WERELD > AFRIKA > TANZANIA > Reisverhaal

TANZANIA & ZANZIBAR: 8 feb tot/met 2 maart 1999

 

 

Martine, Kim en Lisa waren de begeleiders van dienst naar Zaventem op een koude en sneeuwachtige maandagmiddag 8 februari 1999. Tijdens de rit waren Pol en ik aan het de-stresseren en het afkicken. Het wordt voor de eerste maal een 'mannenvakantie' want naast Pol en mezelf zal mijn broer Bart ons een week later vervoegen.
Na het afscheid stijgen we in Zaventem in een ware sneeuwstorm op richting Londen. Daar stappen we over op een vlucht naar Dar-es-Salam met een tussenlanding in Entebbe (Oeganda). Na een hamburgermaaltijd in Heathrow, stappen we op de nachtvlucht naar Dar. Slecht geslapen en s'morgens vroeg geland in Dar. We zijn al serieus ge-destresseerd en arriveren in een internationale luchthaven waar de aankomsten en vertrekken van de vluchten met krijt op een bord geschreven staan. De douanecontrole verloopt vlotjes en we nemen een binnenvlucht met Air Tanzania naar Kilimanjaro Airport (Air 'Maybe', want als een vlucht niet vol zit, stellen ze gewoon de vlucht uit). Maar ditmaal is het 'Air OK'. Op onze instapkaarten staat een zetelnr aangegeven maar éénmaal in het vliegtuig(je) mogen we zitten waar we willen. We zien voor de eerste keer de Kilimanjaro, vanuit de lucht. De vlucht zit vol rugzakkers. We landen en worden in de luchthaven gebriefd door Edward, van het lokaal reisbureau, die voor ons de safari en de klim organiseert. We worden naar Arusha gebracht en acclimatiseren. We eten chinees en sluiten de eerste dag af in The Mambo, een lokaal café waar de pinten een ½ liter zijn. We proeven alle lokale biertjes en verbroederen met enkele zwarten. De eerste dag zit erop. Morgen beginnen de echte feestelijkheden…..

 

EERSTE WEEK : SAFARI

 

Arusha National Park

We starten met een voetsafari in Arusha National Park, een 'zichtkaart' park met voortdurend zichten op Mount Meru en de Kilimanjaro. Onze Europese jachtigheid wordt s'morgens voor de eerste keer getest door de Afrikaanse 'god schept de dag en moeder de soepe'-mentaliteit : ipv 9h komt onze gids ons ophalen om 10h15.
De voetsafari blijkt de klim naar de eerste hutten van de Mount Meru te zijn. 5 uren steil klimmen tot 2500m : direct ons kieste af. S'avonds eten we de eerste maaltijd van onze kok: zeer lekker zoals trouwens voor de rest van de vakantie. We slapen op de flanken van Mount Meru. S'anderendaags stappen we met Jozef, onze gewapende ranger-gids, terug naar beneden. Het is een schitterend weertje met de Kili constant in ons vizier, laverend tussen buffelkuddes en giraffes.

We vertrekken s'morgens naar beneden met Jozef, onze gids. We zijn net het kamp uit als we hem in Olympisch sprinttempo terug het kamp zien binnenvliegen. Hij had zijn geweer vergeten!? Later vernemen we dat er 10 jr gevangenisstraf staat op illegale verkoop of verlies van vuurwapens.

Medisch hoekje:
Pol: fluimt en hoest als een vulkaanuitbarsting
Martin: peesmassages en anti-biotica

Eenmaal beneden wordt onze Europese logische geest getest door Afrikaans gekonkelfoes : over wie het water betaalt, over de secretaresse van de baas en over de fooi voor Jozef. Hij beweert dat we hem voor twee dagen moeten betalen, dan komt de kok (Godfried) zich mengen en we zijn zonder het te weten een uur kwijt aan discussie.
Uiteindelijk vertrekken we om 10h in de Landrover met een nieuwe gids (Herbert) voor de rest van de (safari)week en met dezelfde kok (Godfried). Het gaat via Arusha en een politiecontrole (met een corrupte flik die 5ooo Tsh, ong. 6 €, in zijn zak stopt) richting Ngorongoro krater. Eenmaal buiten Arusha, verdwijnt de geasfalteerde weg in iets waar het woord " onverhard " veel te braaf voor is. In ware Camel Trophy-stijl schokt onzen Herbert de ganse namiddag door zand, stof, putten,…waarbij onze darmen af en toe eens van plaats wisselen. Het wordt een dagtrip met stops onderweg om voedselinkopen te doen.

Ngorongoro

We rijden Massaï land binnen. De Massaï is een stam verspreid over Tanzania en Kenya, waarbij de stamleden in 't rood gehuld zijn, hun geitenkudden beschermend met speer, dolk en knuppel. Het zijn minzame en fiere mensen, maar een foto maken kost 1000 TSh (1€). Kaalheid is een teken van schoonheid bij de Massaï en de besnijdenis een symbool van volwassenheid. We ontmoeten twee besneden jongelingen ; we weten dit omdat ze witte strepen op hun voorhoofd geschilderd hebben. De Massaï zien zichzelf als de uitverkoren hoeders en ze zijn totaal afhankelijk van hun kudden die hen voedsel geven : melk, vlees en bloed. Moed is een normaal gegeven bij hen : ze sterven liever dan een één geit te verliezen aan een leeuw.
In de late namiddag arriveren we op de Ngorongoro krater, boven op de kraterrand, 2300m boven de zeespiegel (foto links). Geen woorden zijn te vinden voor de eerste blik in de krater. We genieten van een bijna perfecte, vulkanische kratercirkel van 20 km diameter, de grootste intacte krater op deze planeet. 600 meter lager ligt de kratervloer. We zien een gigantische kom gevuld met savannegras, acacia bossen en een zilt meer. In de krater bevindt zich de dichtste populatie van roofdieren in Afrika. Morgen maken we onze eerste gamedrive (game = wild en drive = safari) in deze Hof van Eden. S'avonds komen we aan op onze kampplaats, zetten ons tentje op en zien hoe onze kok met de meest primitieve middelen terug een lekkere maaltijd bereidt: gebakken groene banaanblokjes met vlees, voorafgegaan door soep en papaya als dessert. S'avonds genieten we van de sterrenhemel, niet hier en daar een sterrenbeeld maar slierten of nevels sterren, de volledige hemel beklesterd.
s'Anderendaags staan we vroeg op om de krater in te rijden tot op de kratervloer. Eenmaal afgedaald in de krater, zien we onze eerste wilde biesten. Meteen Pol's eerste safari. De eerste minuten in de jeep wil ik alles filmen en Pol alle foto's trekken. De vlakte oogt wijds en zeer panoramisch. We zien de zeldzame gevlekte hyena en de volgende uren worden we opgeslokt door wildebeest, zebra's, neushoorns, olifanten, honderden roze flamingo's. Onze verrekijkers komen goed van pas.

Ngorongoro kratervloer ---------Honderden roze flamingo's------Wildebeest met kalf

 

S'morgens moesten we ons kakske doen. De WC's op deze anders zeer fraaie kampplaats staken boven alle andere uit inzake stank en viezigheid : een verstopte franse WC. We hebben het er gewoon op den hoop bijgelegd. Ik bespaar u verdere details.


Serengeti

S'namiddags rijden we naar Afrika's mooiste en meest ruige wildpark : Serengeti. Ik ben naar hier gekomen om onder meer de legendarische graslanden te ondergaan : 15.000 km2 weidse vlakten waar de dieren ongestoord rondlopen. Niet vooraleer we eerst in Dakar-stijl door de putten rijden van onverharde wegen/pistes voor een dikke 200 km, wat Pol zodanig in de war bracht dat hij iets prevelt van te stoppen met roken. Plots begint het te gieten zoals het enkel in Afrika kan regenen. Op een half uur tijd zijn de wegen of wat daar moet voor doorgaan, veranderd in beken. Onze chauffeur-gids, den Herbert, moest gas terugnemen want we zien de putten niet meer. Ondertussen heeft er zich een meertje gevormd in onze Landrover : hakuna matata (geen probleem).
We melden ons aan bij Naami-gate, de zuidelijke ingang van Serengeti en rijden het park binnen na de gebruikelijke administratieve formaliteiten. De bijna boomloze, eindeloze steppevlakte maakt een overweldigende indruk op ons : dit is Afrika op zijn best. We zien ons eerste leeuwenkoppel. Tegen de avond komen we op onze kampplaats aan, maar die is overstroomd. We beslissen om onze eerste nacht door te brengen in een lodge en niet in de tent. Het kost ons wel 186 $ : elk joar loaten m'ons ne kier goan. De Seronera lodge wordt typisch bevolkt door yuppies en rijke gepensionneerden. Het is wel een wondermooi complex volledig ingepast tussen Kopjes en in de stijl van de streek. We genieten van onze eerste douche en van een zacht bed. S'avonds valt wel de electriciteit uit en zoeken we op den tast onze kamer op.

Siringet of eindeloze vlakten in het massaï, is een bijna boomloze grassavanne waar zich millioenen gehoefde dieren huisvesten. Zij zijn voortdurend op trektocht naar groene grasvelden. Net onder de bodem bevindt zich een zeer harde laag waar de wortels van de bomen niet doorkunnen, vandaar geen bomen. Op die plaatsen waar de harde korst opengebroken is door de Kopjes (afgeronde rotsformaties in de vorm van een hoofd) groeien er wel bomen. De Kopjes zorgen dan voor een soort oase in deze steppewoestijn. Serengeti grenst in het noorden aan Kenia en in het westen aan het Victoriameer. Het is vooral bekend voor de trek van de gnoes (wildebeest). De zon zit pal bovenop ons hoofd en s'avonds om 19h is het stekkedonker.


Piste door Serengeti ---------------------- Een van de weinige bomen in Serengiti


Serengeti landschap


We rijden twee volle dagen kris-kras door Serengeti. De zon is volop van de partij en we staan constant recht in de Landrover die zijn dak opengeklapt heeft. Herbert stopt iedere keer als hij een collega tegenkomt; ze blijken elkaar de vindplaatsen van wild door te geven. En de mondreclame werkt. We zien het wild in grote getale.
Kudden giraffes in gebieden met Kopjes en dus met bomen waar ze de kruinen eten en houterig wandelen als zwiepende bomen. Nijlpaarden of hippo's zijn vetzakken onder wateren die ons de hele tijd treiteren door net niet boven water te komen maar enkel hun neusgaten tonen of een stuk van hun lelijke kop. Met gemak bijten ze een krokodil middendoor. Ze gaan enkel s'nachts gras eten want overdag komen ze bijna niet uit het water : hun huid verbrandt vlug in de zon en ze dehydrateren vlug. Je denkt het lelijkste varken te hebben gezien, maar dit is zonder het wrattenzwijn gerekend. De volgende uren beloeren we impala, middagduttende leeuwenfamilie met twee welpen, een kudde van wel 50 olifanten met hun jongen die een bosje te lijf gaan. Plots langs de andere kant van de weg zien we evenveel grazende buffels die stilaan richting olifanten gewandeld komen. We slaan het schouwspel gade en zien de olifanten een cirkel maken rond hun jongen. De buffels wandelen behoedzaam - op toch wel een veilige afstand - de olifanten voorbij. En we hebben nog meer geluk als we op een heuvel plots 3 zonnende cheetah's (jachtluipaarden) zien : het zijn gestroomlijnde race- en vechtmachines die na 2 sec 70 km/h halen met tops van 120 km/h. Ze laten zich uitgebreid 'bewonderen'. Als ze vinden dat we hen genoeg bekeken hebben, lopen ze hautain weg.

 

Bestaan er file's in de Serengeti ? Jawel. We zitten hier al een halfuur en merken dat de halve wereldbevolking gnoes of wildebeest langs ons voorbijloopt. Hele kudden tesamen met zebra's bewegen zich als grasmachines onverstoorbaar richting Victoria meer. Ze stampen, snuiven, snurken en het zijn echte clowns met hun lange gebaarde kop. Onze gids schat de kudde op 5 à 10.000 stuks. We naderen een rivier en aanschouwen hoe die beesten dwars door de rivier stormen, de gnoes op kop. Een spectaculair schouwspel.
Verder onderweg op de piste zien we plots twee gevlekte hyena's zonnen. Het zijn de meest agressieve beesten en worden de haaien van de savanne genoemd. Ze verscheuren alles wat ze tegenkomen en tenzij je zelfmoordneigingen hebt, blijf je beter in de jeep.
De pistes in Serengeti zijn redelijk goed berijdbaar maar het bruinrode stof zit inmiddels tot in onze vezels. De landschappen zijn uniek en nooit gezien. De avonden brengen we door aan het haardvuur met lekker vers eten bereid door onze kok Godfried. Het viel ons op dat alle gidsen/koks voor elkaar eten koken ofwel de overschotten opeten. 'We share everything', zeggen ze (foto rechts) . S'nachts in onze tent horen we het gebrul van buffels en leeuwen.

 

FILMFRAGMENT WILDEBEEST IN SERENGETI

 

De eerste dag in Seregeti wil Herbert tanken. Het (enige) pompstation in Seronera heeft geen druppel nafte meer. Veel gediscussieer en armengezwaai. De tankwagen had er al moeten zijn maar is nog 150 km van de plaats verwijderd, leggen ze ons uit. Om een lang verhaal kort te maken, s'anderendaags was er nog geen nafte. Maar in Afrika is alles te " regelen " : plots kwam een zwart negerken uit een suzukietje gestapt en bracht ons naar een bergplaats van de parkwachters en verkocht ons een paar jerrycans " in t'zwart ".
S'avonds, voor t'eten, gemanield tegen Pol temidden de brousse : op zijn duze. Op reis verliest Pol altijd, in alles. Diezelfde avond kregen we op de kampplaats het bezoek van Safari-antz, grote mieren die na elkaar lopen en een rij vormen van tientallen meters lang. Ze verslinden alles wat ze tegen komen. We zagen Herbert lichtjes wit trekken (hij werd beige) want, zo zei hij, het zijn bijzonder vraatzuchtige beestjes die je best gerust laat en laat wegtrekken.
Toen we onze nike's buiten de tent zetten om te verluchten moesten we ze wel terug binnennemen bij het slapengaan, anders zou de stank hyena's aantrekken. Ook was de tent verplicht te sluiten : stel u voor dat er een buffel zijn kopken komt binnensteken …

Medisch hoekje:
Pol : sluitspier werkt niet meer
Martin : idem

 

Lake Manyara

Het is zondag 14 februari, valentijnsdag. Ik had voor de reis met Kim afgesproken om aan mama een 3D-animatiekaart van het internet te halen en via e-mail te versturen: gelukt. Die dag bellen we voor de eerst keer naar het thuisfront (s'avonds laat in Moshi).
Maar eer we in Moshi geraken, moeten we eerst een halve dag/avond lang rijden langs dezelfde wegen als de heenreis, over 200 km, onverhard en met putten bezaaid. Onderweg stoppen we aan de bar van een lodge, gelegen op een helling met een prachtig uitzicht op het Manyara meer (foto rechts) in de diepte. Het is een ondiep, roze meer omringd door een soort regenwoud waarin ook gamedrives georganizeerd worden. Maar in de plaats daarvan drinken we enkele koele biertjes en nemen we een duik in het zwembad. Als we uit de zwemkom klimmen verandert de kleur van het water van blauw in roestbruin, allé bij wijze van spreken. Het roodbruine Serengeti-stof is deels achtergebleven. Onderweg kopen we onze eerste kadootjes: afbieden is in Tanzania een verplicht nummer. Ondertussen neemt Bart het vliegtuig in Zaventem richting Kilimanjaro airport.

Pol koopt kadootjes en betaalt met geld, met een t-shirt en met zijn coca-cola pet.
Op de terugweg nabij Ngorongoro, passeren we een omgekantelde jeep die gewoon ter plaatse werd achtergelaten. Herbert inspecteerde de binnenkant en vond een gereedschapsbundeltje met sleutels: hij was gelukkig als een kind met zijn vondst. Waarschijnlijk wat extra geld te verdienen.


 

 

TWEEDE WEEK: KILIMANJARO

 

Vandaag maandag is een welgekomen rustdag in Moshi, de uitvalsbasis voor de klim op de Kilimanjaro. S'morgens wandelen we naar het lokaal reisbureau die zowel de safari als de klim organizeert. We ontmoeten opnieuw Edward, de minzame rechterhand van de baas Mr Male. We geven wat feed-back en recupereren ons geld die we vorige week geleend hebben aan Herbert. De gids en de kok krijgen van hun baas juist genoeg geld mee om de week rond te komen, waarvan ze eten en nafte moeten kopen. Er waren echter wat onvoorziene uitgaven : corrupte politie, dure nafte uit het geheim depot van da zwart negerken met zijn suzukietje.
S'middags nemen we de Dalle Dalle (lokaal vervoer) naar de luchthaven om mijn broer Bart af te halen. We willen hem verrassen met naambordje 'DE PEAPE', incognito met twee donkere zonnebrillen en een baard, maar broere heeft ons reeds herkend vanaf de bagageband. Desalniettemin is het weerzien hartelijk : vanaf nu zijn we met 3 op stap. Van Kilimanjaro airport rijden we terug naar Moshi, installeren ons in het hotel en bereiden ons voor op wat de zwaarste week uit ons leven zou worden. S'avonds nog wat napraten, douchke nemen (met koud water) en slapen onder het muskietennet.

We hebben al heel wat politiecontroles meegemaakt. Dat heeft zo zijn redenen : ten eerste is het een lucratieve job want die gasten vinden altijd iets en dan onderhandelen ze een boete en steken die op zak ; ten tweede, als ze de hoofdweg afzetten houden ze 90% van het verkeer tegen want er is geen andere baan. Zo is't natuurlijk niet moeilijk.

Waren we Bart niet persoonlijk gaan halen op de luchthaven dan hadden we hem waarschijnlijk nooit teruggevonden. Het hotel op onze documentatie van het reisbureau was niet hetzelfde als het hotel waar ze ons werkelijk naartoe gevoerd hadden. De gebruikelijke Afrikaanse mikmak. In zulke landen heb je geluk nodig.

Het Kili-massief bevindt zich in het noordoosten van Tanzania, op 500 km van Dar en net onder de grens met Kenya. Er zijn vijf routes om de Kilimanjaro te beklimmen. We nemen de MARANGU route, die door 90% van alle trekkers genomen wordt. Het is de enige route met redelijk comfortabele hutten telkens op dagafstand wandelen van elkaar.

Dag 1 : Marangu Gate naar Mandara hut (2700 m)
(7 km, 5 uren, 800 m stijgen)

Rond 9h komt de gids ons halen: zijn naam is Balthazar. We rijden naar de startplaats van de klim op 1900 m: Marangu gate. Hij stelt ons voor aan zijn assistant, de kok en aan vier bijkomende dragers : 7 man in totaal dus. Onze rugzakken en al het eten moeten naar boven gedragen worden. Aan elk van onze rugzakken worden nog van alle spullen aangegespt. Het is ongelooflijk wat die dragers op hun hoofd en op hun rug dragen om maar te zwijgen van de 'schoenen' die ze dragen. Sommigen lopen gewoon op zeesletskes terwijl wij de duurste trekkingschoenen dragen. Bart huurt een dagrugzakje, want zijn geel versleten rugzakje is al kapot. We schrijven ons in in het logboek en zien dat een koppel uit Geel een uurtje geleden vertrokken is. Daarmee wordt ook onze poging om de top te bereiken vereeuwigd. Rond 10h30 is het zover : high five en de ontdekkingstocht begint. De dragers vertrekken altijd voor ons, enkel de gids klimt met ons mee. We klimmen van 1900 m naar 2700 m in ongeveer 5 uren, pole pole (langzaam), zoals ons menigmaal benadrukt wordt. Zeer langzaam klimmen is inderdaad de boodschap om ons lichaam gemakkelijker te laten wennen aan de hoogte. We klimmen de hele tijd door het tropisch regenwoud (foto links), vochtig warm, waardoor de kortste dag nog redelijk lastig uitvalt. Het pad is breed en goed begaanbaar maar dat verandert snel in een smal pad, waar de boomwortels de grootste hinderpalen vormen tijdens het stappen. In de namiddag arriveren we aan de Mandara hutten op 2700m. Een hut is een spits, houten omgekeerde V - vorm waar 4 personen op een bedje kunnen slapen (foto rechts).



Dag 2 : Mandara hut naar Horombo hut (3700 m)
(11 km, 7 uren, 1000 m stijgen)

Ontbijt om 7h30 en vertrek om 8h30. Na 1 h klimmen verlaten we het regenwoud en komen in een andere vegetatiezone terecht (foto links): lage struik begroeiing, bekend als afro-alpine landschap. We zien de lobelia-struik/boom (foto rechts) uniek en enkel te vinden op de flanken van de Kilimanjaro. Voor de eerste keer zien we tegelijkertijd de Mawenzi berg (een gebuur van de Kili en 4900 m hoog) en de Kibo Dome (de naam voor de top van de Kilimanjaro, gevormd als een massief granieten rots met eeuwige sneeuw bedekt en waarvan de top Uhuru peak noemt op 5895 m). Tijdens de klim wisselen zon af met opkomende mist en dan terug zon. De wolken verplaatsen zich aan een indrukwekkende snelheid, komen op maar zijn evenvlug weg. De tocht houdt een paar afdalingen in die ons danig uit het klimritme brengen. In de namiddag komen we aan te Horombo op 3700 m, het grootste huttencomplex (120 bedden) van de route omdat zowel de stijgers als de dalers die van de top komen, hier allemaal overnachten. Het weer is stralend en het uitzicht naar beneden toe adembenemend. Een uur later is alles omhuld in een dikke mist. De Kili beslist wat je ziet en wanneer. We zien collega klimmers met de t-shirt : I Climbed the Kilimanjaro. We spreken stoere taal om de twijfels die in onze geest opkomen, gevoed door de wilde verhalen van op zombies gelijkende dalers, te bannen: da onnozel bergske, hij moe nie peizen dat hij ons kan tegenhouden, en meer van dat moois. S'avonds in de refter hoor je alle mogelijke Europese talen aangevuld met Amerikaans. We verbroederen met het koppel uit Geel, met een paar New Yorkers : Peter en Joanna, een schuune moake meine joenge..

Medisch hoekje:
Pol : Imodium gepakt/last van zijn adductoren
Bart : avondeten misvallen, Motilium genomen
Martin : overvallen door de hoogteziekte : maag- en diarreeproblemen /lichte hoofdpijn/ niet geëten/Perdolan geslikt. Voor alle kwalen, één adres.

 

Dag 3: Acclimatisatiedag

We voelen ons na een nachtje slapen redelijk fit en zijn klaar voor een voormiddagwandeling tot boven de 4000 m met Balthazar. Het weer is helder en we kunnen genieten van de vergezichten want vandaag is de druk van de ketel. We klimmen naar een heuveltop en zien de Kibo Dome en in de verte zien we zelfs de Kibo hutten, Mawenzi is heel dichtbij maar verrassend is The Saddle (het Zadel). Het Zadel is een kaal, met stenen bezaaid, woestijnachtige vlakte tussen de Horombo hutten en de Kibo hutten. Het is 10 km breed en alle natuurelementen hebben er vrij spel.
Tijdens onze tocht passeren we Zebra Rock, een zwart en witgestreepte rots en velden met Lobelia's (ofte reuze kruiskruiden). Het lijken net bomen, maar het zijn reusachtige planten, die alleen op de Kilimanjaro groeien.
Het Zadel met besneeuwde kilitop

S'namiddags platte rust, lanterfanten, babbelen met collega trekkers, medicijnen uitdelen, hertebokken, de grootte van de tips bediscuteren, onze strategie voor morgen uitstippelen. Een gespreksonderwerp dat alsmaar aan gewicht wint is de toestand van de stoelgang. Telkens moet de wc-ganger uitgebreid verslag leveren van de kwaliteit van de kak :
- qua kleur : van licht- tot donkerbruin
- qua dikte : hard, consistent, compact, noch mossel noch vis, spetten
- qua textuur : plakkerig, nen slierder
We zijn laat gaan slapen, om halfnegen !

Medisch hoekje:
Pol : hoe hoger hoe beter
Bart : lichte hoofdpijn
Martin : och ja

 

Dag 4 : Horombo Hut naar Kibo Hut (4700 m)
(10 km, 6 uren, 1000 m stijgen)

Om 6h30 wakker, ontbijten en wegwezen. Het wordt een pittig dagje. We lopen eerst via een steil, met stenen bezaaid pad en passeren het laatste waterpunt. Hier vullen de dragers de watercontainers. Ik drink flessenwater, Pol en Bart drinken kraantjeswater gezuiverd met ontsmettingspillen. Gemiddeld drinken we 2 l onderweg. Onze dagrugzak bevat naast water, de apotheek, warme trui, ons geld en papieren.
Na een uurtje klimmen komen we terecht op Het Zadel. We hebben een strakke wind op kop wat het dubbel zwaar maakt. De laatste km is redelijk stijl en vergt veel van ons krachten. De vele rustpauzes zijn welgekomen. Adembenemend (letterlijk en figuurlijk) is het zicht op zowel de Mawenziberg (foto links) als de Kibo Drome (de top van de Kili). We zijn beide toppen 'dicht' genaderd en vanop Het Zadel tonen ze zich van hun beste kant.

In de namiddag komen we aan bij de Kibo hutten (foto rechts), iets primitiever dan de vorige. We slapen in een zaal met 15 stapelbedden ipv in een knus hutje voor ons gedrieën. De New Yorkers slapen in onze zaal evenals een koppel Hollanders, waarvoor Pol zowaar zijn schoonste ABN bovenhaalt. Peter, de New Yorker, beweert dat Pol als twee druppels water gelijkt op de hoofdrolspeler in de film 'The Professional '. De wind is intussen gaan liggen en het wordt zeer koud. We maken een balans op :
- Pol : heeft soms last van duizeligheid en zijn lever doet pijn. Hij beweert dat het afkickverschijnselen zijn want zijne lever smeekt om witbier.
- Bart : het blijft bij lichte hoofdpijn ; de Perdolan en Diamox blijken te werken
- Martin : huilen met de pet op. Ondanks vele Imodiums en Motiliums komen de maagproblemen en de hardnekkige diarree weer opzetten. Een rol WC-papier is reeds een tijdje mijn beste bondgenoot.
De hoogte (4.700m) plus de lastige tocht tegen wind door Het Zadel hebben duidelijk sporen nagelaten.


Balthazar legt bij het avondeten nogmaals de taktiek uit :
- we krijgen twee gidsen mee ; als iemand ziek wordt, vergezelt de gids hem naar beneden, de rest klimt verder ;
- om 23h uit bed, eten en om middernacht de ultieme klim aanvatten in zig-zag (rechtdoor is te steil) ;
- zaklamp verplicht ; tegen zonsopgang moeten we dan normaal gezien toekomen op Gilman's Point op 5680 m. De sterksten klimmen door tot Uhuru Peak op 5895 m.
- Draag alle mogelijke warme kledij in verschillende lagen. Het vriest boven de stenen uit de grond.
- Daarna afdalen in 2 à 3 uur tot Kibo Hut, een uur rusten en verder dalen naar Horombu hut om te arriveren in de late namiddag .
Any questions ? Good luck.

Ondertussen is de temperatuur onder nul gezakt. Die hutten isoleren niet al te goed en al rillend eten we ons avondeten op. Er wordt niet veel gesproken, iedereen is met zijn eigen probleempjes bezig en in gedachten hebben we allemaal al honderd keer de ultieme klim gedaan en geparadeerd boven op Uhuru Peak. Na het eten kruipen we met al onze kleren in de slaapzak maar kunnen ons amper verwarmen. Plots wordt Bart slecht, neemt 2 Perdolans en slaapt in, een goede zet achteraf bekeken. Pol slaapt vast en ik vlieg om het halfuur naar de WC. Op één van mijn tochten naar het toilet, geef ik over.



Dag 5 : Kibo Hut via Uhuru Peak (5 895 m) naar Horombo Hut (3700 m)

Om 00.00 uur beginnen we alle drie aan de slotklim van de Kibo Dome, met als eindpunt Uhuru peak. De nacht is inktzwart en onze mijnwerkerslampjes doen goede dienst. Achteraf zal blijken dat dit de tot nu toe zwaarste dag uit ons leven wordt, een tocht vol ontberingen. Het is bijtend koud, Balthazar neemt de leiding en geeft het tempo aan (pole pole), de tweede gids sluit de rij. De sterrenhemel is fantastisch maar interesseert ons weinig. En nu elk zijn verhaal :

Martin:
Na een uur klimmen ben ik een hoopje ellende en besluit terug te keren. Bart en Pol gaan door met Baltha. Ik daal af samen met Mike, de 2e gids, rust een beetje en voel me plots beter. Ik besluit om terug te stijgen en we sluiten ons aan bij een Japans koppel+gids. Ze klimmen zeer traag en ik kan volgen. Na een uur klimmen zie ik tot mijn opperste verbazing Baltha met Pol afdalen. Ik klim verder maar het Japans koppel gaat geen meter meer vooruit en besluit terug te keren. Ik rust en kan na 5 min met Mike aansluiten bij de NewYorkers. Na een tijdje kan ik hun tempo niet meer volgen en we klimmen alleen verder. Ik voel me ellendiger worden en tot overmaat van ramp krijg ik de zoveelste diarree-aanval. Mijn broek af bij -15° en splatsch. Ik voel alle kracht uit mijn lichaam vloeien en wordt heel slecht : ik ben LEEG. Als Mike zegt dat we de Hans Meier Cave passeren (na 4 u klimmen en op 5400 m hoogte) en we nu halverwege zijn tussen de Kibo hutten en de top, zinkt het allerlaatste greintje moed in mijn schoenen. Nogmaals 4 u klimmen zie ik niet meer zitten. Ondersteund door Mike, strompel ik naar beneden. Mijn droom aan scherven.

Pol:
Pol's verhaal is kort maar dramatisch. Na zo goed als niet ziek te zijn geweest, roken als nen turk en in topvorm, start hij vol goede moed. Nadat ik ben afgehaakt, klimmen Pol, Bart en Baltha verder. Pol wordt echter alsmaar duizeliger en uiteindelijk heeft ook de hoogteziekte hem klein gekregen. Hij kan uiteindelijk geen stap meer voor de andere krijgen en kan niet anders dan met Baltha terug naar beneden gaan. Toeval wil dat ook hij tot net aan de Hans Meier Cave geraakt was. Hij daalt af en we komen elkaar tegen, tot ons beider verwondering. Eenmaal beneden aan de Kibo hut, is de duizeligheid over. Enkel honderden meters dalen is voldoende om de symptomen van de hoogteziekte te overwinnen.

Bart:
start met lichte hoofdpijn als gevolg van zijn plots onwel worden gisterenavond. Eerst val ik weg, dan valt Pol weg en plots is Bart alleen. Ja alleen, want onze 2 gidsen zijn met ons naar beneden. Bart kan zich echter aansluiten bij een andere groep. Na 7 u klimmen arriveert hij aan Gilman's point op 5680 m. Zijn hoofdpijn is zelfs verbeterd. Na een rustpauze van een half uur en na het eten van een powerreep, is Bart klaar voor de ultieme klim naar Uhuru peak. Maar de groep waarmee hij geklommen heeft, besluit om af te dalen naar de Kibo hutten en hun gids is wel verplicht om mee af te dalen. Er is geen andere groep in de omtrek en Bart besluit om het pad verder omhoog alleen te volgen. Het gebrek aan zuurstof verplicht hem vele stops in te lassen en zijn lichaam te laten recupereren. Maar hij volhardt en na 2u klimmen bereikt hij UHURU op 5.895 m, the highest point of Africa. PROFICIAT. De obligate foto's getrokken en dan in sneltempo naar beneden. Om exact 11h45 wachten we hem op bij Kibo hut (foto's links en rechts).

Al deze verhalen verlopen in het holst van de nacht, bij een vriestemperatuur van -15° en met batterijen die door de vrieskou vlug leeg zijn, zodat we geen licht meer hebben. We zijn zo dik gekleed dat we wel Michelin mannetjes lijken : thermisch ondergoed, een aantal t-shirts, bodywarmer, fleece trui, lange onderbroek, lange jeansbroek, winddichte polarvest, handschoenen, wollen muts, buff en sjaal.
We wachten Bart op aan de Kibo hutten en uiteindelijk zien we hem afkomen om kwart voor twaalf, toen nog niet wetend dat hij het gehaald heeft. Maar zijn big smile verraadt hem. Na uitgebreide felicitaties, dalen we rond 13h verder naar beneden voor een tocht van 3 u ½ tot aan de Horombo hutten. Dalen is echt niet te onderschatten en vraagt heel veel van de knie-gewrichten. Onderweg krijgt Bart de fameuze klop van de hamer en kan ons tempo niet bijhouden. Uiteindelijk komen we aan in het Horombo kamp: we zijn in totaal 17 uren op de been geweest. Onze enige zorg: zo vlug mogelijk de slaapzak in.


Dag 6 : Horombo hut naar Marangu Gate

S'anderendaags weet Balthazar ons te vertellen dat 5 van de 30 klimmers gisteren Uhuru peak gehaald hebben en Bart is daar één van. Baltha zegt dat dit een slecht cijfer is en de statistieken naar beneden halen (iedere gids houdt statistieken bij van hoeveel toeristen de top halen die ze begeleiden). Pol en ikzelf voelen ons ondertussen prima, maar onze frustratie van een gemiste kans blijft voorlopig levendig. Ondertussen ben ik in het kamp algemeen gekend als de apoteker van dienst : Peter, de New Yorker neemt Immodium en ik geef al mijn Voltaren aan onze kok die een knieprobleem heeft. Voordien heeft een Bosnisch koppel om Perdolan gesmeekt en ook onze vrienden van Geel zitten aan onze Perdolan voorraad.
Na de middag dalen we verder af en via de Mandara hutten, komen we aan bij ons vertrekpunt: Marangu Gate. Daar ontvangt Bart een officieel diploma voor zijn unieke prestatie en koestert zijn kleinood. Dit is het einde van een geweldige zes-daagse tocht naar het dak van Afrika, een ervaring die we ondanks alle ontberingen, niet hadden willen missen. We geven tips aan de gids, de kok en de dragers (150 $ in totaal). Van daar rijden we met de jeep naar ons hotel in Moshi waar we een feestje bouwen met Baltha, de kok en vier van de dragers. Het (lauwe) bier vloeit rijkelijk. We discuteren over alles en nog wat en beloven Baltha hem een pak met t-shirts, trekkingschoenen en een oud fototoestel te versturen. Als wederdienst belooft hij een trouwfoto te versturen naar ons. Later op de avond krijgen we nog bezoek van de top 3 van het reisbureau : Mr Male, de directeur ; Edward, zijn rechterhand en verder de schoonbroer van Edward die op Kabila gelijkt en corruptie uitstraalt. Hij blijkt trouwens een ex-politieofficier te zijn en dan weet je wel genoeg, de wuste.
Martin legt uit waarom hij de top niet gehaald heeft

De oorzaak van de hoogteziekte is de druk die in de hersenen oploopt door het gebrek aan zuurstof. Dit lijdt tot hoofdpijn, misselijkheid en braken, duiziligheid en soms tot ademnood en coma.
De afgelopen week is waarschijnlijk één van de moeilijkste uit ons leven geweest, maar de prestatie was navenant en de natuur overdonderend. Het contact met andere geestesgenoten uit alle delen van de wereld is plezierig en de Tanzanianen zelf blijven maar lachen en jambo (hello) roepen.
Het avondeten in de hutten werd opgediend in een grote 'refterhut' waar alle koks hun toeristen bedienden met het eten. Het was er soms een gekrioel van jewelste, niet alleen van de mensen maar vooral ook van de muizen. Er waren er zoveel dat je ze meteen gewoon werd.
Tijdens ons feestje in ons hotel en na een paar pinten bier, kwam Baltha los. Tot dan was hij redelijk serieus gebleven. Maar tijdens een van onze discussies over voetbal, vertelde hij ons dat Tanzania in Oeganda gewonnen had in het kader van de Africa Cup. Een big smile verscheen op zijn gezicht, zeker nadat het gesprek veranderde en we over de vrouwen en hun matiti (borsten) begonnen. En toen ik, ook na een paar pinten teveel, een soort swahili begon te spreken was het hek volledig van de dam. Mijn accent was pertans goed …

 

 

--------- _______________________________________________________-------_______ _REISVERHAAL ZANZIBAR

____________________________________________________________________