WERELD > AZIË > Oman > Reisverhaal

 

OMAN Reisverhaal Jan 2020

Als je klikt op de Fotoreeks wordt je doorverwezen naar mijn foto's op 'Google Foto's'.
Je komt terecht op het mozaïekbeeld. Het interessante is dat je op het mozaïekbeeld de foto's kan indelen chronologisch en per locatie, soms zelfs met een overzichtskaartje erbij.

 

FOTOREEKS OMAN 2020

 

Oman of officieel het Sultanaat van Oman wordt geregeerd door een Sultan.
Oman is een gematigd Islamitisch land. Zo mogen vrouwen met de auto rijden, stemmen, verkozen worden, werken en is een hoofddoek niet verplicht maar wel aangewezen. Er worden verkiezingen gehouden maar de regering heeft enkel een adviserende rol. Dus de Sultan blijft de alleenheerser en heeft feitelijk alle macht.
Tot 1970 was de bevolking arm en ongeletterd en het land zelf internationaal onbetekenend. Er waren in het land 2 (twee!) lagere scholen, 7 km asfaltweg en een zandstrip waar enkel kleine vliegtuigjes landden en opstegen. Tot Sultan Qaboos aan de macht kwam.
Hij heeft het land in sneltreinvaart op de wereldkaart geplaatst, geïnvesteerd in onderwijs en infrastructuur en gezorgd dat etnische groepen niet werden gediscrimineerd. Het geld kwam voornamelijk uit de olie industrie.
Vijftig jaar later spreken we over een modern land met een tot de verbeelding sprekende hoofdstad Muscat. Het land ontving verschillende prijzen van de VN voor beste stadsontwikkeling, beste architectuur en voor netheid.

Oman in een paar statistieken:
Omaanse Rial is de nationale munt. 1 OR is 2,5 Euro (Januari 2020).
Hoogste berg is de Jebel Shams 3.075 m.
3,4 miljoen inwoners waarvan 1/3 gastarbeiders uit Jemen, Indië, Bangladesh, Sri Lanka.
De oppervlakte is 10 x België.

Na zes maanden engagement in het amateurtoneel met twee tot drie repetities per week was het tijd om terug eens uit te zwaaien. We kiezen voor zon en natuur: het wordt Oman.
De woensdag voor de afreis ontdek ik dat mijn internationaal rijbewijs net vervallen is, namelijk op 2 januari 2020 … sebiet het gemeentehuis gebeld en dankzij de late openingsuren op dinsdagavond had ik de dag erna al een nieuw exemplaar, geldig voor drie jaar.
En wat ne mens al niet doet voor een goedkoop vliegtuigticket: Landegem - Amsterdam per trein, overnachting nabij Schiphol en 's anderendaags …

Dag 1 -----Zaterdag 11 jan 2020----- Amsterdam - Muscat
… om 4u30 uit ons piere om een halfuur later het shuttlebusje te nemen vanuit ons hotel naar de luchthaven waar we met kleine oogjes aankomen rond kwart na vijf. Een half uur later zijn we ingecheckt.
Een zachte vlucht van 6,5 uren wordt het laatste half uur, tijdens de landingsfase, verstoord door hoge turbulentie. Kreten van angst vullen de passagiersruimte en we zien onze buurvrouw kotsen in haar papieren zakje dat standaard in de rugleuning van de stoel voor u zit. We landen veilig maar toch een brokke vuus en voor de piloten is het waarschijnlijk business as usual.
Het reisbureau Magic Arabia wacht ons op in de luxueuze aankomsthal van de luchthaven en brengt ons naar het hotel in Muscat, 30 km verderop. Het regent nogal heftig vandaag in Muscat, een uitzonderlijke gebeurtenis. De straten kunnen het water niet aan en worden herschapen in beken wat grote verkeershinder veroorzaakt. Onze chauffeur is van het ongeduldige type want hij slalomt langs de auto's, duikt in de gaten en trekt zich weinig aan van de overstroomde straten. Het water spat dan ook op langs alle kanten.
Gisteren is Sultan Qaboos overleden, de man die vorige maand in Leuven werd opgenomen in het UZ voor een kankerbehandeling (zie kadertje hieronder). Het land heeft daarom vandaag en de volgende twee dagen rouw afgekondigd. Voor ons toeristen wil dit zeggen dat alles de komende twee dagen gesloten is. Welkom in Oman.

Dag 2 -----Zondag 12 jan 2020 ----- Muscat
Muscat is een lint van om en bij de 50 km lang, geprangd tussen de Oceaan en de Hadjar Bergen, die zich zowel oostelijk als westelijk van de stad uitstrekken. Ze is feitelijk een fusie van drie kleinere steden tot één grote, langwerpige stad.
We beslissen om een 8 km lange wandeling te stappen uit onze reisgids die alle belangrijke bezienswaardigheden van de wijk Mutrah en van Muscat de Oude Stad aandoen.
We rijden met de taxi naar het startpunt, naar de overdekte vismarkthallen in Mutrah, maar staan 2 km ervoor vast in het verkeer.
'Traffic jam?', vraag ik enigszins verwonderd, want er is weinig verkeer in de straten van Muscat op deze zondag. De taxichauffeur weet het zelf niet goed, stapt uit en gaat te rade. Blijkt dat door het overlijden van de Sultan de hoofdweg tussen hier en zijn paleis afgesloten is voor alle verkeer. Die hoofdweg is de Corniche, de promenade langs de oceaan, de dijk zo u wil, een toeristisch hoogtepunt en wandelroute.
Onze taxichauffeur maakt rechtsomkeer en zoekt een alternatief. Ondertussen zien we dat Muscat een 'kleurloze' stad is, in die zin dat enkel wit en zandkleur (licht beige) dè kleuren vertegenwoordigen waarin huizen en gebouwen geschilderd zijn. Niet teveel tierlantijntjes. Ook de architectuur is zeer Arabisch met weinig hoogbouw, veel koepels en prachtige gevels met arabeske versieringen. Het is een nette stad en het verkeer is niet versmachtend.
Na een aantal binnenwegen zet de chauffeur ons af aan de achteringang van de Mutrah Soek, een megacomplex dat … gesloten is. Een domper op de feestvreugde want dit was het eerste bekende punt op de Corniche. Maar we krijgen een nieuwe kans als we op het einde van de reis naar Muscat terugkeren.
Niet getreurd echter want een werkloze verkoper brengt ons via een wirwar van kleine gangetjes doorheen de soek naar de voorkant, de kant van de Corniche en van de Indische Oceaan. In het passeren heeft hij zijn winkeltje van kasjmier sjaals getoond en aangeprezen. We zullen dat volgende week nooit terugvinden, vrees ik.
We starten aan de vissershaven van Mutrah, een wijk in Muscat. De Corniche heeft een breed voetpad en twee maal twee rijstroken. Er rijden voortdurend colonnes op en af. Geblindeerde donkerblauwe Duitse luxewagens die hoogwaardigheidsbekleders vervoeren, worden voorafgegaan en gevolgd door politie en militairen. De Duitse autoindustrie doet hier goede zaken met de verkoop van Mercedessen, BMW's en Audi's. Zouden dit de voorbereidingen zijn van de Sultan's begrafenis?
De rijvakken liggen er verlaten bij behalve als de blauwe lichten van een zoveelste politiecolonne passeren. Het lijken autoloze zondagen. We zien weinig toeristen maar wel zich vervelende lokalen die de zeepromenade afslenteren, wachtend tot ze weer aan de slag mogen na de driedaagse rouwperiode.

Er is geen strand langs de dijk maar een strook van 20 m met betonnen ankers die dienst doen als golfbrekers. De zandstranden liggen verder weg van de stadskern.
Tijdens de wandeling passeren we vooral forten en wachttorens. Oman is een echt fortenland, gebouwd door Imams en door de Portugezen in de 17e eeuw toen ze de beste ontdekkingsreizigers ter wereld waren samen met hun buren de Spanjaarden. We wandelen ook door twee stadsparken waar een legertje tuinmannen en -vrouwen kruid wiedt. Aan hun ietwat donkerder huidskleur te zien, denk ik dat het 'ingevoerde werkkrachten' zijn. En waarschijnlijk goedkope. De tuinen en de parken liggen er even netjes bij als de stad: geen afval, geen graffiti, geen plastiek.
Na driekwart wandeling komen we aan de poorten van het oude stadsdeel van Muscat. We gaan onder de stadspoorten door richting het Paleis van de Sultan. Aan elk kruispunt staat politie om verstrooide onverlaten rechtsomkeer te doen maken als ze de autovrije Corniche willen oprijden. Ook wij worden gevraagd wat onze bedoelingen zijn. Alhoewel we tot nu toe overal mochten wandelen, worden we de toegang geweigerd tot het Paleis, zelfs tot de statige avenue ernaartoe en dat allemaal wegens het overlijden van de Sultan. Het Paleis lijkt een beetje op een versterkte burcht met twee tanks aan de ingang en tal van politie en militaire voertuigen. Maar de politiemensen en ook de militairen blijven vriendelijk en roepen 'hello' terug. Sommigen maken zelfs tijd vrij voor een praatje.
't Is tijd voor een snack en een koffietje. We proberen de lokale Omani koffiespecialiteit: Omani Kawa. Het wordt geserveerd in een koffiekan met een klein tasje erbij. De koffie bevat veel kardemom, familie van de gember, en geeft de koffie een aparte smaak. Ge moet er vuuren zijn. De meegegeven dadels moeten de smaak enigszins milderen.
We vragen aan de politie wanneer de baan wordt vrijgegeven want er rijden natuurlijk ook geen taxi's en dus kunnen we niet terug naar ons hotel. Eerst zeggen ze 16u, daarna een uur later en we begrijpen dat ze het zelf niet echt weten.
Ondertussen staan er meer en meer Omani's langs de straatkant want volgens de ober van één van de weinige open terrasjes, zou de opvolger van de Sultan passeren. Zij en wij hebben het nooit geweten want je kan onmogelijk zien wie in die geblindeerde wagens zit van al die colonnes.
Om toch een taxi te vinden en omdat de Corniche niet onmiddellijk zal vrijkomen, beginnen we stadinwaarts te stappen richting vrije autozone. Na 2 km komen we aan een stadssnelweg en zien we genoeg taxi's staan aan Lulu, de lokale hypermarktketen. We maken van de nood een deugd en slaan meteen genoeg water en picknick in voor morgen. Het is inmiddels achter de zessen en de zon is al een halfuur onder.
De taxi brengt ons terug naar ons hotel in de wijk Ruwi dat als centrum geldt van Muscat. Het is een uitgangsbuurt met veel lokale restaurantjes. Maar toch eten we bij Burger King, veur 't zekerste.

SULTAN QABOOS BIN SAID AL SAID

Ja ja ziede wel, 't es 'em. We herkennen Sultan Qaboos op de mega foto's die langs de wegen op grote aanplakborden en gevels prijken. Want hij is in het nieuws geweest in Vlaanderen en zijn foto stond in alle kranten (midden dec 2019).
De Sultan en zijn hofhouding hadden in Leuven een volledig hotel afgehuurd voor enkele maanden. Hij had het zelfs aangedurfd om zijn limousines te parkeren op de markt waar dat niet mocht en daarmee een kleine rel veroorzaakte in Leuven.
Sultan Qaboos werd behandeld in het Leuvense UZ voor darmkanker. Maar na één week keerde hij al terug naar Oman. Blijkbaar was hij terminaal en konden de artsen niets meer voor hem doen. Een massa voedselpaketten voor de man en zijn entourage werden overgemaakt aan de voedselbanken. Dat kon wel tellen als geste.
Diezelfde man is eergisteren op 79 jarige leeftijd overleden en daarvoor zijn drie rouwdagen afgekondigd. En meteen ligt het openbaar leven stil, rijdt er geen openbaar vervoer en zijn alle winkels dicht met uitzondering van een aantal horeca zaken. Het land is in rouw en de vlaggen hangen halfstok.
Sultan Qaboos was 50 jaar aan de macht maar in tegenstelling tot vele dictators en alleenheersers was hij een integer en vooruitziend persoon, bracht welvaart, zette de etnische groepen niet tegen elkaar op en moderniseerde het land in snelvaart. Hij was dan ook zeer geliefd bij de bevolking. Geen Arabische lente in zijn land.
Omdat hij geen kinderen had, is een neef van de Sultan al na één dag benoemd tot nieuwe Sultan en zodus had het land onmiddellijk een opvolger klaar.
Zijn naam: Sultan Haitham Bin Tariq Al Said.


Dag 3----- Maandag 13 jan 2020 ----- Muscat - Sur ----- 218 km
We stappen omstreeks 8u15 in onze gehuurde 4x4 Toyota Prado-machine. Het is een gevaarte van 4000 cc. Je trapt op de gas, je hoort de motor woehoe-woewoe blazen en je bent bang dat de benzinetank al half leeg is.
Het wegennet in het land is van prima kwaliteit. Dus zouden we de 218 km naar de industriestad Sur gemakkelijk in twee uurtjes kunnen afrijden. Maar dat is niet onze stijl. Ik heb vooraf een aantal zijsprongetjes bekeken.
We geraken vrij gemakkelijk weg uit Muscat. Het is allesbehalve druk op de stadsring waarschijnlijk door de rouwdag voor de overleden Sultan. We maken gebruik van Maps.me, een telefoon GPS, die toelaat thuis de landkaarten te downloaden en offline te navigeren. Dus geen duur dataverbruik.
We rijden op het eerste stuk van de snelweg door de uitlopers van het Hadjar gebergte die alle tinten dragen van roodbruin. Het is een droge en dorre streek.

WADI'S

Oman ligt vol van de wadi's of uitgedroogde rivierbeddingen maar waar toch regelmatig water doorstroomt afhankelijk van de regen of de sterkte van zijn bron. Ze klieven/eroderen zich een weg doorheen de bergen naar de zee.
Als je zo'n wadi wilt bezoeken dan rij of stap je best enkele km stroomopwaarts. Je komt dan terecht in een soort Hof van Eden. De rivier, met of zonder water, klieft door de bergen, vormt canyons en stroomt naar beneden om uit te monden in de zee. Onderweg bevloeien de falajs - oeroude irrigatiesystemen - de wadi plantages van palmbomen, bananenbomen en dadelpalmen.
Hun bedding is bezaaid met afgesleten, ronde rotsbollen en de rivier heeft een diepe kloof gesneden in het berglandschap. Dus langs beide zijden van de wadi rijzen bruine, gekartelde rotswanden naar omhoog.
Als je hoogte hebt genomen dan zie je geweldige contrasten tussen de witte dorpjes weggezonken tussen de donkergroene boomplantages en geprangd tussen kale, bruinrode rotswanden.

Na 60 km verlaten we de snelweg en slaan rechtsaf, 21 km dieper de bergen in naar het dorp Mazara. We bezoeken zijn stuwdam op de Wadi Dayqah.
In plaats van terug te keren, vervolgen we onze weg en wagen ons door een onherbergzame streek langs onverharde wegen. Ook een beetje omdat onze reisgids meldt dat er woestijnpaddestoelen te zien zijn. Dit zijn geërodeerde rotsen in de vorm van een paddenstoel: de kalkstenen lagen slijten vlugger weg dan de hardsteen en er ontstaan rotsblokken in de vorm van 'paddestoelen'.
De onverharde weg is niet meer dan een single track met bochtenwerk op en neer door het voorgeborchte van het Hadjar gebergte. Zo rijden we 30 km door niemandsland, door pure natuur en komen in totaal vijf wagens tegen. Eén van hen doet teken om te stoppen. Het is een Indiër met zijn kids die vraagt hoever het nog is naar Mazara. Uiteindelijk rijden we uit dit golvend steenwoestijn landschap en komen terug uit aan de kustweg. Ons 4x4 Prado-beest heeft geen enkele moeite gehad met die wegen.
We rijden terug op de kustsnelweg en we zien het dorre landschap overgaan in stroken met groene oasen. Hier is het water uit de vele wadi's verantwoordelijk voor. Op onze weg bezoeken we twee van de mooiste wadi's: Wadi Shab en Wadi Tiwi, beiden op amper enkele km van elkaar.
De dag is te kort om beide wadi's te bewandelen en we besluiten om enkel Wadi Tiwi dieper in te trekken. Met Lulu's picknick in de dagrugzak beginnen we te stappen dieper de kloof in, langs de oevers van de rivier. We klimmen voorbij een eerste dorpje met - ik schat - een twintigtal huizen plus de onvermijdelijke moskee. Even verder zoeken we een plek tussen de rotsen voor de picknick. We zijn alleen en we horen enkel stilte en licht stromend water. Na een halfuurtje trekken we verder. We bereiken een tweede dorpje, net als het vorige weggestoken tussen de palmboom plantages en dus pas zichtbaar als we tussen de huisjes stappen door smalle straten.
De deur van het moskeetje staat open en we piepen even binnen. Er is niemand. Het gebouwtje is zo'n 7 op 5 meter klein maar heeft wel een grote luidspreker op zijn dak staan. We zien hier ook duidelijk de werking van de falajs. Deze tot 1.500 jaar oude irrigatiesystemen leiden het bergwater van de wadi's in aquaducten, stenen greppels en siphons naar de dorpen en hun plantages en zorgen tot op vandaag voor bevloeiing en drinkwater. Er bestaan zo'n 4000 van die kanalen waarvan het langste 120 km zou zijn. Mensen uit woestijngebieden zijn creatief als het op water aankomt. Hetzelfde zagen we in Iran met de qanats (zie reisverslag 'De Zijderoute', Iran, dag 8).
In het dorpje worden we aangesproken door een jongeling die ons wil gidsen, dieper in de wadikloof.
'You ain't seen nothing yet', maakt hij ons benieuwd. Maar we besluiten om geen gebruik te maken van zijn diensten en toch maar terug te keren want we moeten bijtijds op onze volgende bestemming zijn.
Het is al een stuk in de namiddag als we verder rijden langs de kustweg met nog 70 km te gaan. We rijden nu al een ganse tijd langs de kustlijn van de Golf van Oman die verbonden is met de Perzische Golf via de strategische Straat van Hormuz waarlangs een derde van 's werelds olietankers passeert. Mocht Iran die smalle zeestraat afsluiten - 39 km op zijn smalste punt - in het escalerend conflict met de VS, dan heeft de wereld een probleem. Ten zuiden vloeit de Golf van Oman ook langs de kusten van Somalië waar piraten actief zijn om dan uit te monden in de Indische Oceaan. Allé 't is maar om te duiden dat deze regio een klein kruitvat is: Iran, Somalische piraten, Saoedie-Arabië en Jemen met de Houthi rebellen.
We rijden langs de afrit naar het stadje Qalhat, destijds nog bezocht door Marco Polo op zijn handelstochten naar China (zie mijn reisverslag over 'De Zijderoute').
We zijn ondertussen ietwat van de kust weggereden naar een hoger plateau en zien in de verte Sur liggen. Eerst passeren we de haven van Sur met zijn LNG-gasterminal waar het vloeibare goedje gelost wordt. Wat later brengt Maps.me ons tot aan de ingang van ons hotel.
Sur is zo'n typisch slaap-en-terug-verder stadje. De Corniche is de plaats van onze avondwandeling. De Oceaan heeft hier een lagune gecreëerd waar vuurtorens de ingang markeren. Het lange en brede zandstrand wordt ingepalmd door dhowboten, geparkeerde wagens, voetballende jongeren, spelende kinderen en geparfumeerde mannen met witte tabbaarden op tapijten. Jawel, de Omani's - zowel vrouwen als mannen - parfumeren zich 'uitbundig'.

Dag 4----- Dinsdag 14 jan 2020 ----- Sur - Wahiba Woestijn ----- 150 km
We verlaten Sur en net als gisteren zien we uitgebreide wegenwerken. Het lijkt erop dat alle banen verbreed worden en kruispunten heraangelegd. Onze autosnelweg van vandaag krijgt een volledig nieuw tracé van twee keer drie rijvakken maar is nog onafgewerkt. Ze kruist onze weg meerdere malen met telkens snelheidsbeperkingen tot gevolg. Halverwege gaat de oude snelweg over op een afgewerkt stuk van de nieuwe snelweg. Maar vervelend is onze niet geüpdate GPS die de juiste afritten niet vindt en te pas en te onpas zegt dat we verkeerd rijden.
Vandaag rijden we landinwaarts, weg van Oman zijn Golf. Rechts rijzen de Hadjar bergen en zien we smalle baantjes naar boven zigzaggen terwijl het links zo plat is als ne cens. Er is enkel zandwoestijn te zien. Maar vooraleer we die zandwoestijn zullen inrijden naar onze eindbestemming, bezoeken we eerst Wadi Bani Khalid.
Ondanks een tilt geslane GPS vinden we de juiste afslag en rijden nu dieper de bergen in. Na 29 kronkelende kilometers op en af en één bergpas later arriveren we aan de wadi.
Opnieuw getuigt de aanblik van een paradijselijke schoonheid. Deze wadi heeft een paar poelen gevormd met daarin groenblauw water en is omringd door palmbomen. Het water is verrassend lauw en dus zijn er zwemmers actief. We laten ons echter niet verleiden maar kiezen voor een wandelpad langs de canyonwand stroomopwaarts. Pad is niet de juiste naam. Je loopt op afgesleten rotsvlakken vol spleten, holen met water en niveauverschillen. Focussen is de boodschap. En ja, wij doen onze bergschoenen aan op dergelijk terrein, de lokalen hun zeesletskes.
Deze keer geen dorpjes langs de oevers maar een ruwe, diep uitgesleten kloof vol ronde rotsblokken en hier en daar een struik of boom die van tussen de rotsspleten groeit.
We picknicken in dit kleine paradijs. Van China tot Oezbekistan, van Oman tot Vietnam: overal kennen ze de Rode Duivels. Dus ook de jonge en nieuwsgierige Omani die ons vraagt van welk land we zijn.
Tijd om rechtsomkeer te maken en anderhalf uur verder onze afspraak na te komen met Retisch, de vertegenwoordiger van het lokaal reisbureau. Alhoewel we de coordinaten van het woestijnkamp hebben doorgekregen en we die kunnen laden in onze GPS, vinden we het veiliger ons door hem te laten gidsen naar het kamp waar we overnachten. Met nog een andere klant rijden we 'in colonne' de zandwoestijn in. Er is absoluut niets anders te zien dan zand en duinen in dit gebied van 8.000 km2, genaamd Wahiba Sands. De duinen zijn perzikrood gekleurd en we volgen een duidelijk autospoor. Vooraf moesten we lucht uit onze banden laten om meer grip te hebben in het zand. Morgen moeten we ze dan terug laten opblazen. Onderweg zien we wilde dromedarissen, geiten en rammen en ook ezels.
Na een uurtje rijden door een zinderend woestijnlandschap komen we aan in ons Bedoeïenen woestijnkamp, een in een cirkel opgezet joerten- en huttenkamp met buitendouche, omringd door hoge duinen. Je zou het niet zeggen maar in deze woestijn wonen en trekken nog zo'n 3.000 Bedoeïenen van verschillende stammen.
Het is inmiddels 16u en we worden aangeraden om vanop een duinentop van de zonsondergang te genieten. Medewerkers tonen ons de route waarlangs we de duin moeten omhoog rijden. We twijfelen want zo'n beklimming door zand steil omhoog lijkt ons niet zo evident. We moeten toch maar de bestaande sporen volgen, spreken we onszelf moed in. We wagen het erop.
De klim met onze 4x4 gaat goed tot halverwege. Dan is er echter een knik in de duin, een zeer steil stuk naar de top. Ik geef vol gas maar kom toch vast te zitten in het mulle zand. Daar staan we dan met onze autoneus naar omhoog op een helling van 30 graden. Een lichte vorm van paniek komt op. Me gewoon naar beneden laten zakken, denk ik. Maar dat lukt niet want de wielen zitten te diep in het zand. Met extra gas en gedraai aan mijn stuur van links naar rechts slaagt mijn Prado-beest er toch in om naar beneden te glijden, naar wat plattere oorden. Onze harten bonzen. Wat van beneden zo gemakkelijk lijkt, is het hoegenaamd niet.
We beslissen ons halverwege de duin op een minder hellend deel te 'parkeren' en te voet naar de top te klimmen. Maar ook dat is niet eenvoudig. In het mulle zand stappen we één stap vooruit en zakken we een halve terug achteruit. Net de processie van Echternach. Maar niettemin staan we op tijd op de top uit te puffen. En het is niet zozeer de zonsondergang zelf - de lucht kleurt amper rood - maar de schaduwslagen over de duinen die het geheel bijzonder maken.
Eens de zon weg wordt het pekkedonker zoals dat enkel in een woestijn kan, een plek zonder lichtvervuiling. En het was weeral lang geleden dat we zulk een sterrenhemel zien.

Dag 5 ----- Woensdag 15 jan 2020 ----- Wahiba Woestijn-Jebel Shams----- 310 km
Als we op deze koude morgen opstaan hebben we niet veel goesting om een buitendouche te nemen. Dus stappen we direct naar de ontbijtplaats. We zien de dromedarissen voorbij lopen.
Rond 8u verlaten we het kamp en keren we gewoon terug via dezelfde weg als gisteren, zeer duidelijk aangegeven door de autosporen in het zand. Verkeersborden en -pijlen zijn hier niet nodig. Op onze terugtocht rijden we langs kleine bedoeïenenkampen, twee of drie schamele hutten groot en een afspanning met schapen en geiten. Eenmaal terug in de bewoonde wereld laat ik meteen mijn banden oppompen.
Vandaag is de langste rit van de reis, een dikke 300 km. We rijden terug naar de autostrade en nemen de richting Nizwa. We rijden nog een tijdje langs de rand van de zandwoestijn maar als die eindigt, rijden we een saai landschap in.
Halverwege de ochtend stoppen we in een dorpje aan een 'Tea and Coffee' zaak. Verse koffie serveren ze niet. We moeten het doen met nescafé. We vergeten te zeggen dat de koffie zwart mag zijn dus serveren ze met melk en suiker wat hier de gewoonte is. Moar gouw, we doen niet lastig.
We willen een pieske doen maar de vriendelijke jonge uitbater schudt van nee: geen toilet hier. Tot één van de klanten aan een tafeltje naast ons teken doet dat we zijn privé-wc mogen gebruiken. We gaan met de man een paar huizen verder een steegje in. Hij toont zijn (hurk)wc en we doen ons pieske. Bij het opendoen van zijn wc deur haalde hij er eerst een zelfgemaakte, houten kakstoel uit. Bijna verontschuldigend zegt hij in slecht Engels en met zijn vinger wijzend naar zijn buik dat hij daar een operatie achter de rug heeft en niet meer gehurkt kan zitten. Hij toont ons een mega groot litteken. Om te kakken gebruikt hij nu dat houten ding.
We rijden verder. Tegen de middag komen we aan op onze eerste te bezoeken plaats: het Fort van Jabrin, rijzend uit de vlakte. De toegang is twee Rial (4,5 euro) voor ons getweeën, enkel electronisch te betalen. Even onze kredietkaart tegen het toestelletje houden en bij het piepje is het geld al van de rekening.
Het kasteelfort uit 1675 is zeer goed bewaard en je loopt er een beetje verloren in de gangetjes, kamers en trappen. Er zijn een paar fraai geschilderde plafonds en houtsnijwerk te zien. En vanop de hoogste (kanon)toren heb je een mooi uitzicht op de dadelplantages en op de streek met de Hadjar bergen in de achtergrond. Het fort diende als verdedigingsmiddel en als woonst voor de imam en zijn hofhouding.
We vervolgen onze weg en rijden naar het omwalde Bahla, in zijn geheel op de UNESCO werelderfgoedlijst geplaatst vanwege de 600 jaar oude, kilometers lange omwalling. Ge ziet het eraan: de ouderdom doet de muren vergaan en sommige delen zijn tot gruis herschapen. We passeren het Fort van Bahla nadat we geëten hebben in een restaurantje recht tegenover een 'Electronic Divivces Repairing' winkel … De drukker van de reclameborden werd waarschijnlijk per letter betaald.
De laatste 40 km van de rit zijn de spectaculairste. Van de droge woestijn rijden we naar de top van de 3.075 m hoge Jebel Shams, de 'Berg van de Zon', en de hoogste van het land. Het spektakel start van zodra je uit Bahla rijdt. De weg klimt zeer grillig zowel qua steiltegraad als qua bochtenwerk, naast Wadi Ghul. We zien het ruige berglandschap waarvan de gebruikelijke kleur bruinrood is, veranderen in groen-grijs. Nabij de top gaat het asfalt over in onverhard voor de laatste 10 km. We passeren het dorpje Jebel Shams op 3.004 m.
De Wadi Ghul heeft in dit gebergte een zeer diepe canyon gegraven, met nagenoeg vertikale bergwanden van 1 km diep, gekend als The Grand Canyon of Arabia. De overgang tussen het plateau en de ravijn is abrupt. De weg tussen het dorpje en ons einddoel volgt de ravijnrand en we stoppen aan een paar uitkijkpunten. Gelukkig is er een ijzeren reling want de afgrond is plots en afschrikwekkend. Maar de zichten in de canyon zijn subliem en je hebt liefst geen hoogtevrees als je eventjes over de rand één km naar beneden kijkt. Op sommige andere uitkijkpunten is er geen reling aan de ravijnrand, dus leggen we ons op onze buik en kijken naar dit natuurspektakel.
Het is barkoud hier op 3.000 m hoogte zelfs in een heet land als Oman. Ik schat ergens tussen 0 en 5 graden. En vandaag staat ook de wind strak tot stormachtig. De zonsondergang verandert de opkomende dikke bewolking in alle tinten rood.

WIE IS DE OMANI?

Na een weekje kan ik mij al een beeld vormen van de inwoners van Oman. Dit zijn geen Omanezen of zo maar Omani's (enkelvoud: Omani).
De mannen dragen een tulband of een typisch hoedje, de kumma genaamd. Ze zijn gekleed in een wit, lang kleed, een soort witte tabbaard. De vrouwen zijn veelal gekleed volgens de Islam voorschriften: zwarte abaya en sluier.
In Oman zijn ze zot van rotondes, drempels en snelheidscamera's. In ieder dorp, stadje en stad liggen er kris kras drempels, soms aangegeven soms niet. Je rijdt op een baan waar 80 km/u toegelaten is maar plots bij het binnenrijden van een dorp ligt een drempel. En ik kan u verzekeren als je daar te rap overrijdt, lijdt niet alleen uw wagen maar ook uw rug. En tot je het dorp uitrijdt, liggen er om de zoveel tientallen meters drempels. Telkens inhouden tot bijna stilstand en telkens weer optrekken. Verder hebben elk kruispunt en alle op- en afritten van autosnelwegen hun rondpunt ... uiteraard met drempels.
En te rap rijden zal je ook niet gemakkelijk doen. Want op de autostrades staat om de 3 à 5 km een flitspaal om iedereen aan te manen de maximum snelheid van 120 km/u na te leven. Op de provinciale wegen zie je waarschuwingsborden 'radar control'. Ik weet niet of al die flitspalen ook actief zijn.
Omdat het een (gematigd) Islamitisch land is, is alcohol er verboden. Ze serveren daarom naast thee en koffie allerlei soorten vruchtensapjes, gaande van mango over papaya tot granaatappel en ananas. Wij hebben biercafés, zij juice shops.
Alhoewel zebrapaden schaars zijn in het land en wij dus gedwongen worden om op eigen risico de straat over te steken, is de doorsnee Omani zo vriendelijk om te stoppen.
Lintbebouwing kennen ze niet in Oman. Het valt op dat in de dorpjes de huizen uit elkaar staan, niet aangrenzend. Een soort stand alone's. Ze zijn ommuurd en lijken kleine gevangenisjes. Ze zijn allemaal in het lichtbeige geschilderd zoals het landschap. In Oman spreken ze ook niet van supermarkten maar wel van hypermarkten ook al zijn ze maar even groot als een superette bij ons.
Oman is een heet land waar de temperaturen variëren van gemiddeld 22° in de winter tot 36° in de zomer. In de woestijnen stijgt de temperatuur tot 50°. De mensen leven dan ook 's avonds op de straat. Je ziet er veel hangouderen.
En tot slot, in plaats van te knikken doet de Omani een eigenaardige nekzwengel: zijn hoofd gaat eventjes naar links en rechts bij een bedanking of een opmerking.


Dag 6 ----- Donderdag 16 jan 2020 ----- Jebel Shams - Nizwa----- 90 km
Hoe contrasterend kan het weer zijn. In tegenstelling tot gisterennamiddag is de stormwind gaan liggen en is de lucht azuurblauw zonder één pluiswolkje aan de hemel. Maar het heeft deze nacht wel gevrozen. Dat merken we aan het ijs op de motorkap van ons Prado-beest en aan onze kouwelijke nacht in bed.
We wandelen deze morgen de Balcony Walk, een trek die in de reisgids als gevaarlijk en lastig wordt bestempeld. Het is zo dat De Jebel Shams berg niet zozeer vermaard is om zijn piek maar veeleer om zijn extreme canyon. En de trek zou gevaarlijk zijn omdat je voortdurend op de rand van de ravijn wandelt en er dus gevaar is om in de kloof te tuimelen. We willen dat wel eens toetsen aan de werkelijkheid. Dus rijden we naar het beginpunt, ongeveer 3 km van onze slaapplaats, over een ruwe, onverharde wegel.
Het is zo dat die loodrechte wanden van de Wadi Ghul kloof enig reliëf vertonen zodanig dat er een pad mogelijk is - de Balcony Walk - op ongeveer driekwart hoogte. Dit wil zeggen dat er langs de ene kant een rotswand van 250 m hoog is en langs de andere kant een ravijn van 750 m diep. En omdat je op de ravijnrand wandelt heb je continu een onbelemmerd zicht in de enorme kloof. Alsof je op een balkon staat en naar beneden kijkt. Is het gevaarlijk? Ja en neen. Als je op het pad blijft is het niet gevaarlijk. Mocht je struikelen, onnozel doen of u te ver wagen op bepaalde, niet omheinde uitzichtpunten, dan wel.
Maar je doet dit om de vergezichten en om de grootsheid van die canyon. Honderden meters dieper zie je de smalle, in de zon glinsterende Wadi Ghul rivier met groen langs zijn oevers.
De wandeling duurt drie uur en is wel geaccidenteerd. Leutig is dat je onderweg wilde geiten en bokken tegenkomt die absoluut niet schichtig zijn. Ze laten zich gewillig trekken.
Tegen de middag arriveren we terug aan ons beginpunt en rijden we de berg af om in de namiddag toe te komen op onze eindbestemming van vandaag: Nizwa, Oman's tweede stad na Muscat en de vroegere hoofdstad. Nizwa is een oasestad op een plateau, omringd door de hoogste toppen van het Hadjar gebergte.
Uiteraard heeft ook deze stad een fort, gebouwd in de 17e eeuw, befaamd om zijn dikke, 40 m hoge toren. Maar de toegangsprijs is ongebruikelijk duur (omgerekend 25 euro voor ons beide) zodat we passen. Zoniet waren we zeker eens tot boven geweest. Naast het fort ligt de Moskee die je enkel 's ochtends mag bezoeken. Dus dat wordt iets voor morgen. De rest van de namiddag brengen we door in de soek. De streek is vooral bekend voor zijn zilversmederij en dus ligt er veel zilverwerk tentoon. Maar ook kromzwaarden, sikkelvormige dolken en veel tapijten en dekens.

Dag 7 ----- Vrijdag 17 jan 2020 ----- Nizwa en omgeving----- 80 km
In Nizwa heeft de veemarkt de hoogste prioriteit. Elke vrijdag tussen 7 en 9u komen kopers en verkopers samen naar de markt om hun vee, voornamelijk geiten en kalveren, te verkopen.
De veemarkt wordt gehouden op een overdekt plein naast de soek.
De koop/verkoop procedure is als volgt. Er is een cirkelvormige piste en de kopers staan opgesteld aan de binnenzijde (het middenplein) en aan de buitenzijde. De verkopende boeren trekken en sleuren hun geiten, lammetjes of kalveren aan koorden op de piste en blijven staan bij de geïnteresseerde koper. De prijs wordt onderhandeld. Is er geen akkoord dan blijft de verkoper rondjes draaien totdat koper en verkoper akkoord gaan over de prijs. Er wordt geroepen, met de armen gegesticuleerd en een psychologisch spel gespeeld.
Tijdens de eerste ronden schudden de meeste kopers nee in de hoop dat bij de volgende passage de verkoper een lagere prijs aanvaardt maar ook met het risico dat hij niet meer passeert omdat het beest ondertussen verkocht is aan een ander.
Je ziet die beesten afzien van de stress. Ze slaan soms wild om zich heen. Vooral de jonge stieren krijgen het soms op hun heupen en revolteren bij zoverre dat de verkoper de teugels niet meer kan houden en het dier tussen het volk verdwijnt. Er is tegelijkertijd hilariteit en paniek. Je let dus maar beter op als je je als toerist mengt tussen de kopers aan de zijlijn.
We bezoeken aansluitend de moskee want die is enkel 's morgens open … behalve op vrijdagen. Laat het net vandaag vrijdag zijn. Dus weer noppes. Het zal voor een andere keer zijn.
De rest van de morgen spenderen we in de soek(s). Het complex bestaat uit verschillende gebouwen met elk hun specialiteit: vleessoek, vissoek, groenten en fruit soek, zilversoek, enz. De soeks verkopen gewoon alles en zijn niet alleen gefocust op toeristen maar vooral op de inwoners zelf. Hier staat geen Lulu Hypermarkt.
Naast de hoogste berg (Jebel Shams) en de diepste kloof (Wadi Ghul) is er een derde trekpleister in de streek rond Nizwa: Jebel Akhdar of de 'Groene Berg'. Het is eigenlijk geen berg maar een gebied waar het Saïq plateau op 2.000 m boven de zeespiegel, deel van uitmaakt. Er wordt vooral fruit gekweekt gaande van dadels tot abrikozen over granaatappels en vijgen.
We verkennen ook die streek en rijden via het oasestadje Birkat al Mawz naar het Saïq Plateau en zo verder naar Diana's Uitkijkpunt, genoemd naar de overleden Prinses.
Aan de voet van de klim naar het plateau moet iedere wagen stoppen aan een politiepost. Ik moet mijn rijbewijs tonen en de agent wenst me een veilige rit. Navraag leert dat ze vooral kijken of je met een 4x4 rijdt. Zulke krachtige wagens zijn vereist om naar boven te mogen en kunnen rijden. Dit staat duidelijk aangegeven op grote bruine verkeersborden langs de toegangswegen.
En of het nodig is. Ik heb nog geen dergelijke stijgings- of dalingspercentages gezien op autowegen gedurende kilometers aan een stuk noch het vele bochtenwerk. Om de zoveel afstand is een uitwijk mogelijkheid voorzien mochten uw remmen het begeven. Je komt dan in een soort zand- en kiezelbak terecht. Ook staan meermaals borden langs de kant die je waarschuwen voor 'multiple bends ahead, steep gradient, use lower gear'. Amai de profrenners die in het voorjaar tijdens de Ronde van Oman zulke supersteile monsters moeten beklimmen. Misschien iets voor Evenepoel.

DIANA'S UITKIJKPUNT

Volgens onze GPS zijn we aangekomen op Diana's Uitkijkpunt, genoemd naar de overleden Prinses Diana die deze plaats bezocht heeft. Maar in de plaats van een uitzicht zien we een vijfsterren luxehotel. Blijkt dat het uitzichtpunt deel uitmaakt van de hotelgronden.
We mogen toch een kijkje nemen en wandelen door het sjieke receptiegebouw, langs de zwemkom naar een glazen uitkijkponton. Hier ontvouwt zich een prachtig zicht van het dal met zijn granietzwarte rotspartijen en van de aangelegde terrassen waarop het fruit gekweekt wordt.
We voelen ons verplicht om twee koffies te bestellen op hun zonneterras in een sofa met uitzicht op, waarvoor we omgerekend de decadente prijs van 12,5 euro betalen. En ondanks het alcoholverbod in dit Islamitisch land kan je hier naar hartenlust coctails drinken aan gemiddeld … 20 euro per drankje.
Dit lijkt hier een oord voor de rich and famous.

Als we terug gekeerd zijn op de parking van ons hotel in Nizwa zien we dat onze rechter achterband slap staat. Er zit een nagel in de band. Wat nu gedaan: verder rijden en regelmatig opblazen aan de vele benzinepompen of de reserveband steken? We kiezen voor het laatste met de hulp van het hotelpersoneel. Gelukkig want een band vervangen van zo'n zware wagen zou ons alleen nooit gelukt zijn.

Dag 8----- Zaterdag 18 jan 2020----- Nizwa - Muscat ----- 250 km
We zeggen Nizwa vaarwel en keren terug naar Muscat. Je kan via de autostrade maar we kiezen voor de Wadi Bani Awf onverharde bergweg. Dit is een spectaculaire en ruwe bergweg dwars door de Hadjar bergketen. Er wordt van veel kanten angst aangepraat over deze weg maar met een goede 4x4 moet dit te doen zijn, spreken we ons moed in.
We rijden eerst 30 km tot aan het begin van de klim. De weg zigzagt naar boven en is verhard. Na 23 km klimmen komen we aan op de top en daar is een uitkijkpunt, meteen het hoogste punt op de trip.
En dan begint de afdaling, op onverharde baan, de woestenij binnen. Ik dacht gisteren sterke daling percentages meegemaakt te hebben maar deze zijn even straf maar dan over rotsachtige ondergrond, constant dooreengeschud, zonder vangrails over een single track met veel dode bochten. Je hebt best niet al teveel hoogtevrees maar wel genoeg focus nodig. Soms kijk je nogal onbeschermd in een ravijn en staan de zenuwen wel eens gespannen. Zeker als er tegenligger afkomt.
Maar je rijdt door een beklijvend landschap, ruw en desolaat maar wondermooi. Je krijgt een midden-in-de-bergen gevoel. We kruipen naar beneden en kunnen de kracht en robuustheid van een 4x4 waarderen. We halen amper 10 km/u gemiddeld want vlugger zou onherroepelijke schade aan de wagen toebrengen. De afdaling blijft duren.
Onderweg passeren we langs het pittoreske Bilad Sayt, een klein bergdorp in de middle of nowhere of beter in het midden van het Hadjar bergmassief, met veldterrassen. Het dorp ligt aan de voet van een 1.100 m hoge rotsklif. Een paar km verder rijden we langs de ingang van Snake Canyon, een grillige en diepe canyon.
We zijn nog altijd aan het dalen. De weg meandert verder tot we eindelijk beneden uitkomen op de vloer van een dal aan de Wadi Bani Awf. Er staat vrij veel water in de wadi en we moeten er vele malen in en doorheen rijden, ook een aparte ervaring. Onze ruitenwissers zijn nodig tegen het opspattende water.
We stoppen even verder aan een andere kloof: de Little Snake Canyon waar we picknicken.
Af en toe komen we andere toeristen tegen, meestal in hun 4x4 met chauffeur, alsook lokale bewoners van de bergdorpjes in hun 4x4 pick-ups. Er wordt altijd gezwaaid naar elkaar, uit sympathie met de medemens en ook een beetje als teken dat alles in orde is.
Ondertussen zijn we volledig beneden en passeren we het dorpje Al Teeka. En na een bergrit van 70 km, waar we vier uren over gedaan hebben zonder de picknick-siësta te rekenen, komen we uit het berglandschap op autosnelweg nr 13 terecht waar we rechtsaf nemen naar Muscat. Nog 150 km te gaan.
Dit moet onze meest spectaculaire 4x4 rit ooit geweest zijn. Een schokkende ervaring, letterlijk en figuurlijk. In de late namiddag arriveren we in ons zelfde hotel als de startdag. We blazen uit van een lange en heerlijke dag.
Toch vinden we nog de kracht om tot aan de Corniche te rijden en daar de Mutrah Soek te bezoeken. De soek, evenals de hypermarkten, zijn open tot middernacht. We vinden het geestig om ons te laten verdwalen in de vele smalle gangetjes maar minder geestig als we eruit willen maar de uitgang niet meer vinden.

Dag 9 ----- Zondag 19 jan 2020 ----- Muscat
We slapen uit na een felle en drukke week om dan de dingen te bezoeken die we 10 dagen geleden gemist hebben en omdat ze gesloten waren, naar aanleiding van het overlijden van Sultan Qaboos. Zijn paleis, het Bait al Baranda museum over de ontstaansgeschiedenis van het land, de vismarkt aan het begin van de Corniche.
Het is vrij warm vandaag met 25° en we besluiten om de stad uit te rijden naar het dichtst bijgelegen publieke strand in het voorstadje Qurum. Er loopt zo goed als niemand op een uitgestrekt zandstrand. Maar ja, het is dan ook winter voor de Omani's.

Dag 10 ----- Maandag 20 jan 2020 ----- Muscat - Amsterdam
Tijd om dit pachtig land te verlaten en op te hoepelen. Ons visum verstrijkt en we moeten vandaag het grondgebied verlaten. We leveren de huurauto in. We volgen de instructies op onze verhuurpapieren en laten de wagen onbeheerd achter op een speciaal daartoe voorziene parking aan de luchthaven van Muscat. Inderdaad onbeheerd want we zien niemand ter plekke en moeten gewoon de sleutels in de auto leggen. De auto blijft ongesloten achter.
Kan ik mij moeilijk voorstellen bij ons.