. Binnenin staan zeker 30 kisten uitgestald. Maar alle tegelwerk is van de muren en van de 17 m hoge koepel gevallen. Alles is nu wit.
We mogen niet binnen in de aanpalende Jama Moskee uit 1873. De buitengalerij wordt gedragen door 62 houten steunpilaren. De Oeigoeren zijn bekend voor hun houtbewerking en hebben hier een staaltje van hun vakmanschap afgeleverd. Die 62 pilaren zijn allemaal unieke stukken.
We keren terug naar de oude stad en drinken koffie en yoghurt in ons stamcafé. Een café of bar waar we minstens twee keer komen in de paar dagen dat we ter plekke zijn, wordt automatisch een stamcafé. We zitten op het buitenterrasje. We zijn de kijkobjecten van de dag. Iedere Chinees die passeert heeft ons gezien. Er is altijd commentaar en er wordt stiekem gefotografeerd dat het een lieve lust is. De onbeleefden die ons opzichtig willen trekken zonder toestemming te vragen, krijgen mijn twee handen met opengespreide vingers voor mijn gezicht:
'Pay 10 yuan', roep ik en ze druipen meesmuilend af.
Als ze het vragen, poseren we mooi.

Dag 39 - Kashgar - Urumqi - 2 oktober
In afwachting van onze transfer naar de luchthaven willen we nog even een park in de stad bezoeken. De eerste taxichauffeur weigert, wat we al raar vinden. De tweede taxichauffeur zet ons verkeerdelijk af aan de ingangspoort van de oude stad. We blijven zitten en wijzen nogmaals op ons stadskaartje op de groene plek. Maar hij snapt het niet. We mogen daarom gratis uit de taxi stappen, iets wat me bij een taxichauffeur nog nooit overkomen is.
We geraken dus niet in het park maar doen nog een rondje in de oude stad en trakteren onszelf op een koffie in onze stamcafé. We wandelen de oude stad uit en gaan een dichtbij gelegen Food Court binnen. Het is een grote hal die we nu pas ontdekken en die gevuld is met allerlei eetkraampjes. Op het einde van de hall staat een groot podium en daar is ondertussen een Oeigoerenshow bezig met zang en dans om de mensen tijdens het eten wat te entertainen.
Het is tijd om naar de luchthaven te rijden. Een vrouwelijke taxichauffeur brengt er ons naartoe. Als we na een half uur het luchthaventerrein oprijden, is er uiteraard de standaard politiecontrole: in de koffer kijken en ook even de kapoo omhoog. We mogen doorrijden.
Kashgar Airport is een kleine luchthaven naar Chinese normen. Ik moet glimlachen met een paar vreemde vertalingen naar het Engels:
'Comprehensive Inquirer Counter', die ze volgens mij gewoon 'Info' hadden kunnen noemen. Of de 'Human Organ Transportation Channel', op de grond onder onze voeten wat iedereen gewoon gebruikt om naar de immigratie en de scanning te gaan.
Om 19u10 vertrekt onze binnenlandse vlucht en landt twee uur later in Urumqi, de hoofdstad van de Oeigoeren provincie. We moeten lang aanschuiven aan de taxistand vooraleer het onze beurt is. Ondertussen moeten we zwartrijders afslaan die ons voor een 'prijsje' willen vervoeren. Maar ge weet van zulke gasten nooit of ze bonafide zijn maar wel dat ge altijd teveel betaalt.
Als het eindelijk onze beurt is, weet de taxichauffeur van dienst niet goed waar ons hotel ligt, maar begint toch te rijden. Hij belt constant de centrale om de weg te vragen. Mijn GPS-App brengt redding want daarin vind ik de naam van ons hotel terug en dan doet de GPS-functie de rest. Wij begeleiden dus de taxichauffeur naar het hotel in plaats van omgekeerd.
Ondertussen zien we in deze miljoenenstad ontdubbelde bruggen, fly-overs - dus één en al beton - nodig voor het drukke verkeer. Neonlichten, eigenlijk meer neonstromen versieren de wolkenkrabbers. Alhoewel het rond 22u is, is het nog razend druk en staan we meer in file dan niet.
Een uur later liggen we in bed, in een veel te kleine en muffe kamer.

Dag 40 - Urumqi - 3 oktober
Urumqi telt 3 miljoen inwoners en ligt op zeeniveau. Het is de hoofdstad van de Xinjiang provincie. Er is geen echt centrum en naast wolkenkrabbers is er niet zo veel te zien. De stad is een aaneenschakeling van mega kruispunten, fly-overs en ontdubbelde stadssnelwegen in de hoogte. Het was ooit een stopplaats aan de Zijderoute maar in tegenstelling tot de andere steden langs de Zijderoute, is daar nog bitter weinig van te merken.
Van alle miljoenensteden op Aarde is Urumqi de stad die het verst van een oceaan of zee ligt.

Het miezelt en het is amper 17°C warm. Wat een verschil met de afgelopen week in Kashgar waar we genoten van 24°C onder een blauwe hemel.
We beslissen om het Provinciaal Museum van Xinjiang te bezoeken die de ontstaansgeschiedenis van de Oeigoeren en van de provincie toont en beschrijft.
We vragen aan de receptioniste van het hotel om de naam op te schrijven in het Chinees of het Oeigoers. Maar we krijgen het niet uitgelegd, niet met handen en voeten, met niets. Ze snappen echt geen jota Engels. Ze staan van onbegrip te schokschouderen voor simpele woorden als 'breakfast', 'restaurant', 'we want to go to', 'where can we eat'. Ik heb nog nooit zoveel 'Google Translate' gebruikt en dan nog verstaan ze ons nog niet altijd.
We trachten ons te behelpen met de GPS-App, de redder in nood. Het valt ons ook op dat, tijdens de taxitocht naar het museum, er duidelijk minder (zichtbare) politie in het straatbeeld aanwezig is in vergelijking met Kashgar. Dat komt omdat de influx van Han Chinezen door de regering in de jaren 90, gemaakt heeft dat ze nu in de meerderheid zijn. De Oeigoeren maken niet meer dan 20% uit van de inwoners.
Er is veel volk aanwezig in het museum. In China krijgen de mensen één week vrijaf gedurende de belangrijkste feestdagen en 1 oktober is er zo één. En dus heeft iedereen vrij om eens een museum te bezoeken. Het hoofdthema is het ontstaan en de historiek van Urumqi en de ganse provincie als knooppunt op de Zijderoute.
Op de borden in zaal 1, die uitleg verschaffen over de ontstaansgeschiedenis, staat dat de Han Dynastie reeds in 60 v.Chr. verschillende militaire garnizoenen oprichtte 'to unify the country'. Van dan af maken de Westelijke provincies deel uit van het moederland. Op andere borden wordt dan nader verklaard hoe het Westen (van China) evolueerde onder andere Dynastieën als daar zijn: Qin, Tang, Wei, Song, Yuan, Jin, Liao. Soms was er terug verdeeldheid, soms hereniging. Er worden tevens veel voorwerpen tentoon gesteld.
Ik geraak de draad kwijt met al die dynastieën. En natuurlijk komen de Mongolen met Dzjengis Khan ook aan bod.
In zaal 2 gaat het meer specifiek over Xinjiang. Het is de provincie van de Oeigoeren maar ook van inwijkelingen zoals de Tadji, de Kirgiezen, de Kazakken. Het algemeen vakmanschap van de Oeigoeren wordt geprezen.
Maar de toppers in het museum zijn de 3000 jaar oude mummies. Een tiental mummies wordt tentoongesteld. De woestijn tussen Urumqi en Turpan is een vindplaats van talloze mummies geweest omdat de uiterst droge omstandigheden ervoor gezorgd hebben dat de kerkhoven en de graven goed bewaard bleven. Archeologen hadden er een vette kluif aan.
Als we uit het museum stappen kijken we recht op de gevel van Burger King - Home of the Whopper. Ik spurt er naar toe. Ik kan eindelijk iets deftigs tussen de kiezen steken. Marc is minder fanaat maar als we langs de overkant een warme bakker ontwaren waar we koffie kunnen drinken, is iedereen content.
'Tous les Jours, Authentic Baking', is de naam van de bakkerij. Maar er staan een paar storende taalfouten in hun ondertitel. Zie jij ze: 'We made fresh baking from the hear '?
Aanpalend aan de warme bakker en de hamburgers is een enorm winkelcomplex met alle Europese top luxemerken. De Chinese markt houdt de Gucci's, de D&G's en andere Versace's recht. Maar ook H&M en Zara zijn aanwezig.
We rijden verder naar het Hongshan Park op de flanken van een 910 m hoge heuvel. We beginnen beneden aan het ingangshekken en klimmen geleidelijk omhoog. Vanwege het draaien en keren is de top nooit echt zichtbaar. Eerst komen we aan een Boeddhistische tempel. Ondertussen zijn we onder het goedkeurend oog van Boeddha een permanente kermis gepasseerd. Met draaimolens, schiettenten, zwiermolens en een rad.
Elke pagode en gebouw dat we tegenkomen lijkt het einde van de beklimming. Maar het blijkt steeds gezichtsbedrog. Onderweg in de beklimming komen we aan twee open plekken en krijgen we geweldige zichten over de stad met in de verte de uitlopers van het Tian Shan gebergte.
We laten niet af en klimmen verder tot gans boven. Een klein rood torenpagodeke van acht verdiepingen, op de spitse top van de heuvel, enkel toegankelijk via een steil trapje, schiet de hoofdvogel af.

Dag 41 - Urumqi - Turpan - 4 oktober
Deze morgen checken we uit, net als inchecken een tijdrovende zaak in de Chinese hotels. Als we de check-out meisjes vragen ons een taxi te bellen naar het treinstation, slaan ze tilt. Opnieuw verstaan ze er niets van. Als ik hen mijn treinticket toon, beweren ze dat het treinstation van waaruit we vertrekken, gesloten is. We moeten vanuit het nieuwe HST station van Urumqi vertrekken. Een ondertussen aangekomen hotelklant die Engels spreekt, bevestigt. We vragen de man ook om een taxi te bellen.
We vertrekken naar het treinstation. Het ligt een halfuurtje rijden van ons hotel. Opnieuw worden we aan een politie checkpoint eruit gepikt. De koffer moet open en we moeten met onze valiezen naar hun politiegebouwtje om ze te laten scannen. Het is ook al de zoveelste keer dat ze ons bij de paspoortcontrole vragen van welk land we zijn. Ze zijn dus echt Engels onkundig want ze kunnen het woord 'Belgium' niet eens lezen op ons paspoort.
We komen aan in de immense treinhal van het nieuwe station. En ondergaan dezelfde procedures als in een luchthaven: scannen van de valiezen, paspoortcontrole en fouille. Eens dit gepasseerd is, zoeken en vinden we de ticketcounter waar we ons online gekocht treinticket inruilen voor een echt ticket. Je kan niet thuis het A4'tje uitprinten en meedoen op de trein.
De loketbediende drukt keurig de echte ticketjes af en meldt klantvriendelijk-gewijs dat onze trein een half uur vroeger vertrekt, in een soort Chengels (Chinees Engels). Ik moet een ontredderde blik tonen - er is plots maar een kwartier meer te gaan - want ze stuurt ons een collega mee tot aan het perron, wat meteen onze hartslag naar beneden haalt.
De trein vertrekt naar Turpan, onze volgende bestemming. Hij stopt al na tien minuten in een tweede station van Urumqi en vertrekt daar op krak 't zelfde uur als initieel voorzien op ons treinticket. Met andere woorden, we werden aan het verkeerde station afgezet en mogen van geluk spreken dat de spoorbeambten daarover niet moeilijk deden. Nu begrijpen we ook het vroegere vertrekuur. Het is opletten geblazen met die verschillende treinstations in dezelfde stad. We weten nu dat we echt voorbereid moeten zijn en in de toekomst vroeg genoeg toekomen.
Onderweg zien we het ene mega windmolenpark na het andere. En omdat de afstand tussen Urumqi en Turpan 192 km is, moeten er tienduizenden windmolens staan in deze regio. Er is natuurlijk plaats genoeg in dit woestijngebied waar de wind regelmatig 9 beaufort haalt. Na de zonnepanelen in Kashgar, nu de windmolens in Urumqi/Turpan: China zorgt voor zijn alternatieve energie.
De streek is onherbergzaam, dor en bruin. We rijden door ellenlange tunnels en over verhoogde bermen. We rijden op de spoorlijn van een normale intercity trein. Paralel aan ons traject loopt de HST-lijn. En zoals gebruikelijk is in China: op betonnen peilers over de volledige afstand. Na twee uur reizen komen we aan te Turpan.
Turpan is een oasestad in een grote zandbank. Het was één van de rustplaatsen van de karavaans langs de Zijderoute, de vertakking langs de noordelijke kant van de Taklamakan woestijn.
Het is met zijn 154 m onder de zeespiegel het laagste gebied in China en één van de laagste op Aarde. Het wordt ook de bakoven van China genoemd. De temperaturen stijgen er in de zomer graag boven de 40°C maar vandaag, 4 oktober, is het gezellig warm met 27°C. Het kan er ook enorm waaien, vandaar de oneindige windmolenparken, maar vandaag is het windstil onder een strakblauwe hemel. En nee, het regent er bijna nooit. Het stadje haalt zijn water uit ondergrondse bronnen dat via ondergrondse kanalen aangevoerd wordt.
Turpan is overwegend Oeigoers. We zijn dus nog steeds in de Xinjiang provincie.

De meeste bezienswaardigheden liggen buiten de stad. Enkel de Emin Minaret met aanpalende Moskee ligt dichtbij. We huren een fiets en dat heeft heel wat voeten in de aarde eer we het uitgelegd krijgen. En als ze het begrepen hebben, dan duurt het nog een half uurtje eer er twee veel te kleine fietsen toekomen. Maar goed, het is maar een paar kilometer.
De Emin Minaret stamt uit 1779 en is 37 m hoog. De toren heeft aparte steensnijwerken en -motieven, vergelijkbaar met de huizen uit Kashgar's oude stad terwijl zijn stijl me doet denken aan 't vetzakske uit Kiva: brede basis en stompe top. De aanpalende moskee bezit de typische kenmerken met zijn vele houten pilaren, tapijten en spreekgestoelte. Annex is een islamitisch kerkhof.
Rond het terrein liggen hectaren wijngaarden. Naar 't schijnt zou de beste Chinese wijn hier vandaan komen.
We fietsen terug naar de stad doorheen de wijnvelden en door een deel van 'oud Turpan' vooraleer we in het centrum toekomen. We laten onze fietsen achter aan het hotel en doen te voet wat gezonde inkopen zoals brood, druiven, yoghurt, bananen en water.
Vanavond en morgenochtend eten we niet-Chinees.

Dag 42 - Turpan - 5 oktober
Turpan is de wijnstad bij uitstek en dat merk je niet alleen aan de wijngaarden maar ook aan de vele straten met overgroeide druivenranken. Zo vertrekken we deze morgen in een vol minibusje onder de druivenranken die de straat van ons hotel overgroeien. Vandaag combineren we een aantal bezienswaardigheden in een dagtoer.
In het minibusje zitten zes kwetterende jonge Chinezen die van hun week vrijaf, wegens de 1 oktober feestdag, gebruik maken om als toerist door hun land te trekken. Kevin is één van de gasten en die spreekt gelukkig behoorlijk Engels. Het getetter en gejoel doet het op de eerste schoolreis lijken.
Eerst bezoeken we de Karez irrigatiekanalen. Smeltwater en bronwater uit de omringende uitlopers van het Tian Shan gebergte, met pieken tot 4.000 m, voeden de ondergrondse irrigatiekanalen. Het Karez systeem bestaat uit honderden ondergrondse en bovengrondse kanalen en reservoirs met een totale lengte van 5.000 km. Ze zijn te vergelijken met de Qanats in Iran (zie hierboven dag 8); maar ook Afghanistan kent zulke systemen. Zouden ze van elkaar geleerd hebben?
Jiaohe Oude Stad, ook Yar City genoemd, is werelderfgoed en stelt zichzelf voor als 'The world's most perfect ruins'. Ze dateren van 2 eeuwen v.Chr en de stad is gebouwd op een soort tafelberg van 1,6 bij 3 km en dus moeilijk inneembaar. Gebouwd is niet het juiste woord. De gebouwen werden uitgegraven uit de tafelberg en met de uitgegraven en dan aangestampte aarde werd het tweede verdiep gemaakt. Dus alle bouwwerken op deze plek zijn aarden overblijfselen. De daken zijn verwoest door oorlogsgeweld en enkel muren en delen van muren staan nog recht. In één geval kunnen we ook de ondergrondse kamers zien. De centrale pagode (14 m lang en 8 m hoog) is nog redelijk intact. De stad was eeuwen lang een belangrijk politiek en administratief centrum met overheidsgebouwen, tempels, pagodes, woonhuizen en kerkhoven.
We wandelen langs de hoofdweg van 3 km lang temidden de stad met aan weerszijden de ruïnes. Als je in het labyrint van zijwegjes terecht komt, dan wandel je werkelijk tussen de ruïnes van wat ooit aarden huizen waren. Pas op dat je niet van de tafelberg naar beneden valt want er zijn geen relingen.
We stappen terug in de minibus met de Chinese jongelingen, altijd goedgemutst maar ook een beetje gehersenspoeld. Op onze vragen over de overvloedige aanwezigheid van de politie komt het standaard antwoord: For your safety. Ze kijken elders en voelen zich geambeteerd als we beginnen over de mogelijke onderdrukking van de Oeigoeren. Als we vragen waarom Facebook, Google, Whatsapp en andere Instagrammen geblokkeerd zijn, zeggen ze dat China zijn eigen chatplatformen heeft zoals 'Wechat' en 'QQ' met honderden miljoenen leden.
We rijden naar onze volgende bestemming. Iedere morzel grond in en buiten de stad die niet bebouwd is, is ingenomen door de wijnbouw. Eenmaal buiten de wijngaarden kom je terecht in een dorre zandwoestijn, één grote zandbak waar je in de zomer liefst niet in terecht komt wegens de bakoven temperaturen.
Na een dikke 40 km komen de bergen eraan. De route slingert zich doorheen een bergketen met rode bergen. De uitzichten zijn weergaloos, de rode bergen verweerd en grillig. En diep in de ravijn stroomt een bergriviertje met langs beide oevers begroeiing. Het is als een groene slang die zich tussen die dorre, rode zandbergen een weg baant. Het is een uniek contrast.
Maar eigenlijk is dit prachtige landschap een surplus op het einddoel: de Bezeklik Duizend Boeddha grotten, een door Boeddhisten uit de kliffen gehouwen grottencomplex uit de 6e tot de 13e eeuw. De grottempels zijn op een hoogte van 80 m uit de berg gehouwen. Voor de toeristen zijn er maar enkele grotten te bezichtigen waar nog een paar fresco's te bewonderen vallen. Maar dat is het. Spijtig genoeg hebben plunderaars, oorlogen en de opkomst van de Islam de meeste grotten verwoest of hebben archeologen 'met naam', zoals de Duitser Von le Coq volledige fresco's uit de muren gezaagd en samen met tal van andere voorwerpen meegenomen naar een museum in Berlijn. Dat museum werd dan tijdens WOII op zijn beurt verwoest. Duitse nieweird.
We keren terug langs dezelfde bergroute en rijden door naar de laatste bestemming van vandaag: de Vlammende Bergen. Door de rode kleuren, maar vooral door de verschillende tinten rood en de grilligheid van de berg, is het alsof de berg(en) in brand staan. Een beetje verbeelding helpt natuurlijk. Vooral onze Chinese jongelingen zijn enthousiast want deze plek was de filmset van een voor de Chinezen epische film: A Journey to the West.
We keren terug naar ons hostel waar we onderweg tal van ja-knikkers zien. China haalt naast propere wind- en zonne energie dus ook vervuilende olie uit de grond.

Dag 43 - Turpan - 6 oktober
We starten vandaag opnieuw met ons zelf klaargemaakt niet-Chinees ontbijt van brood met druiven en bananen. We willen een beetje evenwicht houden in onze voeding (lees: niet driemaal per dag noedels of rijst eten).
We huren een fiets om de stad beter te verkennen. We hopen om dan ergens op een café of een koffiezaak te stoten. Maar we dwalen. We vinden geen van beide. Er is echt geen terrasjescultuur in deze streken.
Het spook van elkaar niet begrijpen slaat terug toe als we een maaltijd willen bestellen in een ietwat sjieker hotel-met-restaurant. We willen een combinatie van noedelsoep als voorgerecht gevolgd door gebakken rijst met ei en groenten door elkaar gemengd. Maar ondanks de foto's van gerechten, Google Translate en handen en voeten, lukt het niet. Uiteindelijk wordt het een noedelsoep alleen.
Na de lunch bezoeken we het onverwacht grote en moderne stadsmuseum over het ontstaan van Turpan als standplaats langs de Zijderoute en zijn droog en dor landschap, waar het zo goed als nooit regent en daardoor eeuwenoude mummies, geschriften en voorwerpen zo goed bewaard bleven.

Dag 44 - Turpan - Dunhuang - 7 oktober
We nemen de taxi naar het 15 km verderop gelegen treinstation van Turpan om daar de HST te nemen naar Dunhuang. We wisselen ons online treinticket netjes in voor een echt ticket. Dan wachten we in een lange rij aan de ingang van het station.
Zoals ik al aangaf is in China de procedure om een trein te nemen dezelfde als de check in van een vliegtuigreis, behalve de douanecontrole want het is een binnenlandse rit. Het begint met de paspoortcontrole. Dan scannen ze onze valiezen en dagrugzakken.
Pieeeep, zegt de machine en dat is het sein voor de politiemensen om onze valiezen te openen. Ze halen er onze Zwitserse zakmessen uit. In een luchthaven is dit geen probleem zolang het mes zich in de ingecheckte bagage bevindt. Maar hier mag het niet op de trein. Opnieuw voeren we heftige discussies met de Chinese politie en opnieuw delven we het onderspit.
Niet helemaal. We bereiken een soort van compromis: als we het lemmet van het mes kunnen afbreken, mogen we de rest houden. Dus zoeken we spleten tussen de stationsvloer, steken ons mes erin en trachten het af te breken door er met onze voeten op te stampen. Tientallen reizigers zitten ons ondertussen vanuit de wachtzaal te begapen of uit te lachen. Na een aantal 'voetstoten' breekt het lemmet af en dat is voldoende voor de politie. We mogen gaan zitten. Na mijn Lonely Planet van China is nu mijn zakmes vermassacreerd. Straks kom ik met een lege valies thuis.
De hoge snelheidstreinen zijn de max in China. Het land heeft zwaar geïnvesteerd in weg- en treininfrastructuur. Het heeft ondertussen meer dan 20.000 km HST-spoorlijnen op betonnen peilers. Er zijn geen overwegen.
Tijdens de treinrit voel je geen snokken of kadansen. Je glijdt door het landschap. Dat landschap is de Gobi woestijn, dor en onvruchtbaar. We rijden uren door zwarte steenvlakten met soms een gebergte in de achtergrond. Er groeit werkelijk niets. Wat moeten de zijderoute karavanisten dorst geleden hebben en afgezien in deze loden hitte waar het nooit regent. Het enige wat we zien zijn wederom mega grote windmolenparken en electriciteitspilonen die de opgewekte electriciteit vervoeren.
De trein rijdt 'amper' 200 km/u op dit recht stuk spoorweg doorheen het desolate landschap. Dit komt omdat we een D-trein geboekt hebben in plaats van de snellere maar duurdere G-treinen.
We stappen na vier uur treinen af in Liuyuan station, eigenlijk een onbestaande plaats die er enkel is omdat de trein daar stopt. Ik zou het waarom willen weten uit de mond van de tracébouwer om een stopplaats neer te poten in the middle of nowhere in plaats van in Dunhuang, een grote stad met een verleden.
Het is nog 130 km naar Dunhuang, onze eindbestemming. Aan de uitgang van het station staan de 'shared taxi's' al aan te schuiven. Op de kaart is de baan één rechte streep. En we rijden inderdaad op een kaarsrechte baan door een dor niemandsland. Het zwarte zand en de stenen van de woestijn vanuit de trein zijn vervangen door bruinrood zand en stenen vanuit de taxi. En terug rijden we langs al die windmolenparken. Paralel met onze baan zijn de Chinese wegenbouwers een bijkomende twee rijvaksbaan aan het aanleggen. Binnen afzienbare tijd is de bestaande weg dus ontdubbeld. 2 ½ uur later rijden we de oasestad Dunhuang binnen.
Een nieuwe verrassing wacht ons als we inchecken in ons hotel. Ze vinden onze booking.com reservatie niet terug … en het hotel is volgeboekt. Ook hier gaan we in discussie - we zijn het nu toch al gewoon - en eisen een oplossing. Ze willen ons wel upgraden maar het hotel is volgeboekt, dus stellen ze ons een bevriend hotel voor van gelijkwaardige kwaliteit. We kunnen niet anders dan akkoord gaan.
Als jullie nu denken dat deze discussie met de hotelbediende in het Engels verloopt, dan zijt ge mis. Alles verloopt via Google Translate audio. Zij spreekt Chinees in de micro en de GSM vertaalt in het Engels. Ik antwoord in het Engels en het toestel vertaalt in het Chinees. Dat is nogal een zicht: twee mensen spreken tegen een telefoon, geven hem door en die telefoon spreekt dan terug.
De receptioniste van het vervanghotel daarentegen spreekt wel een mondje Engels. Dus profiteren we ervan om onze bezoeken te regelen voor de volgende dagen.
We stappen eindelijk onze hotelkamer binnen. We zijn moe maar vinden nog de energie om eten te zoeken en in tegenstelling tot alle plaatsen die we tot nu toe bezocht hebben, vinden we in Dunhuang een overdaad aan restaurantjes, openlucht foodcourts en terrasjes.
Het is donker als we terugkeren naar onze hotelkamer. In het hotel wil ik eens lutsen naar een massagesalon, maar de shift van de bediende die iet of wat Engels spreekt is om. Als we haar collega's aanspreken, bekijken die ons alsof we van Mars komen waarna meestal pretoogjes verschijnen, gevolgd door giechelbuien.

EEN TREINTICKET KOPEN IN TURPAN STOASJE

In China een treinticket kopen - met ééntalige Chinese treinbediendes - is een opgave. We wachten in Turpan treinstation en hebben nog een uur tegoed. Waarom kopen we ons ticket niet voor binnen drie dagen, oppert Marc? Ja, waarom niet, gedaan is tijd gewonnen. Het is het enige treinticket die we online niet op de kop konden tikken enkele maanden geleden op het thuisfront.
Ik ga naar het ticketloket in een aanpalend gebouw, los van de wachtzaal. Ik moet daarvoor terug via de politiepost naar buiten. Ik kom in het ticketgebouw en schuif achter een tiental wachtenden aan, uiteraard na een paspoortcontrole van de tweede politiepost aan de ingang van de ticketverkoop.
Ik schuif netjes aan. Ik zie minutenlange discussies tussen reizigers en de loketbediende en ik vraag me dan altijd af waarover dit gaat. Ondertussen komen haastige Chinezen voorgekropen. Ze doen maar want iedereen lijkt dit te accepteren.
Na een kwartiertje is er nog één reiziger voor mij en ik wacht mijn beurt af achter de gele lijn die daar op de grond getrokken is om de wachtenden op enige afstand te houden.
Afstand houden? Vergeet het. Er staat een file mensen achter mij en er wordt in mijn rug geduwd. Ik draai me om en doe tekens dat ik achter de gele lijn wacht. Ondertussen zijn terug haastige Chinezen voorgekropen en ik probeer ze tegen te houden en te wijzen dat ik de volgende ben. Maar die meter afstand tussen mij (de gele lijn) en het loket is voor hen als het ware een uitnodiging om er tussen te kruipen.
Dus verhef ik eventjes mijn stem en zeg/roep 'No'. Intussen heeft het geduw in mijn rug me al over de 'streep getrokken' en sta ik nu zelf in de nek van mijn voorganger te blazen. Ik heb meer werk met duwende en voorstekende Chinezen dan gewoon rustig mijn beurt afwachten.
Het is aan mij. Komt daar vliegensvlug van achter mijn rug toch wel een Chinees jongsken, duidelijk zenuwachtig, haar bestaand ticket onder het loket steken en een heel verhaal afsteken tegen de bediende. Ze lacht naar mij, alsof ze wil vragen of ze toch eventjes dringend mag voorgaan. Ik knik.
Het is uiteindelijk aan mij. Ik heb een mooi blaadje geprepareerd met daarop datum, beginstation en eindstation, mijn GSM met Google Translate in aanslag. De loketbediende bekijkt het briefje alsof het codetaal is. Ze ratelt door haar micro in het Chinees een tirade af waardoor ik eventjes van slag ben. Ik herpak me en doe haar stoppen en vraag of ze Engels spreekt. Ze zwaait nee met de handen. Ik toon haar mijn GSM en vraag: Google Translate? Ze zwaait terug nee.
Ik realiseer me dat dit onbegonnen werk is. Ondertussen heb ik al meer duwen in mijn rug gekregen want een Chinees wacht niet achter de gele lijn, maar ervoor, hijgt in uw nek en 'maant u aan' om op te schieten.
Ik druip af zonder ticket, terug naar de wachtzaal via de eerste politiecontrole post.
'Passport', snauwt de agente.

Dag 45 - Dunhuang - 8 oktober - 1.142 m hoogte
Dunhuang heeft in de loop van de geschiedenis zowel tot Tibet als tot China behoord.
De oasestad was één van de belangrijkste stopplaatsen op de Zijderoute waar oost en west elkaar tegenkwamen. Vanuit Kashgar vertrokken twee routes om de Taklamakan woestijn te omzeilen: een Zuidelijke en een Noordelijke (die wij volgen). Beide routes kwamen terug samen in Dunhuang.
De stad bekoort ons onmiddellijk. De straten liggen proper, er rijden electrische bussen, er zijn grote winkelstraten, veel restaurants en goed weer.
De stad ligt in de Gansu provincie. Dus zijn we weg uit Oeigoeren gebied en plots zijn er geen politiecontroles noch checkpoints meer.

Vandaag trekken we eerst naar de bank om de kas te spijzen. En daarna naar het treinstation om het ticket voor overmorgen te kopen. Het is bijna niet te geloven maar het jonge meisje achter het loket verstaat Engels en verkoopt ons vlotjes twee treintickets naar onze volgende bestemming zonder enige hapering. En zelfs op de juiste datum en op het juiste uur. Marc en ik kijken elkaar ongelovig aan.
We verkennen verder de stad. Waar we al dagen naar zoeken (en Marc naar hunkert) is een koffiebar. En plots verschijnt daar voor onze neus 'Roy's Café' met de afbeelding van een tas koffie op zijn reclamepaneel. We sprinten zijn café binnen en bestellen meteen een pot Colombiaanse koffie. Als we zijn menu doornemen, zien we verder frieten, spaghetti, toast, omelet, yoghurt met muesli en pancake. We weten meteen waar we deze middag willen eten. Ze hebben er ook lokale wijn. Maar als we die proeven, smaakt die naar iets dat we niet kunnen definiëren.
We trekken naar de Pagode (ter ere) van het Witte Paard, een slecht onderhouden niemendalletje, zijn inkomprijs onwaardig. Maar door er naar toe te rijden ontdekken we de oevers van een kunstmatig aangelegd rivierkanaal. Dus keren we vanuit de Pagode te voet terug en wandelen door een langs de rivier aangelegd park met prieeltjes, in de typische Chinese stijl met de opkrullende puntdaken. In de rivier ligt een dam over de gehele breedte waarachter zithoekjes gemaakt zijn te midden het water, bereikbaar via looppaadjes van een meter breed. Alhoewel het water niet al te diep kan zijn, zien we toch geen bodem als we met een schuij gat de overtocht wagen.
De bomen en het gras van het park worden zodanig veel en lang besproeid dat de perken veranderen in kleine zwembaden. Ik kan er moeilijk bij waarom in een woestijnstad waar het weinig regent zo gul met water wordt omgesprongen.
We trekken mooie foto's van de rivier, de in het water weerspiegelde hoogbouw en de zandduinen in de achtergrond op een zevental km buiten de stad. Daar trekken we morgen naar toe.

Dag 46 - Dunhuang - 9 oktober
De toerchauffeur brengt ons deze morgen vroeg, weliswaar met 20 minuten vertraging, naar de Mogao Grotten. Het zijn 735 uit een berg gehouwen tempelgrotten door Boeddhistische monniken. Ze dateren van de 4e tot en met de 12e eeuw en zijn allemaal versierd met Boeddhistische kunst zoals Boeddhabeelden en muurschilderingen. Vandaag zijn er nog 60 grotten open waarvan er een tiental door toeristen kunnen worden bezocht.
We komen toe aan het mega bezoekerscentrum zoals ze ze enkel in China bouwen. We zien honderden toeristen uit de bussen en busjes het centrum binnenstromen. We lezen er dat de Mogao grotten 'de geschilderde versie is van hoe het Boeddhistisch paradijs eruit ziet'.
We worden naar een cinemazaal geleid die volledig vol loopt. Daar krijgen we een dertig minuten durende speelfilm over het ontstaan en de bouw van de grotten. En hoe ze vanaf de 14e eeuw gedurende 500 jaar vergeten werden en herontdekt in de 19e eeuw.
Daarna worden we verder geleid en komen we in een tweede cinemazaal terecht in de vorm van een halve bol waar de rugleuning van de zetels bijna plat ligt. De reden is dat hier een film uitleg geeft over wat er binnenin de grotten te zien is zoals Boeddhabeelden en muurschilderingen. De film wordt geprojecteerd op de ronde koepel van de cinemazaal en daarom liggen we met zijn allen bijna plat op de rug, turend naar de ronde zoldering.
We stappen vanuit het bezoekerscentrum op een shuttlebus die ons 10 km verder brengt naar de eigenlijke grotten. Het is onmogelijk om de grotten op je eentje te bezoeken. Alle bezoekers krijgen oortjes en een gids mee; wij een Engelstalige gids tesamen met Nederlandse, Amerikaanse en Australische toeristen. De twee oudjes van Australië hebben Gent al bezocht en de man is supporter geweest van … Rik Van Looy en Rik Van Steenbergen. Wanneer wint er nog eens een Belg de Tour, vraagt hij?
We staan met ons groepje voor een zandstenen en vlakke bergwand van 1,7 km lang waaruit de meer dan 700 grottenkamers gehouwen zijn. Het is een fascinerend zicht. Het Bezeklik complex in Turpan verbleekt erbij.
In de eerste grot zit een reuze Boeddha van 37 m hoog. Daarrond zijn de muren en plafond beschilderd met 1000 Boeddha-afbeeldingen. De volgende grotten die we bezoeken hebben allemaal muur- en zolderschilderingen, sommige nog origineel van meer dan 1000 jaar oud, sommige gerenoveerd. Bovenop de schilderingen bevinden zich in de kamers Boeddhistische beeldhouwwerken, groot en klein.
Van buitenaf zijn de toegangen tot de grottenkamers niet groter dan een deuropening. Maar als je in de grot gaat, dan sta je versteld van de afmetingen. Sommige kamers zijn tientallen meter breed en lang. En hoog om er de beelden in kwijt te kunnen. Er zijn er met steunpilaren, met nissen, met schuine zolderingen.
En dat allemaal met een hamer en een beitel! Meer was er niet in die tijd. Niet te verwonderen dat er eeuwen over heen gingen. De monniken begonnen aan een grot tijdens een bepaalde Dynastie en de werken werden voortgezet tijdens een volgende Dynastie.
Honderden toeristen bezoeken de grotten. Nu begrijpen we waarom er zoveel hotels zijn in Dunhuang. Deze stad moet een enorme toeristische trekpleister zijn. De horden toeristen worden ingedeeld in groepen van rond de 20 personen met elk hun eigen aangeduide gids. Twee populaire grotten worden door alle toeristen bezocht maar daarbuiten kunnen de gidsen kiezen tussen 20 opengestelde grotten. Ze kiezen er naar goeddunken acht à tien uit en bezoeken die met hun groep. Het is dus een gekrioel van groepjes door elkaar van grot A naar grot B, maar toch lijkt alles vlot te gaan.
We keren terug en rusten wat vooraleer we in de late namiddag vertrekken naar de Zingende Zandduinen. Er is een duidelijke grens tussen het oasegroen en het zand, meteen de scheiding tussen de stadsgrens en de start van de woestijn. Daarin bevinden zich een aantal indrukwekkende zandduinen die tot 1.600 m hoog gaan.
Opnieuw zien we honderden toeristen, waarschijnlijk dezelfde van deze morgen. De meesten kiezen voor een kamelentocht … en wij ook. De lieve beesten met de twee bulten rijden ons een uur rond op de flanken van de duinen.
Het is tijd om de duin te beklimmen, de enige toegankelijk voor het publiek, om er op de top de zonsondergang te bewonderen. Besluit: de Chinese toeristen hebben geen conditie. Ze zuchten en hijgen en stoppen iedere 20 meter. Ze lopen eigenlijk in de weg op het smalle pad. Ondertussen zien we jongelingen met sleeën naar beneden glijden en quads grommen tussen en op de duinen naar de hoogste toppen.
Op het hoogste punt van 'onze' duin hebben we een fantastisch zicht op Dunhuang met zijn afgelijnde grens tussen groen en zand, op het kunstmatige Halve Maan meer en op de beige gekleurde buurduinen. Het schemerlicht zorgt voor een scherpe aflijning tussen de belichte en de schaduwhelften van de duinen.

Dag 47 - Dunhuang - Jiayuguan - 10 oktober
Iedere dag in China heeft een verrassing in petto. Deze morgen is er geen ontbijt in ons hotel. Omdat het personeel toch geen Engels verstaat en we geen energie meer steken in discussies, keren we terug naar onze kamer en eten daar een restant van brood met druiven, eigenlijk bedoeld als lunch op de trein.
We nemen om 9u12 inderdaad de trein naar onze volgende bestemming, het vijf uren verder gelegen Jiayuguan. Al rap rijden we opnieuw door de woestijn, geen zwarte steenwoestijn deze keer, maar een echte zandwoestijn. En uiteraard zijn de mega windmolenparken terug van de partij.

WINDMOLENPARKEN IN CHINA

China is veruit het land met de meeste windmolens en daarmee de nummer 1 van de wereld in het voortbrengen van windenergie. VS, de nummer 2, volgt op grote afstand.
Met zijn vele woestijnen, grote ruimtes en lange kustlijn heeft het alle troeven in handen om massa's alternatieve energie op te wekken. De theoretische exploiteerbare capaciteit is 2.500 GW (gigawatts), wat 100% van hun electriciteitsbehoeften zou kunnen dekken.
Vandaag is de capaciteit rond de 200 GW (het dubbele van de VS) en dekt 10% van de behoeften. En dan spreken we nog niet van de energie opgewekt door zonnepanelen.
Om één en ander in perspectief te plaatsen: het totale electriciteitsverbruik in België is 20 GW.

We rijden traag het stadje binnen en zien veel zware steenkoolindustrie (hoogovens), veel spoorlijnen, goederenwagons en (moderne) woonblokken. Jiayuguan stond destijds bekend als het laatste stadje van de beschaving, een buitenpost. Want daarna begon de woestijn, een oord voor criminelen, losers en avonturiers.
We checken in en verkennen daarna het stadje. Zoals overal in de Chinese steden kan je naar de publieke toiletten. Alleen al voor de vertaling naar het Engels - met de onvermijdelijke taalfouten - zou je er gebruik van maken: 'Publlc Toilet' of 'Public Toilte'.

Dag 48 - Jiayuguan - 11 oktober - 1.700 m hoogte
Jiayuguan is onlosmakelijk verbonden met De Grote Muur en dan vooral met het begin (einde) van De Muur. We lezen in het Chinese Muur Museum dat hij niet alleen diende als verdedigingsobstakel tegen allerhande indringers, maar ook om de handel langs de Zijderoute te beschermen tegen criminelen en andere vijanden.
Vanuit Dunhuang in de woestijn kwamen de Zijderoute karavanen in het oostelijk deel van China aan. Ze moesten allemaal Jiayuguan passeren want de stad ligt op het smalste deel van de Hexi Corridor. Dat is de vallei tussen de Qilianbergen en de Zwarte Bergen die voor een natuurlijke barrière zorgden. Vandaar dat de stad ook militair zeer strategisch was en het niet onlogisch was dat De Muur er eindigde (begon). Want ten westen van de stad lagen de grote woestijnen: Gobi en Taklamakan, een niemandsland, een land van hitte, dood en verderf.
Terug zien we massaal veel Chinese toeristen bij de toeristische trekpleisters. Er vallen weinig westerlingen te bespeuren.

We huren een taxi in voor de dag om ons naar/van de drie bezienswaardigheden van de stad te voeren. Op één of andere manier zijn de drie zichten met elkaar verbonden, maar uit de reisgids kan ik niet uitmaken hoe de vork aan de steel zit.
We rijden eerst naar een stuk van de Grote Muur. Dit stuk noemt de Hangende Grote Muur. Hij verbindt Jiayuguan met de Zwarte Bergen en dateert uit 1540. In 1987 is hij gerestaureerd en deels herbouwd. Dit deel van de Muur bestaat uit twee secties.
We beklimmen de eerste sectie, een steile tocht van naar schatting anderhalve km. Onderweg passeren we twee wachttorens. Vanaf het hoogste punt hebben we een prachtig uitzicht over de woestijn en Jiayuguan-stad. We zien ook de besneeuwde top van de Qiyi Bingchuan, met zijn 4.300 m de hoogste berg uit het rijtje. We laten onze klim vereeuwigen door op de top onze naam - in het Chinees - te laten graveren in een medaille.
We dalen fier langs een voetpad naar beneden. Daar zijn sculpturen van een karavaan te zien, want hier kruiste de Zijderoute de Muur. We beginnen niet meer aan de tweede sectie.
We wandelen terug naar de parking, vinden de taxi maar niet de chauffeur. We slenteren wat rond tot we in de verte twee mannen tegen elkaar zien praten. Ik fluit kort en krachtig op mijn vingers, zie één van de twee zijn kopje draaien in onze richting en dan een sprintje plaatsen om een minuutje later als een hijgende, in overdrive geraakte mens bijna neer te storten aan zijn taxi. 'Sorry', horen we hem stamelen terwijl hij iet of wat bekomt. Ik heb het al eerder gezegd: Chinezen en conditie gaan niet samen. En dat heeft te maken met hun rookgedrag, de voornaamste doodsoorzaak in het land.
Hij brengt ons nu naar de Eerste Lichtbaken, de eerste (vervallen) wachttoren aan het ganse begin van De Grote Muur (of het einde zoals u wil). Dit is meteen het meest westelijke punt van De Muur en die start hoog op een klif die tientallen meter loodrecht in de canyon van de Taolai rivier duikt. De Taolai canyon was een natuurlijke barrière voor de vijand. Hier is De Muur een 'gewone muur' van zo'n halve meter breed en een drietal meter hoog en waar je niet kan op lopen.
En nu vallen ook de puzzelstukjes in elkaar. De Grote Muur start hier - aan de rand van de klif - en loopt over de woestijnvlakte door tot aan het Fort van Jiayuguan. Van daar loopt De Muur verder over de vlakte tot hij afslaat richting de Zwarte Bergen, het deel dat we deze morgen bij onze eerste stop beklommen hebben. Zo zijn de drie bezienswaardigheden van Jiayuguan met elkaar verbonden.
We staan hier aan het uiterste Westpunt van het begin van een 8.852 km lange muur die in het Oosten eindigt aan de kusten van de Gele Zee, aan de grens met Noord-Korea, en dat betekent toch een beetje een emotioneel moment. Ik heb met vrouw en broer een vijftal jaren geleden een sectie van 10 km gestapt van De Muur nabij Peking. Wij waren dan al onder de indruk van dit meesterlijk bouwwerk. Daarna zijn we nog eens terug geweest met een bevriend koppel om een ander deel van De Muur te beklimmen in de buurt van Peking. Ik heb dit beschreven in mijn boek 'De Wereld Rond' vanaf blz 58.
We hebben het uiteraard veel over De Muur, een ongelofelijk meesterwerk, maar de canyon van de Taolai rivier mag er ook zijn. De brede kloof met zijn loodrechte wanden, is overspannen door een hangbrug. Van op die brug is het heerlijk genieten van de natuur, de bochten in de canyon, het stromend water.
We hebben het al een paar keer vernoemd, maar nu rijden we naar het Fort van Jiayuguan. Het is een immens ding uit 1372 en, zoals daarnet beschreven, verbonden langs beide zijden met De Muur. Het fort is gemaakt van aangestampte aarde. Het was destijds oninneembaar omdat de vijand eerst nog verschillende verdedigingslinies van de buitenstad moest veroveren eer het aan het fort kon komen. En als ze zover geraakten, botsten ze op De Muur en op de dubbele vestingmuur van het fort.
We wandelen door de burcht tot op de vestingmuur met zijn kantelen. De pagodes zijn wondermooi, zeker met de sneeuw bedekte pieken in de achtergrond. Spijtig van de smog die een absoluut mooi fotozicht verknoeit. Het fort heeft een omtrek van een kleine kilometer en de vestingmuren zijn 10 m hoog. Het heeft een groot binnenplein, verschillende gebouwen maar ook kleinere pleintjes met huizen er rond. Het heeft de allure van een kleine versterkte stad.
We hebben met onze kortademige taxichauffeur afgesproken op de toeristenparking om 16u. Om tien na vier is hij er nog niet maar we laten iedereen een academisch kwartiertje, zelfs taxichauffeurs. Om 16u14 komt hij aangereden en zijn brede glimlach verraadt dat hij zelf content is om ons te zien. Uit de combinatie van slecht Engels en gebarentaal, leiden we af dat hij vreesde dat we er niet meer zouden staan. Als hij ons afzet aan het hotel wil hij een selfie. Een sympathieke man die het vertrouwen in het taxikorps tijdelijk herstelt … met de nadruk op tijdelijk.
Op ons hotelkamer lezen we op de nieuwssite dat spelersmakelaar Bayat een bom legt onder de Belgische voetbalwereld. Operatie 'propere handen' start.

 

FOTOREEKS WESTELIJK CHINA

 

Dag 49 - Jiayuguan - Lanzhou - 12 oktober
Deze morgen doen we inkopen op de markt. Het wordt alweer onze beproefde standaardmaaltijd: brood, druiven, bananen en yoghurt. Ideaal als lunch op de trein, want deze middag nemen we de HST naar Lanzhou, de hoofdstad van de Gansu provincie. Het is een D-Trein, dus hij rijdt maximaal 200 km/u en overbrugt 735 km.
Halverwege de treinrit komen we op bergachtig terrein en volgt de ene lange tunnel na de andere. Tussenin zien we prachtige valleien. Op het infoscherm van de trein is de buitentemperatuur al gedaald van 20°C naar het nulpunt. We rijden inderdaad op het hoogste punt van de spoorlijn en passeren op zo maar eventjes 3.800 m hoogte. De sneeuwbedekte pieken lijken dichtbij en voelbaar en allesbehalve veel hoger dan ons niveau.
In de valleien zien we kleinere steden, zien we de autosnelwegen op hoge peilers die rond de bergen draaien ofwel, zoals onze trein, de tunnels induiken. Als we eens bepeinzen wat de Chinezen allemaal bereikt hebben de laatste 30 jaar qua infrastructuurwerken, dan kan je daar enkel je pet voor afnemen: 20.000 km HST sporen, tientallen nieuwe luchthavens en treinstations, autosnelwegen naar alle hoeken van het land, stadssnelwegen, metrolijnen en talloze woontorens.
Na een geweldige treinrit rijden we in de vooravond Lanzhou binnen en zien een stad vol torengebouwen. Deze stad moet van hetzelfde kaliber zijn als Urumqi.
Eénmaal in ons hotel bereiden we onze tochten van de volgende dagen voor.

Dag 50 - Lanzhou - 13 oktober - 1.600 m hoogte
Lanzhou is een miljoenenstad met de typische Chinese kenmerken: de ene wolkenkrabber naast de andere, veel neongeweld, nieuwe en moderne woontorens, veel verkeer en ontdubbelde stadssnelwegen. Maar ook geen echte bezienswaardigheden.
Alhoewel dit een stopplaats was op de Zijderoute mag je wel verwachten dat er één en ander te bezichtigen valt uit de tijd van toen. Vergeet het maar rap. De oudere panden zijn met de grond gelijk gemaakt en vervangen door moderne torengebouwen.
Lanzhou ligt geprangd tussen twee bergketens ten noorden en ten zuiden, duidelijk zichtbaar vanuit de stad. Het is daarom een smalle reep van west naar oost. Maar wel een lange reep van 20 km. En die smalle, lange strook wordt dan nog eens in twee gesneden door de Gele Rivier, China's tweede langste na de Yangtze.

Na Turpan en Dunhuang waren de Boeddhistische monniken nog niet moe gehouwen. Want hier nabij Lanzhou, is er door hen opnieuw een grottencomplex uit de kliffen gebeiteld: het Bingling Si grottenstelsel.
Het is niet evident om er te geraken want er is geen openbaar vervoer naar die plek, temidden het gebergte aan de oevers van de Gele Rivier. We kregen gisterenavond van een reisbureau te horen dat er geen toers meer georganiseerd worden omdat het buiten seizoen is en ze de autocars niet meer vol krijgen. Maar de vriendelijke meneer legde ons uit hoe we er kunnen geraken op eigen kracht en krabbelt een paar Chinese woorden op een papiertje met bestemmingen voor de taxi- en de buschauffeur.
We rijden naar het busstation, tonen ons papiertje en krijgen een busticket naar Liujiaxia. Behalve een Duitse toerist stappen enkel lokalen op de bus. Na een uur rijden stappen we uit in het stadje waar we normaliter de boot moeten nemen tot aan de grotten. Volgens de reisgids van de Duitser is er ook een alternatief langs de weg, over een bergpas en door geweldige natuur. We opteren met ons gedrieën voor het laatste. De Duitser, ook een Marc, deelt mee in de kosten en we charteren een taxi. Niet moeilijk hoor, want aan de bushalte staan ze u al op te wachten.
We rijden vlug het stadje uit en komen in een spectaculair stuk natuur terecht. Het tarmacbaantje slingert zich naar omhoog, de vergezichten worden fenomenaal. We lassen regelmatig een fotostop in. De berghellingen zijn herschapen in terrassen waarop de lokale boeren graangewassen kweken. De ravijnen zijn zeer diep en smal.
We verlaten de hoofdweg en nemen een zijweg die verder door het gebergte klimt. De weg wordt smaller en slechter en gaat over in onverhard. De Chinese wegenbouwers leggen echter een volledig nieuw tracé aan en we slalommen rond de camions en graafmachines. We zien dat volledige hellingen worden weggeschraapt. Binnen afzienbare tijd is Bingling Si vlotjes toegankelijk met de wagen.
De schoonheid van de natuur neemt gemakkelijk de bovenhand. Diep in het gebergte neemt de ruwheid toe. We zien heel diep beneden de Gele Rivier die bruin ziet. De kloven zijn spectaculair. Het enige minpunt is het weer. Na weken van wolkenloze, blauwe uitspansels is het uitgerekend vandaag bewolkt. Maar dat neemt de pret niet weg, zeker niet als we dalend van de bergpas het weergaloze decor in de diepte zien, waar de grotten zich bevinden.
We dalen verder tot aan de oevers van de Gele Rivier en vergapen ons aan de berghellingen die vanuit de oever oprijzen en het landschap beheersen. Ze hebben speciale schakeringen van bruin en sommigen hebben een paarse schijn. Ze doen me denken aan het Karstlandschap van Guillin in Zuid-China (De Wereld Rond, blz 80).
Na anderhalf uur fenomenale natuur zijn we aanbeland aan de ingang van het Bingling Si grottenstelsel. Anders dan de Mogao grotten in Dunhuang zijn er hier bijna geen uitgehouwen kamers in de rotsen maar meer uitgebeitelde nissen, van buitenaf zichtbaar met daarin sculpturen, fresco's en beeldhouwwerk. De nissen hebben alle maten en dieptes gaande van klein tot enorm groot. Deze laatsten zijn voorbehouden voor een 27 m hoge zittende Boeddha en voor een liggende Boeddha.
De 183 nissen zijn gekapt uit een 60 m hoge klif en strekken zich uit over een dikke kilometer. De monniken lieten zich van bovenaan de rots met touwen zakken. Ze werkten eraan van de 6e tot de 18e eeuw en hebben een prachtige locatie gevonden op 80 km van Lanzhou, goed weggestoken in één van de vele kloven van de Gele Rivier. Het zijn de oudste grotten van het land met Boeddhistische kunst. Het Boeddhisme kwam China binnen via de Zijderoute.
Maar ik vind het decor waarin deze grotten zich bevinden nog specialer. De bergwanden zijn als een kaas met gaten, gekerfd en poreus. De Gele Rivier en zijn zijriviertjes maken de sprookjessetting compleet. De canyon die ze in het gebergte geërodeerd hebben, is uitzonderlijk mooi.
Op het einde van de namiddag rijden we via dezelfde bergweg-in-aanleg terug naar Liujiaxia om daar de laatste lijnbus naar Lanzhou te nemen.

Dag 51 - Lanzhou - 14 oktober
We bezoeken deze voormiddag het Baita Shan complex aan de overkant van de Gele Rivier, geplakt tegen de uitlopers van het gebergte. Het complex is een park waarin Chinese pagoden, Boeddhistische tempels, paviljoenen en theehuizen gebouwd zijn. En vooral veel trappen steil naar omhoog om op de top van de heuvel het pronkstuk te bewonderen: een achthoekige, zeven verdiepingen tellende Witte Pagode.
Op de verschillende uitzichtpunten onderweg naar de top stellen we nogmaals vast dat deze langgerekte stad een opeenstapeling is van wolkenkrabbers en woontorens.
We dalen af en maken een boottocht op de Gele Rivier. Na een halfuurtje zijn we al terug te land. Er is niet echt veel te zien. Van de aanlegsteiger stappen we naar een ijzeren brug, een oude voetgangersbrug over de rivier, die gespaard is gebleven ten gerieve van de toeristen.
Aan de overkant van de rivier botsen we op een Chinese jongeling die spontaan met ons een mondje Engels wil spreken. We maken van de gelegenheid gebruik om ons naar het centrum van de stad te loodsen. Door hem ontdekken we de belangrijkste winkel-wandelstraat van de stad en beter nog: een McDonalds en een Starbucks. In de Starbucks ontmoeten we twee Italiaanse schonen die Chinees studeren aan de universiteit van Lanzhou.

Dag 52 - Lanzhou - Xian - 15 oktober
Vandaag is een bufferdag en we rekken de tijd. In de late morgen nemen we de taxi naar het Gansu Provinciaal Museum, maar bij aankomst blijkt het gesloten te zijn. We rijden dan maar meteen naar de volgende te bezoeken plaats op ons lijstje: het Wuquan Vijfbronnen Heuvelpark.
Het park is te vergelijken met het Baita Shan complex van gisteren. Het is tevens tegen een heuvelrug geplakt en telt tal van paviljoenen en tempels, te bereiken via opnieuw steile trappen. Op één van de pleintjes van zo'n tempel, repeteren madammen van de lokale gepensioneerdenbond een dansje.
We nemen de gondellift naar de top van de heuvel. Die doet er een halfuur over om de afstand te overbruggen. De zichten op de stad vanaf deze hoogte zijn prachtig. Aan deze langgerekte stad van 20 km zien we geen begin of einde, wel het gebergte aan 'de overkant'.
We keren terug naar de begane grond en laten ons in de resterende tijd een massage welgevallen.
Even later stappen we naar het treinstation want onze slaaptrein naar Xian vertrekt om 23u45.

Dag 53 - Xian - 16 oktober - 405 m hoogte
De trein vertrekt precies op tijd. We liggen met vier personen in een couchette en rond middernacht maken we onze nest in ons treinbed. We hebben geen last van onze twee buren, dus passeert de nacht al bij al nog redelijk vlot.
Om 10u15 stappen we uit de trein. Het station van Xian ligt vlak naast de intacte vestingmuur van de oude stad. Ons hotel blijkt aan de andere kant van de oude stad te liggen want de taxi rijdt een eindje, namelijk tot vlak onder de vestingmuur, oostelijke kant. Nog niet volledig wakker van een nachtje bedwiebelen, halen we wat slaap in op onze hotelkamer om daarna een stukje te eten in de moslimwijk van Xian.
De sterk vertegenwoordigde moslimgemeenschap in deze stad is gekend in heel China. De wijk bevindt zich achter de Drumtoren en bestaat integraal uit smalle baantjes met eetstalletjes langs weerszijden. De Grote Moskee vormt de uitzondering want die zit verscholen en geprangd tussen de achteruits van de aangrenzende woningen. Als je niet uitkijkt loop je zo de ingangspoort voorbij.
Het is druk en lawaaierig in de steegjes. Het is alsof alle inwoners en toeristen daar moeten zijn. Omdat de wijk niet verkeersvrij is en er teveel volk in de straten loopt, rijden de brommers en de taxi-motoculteurs al trompend doorheen het volk. Het scherpe geluid van hun toeters drijft ons bijna nuts. De gezelligheid wordt verjaagd door getoeter.
Die moslims zijn speciale kerels. Ze prijzen hun eten aan met luide stem van achter hun fornuis maar ze trachten u niet in hun restaurantje of terrasje te loodsen. Ze laten de mensen vrij.
Zij maken gerechten klaar die we niet kennen en nog nergens in China gegeten of gezien hebben, gaande van verwarmde walnoten gedraaid in zand tot … gebreneerde patatjes. Allé, dat denken we toch. We zijn bijna gefopt want het zijn vierkante stukjes gebakken noedel. Komen daarbij de soorten fruit die we niet kennen om te zwijgen van de zoetigheden die ze verkopen en met grote slagersmessen in kleine stukjes kappen.
We bezoeken de immense en in de typische Chinese stijl gebouwde Drum- en Klokkentorens uit de 14e eeuw. De torens bevinden zich naast de moslimwijk. Ze zijn een pak indrukwekkender dan hun broers in Peking (De Wereld Rond, blz 54). Ze zijn beiden 37 m hoog en de binnenafwerking is prachtig. Bovenop de torens heb je een mooi uitzicht op de stad. Het is inmiddels avond geworden en als de verlichting aanschiet, zien we twee prachtig verlichte torens.
We smijten ons opnieuw in de drukte van de moslimwijk die 's avonds een tandje lijkt bij te steken. Het krioelt er van 't volk. En de aandacht trekken van hun eettent met hun speciale gerechten is zo aanstekelijk dat we een 'tapas-tocht' organiseren: uit 't vuistje van verschillende dingen proeven.

Dag 54 - Xian - 17 oktober
Xian ligt diep in het Chinese binnenland en ook redelijk centraal. Het was de hoofdstad van maar liefst 11 Chinese dynastieën. Het was ook de terminus van de Zijderoute en daardoor een smeltkroes van culturen en godsdiensten.
Xian dat zijn eigenlijk twee delen: de vestingstad met zijn intacte stadsmuur (intra-muros) en de stad buiten de stadsmuren met zijn moderne woontorens (extra-muros).
Binnen de stadsmuren heeft de stad een belangrijke moslim bevolking. De wijk is een toeristische magneet met zijn kleine straatjes, stegen en eetstalletjes.
Maar veruit de voornaamste reden om Xian te bezoeken is zijn Terracotta Leger. Het is naast de Grote Muur waarschijnlijk de meest essentiële en spectaculairste bezienswaardigheid in China.

Om half zeven stappen we het hotel uit en nemen de metro naar het HST-station. Ik denk dat het geheel van ondergrondse metro en bovengronds treinstation groter is dan de luchthaven van Zaventem. Wat een indrukwekkende stoasje. We zoeken en vinden onze trein naar de gemeente Huashan, alwaar voor de Chinezen een heilige berg met dezelfde naam ligt.
Aangekomen in het treinstation van Huashan staan verschillende electrische busshuttles te wachten waarvan er één naar de heilige berg rijdt. Als we om het even welke Chinees vragen welk busje we moeten nemen, lijken ze ineen te krimpen van schrik. Met de hulp van een andere westerling en de shuttlechauffeur, kruipen we op de juiste bus.
Het immense bezoekerscentrum van het Hua Shan park is een toonbeeld van informatie, structuur en organisatie … voor de Chinezen want de meeste info is ééntalig Chinees. Maar met de hulp van twee Chinese studentes, die een beetje Engels kunnen, vinden we onze weg. Vanaf de parking van het bezoekerscentrum worden we dan met een busje naar de voet van de berg gebracht. Vanaf de toegangsweg krijgen we al een voorsmaakje van de natuurpracht.
Volgens de leer van het Taoïsme bestaat het Hua Shan park uit vijf heilige pieken: Noord / Zuid / West / Oost en de Centrale Piek. Je kan vanaf de voet van de berg via drie bergpaden naar boven klimmen. Je zou er gemiddeld drie uur over doen maar wij zijn al van een generatie met manke knieën en versleten heupen. Dus nemen we de kabellift naar de Noordpiek voor een rit van 1.525 m en het overbruggen van een hoogteverschil van 755 m.
Het Hua Shan park mag dan wel een spirituele betekenis hebben, het decor en de natuurpracht zijn verbluffend. En daarvoor komt het gros van de bezoekers. De gondel brengt ons vanuit een ravijn tot net onder de 2.000 m naar boven. We zien bleke rotsbergen, bijna loodrechte kloven die door de erosie gegolfd en gespleten zijn. En tussen de rotsspleten groeien bomen. Het berglandschap is onvoorstelbaar schoon.
Ginder boven stappen we van de Noordpiek naar de Westpiek. Het pad loopt over de bergkam en bestaat enkel en alleen uit trappen. Omdat de Westpiek hoger ligt dan de Noordpiek, is het voortdurend klimmen voor ons.
Voor de adrenaline-zoekers zijn sommige stukken van de trek aangelegd over smalle houten planken die vastgevezen zijn op ijzeren staven die op hun beurt in de rotswand gedrild zijn. Met andere woorden je 'zweeft' langs de rotswand boven de afgrond, honderden meters lager. Veiligheidsmaatregelen vereisen echter dat je wordt vastgegespt aan een kabel. Toch is het 'scary as hell', volgens de reisgids. We laten dit deel over aan de ietwat jongere medemens.
Maar ook ons paadje op de bergkam richting Westpiek is smal en we kunnen zowel links als rechts in de ravijnen kijken. We maken gebruik van de ketting die aan beide zijden van het pad als afsluiting dient. De trappen eisen hun tol. Onze gewrichten zien af. Om de paar tientallen meter is er een verbreding en kunnen we even verpozen op een bankje of in een heilig Taoïstische tempeltje of aan een eetkraam.
We klimmen verder. We komen aan het smalste deel van de bergkam, een richel van ochgiere twee meter breed en zeer steil. Je hebt best niet te veel hoogtevrees. We klauteren bijna op handen en voeten naar omhoog ons voorttrekkend aan de ijzeren kabel links en rechts van ons.
We komen eindelijk boven op de Westpiek. Er is een klein Taoïstisch tempeltje gebouwd plus een uitkijkplatform. De vergezichten van dit berglandschap zijn oogverblindend. Ze waren onze motivator en stuwkracht naar de top. We rusten wat uit en keren na een half uurtje terug naar de kabellift aan de Noordpiek.
De terugweg in dalende lijn - ook niet gemakkelijk voor onze knieën natuurlijk - is langs een andere route dan de heenweg want de bergkam is te smal voor heen en terug wandelverkeer. We dalen schuin naar beneden langs de bergwand. Af en toe komen we op een platformpje waar we de natuur vanuit een andere hoek kunnen bewonderen.
Ik hoor Marc voor de zoveelste keer vloeken en roepen - niet voor publicatie geschikt - als er weeral een eigenzinnige Chinees door zijn lens loopt. De meerderheid van de toeristen stopt wel een aantal seconden om de fotograaf zijn werk te laten doen. Maar altijd zijn er mensen die het nodig achten om zichzelf belangrijker te vinden.
Het is namiddag als we op de Noordpiek de 'ropeway' - zo vertalen de Chinezen het woord kabellift - naar beneden nemen naar ons punt van vertrek. Daar staan inmiddels honderden toeristen aan te schuiven aan de kabellift. Het is al 16u voorbij. Hoe en wanneer gaan die nog van de berg afgeraken, vraag ik me af?
De parkbus en de electrische bushuttle brengen ons respectievelijk naar het bezoekerscentrum en het treinstation.
Om exact 17u05 zoeft de trein ons in een halfuur terug naar het 130 km verder gelegen Xian. Het is een G-trein, dus haalt hij topsnelheden van 300 km/u.

Dag 55 - Xian - 18 oktober
Vandaag bezoeken we waarvoor iedereen naar Xian komt: het wereldberoemde Terracotta Leger.
Het graf van de eerste keizer van China is meer dan 2000 jaar bewaakt. De duizenden levensgrote strijders uit de Qin Dynastie zijn samen één van 's werelds belangrijkste archeologische vondsten. De Qin-keizer dacht dat hij zijn regeerperiode in het hiernamaals kon verder zetten en had dus een leger nodig. Elke Terracotta soldaat is uniek en elk beeld heeft een ander uniform, gezichtsuitdrukking en lengte.
Het Terracottaleger is door boeren ontdekt in 1974, die bij toeval op een paar levensgrote beelden stuitten tijdens het graven van een waterput.

We vertrekken om 8u30 met ons privé vervoer aan het hotel en dat is geen goede keuze want we geraken maar niet uit de files van de ochtendspits. Pas na een uur - er komt geen einde aan de stad extra-muros - bij het bereiken van een tolweg, kunnen we vaart maken.
Bij aankomst aan de ingang van een immens terrein spreken we af met de chauffeur om ons hier drie uur later terug op te pikken.
Denk vooral niet dat je aan de ingang op de plaats van het gebeuren bent. Zoals alles in China, is ook deze plaats mega. Na de parking wandel je een soort dorp binnen met hoofd- en zijstraten. En uiteraard horen daar (souvenir)winkels bij, restaurants en nog veel meer. Daarna is er veiligheidscontrole: je dagrugzak gaat door de scanner. Dan volg je best de massa waardoor je automatisch bij de 'tickethall' komt, zoals het hoort een megagebouw. Maar het is nodig want honderden, misschien zelfs duizenden toeristen, meestal groepen vergezeld door een gids, schuiven aan voor tickets. Aan omgerekend 15 Euro voor een ticket, moet het Terracotta Leger een miljoenen business zijn. En dan zwijgen we nog van de inkomsten uit catering, prullaria, kledij, parking, enzovoort. Er is seniorenkorting voorzien maar we zijn net te jong.
We gaan door de ticketscanner en oef, we zijn er. Denken we. Daarna volgt een lange wandeling door een park tot aan een tweede ticketscanner. En dan, mee met de massa op een doordeweekse donderdag in oktober, stappen we na driekwartiers eindelijk het terrein van de waarheid op.
Om het even te kaderen: Chinezen doen archeologische opgravingen, kuisen op en bouwen over de site een reuze hal om hun vondsten te commercialiseren.
Je stapt de hal over Put 1 binnen. Ze is zo groot als een pier van Zaventem. En omdat iedereen langs die ene ingang de hal instapt, begint het direct te stokken. De echte reden is echter dat iedereen stopt omdat dicht bij de ingang de mooiste exemplaren van de terracotta soldaten tentoon staan. Er is ondertussen een gevecht aan de gang om op de eerste rij te komen om je foto's te kunnen nemen. Eerst ben je geduldig, je wacht een beetje je beurt af, je verdraagt het duw- en trekwerk, je denkt dat ook je medemens recht heeft op zijn twee minuten tijd om foto's te nemen tot dat je eigenlijk gewaar wordt dat iedereen je wegduwt en voorbij steekt. En zo'n dagrugzakje helpt ook niet in het gewoel.
Met alle Chinezen maar niet met den dezen, moet Marc denken, want ik zie en hoor hem tien meter verder kafferen als er weeral iemand in zijn rug duwt op het moment van afdrukken. Hij zegt me achteraf dat zijn gevloek werkt want zijn buren werden plots efkes rustiger.
Maar goed, hoe verder we de hal instappen hoe minder ruw het wordt. In totaal telt deze hal 6.000 soldaten en paarden met een linie boogschutters, speerwerpers, zwaardvechters gevolgd door de infanterie. Het is een betoverend zicht.
Het tweede deel van de hal is een werkatelier. Daar worden nog steeds soldaten geassembleerd uit opgegraven stukken.
De hal over Put 2 bevat 1.300 strijders en de opgravingen zijn nog steeds aan de gang. We kunnen een tiental opgegraven soldaten van dichtbij bewonderen. De mate van detail is ongelofelijk als je kijkt naar het gezicht, de haartooi, het lichaam. Alles eigenlijk. Het is alsof een levende strijder naar u kijkt zoals die kerels die tijdens de Gentse Feesten stokstijf een standbeeld na apen.
De hal over Put 3 bevat een honderdtal opgegraven officieren en daarom denken de archeologen dat dit misschien het hoofdkwartier van het leger was.
In een apart gebouw worden ook de opgravingen van de eerste Keizer van de Han Dynastie tentoon gesteld. De bronzen strijdwagen met vier paarden is een hoogtepunt.
Na een uur of drie houden we het voor bekeken. De weg naar de uitgang is een gans ander traject dan de heenweg. Het loopt ook door een soort dorp met alle toeters en bellen waar de hongerige medemens evenals de big spender-types niets te kort komen. Wij zijn van de eerste soort en eten een 'one foot' lange Subway sandwich.
We vervolgen onze zoektocht naar de uitgang die we vinden na nog eens 500 m lopen door allerlei baantjes van het dorp. Maar dit is niet dezelfde plek waar we binnengekomen zijn. We herkennen ons niet en vinden onze chauffeur niet terug. Na een half uur dolen door straten en na het aanspreken van onze oriëntatietalenten, vinden we eindelijk onze chauffeur terug. Die moet ons ook in de gaten gehouden hebben want we zijn ruim te laat en hij lijkt zenuwachtig.
We rijden naar het Mausoleum van Keizer Jingdi (188 - 141 BC). Ook daar werd over de eigenlijke opgravingen een hal gebouwd. De man wou een kopie van zijn paleis als mausoleum. Potten en pannen, gereedschap en wapens liggen in of nabij zijn graf evenals de menselijke restanten van zijn hofhouding. Het was in die tijd de gewoonte dat de Keizer in het hiernamaals over dezelfde luxe beschikte als op het Aardse leven. Dit had tot gevolg dat bij het overlijden van de man, andere mensen werden gedood om de Keizer bij te staan in zijn volgende leven.
Het is late namiddag en we keren terug naar het 40 km verder gelegen Xian. Het wordt terug een te lange tocht met veel fileleed wegens … avondspits. Het is donker als we afgezet worden aan ons hotel. In onze straat snijdt een kapster het haar van klanten buiten op het trottoir. Haar fiets staat tegen de vestingmuur. Een mobiel kapsalon als het ware.

Dag 56 - Xian - Shanghai - 19 oktober
Terwijl Marc deze morgen zijn zoveelste museum afhaspelt, loop ik nogmaals door de moslimwijk om de speciale sfeer te ondergaan. De wijk is echt een attractie op zich. Aan de rand voel ik me verplicht een Starbucksken drinken.
Ik keer terug langs de vestingmuur, meer bepaald langs de buitenzijde. Daar heeft het stadsbestuur over de ganse omtrek een smal park aangelegd met kronkelende baantjes, bloem- en boomperkjes en pleintjes. 's Avonds is alles verlicht met die typische Chinese lampadeirkes. Je ziet er joggers, families met kinderen en oma's en opa's met kleinkinderen. Er wordt ook gekaart en de oudjes houden hun knoken soepel met Tai Chi.
We hebben tegen de middag afgesproken aan het hotel. We checken uit en onze laatste activiteit in Xian is een fietstocht op de vestingmuur. Je kan inderdaad op de brede muur wandelen, lopen en fietsen. De vestingmuur is een perfecte rechthoek met een omtrek van 14 km en 12 m hoog en dateert uit 1370. Het is één van de weinige steden in China met een perfecte stadsmuur.
We huren de fietsen waarvan de hoogte van het zadel altijd een probleem is voor de iets grotere mens als ons. We vertrekken aan de Zuidpoort. We zien dat over de volledige omtrek ook een slotgracht loopt. De combinatie slotgracht en hoge vestingmuur met wachttorens maakt dat deze stad moeilijk inneembaar moet geweest zijn.
De geplaveide muur is goed berijdbaar. Halverwege begint het echter te regenen. Geen gedruppel deze keer, maar een vervelende motregen. Na een dik uur leveren we onze fietsen terug in en trakteren we onszelf op een koffie.
Het is tijd om te vertrekken naar het HST-station. We nemen vanavond de nachttrein naar Shanghai, onze eindbestemming. 'Eindbestemming' geldt voor zowel de trein als voor onze reis want het einde nadert. Op de nachttrein slapen we weeromme in couchetten. En omdat het een D-trein is, zal hij ons aan maximaal 200 km/u naar de meest westerse stad van China voeren.

Dag 57 - Shanghai - 20 oktober
Om exact 6u28 stappen we uit de trein in het - hoe moet ik dat zeggen - mega reuze mega station/metro complex. Welkom in de ondergrondse wereld van een grootstad.

MARC EN SHANGHAI

In het schooljaar 1986-1987 gaf Marc les aan de kinderen van de expats van Bell Telephone op een locatie aan de buitenrand van Shanghai. Hij had bij Bell een contract getekend voor dat ene schooljaar. Hij logeerde in het befaamde Peace Hotel aan Nanjing Road, de bekendste winkel-wandelstraat van de stad. Dagelijks nam hij de taxi naar zijn klas. Zijn enige klas want alle leerlingen met leeftijden variërend tussen zes en twaalf jaar zaten in hetzelfde lokaal.
Het was nog de tijd van het communisme onder President Deng Zao Ping. Reizen voor de modale Chinees was zelfs in eigen land niet evident. Maar buitenlanders zoals Marc - Chinese Guests - hadden veel meer privileges. Je kon wel zeggen dat de eigen bevolking gediscrimineerd werd.
In dat schooljaar benutte hij alle vrije tijd om het land te verkennen. Dat bracht hem naar Hong Kong, de Karstbergen van Guillin, Peking, Xian en Tibet.
Na 30 jaar herkent Marc niets meer. Nanjing Street is autovrij geworden, verbreed en bezaaid met de Zara's, de McDonalds en de Starbucksen van deze tijd. Ondenkbaar onder het communisme van toen. Pudong, de wijk aan de overkant van de Huang Pu rivier is volgebouwd met de hoogste wolkenkrabbers ter wereld terwijl er destijds niets was, tenzij landbouwgrond.
Enkel de koloniale gebouwen langs de Bund - deze kant van de Huang Pu - en het gerenoveerde Peace Hotel waar hij één jaar lang gelogeerd heeft, staan er nog.
Dus het is voor hem na meer dan 30 jaar een emotioneel weerzien met een 'onbekende' stad.

Vanuit de 'ondergrondse wereld' nemen we de metro naar hèt metro-knooppunt van de stad: People's Square. Ons hotel is op wandelafstand. We zijn natuurlijk te vroeg om in te checken en beslissen om deze ochtend Nanjing Road af te wandelen tot aan The Bund, Shanghai's promenade langs de Huang Pu rivier, volgebouwd met indrukwekkende koloniale bouwwerken en met een fenomenaal uitzicht op de wolkenkrabbers aan de overkant van de rivier. Shanghai is sinds de 19e eeuw opgebouwd door westerse mogendheden, in een tijd dat het Chinese keizerrijk op instorten stond.
We wandelen Shanghai's meest befaamde winkel-wandelstraat af - Nanjing Road - en zien op deze zaterdagmorgen vroeg een door de stad georganiseerde gemeenschapsdienst. Tientallen senioren schuiven aan bij kappers, anderen laten een medische check uitvoeren. Nog anderen bezoeken de gereedschap reparatiedienst om hun messen en scharen te laten slijpen of werktuigen te laten herstellen. En dat allemaal in de open lucht.
We lopen door tot aan The Bund en nemen er de ferry naar de overkant van de rivier waar we meteen de hoogste toren van China en Azië bezoeken: de 632 m hoge Finance Tower met 126 bovengrondse verdiepingen en 5 ondergrondse. We stijgen naar het observatorium met de snelste lift ter wereld. Ze haalt een topsnelheid van 40 km/u en je voelt niets behalve ons oren die toeklekken.
Op het kijkplatform ergens in de top van de toren lopen we in een cirkel en begapen we deze mega-stad met zijn 25 miljoen inwoners evenals de bruine Huang Pu rivier die even verder uitmondt in de Oceaan. Het weer laat toe om schitterende foto's te nemen van zo'n 600 m boven de grond.
Shanghai is ruim aan bod gekomen in mijn vorige boek 'De Wereld Rond' vanaf blz 63. Ikzelf heb beroepshalve Shanghai zes keer bezocht in de afgelopen vijf jaar. Ik zal er vanavond een aantal ex-collega's terugzien en kijk ernaar uit.
We keren op onze stappen terug en checken in tegen de middag. Na een lange noendut, om het slaapgebrek deze nacht op de trein te compenseren, zet ik mij in de late namiddagzon op een bank langs Nanjing Road om de mensen te bekijken. Ik kan u verzekeren, er lopen rare exemplaren rond op deze wereld.
Als het begint te donkeren keer ik terug naar het hotel om me wat op te frissen. Vanavond zie ik een paar Chinese ex-collega's terug. Ze zijn vanuit Peking, Hangzhou en Kaiping gekomen om me te updaten, wat te roddelen en anecdotes te vertellen uit de 'goeie ouwe tijd'. Ze maakten allemaal deel uit van mijn team als we destijds de administraties van de vier gelatinefabrieken geautomatiseerd hebben. Morgen zondag keren ze allemaal terug naar huis met de HST.
Ze hebben een befaamd restaurant geboekt op de 56e verdieping van de Jinmao toren, de derde hoogste in Shanghai. We hebben een prachtig uitzicht op de prachtig verlichte torens van Pudong en van de stad. Met zijn zessen kiezen we voor de Italiaanse keuken. Wij blij dat we eens iets anders kunnen eten dan rijst en noedels.
We keren 's avonds laat te voet terug naar het metrogat. We wandelen op een verhoogd voetpad op peilers tussen de torens door alover kruispunten. Het neongeweld van de verlichte wolkenkrabbers van Pudong is zo fantastisch dat we er maar niet op uitgekeken raken. Onderweg naar de metro is het één en al bewondering voor zoveel schoons. We nemen afscheid van de collega's, redelijk emotioneel want we beseffen dat de kans groot is dat het de laatste keer is dat we elkaar zien.

Dag 58 - Shanghai - 21 oktober
Shanghai heeft een aantal voorstadjes die elk de titel 'Het Venetië van Shanghai' claimen omdat ze allemaal kanaaltjes combineren met smalle wandelstraatjes en bruggetjes. Op de kanaaltjes varen de Chinese versie van de gondels. Zo ook in Zhujiajiao, een stadje die we bereiken na anderhalf uur metro.
Het stadje heeft een 1700 jaar oude geschiedenis. Het is een oude handelsstad met talloze kanalen, bruggen en pittoreske witte oeverhuizen. Toen Shanghai in de tijd van de keizers niets meer was dan een gehucht, voeren de gondels en vrachtschepen af en aan op de vele kanalen.
Vandaag is het een overgecommercialiseerd plaatsje waar te veel volk rondloopt maar ondanks dat toch een aangename plaats is om te vertoeven. Er zijn veel terrasjes, af en toe een tempel en pittoreske fotomomenten. In één of ander reisbureautje lees ik: 'Travel is the only distance between you and the world'. Mooi gezegd en geschreven.
In de namiddag zakken we terug af naar Shanghai.

Dag 59 - Shanghai - 22 oktober
Mijn weerapp voorspelt regen voor vandaag en hij is er boenk op. Het is de tweede regendag van de reis. Eens we de woestijnen verlieten en meer westelijk reisden, kwamen er meer en meer wolken opzetten. Dat resulteerde uiteindelijk in twee regendagen op de 60 vakantiedagen: één in Xian en nu één.
Vandaag bezoeken we Tian Zi Fang, een 'creatieve broedplaats' volgens de reisgids en dus moeten we daar naartoe. Als we het metrogat uitkomen is er van een creatieve omgeving weinig te zien. We starten dan maar met een bezoekje aan Costa Coffee. Na een babbel met het koffiemeisje blijkt dat we een metrostation te vroeg uitgestapt zijn. We herpakken ons.
Tian Zi Fang is een wijk vol smalle straatjes met exclusieve winkeltjes waar je spullen kan vinden die je niet in de normale handelszaken of op een markt tegenkomt. We spreken over aparte kledij, kunstwerken, tekeningen, beschilderde lederwaren en meer. En dus mag een bar met de beste Belgische bieren niet ontbreken. Naast de klassiekers als Stella, Leffe, Duvel en Vedett kan je ook Liefmans en Rochefort Trappist bestellen aan een buitentoog met vijf barkrukken. Je betaalt wel tussen de 7 en 10 Euro per consemausse.
Na de middag rijden we naar de Tuinen van Yujuan, kortweg de Yu Tuinen. Het is een redelijk complexe aaneensluiting van prachtige onderhouden tuinen met loopbruggetjes, riviertjes, fonteinen, tempels, eeuwenoude huizen, binnenplaatsen en gebouwen met de typische gekrulde tipgevels.
De Yu Tuinen zijn gebouwd in het midden van de jaren 1500 tijdens de Ming Dynastie. In 't midden van 't spel staat het theepaviljoen waar Marc 30 jaar geleden regelmatig een theetje kwam drinken. Nu durven ze daar 10 (tien) Euro per tas vragen, de profiteurs, en dus haasten we ons weg.
De Tuinen zijn erg toeristisch en dus loopt er te veel volk rond. Het terrein is uitgestrekt en de mensenmassa volgt een verplichte richting waarlangs je al de bezienswaardigheden tegenkomt. Op het plein aan de in- en uitgang vind je er de klassiekers als McDonalds, Starbucks en andere KFC's.
We keren terug naar het hotel. Daar zetten we de eerste stap van onze terugreis in gang: online inchecken. De terugreis-zenuwachtigheid begint stilaan toe te slaan want morgen is het zover.
Het is onze laatste avond van deze avontuurlijke reis en daarom willen we eindigen in schoonheid. Het is Marc's wens om uit te eten in het Peace Hotel waar hij destijds één jaar gelogeerd heeft en meerdere avonden per week 's avonds ging eten. Het is een ontroerend weerzien met het restaurant, nog steeds op de achtste verdieping, nog steeds met uitzicht op de prachtig verlichte Bund. We trekken de laatste foto's van The Bund by night. Shanghai is samen met Hong Kong en Las Vegas de steden waar ik de mooiste en het meeste neonlicht heb gezien, tot en met de boten op de Huang Pu toe. Spijtig van de regenwolken die de 632 m hoge Finance Toren en zijn twee naaste buren in de wolken hult.

Dag 60 - Shanghai - Brussel - 23 oktober
Vandaag is museum bezoekdag. Marc bezoekt het Shanghai Museum (oude Chinese kunst) en het China Art Museum (moderne Chinese kunst).
Ik bezoek vandaag het Science & Technology Museum. Dit is het soort museum dat een inspanning doet om moeilijke onderwerpen uit te leggen in begrijpelijke taal of ze visueel aannemelijk voor te stellen en daardoor geschikt voor zowel kinderen als volwassenen.
Alhoewel fysica niet mijn sterkste vak was op school, integendeel, boeien die onderwerpen me. De zaken die er uitgelegd/tentoon gesteld worden zijn typisch zaken waar we zijdelings iets van afweten. We hebben er al van gehoord of we weten ongeveer waarover het gaat of vragen ons af hoe dat nu eigenlijk in elkaar zit. Wel dan google je of, als het ietsje meer mag zijn, bezoek je zo'n museum om de ware toedracht te lezen en te zien.
De eerste zaal laat een aantal statistieken los over de Aarde. De hoogste berg kennen we (Mount Everest met 8.844 m). Maar de diepste kloof in de Grote Oceaan is de Mariana Kloof: 11.022 m, dieper dan de hoogste berg. Alhoewel de naam anders doet vermoeden, is de Kaspische Zee het grootste meer.
De aardkost bestaat voor 99% uit zuurstof, silicon, aluminium en ijzererts. Ze is echter niet zo dik: gemiddeld 35 km en onder de oceanen slechts 5 tot 10 km. De Aarde heeft een oppervlakte van 5,1 x 10,8 km2. Wil jij het eventjes voor mij uitrekenen? De temperatuur stijgt naargelang de diepte. Onder de aardkost in de kern loopt de temperatuur op tot 4.500 à 6.000°C. De leeftijd van de Aarde wordt geschat aan de hand van radioactief uranium: ze is ongeveer 4,5 miljard jaar oud.
De volgende zaal belicht het bestaan van zeldzame mineralen door de Natuur voortgebracht. Er bestaan zo'n 3.000 mineralen. Al ooit gehoord van Sphalerite (ZnS), Limonite (Fe2.O3.nH2O) of - hou u vast - Psilomelane (BaMn2+ Mn4+ O20)? Op de oceaanbodems zouden nog tonnen mineralen 'te rapen vallen', in zulke grote hoeveelheden dat ze zo goed als onuitputbaar zijn.
De structuur van mineralen wordt ontleed via X-stralen. De mineralen worden gevormd door het verstenen van partikels uit water en door het afkoelen van gesmolten rotsen. Dus de grondstoffen van mineralen zijn water en vulkanen.
Er passeert een klas uitgelaten kinderen en nog één. Het is prachtig om het enthousiasme van de schoolkinderen te zien maar voor het getier en getrek moet je het niet doen. Even op de tanden bijten en het lawaai en de jamoel trotseren. Ik vervolg verder een voor de volwassenen uitgestippelde route doorheen het museum. Ik bezoek de zalen over fossiele brandstoffen, licht en energie en het (creatieve) brein.
Dan is er een zaal over ecologie met een paar interessante statistieken. Drie evoluties baren zorgen: de bevolkingsgroei, de opwarming van de Aarde en de gaten in de ozonlaag, onze 20 km hoge paraplu tegen de ultraviolette straling van de zon. Als de bevolkingsgroei doorgaat aan hetzelfde ritme als in het verleden, zal er in het jaar 2199 op Aarde één mens per m2 zijn. Met als gevolg dat het menselijke ras zal verdwijnen … of ondertussen met een raketshuttle op de maan, Mars of Venus zal gehuisvest zijn.
Dan zijn er de allerhande ecologische incidenten zoals nucleaire, lawaai en licht, met petroleum en vergif evenals afvalbergen van gezinnen en bedrijven en ga zo maar door. Je wordt hier niet blij van. Maar zal er ooit politieke wil komen om dit aan te pakken? Zoals ontkenning van de holocaust strafbaar is, zouden we dit principe misschien ook kunnen toepassen op ecologie? Trump wordt als eerste veroordeeld.
Het informatietijdperk (IT) is nog zo'n kanjer. Het gaat hier onder meer over digitale film, de virtuele wereld en hoe een chip gemaakt wordt. De grondstof voor de chip is silicon, gewonnen uit zand. Zand is in grote hoeveelheden aanwezig op onze planeet. Na verschillende productiestadia bekomt men een siliconplaat waaruit de chips worden gesneden. Daarin worden transistoren componenten gegraveerd.
Ze leggen ook spraakherkenning uit maar vergeten onze pioniers Lernout & Hauspie te noemen.
Netwerken (LAN, WAN en het grootste van allemaal: www), smalband en breedband worden uitgelegd. Transfertsnelheden van meer dan 56 Kbps (56 Kilo bits per seconde) worden aanzien als breedband maar herinneren er mij nog eens aan dat de communicatie verloopt door niets anders dan het doorsturen van 'nulletjes' en 'ééntjes': 56.000 per seconde in dit geval. In het begin van de 19e eeuw verliep het nog met electrische signalen. Herinner je je nog de westerns over vroeger, hoe de eenzame treinbediende in zijn afgelegen seinhuisje aan een al even afgelegen spoorlijn, zijn berichten doortokkelde?
Er wordt ook een woordje uitleg gegeven over de ontwikkeling van de wetenschap over de structuur van substanties (microscopisch), over de genetische wereld (uw en mijn genen) en over de wetenschap zelf (relativiteitstheorie). Het vroegere gedachtengoed dat alles absoluut of onafhankelijk was, werd verworpen door de relativiteitstheorie die stelt dat alles uitwisselbaar, flexibel en verbonden is met elkaar.
Verder zijn er nog zalen over robots, de gezondheid van de mens en de fauna.
Ik moet stoppen want dit gebouw is - op zijn Chinees - megagroot en ik moet op tijd samenkomen met Marc om naar de luchthaven te vertrekken. Ik heb maar de helft van de zalen bezocht en het startuur voor de Imax film is helaas te laat.
Ik neem de metro terug naar The Bund waar ik een laatste maal floreer en de laatste foto's neem in het zonnetje op een warme dag tot 23°C. Maar ook een paar malafide medemensen trachten mij in het ootje te nemen met een truc die ik ondertussen al goed ken. Het gaat als volgt.
Twee knappe Chinese meiden vragen me op The Bund om een foto van hen beiden te nemen met zicht op de wolkenkrabbers aan de overkant. Uiteraard doe je dat. Als je hun iPhone terug geeft, starten ze onmiddellijk een gesprek met u. De typische vragen worden gesteld: van waar ben je, waarom kom je naar China, enz. Ze trachten uw vertrouwen te winnen want ze lijken zeer geïnteresseerd in uw verhaal en weten dat frieten, bier en chocolade onze nationale hits zijn (ze leren een paar typische dingen van elk land). Tot op het moment dat ze vragen om met hen mee te gaan naar 'een paar straten hiervandaan' om er een 'ongekend maar prachtig gebouw' te bewonderen. Ze wijzen altijd in de richting van het einde van The Bund waar een andere wijk begint die niet zo toeristisch is. Ik weet dat omdat het niet de eerste keer is dat ze me dat trachten te lappen. Ik ben altijd op mijne kievief bij dergelijk aanbod. Ik zeg dat het niet hoeft en stap weg. Heel waarschijnlijk lokken ze u naar een kalme straat en word je er dan bedreigd voor het geld. Ik volg ze nog even in den duik en zie dat ze zich even later door een ander persoon een nieuwe foto laten trekken …
Marc en ik komen samen op de afgesproken plek en na een laatste noedel/dumplings maaltijd stappen we het metrogat in naar Pudong International Airport om er in deze stad misschien nooit meer uit te komen.
En zoals ik China ben binnengekomen, zo ook verlaat ik het land. Bij de douanecontrole in de luchthaven word opnieuw een persoonlijk item geconfisceerd. Deze keer moet ik mijn powerbank afgeven omdat niet aangegeven staat hoe zwaar de batterij is.
China toch, met al jullie camera's, regeltjes, geen reet geven om privacy, uw paspoortcontroles, uw overweldigende politiemacht, jullie eten en de ganse santenboetiek. Gelukkig compenseren jullie natuur, steden en HST verbindingen een beetje.


FOTOREEKS OOSTELIJK CHINA