WERELD > AFRIKA > Namibië_Botswana > Reisverhaal

Reisverhaal Namibië - Oktober 2022

 

FOTOREEKS NAMIBIE

 

 

Oppervlakte Namibië = 27 maal België.
Hoofdstad is Windhoek gelegen op 1.650 m hoogte, op een plateau, knal in 't centrum van het land.
Het land werd pas onafhankelijk in 1990.
1 € = 18 Namibische Dollar en heeft dezelfde waarde als de Afrikaanse Rand.
Namibië heeft een kustlijn van 1.572 km met de Atlantische Oceaan.
Hoogste berg: de Königstein is 2.573 m hoog.
Aantal inwoners: 2,6 miljoen. Dat zijn 3,2 inwoners per km2 of na Mongolië het dunst bevolkte land ter wereld.
Godsdienst: katholiek (90%).
Engels is de officiële taal, maar er wordt veel Afrikaans en soms Duits gesproken.
Een Nederlandse, Duitse en Zuid-Afrikaanse ex-kolonie.
Het land heeft een diverse mix van stammen en bewoners: 90% is zwart of gekleurd, 10% is blank.

Namibië, Land van Ruimte, Zee van Zand
De San of de Bosjesmannen waren de eerste inwoners van het land.
In de 19e eeuw koloniseerden de Nederlanders vanuit Zuid-Afrika het land en stichtten er de hoofdstad Windhoek. Daarna kwamen de Duitsers die de Apartheid invoerden en de lokale inwoners onderwierpen aan de slavernij zonder overlevingskansen. Pas in 2021 erkende Duitsland de volkerenmoord en bood excuses en een som geld aan.
Na WOI werden de Duitsers verjaagd door de Zuid-Afrikanen en werd Namibië een Zuid-Afrikaans mandaatgebied waar de Apartheid werd verder gezet. Tot Namibië in maart 1990 onafhankelijk werd.
Namibië, waar de Atlantische Oceaan overgaat in kustwoestijn en verder overgaat in een hoogvlakte is intrigerend. Je waant je soms op de maan of op Mars, langs eenzame woestijnbanen en tussen gekleurde duinen en immense granieten tafelbergen. En dan zwijgen we nog van de ongekende hoeveelheid wilde dieren.
Het regent er amper en dus is er bijna geen land- of tuinbouw. Het land ontgint diamant en uranium en krijgt jaarlijks bezoek van meer dan 1 miljoen toeristen. Een land waar rassenvermenging ok is. Je ziet kroeshaar, zwarte huid, koffie verkeerd huid, blank, blauwe ogen. Alles door elkaar. Duitse overblijvers uit het koloniale tijdperk hebben zich rustig gemengd met de inheemse bevolking.
Bij de bepaling van de landsgrens met Botswana hebben ze een meetladde genomen en een verticale streep van noord naar zuid getrokken.
Het is ook een land met geestige en Nederlandstalig (Afrikaans) aanvoelende stadsnamen:

Kaalkop
Stilhoek
Walvisbaai
Olifantsbad
Warmbad
Stinkwater
Witwatersberg
Rooibank
Witvlei
Kalkrand
Groendraai
Sukses
Welkom
Vooruit
Mylpaal
Witkop

Dag 1 - Brussel - Windhoek -----Donderdag-20 oktober
Ik wist het want 'k et weer aan mijn flasse. Mijn heupprothese doet opnieuw het alarm afgaan bij de immigratie. Ik wijs voor alle zekerheid naar mijn heup, maar dit is een teken om mij niet te geloven maar in de plaats een grondige fouille te geven.
Na 1 tussenstop (Addis Abeba, Ethiopië) en 3 films verder (waaronder - echt waar - een komische film over de Oost-Duitse Stasi jaren 80), landen we in Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Niet zonder eerst op de vlieger een arrival form in te vullen, een belachelijk lange vragenlijst met onder meer een vraag over hoeveel geld we denken te spenderen tijdens onze vakantie. Plus nog een apart A4'tje over Covid. Bij de paspoortcontrole in Windhoek luchthaven bekijken de immigratieambtenaren amper de ingevulde formulieren ...

Dag 2 - Windhoek -----Vrijdag 21 oktober
De luchthaven van Windhoek ligt temidden niemandsland, op de uitlopers van de Kalahari woestijn. Het is een rustige luchthaven. Er staan amper vliegtuigen geparkeerd. Daardoor stapt iedereen gewoon uit het vliegtuig en loopt de tarmac op naar de ingang van het luchthavengebouw. Na de paspoortcontrole rijden we naar het 44 km verder gelegen Windhoek stad. Onderweg zien we onze eerste antilope.
Alhoewel we ons aan de andere kant van de wereld bevinden, is het exact hetzelfde uur als in België. Geen jetlag deze keer maar gewoon moe van de reis.
Als we Windhoek binnenrijden vallen ons de ommuurde huizen op, zelfs met prikkeldraad. Niet om criminelen buiten te houden maar de apen, zegt onze taxichauffeur. Ik heb daar toch mijn twijfels over. We rijden door straten genoemd naar Mandela, Mugabe, Kabila - die twee laatste niet de meest filantropische kerels behalve voor henzelf.
We komen toe aan onze slaapplaats voor vandaag en de guesthouse madam wacht ons al op. We installeren ons en vanaf ons balkonnetje hebben we zicht op het koningspaleis en op de eerste, prachtige zonsondergang. 's Avonds rezeneren we met de Duitse eigenaars (vader en zoon) van het guesthouse, afstammelingen van de Duitse kolonisten, in het … Afrikaans.

Dag 3 - Windhoek - Sossusvlei----- Zaterdag 22 oktober -----340 km
Na het ontbijt, rond 8u, hebben we de Meet & Greet met de lokale reisagent. Helena legt uit, gesticuleert, drinkt sloten koffie en overhandigt ons alle papierwerk.
Daarna vertrekken we naar het autoverhuurdepot in de wijk Klein Windhoek en halen onze 4 x 4 af: een Ford Ranger, een XL-type waarvan je denkt dat met één trap op het gaspedaal, uw tank voor de helft leeg is. Een huurauto is zowat de enige mogelijkheid om het land te verkennen want het openbaar vervoer is verwaarloosbaar. We starten aan een kilometerstand van 15.800. Maar niet vooraleer een medewerker ons de basics van een 4x4 heeft uitgelegd inclusief hoe een reserveband steken. Daar ontdek ik ook dat mijn Belgisch rijbewijs een vervaldatum heeft.
We starten onze drieweekse reis, een grote lus door Namibië, Botswana en terug naar Windhoek. We verkennen de hoofdstad later, op het einde van de reis.
Eerst en vooral doen we inkopen (voornamelijk water en snacks) in De Spar. Dezelfde Spar als bij ons, met hetzelfde logo en waarvan we ons afvragen of deze winkels, in dit land, nog deel uitmaken van de Colruyt groep.
En nu starten we veur echt. Niet zoals thuis op een drukke snelweg tot aan ons eindpunt, behalve dan de eerste 80 km buiten Windhoek. Maar dan volgen 260 km onverhard rijden, dwars door het landschap. Eindeloze vlaktes en ruige maanlandschappen wisselen elkaar af. We zijn kilometers onderweg met als enige tegenliggers een paar 4 x 4's met toeristen. En ja, ook één wielertoerist-met-koersbroek op een aftandse mountainbike.
Het landschap transformeert van groen naar rood en beige. Voortdurend zien we verkeersborden die ons verwittigen voor het kruisen van rivierbeddingen maar de rivier is verdampt. Het is hier poerdruuge. We omschrijven de streek best met woorden als: woestijn, grassen, okerkleurig, tafelbergen, zon en nergens schaduw, alleen op de wereld.
We rijden door de ruige natuur van het onmetelijke Namib-Naukluft Park. Een spectaculaire woestijn, bar en desolaat waarin abrikoos kleurige duinen verspreid liggen met daartussen droge, harde ondergronden, de fameuze witte kleipannen. Dit zandzee-gebied is even groot als België en zou de oudste woestijn zijn op deze planeet.
Na vijf uur rijden - reken op maximum 60 km/u gemiddeld - komen we aan te Sesriem en slapen deze nacht in een woestijnlodge ten zuiden van de Sossusvlei. Een drager toont ons huisje en in onze hof staat een Oryx, een antiloop waarvan het gewei bestaat uit twee uit zijn kop schietende, rechte hoornen van een meter lang. Hij bekijkt ons een beetje minachtend en loopt dan weg.
Sesriem is niet meer dan een straat met lodges en een naftepomp. Trouwens alle dorpen onderweg - eigenlijk meer nederzettingen - ongeveer om de 50-tal km, langs de grindwegen bestaan uit 10 à 20 huizen. Waarvan leven die mensen, vraag ik me dan af.
We tanken vol want er is ons door Helena op het hart gedrukt om steeds de tank te vullen bij elke pomp die we tegenkomen. Want ze zijn schaars aanwezig in dit land.
Onze lodge biedt een avondbuffet en braai aan onder de sterrenhemel. We eten impala- en oryxsteak.

GPS of WEGENKAART?

Tijdens de Meet & Greet deze ochtend raadde Helena ons ten stelligste af om de GPS te gebruiken.
'Enkel om Windhoek uit te rijden', zegt ze. Ik zeg ja maar denk nee.
Maar uiteindelijk zijn er zo weinig wegen in het land dat Martine me met gemak gidst tot aan de kruispunten waar we de meegekregen wegbeschrijving volgen. De old school-methode met een duidelijke landkaart en met de meegegeven dag-per-dag wegbeschrijving is meer dan voldoende om je weg te vinden. Dus mijn Maps.me GPS App zal weinig werk hebben deze keer.


Dag 4 - Deadvlei en Sossusvlei -----Zondag 23 oktober
Het is 5u als onze wekker afgaat. Want als we de vleien willen beleven op hun mooist, 'zorg dan dat je voor zonsopkomst bij de ingang bent', zegt iedereen ons hier.
We schuiven met tientallen auto's aan, aan de ingang van het park. De bariele is toe en gaat pas open bij zonsopgang, vandaag om 6u10. In colonne rijden we 60 km het duinengebied in naar de parkeerplaats aan het begin van de vleien.
We hebben Malina mee, een Duitse fraulein die afgestudeerd is als journalist en een jaar mag werken bij de nationale Namibische radio omroep. Ze vraagt of ze met ons mag meerijden in het park. Tuurlijk magda.
De zon zien opkomen lukt niet. Dat is enkel weggelegd voor diegenen die in het park logeren. Het reeds aanwezige ochtendlicht geeft de duinen een prachtige rode gloed. Eenmaal op de parking, na een uurtje rijden, brengt een shuttle jeep ons 5 km verder naar het startpunt van de wandeling naar de vleien. Een vlei betekent 'ondiep meer'.
We bezoeken eerst 't schoonste: de Deadvlei of Dodevlei. We beklimmen de hoogste duin, de 'Big Daddy', een oranje zandhoop van 325 m hoog. Het zand is mul dus zak je bij elke stap een beetje weg, de zon geeft kadeil en begint te wegen al is het pas 7u30. We lopen niet tot op de top van de duin. De shuttle chauffeur raadde het ons af vanwege de hitte. Naarmate we verder klimmen, verschijnt beetje bij beetje de Dodevlei. We zien een witte kleipanne met zwartgeblakerde stronken van dode bomen temidden oranjerode duinen, 900 jr. geleden een vruchtbare oase en een ondiep meer, nu een bizar zicht.
Halverwege de duinklim slieren/ stappen/ zwalpen we 150 m steil naar beneden, naar de bodem van de betoverende kleipanne. Volledig blootgesteld aan de zon, lopen we tussen grillig gevormde geraamtes van bomen die dus al 900 jaar dood zijn, uitsteken boven de vlakte met takken als een soort ledematen. De volle zon werpt schaduwen op de witte kleigrond. We worden omringd door oranje-roze duinen die messcherp aftekenen tegen de staalblauwe lucht. We lopen op de vlakte over gespleten, droge en verharde modder. Het gebied is het droogste ecosysteem op onze planeet.
De shuttle brengt ons even verder naar de Sossusvlei, een soortgelijke buur. De zandduinen zijn opnieuw honderden meters hoog. Het is een lastige wandeling in het mulle zand, maar het uitzicht over de vlei is weergaloos. De witte kleipanne is egaal wit zonder dodenstronken deze keer. Ze is afgeboord met (levende) bomen die misschien binnen 1000 jaar zullen versteend zijn? We zijn er gans alleen. De meesten die Deadvlei bezoeken nemen niet de moeite om Sossusvlei te bezoeken, de lanterfanters.
Boven op de duinen zien we niet alleen de vleien maar gans het duinengebied, een zee van zand. De kleuren variëren van roze naar roziger naar oranje.
We shuttelen nog voor de middag terug naar de parkeerplaats. Na 11u wordt de hitte ondraaglijk en tegen 14 u stijgt de temperatuur boven de 40°. Onderweg naar de parking duwen we met zijn allen een 4 x 4 uit het mulle zand. Die had zichzelf vastgereden tot aan de wielassen. Het traject van 5 km tussen parking en vleien is enkel weggelegd voor ervaren 4 x 4 bestuurders. Maar toch zijn er altijd beterweters die met hun eigen auto proberen.
Op de parking zoek ik mijn autosleutels in één van mijn vele zakken en vind ze niet direct. De shuttlechauffeur ziet het en vertelt dat er af en toe een toerist zijn autosleutels verliest bij het naar beneden lopen van de duinrug naar de vloer van de vlei. Ik begin nog meer te zweten. Onverstoord ratelt hij verder dat er dan niets anders op zit dan het autoverhuurbedrijf te contacteren en een sleutel per koerier te laten nabrengen. Dan verlies je wel meteen 2 dagen van je reis. Maar ik vind mijn sleutels terug, ergens diep in mijn broekzak. Het angstzweten stopt.
Het is ondertussen middag geworden, nemen afscheid van Malina en vertrekken naar onze slaapplaats voor deze nacht, een guesthouse ten noorden van Solitaire, 175 km van Sesriem. De onverharde weg loopt deze keer door een steppe, een vlakte met okerkleurige grassen geflankeerd door okerkleurige bergen. Waarschijnlijk groeien diezelfde grassen verder door op de berghellingen. Grote nesten in de bomen waren ons al opgevallen. We denken eerst aan bijen of termieten maar bij een stop zien we plots - nadat ik toeter - tientallen kleine vogels wegvliegen. Het is dus een gemeenschappelijk nest, co-housing voor vogels.
We tanken in Solitaire, een eenzaam dorpje waar niets te zien is buiten een naftestation, een paar huizen en een klein kerkje. Even verder dwarsen we de Steenbokskeerkring, aangeduid door een groot bord.
Ons guesthouse ligt 6 km langs een afslag van de hoofdbaan. Het moet zowat het meest kronkelende, op en neer vuilste baantje geweest zijn die ik ooit bereden heb. Ik moet mijn 4x4 viteize inschakelen want anders redden we het niet. De schrik slaat eventjes toe als we een top over moeten of een dode bocht nemen. We bereiken na een kwartier toch het Namib Valley Guesthouse ergens in het Naukluft NP, in niemandsland maar met een schitterend zicht over de Namib vallei. 't Mag wel na zo'n autorit. We zijn vanavond de enige klanten.
Elise, de manager van het guesthouse, rijdt ons naar het punt voor een zicht op de zonsondergang. Maar eerst passeren we een kokerboom, het nationale symbool van Namibië. Ze weet ons ook te vertellen dat de okerkleur van de grassen het resultaat is van de hevige regens in maart dit jaar. Het was 7 jaar geleden dat het zo geregend had. We arriveren op het zonsondergang punt. Elise heeft haar best gedaan: ze haalt een fles wijn boven plus een schaal met sneukelderij. Maar de natuur blijft echter achter: net nu passeren een paar wolken aan de horizon die de zonsondergang verstoren. Niet getreurd want een uur later biedt diezelfde natuur ons een schitterende sterrenhemel aan.
Ondertussen heeft Elise's kookploeg ons diner bereid. Op het tafelkleed lezen we een paar grappige Afrikaanse levensspreuken.
'Hang jou drome in die wind sodat hulle kan leer vlieg'.
'Vriendskap is nie n groot ding nie, dit is n miljoen klein dingetjies'.
'In ons huis word daar

Gelag
Gehuil
Ge-eet
Gesoen
Gegil
Gesing
Gelief'

Dag 5 - Namib Vallei - Swakopmund---- Maandag 24 oktober----- 220 km
We nemen deze morgen afscheid van sympathieke Elise, bewonderen nogmaals het uitzicht op de Namib vallei en verlaten de wildernis naar het 220 km verder gelegen Swakopmund - Swakop genoemd door de lokalen - Namibië's tweede stad.
In tegenstelling tot de vorige dagen met overwegend kaarsrechte banen, rijden we nu op kronkelende gravel met vrij lange klimmen en afdalingen. Logisch want we passeren de Kuiseb Bergpas met zijn geologische formaties. Iedere 20 km vind je een rivierbedding waar geen druppel water te zien is. We rijden nog steeds in het Namib-Naukluft Nationaal Park en we voelen ons terug alleen op de wereld. Zo om het uur kruisen we een tegenligger.
Eenmaal voorbij de heuvelregio, rijden we opnieuw in de okergele vlakten zoals gisteren, volgens Elise door de overvloedige regen in de lente. Maar het duurt niet lang. Het landschap transformeert naar eerst een bruine vlakte en daarna naar een wit, kaal, biljartvlak maanlandschap. En je moet gefocust rijden want de wegkant lijkt te verdwijnen en op te gaan in het landschap. We rijden tientallen km's in het niets, een eindeloze tocht door de witte zandvlakte van de Namib woestijn. Dit is het soort ritten waar de autotocht indrukwekkender is dan de bestemming.
We naderen de kustlijn en nabij Walvisbaai gaat het gravel over in een perfecte, kaarsrechte tarmacbaan. In Walvisbaai laat ik mijn banden opnieuw oppompen tot 2 bar terwijl we op de onverharde stroken de bandenspanning moeten laten zakken tot 1,8 bar. We kregen daarvoor van het autoverhuurbedrijf een meettoestelletje mee.
Vanuit Walvisbaai is het nog een 30-tal km naar Swakop. Langs de kustweg zien we tal van boorplatformen in de Atlantische Oceaan. Maar als we de andere kant opkijken zien we hoe de Namib woestijn tot aan de kustweg komt en zo de Oceaan 'induikt'. De hoofdweg is afgelijnd met aangeplante palmbomen, mooi symmetrisch langs beide zijden van de baan. Het helpt om het zand tegen te houden.
We komen vannoene aan in Swakopmund, een Duits koloniaal stadje aan de Atlantische kust. Het is Namibië's avontuurstad. Je kan er uit een vliegtuig springen, sandboarden en quad rijden, dingen die we efkes aan ons laten voorbijgaan.
We beslissen om deze namiddag de Welwitschia Drive te rijden, aangeprezen in onze reisgids als maanlandschappen met geërodeerde heuvels en valleien. Dat is een feit op deze 35 km lange graveltocht. Maar dat hebben we deze voormiddag ook al ruimschoots gezien. Je vindt er ook twee oerplanten: korstmossen die zich vastzetten op rotsen en in de verzengende hitte van de Namib woestijn slechts een paar druppels water nodig hebben om ze letterlijk te zien groeien (daarna zijn ze terug goed voor tientallen droogtejaren) en de Welwitschia, een flora curiositeit, een plant met twee lederachtige bladeren maar uiteindelijk openbloeit als een verwelkte slakrop. Ze groeien zo traag dat de eerste bloem pas verschijnt na 20 jaar en een middelgrote plant ongeveer 1.000 jaar oud wordt. Geen van beide fossielplanten hebben we gezien zodat we deze tocht als overbodig catalogeren.
Helena, van de meet & greet van dag 1, had ons automatisch geboekt in het must do restaurant 'The Tug' in Swakop. Voor zulke dingen pruttelen we nooit tegen en zo stappen we vanavond binnen in een op het strand getrokken boot die dienst doet als visrestaurant. We tafelen in de ruimte van de stuurhut met het stuurwiel achter ons. Zit daar toch wel die groep luidruchtige Duitsers die we ook al moesten 'aanhoren' tijdens het buitendiner in onze lodge in Sesriem. Meer dan de helft neemt een vleesgerecht zoals burgers, kipburgers … in een visrestaurant. We maken er ook kennis met een koppel uit Zwijnaarde, de eerste Vlamingen op onze reis.

NAMIB-NAUKLUFT PARK

Met een oppervlakte van anderhalf maal België en zijn beklijvende vergezichten en kleivlaktes is het park een toeristische trekpleister. Het is de oudste woestijn van deze planeet met de hoogste duinen en is hyper droog. Het meeste vocht komt niet van regen maar van mist vanuit de Atlantische Oceaan. De winden van de Oceaan zijn ook verantwoordelijk voor de vorming van de duinen. En hun oranje kleur verkrijgen ze door geoxideerd ijzer in het zand. Het is een desolaat en bar gebied met geërodeerde bergen en dorre eindeloze vlaktes.
De Namib woestijn gaf zijn naam aan Namibië.

 

Dag 6 - Swakopmund -----Dinsdag 25 oktober
Fris aan de vis deze morgen. Niettemin rijden we naar Walvisbaai alwaar alle zee-activiteiten gebundeld zitten bij verschillende concurrerende touroperators in de haven. Onderweg zien we de mensen te voet naar hun werk gaan of met zijn tienen in de laadbak van een pick-up gevoerd worden.
We komen aan op de parking in het deel van de haven toegewezen aan de touroperators.
'I watch your car', zegt de parkingwachter.
'Your car is safe', overtuigt hij ons, terwijl we ons melden bij het catamaran bedrijfje die ons deze voormiddag naar Pelican Point vaart aan het einde van een smalle landtong die ver in de Oceaan steekt.
We ruilen de vaste wal voor een wiegende zee en zoeken een plaats op het dek. We zijn met zijn tienen. Iemand van de bemanning haalt een emmer vis tevoorschijn en onmiddellijk vliegen uit het niets drie pelikanen op het dek èn komt een zeehond uit het water gesprongen. Die beesten veroorzaken lichte paniek aan boord alhoewel ze maar één ding willen: die vis opeten. En een toerist die in de weg staat, krijgt een stamp van een zeehondenlijf of een bete van een pelikaanbek.
Onderweg varen we langs oesterbanken en zien we tal van schepen geankerd in de baai, vissers- en bevoorradingsboten voor de olieplatforms. Ze worden hier onderhouden door de Namibische techniekers die goedkoper zijn dan hun Zuid-Afrikaanse collega's.
We komen aan nabij Pelican Point, een tehuis voor 50.000 zeehonden die voor één grote, zwarte plek vormen op het strand van de landtong, eigenlijk een grote zandbank die elk jaar aangroeit door de winden die het woestijnzand tot hier brengen. Ook de dolfijnen zijn aanwezig die niets liever doen dan meezwemmen met de boot. Ook sommige (surfende) zeehonden volgen ons. Het is wel opletten met die beesten want op een bepaald moment springen die gewoon vanuit de zee op ons dek omdat een bemanningslid terug met een emmer vis showt. En ja, plots vliegen ook de pelikanen onze richting uit. Deze keer is iedereen op zijn hoede. Gedaan met spelen en de visemmer wordt opgeborgen. De zeehond en pelikanen worden verjaagd en wij krijgen een lichte lunch voorgeschoteld met o.a. een fles bubbels en heerlijke, vlezige kadetten van oesters.
We meren aan en rijden terug naar Swakop. Nog altijd kijken we verwonderd toe naar de combinatie oceaan-woestijn. Het creëert een zandstrand-met-duinen van 100 km breed.
We nemen deze namiddag een half dagje verlof om het stadje te verkennen. Swakop is zeer Duits. 90% van de zaken en de horeca hebben Duitse namen of opschriften gaande van Anton's Weinstube over Apotheke naar Bierfest. Er wordt door de blanke afstammelingen van de kolonisten nog altijd Duits gesprochen zoals ook door het eigenaarskoppel van onze guesthouse. Het blijft me verbazen dat de Namibiërs dit nog kunnen verdragen. Meestal blijven de Duitsers vier jaar als ze ergens komen, maar hier al meer dan een eeuw en dat ondanks de massaslachtingen onder hun koloniaal bewind tussen 1904 en 1908. En dan komen nog eens elk jaar honderden Duitse toeristen terug waarvan sommigen denken dat ze in eigen land vertoeven, de nieweirds.
Het is hier minstens 10° kouder dan in het binnenland. Het heeft iets te zien met de straalstroom die vanuit de Zuidpool koud water aanvoert. We wandelen verder door de paar centrumstraten, zien de Duitse architectuur, kopen een paar cadeaus en belanden plots op een marktje van de inheemse Himba stam die allerlei houten kunstwerkjes aanbiedt. De vrouwen zijn halfnaakt met hun blote (hang)borsten. Hun haar is bijzonder opgedaan: ik kan het niet echt omschrijven. We moeten hen teleurstellen want we hebben zonet aan een straathoekverkoper een paar noten gekocht. Ja noten, enkel in Namibië te verkrijgen, in een zeer harde schelp waarop lokale kunstenaars jouw naam en wilde dieren in kerven met een stanley mes.
We lopen verder richting strand waar we een nieuwe en moderne bebouwing bezoeken. Aan een visrestaurant lezen we een flauwe woordspeling:
'I am on a seafood diet,
When I see food, I eat it.'
We kiezen echter voor de zeteltjes van een steakrestaurant waar we de avond inzetten met een cocktail gefolgd von ein filet rindersteak mit zwiebelringe und pommes-frites. Na gisterenavond een fles Zuid-Afrikaanse wijn binnengebiebeld te hebben, houden we het vanavond bij een glas.

Dag 7 - Swakopmund - Damaraland - Outjo -----Woensdag 26 oktober -----450 km
Vandaag, zegt de wegbeschrijving, hebben we de langste rit van deze vakantie voor de boeg: 450 km. Dus we vertrekken op tijd. We rijden nog een deel langs de kustlijn noordwaarts. Als we links kijken richting Oceaan dan zien we een bewolkte hemel; kijken we rechts in de woestijn dan zien we een blauwe hemel. Dit maakt dat Swakopmund bijna altijd een bewolkte hemel toont die oplost in de late namiddag. De trek van de wolken.
Na 60 km kustbaan draaien we rechtsaf recht de woestijn in en de hitte tegemoet. We rijden 100 km door het zand maar zien dat de wegenwerken het zand zullen ruilen voor een tarmacbaan in de nabije toekomst. De arbeiders dragen een soort alles bedekkende boerka tegen de zon en het stof. En wij rijden parallel met de nieuwe tarmacbaan. Plaats genoeg.
We passeren Uis waar we op aanraden van onze gastvrouw in Swakop, een koffie met worteltaart verorberen in de Cactus Coffee Bar. Ik denk dat dit het enige cafeetje is in dit piepkleine plaatsje.
Nabij Uis ontginnen ze halfedelstenen waarvan we gisteren een zakje gekocht hebben. En we hebben het geweten want leurders doen de wagen stoppen door gewoon midden op de weg te staan en smeken om je ruit te openen. Zeggen dat je al stenen hebt gekocht, helpt niet want dan beginnen ze over de honger die hun kinderen lijden en werken zo op uw gemoed. Uiteindelijk kopen we toch nog drie stenen.
Vanaf Uis verandert de streek drastisch: van een platte zand- naar een steen- en heuvelwoestijn. We rijden door Damaraland, land van de Himba stam, dezelfde stamleden op het marktje gisteren. De onverharde weg wordt nog een beetje onverharderder, de zandvlakte wordt ingeruild voor geërodeerde heuvels - echt van die afgesleten rotsformaties - verspreid in het landschap. Ook de okergele donsachtige grassen zijn terug. Het heeft hier ook geregend in maart, denk ik dan.
De enige aaneengesloten bergketen, die we al zagen opdoemen vanuit de zandwoestijn, is Brandberg en huisvest Namibië's hoogste berg, de Königstein met 2.573 m. Het is een berg met paarse schijn en die afsteekt tegen de azuurblauwe lucht en het okergele landschap errond.
We zien langs de weg talloze Himba vrouwen, traditioneel gekleed in felle kleuren voor zover ze niet halfnaakt zijn, wenkend met de handen om te stoppen en hun zeer primitieve 'winkeltjes' te bezoeken. En niet éénmaal maar verspreid over tientallen km langs de droge, stoffige wegen. Het zijn nomaden die leven van hun vee en van hun kunstwerkjes aftandse kraamkes.
We kronkelen verder door Damaraland met zijn vreemde bergformaties, nog alleener op de wereld. We zien ezelskarren als vervoermiddel, ruwe wegen vol ribbels die maken dat alles in uw lijf op de juiste plaats geschud wordt. Het meest geziene verkeersbord in 't land is de verwittiging dat je een rivierbedding kruist … zonder echter ook maar een druppel rivierwater te zien.
We bezoeken onderweg Burnt Mountain of Verbrande Berg, een donkerrode granieten kam die uit de grond steekt waarvan je inderdaad denkt dat die in brand staat. Het contrast met de okergele heuvels langs de overkant van de baan is frappant.
Bij het volgende natuurfenomeen moeten we stoppen aan een soort ingangshek. Komt daar een parkwachter - denk ik - afgesloft. We openen onze ruit en de man bekijkt eerst de inhoud van de auto, vraagt dan van waar we komen, denkt even na en zegt dat we 500 N$ dienen te betalen (omgerekend 30€). We zijn een brokke verrast en voelen dat er iets niet klopt. We bedanken voor de service en maken rechtsomkeer terug naar de hoofdbaan.
We verlaten na 300 km Damaraland met zijn unieke landschappen. We komen terug op de verharde weg in het plaatsje Khorixas. Het voelt aan als terugkeren in de bewoonde wereld. Het laatste traject is een kaarsrechte verharde weg van 110 km. Het landschap wijzigt nogmaals, opnieuw in een steppe met dezelfde okergele, donzige grassen niet hoger dan 20 cm. De baan is afgeboord met talloze termietenheuvels met bovenin een gat, in de vorm van zandkleurige fallussen van 2 m hoog, bewoond door erectie-termieten en beschermd door langpijphazen in de nabijheid.
Laat in de namiddag komen we aan in Outjo, een slaapstadje en uitvalsbasis voor het Etosha safaripark. We zijn een beetje deuzig van de lange autodag.
In onze lodge verwittigen de medewerkers ons om 's avonds liefst niet te veel buiten te wandelen. Op sommige dagen krijgt het domein bezoek van een agressieve en giftige slangensoort. Slik.

Dag 8 - Outjo - Etosha Safaripark -----Donderdag 27 oktober -----120 km
We rijden deze ochtend anderhalf uur naar het Etosha wildpark met onderweg het vlot uitspreekbare Ondundozonananandana gebergte. Niks speciaals ware het niet van de aparte naam. We moeten ons registreren aan de Anderson Gate, de toegangspoort tot het park, en 17 km verder betalen in het Visitor Centre.
We gaan 2 dagen op safari! Het is 25 jaar geleden dat we het Krugerpark doorkruisten in Zuid-Afrika en nu zitten we terug in de regio. We zetten onze zintuigen op scherp en houden de camera gereed, getieketekt om de Big Five - 1 (de buffel vind je hier niet) te vinden.
We hebben van het reisbureau een plattegrond meegekregen en met de hulp van Lonely Planet stippelen we een tweedaags parcours uit langs de zoutvlakte, de drinkplaatsen en de uitkijkpunten.
Vijf minuten nadat we de Anderson poort door rijden, zien we al een giraffe knabbelen aan de kruin van een boom. Maar de volgende uren zijn een lichte tegenvaller. We zien steeds dezelfde soorten: kuddes zebra's en impala's, wildebeest, één verloren gelopen dik-dik (kleinste antiloop) en één neushoorn in de verte. Gruisdikke lopen de Big Five hier ergens wel rond, maar we zien ze niet. Vooral de zebra's zijn vrij brutaal. Ze vormen een zebrapad en steken zomaar de weg over. Ze staan blijkbaar op hun strepen.
In de namiddag komen we aan te Halili, zo'n typische safarilodge binnen het park waar we zullen overnachten. We zitten nu in het heetste van de dag en nemen een siësta. Maar ook de dieren schuilen dan in de savanne. Het savannelandschap wisselt tussen eindeloze vlaktes met (echt waar) okergele grassen waar je km's ver kunt inkijken en een bomen-met-struiken vegetatie waar je geen 50 m kunt doorkijken.
Na de siësta duiken we het zwembad in. Om ons te verfrissen maar ook een beetje om ons te verschonen want gans het park is zonder water gevallen wegens een gesprongen buisleiding. Dus geen douche, geen toilet doorspoelen, geen tanden poetsen, nietenduvel.
De zon gaat onder en dat is het sein om ons naar een verlichte drinkplaats te begeven aan de rand van het domein van onze lodge. De rood-purper gloed van de zonsondergang glimt nog na als de eerste bezoekers eraan komen en van het water slurpen: hyena's en neushoorns. Een half uur later komt de cavalerie op de proppen. Een kudde olifanten - ik tel er negentien - wandelt uit de bushes tot aan de plas. Waar de anderen langs de kant voorzichtig van het water drinken, lopen de olifanten met hun jongen er los twissendeure. Hun slurfen zuigen het water op en de jongen zitten tot half hun lijf in het water. Ze lopen met zijn allen na een tijdje, traag maar gestaag, terug het struikgewas in. Ze lijken te wachten op elkaar totdat de kudde compleet is. Maar dan plots een uur geen wilde bezoekers meer en rond tien uur geven we het op. Onze reisgids meldt nochtans letterlijk:
'En ze komen niet per twee uit de savanne maar per honderden naar de waterputten'.
Spijtig genoeg was dat niet vandaag, de 27e oktober 2022.


ETOSHA WILDPARK

Etosha Nationaal Park is een wildpark en beslaat 22.000 km2 of anderhalve maal Vlaanderen. Het unieke van Etosha zijn de waterplaatsen. Het wild komt hier vanuit de savanne 'toegestroomd' om te drinken, voornamelijk in de droge periode van juni t/m november. Je hoeft enkel te parkeren langs de drinkplaatsen en het wild komt zelf naar u toe in plaats van omgekeerd.
Etosha, letterlijk 'grote witte plek', is eigenlijk een uitgestrekte zoutpanne, een immense en oogverblindende vlakke zoutwoestijn, wit en spookachtig. Initieel een groot meer maar eeuwen geleden uitgedroogd. Tijdens de weinige regendagen per jaar komt het plein onder water te staan. Rond de zoutpanne ligt de savanne en daar verschuilen zich de wilde dieren.


Dag 9 - Etosha Wildpark -----Vrijdag 28 oktober
De gesprongen waterleiding is nog altijd niet gerepareerd. Ochgiere de kuisploeg die straks de toiletten zal moeten schoonmaken in al die huisjes. Maar ook wij stinken een beetje als we vertrekken voor safaridag 2.
Eerst rijden we naar het nabijgelegen Etosha Lookout punt, een km ver in de zoutpanne en de enige plek waar je met de auto eventjes op de zoutvlakte mag. We staan rondom in een witheid, een bizar zicht. Je mag er niet in rijden en er is geen leven. De zoutpanne is net iets kleiner dan deze in Uyuni, Bolivië (De Wereld Rond, blz. 316).
We rijden terug naar de gravelweg en gaan op zoek naar wilde biesten in de savanne. We hebben vandaag iets meer geluk dan gisteren. We zien de gebruikelijke kudden zebra's met hun vrienden het wildebeest. Horden impala's zijn ook steeds van de partij. Je ziet ze overal in groten getale. Ik denk dat ze kweken als konijnen. We ontdekken ook - mede geholpen door een hoofdstuk met foto's over 'wildlife' in onze reisgids - hartebeest, springbok, giraffen en een eenzame olifant. Van die twee laatste hebben we niet direct een foto ter herkenning nodig. In de verte stuift een groep impala's verschrikt weg maar het is te veraf om te zien wie de jager is.
Maar leeuwen of luipaarden, om de Big Five compleet te maken, vinden we niet. We zien gewoon het standaard assortiment aan wilde dieren. We blijven enigszins achter met een gevoel van lichte teleurstelling. Maar er komen nog een paar kansen aan de volgende dagen.
Het is inmiddels namiddag als we het park uitrijden langs de Von Lindequist poort. Enkele km verder komen we aan in een boerderijlodge, onze slaapplaats voor vannacht. We zijn de enige klanten, zegt een sloffende, zonder enige haast aangewandelde zwarte dame.
We maken onmiddellijk gebruik van de douche om ons lijf na drie dagen op te frissen. Ik verzeker u, na temperaturen die overdag weinig onder de 35° komen, is het nodig.
En dan breekt tegen de avond een onweer los zoals dat enkel in Afrika gebeurt: gedonder, gekletter, geweerlicht en bakken regen. De lokalen zullen zeer tevreden zijn en de beesten ook.
Het wordt opnieuw een prachtige zonsondergang.

Dag 10 - Etosha - Grootfontein - Bosjesmannen -----Zaterdag 29 oktober -----210 km
Bij het ontbijt komen de eigenaars van de lodge, Mr. en Mevr. Sachsenheim, ons gedag zeggen. Ze ratelen maar door in het Afrikaans en wij maar ja antwoorden of gewoon knikken. Als ze wat trager praten, begrijpen we de helft. Ze wensen ons een 'foorspoedige reis en feilig foor je pad nie'.
Via Grootfontein rijden we nog efkes verhard om daarna een grindbaan in te slaan, dwars door de savanne naar een kamp van de Bosjesmannen, het Fiume Bush Camp. We zien om de haverklap mensen langs de weg kamperen, wandelen, wachten en rondkijken maar vooral tekens doen om te stoppen. Deze mensen wonen langs of in een dorpje dicht bij de weg en lopen maar wat rond of worden opgehaald door een pick-up naar het werk.
We rijden tientallen km's de bush in en het lijkt alsof we de beschaving km per km achter ons laten. Eindelijk zien we het groot plaatsnaambord van het kamp. We moeten linksaf en het is nog 3 km rijden op een - je kan het moeilijk een baan noemen - single track door het mulle zand nog dieper de bush in. Ik draai de knop naar de 4 x 4 stand en moet volle gas geven om te kunnen blijven rijden, eerder slingeren, door het zand.
We komen, zonder vast te zitten, aan bij het kampement. Het blijkt nog niet een Bosjesmannen dorp te zijn maar een soort verwelkomingssite, met een centrale plaats en 6 hutten, waar we zullen slapen. Het voorspel dus.
Een Bosjesvrouw verwelkomt ons en legt uit dat we hier eten, drinken, relaxen en slapen. De site ligt mooi gepositioneerd op een Kalahariduin en we hebben vanop ons 'terras' zicht op een kleine open vlakte. De hutten hebben een annex badkamer. Er is geen wifi noch telefoonontvangst. Na een drukke eerste week, zijn we van plan om 2 dagjes lekker te relaxen. Niet onder een palmboom op een strand maar ergens kweeniewaar in de Kalahari woestijn. En in plaats van autolawaai of burenlawaai krijgen we hier absolute stilte. Allé, als we de vogelgeluiden niet in acht nemen. Het Bosjesvrouwtje vertelt verder wat de activiteiten zullen zijn in het verder gelegen 'echte' Bosjesmannen dorp.
We ontmoeten Mr. Griessmann, de eigenaar van dit kamp, en net als deze morgen een Duitser wiens voorouders naar hier emigreerden. Hij is eergisteren vader geworden van een meisje. Ook hij begint in het Afrikaans maar we schakelen al rap over naar het Engels. Elk jaar vliegt hij met zijn Poolse vrouw naar Europa en verblijft er twee maanden.
'Otherwise my wife will leave me', voegt hij er schamper aan toe.
's Avonds, na alweer een prachtige zonsondergang, eten we een typische Namibische maaltijd bij het kampvuur. Na het eten babbelen we nog even door met de diensters van het kamp. We vragen hen uit over hun job en dat is een hard leven. Net als in de lodge van gisteren is hun baas een blanke nazaat van Duitse emigranten begin 20e eeuw. Als we hen vragen of de baas hen vriendelijk behandelt, kijken ze veelbetekend naar elkaar. Ze zijn allemaal single maar toch hebben ze kinderen. Met de vader is er nauwelijks contact en de kinderen worden bij de grootmoeder opgevoed. Wij kijken daar van op maar is zeer gebruikelijk in hun cultuur. Ze komen uit alle windstreken van het land 'because they grab every jobopportunity'. Ze krijgen inwoon maar niet de kost. Met hun salaris komen ze net rond. Enkel tijdens het laagseizoen mogen ze terugkeren naar de familie in hun thuisstad, typisch in de maand december. Ze blijven dus 11 maanden in de lodge waar ze het domein en de toeristen onderhouden/entertainen.

Dag 11 - Bosjesmannen----- Zondag 30 oktober
Een wekker is niet nodig. Rond 6u word je gewekt door een symfonie of eerder een kakafonie van vogeldeuntjes.
Vandaag kijken we uit naar de ontmoeting met de Bosjesmannen. We wandelen naar hun nabijgelegen grashutten dorp. Daar wacht ons een traditioneel geklede familie op, eerder een ontklede familie. De vrouwen zijn halfnaakt terwijl de mannen enkel een schaamlap-tanga dragen.
Maar de eerlijkheid gebiedt ons om een juist beeld te schetsen van hoe dit volk in de moderne tijd voortleeft. Zij wonen elders in de buurt en komen tijdens het toeristenseizoen naar 'hun werk', waar een dorp is nagemaakt en zij de gebruiken van hun voorouders voortonen en in ere willen houden. Zijzelf wonen in stenen huisjes waar de traditionele jagerskleding is ingeruild voor een jeans, T-shirt, rok en beha.
Maar voor de toeristen trekken ze nog eens hun traditionele spullen van lappen en doeken aan en nemen ze ons mee in de bush. Een opa, zelf in zijn jongde een jager en medicijnman van zijn stam, en Ronny, een vertaler van hun kliktaal naar het Engels, wandelen met ons de bosjes in. De halfnaakte vrouwen met baby op de rug volgen. Ze leren ons eerst een woord in de kliktaal aan: kadja, wat 'OK' betekent. De klik met de tong en/of de huig gaat ons niet echt af.
We wandelen de ganse voormiddag door de savanne en stoppen waar de opa - in kliktaal - zijn uitleg doet. Ronny vertaalt. Met trots en met veel gebaren- en lichaamstaal vertelt de opa over het verzamelen van voedsel, het vinden van drinkwater of over de medische werking van struiken en planten. De Afrikaanse savanne is hun natuurlijke supermarkt en apotheek. Struiken worden gebruikt als medicijn tegen hoofdpijn, maar ook als naaigaren of als gif voor de jachtpijlen. Dus je kiest best de juiste struik uit als je hoofdpijn hebt.
Een greep uit hun verhalen:

- Onder een bepaalde struik liggen cocons en daarin leven larven. De larven worden geplet en gemengd met water. Het sopje dient als vergif waarin ze hun pijlen doppen. Zo heeft de opa een oogafwijking omdat hij bij een van zijn jachttochten destijds, wat gif in zijn oog gewaaid kreeg. Ik geef hem mijn bril maar behalve algemene hilariteit is het toch geen oplossing voor zijn probleem.
- Ze herkennen alle struiken met eetbare vruchten. Maar ook vogels en kleine dieren eten diezelfde bezen. Dus spannen ze valstrikken, zo gebouwd dat het dier zichzelf ophangt. Ze nemen een jonge tak, buigen die tot net boven de grond en maken die 'vast' aan stokjes waar een koordje een lus vormt. De beze wordt in het midden van de val gelegd, het dier probeert het te eten, botst tegen de tak en de tak zwiept omhoog. De lus in de koord stropt toe en het dier verhangt zich. Spectaculair als ze dat voortonen met een stokje.
- We zien grote holen in de grond, schuilplaats voor vossen en aardvarkens. De gang gaat meters ver en diep in de grond en eindigt in een ondergrondse kamer waarin je kan rechtstaan! Allemaal uitgegraven door die beesten. Ze zien aan de sporen welke dieren in het hol zitten.
Nu, de meest moedige onder de jagers kroop in het hol tot in de kamer, doodde de aanwezige dieren en kroop er terug uit. Als ze pech hadden, zaten er ook slangen en werden ze gebeten. Dan bonden ze hun arm of been af, sneden ze in hun vel en lieten het gif wegvloeien met het bloed. Als ze terug in hun kamp kwamen, namen ze andere natuurlijke medicijnen om verder te genezen.
- De Bosjesmannen hadden geen water noch waterputten. Ze dronken vocht uit een bepaalde boom en ook uit de knollen van bepaalde planten. Hij toont ons, ocharme, een klein groen takje die amper 20 cm boven de grond uitsteekt. En dan begint hij met zijn handen te graven in het zand. 30 cm diep komt een grote knol tevoorschijn waarvan je onmogelijk zou gedacht hebben dat dit aan zo'n dun takje zou hangen. De knol bevat water. Een volgroeide knol is groter dan de grootste pompoenen.
- Zelfde scenario bij een ander onschuldig, klein struikje. Hij begint in het zand te scharten en haalt een bushpatat boven die aan de wortel van dat onbenullig takje hangt. Kan je rauw of gekookt eten. We proeven zuu nen taut maar hij is nogal vezelachtig.
Bij een andere struik graven ze de wortel bloot, snijden ze een stuk af en laten ons ruiken. Onmiddellijk herkennen we de straffe geur van Algipan, ons geneesmiddel tegen stramme spieren. Ook zij smeren een aftreksel op hun lichaam tegen spierpijnen.
- Ze tonen een struik. Ze koken er de wortels van en enkel de vrouwen drinken het sapje op. Het dient als anticonceptiemiddel. Het drankje, zegt Ronny, 'stops everything inside the body'.
- Omgekeerd snijden ze de takken van een bepaalde struik in stukjes, maken een wit sapje en enkel de mannen drinken het om de potentie te verhogen. De vrouwen die ons meevolgen knikken bevestigend en giechelen. Ze noemen het de viagra struik.
- Van de bladeren van een bepaalde struik trekken ze thee waardoor je uw lichaam zuivert. En opa toont ons voor wat 'zuiveren' betekent: hij wijst met zijn vinger naar de mond en doet alsof hij overgeeft (met geluid en al) en dan wijst hij naar zijn poep en doet alsof hij kakt (met geluid en al). Je ziet en hoort dat het geen gewone kak is maar echt de schijterij.
- En dan volgen nog oplossingen tegen muggen, hoofdpijn, ogen en hoesten. Vooral dat laatste was belangrijk want hoesten tijdens de jacht joeg de beesten weg. De meeste aftreksels of sapjes kwamen van de wortels van struiken of bomen en werden ofwel gedronken of via een snee in de bloedstroom gebracht.

Ik stel me dan altijd de vraag wie dit voor het eerst ontdekt heeft. Er moeten toch eerst veel doden gevallen zijn om te weten hoe dit allemaal werkt?
De hik van één van de Bosjesvrouwen die ons volgen, houdt maar niet op. Daar hebben ze blijkbaar geen trucje voor, tenzij Martine's trucje. Martine toont voor hoe je gebogen, omgekeerd van een fles water drinkt. De vrouw doet het na veel gelach en ongeloof na maar de hik is wel weg. Algemene verwondering van de Bosjesmannen voor een blanke. Dat moet lang geleden geweest zijn.
Opa's lichaam staat vol littekens van insnijdingen en beten. Hij is nog een in leven zijnde jager van vroeger. Hij kent zijn leeftijd niet. Hij weet enkel in welk seizoen hij is geboren. Destijds waren die stammen ongeletterd en kende niemand een geboortejaar. Maar aan het aantal rumpels in zijn wezen te zien, heeft de man een gezegende leeftijd.
Ook de vrouwen van de stam hadden vroeger een taak. Zij verzamelden alle eetbare bessen en knollen. De mannen jaagden op klein en groot wild en waren soms dagen onderweg en legden grote afstanden af. Als de jager een dier gedood had, werd hij als een held onthaald. De stam verhuisde dan naar de plaats van het kadaver en begon het vlees te prepareren voor bewaring. Aan een eland konden ze een maand eten, aan een giraffe drie maanden.
Voor alle duidelijkheid: wat hierboven beschreven staat gebeurt niet meer de dag van vandaag. Die mensen willen enkel hun tradities in ere houden en tonen hoe ze destijds konden overleven. Da's krak hetzelfde mocht je ooit een Maori en Zoeloe optreden meemaken ('De Wereld Rond', resp. blz. 234 en blz. 524)
Ronny, de vertaler-gids kon de school niet afmaken omdat hij op een gegeven moment de schoolgelden niet meer kon betalen. Had hij dat wel gekund, zou zijn leven er gans anders hebben uitgezien. Nu blijft hij bij zijn stam, noodgedwongen.
Na deze leerrijke wandeling door de bush, keren we terug naar het huttendorp. Ze leren ons een boog maken. We worden ingeschakeld om de boogstok te scherpen. De pijlen zijn gemaakt van giraffebot. De koord van de vezels van de sanseveria plant. Als de boog klaar is, doen we een wedstrijdje boogschieten en leren ze me de juiste techniek aan. Het pijlgif destijds was zo sterk dat een mens, een springbok of een oryx op slag dood waren. Een giraf of eland leefde nog drie dagen maar in realiteit werden de dieren na de gifpijl afgemaakt met de speer.
We stellen allerlei vragen aan Ronny. Zo krijgen de meisjes na hun eerste maandstonden baby's en de jongens-verwekkers zijn even jong. Er lopen veel kinderen rond en de kleintjes krijgen de borst van elke vrouw, dus niet noodzakelijk van de moeder. Ik denk dat de vrouwen zo'n 30 jaar melk geven want er is altijd wel een baby te voeden.
'Part two is finished', zegt Ronny en hij leidt ons naar een stalletje om de spullen te bekijken die ze verkopen. Martine koopt een kranzeke en ik een pijlenkoker met boog. We moeten vanavond terugkeren voor 'part three'. Dan zien we hen de helende olifantendans rond een kampvuur doen. Een raar spektakel met nogal wat geschreeuw en billen geschud. Op het einde wordt Martine meegesleurd in een soort polonaise. Ik heb mij dan al rap weggestoken in de donkerte.
Moe maar voldaan kruipen we in bed. Het Bosjesmannen optreden is een onvergetelijke dag geworden.


THE GODS MUST BE CRAZY

De Bosjesmannen of het San volk zijn de oudste bewoners van Namibië. Het zijn jagers en verzamelaars. Volgens antropologen zouden alle levende wezens uiteindelijk terug te voeren zijn naar de Bosjesmannen. Je herkent ze aan hun typerend gezicht: hoge jukbeenderen, gelige huid en amandelvormige ogen.
Ze spreken niet, ze klikken. In hun eigen kliktaal heten ze je welkom. De gids leert ons een woord: kadja, wat 'OK' betekent of 'duim omhoog'.
De Bosjesmannen doen me terugdenken aan de film 'The Gods Must Be Crazy' uit 1980 waarbij een inboorling in de woestijn een leeg colaflesje vindt en daarmee de ganse stam met verstomming slaat.


Dag 12 - Grootfontein - Rundu----- Maandag 31 oktober -----260 km
Hebben we nu een platte band of niet, vragen we ons af? We willen deze morgen vertrekken maar zien dat het ene wiel redelijk doorgezakt is maar niet helemaal. Een leegloper? Ik ga hulp vragen aan onze Nederlandse vrienden waarmee we gisteren kennis hebben gemaakt en die vorige week plat waren gereden. Ook een lokale gids wandelt mee. Niemand durft met zekerheid zeggen of het een platte band is maar, zegt de gids: vervangen voor alle zekerheid. Zo gezegd zo gedaan en met een half uurtje vertraging rijden we de lodge uit.
Na de grindweg draaien we een lange verharde weg op met 210 km voor de boeg nog steeds door de droge savanne. Halverwege moeten we stoppen aan een checkpunt van de Red Line. We verwachten ons aan een controle op verse voeding die niet mee mag maar de man bekijkt ons amper en we mogen meteen door rijden.

THE RED LINE

Net onder het Etosha Park loopt The Red Line, een 1.000 km lang en hoog hekken (vergelijkbaar met Australië's Dog Fence - 'De Wereld Rond', blz. 270) dwars door het noorden van het land. Het is een veterinair cordon bedoeld om de runderpest en mond- en klauwzeer ziekte tegen te gaan. Daardoor kan het vee van de ranches ten zuiden van het hek niet vermengd worden met de (wilde) dieren ten noorden ervan. Het hek dateert van 1891 en loopt verder door in Botswana onder het Chobe Nationaal Park.
Vlees uit het noorden mag niet geëxporteerd worden. Daardoor ontstond een tweespalt in de ontwikkeling van het gebied: ten zuiden de (rijke) ranches van blanken tegenover de onderontwikkelde regio ten noorden waar zwarte boeren moeite hebben om te overleven.
De wegen dwarsen de Rooilijn en daar staan controleposten opgesteld waar de politie controleert wat voor etenswaren er meegebracht worden. Rauw vlees, melkproducten en groenten mogen niet mee de 'grens' over en worden geconfisqueerd.

Na de controlepost verandert het landschap. We trekken dieper de bush in. We passeren talloze kleine rieten huttendorpjes, waarin de lokale bevolking woont. Wilde ezels verstoren het rijden want ze metten ulder niet en het vee van de kleine boeren loopt los. Schapen, geiten en koeien grazen langs de baan. Wat we zien langs en op de baan maakt duidelijk dat die rooilijn ook een lijn is tussen rijker en armer.
Het valt ons ook op dat dit naar Namibische normen, een drukke baan is. We zien gemiddeld om de 10 minuten een auto, soms zelfs twee na elkaar.
We komen aan te Rundu en tanken. Een gouden regel in dit land is steeds te tanken aan het eerstvolgende benzinestation want de naftepompen zijn schaars of leeg. Ik laat ook mijn band nakijken in de 'Tyre repair shop' en daar ontdekken ze een nagel(tje) die de band langzaam liet leeglopen. Ze herstellen het euvel en factureren me 100 N$ of omgerekend … 6 €.
We verblijven in Rundu aan de oevers van de Okavango Rivier, die de grens vormt met Angola. We zijn dus een flink stuk opgeschoven naar het noorden. De privé veranda van ons bungalowtje kijkt uit op de rivier waar we Angola aan de overkant zien liggen. Ik zie een visser rechtstaan temidden de rivier, dus die kan niet echt diep zijn. En moest ik nu eens naar de overkant stappen/zwemmen - ik schat het water 50 m breed - en illegaal voet zetten op Angolees grondgebied? Spannend. Ik doe het echter niet.
Spannend is ook de (tamme) lama die ons op onze nest pakt. Hij loopt plots langs ons terrastafel, blijft staan, jaagt ons ondertussen de stuipen op het lijf door zijn verrassende verschijning en vertrekt dan even vlug. Hoort dat dier niet thuis in Zuid-Amerika?

Dag 13 - Rundu - Popa Falls----- Dinsdag 1 november -----220 km
We gaan deze ochtend onze excuses aanbieden bij de geburen omdat op onverklaarbare wijze onze auto in alarm sloeg en begon te tuuten. Dat ging zo heel de nacht door, om de zoveel tijd. Blijkt dat het niet onze auto maar een andere was. En dan nog van Vlamingen die naast ons bungalowtje kamperen. Zij excuseren zich op hun beurt.
We verlaten de Rundu regio, de laatste 'grote' stad vooraleer we de wouden intrekken.
We rijden richting de groene rivieroevers in de Caprivi strook, een horizontale landengte van 500 km lang en 35 km breed die een scheiding vormt tussen Zambia en Angola in het noorden en Botswana in het zuiden. Het is een soort appendix die aan Namibië hangt.
Het landschap is gewijzigd van zand in de kuststreek naar savanne en nu naar loofwouden in de Caprivi strook. Of om het met kleuren te zeggen: van wit naar okergeel naar groen.

DE CAPRIVI STROOK

De Caprivi strip is een soort appendix aan het vasteland van Namibië. 20 jaar geleden was dit vogelvrij land, met een afscheidingsbeweging die oorlog voerde tegen de Namibische overheid. Wetteloosheid, moord en brand waren de gangbare praktijken. Na het vredesverdrag in 2002, kwamen de toeristen mondjesmaat terug. De streek ligt vol safariparken en inheemse dorpjes zowel langs Namibische als langs Botswana kant.
De Duitsers hebben 't weeral eens garrangeerd. In 1890 claimden ze Zanzibar van de Britse collega-kolonisators maar die weigerden - da ziede van hier - en gaven in de plaats een stuk van Botswana aan de Duitsers waardoor ze vanuit Namibië de Zambezi rivier konden bereiken.
En zo kreeg het gekoloniseerde Namibië er een smal stuk land bij tot aan de belangrijke Zambezi rivier. Uiteindelijk was het doel van de Duitsers om een koloniaal gebied te veroveren van het westen (Atlantische Oceaan) via het huidige Tanzania tot het oosten (Indische Oceaan).
Maar dat is niet gelukt. De Britten waren straffer.

We namen gisteren al de B8 autosnelweg naar Rundu, nu rijden we gewoon verder oostwaarts naar Divundu. De kwaliteit van deze autostrade verslecht. Er is veel oplapwerk gebeurd om de tarmacputten dicht te gieten. Mens en dier lopen vrij langs en over de snelweg waar er 120 km/u mag gereden worden. Vooral voor muddens moet je opletten. Deze éénjarige kalvers hebben puberstreken gecombineerd met onvoorspelbaarheid. Ze kunnen zomaar en plots de straat oversteken.
Na 70 km parkeer ik even aan de kant om te checken of de wielvijzen nog vast zitten. Dit is een verplichting en staat in rood afgedrukt op de factuur van de 'Tyre Repair Shop'. Ik kan nog een klein draaiken bij geven.
Na 220 km over een loodrechte weg langs inheemse dorpjes, bereiken we onze eindbestemming Divundu, aan de ingang van het Mahango Wildpark. Onze lodge ligt aan dezelfde rivier als gisteren, die breder is en waar er deze keer geen ander land aan de overzijde ligt.
We rijden tot aan de ingang van het Mahango park en stappen het bezoekersgebouwtje binnen. Een nors kijkende, dikke oma zegt me een soort van goedendag, laat me mijn gegevens invullen en berekent de prijs. Dan volgt nog wat papierwerk uit haar doordrukschriftje-met-carbonpapier: een reçuutje in drie exemplaren. Het duurt 10 minuten vooraleer de administratie geregeld is. Gelukkig staat er niet veel volk aan te schuiven.
We starten een self-drive lus door het park, dat gelegen is naast de Okavango rivier. We zien prachtige bomen in dit park, zoals de apenbroodboom, de baobab en andere loofbomen. Zowat een kwart van al dat moois ligt neergebliksemd op de grond.
We passeren het standaard aanbod van dieren zoals zebra's, impala's, koedoes maar ook buffels en wrattenzwijnen, die scharminkels met hun staart loodrecht omhoog.
En dan zien we één olifant en kijk daar nog drie kolossen en voor we het goed beseffen staan we met onze auto temidden een kudde. We zien ze vanuit de struiken de baan oversteken richting de rivier. Tientallen beesten met hun jongen kijken kwaad in onze richting en wat ons eerst een oh en een ah ontlokte, slaat om in lichte paniek. Ik rij lichtjes achteruit om ze meer plaats te geven maar dan doe ik de olifanten die achter de auto lopen verschieten. We zien ze met hun oren klapperen en al toeterend onze richting uitkomen om dan toch te stoppen en zich te bekommeren om hun jongen. Ik denk dat ze even nerveus zijn als ons. Een moment denken we dat ze de auto gaan aanvallen. Maar we houden ons vooral stil en bang. We hebben echt brute pech om temidden een kudde-met-jongen terecht te komen die de baan wil oversteken en daarbij door een witte kloef van nen auto gehinderd wordt. Na 20 minuten wachten en een paar angsten uitstaan, kunnen we voorbij rijden. We slaken een grote oef.
Na het olifanten debacle is het tijd voor een bootcruise op de rivier, georganiseerd door onze lodge. Een cruise is een modewoord om te zeggen dat ze de rivier op- en afvaren. We varen tot dichtbij een tiental nijlpaarden waarvan enkel hun neus en oortjes boven het water uitsteken. We blijven wachten totdat ze hun muil 180° opentrekken. Een krokodil glijdt van een rots in het water maar het leukst van al zijn de rode vogels die hun nest terugvinden in één van de tientallen gaten gemaakt in de oeverwand. De Popa watervallen die we als laatst aandoen zijn niet meer dan een pieserke van niemendalle, een opeenvolging van stroomversnellingen. Volgens de gids te wijten aan de lage waterstand aan het einde van dit droogseizoen.
We willen vanavond opnieuw proberen foto's door te sturen maar tot nu toe was er ofwel geen wifi ofwel trage wifi. Ook vanavond lukt niets.

Dag 14 - Popa Falls - Kasane/Chobe wildpark -----Woensdag 2 november----- 430 km
We rijden verder door de Caprivi strip, via de 'Trans-Caprivi Golden Highway', nog altijd diezelfde B8 autostrade als de vorige dagen, een simpele tweevaksbaan. Caprivi is de naam van een Duitse regent ten tijde van de kolonisatie. Ziet da van hier, dat de Namibiërs telkens weer willen herinnerd worden aan die kerel, dus heeft de regering de naam gewijzigd in 'Zambezi Region'.
Het landschap blijft groen en vandaag rijden we door het smalste deel van de appendix (35 km smal). Links ligt Zambia, rechts Botswana en wijzelf rijden door het Namibisch Nationaal Park Bwabwata. En we hebben het geweten want ik moet op de rem gaan staan als plots een kudde olifanten vanuit de struiken de snelweg oversteekt. Het levert wel een mooi videootje op.
Zoals de vorige dagen zien we nog steeds vrouwen die tonnetjes vullen met water, dan wandelen met de ton op het hoofd, al dan niet met een baby op de rug of de buik. We moeten de focus houden want 'vrij verkeer van mens en dier' blijft gelden op de Namibische wegen. Ik wil malgré stoppen in zo'n huttendorpje waar in grote letters 'BAR' op een bord aan een hut hangt. Alhoewel het nog voormiddag is, bestellen ze geen koffie en als we een paar curieuze tiesten bier zien slurpen, haasten we ons weg.
We rijden de Zambezi regio helemaal door en het Nationaal Park helemaal uit tot in Katima Mulilo, de meest noordoostelijke stad in Namibië waar je links Zambia inrijdt maar wij rechts nemen en Botswana inrijden. De douaneformaliteiten in Ngoma, het grensstadje, vallen al bij al mee. We lopen wel van loket naar loket maar er is niet veel volk. We moeten niet bewijzen dat we gevaccineerd zijn. Maar we krijgen wel een revolver naar ons hoofd gericht die je temperatuur meet en we moeten van de Botswaanse douane alle schoenen uit de valies halen en de zool in een anti-covid badje doppen.
We rijden verder tot in Kasane. Het stadje is een merkwaardige geografische plek. Het ligt in Botswana kortbij de grens met drie andere landen: Zimbabwe, Zambia en Namibië en is daarmee een vierlandenpunt-stad. Het ligt ook aan de samenvloeiing van de Zambezi en de Chobe rivieren. Het doet veel Afrikaanser en kleurrijker aanvoelen dan in Namibië. We checken in en deze keer kijken we vanop ons terras van de lodge naar Namibië aan de overkant van de Chobe rivier. Het wordt onze specialiteit om kortbij rivier/landsgrenzen te verblijven.
We gaan op verkenning in het stadje. De hoofdbaan is bezaaid met kraamkes, superettes (de 'Spar' is zeer populair), kledingzaken, horeca, koffiebars ('God doesn't pay but you should') en iedereen loopt gewoon op straat. Maar als we eventjes door de zijstraten lopen dan is het toch ne vuile kuile. En door de aan de gang zijnde straatwerken zijn er putten aanwezig in het voetpad. Niets is beveiligd en mocht je 's avonds in die ene put van 1 m diep sukkelen, zijde de kop in. 's Anderendaags in de kranten: 'Belgische toerist overleden door misstap in bouwput'.

 

 

Reisverhaal Botswana - November 2022

 

FOTOREEKS BOTSWANA

 

Oppervlakte Botswana = 19 maal België.
Hoofdstad is Gaborone gelegen op 15 km van de grens met Zuid-Afrika op 1.014 m hoogte.
Het land werd onafhankelijk in 1966, voorheen een Britse kolonie en destijds Beetsjoeanaland genaamd.
1 € = 12 Pula.
Hoogste berg: Otse Hill is 1.491 m hoog.
Aantal inwoners: 2,2 miljoen.
Godsdienst: katholiek (70%).
Engels is de officiële taal.

Botswana was in 1960 nog één van de armste landen ter wereld … tot 1967 wanneer diamant werd ontdekt en ontgonnen. Het is één van de meest democratische landen van Afrika geworden en heeft een robuuste economie dankzij die diamantmijnen die instaan voor een kwart van de wereldaanvoer.
Maar de minerale rijkdom van het land belet niet dat de meerderheid van de bevolking moet leven van veeteelt en landbouw. En van toerisme. De Okavango binnendelta en de Kalahari woestijn zijn de voornaamste trekpleisters naast tal van safariparken. De Kalahari woestijn strekt zich uit over het zuiden en het westen. Door het noordwesten stroomt de Okavango rivier die uitmondt in een reusachtige binnendelta en uiteindelijk verzandt in de Kalahari woestijn. Botswana grenst niet aan de zee maar is omsloten door ander landen. Door het gemis aan zeehavens is het voor zijn handel sterk afhankelijk van Zuid-Afrika.


Dag 15 - Chobe wildpark -----Donderdag 3 november
Kasane is dè uitvalsbasis voor het Chobe wildpark, het bekendste park van het land. In plaats van zelf het park in te rijden boeken we een vroegochtend gamedrive. Om 6u rijden we al door de gate met een groep van 9 man in zo'n typische safariwagen waar de passagiers per drie in trapjes hoger zitten.
Vanaf minuut 5 hebben we al prijs. John, de chauffeur-gids heeft leeuwen gezien. Ze liggen eerst op hun gemak te wezen en gaan dan op de wandel. John anticipeert en rijdt een andere richting uit waar hij verwacht dat ze zullen opduiken. En na een tijdje verschijnen ze inderdaad terug, op 't gemakske. De leeuwen lopen recht in de richting van een bresse impala's en koedoes, hun favoriete maaltijd. We zien de kudde van 20 impala's plots allemaal opkijken in dezelfde richting, een schitterend beeld. Ze ruiken de komst van de leeuwen, staan een twintigtal seconden doodstil met hun muil - eigenlijk best een lief snoetje - gefixeerd op hun vijand om dan even plots weg te vluchten. De leeuwen hebben geen honger want ze trekken er zich niets van aan en wandelen rustig verder.
Gedurende de volgende drie uren speuren we giraffen, steenbokken, baboons (apen) maar spijtig genoeg geen luipaard, anders hadden we alle Big Five beesten gezien.
Op het einde, bij het oprijden van de verharde baan, wijst de gids ons op een mestkever die met een stuk stront de weg oversteekt naar zijn nest. In de stront zal hij zijn eieren leggen … als hij de overtocht over het tarmac overleeft en niet plat gereden wordt.
We bezoeken deze namiddag het Chobe wildpark voor de tweede keer maar vervangen de 4x4 door de boot. We klimmen in een catamaran voor een bootsafari langs de oevers van de Chobe rivier. De rivier is zeer breed en vormt de grens met Namibië. We fotograferen krokodillen, nijlpaarden, allerlei watervogels met o.a. de machtige visarend en grazende buffels. Het park telt 80.000 olifanten en deze morgen en namiddag hebben we er welgeteld 0,0 gezien.
'The elephants are in a meeting', maakt de gids er zich met een kwinkslag vanaf.
Of hoe het wilde leven zich niet laat bevelen. Sanse hoort erbij. En dat hebben we ook en veel. Plots duikt langs de waterlijn een kudde van 15 leeuwen met hun welpen op. Ook onze gids beaamt dat dit zeer uitzonderlijk is. Ze wandelen gezapig het smalle strand af en wij volgen met de boot. De welpjes zijn speels en worden tot de orde geroepen door de leeuwin. De kudde begaapt ons evenveel als wij hen. Dat de olifanten nog maar wat verder vergaderen. Ondertussen zijn we de teleurstelling van Etosha al vergeten door al het dierengeweld van de afgelopen dagen.
Het begint te schemeren en de gids vertelt ons dat impala's en koedoes strepen hebben op de huid die 'reflecteren' en hen daardoor toelaten elkaar 's nachts te volgen.
En natuurlijk ontbreekt de alledaagse zonsondergang niet. Weeral schitterend.


CHOBE WILDPARK

Chobe is het oudste nationale park en grootste wildpark van Botswana en al sinds 1967 een beschermd natuurgebied. Het is 11.700 km2 (Vlaanderen is 13.625 km2) groot en een mozaïek van savanne, grasland en bossen. Het staat bekend om de Big Five te zien maar vooral om zijn grote kuddes olifanten, die - raar maar waar - moeilijk te vinden zijn.
Het aantal olifanten varieert tussen de 80.000 en 100.000. Hoe dan ook, nergens ter wereld leven meer olifanten op zo'n relatief klein stukje grond.


Dag 16 - Victoria Watervallen----- Vrijdag 4 november
Vandaag laten we ons rijden naar één van de 7 wereldwonderen én Werelderfgoed: de Victoria Watervallen (kant Zimbabwe).
Onze chauffeur brengt ons naar de grens met Zimbabwe, nog geen 15 km vanuit Kasane. Het lijkt een kwestie van de rivier oversteken, maar je gaat ook een landsgrens over. In deze contreien vormen de rivieren landsgrenzen. En omdat we aan een vierlanden knooppunt staan, scheiden de Zambezi en de Chobe rivieren Botswana, Namibië, Zambia en Zimbabwe.
Eenmaal de grensformaliteiten achter de rug zijn en het visumgeld ter plaatse in US-dollars betaald (30$ p/p), staat een chauffeur langs de andere kant van de grens ons op te wachten en brengt ons naar de watervallen, door de ontdekker, Sir Livingstone, betiteld als de 'Rook die dondert' omdat je ze van ver hoort en een opspattend watergordijn uit de kloof komt.
Bungee springen doen we niet en ook geen rafting op de Zambezi rivier. Wel volgen we de wandelpaden door de jungle en staren vanaf 16 uitzichtpunten naar de watervallen. Dat alleen is al spectaculair genoeg.

Ik begin graag mijn relaas met een aantal statistieken. Altijd geestig om weten.

------------------------HOOGTE ---BREEDTE--- GEMIDDELD VOL WATER --'De Wereld Rond'
NIAGARA WATERVALLEN-- -51 m -----1.203 m --------2.407 m3/sec---------- Blz. 490
IGUAZU WATERVALLEN ----82 m -----2.700 m --------1.746 m3/sec ----------Blz. 384
VICTORIA WATERVALLEN -107 m----- 1.737 m-------- 1.100 m3/sec

De Zambezi rivier dondert in de Zambezi kloof. Gedurende de piek in het regenseizoen (april-mei) stort de rivier tot 5.000 m3/sec water naar beneden. Dat is het ganse jaarverbruik van de stad New York in 4 dagen, lees ik op de plakkaten.
We starten aan de stalen grensbrug over de Zambezi rivier (grens Zimbabwe-Zambia) waar het doorgaand verkeer moet stoppen als de trein vanuit Kaapstad, Zuid-Afrika, arriveert aan de Vic Falls, vanwege het gewicht. Daarna gaan we alle uitzichtpunten af en laten we dit natuurwonder voor zich spreken.
Langs de overkant - de Zambia kant - zien we mensen in zwembroek in de Devil's Pool stappen, een natuurlijk gevormde, ronde zwemkom tussen de rotsen, werkelijk aan de rand van de waterval. Naast hen dondert het water 95 m dieper de kloof in. Dat moet pas keineig zijn. Na de val van het water stroomt de Zambezi verder en is bekend om zijn kwaliteitsrafting door moeilijke stroomversnellingen.
Wij zijn nu in november aan het einde van het droogseizoen, met het minste water terwijl het grootste debiet in mei komt, nà het regenseizoen. Dit heeft zijn voor- en nadelen. Nu tonen bepaalde delen van de 1,7 km lange kloof maar pieserkes maar de hoofdwatervallen blijven vulle charge gaan. Voordeel is dat je nu de watervallen en ook de overkant van de kloof ziet. In mei is er zoveel water dat een constant watergordijn u kleddernat maakt en het zicht belemmert waardoor je soms noch waterval noch de overkant van de kloof ziet.
Het is al een stuk na de middag als we lunchen in de Lookout Café, zijn naam waardig. Het dek waarop we eten toont een verbluffend uitzicht op de canyons van de Zambezi rivier met de stalen grensbrug in de verte. We zien ook de bungee springers in de canyon duiken, een gedachte die me doet rillen.
Aan het einde van de dag rijden we terug naar Kasane voor de overnachting. Maar eerst passeren we een 1.500 jaar oude, kolossale Baobab boom. Hij lijkt wel zes stammen te hebben die tegelijkertijd uit de grond komen.
We arriveren in Kasane. Omdat de wifi in het CoffeeBuzz - Best Coffee in Town - veel sterker is dan in onze lodge, wordt dit onze uitvalsbasis voor alle internet gerelateerde zaken als daar zijn e-mails, Facebook en WhatsApp. En omdat we al drie keer tereke gingen, voert het de titel van stamcafé.

Dag 17 - Kasane - Gweta -----Zaterdag 5 november----- 410 km
We nemen afscheid van een Nederlands koppel waarmee we in Kasane drie dagen opgetrokken hebben en rijden dan op een kaarsrechte asfaltbaan van Kasane naar Gweta, onze eindbestemming van vandaag. Het bushlandschap is niet al te verschillend van de dagen ervoor. Wel altijd opletten voor loslopend vee van de boeren maar ook van overstekende springbokken en olifanten.
We zien ook dat grote stukken van de bush omgeploegd worden en door de lokale boeren gebruikt voor graanteelt. We passeren dan ook grote graansilo's. En als je een verkeersbord ziet met 'potholes' erop, verwacht je dan aan een totaal versleten asfaltbaan-met-putten waardoor je beter onverhard rijdt langs de ondertussen gecreëerde parallelle zandweg. Misschien de reden van de vele klapbanden en autowrakken langs de kant van de weg.
Martine ziet langs de kant van de weg twee man onder een boom zitten waarvan er plots ene naar de baan loopt. Voor we het beseffen, blijken de mannen in uniform te zijn en passeren we een snelheidscamera. Waarom liep die agent naar de camera? Moest hij nog rap iets aanpassen omdat hij zag dat er een toeristenwagen aankwam? Ik ben echt benieuwd of er een boete zal volgen. Ik denk niet dat ik te rap reed.
We passeren ook in Botswana de Red Line. Dus moeten we stoppen en vers vlees en fruit aangeven. Dat hebben we niet maar toch moeten we onze koffer en koelbox openen voor controle. Daarna rijden we met de auto door een desinfecterend bad, ter bestrijding van mond-en-klauwzeer.
Halverwege de rit, in Nata, tanken we nog eens vol om daarna dwars door een netwerk van zoutvlakten naar Gweta te rijden. Zoutpannen zijn een typisch verschijnsel in de Kalahari woestijn.
10 km voor Gweta vinden we de afslag naar onze lodge. Km's diep in de bush en temidden enorme baobab bomen zullen we slapen in een traditionele, ronde hut nabij de Ntwetwe zoutpanne. We verkennen het domein maar vooral de bar om het stof door te spoelen. Onze meegebrachte universele stekker past niet in de Botswaanse prisen van de hut, dus laden we onze telefoons en iPads op in de bar.
Het is 17u geworden en tijd voor de Baobab Bushwalk met sundowner. De gids start met een litanie over de Baobab boom, schier een half uur aan een stuk. Daarna wandelen we 20 m verder en gaat de uitleg verder over een struik, dan terug een boom, enz. En dat in een soort verbotswaneerd Engels, meestal onverstaanbaar. Maar uit respect probeer je aandachtig te luisteren. We onthouden deze rare dingen:
- We zien diverse molshopen van de Kalahari naakte mol. Dit dier is incestueus wat maakt dat de nieuwgeborenen meestal zwakke creaturen zijn. Ze hebben ondergronds een aparte kamer ingericht als kerkhof waar ze dode zwakkelingen 'begraven'.
- Termieten zijn een speciaal volkje. Er is hiërarchie met werkers, bewakers en de Koningin termiet die per dag tot 1.000 eitjes legt. Er leven miljoenen van die grote mieren in hun 'heuvel', gebouwd door water aan de bodem te mengen met de grond en zo een soort piramide-achtig bouwwerk te metsen tot wel 3 m hoog.
Maar ik verzeker u, het zijn twee lange uren om te aanhoren. Wat een verademing als we na amper 500 m stappen stoelen zien staan met een frigobox. Tijd voor de sundowner, een drankje bij een zonsondergang die alweer een schilderij aan de hemel tevoorschijn tovert met centraal een enorme baobab boom.
's Avonds dineren we in stijl in de lodge totdat Martine snippers zilverpapier vindt in onze champignonsaus. We stoppen met eten en melden het. Zowel de bedienaars als de chef-kok en uiteindelijk ook de lodge manager komen zich verontschuldigen. Maar de honger is over.
En het verderdt: de wifi valt uit. Vroeg in bed dus, onder ons muskietennet.

Dag 18 - Gweta - Maun -----Zondag 6 november----- 220 km
Ook vandaag rijden we nog door het netwerk van zoutvlakten en dwarsen we nog verder het onmogelijk correct uit te spreken Makgadikgadi & Nxai Pans Nationaal Park. We bevinden ons in het noorden van de Kalahari woestijn. We rijden tijdens de autorit niet door plaatsen maar door vlakten van leegte en eindeloosheid.
We zien olifanten, giraffen, antilopen langs de kant van de weg die een kijkje komen nemen naar onze gekke, witte 4x4 die passeert. Maar we zijn ze ondertussen al zo gewoon geworden dat we zelfs niet meer stoppen, hoogstens aanwijzen. Het is ongelofelijk hoe gewoonten zo vlug de overhand nemen.
We planden een bezoek aan het Nxai NP, halverwege tussen start- en aankomstplaats, maar het wordt ons afgeraden omdat met het opkomende regenseizoen de zoutpannen rap in een papje veranderen en onberijdbaar worden.
Wij komen aan te Maun onze eindbestemming. Dit stadje, eigenlijk één langgerekte lintbebouwing zonder een echt centrum, is door zijn ligging aan de ingang van de Okavango delta, redelijk toeristisch.
Wij logeren in een bush cottage, beschilderd met Afrikaanse patronen. Onze slaaphut is opnieuw de typische rondavel met annex douche en wc. Op het domein is ook een weelderige tuin evenals Carol, een barista die een koffiehuisje runt en goede wifi heeft. De eigenaars zijn Nederlanders, jaren geleden begonnen met vrijwilligerswerk en nu hier permanent wonend.

Dag 19 - Okavango delta -----Maandag 7 november
Tony (slik), onze chauffeur vandaag, staat ons al om 7u30 stipt op te wachten om ons tot aan de Okavango delta te brengen. Hij voert ons naar de aanlegsteiger van de mokoro bootjes, een traditionele soort kano gemaakt van een uitgeholde boomstam, maar nu van polyester om boskap te vermijden en dus het milieu te beschermen. Maar om er te geraken, verwittigt hij ons van de staat van de weg:
'Very bumpy, it's no real road, it's the African Massage Highway'.
En inderdaad, in opnieuw zo'n open safariwagen rijdt hij door ne slag, wegel, piste of wat dan ook tot we na een uur aankomen en we onze ingewanden terug op hun plaats duwen en de ruggen stretchen. Vooral Martine begint last te krijgen van de opeenvolging van 19 dagen schokgeweld.
Vanaf hier stoppen de wegen en is de boot het enige vervoermiddel. De stuurman beweegt het boomstambootje voort door zich met een lange stok af te duwen van de bodem van het water. We varen door een web van waterwegen, door lis- en rietvelden en bloeiende waterlelies. Het is relax glijden op het wateroppervlak met niet zo veraf een paar olifanten, zebra's en waterantilopen in het vizier. En uiteraard veel watervogels gaande van de Okavango mus tot de pelikaan en alle kleuren en vormen daartussen.
Na anderhalf uur varen over ondiep water stappen we uit op een opgedoken stuk land, een eiland geworden in het droogseizoen maar straks volledig onder water. De bushwandeling op het eiland stelt niet veel voor, tenzij je valt voor een poel vol brullende hippo's, trouwens een van de agressiefste wilde beesten. Ze zitten zo goed als de volledige dag onder water omdat hun huid niet tegen de zon kan en daar vaar je met je kanootje liefst niet tegen of te dichtbij. Hebt ge die pipo's, ik bedoel hippo's, hun muil al eens zien opentrekken? Daar kunt ge uw bootje in parkeren.
Als we rond de middag terugkeren van de wandeling staat de tafel gedekt onder een boom voor een picknicklunch. De tafeltjes, de stoelen, het eten en Tony werden meegebracht door een tweede mokoro met een vrouw als bootsman. We zien Tony eventjes verdwijnen, 50m verder een gat van een halve meter graven en een ijzeren frame plaatsen met een wc-bril erop. Zo hebben we onze eigen bush-wc en de rol wc-papier ligt op het deksel. Ge doet uw pieske en kakske met een uitzicht. En Martine laat haar wc-rol toch wel in het putje vallen zeker …
We stappen na de lunch in de mokoro en glijden terug naar ons startpunt. Het gebied is zo plat als een sjieke, uitgestrekt en onvoorstelbaar leeg: absolute stilte, geen auto's, geen elektriciteitspalen, geen nederzettingen.
Maar de massa's dieren die we volgens de folderkes zouden moeten zien en in 'allerlei poses kunnen fotograferen' is er niet uitgekomen. Het dierenrijk laat zich niet commanderen.

OKAVANGO vs. KALAHARI

Wat een tegenstelling qua natuur.
De Okavango delta is een ongerept, waterrijk gebied gevormd door de gelijknamige rivier die ergens vanuit de Angolese bergen water aanbrengt en 1.000 km onderweg is naar Botswana. We hebben onderweg in Namibië al twee keer overnacht aan de rivier.
Omdat de streek in Botswana zo plat is als nen cens (minder dan 2 m hoogteverschil) wordt de rivier letterlijk opgeslorpt door het zand van de Kalahari woestijn en bereikt hij nooit de zee. Hij creëert wel een binnenlandse delta vol met vogels, planten en wilde dieren; met ondiepe meertjes en rietvelden, watervlakten en lage eilanden in een gebied zo groot als twee derde van België. Het is de grootste inlandse delta en moerasgebied van Afrika. En ook Werelderfgoed.
De Kalahari woestijn daarentegen is poerdruuge. De oneindige zandvlakte dekt drie kwart van het land maar stopt niet aan de landsgrenzen. De woestijn strekt zich verder uit in Zuid-Afrika, Zambia, Zimbabwe, Namibië en Angola. Het is een aaneengesloten oppervlakte van zand hier en daar onderbroken door zoutpannen.


Dag 20 - Maun - Ghanzi -----Dinsdag 8 november -----295 km
We hebben tijd vandaag want het eerstvolgende doel is terugrijden naar Windhoek via een tussenstop in Ghanzi. De autosnelweg A3 in Botswana ligt er perfect bij. We moeten onderweg wel drie keer stoppen aan checkpoints. Bij de eerste mogen we zo door, bij de tweede moeten we de Red Line oversteken en al onze schoenen uit de valies nemen en doppen in een desinfecterend middel. Met de wagen rijden we dan door een sodasopje. Bij de derde controle vraagt een beleefde politieagent mijn rijbewijs, bekijkt het amper - alsof hij niet kan lezen maar wat aanmoddert - en gebaart dat ik mag doorrijden.
Ghanzi ligt halverwege Maun en de grens met Namibië, een stadje temidden de woestijn en 'Hoofstad van de Kalahari' genoemd. Vergeet de hoofdstad. Ghanzi is niet meer dan een slaapstad voor toeristen om de lange autoreis te breken. Er is niet veel te zien behalve supermarkten en naftestations. Dus tanken we vol. Toch strekken we even de benen en bezoeken we kort het stadje. Een parkeerplaats vinden is meestal niet moeilijk omdat er overal een Spar is met parking. Daar komt een kerel bij mij en vraagt of ik een job heb voor hem.
'Can you watch my car', vraag ik hem. Er verschijnt een grote ja en een glimlach op zijn gezicht. Die jongens doen dat voor een kleine fooi.
We slapen in een lodge net buiten de stad. Het buiten de gebaande paden slapen is typisch voor deze reis want alweer moeten we km's ver in de stikken rijden. Na de check-in worden we aan de ingang van ons bungalowtje opgewacht door een soort slang … denken we. Maar het ding ligt opgerold en bougeert niet en het heeft een zwarte, blinkende huid. Mr. Google brengt de oplossing: het is een miljoenpoot. Asjemenou.

Dag 21 - Ghanzi - Windhoek -----Woensdag 9 november -----470 km
Dan is het tijd om terug te keren naar Windhoek met een afsluitende autorit van een kleine 500 km. De eindeloze A3 autosnelweg in Botswana gaat in het grensstadje Buitepos over in de eindeloze B6 autostrade in Namibië, de Trans-Kalahari Highway. Stel u niets voor van een autosnelweg in deze contreien: het zijn gewone tweevaksbanen, toegankelijk voor mens en dier.
Het enige spannend aan de rit is de grensovergang. Aan ons loket zit een om ter viestst kijkende bediende die specifiek naar het adres van ons guesthouse in Windhoek vraagt en dat is vrij ongebruikelijk. Die kerel is waarschijnlijk geslaagd in zijn toelatingsproef voor zijn norsigheid. Ook moeten we terug onze schoenen ontsmetten en is er een korte controle van onze koffer. Ik denk dat ondertussen al onze schoenen volledig bacterievrij zijn na telkens het doppen in een sodabadje. Het loopt al bij al redelijk vlotjes.
Het landschap verandert als we Namibië binnenrijden: van bush naar platte (Kalahari) woestijn, begroeid met geel steppegras of gewoon bestrooid met stenen in een soort bruine, verdorde zandbak. 100 km langs zo'n traject is ok, maar 400 km is monotoon, van het goede te veel, lang, oersaai maar gelukkig geasfalteerd.
Niet alleen het landschap wijzigt tussen de twee landen, ook de veestapel. In Botswana blijven ze los over de wegen lopen. In Namibië loopt er niets los en zit al het vee achter omheining. Logisch, want we rijden door het ranchcentrum van het land waar een duizendtal boerderijen instaan voor een derde van 's lands rundsvlees, verspreid over 50.000 km2, zowat België x 1,5. Zouden ze hier ook stikstofnormen hebben?
We nemen een rustpauze in Gobabis, een sympathiek stadje met een echte winkelstraat. Daarin passeren we een aantal barbiers, allemaal naast elkaar in piepkleine huisjes, eerder cellen, waar er me ene toeroept 'haircut?'. Ik doe mijn pet af - komt mijn kale kop tevoorschijn - en we schieten alle twee in de lach.
We arriveren in Windhoek halverwege de namiddag en leveren de auto in. De factuur van de bandherstelling wordt netjes terugbetaald want we zijn full insured. Onze kielemetriek duidt 20.466 km aan dus een lange lus Windhoek-Windhoek gereden van 4.666 km of gemiddeld 222 km/dag.
We slapen vannacht in hetzelfde guesthouse als op dag 1 van de reis en beseffen dat dit een slecht teken is want het is overmorgen over en uit. We verkennen in de vooravond Windhoek centrum.

Dag 22 - Windhoek -----Donderdag 10 november
Ik lees in mijn reisgids over een fietstoer in Katatura, een arme buitenwijk van Windhoek, ook wel eens het Soweto van Namibië genoemd. Wij daarheen met de taxi. Maar de fietsen zijn zo gammel, te klein en de banden niet opgepompt, zonder werkende remmen dat we gans het boeltje annuleren. We nemen de taxi terug naar het stadscentrum.
Windhoek, 25 jaar geleden nog een verzameling golfplaten, is niet meteen een toeristische trekpleister. Eén lange boulevard van noord naar zuid, Independence Avenue, is de belangrijkste straat met een mix van koloniale Duitse? en Afrikaanse huizen en verdwaalde hoogbouw. Eén zijstraat is ingericht als winkel-wandelstraat met aan het einde een flink winkelcentrum waarvan ik vermoed dat velen erin lopen om koeling te zoeken tegen de hitte. Het regent er bijna nooit.
In de wandelstraat snuistert Martine aan een stalletje en ik geraak aan de klap met de kerel die het open houdt. Hij verkoopt opzichtige T-shirts met de beeltenis van Poetin. Hij is fan en heeft helemaal geen probleem dat hij een oorlog begon in Oekraïne. Meer nog, hij beweert dat 9/11 fake is. Daar heb ik de discussie afgebroken en hem een doktersbezoek aangeraden voor een hersenscan om zeker te zijn of er nog hersens onder zijn schedel zitten. Met zo'n loebas argumenteren heeft geen zin.
Hèt herkenningspunt van de stad is de Christuskirche, een Duitse Lutheraanse kerk. Het is een klein en leuk uitziend kerkje. Daarnaast is een museum, een moderne hoogbouw die onze aandacht trekt wegens de buitenlift. Die brengt ons naar boven en laat ons Windhoek zien vanuit de hoogte. Het is een uitgedijde stad omringd door heuvels.
Ter afsluiting van de vakantie eten we in Joe's Beercafé, het bekendste restaurant van de stad, Oryx (Gemsbok) steak. Het is een beetje gokken tussen andere keuzes zoals Zebra- of Koedoe- of Krokodil filet. Maar het is een lekker stuk vlees, mals en qua smaak vergelijkbaar met een rundersteak. Ze hebben tal van Duitse bieren op hun biermenu staan, maar de beste bieren ter wereld zijn ze vergeten, de pipo's.

Dag 23 - Windhoek - Brussel -----Vrijdag 11 november
We worden opgehaald en naar de luchthaven van Windhoek gebracht. Het zijn de laatste km's op Namibisch grondgebied maar niet voor de mountainbikers die verspreid over een parcours tegen vermoeidheid en hitte kampen. De fietsen dragen een nummer aan het stuur, dus ik veronderstel dat het een georganiseerde wedstrijd is. Wagens rijden hen aan 120 km/u voorbij want dit is een autostrade, in werkelijkheid een tweevaksbaantje zonder pechstrook. Dus nemen die renners wel wat risico's.
Windhoek International Airport is een (zeer) rustige luchthaven. Deze namiddag en avond vertrekken er welgeteld vijf vluchten.

Dag 24 - Aankomst Brussel -----Zaterdag 12 november
De koude slaat om ons heen. Op onzen buik 'gien sanse'.